[p. 211]VIII. De dramatische dichter.
Hoe groot Vondel's lyrisch talent ook was, en hoe gaarne hij in zijne gedichten ook den indruk teruggaf, dien de gebeurtenissen zijns tijds op hem maakten, toch waarde hij nog liever in het rijk der idealen en schiep zich eene eigene wereld op het tooneel. Ja, 't schijnt dat hij zich bij uitnemendheid tot treurspeldichter geboren achtte1).
De schouwburg had in zijn oog een verheven doel:
‘De Schouburg plant en stampt de zeden in de jeught,
Ontmomt de weerelt, leert welspreeckentheit en deught,
En wijsheit uitgebeelt door rol en personaedje,
Gelaerst, of licht geschoeit, gevoert op haer stellaedje’2).
Vondel stelde er eene eer in, naar dat doel te streven. Er bestaan niet minder dan twee-en-dertig drama's van zijne hand, waaronder vier-en-twintig oorspronkelijke, zeven uit het Latijn of Grieksch vertaalde treurspelen, en een herdersspel.
Heeft hij zijn doel bereikt? Heeft hij als treurspeldichter het
1)Dat blijkt wel uit het bijschrift, dat hij in 1650 maakte op zijn eigen afbeelding door Jan Lievensz. (VI, 53):
‘Zoo vollight Livius van Leiden Titiaen,
En leert door zijne kunst u Vondels spraeck verstaen,
Die 't Grieksch en Roomsch tooneel in Neêrlant poogt te stichten.
Men vat uit 's Dichters prent wat treurspel hy wil dichten.’
2)Inwijdinghe van 't Stadhuis, Werken, VI D., bl. 682. In het Tooneelschilt, dat hij in 1661 tegen de ‘gigagende’ lasteraars der dramatische kunst schreef, heet het (VI D., bl. 320):
‘Het ooghmerck der treurspelen is.... den verwilderden aert in te toomen, en de zeden in te scherpen.... Het blijspel verlicht zwaermoedige geesten, en geneest de harte wonden der staetheeren en amptenaeren, door gedurige bekommeringen en beslommeringen, tot heil der gemeente, afgeslaeft.’[p. 212]meesterschap verworven, en den uitbundigen lof verdiend, dien men hem heeft toegezwaaid?
Ik heb het gewaagd in de vroegere uitgaven van dit boek een minder gunstig oordeel over Vondel's dramatisch talent uit te spreken, en men heeft mij dat zeer euvel geduid, ja, mij daarover op de grofste wijze bejegend. Dat alles zal mij intusschen nooit terughouden om onverholen mijne overtuiging uit te spreken; maar toch moest het mij nopen, nog eens ernstig te overwegen, of ik had gedwaald. Ik las in een onzer tijdschriften in de critiek van een werk over Kalvijn1), dat de fouten in diens Institutio breed had uitgemeten, de volgende opmerking: ‘Komt met die tentoonstelling van fouten Kalvijn bij de lezers [van het boek] tot zijn recht? Is dat historische waardeering, een document van vóór drie eeuwen, losgemaakt uit het verband van tijd en omstandigheden waarin het is ontstaan, te plaatsen in het licht van onze dagen en het dan te beoordeelen naar de mate, waarin het aan onze verstandelijke en zedelijke eischen voldoet?’
Dit lokte natuurlijk de vraag uit, of bij mijne beoordeeling Vondel ‘tot zijn recht’ gekomen was?
Met betrekking tot Kalvijn zou ik de vraag onvoorwaardelijk met neen beantwoorden. Wellicht zal daarom menigeen met de gevolgtrekking gereed zijn, dat dan ook hetzelfde voor Vondel geldt. Ik veroorloof mij daartegen echter een paar opmerkingen.
De zedelijke waarde van een historisch persoon kan alleen getoetst worden aan de ethische ontwikkeling van zijn tijd: in het licht daarvan, en daarvan alleen moeten zijne daden beoordeeld worden. Om maar iets te noemen: beweegredenen, beginselen, die in onze dagen den toets niet meer kunnen doorstaan, golden toen wellicht als edel en verheven; en aan dien maatstaf heeft men zich te houden.
Maar geldt dit ook evenzeer van een aesthetisch oordeel?
Het is ontegenzeggelijk waar, dat ook een kunstenaar, een dichter in de lijst van zijn tijd moet worden geplaatst; dat bij den laatsten vooral de omstandigheden, waarin hij verkeerde, niet mogen worden over het hoofd gezien, noch ook de hoogte, waarop zijne
1)Prof. Rauwenhoff's beoordeeling van Pierson's werk over Kalvijn in De Gids van April 1881, bl. 203.[p. 213]tijd- en kunstgenooten stonden; dat zijne dichtwerken in de eerste plaats moeten worden getoetst aan hetgeen men in zijn tijd voor de eenige aesthetische wet hield. Maar heeft de letterkundige Critiek daarmede hare taak vervuld? Zeker neen. Als de geschiedenis der letterkunde zich ook nog een ander doel heeft te stellen dan het afwegen van de betrekkelijke waarde van een schrijver; als het ook tot hare taak behoort de aesthetische ontwikkeling van den tijdgenoot te bevorderen, door te onderzoeken of, en in hoeverre, poëten en schrijvers in den loop der geschiedenis de eeuwige wetten van schoonheid en kunst in zich hebben voelen leven, dan moet zij ook hunne werken aan die wetten, voor zoover wij ze kennen, toetsen. Met andere woorden: zij kan niet tevreden zijn met het aanwijzen van hunnen rang te midden hunner mededingers in vervlogen eeuwen; zij mag, zij moet ook trachten hunne absolute waarde te bepalen, en aanwijzen wat hun werk ook in onzen tijd nog mag gelden.
En zoo heeft de letterkundige Critiek dan ook altijd hare roeping begrepen, hetzij men meende te moeten laken dan wel prijzen. Of hebben deze zelfde mannen, wier haren te berge rijzen als men aan de onfeilbaarheid van Vondel als dramatisch dichter durft twijfelen, niet zonder blikken of blozen den staf gebroken over den dichter Cats, na hem getoetst te hebben aan de meest moderne opvatting? En omgekeerd: werd de bewondering voor Shakespeare niet vooral bij diezelfde Critici opgewekt, doordien hij, zonder zich te storen aan hetgeen de School mocht leeren, juist omdat hij een dramatisch Genie was, werken schreef, die onsterfelijk zijn en ons nog heden ten dage in verrukking brengen, om geene andere reden dan dat zij voldoen aan de aesthetische begrippen van onzen tijd? Gaat het ook wel aan, van ons te vergen, dat wij eenig werk schoon zullen vinden en het als zoodanig genieten, wanneer het wel aan zekere voorbijgegane opvattingen voldoet, maar niet aan de eischen, die wij als de eeuwig ware kunstwetten hebben leeren kennen? Dit ware immers de ongerijmdheid zelve.
Laten wij dan ook niet schromen op dezelfde wijs met Vondel te werk te gaan, zoo we slechts zorgen daarbij eerlijk en onbevooroordeeld naar waarheid te streven: ook door te vragen, hoe de Dichter in vergelijking met de mannen en werken van de zeventiende eeuw in de negentiende is te waardeeren.
[p. 214]Zien we daarom in de eerste plaats, welke begrippen toen aangaande het drama heerschten. In een tijd, dat men zooveel aan autoriteiten hechtte, op welke zoowel Vondel als Coster zich beroepen ter rechtvaardiging van hunne tooneelspelen, spreekt het vanzelf, dat wij niet onbekend mogen blijven met hetgeen geleeraard werd over den aard van drama en tragedie. Wij behoeven niet bij alle schrijvers stil te staan, maar kunnen ons bepalen tot het werk, dat den uitgebreidsten invloed heeft gehad, en dat blijkbaar Vondel hoofdzakelijk ten richtsnoer strekte. Dat boek, voor het eerst in 1616 en wederom in 1643 bij Elzevier uitgegeven, was getiteld: Dan. Heinsii de Tragoediae constitutione liber1). Het behelsde hoofdzakelijk eene omschrijving van Aristoteles' geschrift De Poëtica, waarvan dezelfde geleerde reeds in 1610 eene critische uitgave, verzeld van eene Latijnsche vertaling, had bezorgd, achter deze verhandeling op nieuw gedrukt.
Niemand zal verlangen, het geheele, 218 bladzijden beslaande, breedsprakige werkje ontleed te zien. Wij zullen alleen de hoofdzaken, in drama en tragedie vereischt, aanstippen.
Zeer juist wordt het meeste gewicht gelegd op handeling: dat is de hoofdzaak2), de ziel der tragedie3). Die handeling wordt tragisch door de peripetie, d.i. den plotselingen ommezwaai in het lot van den hoofdpersoon, waarbij dan nog komt, wat hij
1)Ofschoon Vondel zelf zegt vooral veel van G.Jz. Vossius te hebben geleerd (Boven, XVII Eeuw, I D., bl. 328), haal ik Heinsius aan en niet het boek van Vossius: Institutionum Poeticarum Libri tres, omdat dit eerst in 1647 te Amsterdam bij L. Elzevier het licht zag. Slechts nu en dan zal ik er eene plaats uit afschrijven, daar het minder eene handleiding voor den dramaturg is dan een overzicht van de ontwikkeling van Drama en Epos bij de Grieken.
2)Heinsius, de Trag. Constit. p. 8, 10: De Tragedie verschilt daarin van andere dichtsoorten, ‘ut serias gravesque actiones imitatur’.... ‘Agendo non narrando imitatur Tragoedia’... Modus: ut ne narret quae aguntur, quod est epici, sed agendo cuncta imitatur, quod dramatici est: qui hoc una ratione nomen tueri suum potest.’
Ger. Vossius Institutiones Poëticae. L. II, C. II, § 1, p. 6: ‘Δρᾶμα enim dicitur, quia est μιμητιχὸν ἐν τῳ ορᾷν, hoc est, quia non narrando, imitatur, ut epicus, sed agendo: unde et Latini dicunt agere fabulam.
3)L.c.p. 26: ‘Anima Tragoediae est Fabula.’[p. 215]agnitio, herkenning, noemt1), hetgeen meebrengt, dat de lotswissel van den held bewerkt wordt door iemand, die hem bevriend of verwant is. Hetgeen er eigenlijk onder verstaan moet worden, heldert hij op door te wijzen op de geschiedenis van Joseph in 't Hof, die hem menigmaal tot tranen toe geroerd had2).
Door dien lotswissel worden de aandoeningen opgewekt, welke de tragedie bestemd is in het leven te roepen: medelijden en vrees; en die aandoeningen moeten door den loop der gebeurtenissen weer worden gereinigd, verzoend3). De mensch is geneigd voor zich zelven te vreezen, wat hij anderen ziet overkomen: vandaar de genoemde aandoeningen. Maar niet elke persoonlijkheid vermag die op te wekken: alleen zij, die noch geheel kwaad, noch geheel deugdzaam zijn4).
1)L.c.p. 26: ‘Jam vero satis constat, Peripetiam (ita subitam fortunae in contrarium mutationem dicimus) et Agnitionem, plurimum, imo fere omnia posse in Tragoedia.’
2)L.c.p. 53: ‘Utranque [Peripetiam et Agnitionem] in historia Josephi habemus. ita quidem, ut et omnes Tragicorum haec excedat. Affectus enim mirum in modum efficaces sunt. Patriarchae cum tritico discedunt. Iis insciis Josephi calix quaeritur. hac lege, ut penes quem inveniatur, is serviat. Tandem penes Benjaminum invenitur, natu minimum, è quo unico ac uno senis tum Jacobi post amissum scilicet, Josephum, spiritus pendebat ac vita. Eum igitur in servitutem comitantur fratres. ubi summam, praeter expectationem subito felicitatem consequuntur. quae verissima Peripetia. Cum hac parte, altera cohaeret eleganter, tanquam causa cum effectu. Fratrem quippe agnoscunt. Et haec est Agnitio. sine Agnitione enim fieri Peripetia potest: sine Peripetia autem fieri non potest Agnitio. quae tam valide commiserationem in hoc argumento movet, ut invito mihi saepe lachrymas excusserit. Quare historia Josephi et implexa est non simplex, et perfecte implexa; cum Peripetiam et Agnitionem pariter conjungat: neque ulla magis apta Tragoediae inveniri possit actio.’
3)L.c., p. 10: ‘Sequitur usus Tragoediae ac finis. In concitandis igitur affectibus cum maxime versetur haec Musa, finem ejus esse, hos ipsos ut temperet, iterumque componat, Aristoteles existimat. Affectus proprii illius sunt duo: Misericordia et Horror. Quos ut excitat in animo, ita sensim efferentes sese, deprimit, quemadmodum oportet, et in ordinem sic cogit. Quod affectuum proinde expiationem, sive perturbationem, Aristoteles vocavit. nisi quis purgationem malit. voce Pythagorica, et è schola Italorum desumpta.’
4)L.c., p. 74: ‘Etenim, quae ne sibi eveniant, metuunt homines, ea cum evenêre aliis, commiserationem et hunc pariunt affectum. Viri autem probi qui calamitatem horreat, est nemo. nemo enim sibi idem propter probitatem, cujus praemium felicitas putatur, eventurum arbitratur. Neque magis improbos ex infelicitate in felicitatem recte conjeceris. nihil enim minus tragicum. quia, quorum ne commiserationem quidem movet, recte hic excluditur calamitas. Atqui nulla improbi calamitas, commiserationem movet. quae idcirco et excluditur.’ Best dan eene derde soort, p. 76: ‘Is autem est, qui cum imprudens peccet, neque viri boni meretur nomen: quia officium illius est transgressus, neque contra improbi; quia sine praelectione, ut in scholis loquuntur, hoc est, inconsulto peccat.’[p. 216]Wij zijn daarmee aangekomen bij het tweede vereischte van het tragische drama: de karakterteekening. In hoeverre wordt daaraan gewicht gehecht? In hoeverre wordt de lotswissel, het tragische lijden, afhankelijk gesteld van de persoonlijkheid des helds? Zijn karakters, in den engeren zin des woords, noodig of niet?
Vossius zegt over de mores in de Tragedie niet veel (Lib. II, Cap. XIV, p. 70). Alleen in het algemeen, dat ze ‘severiores’ moeten zijn, en dus slechts die van hooger geplaatste personen. Maar zij mogen niet ontbreken: waar ze minder gelden dan de ‘acumina’ der handeling, is het niet in den haak. En dit maakt hij juist tot een verwijt aan de stukken, die op naam van Seneca gaan1).
Heinsius is op dit punt uitvoeriger; maar volkomen duidelijk is zijne voorstelling, althans bij den eersten opslag, niet: ofschoon zijne bedoeling wel uit den samenhang zijner redeneering is op te maken. Men kan gerust aannemen, dat hij wel degelijk eigenlijke karakteristiek bedoelt, zij het ook, dat hij wel eens den schijn heeft het oog alleen te hebben op typische algemeenheden.
Hij gaat uit van het juiste beginsel, dat het wel of wee der menschen van hunne daden afhangt2). Bij de toepassing daarvan op het drama eischt hij, dat de tragische dichter zijne personen schildere, niet zooals zij zich in de historische werkelijkheid mogen voordoen, maar zooals ze in het stuk zijn moeten, toegerust met gepaste ‘mores’ en den noodigen hartstocht3).
1)Videndum, ne ita consectemur acumina, ut mores minus appareant. - Quâ in re peccant pleraeque tragoediae earum, quae Senecae tribuuntur.’
2)L.c., p. 66: ‘Jam vero, Fabulam non homines, qua homines, exprimere vel imitari, sed qua agunt, supra quoque a nobis dictum est. quippe cum ex actionibus eorum ac vita, infelicitatem ac felicitatem nasci sit necesse.’
3)L.c., p. 22: ‘Ideoque longe gravius poëtae munus esse quam historici, Philosophus ostendit. quia alter quae sunt, alter, non quae sunt, sed ut sunt, repraesentat: nec personas modo singulas, quoties vel mores aptos iis tribuit vel sensus; sed quod hujus proprium est loci, verisimili totius, quae in dramate exhibetur, actionis constitutione et arte... Hanc vero partem, longe praecipuam esse, multis ab Aristotele probatur.’[p. 217]Onder ‘mores’ zou men zeggen, dat hij al datgeen verstaat, wat iemand van een ander onderscheidt, wat zijne eigenlijke persoonlijkheid uitmaakt1). En het is dus ook niet meer dan natuurlijk, dat daarbij de eisch wordt aangedrongen, om die ‘mores’ het geheele stuk door vol te houden2).
Uit het een en ander ligt de gevolgtrekking voor de hand, die bij de overweging van des schrijvers woorden meer en meer juisf blijkt, dat karakters, persoonlijkheden, individualiteiten, door hem worden bedoeld. Tegen die opvatting is, dunkt mij, niets in te brengen. Alleen drukt hij er zeer sterk op, dat het den Tragicus niet bloot te doen is om zedeschildering, maar in de eerste plaats om handeling3). Dit staat zoo bij hem op den voorgrond, dat hij
1)L.c., p. 128: ‘Mores, quibus primus merito post fabulam debetur locus.... non tam mores, quam proprietas eorum quaedam, ista voce designetur: qui pro singulis habitibus, affectibus, nationibus, aetatibus, secunda aut adversa fortuna, esse in singulis diversi solent. Habitibus; ut si quis justum aut mitem inducat, aut temperantem. Affectibus; ut amantem si quis repraesentat, aut iratum.’
2)L.c., pag. 143: ‘Tertium praeceptum est, ut similes sint mores. Dissimiles autem ratione possunt esse duplici. vel in parte, vel in toto. In toto, ut si quis, e.c., Ajacis mores tribuat Ulyssi, quorum alterum fortem, bellicosum, invictum, simulandi juxta ac dissimulandi ignarum; alterum, imbellem, timidum, vafrum ac versutum, fuisse constat. In parte; ut si quis postquam Ajacem exhibere coepit, quaedam ab ingenio illius aliena et indole, affingat ei... [Aristotelis] postremum est praeceptum, ut aequales sint mores. hoc est, ut eodem usque modo, sine ulla morum varietate, eadem inducatur persona. Si quis, e.g., asper, crudelis, iracundus, fingi coeperit; talis ad tragoediae usque exitum continuetur. eodem modo, si quis blandus, benignus, ac mitis.’
Ook Vossius stelt denzelfden eisch, als hij, t.a. pl., p. 91 den tragischen dichter aanspoort te zorgen, ‘ut in singulos tum primariae actionis, tum episodiarum, sui immemor, aliorum mores, et affectus, induat, et assumat.’
3)L.c., p. 23: ‘Prima ergo pars est fabula,.... actio. Nemo enim sine actione mores imitatur hominum vel sensus, sed per istam.... Adde quod et absque moribus actio, sine actione esse non possunt mores.... Actionis qualitates sunt mores. Quod si qualitates imitari, summus Tragici esset finis, homines qua probi sunt vel improbi, justi vel injusti, imitari posse, finis ejus esset quod nec proprium illius est, nec finis.’ Cf. et pag. 25.[p. 218]aan dramatische schrijvers een raad geeft, die ons bij den eersten oogopslag wel wat in de war kan brengen. Zij behooren, zegt hij, eerst den loop der handeling vast te stellen, met haar lotswissel en de daaruit geboren aandoeningen van vrees en medelijden; zijn zij daarmede gereed, dan worde er gedacht aan de personen en de eigenschappen, die hun behooren te worden toegekend1). Schijnbaar wordt daardoor de persoonlijkheid tot vrij onbeduidende proporties teruggebracht, en haar invloed op den gang der gebeurtenissen veel te gering aangeslagen. Maar vat men dit op in den samenhang met hetgeen voorafgaat en volgt, dan is dit niet meer dan schijn, geboren uit de zucht om toch goed te doen uitkomen, wat het sine qua non voor de juiste werking van een drama is, waardoor de schrijver in de fout is vervallen om te scheiden wat eigenlijk ondeelbaar is2). Het lijdt geen tegenspraak, dat er toestanden zijn, die ons door hun algemeen tragisch karakter treffen. Wanneer een dichter zich daardoor voelt aangetrokken om ze voor het tooneel te bewerken, dan zal dit alleen met vrucht kunnen geschieden, wanneer hij de peripetie afhankelijk maakt van de karakters der handelende personen. Doet hij dat niet, dan komt ook de meest tragische toestand niet tot zijn recht; en de ervaring leert dan ook, dat menig uitmuntend onderwerp bij de bewerking van een onbekwaam dramaticus alle kracht en geur verloor.
Zoo een dichter zich aan die regelen gehouden heeft, dan vindt men in de algemeen gangbare theorie van zijn tijd de verklaring van zijne practijk, die hem misschien de lauweren zijner tijdgenooten deed inoogsten; maar dit stempelt hem nog niet tot een groot dramatisch kunstenaar, want die volgt niet bloot voorgeschreven regels. Studie alleen stelt hem niet in staat een roerend
1)L.c., pag. 90. De dramatische dichter zorge eerst ‘eam quam sibi imitandam proponit, disponet ac delineabit actionem.... Si implexa, an Agnitionem, an Peripetiam,.... admittat. An ex rebus terror, an commiseratio nascatur. quomodo denique et qua ratione cum superioribus cohaereat mutatio. Postquam hoc jam factum fuerit, de personis cogitabit. Quarum ipse habitus mente ac effectus induet. ut hac ratione spectatorum quisque suos in poëta agnoscat; luxuriosi, libidinosi, iracundi; senes, pueri, viri; foeminae, servi.’
2)Hij heeft bl. 18 nog eene volledige, ofschoon beknopte definitie eener Tragedie gegeven.[p. 219]treurspel te schrijven: het voorbeeld van Heinsius zelf bewijst dit zoo duidelijk mogelijk1). Daartoe behoeft hij natuurlijken aanleg, dramatisch, dichterlijk genie. De man, die de voorschriften gaf, wist dat ook wel, en heeft het in den aanvang zijner verhandeling nadrukkelijk in het licht gesteld2).
Bij de beoordeeling van Vondel's treurspelen zal men den dichter volkomen recht laten wedervaren, wanneer men zijn tooneelwerk in de eerste plaats aan de voorschriften van Heinsius en soms van Vossius toetst, welke in zekere mate ook thans nog als richtsnoer kunnen dienen. Mocht het blijken, dat hij hunne leer niet heeft in practijk gebracht, dan zal men er vanzelf toe komen, zich af te vragen, of dat niet veroorzaakt werd door een gemis van dramatisch genie, dat hem evenwel als lyrisch dichter volkomen in zijne waarde laat.
Vroeger liet men zich met grondig aesthetisch onderzoek weinig in. De Critiek maakte zich toen hare taak vrij gemakkelijk: zij meende met eenige brommende loftuitingen te kunnen volstaan3). En als zij haar oordeel soms staafde, dan geschiedde dat op de
1)Zie boven, XVII Eeuw, bl. 68-69.
2)L.c., p. 3: ‘Primus Aristoteles, et quod Critici est accurati, vitia notavit: et quod veri est philosophi, è virtutibus multorum, unam fecit artem: simulque utrunque docuit; tum de aliis quid statuendum: tum in nostris, quid sequendum esset. Frustra tamen: ni ingenium accedat. sed poëticum in primis. Neque enim qui haec sciet, ideo Tragoediam conscribet, sed si aptus à natura, ac ingenio accedat, ideo perfectam scribet.’
Prof. Moltzer stelde echter studie boven inspiratie, toen hij schreef (Studiën en Schetsen, bl. 221): ‘In stede van eene aesthetiek samen te flansen van eigen vinding [?] of het oor te leenen aan den eersten den besten beunhaas in schoonheidsleer [?], zal de treurspeldichter verstandig handelen met dat boekske [van Aristoteles] te lezen en te bestudeeren “noctesque diesque,” bevorens zich tot het werk te zetten.’ En Shakespeare dan?
3)Jeronimo De Vries, b.v. zegt in zijne bekende bekroonde Proeve, I D., bl. 158: ‘Hy was een treurspeldichter bij Sophokles, Euripides, Seneca en anderen te vergelijken;’ en hij past op Vondel's tragedies de woorden van Scaliger toe: ‘Alle zijn van zulk een schoonheid, dat zij mij en anderen, hierin meer ervaren lieden, alle hoop benemen op zulke oefeningen’ (bl. 161); van Lucifer en Gysbreght in 't bijzonder bezigt hij mede Scaliger's woorden: ‘van deze en dergelijke gedichten, zoeter dan der Goden spijs of drank, was ik liever de maker, dan Koning van geheel Arragon.’[p. 220]zonderlingste wijze. Of de stukken al in ‘aanleg of plan zelden geheel onberispelijk’ bleken, deed minder af: schoonheden van détail maakten dat weer goed, vooral de ‘heerlijke Reyen’1). Zoo oordeelde men in de eerste jaren dezer eeuw, en zoo oordeelt men vaak nog heden: alleen met dit onderscheid, dat men die meening niet meer zoo naïef uitdrukt, maar haar in een wonderspreukigen nevel hult. Men heeft immers de, zachtst genomen, zonderlinge stelling verkondigd, dat treurspelen als zoodanig groote gebreken kunnen hebben, ja, in 't geheel niet beantwoorden aan ‘de eischen der dramatiek,’ maar desniettegenstaande ‘meesterstukken van poëzy’ kunnen zijn; of, gelijk Van Lennep het uitdrukte, ‘als dichtstuk beschouwd, groote en onwedersprekelijke verdiensten’ bezitten2).
Men kon zich nog maar niet voorstellen, dat Vondel's treurspelen als zoodanig, als dramatische dichtstukken, dus als dichtstukken in hun geheel beschouwd, slecht zouden kunnen zijn; ja, men vreesde nog te oneerbiedig te spreken van den ‘Prins onzer Dichters’, als men bij die veroordeeling voegde, dat zij evenwel schoonheden van détail van den eersten rang bevatten, juweeltjes van
1)Van Kampen erkent in zijne Bekn. Geschied. der Letteren en Wetensch., I D., bl. 169: ‘De aanleg of het plan zijner stukken is zelden geheel onberispelijk;’ toch had hij het oordeel vooropgesteld: ‘Vondel is de grootste Treurspeldichter der Natie. - Hij volmaakte de Grieksche manier in de Nederlandsche Treurspelen, die vooral door derzelver heerlijke Reijen uitmuntten.’ Verg. boven, XVII Eeuw, I D., bl. 195, de aanteekening.
Dit is ook nog het standpunt van Van Lennep. Als hij b.v. Adonias als tragedie veroordeeld heeft, laat hij er op volgen (IX D., bl. 317): ‘Wij vergeten echter het een en het ander bij 't lezen van den heerlijken zang, die volgt, en waarin de Rei, na op de treffelijkste wijze’ enz.
2)Zie b.v. het critisch overzicht van David Herstelt, IX D., bl. 141. Is het niet, of men zei: aan dit landschap ontbreekt al wat het tot een landschap maakt: boomen, water, lucht; maar toch is het eene voortreffelijke schilderij: vooral de lijst is schitterend! De lijst,
‘Daer menigh onverstand de schildery om prijst’,
als Huygens in zijn Hofwyck schreef.
Beter drukte Macaulay zich uit, toen hij van Aeschylus zei: (Essais I, 14): ‘Considered as plays, his works are absurd.... But if we forget the characters, and think only of the poetry, we shall admit that it has never been surpassed in energy and magnificence.’[p. 221]beschrijvende en lyrische poëzie. Men zondigde veel liever tegen de critiek en het gezond verstand door eene tegenstelling uit te denken tusschen het ‘dramatisch gedicht’, het drama, en het ‘dichtstuk.’
Toch moet het onpartijdig oordeel, hoe sterk overigens ook met Vondel als dichter ingenomen, erkennen, dat hij geen dramatisch dichter was1). Het ontbrak hem daartoe aan vormkracht2). In theorie wist hij wel, dat de tooneeldichter alleen dan zijn doel bereikt had, als ‘d'aenschouwers verruckt, zich lieten voorstaen in der daet te zien herleven de persoonen, en den handel der grooten, ten spiegel der leerzaemen vertoont’3); maar 't is hem in de werkelijkheid altijd een raadsel gebleven, door welke middelen dat doel was te bereiken.
De dramatische en tragische toestanden en eischen voelde hij niet als kunstenaar, maar hij speurde ze na door vlijtig onderzoek. Zijne drama's ontrolden zich niet voor het oog zijner verbeelding; - hij zag na bij Scaliger, Heinsius en Vossius, op welke wijze hij ze behoorde in te richten. Hoe geheel anders bij Shakespeare! Deze vroeg niet angstvallig naar de wetten van Aristoteles: hij voelde, hij zag met het oog van den dichter wat, en hoe hij het den toeschouwers moest voor oogen stellen; en daardoor werd hij het grootste dramatische genie van den nieuwen tijd. Vondel daarentegen liep in het gareel der Classieken, zocht bij anderen naar wetten, die niet leefden in zijn eigen geest, en bracht het op dramatisch gebied nauwelijks tot het middelmatige4).
1)‘Men zal zich tweemaal te bedenken hebben vóór men Vondel den titel van dramatisch dichter van meer dan gewone gaven ontzegt.’ Zoo oordeelt Alberdingk Thijm in De Gids 1879, I, bl. 344. Ik durf gerust zeggen, dat ik mij meer dan tweemaal bedacht, maar geen aanleiding gevonden heb om op dit punt van overtuiging te veranderen.
2)Verg. boven XVII Eeuw, I D., bl. 308-309.
3)Opdracht van Oedipus, Werken, VIII D., bl. 669. Hij drukte in de laatste woorden het gevoelen uit van Vossius, die t.a. pl., bl. 11 zegt: ‘Quod ad finem δράμαῖος; quam ei proposita sit institutio aliena, morumque emendatio; argumento illud erit, quod eorum scriptores speciatim διδάσχαλοι vocarentur, et, cum fabulam exhiberent, docere eam dicerentur.’
4)Om eene volmaakte tragedie te schrijven, las hij eerst nog eens al de schrijvers na, die over dat onderwerp gehandeld hadden, zie het Berecht voor Jeptha, VIII D., bl. 16-17. Zoo zei hij in zijne Aenleidinge ter Ned. Dichtkunste, Werken, VI D., bl. 51: ‘De hemelsche Poëzy moet op den toetssteen van een beslepen oordeel proef houden, naer de wetten by de Geleerden daer toe voorgeschreven, waer toe wy gewezen worden.’[p. 222]Misschien heeft hij ook, omdat hij de didactische strekking van van het tooneel te zeer in 't oog hield, den eigenlijken aard van het Drama te veel voorbijgezien; en zocht hij te meer door ‘welsprekendheid’ uit te munten, naarmate hij meer voor handeling terugdeinsde. Maar stellig ontbrak het hem aan genoegzame psychologische diepte om wezenlijke individualiteiten met eigenaardige karakters te scheppen. Wel heeft men zijne fijne karakterteekening ten hemel toe verheven; 't valt echter niet te ontkennen, dat Vondel er doorgaans alleen naar gestreefd heeft om, als in zijnen Jeptha, ‘elcke personaedje naer zijne oude (ouderdom), staet, en gelegentheit uit te beelden’, zonder aan eigenlijke individueele karakteristiek te denken. Ja, hoe zonderlinge denkbeelden hij van karakterschildering had, blijkt, als hij in de Gebroeders de meedogendheid en het ‘deizen’ van David verdedigt met een beroep op autoriteiten, en ten slotte zegt: ‘Het stemt eer met de voegelijckheid David met barmhartigheid te bekleeden, als van alle menschelijke genegenheid te ontblooten’1).
't Grootste gebrek, dat hem aankleefde, is wel, dat hij geen juist inzicht had in den eigenlijken aard van het Tragische. Door het voorbeeld van Seneca verleid, en wellicht ook door te enge opvatting van het woord van Vossius2), zag hij dit alleen in de ongevallen, die den lijdenden persoon treffen, welke de ‘treurrol’ speelt, en die voor hem de tragische figuur van het stuk was. Maar ook toen Seneca bij hem achter de bank was geraakt, en hij min of meer met de Grieksche treurspeldichters bekend werd, bleef het echt Tragische hem nog eene verborgenheid. Wel heeft hij zich de algemeen erkende voorschriften herinnerd, toen hij in de opdracht der Ifigenie (X, 600) schreef: ‘Het gaet zeker dat het een eige deught des treurspels is hartstoghten te verwecken, en onder de hartstoghten schrick en medelijden, ook zulcks dat
1)Zie de opdracht aan Vossius, III D., bl. 637-638.
2)L. 1. p. 61: ‘Trahitur argumentum tragicum ex calamitalibus atrocibus quae heroibus, et regibus, accidere.’[p. 223]by Aristoteles dit deel boven de welsprekenheit gestelt wort;’ maar voelde hij ook als Dichter, hetgeen zijn verstand beaamde? Wel heeft hij soms medelijden opgewekt of schrik ingeboezemd; maar niet die tragische aandoeningen, waardoor alleen de παθημάτων κάθαρσις kan worden te weeg gebracht, waarvan Aristoteles mede spreekt. En toch zweefde die onzen Dichter ook voor oogen; want meer dan eens stelt hij aan het treurspel den eisch om, zooals hij het in de voorrede tot Joseph in 't Hof (III, 219) uitdrukte, te doen uitkomen: ‘Gods wonderbaere voorzienigheid, die de boosheid der blinde menschen, buiten hun wil, weet te bezigen en te beleyden tot behoudenisse van geheele koninkrijcken, landen en volcken’1). Maar die theorie was hem geen richtsnoer voor de practijk.
Bij dit alles komt nog, dat hij zich eigenaardige bezwaren schiep, welke ten nadeele van den vorm zijner tooneelstukken uitliepen.
De stof van vele zijner tragediën is aan den Bijbel ontleend, en zijn ontzag voor het Woord Gods gedoogde doorgaans niet, dat hij zich de geringste afwijking in de voorstelling of rangschikking der Bijbelsche feiten veroorloofde2). Nu begrijpt men gemakkelijk, dat in het geschiedverhaal alles niet altijd even bevorderlijk is aan dramatischen gang of karakteristiek. En waar die bij Vondel ontbreken, gaat het niet aan, dit te vergoelijken met de opmerking: ‘'t Is een dichterlijke, aanschouwelijk voorgestelde en dramatisch behandelde (?) parafrazis van het Bybelverhaal, en als zoodanig moet zy dan ook beoordeeld worden.’ Allerminst heeft men recht zoodanige uitspraak te besluiten met deze woorden: ‘Een vraag, of aan de eischen der tragische Muze voldaan zij,
1)Merkwaardige overeenkomst met hetgeen Albert Réville schreef in de Revue Pol. et Litt. de Nov. 1880, p. 459: ‘Qu'est-ce que le tragique? C'est la mise en évidence, par l'exposé d'un événement, ou d'une situation, ou d'une destinée humaine, d'un ordre supérieur des choses, écrasant sous sa marche irrésistible nos petits calculs, nos prévisions restreintes, notre sagesse vulgaire, s'avançant imperturbablement vers son but sans se soucier de ces fils d'araignée, et arrivant à ses fins avec la fixité, la régularité, la sûreté d'un mouvement astral. Que l'on prenne dans l'histoire ou dans l'art n'importe quel exemple de tragédie émouvante, et l'on verra se vérifier cette définition.’
2)Toch heeft hij zich hier en daar wel afwijkingen veroorloofd, b.v. in David Herstelt, Werken, IX D., bl. 141. Of hij geeft toevoegsels aan het Bijbelsch verhaal, zie Werken, XI D., bl. 82.[p. 224]komt hierby derhalve minder te pas’1). Die vraag beheerscht integendeel alles bij de beoordeeling eener Tragedie.
In de tweede plaats heeft des Dichters eerbied voor de zoogenaamde Aristotelische eenheden2) de handeling niet bevorderd3); maar wel lange verhalen in het leven geroepen, die hem vaak gelegenheid gaven tot die fraaie schilderingen, waardoor vele zijner stukken schitteren, maar die den dramatischen gang stremmen, het dramatisch karakter aan 't geheel ontnemen, en soms groote dwaasheden meebrengen4). En daarenboven wordt, op 't voorbeeld van Seneca, het eerste bedrijf gewoonlijk geheel ingenomen door eene alleenspraak, die tot expositie dient, terwijl het vijfde meestal bestaat uit het verhaal van den dood des helds, hetgeen, daar niets de nieuwsgierigheid of de belangstelling meer prikkelt, den hoorders doorgaans vrij langwijlig moet hebben toegeschenen.
Ons oordeel over Vondel's dramatische gedichten is niet vleiend maar eene eerlijke Critiek mocht het niet achterwege houden. Ter
1)Van Lennep in Vondel's Werken, IX D., bl. 73.
2)Ook hierin kon hij zich op Vossius beroepen, die, t.a. pl., bl. 12 zegt: ‘At naturâ suâ eam drama magnitudinem exigit, quae aequalis sit spatio unius diei, vel paulli majore.’ Hoe hij dit naturâ suâ zou goedmaken, is raadselachtig. Hij is dan ook het betoog schuldig gebleven, maar geeft alleen voorbeelden: Phoenissae, Oedipus Tyrannus.
3)Dit blijkt het duidelijkst uit den Jeptha, in welk stuk hij Ifis niet op het tooneel laat sterven, ofschoon hij erkent, dat ‘het zien meer de harten beweeght dan het aenhooren en verhael van het gebeurde.’ Zie het Berecht vóór het stuk, VIII D., bl. 15. 't Was misschien om aan dat begrip te gemoet te komen, zonder zijn fatsoen als Classicus te schaden, dat hij J in Vos ‘aanmaande’ om een theatrale ‘vertooning’ in het stuk op te nemen. Midden in, het schavot, met zwart behangen, waarop de dochter knielt: ‘Jeptha heeft het slachtmes in zijn rechtehandt, met de slinke bedekt hij zijn aengezicht.’ En dit alles was nog omstuwd met allerlei allegorische figuren. Zie de Gedichten van Jan Vos, I D., bl. 608. Vossius had, l.l., Cap. IV, p. 16, geleeraard: ‘Siquid in dramate sit turpe visu, atque indecorum, id vel narrabitur, vel voce aliquâ interius exauditâ significabitur.’ Cf. et p. 66.
4)Als b.v. in de Gebroeders Abjathar eene lange beschrijving van 's lands toestand heeft gegeven, antwoordt de Koning:
‘Wat klaegt ghe my in 't lang der stammen noodt en smarte?
Ick weet dit al te wel.
Hoe vaak zou er geen aanleiding zijn tot zoodanig antwoord![p. 225]geruststelling van hen, die gewoon waren Vondel in alles ten hemel te zien verheffen, herinneren wij, dat hij, ook nadat het kaf van het koren gescheiden is, genoeg echt dichterlijke verdiensten overhoudt, om ons met volle recht trotsch op hem te doen zijn.
Staven wij thans ons oordeel door een beknopt overzicht van zijn tooneelwerk.
In 't voorjaar van 1612 verscheen een tooneelspel in druk, waarmee Vondel, waarschijnlijk niet zeer lang te voren1), dus op nog geen vijf-en-twintig-jarigen leeftijd, op de ‘stellagie’ der Brabantsche Kamer de Lavendel Bloem2), de dramatische loopbaan intrad. Hij gaf er den titel aan: ‘Het Pascha, ofte de Verlossinge Israëls uut Egypten, Tragecomedischer wijse een yeder tot leeringh opt Tonneel gestelt.’
De eersteling is in vorm en bedoeling een echt Rederijkersstuk; maar zooals het te Amsterdam, omstreeks 1611, ontstaan kon, waar Hooft den weg tot beter stijl gewezen had. Het drama moge hier in alle opzichten zwak zijn, de verzen dikwerf nog hard, vol rethoricale woordvoegingen, archaismen, bastaardwoorden, valsche klemtonen en hiaten, toch steekt de techniek, zoowel als de dichterlijke toon in het oog vallend gunstig af bij de verzen van De Koningh en Kolm, ja, zelfs bij die van Coster's of Bredero's ietwat jonger ernstig drama. Men voelt duidelijk, dat men voor het werk staat van een dichter, die eenmaal zou heerschen over taal en prosodie.
De dramatische opvatting is uiterst zwak. Trouwens, dit stuk was meer het werk van den zedemeester, die verbeteren wil, dan van den kunstenaar, zonder bijoogmerk strevende naar de volmaking van zijn kunstgewrocht volgens de wetten, die het beheerschen. De ‘leeringh’ stond op den voorgrond, gelijk reeds de titel ons zei; en wel ‘tweezinnigh’, zooals Bredero in een lofdicht zich uitdrukte. Uit de voorgestelde feiten is eene dubbele
1)In de voorrede, gedagteekend 29 Maart 1612, leest men: ‘Zoo hebben wy voorhenen deze Tragi-Comedie voor een ieders oogen willen op de Stellagie opentlyck vertoonen.’
2)Dit blijkt uit den slotregel, waarin de spreuk dier Kamer (Uut levender Jonst) voorkomt.[p. 226]les te trekken: eerst de natuurlijke; en dan heeft men nog te letten op de zinnebeeldige beteekenis.
De Dichter verklaart ons beide in een slotkoor, hetwelk, naar zijne eigene uitdrukking, ‘de leerlijcheit ofte moralisatie van 't spel’ bevat. Dat zoodanige mystieke verklaring in zwang was, zagen wij reeds bij de beschouwing van Bredero's Rodderick1). Uit dat slotkoor schrijven wij eenige regels af:
‘'s Hemels goetheyt die voorhenen
Ons Voorvaders heeft beschenen
Is hier opt Toneel herspeelt,
En na 't leven afgebeelt.
Tijt noch de verghetenissen
Hoort uut ons gemoet te wissen
Dees weldaden overgroot
Neêrgedaelt uut 's Hemels schoot.’
Maar er is nog meer in. De verlossing uit Egypte beteekende verlossing van het menschdom door Christus uit het rijk der duisternis en der zonde;
‘Nu het Rijc Egypten is
Oft beteyckent duysternis.’
En de mystieke verlossing wordt dan in bijzonderheden uitgewerkt.
De gebeurtenissen, die tot deze vergelijking aanleiding gaven, zijn met weinig woorden te omschrijven. Mozes weidt zijne schapen aan den berg Horeb. In eene alleenspraak schildert hij zijn smaak voor natuur en herdersleven. Zoo hij ‘'t ghewoel van groote Heeren’ schuwt, 't is deels uit nood, om den verslagen Egyptenaar, deels en vooral uit ‘hertelijc begeeren.’ O, kon hij Jakob's Huis aan de harde slavernij ontrukken! De zorg voor zijne kudde heeft hem voorbereid tot leidsman van zijn Volk. Jehova zelf verschijnt, en wijdt hem ‘tot eenen aertschen God.’ Dan maakt Mozes zich op, en spreekt den Hoofden van Israël moed in. Na te vergeefs uit naam van Jehova de vrijheid geëischt te hebben, dwingt hij eindelijk Pharao door zijne wonderdaden het verlof af om met de Israëlieten weg te trekken. Alleen het wonder van den staf, die in eene slang verandert, heeft op het tooneel plaats. De
1)Boven, XVII Eeuw, I D., bl. 222.[p. 227]andere wonderen en plagen worden door het Koor zingende vermeld, dat daarbij ongetwijfeld op geschilderde tafereelen wees. Pharao krijgt berouw, en ijlt met zijn leger de aftrekkenden achterna. De ‘Faam’ verhaalt in eene lange rede, die het grootste gedeelte van het vijfde bedrijf vult, het gebeurde in de Roode Zee; dan zingt de ‘Israëlietsche rye’ een ‘Hymne ofte Lof-zangh’, Mozes offert een dankoffer, en daarmee is het stuk uit, waaraan eindelijk nog de reeds besproken moraliseerende slotzang van het Koor wordt toegevoegd.
Men vat zonder moeite, hoe weinig dit alles voldoet aan den natuurlijken eisch van het drama. Trouwens, uit de voorrede mag men opmaken, dat in die dagen het wezen van dit deel der kunst den dichter maar in zeer nevelachtige trekken voor den geest stond. Het was hem genoeg, dat eene gebeurtenis werd voorgesteld, waaruit leering viel te trekken1). Daar evenwel het Pascha in eene manier geschreven is, die tot het verledene begon te behooren, en weldra door den Dichter verlaten werd, zullen wij bij de aanwijzing der zwakheden en gebreken van het stuk niet lang stilstaan. Of het den toehoorders werkelijk kunstgenot verschaft heeft, valt
1)De Ouden, zegt hij, hebben getracht, ‘een yeder te brenghen tot een goet, zedigh, ende natuerlijck borgerlijck leven, 't zij door eenige Poëtische Fabulen, ende verzierde ghedichten, oft door andere bequame Regulen ende Wetten: dan onder andere hebben sy voor goet inghezien de maniere van eenighe oude Historien ofte vergheten Geschiedenissen wederom te ververschen, ende voor al de Werelt op 't Toneel te stellen; om alzoo door zekere aerdighe toegemaecte Beelden en Personagien, levendich uut te drucken ende na te bootsen tgeene tijt ende outheyt met veel verlopen eeuwen ende afgemaeyde jaren bykans uut tghedacht ghewischt hadde, in voeghen als oft die eerst teghenwoordich geschiedden; waer inne sy betoonden hoe int eynde alle goet syn belooninghe, ende alle quaet syne eighen straffe veroorzaeckt; opdat zelfs plompe, rouwe ende ongheleerde menschen, die al hoorende doof, ende al ziende blindt waren, zonder bril mochten hun feylen als met den vingher aenghewezen, ende door sprekende Letteren van ghecierde Figuren ghetemt ende ghezedight werden, ende alzoo volghens de spreucke Horatii 'tprofijt met genoechten leeren.’
Van de gelijkenissen van Jezus zegt hij dan ook: ‘wat zijn 't anders, als naecte Comedien, ende Tragedien, om daer mede te leeren die menschen, de welcke op gheen ander maniere de verborghen misterien van 't Rijcke der Hemelen verstaen konnen.’[p. 228]te betwijfelen. Dat het hen gesticht heeft, is waarschijnlijk; en dat was het, wat de Dichter beoogde, ‘wenschende dat het met zoodanighe vruchtbaerheydt ghelezen werde, dat het ghedije tot prijs van den heylighen en ghebenedijden Name Godts, en dat door het overdencken van deze Trage-Comedie ofte dit Blyeyndichspel, de droeve Tragedie oft het droevich Treurspel van ons ellendich leven, mach nemen een vrolyck eynde ende ghewenschten uutgangh. Amen.’
Daarop volgt, eerst in 1620, Hierusalem Verwoest, welk stuk met den naam van ‘treurspel’ prijkt, maar nog minder van een drama heeft dan het vorige. Hier vindt men zelfs niet de geringste handeling, maar bloot verhaal. En nog wel een zoodanig, dat niet van gerektheid vrij te pleiten is. De verschillende, soms nauwelijks samenhangende tooneelen zijn als 't ware brokstukken van een episch gedicht, welks stof de dichter geput heeft uit de historieschrijvers, die hij in den ‘inhoudt’ opgeeft. Aan het slot houdt de Engel Rafaël eene soort van preek, 288 verzen lang, hier en daar in den trant der Paters Redemptoristen, waarin hij aan de ‘Christen pelgrims’ verklaart
‘'t Geen aen te mercken staat in Isr'els droeven val.’
Dus ook hier weder ‘de leerlijcheit ofte moralisatie van 't spel.’
Vondel heeft in dit stuk weel hoogdravender toon aangeslagen dan in het Pascha; maar evenals Hooft, en wellicht op diens voorbeeld, vervalt hij daarbij maar al te dikwijls in brommende snorkerijen. Het ware verhevene was nog niet gevonden. Overigens is op technisch gebied merkelijke vooruitgang te bespeuren. Geen archaismen meer, weinig bastaardwoorden: soms nog wel een stroef vers en een verkeerde klemtoon, maar over 't algemeen rolt de rhythmus reeds met eene, zelfs aan Hooft niet volkomen eigen vloeiendheid.
De eerstvolgende dramatische werken van onzen Dichter kunnen hier onbesproken blijven. In 1625 zag de Palamedes het licht, waarover reeds als politiek stuk gehandeld is1), en dat overigens
1)Zie boven, XVII Eeuw, I D., bl. 260 vlg. Volgens een ‘Bericht, geplaatst achter een exemplaar van den Amersfoortschen druk van 1736, in 't bezit van Dr. G. Penon, zou het stuk ‘eerst in onrym ontworpen’ zijn door den Leidschen Hoogleeraar Meursius, ‘en wel op 't verzoek van den Hr. van der Myle, Barnevelts schoonzoon,’ en eerst ‘daer na door Vondel in rym gebracht’ Zie Penon's Bijdragen, enz., II D., bl. 139, noot 1. In hoeverre dit ‘Bericht’ waarheid bevat, moet nog worden onderzocht.[p. 229]geene dramatische waarde heeft. In hetzelfde jaar was ook de Amsterdamsche Hecuba verschenen, naar de Troades van Seneca vertaald, maar ‘by my alleen niet gerymt’, zooals Vondel in het naschrift op de ‘Verscheide Gedichten’ van 1644 zegt (bl. 405). Aan Seneca werd verder in 1628 de Hippolytus ontleend. Bij de beoordeeling van Vondel's dramatisch talent kunnen die navolgingen onbesproken blijven; maar het ware onrecht plegen aan den Dichter; zoo wij niet wezen op zijne groote verdienste als dichterlijk vertaler. Wie zich daarvan wil overtuigen, vergelijke Vondel's vertolking van de Troades met die van Westerbaen. De laatste moge nader bij het oorspronkelijke woord blijven, hij wordt verreweg door den eerste overvleugeld, waar het aankomt op kernachtige, poëtische wijze van zich uit te drukken. Vondel blijkt ook hier een meester, terwijl de Heer van Brandwijck een nauwkeurig liefhebber blijft.
Zeven jaar later (1635) volgde de Sofompaneas of Joseph in 't Hof, naar het Latijn van Huig De Groot, en eindelijk in 1637, ter inwijding van den nieuwen Schouwburg1), weder een oorspronkelijk stuk, de Gysbreght van Amstel, waarbij wij moeten stilstaan. Vooraf herinneren wij slechts, dat Vondel's opvatting van het drama nog niet was veranderd, ofschoon hij nu zeker met de voorschriften der school beter bekend was2).
In aanleg heeft dan ook de Gysbreght de grootste overeenkomst met Hierusalem verwoest: 't is geen drama, maar eene reeks van
1)Vgl. J.H. Rössing, De eerste vertooning van Gysbrecht Van Amstel. (Bibliotheek van Noord en Zuid 1885, bl. 5 vlg.)
2)Dit mag men opmaken uit het ‘Berecht’ vóór den Palamedes geplaatst, II, 344, waarin de dichters genoemd worden ‘uitbreiders van de gedachtenisse der naemhaftige helden, die door hunne verworven eer en onsterfelijcken naem en faem de nakomelingen ter deught aenprickelen, wanneer ze overweegen hoe
‘Voor d'onverwonne deught men wieroockgeuren queeckt,
En elck van zulck een' helt en Godt op aerde spreeckt.’[p. 230]brokstukken uit een epos, gelijk menig ander stuk van dezen dichter. Handeling zoo goed als geen; maar daarentegen overvloed van verhalen. Dit zal niemand verwonderen, die weet, dat Vondel hier eene navolging heeft geleverd van den tweeden zang der AEneis van Virgilius. Nu heeft men wel beweerd, dat dit treurspel juist daarom zoo voortreffelijk moest zijn, omdat het eene nabootsing is van een deel van een zoo uitmuntend epos; maar is dat niet even ongerijmd, als dat men beweerde, dat een driehoek uitnemend geslaagd was, die op de eigenschappen van den cirkel werd gebouwd?
Kan dit stuk dan al geen treurspel heeten, en maakt het op ons als drama weinig indruk, zoodat het hoogst bevreemdend is, dat het zich steeds op het tooneel heeft staande gehouden, al wordt het dan ook slechts een paar maal 's jaars vertoond, - men begrijpt toch, dat het de geestdrift der Amsterdammers van 1637 in hooge mate opwekte. Het was zeker geene ongelukkige gedachte daarmee den nieuwen ‘Schouwburg’ in te wijden. Die gedichten zijn ‘den volcke smaekelijck’, heet het in de opdracht, welke ‘saecken ververschen, die hunne Vorsten en voorouderen betreffen.’ Dit was o.a. gebleken, toen ‘de Drost van Muiden d' Amsterlanders en sijn geboortestad streelde, in Velsens treurspel, met de voorspelling van de Vecht’; en dit moest hier ook wel geschieden, waar de gevallen van Amsterdam ten tooneele gebracht werden en zijne toekomstige grootheid, die men beleefde, in statige verzen werd geschilderd.
Dat Hooft's genoemd treurspel den dichter van den Gysbreght voor oogen stond, is duidelijk. De voorspelling van Rafaël is wel eene navolging van de verschijning van Creuse's geest, maar zoer zeker onder invloed van die van den Stroomgod geschreven. En in 't begin van het eerste bedrijf wordt Gysbreght ons geschilderd, zoo als hij zich in het treurspel van den Drost voordoet: als de onschuldige, verleide, die zich nooit zoo diep in het verraad had willen steken als zijne makkers.
Er heeft hier wel lotswissel, ‘staetverandering’, zooals Vondel 't noemde, plaats, maar is het een tragische? Is de wegdrijving van den Heer van Amstel uit zijn ‘wettig erf’ een gevolg van eigen schuld? Neen, want de Grysbreght bij Vondel is vlekkeloos rein.
[p. 231]Een dramatische knoop is er eigenlijk niet: men kan dan ook redelijker wijze geen eigenlijke ontknooping verwachten. De Deus ex machina, Rafaël, maakt een eind aan het stuk, maar ontknoopt niets. En al deed hij het, dan zou zulk eene ontknooping toch de goedkeuring der toenmalige gezaghebbende Critici niet hebben weggedragen1).
Ook aan karakteristiek is niet veel gedacht. Gysbreght is de Pius AEneas: van hem wordt verhaald, dat hij dapper en zorgvol voor huisgezin en gemeente was; maar daarvan blijkt uit zijn eigen bedrijf niet veel. En Vondel had toen toch al uit de gesprekken met Vossius geleerd, dat dit eene fout was2). Alleen in het laatste tafereel, waar zijn held vrouw en kinders wil doen vertrekken, om zich onder het puin zijner stad te begraven, is eenige handeling. - Badeloch is de weeke, liefhebbende vrouw, beangstigd voor het lot haars echtgenoots, maar die zich in 't eind tot heldhaftigheid opwindt om niet van hem gescheiden te worden.
De persoonlijkheid van Gysbreght's gade behoort zeker tot de aantrekkelijkste van Vondel's figuren; maar zij treedt, buiten dit tooneel, niet handelend op, ja, staat zoo op den tweeden of derden grond, dat er voor diepgaande karakterschildering geen gelegenheid gelaten werd.
't Genot van dat laatste, inderdaad aandoenlijke tooneel, het, eenige, waarin dramatische handeling voorkomt, wordt ons thans nog vergald door den alledaagschen, burgermans toon, waarin het pathos zich uit3). Maar ook al ware dat niet zoo - en in
1)In het zoo dikwijls aangehaalde werk zegt Heinsius, p. 96: ‘Evenire solet, ut qui nodum nectit, mox eundem aegre solvat; interdum vero rei difficultate victus, prorsus abstinere se cogatur; sic poëta saepe nectit, quae aut nulla ratione aut non recte extricare potest. Huic rei usitatem solutionem invenêre, quam e machina dixerunt quae nec artis quicquam habet, et ut plurimum cum arte pugnat.’
2)Later schreef Vossius in de Institutiones Poëticae, L. II, Cap. XIII, p. 66: ‘Sedulo despiciendum, ne solum narrentur, quae agi et subjici oculis oportet. Nam, ut est apud poëtam Venusinum:
Segnius irritant animos demissa per aures
Quam quae sunt oculis subjecta fidelibus, et quae
Ipse sibi tradat spectator.’
3)Verg. boven, bl. 179.[p. 232]Vondel's tijd zal wel niemand zich daardoor bezwaard gevoeld hebben - eene enkele dramatische episode is niet genoegzaam om het gemis van tragische en zelfs dramatische eigenschappen in het geheele beloop van het stuk te vergoeden.
En toch beweert Vondel, in zijne opdracht aan Huig De Groot, dat hij het onderwerp niet alleen stoffeerde en bekleedde, ‘na de wetten, regelen en vryheyd der poësye’; maar ‘oock na de tooneelwetten, waer tegens (zegt hij) wy wetende niet en misdeden.’
Dat blijvend gebrekkig inzicht in de eischen der dramatische kunst moet ons verwonderen, daar de dichter thans denkelijk al kennis gemaakt had met de Electra van Sofokles, die in het jaar 1639 door hem vertaald werd uitgegeven. Hier had hem een beter licht kunnen opgaan. Electra, gedwongen hare moeder te verafschuwen, en naar haar dood te haken, als zoen voor den moord haars vaders, is eene tragische figuur. Maar daarvoor had onze Vondel geen oog: hij was nog te veel in 't net van den door elk geprezen Seneca1) verward. Immers als hij in de opdracht aan Tesselscha van de voortreffelijkheden van dit treurspel gewaagt, blijkt uit niets, dat hem het tragische in Electra's toestand getroffen heeft. Slechts dit zag hij er niet in voorbij, dat de straf op de misdaad volgt (III, 484). En dat schijnt hij toen reeds als een onmisbaar bestanddeel van 't Treurspel erkend te hebben, hoewel hij noch in den Gysbreght, noch in een der eerstvolgende stukken dien regel in practijk brengt.
Daarentegen moeten wij Vondel en de schrijvers van zijn tijd vrijpleiten van zekere ‘grove misslagen’, hun door eene onbedachte Critiek ten laste gelegd. Men verwijt hun, dat ze anachronismen begaan en tegen kostuum en zeden van den tijd zondigen. Voor onze dagen, waarin men het voorrecht heeft, dat het onderwijs allerwege zijne weldaden verspreidt, mogen dit langzamerhand gebreken worden; voor Vondel's publiek was dat anders. Men merkte dat niet op. Maar bovendien, had hij Romeinen, Joden of middeleeuwsche baronnen voorgesteld; denkend, sprekend en handelend zooals met de strikte oudheidsleer overeenkomstig was, hij zou daarmee zijne toehoorders koud gelaten
1)Heinsius, 1. c., pag. 120: ‘In Latinis Lucius Seneca mirifice excellit.’[p. 233]hebben1). De dramatische dichter, wiens personages door een gemengd publiek onmiddellijk moeten begrepen en gewaardeerd worden, is tot de schijnbare fout verplicht, zijne schepselen grootendeels in de gemiddelde ontwikkelingsvormen van zijn eigen tijd te doen optreden. Had Vondel b.v. in den Gysbreght niet het anachronisme begaan, het Amsterdam van de zeventiende eeuw te schilderen, hij zou waarschijnlijk weinig indruk gemaakt en weinig sympathie gewekt hebben voor de verwoesting van het visschersdorp van den jare 13042).
In 1639 volgde het treurspel De Maeghden, voorstellende den moord, door Attila op de H. Ursula en de elfduizend Maagden voor Keulen gepleegd. Grelijk Vondel met zijn Gysbreght de stad zijner inwoning verheerlijkte, droeg hij De Maeghden aan de stad Keulen op, als
‘Een klein bewijs van (s)ijn genegentheden
En groote zucht tot (s)ijn geboorteplaets.’
Van dit gedicht geldt al wat van den Gysbreght gezegd is: het is geheel in denzelfden smaak, maar veel onnatuurlijker en nog zwakker van samenstelling. De schildering van den Hunnenkoning moet als geheel mislukt beschouwd worden. 't Is, alsof Vondel de gebreken van het werk voelde, toen hij in de opdracht dezen regel schreef:
‘Dees stof kan ruim 't gebrek van geest vergoeden.’
De geest van Sinte Ursula, die al eene groote rol gespeeld heeft in de verdediging der stad, verschijnt ten slotte nogmaals in eene
1)Van Lennep, die deze ‘feilen’ en ‘grove misslagen’ nog in het Pascha veroordeelt (I D., bl. 124), plaatste zich op juister standpunt bij de beoordeeling van Adam in Ballingschap (X D., bl. 425), toen hij in overweging gaf ‘of, waar een schrijver, in een moderne taal, tot een modern publiek spreekt, hy zijn personaadjen een andere taal kan laten voeren en andere denkbeelden ontwikkelen, dan gangbaar en meest verstaanbaar zijn voor zijn lezers of toehoorders.’
2)Verg. ook: Jorissen, Palamedes en Gijsbrecht Van Amstel, Kritische Studiën. Amsterdam, 1879.[p. 234]wolk, - waarschijnlijk om die, welke voor Rafaël gemaakt was, nog eens te kunnen gebruiken, - en doet eene voorspelling van beter tijden, evenals dat in den Gysbreght plaats heeft.
De Gebroeders, ten zelven jare gedicht, en in 1640 in het licht gegeven, heeft een ander karakter1). In dit stuk, dat de geschiedenis schildert van den val van Saul's Huis, die men leest II Sam. XXI, vs. 1-14, is wel degelijk handeling, dat eerste vereischte van een drama; hoewel ook hier verscheiden al te lange verhalen aan 's dichters gewone manier herinneren. En toch is ook De Gebroeders eene mislukte tragedie. Wel komt er veel aandoenlijks in voor; wel stemt ons dat geheele uitroeien van den koninklijken stam, als zoen voor eene ongerechtigheid door Saul gepleegd, tot medelijden, en niet het minst de wanhoop der beide moeders, die haar geslacht zien te gronde gaan, maar dat is nog niet het echt tragische medelijden.
In de opdracht aan Prof. Vossius verklaart Vondel, dat dit treurspel het behartingswaardige aantoont der spreuk
‘Leert rechtvaerdigheit betrachten,
En geen Godheid te verachten.’
De misdaden van Saul worden geboet door geheel zijn geslacht, op Gods bevel en David's gehengen, die hier, in de opdracht, als de godvruchtige man bij uitnemendheid wordt voorgesteld.
Het stuk zelf daarentegen maakt een anderen indruk. Daarin valt bijzonder in het oog, dat de Hoogepriester Abjathar, onder schijn van Gods orakel te spreken, de zonen van Saul aan zijne persoonlijke wraakzucht opoffert, en dat David daartoe meewerkte uit vrees voor het verlies zijner niet geheel rechtmatig bezeten kroon. In 't algemeen wordt David geschilderd als een zwak, karakterloos, door priesters geregeerd Vorst, die blaakt van heerschen zelfzucht, maar alles onder den mantel van godsdienst bedekt. Alle glans daarentegen valt op zijne fiere slachtoffers en de twee overblijvende ongelukkige vrouwen.
Alles gewikt en gewogen, dan is er reden te vermoeden, dat wij ook hier met een tendenz-stuk te doen hebben, en dat de
1)Zie over dit stuk ook D.C. Nijhoff, Vondels Hecuba, Gebroeders en Maria Stuart, aesthetisch-critisch beschouwd. Utrecht, 1886.[p. 235]dichter de schrikkelijke gevolgen heeft willen schetsen van den haat van priesters of predikanten.
De geheele voorrede, zoo volkomen in strijd met den tekst, dien zij heet te verklaren, moet zeer zeker als bittere ironie worden opgevat. Tevens strekte zij den dichter tot schild om zich te vrijwaren tegen den wrok van hen, die hem om den Palamedes vervolgd hadden. Hijzelf schijnt op de ware bedoeling van het stuk te zinspelen in deze zinsnede (III, 638), wier beteekenis anders onverklaarbaar is:
‘Ick moet by deze gelegenheid ter loop aanvoeren, dat luiden, van geen geringe geleertheit en wetenschap, zich luttel met poëzije bemoeiende, by wylen al te naeuwe en strenge keurmeesters zijn, over deze kunst, en niet wel begrijpen, hoe die te teer en te edel zij om zulck een harde proef uit te staen, zouder een groot deel van haere aertigheid en luister te verliezen. Men moet haer inwilligen een voegelijck misbruik, of liever eene noodige vryheid.’
Thans mogen de drie stukken volgen, die de geschiedenis van Jozef ten onderwerp hebben.
Het eerste, Sofompaneas of Joseph in 't Hof, dat reeds in 1635 geschreven werd, laten wij buiten beschouwing, als zijnde ‘vertaalt uit het Latijn van zijne Excellentie Huigh De Groot.’ De beide anderen zijn, het eene den 11en, het andere den 23en van Wijnmaand 1640 gedagteekend. De Joseph in Dothan is evenmin als de Joseph in Egypten eene tragedie. Het eerste stuk is een gedialogiseerd tafereel van het verraad, uit nijd en afgunst aan Jozef gepleegd door zijne broeders. Wij hebben hier wel eene ‘bewegelijcke historie,’ eene aandoenlijke voorstelling van ‘de misverstanden en huisgebreken, gevoed door nayver van kinderen en gebroederen, aen d' eene, en d' onvoorzichtigheid en eenzijdigheid der ouderen, aen d' andere zijde, waer uit dickwijls groote ongelucken geboren worden;’ en dat alles is misschien geschikt ‘om yemants gemoedt, al waer het een steenrots, te vermurwen, en te verzetten,’ althans om er leering uit te trekken; maar het echt tragische ontbreekt er aan.
Ja, zelfs als drama zit deze schets van den triomf der meest alledaagsche gemeenheid slecht in elkander; terwijl bij de afwer-
[p. 236]king het platte realisme maar zelden door dichterlijke détails wordt vergoed1). Zoo als het daar ligt, moet het stuk een onbevredigenden, pijnlijken indruk achterlaten.
Ik weet wel, dat ter verschooning van Vondel kan worden aangevoerd, dat hij er in zijn tijd op mocht rekenen, dat de
1)Ik weet in dit opzicht nauwelijks iets anders aan te halen dan de toespraak, welke Joseph tot den Vrachtmeester houdt, die hem zoo even van Judas kocht, maar welke op dat oogenblik in zijn mond toch kwalijk past:
‘Och Ismaëller, nu mijn lot
My onder 't lastigh juck leert zuchten
Om troost en hulp tot Abrams Godt;
Gedenck hoe Ismaël most vlughten
Met Agar, dwars door 't gloeiend zant,
Zoo wijdt uit aller menschen oogen,
Daer kint en moeder waer door brant
Versmacht, indien het mededoogen
Des Engels, in die zwoele zon
Haer bey niet had te recht gewezen,
En met een koele en versche bron
Het moeders hart en 't kint genezen
Van dorst, veel feller dan de doot:
Weest zoo een Engel en behoeder
Van my, die op mijn moeders schoot,
En aen de borst der lieve moeder,
Verstreckte een lieve waarde vrucht,
Niet min als Ismaël de zijne;
Toen zy, vermoeit en afgezucht,
In dorre dorstige woestijne;
Hem leide in schaduw van de blaên,
En riep, een boogscheut afgeweken,
Godt zelf al heesch om bystant aen,
En kreet: wie kan dat hart zien breecken?
Waer op een trooster neergedaelt
Beloofde hare spruit te zeegnen,
Die nu zoo breet den adem haelt.
Zoo moet u heil op wegh bejeegnen.
Zoo zegen Godt uw' langen toght,
Als ghy voortaen een' vrygeboren,
Onschuldighlijck voor slaef verkocht,
Zult handlen, zonder wraeck of toren.
Och Ismaëller, druck mij zacht,
Gelijck een telg van uw gheslacht.’[p. 237]bijbelvaste toeschouwers zich het slot der geschiedenis, den eindelijken triomf van het slachtoffer, vanzelf zouden te binnen brengen. Hoe hij rekende, dat dit vanzelf sprak, en dat daardoor dan ook de geschokte gemoederen van de aanwezigen tot kalmte en berusting zouden gestemd worden, mag men opmaken uit zekere uitdrukkingen, die in de opdracht van het stuk aan Joachim Van Wickefort voorkomen, waar hij o.a. zegt (III, 731): ‘Wy zien hier, als in eenen klaeren spiegel, hoe Godts voorzienigheit zich hiervan ['t boven aengestipte] wel weet te dienen, tot uitvoeringe van zijn verborgen besluit, ten beste van 't menschelijck, inzonderheit van Abrahams geslacht, 't welck hij belooft hadde te zegenen, en te vermenighvuldigen, als de starren aen den hemel, en waer uit de Messias zou geboren worden.’ Van dit alles intusschen komt in het stuk niets voor, en dit ware toch volstrekt noodig geweest om door het stuk den gewenschten indruk te maken.
De eenheid van plaats is hier niet, die van tijd wèl in 't oog gehouden: ‘het treurspel begint met den dagh, en eindight na den middagh,’ zegt de ‘inhoudt;’ en dat is niet in 't voordeel van den beoogden indruk. Door de toespelingen op de voorkeur des vaders voor Jozef, op diens droomen en zelfverheffing, wordt de heftige wraakzucht der broeders niet genoegzaam gerechtvaardigd. Ware de partijdigheid van den ouden, ‘suffen’ Jakob den toeschouwers in feiten voor oogen gesteld; had men gezien, hoe Jozef's puritanisme hem verleidt om de tekortkomingen zijner broeders aan zijn vader te ‘verklicken,’ of hoe hij hen vernedert door het verhaal en de uitlegging zijner droomen, de oorzaak van 't gezette kwaad bloed zou ons duidelijker in het oog springen; te meer, omdat de dichter gelegenheid zou hebben gehad in enkele trekken de karakters van sommige van Jakob's zonen scherper te teekenen. Dit heeft nu geen plaats, en hij schetst ons alleen typen.
Simeon en Levi zijn in zeer algemeene omtrekken aangeduid: Judas en Ruben wat meer uitgewerkt; maar de volslagen zwakte van genen, de weifelende deugd van den laatste kunnen ter nauwernood op eenige individualiteit aanspraak maken. Binnen de aangewezen grens zijn zij met eene fijne stift geteekend.
De persoonlijkheid van Jozef is het zwakst van allen. Om dramatische sympathie te weken, is het niet genoeg, dat hij ons geroemd wordt als
[p. 238] ‘Een bloem, van zestien jaer, of naulix zeventien;’
als een,
‘Aen wien natuur bestede al haer bevalligheên
En gaven.’
De held moet nog iets anders zijn dan dat; maar vooral geen pedant, bedorven jongeheertje, dat zich boven al de zijnen verheven waant, en met de grootste naïeveteit er op pocht, dat Engelen hem den weg wijzen.
Die Engelen spelen overigens nog eene zonderlinge rol in het stuk: hun rei ‘spreekt de voorrede,’ en zingt de kooren, die, naar 't classieke voorbeeld, elk bedrijf besluiten.
Dat Vondel zelf wel voelde, dat hij meer een gedialogiseerd gedicht, dan eene waarachtige tragedie schreef, mag wellicht worden afgeleid uit de zinsnede, waarin hij zegt, dat het behandelde onderwerp zou kunnen treffen ‘onder 't spelen of lezen.’
Een drama is niet bestemd om gelezen te worden: men moet het op het tooneel genieten. Kan het die vuurproef niet doorstaan, dan is het geen drama. Het tooneelstuk heeft eigenschappen, die tot zijn wezen behooren, omdat en slechts zoolang het vertoond wordt; maar die voor andere zouden moeten plaats maken, als het alleen geschreven werd om gelezen te worden. Zulk een zoogenoemd dramatisch gedicht, dat evenwel naar de eigenschappen van het Drama streeft, is als kunstwerk altijd zwak. 't Is daarom ondoordachte wildzang, wanneer men van zoodanig werk beweert, dat het als tragedie niet onberispelijk, maar als dichtstuk onovertrefbaar schoon is. Wel kunnen er in zoodanig gedicht vele schoonheden van détail worden aangetroffen; maar 't springt in 't oog, dat dit tot de afronding van 't geheel weinig afdoet. Dat is slechts met een klein aantal plaatsen uit den Joseph in Dothan het geval, die ons door schildering en gedachte in verrukking brengen; want men kan het niet voorbijzien, dat de toon dikwerf plat is, en dat valsche smaak en bombast mede aan dit gedicht niet vreemd zijn.
De Joseph in Egypten is van beter allooi, ofschoon men dit stuk in onze dagen niet voor een volmaakt treurspel zal houden. Het behelst de voorstelling van den aanval, dien Potiphar's huis-
[p. 239]vrouw op den schoonen, kuischen Jozef deed, en hoe ze hem, toen hij haar versmaadde, bij haar gemaal aanklaagde, hem ‘gewelt en schennis te last ley,’ waarop de onschuld in de gevangenis werd geworpen.
Vondel had voor vele jaren, in 1628, den Hippolytus van Seneca vertaald; thans bracht hij een Bijbelschen ‘onverzierden Hippolytus’ op het tooneel, en meende, dat die ‘stichtelijcker’, dat is treffender, zou zijn dan de Attisch-Romeinsche. Die meening rustte op eene verkeerde opvatting van het tragische. Dat blijkt uit de opdracht van het latere stuk aan Joan Vechters. Zij, die den Hippolytus hadden zien spelen, heet het daar (III, 803), ‘lieten tranen, langs hunne kaecken, biggelen, over den ramp-zaligen val des onschuldigen jongelings, sneuvelende van den wagen, langs het strant, daer 't zeegedroght, opgeweckt door 's vaders vloeck en bede, opborrelende, en opbruizende, de paerden aen 't hollen broght: zeker een deerlijck onnozel erbarmenswaer-digh ongeluck.’
Dat was evenwel niet het meest treffende, zeker niet het meest tragische, in het treurspel. Wel dit, dat Fedra door allerlei oorzaken er toe gebracht wordt voor haar stiefzoon in onheilige min te blaken, en hem, als hij haar weerstaat, door eene valsche aanklacht den dood berokkent. Voorts dat zij, zich eindelijk bewust geworden van het afschuwelijke harer handelwijs, een eind aan haar leven maakt, en zoo de eeuwige Gerechtigheid verzoent. Het tragische zit niet in het ongeluk, dat den onschuldigen Hippolytus overkomt; maar in het noodlottige van den hartstocht van Fedra. Terecht heeft dan ook Racine, in zijne navolging, het stuk naar haar genoemd.
Dit zag Vondel over 't hoofd, toen hij meende, dat het genoeg was, als zijn held ‘uit kracht van zijn geloof en zijn godtvruchtigheit, vrywilligh, midden in een koninglijck hof, midden onder een ledigh lecker en jofferachtigh volck (dat in de roozen en violetten der vleiende wellusten tuimelde) de zoetprickelende lusten temde,’ en daardoor jnist ongelukkig werd. Dat noemde hij ‘stichtelijck;’ maar vergat, dat de ondeugd triomfeert, en dat de vrome Jozef in den kerker wordt gesmeten.
En toch is hier veel, dat den toeschouwer moest boeien en de fijnste snaren van zijn gemoed doen meetrillen. Niet de schildering
[p. 240]van den hoofdpersoon, die hoogst onbeduidend is, en zich slechts daardoor kenmerkt, dat hij is een ‘steen, die geenen treck tot Joffers gevoelde,’ en daarvan blijk geeft door wijdluftige godzalige redeneeringen. Het beliefde den Dichter hem ‘als een' zuiveren spiegel van onverzettelycke kuischeit, op te hangen, in de slaepkamer der jongelingen.’ Maar die volmaakte deugd, zonder eenigen strijd, die afwezigheid van menschelijken hartstocht of zwakte, maakt hem tot eene abstractie, weinig geschikt om ons te boeien1). Jempsar daarentegen is de ziedende hartstocht in persoon, of, wil men 't platter uitgedrukt, met Joseph's woorden,
‘Haer geile toght is heet,
Ja ziedt, gelijck een pot, alree aen 't verloopen.’
Maar zij is te veel de abstracte hartstocht. Zij heeft dit met de Phèdre van Racine gemeen. Hare geheele persoonlijkheid, hare individualiteit, blijft ons een gesloten boek: en omdat niets ons zelfs doet gissen, wat haar karakter dien plooi gegeven heeft, dat zij zich zoo geheel door hare drift laat meeslepen, daar bij ons van wraak of ijverzucht van Venus tegen Diana geen sprake kan zijn, als bij Euripides, - verbeurt zij onze sympathie. Het tragische medelijden ontkiemt niet. Intusschen waar het aankomt op schildering van den alles verteerenden gloed, daar blijft Vondel niet beneden den Franschen Dichter. Hooren wij Jempsar zelf in hare lyrische ontboezeming:
‘Al gaf my het geluck te dragen
Den scepter met den tullebandt,
En d' eigen kroon die Pharo spant;
Al zat ick op des Konings wagen,1)Aristoteles, Heinsius en Vossius, die bakens op Vondel's dramatische tochten, hebben zich allen tegen die absolute deugd verklaard. Intusschen kon Vondel zich toch op den laatste beroepen, die, t.a. pl., p. 61 wel zegt: ‘Optimae autem tragoediae sunt in quibus inducuntur personae, nec prorsus probae, nec plane improbae;’ maar er op wijst, dat het bij de Ouden toch niet altijd zoo is: ‘Aegysthus et Clytaemnestra, plane improbi; Electra bona inducitur.’
En ten slotte heet het dan: ‘Non putandum, peccare tragoedias, in quibus aliter fit quam Aristoteles praecipit: sed statuendum, ab eo praescribi optimam tragoediae formam.’[p. 241] Geëert als Koningin van 't lant;
'k Had tienmael liever te behagen
Uwe oogen, bruin als diamant,
Dan 's Konings oogen, en de zielen,
Die voor deze aerdsche Goden knielen,
En hen verheffen hoog in top.
Ick nam de kroon van mijnen kop,
En kroonde uw hooft met puick van stralen.
Een kus zou 't altemael betalen.
't Genot van eenen kus is meer
Dan al 't genot van staet en eer.’
Hooren wij haar verder in gesprek met hare voedster. Deze raadt haar voorzichtigheid:
‘Ay bindt, om slaven en gezin, uw toghten in.
Ick schrick voor uwen heer: wat, schaem u voor 't gezin.’
Jempsar.
Ick pas op eer noch schant, noch op mijn eigen leven.
De Min vervoocht het al.
Voester.
- Waer wort mijn kint gedreven
Van dolle razerny?
Jempsar.
Ay moeder, spreeck zoo niet,
Noch scheldt geen razerny mijn redelijck veidriet.
Uit rijpe reden wort mijn hartewee geboren.
Gemeene schoonheit magh gemeen vernuft bekoren,
Dat reuckeloos slechts ziet de dingen over 't hooft,
Of licht bestemt, 't geen 't oogh al blindeling gelooft;
Maer wie met oordeel mint, zal zich alleen vergapen
Aen eenigh puickschoon: tot verwondering geschapen;
Gelijck dit uitheemsch licht, dat leider al te kuisch
Vergult gewelf en zael van ons gezegent huis:
En dunckt het u dat ick noch revel zonder reden?
Bezie den Jongeling, van boven tot beneden,
Hoe vrouw Natuur aen hem te kost leide al haer' schat.
Wat wraeckt uw oordcel hier? Wat wenscht ghy anders, dat
Niet strax tot misstal streckt? Wat rots wort niet bewogen?
Nooit zagh een valck in 't hof zoo wacker uit zijn oogen,
Die oogen, daer de min, gezeten op zijn' stoel,
Het alles brant en blaeckt, en blijft zelf koudt en koel.
Het hooge voorhooft schijnt een glans van zich te spreien.
Men ziet het blonde hair zijn locken aertigh zweien,[p. 242] En zwieren over neck en over schouders heen.
In 't aenzicht gloeit de verf. Wie zagh ter weerelt leên
Van maecksel zoo volmaeckt, zoo net, zoo evenmatigh?
De mont (die 't zeggen dorst) te stemmigh, en te statigh,
Zou yet vrijpostigers vereischen, 't geen een' mensch
Van zulcke jaeren voeght; zoo had ick al mijn' wensch;
Zoo zwom ick in een zee van allerhande volheit.
Ay moeder, noemt ghy noch uw dochters liefde dolheit?
Och Joseph, Joseph, och de reden leert het my,
Dat ick u minnen moet, al schijnt het razerny.
Voester.
Dit queeckt uw koorts: is 't vreemt dat ghy zoo lang blijft quijnen?
Jempsar.
Gelijck langs eene beeck de bloemen schooner schijnen,
Daer 't water over drijft, zoo schijnt zijn eedle geest
Zijn ziel wel ruim zoo schoon, door 't lichaem, schoon van leest,
Waer in met overlegh dees kiesche geest quam daelen,
En flikren, eveneens gelijck verdroncke straelen,
In mynen, en gelaet, en voeghlijckheit, en al,
Wat yegelijck bekoort en treckt, met zulck een val,
Dat hy zich meester maeckt van vrouwen en van heeren,
En waert is niet een huis, maer rijcken te regeeren.
Och Joseph, Joseph, och, de reden leert het my,
Dat ick u minnen moet, al schijnt het razerny.
Voester.
Ghy zijt te krachtig en hardneckigh in 't verbeelden.
Jempsar.
De hemel overgoot met overmaet van weelden
Dit huis, geduurende 't voorzichtige beleit
Van dat lieftalligh kint. Het weeligh veldt ontzeit
Ons vruchten noch gewas: de dienaers en de knaepen
En slaven spoên hun werck: mijn heer magh veiligh slaepen,
Op Josephs wackerheit: de Koning en al 't hof
Onthalen Potiphar met ongemeenen lof.
Hier hapert niets, dan dat wy hem vergeefs beminnen,
En hy te krygel valt, en al te stijf van zinnen,
In 't weigren van mijn bede, en dagelix verzoeck.
Voester.
Zoo keer uw' slaef den neck met een verdienden vloeck.
Jempsar.
Och Joseph, laet mijn vloeck veel eer my zelve treffen,
Dan uw alwaerdigh hooft, het welck ik wensch te heffen
Tot aen de starren toe; te kranssen met een' krans
Gevlochten van mijn hair, met uitgelezen glans.[p. 243] Wie haet zijn eigen hart, of wordt 'er op verbolgen?
Wanneer de zonnebloem vergeet de zon te volgen
Met loncken; wanneer haer verdriet 't geliefde licht
t'Aenschouwen, met een zoet en minnelijck gezicht:
Dan zal ick dien Hebreeuw, mijn lief, den neck toe keeren.
Een aengewende min valt lastigh te verleeren.
Voester.
't Valt licht te haten, die ons gunst en vrientschap haet.
Hy blijft toch even schuw, en vliedt u, waer ghy gaet.
Jempsar.
Te feller wort mijn vier door 't weigren aengesteecken.
Voester.
Gelijcke liefde kan gelijcke liefde queecken.
Jempsar.
Gelooftme in 't geen ick voel: de liefde in haer bejagh
Is heetst op 't wildt, 't welck zy niet achterhalen magh,
En heeft min treck tot iet, dat macklijck wort gevangen.
Begeerte groeit te meer, door 't vierige verlangen.
De min is haer geen ernst, die om het afslaen suft.
Rechtschape dapperheit wort niet zoo licht verbluft.
Voester.
Ghy kocht dien knecht voor slaef: wat lief hebt gy verkoren!
Jempsar.
Zwijg stil: verkleen hem niet: gy moordt mijn ziel door d'ooren:
Wat zwerft 'er menigh heldt, dien 't aen geluck ontbreeckt,
Maer niet aen stam noch deught: al wat in Joseph steeckt
Gelijckt niet slaefs, maer heers: dat zweemsel en die gaven
Getuigen, hoe hy nam zijn oirsprong uit de braven:
Doch 't zy zoo 't wil, ick wensch voor zijn slavin te gaen.
Geluckigh waer de vrouw, die onder hem moght staen.
Voester.
Het minnende oogh vergcpot die dingen zonder oordeel,
Acht alle droomen waer, en rekent schade voordeel.
Mevrouw, 't is valsche waen, die uw verstant misleit.
Verkies een veyligh padt: geloof niet watze zeit.
Al gaf hy schoon gehoor, zoo leert uw staet u duicken,
Ghy mooght de jongeling niet openbaer gebruicken,
Maer steelswijs, en ter sluick, en ergens in een' hoeck,
En met een hart vol schrix.
Jempsar.
Dat is al 't geen ick zoeck.
Gesloke min smaeckt zoetst, in duistre en diepe holen:
Daer leeft men by den nacht: daer glimmen Venus kolen
Met levendiger gloet, dan by den lichten dagh.’[p. 244]Ondanks de lange aanhaling durf ik nog een wijl gehoor vragen voor haar onderhoud met Joseph in het vierde bedrijf.
Jempsar.
‘Ondancbre Jongelingk, hoe lang zult ghy gaen pratten
Op dat verganklijck schoon, en zoo veel rijcke schatten,
Als vrouw Natuur aen u te dartel ley te kost.
Natuur had beter zulck een werckstuck noit begost,
Of het begonnen beelt verwaarloost op te maecken:
Naerdien 't niet anders doet dan pijnigen, en blaecken
De harten, die het vangt door d' oogen. 'k Vloeck dien dagh,
En uur, en oogenblick, dat ick u eerstmael zagh.
Joseph.
O Schepper, is 'er iet behaeghelijcx geschapen
In my, waer aen een vrouw haer glori zou vergapen,
En leef ick eenigh mensch tot weerwil en verdriet,
En tegens 't hart; men wijt het den onnooslen niet:
Uw schepsel draegh geen schult, 'k ben van u afgegoten
Op zulck een vorm, gelijck uw wijsheit had besloten.
Jempsar.
Ghy zorght vast voor mijn eere, en weigert my mijn' lust.
De lust ga boven d'eer, zoo d'eer oit wert verkust.
Joseph.
De hitte van de lust gaet effen voor 't gevoelen,
Hoe korte weelde smert; maer eer die lust aen 't koelen
Geraeckt, waerdeert men, wat verlies van naem en eer
Zou gelden, kreegh men d'eer om gout of traenen weêr.
Jempsar.
Ick heb mijn tranen ja mijn oogen al verkreten,
Verkreten, maer vergeefs.
Joseph.
Het werdt my niet geweten.
Jempsar.
Met reden: ghy alleen zijt oirzaeck van mijn quael.
Joseph.
Wat hoor ick, dagh op dagh, niet eens, maer hondertmael.
Jempsar.
Getroost u, 't heeft een endt, 'k berey my om te sterven,
O onmedoogent gast.
Joseph.
Hoe kan ick u bederven
Met my, om 't snoot genot van...[p. 245] Jempsar.
Hoe, wat noemt ghy snoot?
Dat ick u waerdigh acht t'omhelzen in mijn schoot?
Te biên dien verschen mont? Die vriendelijcke wangen?
Deze oogen, die zoo zeer niet naer den dagh verlangen
Als om uw aengezicht t'aenschouwen 's morgens vroegh?
Noemt ghy dit snoot genot? En heeft hy breins genoegh,
Die aengebode min zoo schimpigh gaet versmaden?
Joseph.
De min, beroit van hooft, laet zich van niemant raden.
Al 't voordeel, dat men treckt uit wellust is gering,
En meer niet dan een dolle en vuile prickeling
Van 't lijf, terwijl 't gemoedt vast wroeght door 't overwegen.
Dat 's al het voordeel, zet me hier al 't nadeel tegen.
Het overspel begaet terstont een dubble smet,
Besmet 'er twee: 't ontwijdt en scheurt het heiligh bedt,
Vol onrust, vol krackeel: de weerga haet heur gade,
Behaeght den boel alleen, en gaet met hem te rade:
d' Onwettige erfgenaem geraeckt in 't wettigh goet:
De vader mist zijn kroost, en twijffelt aen het bloet:
Het achterdenken groeit: de twist doorkruipt de leden
Van 't maeghschap: in het kort, het houwelijck bouwt steden,
Gelijck het overspel ('t welck God en mensch zich belght
Al slaet men 't in den wint) die in den gront verdelght,
Door moort en vyandt chap, al razende en bezeten;
En sleept de rampen na, gelijck een lange keten
Haer schakels. Is 't dan vreemt, dat alderhande liên
En tongen, in dit stuck, met wetten zich voorzien?
Jempsar.
Wat wetten de Syriers, Hebreen, Arabers hebben,
Of wy, ick achtze als ragh, en dunne spinnewebben,
Daer ruischt de groote door, de kleene kleeft 'er vast.
Mijn wellust zy mijn wet. Wat niemant anders past,
Past my, die zich van wet noch recht laet overkraeien:
Men leeft hier op zijn hoofsch.
Joseph.
Zoud ghy uw heer zoo paien?
Jempsar.
Men velt geen vonnissen op ongegront vermoên.
En most mijn heer op 't naeuwste eens rekeninge doen,
Het stont dan t'overzien, hoe hy zich had gedragen.
Wat doen de mannen niet, dat zy geen vrouwen vragen?
De rechter zuiver zich van 't zelleve gebreck,
Verdient het zulck een' naem. Wie leeft 'er zonder vleck?[p. 246] Joseph.
Ghy waert om hals, quam hy op 't stuck u overvallen.
Jempsar.
Zoo storf ick om de min, de zoetste doot van allen.
Mijn zinlijckheit waer my die suickre doot wel waert,
En waer heeft oit de doot rechtschape min vervaert?
Wat vreesselijcke doot kan ware liefde scheiden?
Al blijft het lichaem hier, de zielen zelfs geleiden
Malkanderen beneên, in 't onderaertsche veldt,
In 't vrolijck mirtebosch: daer kust men, daer vertelt,
d'Een d'ander zijn fortuin, en eerste sluickeryen:
Daer wordt men weder maeght: daer leert men weder vryen,
Als waer het noit geschiedt: daer lacht een zaligh dal.
Men treckbeckt onbenijt als duiven zonder gal.
Men brandmerckt niemant daer met lasterlijcke namen;
Noch 't heet 'er overspel, zoo twee uit min verzaemen,
Al wisselt men zomtijts uit zinlijckheit van lief,
Dat draeght alleen den naem van vrientschap en gerief.
Het beurt 'er dagh op dagh: men volght daer in de wijze.
't Is een verandering en lust naer versche spijze:
Naerdien een zelve kost de gasten walgen doet:
Ja 't grofste lasterstuck wort met een kus geboet.
De wetten worden nu de vrouwen voorgeschreven
Van mannen, die toch zelfs om wet noch regel geven.’
En als hij steeds blijft weigeren, werpt zij zich aan zijne voeten:
‘Ick val voor uwe knien, en offer aen dees voeten
Dit lichaem, en dees ziel bereit haer schult te boeten,
Door zulck een doot, als een wanhopende betaemt.
Wat draeit ghy 't aengezicht, zoo schuw, en zoo beschaemt,
Van mijn gezicht? Ay, zet de schaemte een poos ter zyden.
Want schaemte niet vermagh, vermoge 't medelyden
Met een die sterven moet en kan, om uwent wil.
Ay, wisch mijn tranen af.
Joseph.
Doortrapte krokodil,
Laet los, laet los: ghy moort met dit bedrieghlijck steenen.
Jempsar.
Hartneckige, ô wat hoon! Hartneekige, ga henen,
Ga hene met dien roem van zulck een morgenstar,
Voor wien ghy d'oogen sluit. Ga melt nu Potiphar,
Hoe mannelijck, hoe kuisch zich Joseph heb gequeten;
Op dat het eeuwigh my in 't aenzicht werd verweten,[p. 247] Van hem; hoe Jempsar, verontwaerdight van haer slaef,
Zich hebbe, voor al 't hof, ten toon gestelt zoo braef:
Maar neen, ghy zult noch zoo uw' moedt aen my niet koelen.
Ghy hebt mijn min versmaet, ghy zult mijn wraeck gevoelen.
Ick weet die schantvleck wel te decken met een' schijn
Van eerbaerheit: ick zelf zal in de voorhael zijn.
Och Voester, slaven helpt: ô wie verhoort mijn klaghten.
Helpt slaven, Voester helpt: een slaef wil my verkrachten.
Och Potiphar, sta by: och Voester, help uw vrouw.
Waer blijft nu al 't gezin? Is niemant my getrouw?
Daer vliedt hy: och hy vliedt. Wat moght mijn kermen baten?
Dat is die koele knecht: hy heeft my 't kleet gelaten;
Tot een getuigenis. Ghy slaven jaeght hem na.
Och, leit my aen een zy, tot dat dit overga.’
Ik heb te eer dit geheele tooneel afgeschreven, omdat er niet alleen Jempsar's hartstocht in geschilderd wordt met gloeiende kleuren, maar ook tevens om hare volslagen bedorvenheid te doen uitkomen. Als Joseph, door Potiphar voor schuldig gehouden, wordt veroordeeld, gaat zij bedaard nieuwe minnarijen te gemoet! Waar is in dit alles het tragische? Waar de verzoening der gemoedsaandoeningen?
't Is waar, de slotrei luidt:
‘Hoe menighmael bedrieght de schijn.
De trouw kan nergens veiligh zijn.
De nare kercker, ysre keten,
En lasteringe op 't alderboost
Verwacht te hoof de deught: wiens troost
Bestaet in Godt en 't goet geweten.
Z'omhelst haer lijden met gedult,
Terwylze boet een anders schult.’
Maar bij menigeen mocht die ‘troost’ niet opwegen tegen het lot, der onschuld beschoren; en hoe kon dit heeten ‘de jongkheit waerschuwen?’
En wat de karakterteekening betreft, daarin staat dit stuk nog beneden het voorgaande. De vergelijking met den Hippolytus, waaraan menige plaats herinnert, doet dit nog duidelijker uitkomen.
Een jaar later verscheen de Peter en Pauwels. Zonderlinger stuk dan dit zoogenaamde treurspel is niet te bedenken.
[p. 248]Eerst komen de geesten van Simon den toovenaar en Elymas uit ‘den helschen gloet’ opduiken, om Rome tegen de Apostelen op te zetten. Als Simon zijne geschiedenis aan zijn vertrouwde verhaald heeft, roept hij ‘al den drommel’ van geesten op, om hem behulpzaam te zijn.
‘d'Aerde loeit, en t'sidderend barst van een,
Nu braecktze zwavelvier, en roock, en stof, en steen.
Daer zijnze.’
Na deze helsche vertooning wordt men op eenmaal onder de vrome Christenen verplaatst. Nachtelijke bijeenkomst van twee bekeerde vrouwen, die de beide gevangen Apostelen willen verlossen. Dan de kerker, waarin Peter en Pauwels wederkeerig hun hart aan elkander uitstorten en treuren om 't geen zij in vroeger tijd jegens Christus misdreven hebben. De beide vrouwen dringen tot hen door en trachten hen te bewegen de gevangenis te verlaten en zich in de catacomben te bergen: de deuren staan open en de wacht slaapt. De Vaders weigeren uit eene soort van godsdienstige verbijstering. Zij wenschen den dood, en haken naar de rust in 't hemelsch paradijs. Met geweld voeren de vrouwen hen mee.
Het tweede bedrijf brengt ons te midden der heidensche wereld. De ‘aertsofferwichelaer’ en de ‘moeder der nonnen van Vesta’ beklagen zich, dat Nero den ouden godsdienst laat vervallen: hij heeft geen eerbied voor het heilige, baadt ‘zijn onzuiver lijf’ in ‘de bron van Mars,’ en schoffeert de Vestalen. Zij schrijven dit toe - hoewel de samenhang niet duidelijk is, - aan den invloed der Christenen, en besluiten den Keizer tot strengheid tegen deze aan te zetten.
't Hof des Keizers. Nero heeft eene geestverschijning gezien: 't was Simon, die het leven van Simon Petrus van hem eischen kwam. En als nu de Abdis der Vestalen denzelfden eisch doet, geeft de Keizer gereedelijk toe.
In het derde bedrijf komen de ontvluchte Apostelen naar Rome terug: zij zoeken den dood. Christus is hun op weg verschenen, zijn kruis dragende; en op de vraag: waarheen? heeft hij geantwoord:
‘Dat gaet naer Rome, om my noch eens te laten kruissen.’
Zij zien daarin het bevel om zich in zijne plaats ter dood te laten brengen. Waren de vrouwen, toen zij hen terugzagen, ver-
[p. 249]baasd, niet minder 's Keizers Opperste, aan wien zij eenige episoden uit hun leven verhalen. Hij laat ze wegvoeren om hen ten bloede te doen geeselen.
In het buiten eenige verhouding korte vierde bedrijf worden beiden ter dood verwezen: Paulus, als Romeinsch burger, tot het zwaard, en Petrus tot het kruishout. Hij verzoekt met het hoofd naar beneden gekruisigd te worden, tot straf voor zijne verloochening van Christus, hetgeen hem wordt toegestaan.
In het vijfde bedrijf is Nero krankzinnig geworden, zonder dat men vat, hoe dit met de overige gebeurtenissen samenhangt. De schimmen van al de slachtoffers van zijnen bloeddorst vervolgen hem. Als Agrippa hem heeft weggevoerd, komen de vrouwen aan Linus, ‘Sint Peters nazaet,’ het verhaal der terechtstelling van de martelaren doen.
Wie ziet niet, dat dit stuk eene verheerlijking beoogt der hoofdhelden van de Roomsche Kerk, vooral van Petrus, die bijzonder gevierd wordt; - maar wie zoekt hier niet te vergeefs naar een treurspel, zelfs naar een in zijne deelen samenhangend kunstgewrocht? Het verbaast ons dan ook niet, dat dit stuk nooit vertoond is1).
Het duurde vijf jaar, eer een nieuw tooneelwerk het licht zag, de Maria Stuart of Gemartelde Majesteit, met welks plan de Dichter echter al eenige jaren omging2). Dit treurspel bevat een gedialogiseerd tafereel van de laatste levensuren, en een verhaal van den dood der Schotsche koningin, die niet alleen als volkomen schuldeloos, maar als eene heilige martelares van het Geloof wordt voorgesteld. Vondel wilde schilderen
‘Hoe de nicht van Henderick den zevende
(Dewijlze in errefrecht en godsdienst niemant zwicht)
Tyrannigh wort tot stof gemalen van haer nicht.’
Wij staan niet stil bij de ontleding van dit stuk, dat alleen als politiek pleidooi de aandacht verdient, maar luttel dramatische waarde heeft. Vondel voelde zelf, dat dit treurspel niet voldeed
1)Verg. Brandt's Leven van Vondel, bl. 60.
2)Zie hierover het vroeger aangehaalde proefschrift van D.C. Nyhoff.[p. 250]aan de wetten, die hij reeds herhaaldelijk als geldig had erkend, hoewel hij in hare practijk dikwijls faalde. Hier wordt immers een schuldeloos offerlam gekeeld; en hij wist, dat dit geen tragische stof was. Ziehier, hoe hij zich daaromtrent in de opdracht, die, zooals gewoonlijk, tot voorrede dient, uitlaat (V, 434):
‘De tooneelwetten lijden by Aristoteles naulicks, dat men een personaedje, in alle deelen zoo onnozel, zoo volmaeckt, de treurrol laet spelen; maer liever zulck eene, die, tusschen deughdelijck en gebreckelijck, den middelwegh houde, en met eenige schult en gebreken behangen, of door een' hevigen hartstogt, of misverstant, tot iet gruwzaems vervoert wert: waerom wy, om dit mangel te boeten, Stuarts onnozelheit en de rechtvaerdigheit van haere zaeck met den mist der opspraecke en lasteringe en boosheit van dien tijdt benevelden, op dat haer Christelijcke en Koningklijcke deughden, hier en daer wat verdonckert, te schooner moghten uitschijnen.’
Twee opmerkingen. Vooreerst: hier en elders beroept Vondel zich op schrijvers van gezag, die ‘tooneelwetten’ gesteld hebben. Hij streefde er naar, die wetten te eerbiedigen; maar, gelijk wij reeds opmerkten, uit niets, 't allerminst uit zijne dramatische werken, blijkt ons, dat zijn eigen kunstgevoel hem de wetten van het Tragische Drama had geopenbaard.
Ten anderen, is het tweede gedeelte van zijne redeneering niet duidelijk. Zal zij iets beteekenen, dan moet de laster de deugden der Koningin zóó beneveld hebben, dat de toeschouwer minstens aan het twijfelen raakt; maar als door den laster heen de deugden der heldin te schooner komen uit te blinken, hoe kon dan het kunstmiddel dienen om het erkende ‘mangel te boeten?’
Eindelijk zij er nog op gewezen, hoe hier weder blijkt, dat Vondel eigenlijk in den lijdenden persoon, ‘die de treurrol speelt,’ de tragische figuur ziet. Dat is wel soms het geval, maar in het moderne drama althans is niet zelden de tragische persoon tot aan de ontknooping toe triomfeerend, in plaats van lijdend. Ook daar, waar de botsing van verschillende hartstochten of de strijd tusschen neiging en plicht hem in zekeren zin als lijdend doet voorkomen, is er altijd een slachtoffer zijner drift, dat veel meer lijdt in stoffelijken zin. Het tragische medelijden - men kan dit niet genoeg herinneren - is niet dat, hetwelk door zoodanige
[p. 251]smarten wordt opgewekt; maar dat, hetwelk de held inboezemt, voor wien wij sympathie of ontzag hebben, doch van wien wij met zekerheid voorzien, dat zijn eenzijdige hartstocht hem zal verlokken tot eene daad, die hem zelf te gronde moet richten, omdat de eeuwige Gerechtigheid zich niet ongestraft laat bespotten. Die schrik en dat medelijden alleen zijn waarlijk tragisch, omdat zij tot berusting en kalmte leiden. Dat heeft Vondel maar duister gevoeld, en daarom mist hij zoo dikwerf zijn doel.
In het jaar 1647 zag een nieuw tooneelspel het licht1): de Leeuwendalers. Het is een gelegenheidsstuk, ter viering van den Munsterschen vrede geschreven. Men mocht daarom wanen, dat het een zuiver politiek drama is, vol van de gebeurtenissen des tijds; maar men zou zich bedriegen. Wel is de staatkundige achtergrond duidelijk merkbaar; maar het is Vondel's talent gelukt, dien zoodanig in de schaduw te houden, dat hij een boeiend tooneelspel kon leveren.
Hij koos den vorm eener pastorale, een ‘landspel,’ zooals hijzelf het noemde; en daarbij maakte hij gebruik, zij het ook een matig gebruik, van Italiaansche voorbeelden. Zoowel herinneringen aan den Aminta van Tasso als aan den Pasto Fido van Guarini hebben hem bij het schrijven van de Leeuwendalers voor den geest gezweefd.
Ik heb vroeger2) beweerd, ‘dat Vondel het hoofddenkbeeld van dit stuk aan Rodenburg's Trouwen Batavier ontleende.’ Dit maakt niet volkomen duidelijk, wat er gebeurd is. Het kan niet worden betwijfeld, of Vondel het stuk van zijn voorlooper heeft gekend. Hij ontleende daaraan niet slechts de namen van Heereman en Vrederijck; maar ik geloof niet te ver te gaan, wanneer ik zeg, dat Rodenburg hem op het denkbeeld gebracht heeft om eene
1)Gewoonlijk, ook door Van Lennep, wordt dit stuk op het jaar 1648 geplaatst. Toch bestaan er twee in-4o uitgaven van Abraham de Wees, die het jaartal MDCXLVII dragen. Merkwaardig is het, dat op sommige exemplaren van een dezer drukken achter het jaartal een I is bijgedrukt, zoodat het MDCXLVIII wordt. Beide uitgaven, ook een exemplaar met veranderd jaartal, zijn voorhanden in de rijke Vondel-bibliotheek van den Hr. J.H.W. Unger te Rotterdam.
2)Tweede uig., II D., bl. 44, 62.[p. 252]Italiaansche Pastorale op vaderlandsche toestanden toepasselijk te maken. Dit alleen verklaart ons, hoe hij er toe kwam om dezen idyllischen vorm te kiezen; iets waartoe anders bij hem geene enkele aannemelijke aanleiding kan worden uitgedacht.
In Italië was de idylle evenals het comische drama de openbaring van verzet tegen eene prozaïsche, afgeleefde, onnatuurlijk conventioneele maatschappij1). Het comische verzet was zoo natuurlijk mogelijk: het andere daarentegen niet vrij van ziekelijke gemaaktheid. Bij ons te lande was het comische drama meer een teeken van gezond verzet tegen het sentimenteele, hoog-romantische op het tooneel dan in de maatschappij. En zoo Hooft zich aan eene navolging van de pastorale waagde, dan was het wellicht, omdat hij zich onder den invloed van Tasso en Guarini had leeren ergeren aan onze nuchtere, prozaïsche levensopvatting, zonder eenige ideale verheffing; maar waarschijnlijker nog liet hij zich alleen meeslepen in het zog der Italiaansche hoofsche mode. Want wie zijner tijdgenooten voelde de noodzakelijkheid van zulk een
1)‘L'idillio era il riposo di una società stanca, la quale, mancata ogni serietà di vita pubblica e privata, si rifuggiva ne' campi, come l'uomo stanco cercava pace nei conventi..... L'idillio italiano non è imitatione, ma è creazione originale dello spirito..... I popoli, come gl'individui, nel pendio della loro decadenza diventano nervosi, vaporosi, sentimentali. Non è un sentimento che venga dalle cose, ciò che è proprio della sanità, ma è un sentimento che viene dalla loro anima troppo sensitiva e lacrimosa......
Accanto al comico e al romanesco si sviluppa il sentimento idillico, con tanto più forza quanto la società era più artificiata e raffinata. L'idillio si presentava come contrasto tra l'onore e l'amore, tra la città e la villa, tra le leggi sociali e le leggi della natura. Naturalmente è l'amore o la natura che vince. La felicità posta nell' età dell' oro, cioè a dire fuori de' travagli e delle agitazioni della vita reale, nel riposo o tranquillità dell' anima, la vita rustica con quelle belleze della natura, con quella vita di godimento semplici, con quella spontaneità e ingenuità di sentimenti era quel naturale contraposto di un mondo convenzionale, che senti nell' Aminta e nel Pastore di Erminia. L'ideale poetico posto fuori della società in un mondo pastorale rivelava una vita sociale prosaica, vuota di ogni idealità. La poesia incalzata da tanta prosa si rifuggiva, come in un ultimo asilo, ne' campi, e là gli uomini di qualche valore attingevano le loro inspirazioni; di là uscirono i versi del Poliziano, del Pantano, del Tasso.’ Storia della Letteratura Italiana di Francesco de Sanctis, terza edizione (1872) vol. II p. 174, 196.[p. 253]idyllisch tegengif tegen de richting van de Hollandsche samenleving? Rodenburg zocht in dezen vorm, zoowel als in zijn heroïsch tooneelwerk, misschien een waardigen tegenhanger tegen de meer en meer in den volkstoon verwilderende klucht, evenals dit in Italië had plaats gehad1). Maar voor dergelijk sentimentalisme was de bodem hier niet geschikt, en de proeve slaagde niet.
Wat kon Vondel zoovele jaren later nopen een onderwerp aan dit blijkbaar niet populaire genre te ontleenen? De maatschappelijke toestand van zijn tijd gaf er geene aanleiding toe, en de gelegenheid, waarvoor hij schreef, weert vanzelf het vermoeden, dat hij geleid werd door het motief, dat Rodenburg's pen bestuurd had. Ik durf zeggen, dat de strekking van het stuk wel degelijk het vermoeden wettigt, ‘als zou vrees om links of rechts iemant te hinderen of zijne overtuiging te moeten verbloemen, hem afgehouden hebben van het betreden eens staatkundigen bodems’2). Daarom was hem de vingerwijzing welkom, die het stuk van Rodenburg hem gaf, om onder den dekmantel van het herderskostuum zijne wenschen uit te spreken. Rodenburg heeft, zooals Alberdingk Thijm het uitdrukt3), ‘den Pastor Fido, uit de verte en met hoogst nuchtere tusschenvlechting van Hollandsche toespelingen gevolgd.’ Ik geef om de zaak zoo duidelijk mogelijk te maken, den inhoud van 't oorspronkelijke en de navolging in de noot4).
1)‘Come la commedia a soggetto era il pascolo della plebe, il dramma pastorale era il grato trattenimento delle corti, che ci trovavano un linguaggio più castigato e predicatore di virtù fuori di ogni applicazione alla vita pratica. Perciò, come la commedia divenne sempre più licenziosa e plebea, il dramma pastorale prese aria cortegiana, e quel mondo semplice della natura si manifestò con una raffinatezza degna delle nobili principesse spettatrici.’ De Sanctis, l. 1. p. 197.
2)J.A. Alberdingk Thijm, in De Gids 1879, I D., bl. 337, wiens woorden ik aanhaal, is van eene tegenovergestelde meening.
3)T.a. pl., bl. 336.
4)De inhoud van den Pastor Fido komt hierop neer:
Een edel herder, Aminta genaamd, was door Lucrina, de wonderschoone,
Ma senza fede a marviglia e vana,
bedrogen. Hij had Cinthia om wraak aangeroepen, en zij zond dood en verderf onder de Arcadiërs. Men raadpleegde het Orakel, en dit verklaarde, dat het onheil kon worden afgewend, als Aminta de ontrouwe nimf, of eene andere van denzelfden stam, in hare plaats, aan Diana offerde. Maar Aminta verkoos liever zichzelf dan haar te dooden. Door die opoffering getroffen, benam Lucrina zich met hetzelfde staal het leven. En nu beval Diana, dat men jaarlijks eene vrouw of jonkvrouw zou offeren, waarvoor zich echter een plaatsvervanger uit hetzelfde land mocht stellen.
Ten slotte wordt het Orakel op nieuw geraadpleegd, en op de vraag, wanneer die schrikkelijke plaag zou ophouden, had het geantwoord:
‘Non avrà prima fin quel che v'offende,
Che duo femi del ciel congiunga Amore;
E li donna infedel l'antico errore
L'alta pietà d'un Pastor Fido ammende.’
Montano, priester der Godin, en afstammeling van Hercules, door dit orakel opgewekt, bewerkte, dat zijn eenige zoon Silvio plechtig verloofd werd aan Amarilli; eenige dochter van Titiro, die van Pan afstamde. Maar de bruigom had alleen hart voor de jacht, en wilde van liefde niets weten. En Amarilli werd vurig bemind door den herder Mirtillo, die doorging voor een zoon van den herder Carino, een Arcadiër van geboorte, maar die sedert geruimen tijd naar Elis verhuisd was. Zij, van haren kant, beminde hem evenzeer, maar durfde er niet voor uitkomen, uit vrees voor de doodstraf, waarmede de wet elke vrouwelijke ontrouw bedreigde. Maar ook Corisca was op Mirtillo verliefd: zij haatte natuurlijk hare medeminnares, en hoopte door haar dood Mirtillo aan zich te kluisteren. Zij weet eene samenkomst der gelieven in eene grot te bewerken. Door een Satyr verraden, worden zij beiden gevangen genomen, en Amarilli, die hare onschuld niet kon bewijzen, werd ter dood veroordeeld. Mirtillo wilde voor haar sterven, hetgeen de wet toeliet. De Priester Montano geleidde hem, zooals zijn ambt meebracht, ter dood, toen Carino, die hem ging opzoeken, toevallig ter plaatse kwam. Hij beminde hem als zijn eigen zoon. Om hem van den dood te redden trachtte hij te doen uitkomen, dat de jonge man een vreemdeling was, en dus niet gerechtigd om voor een ander te sterven. Maar zonder het te willen bracht hij daarbij aan den dag, dat zijn Mirtillo eigenlijk de zoon van Montano was. Deze, wanhopig dat hij zijn eigen kind ter slachtbank moest voeren, verneemt van een blinden wichelaar de ware beteekenis van het orakel: dat er nu een eind zou komen aan de ellende van Arcadia, zooals voorspeld was. Men zag nu in, dat Amarilli niemand anders dan Mirtillo kon huwen. Intusschen had Silvio, meenende een hert te treffen, Dorinda, die hem de vurigste liefde toedroeg, gewond, en door die omstandigheid veranderde zijne natuurlijke ongevoeligheid in liefdevol medelijden, ja liefde. Intusschen genas de wond gelukkig, en daar Amarilli met Mirtillo gehuwd was, mocht nu ook Silvio zijne Dorinda huwen. Ten slotte krijgt de berouwhebbende Corisca vergiffenis voor 't geen zij misdaan had, en wijkt in de schaduw terug.
En nu de navolging. Ik ga het stuk, dat zeven bedrijven heeft, niet in alle bijzonderheden na, maar stip slechts dat aan, wat ter vergelijking met het landspel van Vondel kan dienen, waarbij ik mij gemakshalve bedien van den ‘inhoud,’ die vóór het spel geplaatst is. De ontrouw eener vrouw, door twist en bloedstorting gevolgd, was oorzaak geweest, dat Diana zoo in toorn werd ontstoken, ‘dat zy om Batavia te plaghen een al vernielende Pest zonde door 't gansche land. Daerbeneven datmen alle jaren heur opofferen zoude een Bataefsche maeght. De Batavieren overvallen zijnde met deze ellenden, verzochten meedoogen aen den Hemel, en door lange ootmoedige bede antwoorden 't Orakel dit navolgende:
‘Batavia niet eer en zult ghy zien op houwen
De wreede droeve straf daer ghy meed zijt gheplaeght,
Voor datter twee uyt liefd in Echte t' zamen trouwen
Oock beyd' van Hemels bloed: en g'lijck ons heeft mishaegt
D'ontrouw van Petronel, en dat verstorte bloedt
Een ander door herts trouw die Vrouws ontrouheyd boet.’
‘Nu wasser niemand in Batavia te vinden als Heereman, Hoogh-priester van Diana, afspruytende van Hercules, en eenen Zeeg-heer, van Pans afkomste, d'een hebbende een zoone, Woud-heer, en d' ander een dochter Orania, waer over deze twee vaders, ghenegen wezende tot het Vaderlands ruste, besloten het huwelijck, en verbonden Woud-heer en Orania in beloften om in d'echt te treden.
Den voorzeyden Heereman had noch een zoone ghehad, Woud-heer ghenaemt, wezende d'eerste ghebooren, welcken zone hy had verlooren in 't jaer 1574, ten tyde als den Spangiaert Leyden beleghert hebbende, en heur Hoogmo. de Heeren Staten Generaal, beneven zijn Extie de Prins van Orangie, tot ontzet vande Stadt de Land-scheyers-dijck hadden laten doorsteken, met een springhvloed, welcke ebbe mede nam een driftich wieghsken: waer door Heereman zijne zoone verloor. 't Zelve wieghsken werden aenden oever vanden Rijn ghevonden met het kindeken, door eenen Vrede-rijck, die 't kind berghden, en vermits hy 't vond in een wieghsken van Cypreschhout gemaeckt, noemden 't kind Cypriaen, en voeden 't op ghelijck zyn eyghen.
't Was nu zo, dat alhoewel het huwelijck met Woud-heer en Orania gheraemt was, dat Woud-heer gheen beweghingh van liefde hadde, maer zich alleen vermaeckte in 't jaghen en 't waeyen. Ten zelven tijde was Cypriaen door zijn ghewaende, of ghevonden vader Vrederijck ghezonden om zijn studie te vervolghen te Leyden, en 't ghebeurde dat Orania op den tweeden October, als de vertooninghen aldaer gheschieden vande belegeringe en ontzet der zelver stede, vanden Haghe te Leyden was ghekomen, om die wonderbare wercken en ghenade Godes speel-wijs afghebeeld te zien.’ Zoo maakten zij kennis, en hij werd terstond smoorlijk op haar verliefd. Ook zij werd hem genegen, maar omdat zij met Woud-heer verloofd was ‘weer-liefden zy hem heymelijck, maer zonder 't zelve hem te laten blijcken.’
Intusschen had Woudheer ook zijne koelheid afgelegd en had zich tot weerliefde laten bewegen door zekere juffer Theodora, die hem beminde.
Ten gevolge van een samenloop van omstandigheden, door eene jaloersche medeminnares verwekt, wordt Orania onschuldig ter dood verwezen. Cypriaen, dat vernemende, ‘begheeft zich ter dood in heur plaats, ende schenkt heur 't leven, als trouwe liefdens blijck. En gebrocht zijnde ter plaetse waer de offerhande zoude geschieden, quam daer by ghevalle Vrederijck, die vindende zijn ghevonden zoone Cypriaen in doodts noodt, begheerde voor hem te sterven. D' Hoogh-priester onderzoekende het stuck, ontdeckt dat Cypriaen zijn eyghen zoon was, met groote verheugingh, dies hy huwt met Orania en Theodora met Woud-heer: waer doort orakels voorzichte volbrocht was, en Batavia bevrijdt vande peste, en het op-off'ren van een maeght alle jaer.’[p. 254]Zien wij thans, hoe Vondel zijne taak heeft opgevat, door do omtrekken te schetsen der handeling, die in een denkbeeldig ‘Leeuwendael’ voorvalt.
Bij zeker tumult hadden Warandier, een zoon des Woudgods, en Duinrijck, een zoon van Pan, die den vrede wilden herstellen, het leven ingeschoten. Sedert dien tijd waren de Noord- en Zuidzij
[p. 255]der streek, ‘door haet en nijt gedeelt,’ en voerden onophoudelijk strijd: de Zuidzij onder Lantskroon, de Noordzijde onder Vrerick, die beiden den titel van ‘Heerschappen’ dragen. De eerste heeft Warandier's zoon Adelaert als zijn kind aangenomen en opgevoed. Duinrijck's weduwe was op de vlucht gegaan, en gestorven, nadat zij eene dochter had ter wereld gebracht, die, door hare zoog-
[p. 256]moeder Kommerijn te vondeling gelegd, van den Heemraad der Noordzij, Volkaert, gevonden, en door de zorg van Grooten Vrerick, onder den naam van Hageroos, was groot gebracht.
De landzaten boeten hunne misdaad door jaarlijks, op het gebod van Pan's priesteres, een jongeling, door het lot aan te wijzen, aan den moordlust van zekeren vervaarlijken ‘Wildeman’ prijs te geven. Dat offer zou eerst ophouden, en aan het wederzijdsch krakeel een einde komen, als het dubbelzinnige orakel vervuld was, dat zei: ‘wanneer de wilde boog Pan zelf micke naer zijn hart.’
Dat die duistere orakeltaal door niemand wordt verstaan, spreekt vanzelf.
Inmiddels zijn twintig jaren voorbij gegaan, en Hageroos is tot eene schoone jonkvrouw opgegroeid. Dat Adelaert op haar verliefd wordt, is niet te verwonderen: meer misschien, dat zij preutsch en hooghartig den minnaar afwijst, die haar te voornaam is door
[p. 257]zijne geboorte en ons wat te sentimenteel-poëtisch lijkt. Zelfs als hij haar, die op de jacht door een kinkel aangerand was, ontzet, is zij wel dankbaar, maar weigert hem toch hare wedermin. Evenwel die koelheid is misschien meer gemaakt dan waar: in allen gevalle
‘Z' ontveinst haer minne, en weet zich wonderlijck te wachten.’
Terstond na die weigering krijgt Adelaert de tijding, dat het lot hem heeft aangewezen als slachtoffer van den Wildeman, en hij is gelukkig weldra van den last des levens bevrijd te zullen zijn. Hageroos daarentegen is diep bedroefd. Maar nog heeft hare maagdelijke fierheid de overhand, en zij slaat de bede van Heereman, den Heemraad der Zuidzij, af, om den Wildeman in hoogtijdsdos, met muziek en wijn en lekkernijen te gemoet te gaan, hem dronken te maken en in slaap te sussen; ofschoon als hij tot den volgenden dag doorronkte, het gevaar voor Adelaert zou geweken zijn, daar slechts één dag in 't jaar voor het offer bestemd is.
Lantskroon is diep ter neer gedrukt: hij wil een ander in 's jongelings plaats gesteld, of nog eens overgeloot hebben. Zijne smart is inderdaad aandoenlijk; maar Vrerick verzet zich daartegen en dringt aan op 't brengen van het aangewezen offer. Eindelijk geeft Lantskroon toe, omdat anders de Wildeman allen mocht in 't verderf storten, terwijl buitendien
‘Godtvruchtigheit verbiedt de Godtheit te verkorten.’
Adelaert is in zijn lot getroost. De Wildeman genaakt en maakt zich onder eene snorkende toespraak gereed den jonkman te doorschieten: daar komt Hageroos aangevlogen en plaatst zich vóór haar minnaar. Zij bekent nu, dat ze hem lief heeft en haar leven voor het zijne wil ten offer brengen. 't Is een liefelijk tooneel, als de een den ander van den dood wil redden; 't doet denken aan een dergelijk voorval in den Floris en Blancefloer. De Wildeman is op het punt van beiden te doorschieten; maar ziet, daar verschijnt Pan en zegt:
‘Hou op, o Wildeman: gehoorzaem ons gebeden:
Ontspan den wilden boogh; nu mickt ghy naer ons hart.
Het huwlijck van een paer, geteelt uit Ackergoden,
Vereenigh' Leeuwendael, na zooveel twist en smert.’[p. 258]Kommerijn, ter goeder uur uit den vreemde teruggekeerd, lost het raadsel op, door te verhalen wiens kind Hageroos is. Nu blijkt, dat het duistere orakel vervuld werd, want
‘Dees maeght is 't hart van Pan, haer grootvaer en behoeder.’
De gelieven worden dan vereenigd; Lantskroon jubelt in de herstelde eensgezindheid, en besluit:
‘Ick stel my heden in, gelijck een Vredevader,
Op dat men haet en nijt, als in een graf, bedelf,
De Noortzy blijf voortaen een vryheit op zich zelf,
Zyn Heemraet onderdaen. Dat Volkaert daer regeere
Ten beste van het volck, en twist en onheil keere.’
En ten slotte, dank aan God,
‘Die in verlegenheit zijn kinders redden kan,
Hen zegent, na den vloeck, en op der vromen bede,
Door lanttwist baert den wegh tot rust, en pais, en vrede.’
Men ziet bij den eersten oogopslag, dat Vondel, ofschoon hij alles behalve eene navolging van Guarini's stuk gegeven heeft zooals Rodenburg bedoelde, toch een aantal trekken aan den Pastor Fido ontleend heeft; maar tevens, dat er in de Leeuwendalers ook bijzonderheden voorkomen, die niet in deze bron gevonden worden.
Hij was er het denkbeeld aan verschuldigd van het jaarlijksch zoenoffer; van een dubbelzinnig orakel; van jongelieden, die afstamden van de Goden; van een geheimzinnig opgevoed kind; van den strijd der gelieven om voor elkander te sterven; eindelijk van de verlossing van het land uit de ellende door een huwelijk.
Maar bij Vondel is het niet de jonkman, die afkeerig is van het meisje, maar juist andersom. Hoe kwam hij aan die omgekeerde verhouding? Zij werd hem aan de hand gedaan door Tasso's Aminta, waaraan hij ook het incident ontleende van de aanranding van Hageroos op de jacht en hare verlossing door haren minnaar, zoowel als de verandering, die ten slotte in het gemoed der halsstarrige schoone plaats grijpt1).
1)Ziehier ter vergelijking een zeer beknopt overzicht van den inhoud van den Aminta.
Aminta, een herder, die van kindsbeen af zijn hart gehangen heeft aan de nimf Silvia, wordt juist daarom van haar niet weder bemind, maar gehaat; want, zegt ze, ‘odia la mia onestate.’ Zij was onvatbaar voor de liefde; haar eenig genot was de jacht:
‘Il mio trastullo
È la cura dell' arco e degli strali;
Seguir le fere fugaci, e le forti
Atterrar combattendo.’
Nu gebeurde het, dat Silvia bij de bron van Diana door een Satyr verrast en aan een boom gebonden werd, zoodat haar het ergste te vreezen stond. Ter goeder uur komt Aminta haar te hulp en verjaagt het monster. Hij had nu, meende hij, gegronde hoop, dat Silvia met dankbare liefde die hulp zou vergelden; maar hij bedroog zich, en dit bracht hem tot volslagen wanhoop. Hij vernam weldra, dat zij op de jacht door wolven verscheurd was; en door smart vermeesterd, wilde hij haar niet overleven, maar stortte zich in een afgrond. Hij was intusschen door een valsch gerucht misleid: Silvia was niet dood, maar had zich door de vlucht gered. Van hare gezellin Dafne verneemt zij het ongelukkig uiteinde van den herder, en nu doet het medelijden haar haat in liefde veranderen, en zij besluit dan op hare beurt zich te dooden om haar ongelukkigen minnaar in het volgende leven te troosten. Vooraf wil zij zijn lijk begraven. Maar in het dal gekomen, waar Aminta zijn einde zou hebben gevonden, blijkt hij nog te ademen. Door struiken was zijn val gebroken, en daardoor de afloop niet doodelijk geweest. Als Silvia zich op zijn lichaam neerwerpt en hem hartstochtelijk liefkoost, worden daardoor zijne levensgeesten weer opgewekt; en men begrijpt, dat het stuk besloten wordt door het huwelijk der beide gelieven.[p. 259]De twee, als drama geheel onvoldoende Italiaansche herdersspelen1) mogen Vondel de gegevens tot zijn ‘Lantspel’ geleverd hebben, ‘hij heeft met een alvermogend meesterschap die gegevens tot een geheel verwerkt’2), tot een meesterlijk schoon tafereel,
1)Fr. de Sanctis zegt in zijne Storia della Letteratura Italiana, terza edizione, Vol. II p. 190: ‘L'Aminta non è un dramma pastorale e neppure un dramma. Sotto nomi pastorali e sotta forma drammatica è un poemetto lirico, narrazione drammatizata, anzi che vera rappresentazione, come erano le tragedie e le commedie e i così detti drammi pastorali in Italia.’
En p. 200: ‘Il Pastor Fido è così poco un dramma come l' Aminta, anchorchè ne abbia maggiore apparenza nel suo meccanismo. Ma la sua vita organica è quelle medesima dell' Aminta, suo specchio e sua reminiscenza, e tutti e due sono poemi lirici, narrazioni, descrizioni, canti, non rappresentazione. Le situazioni drammatiche si sviluppano fuori della scena, e non te ne giunge sul teatro che l'eco lirica.’
2)J.A. Alberdingk Thijm in De Gids, 1879, I D., bl. 343.[p. 260]dat hij daarenboven in eene geheel andere, eigenaardige lijst plaatste1).
Het valt licht in te zien, dat hier eenheid van gedachte wordt aangetroffen niet alleen, maar ook meer gang dan in de meeste tooneelspelen van onzen dichter2). Deels is daaraan de aantrekkelijkheid van het stuk toe te schrijven; maar zeer zeker ook aan de levendigheid, waarmee de beide hoofdpersonen, Adelaert en Hageroos, geteekend zijn. Vooral de laatste is zeer natuurlijk: een flink karakter, vol gevoel van eigenwaarde; en zoo hare preutsch-heid hier al niet voldoende gerechtvaardigd is, zij gaat op de geleidelijkste wijze in opofferende liefde over. Maar er komt ook nog dit bij, dat werkelijk, zooals Verwijs in de inleiding op zijne uitgave van het stuk zei: ‘Vondels landspel onder zijne hand geheel nationaal is geworden: de handelende personen, het landschap, de beelden zijn zuiver Nederlandsch, al heet dan ook het stuk in Arcadië te spelen, en al moge de invloed der Italiaansche
1)Eene nauwkeurige vergelijking van de Leeuwendalers met de genoemde Italiaansche gedichten, zal doen uitkomen, dat Dr. Jan Ten Brink den Pastor Fido niet duidelijk voor den geest had, toen hij in De Gids van 1864, IV D., bl. 121 schreef: ‘Dat Vondel Aminta tot model zijner Leeuwendalers bezigde, zal.... moeyelijk te ontkennen zijn.’ Minder juist is dan ook de voorafgaande beschouwing (bl. 117): ‘Schoon het even gemakkelijk is aan te toonen, dat Vondel zoowel den Aminta als den Pastor Fido voor oogen had, toen hij zijne Leeuwendalers bewerkte, is de overeenkomst met het eerste kunststuk sprekender, dan de toevallige aanrakingspunten met het tweede (?!). De hoofdfiguren van den Aminta staan in het naauwste verband met de Hageroos en den Adelaert uit de Leeuwendalers. De hopelooze liefde van Aminta en Adelaert en de kokette afkeer van Silvia en Hageroos zijn op dezelfde wijze gemotiveerd, mocht de ontknooping om de verschillende oekonomie der beide herderspelen ten eenemale uiteenwijken.’ Van Helten, die in zijn: Iets over den Italiaanschen oorsprong der Leeuwendalers (Tijdschr. voor Nederl. taal- en letterk. II, bl. 61 vlg.) de drie herderdrama's vergelijkt, komt dan ook tot het besluit, dat Vondel's schepping in hoofd- en bijzaken, karakterteekening en bewerking, in elementen der fabula, in uitdrukkingen en voorstellingen herhaaldelijk aan Guarini's, zelden aan Tasso's tooneelwerk herinnert.
2)Van Lennep getuigt, Vondel, V D., bl. 676, dat onder alle tooneelstukken van Vondel ‘er wellicht niet een is, dat, als drama beschouwd, het in voortreffelijkheid wint van (dit) stuk..... niet een, dat zoo in allen deele aan de vorderingen der Kunst voldoet.’[p. 261]school op enkele plaatsen doorschemeren.’ Dat de toon geheel anders is dan bij de zoetsappige Italianen, valt ook sterk in het oog.
Maar het puntige ontleende het stuk toch aan de herinneringen, die het opwekte. Men verwondert zich misschien, dat de politieke toespelingen zoo gering zijn in dit gelegenheidsspel, en de overeenkomst tusschen werkelijkheid en poëzie zich schijnt te bepalen tot den gestoorden en herstelden vrede en de vrijverklaring der Noordzij. Maar de staatkundige beteekenis steekt meer in den geest dan in de feiten van het stuk. Dit zal vooral uitkomen, wanneer wij het oor leenen aan de gesprekken, tusschen de wederzijdsche Heemraden en Heerschappen gevoerd.
Vondel kon zich niet te veel in de historie van den nu besloten oorlog verdiepen, omdat hij, na zijn overgang tot de Roomsch-Katholieke Kerk, daaromtrent geheel andere denkbeelden was gaan aankleven dan die hem bij het schrijven van zijn Pascha bezielden; omdat hij thans ‘noch voor de helden van den vrijheidsoorlog, noch voor de zaak, welke zij hadden voorgestaan, de geringste sympathie voelde’1).
Noch de zegen van de bevochten onafhankelijkheid, noch die van de verworven gewetensvrijheid kon dus met gloeiende kleuren door hem worden gemaald. Maar met den vrede op zichzelf kon hij ingenomen zijn, en jubelen over het ophouden van de rampen, die de oorlog baart. En dit thema heeft hij dan ook aangegrepen en op voortreffelijke wijze dramatisch aanschouwelijk uitgewerkt.
In eene voorafspraak, die door losheid van toon uitmunt, wijst hijzelf de allegorie in zijn stuk aan:
‘Hoe dit kleine Leeuwendael
Durf heel Neerlant overschreeuwen,
Dat met wapenen, vol leeuwen,
(Nu getoomt, en mack, en tam)
Brullende te velde quam.
Lantskroon houde 't woort van Spanje,
Vrerick ga hier voor Oranje,
Heereman van genen kant,
Volckaert hier, voor Staet van 't lant,
Dat gereten aen twee deelen,
Zuidt- en Noortzy hoort krackeelen.’1)Van Lennep in Vondel's Werken, V D., bl. 678.[p. 262]Maar hij wenschte, dat men niet te diep in die allegorische beteekenis zou omsnuffelen: men mocht er venijn uit trekken1). Er komt in het stuk vrij wat voor, betrekkelijk het verschil van inzicht tusschen de aristocratische Staten-partij en den aanhang der Stadhouders: dit te doorgronden kon aanleiding geven tot een wanklank in de algemeene harmonie. Maar het was niet het ergste. Voor den dichter immers zou het gevaarlijker zijn, als men er zijne vrij wat on-Nederlandsche gedachten uit opdiepte.
En daartoe behoefde men niet eens lang te zoeken. Vooreerst blijkt al spoedig, dat hij de oorzaak van den strijd in geen zeer edele beweegredenen zocht. Als Vrerick toch van de ‘ondanckbre tijden’ gewaagt, zegt Lantskroon:
‘Ondanckbaer wel te recht voor veel genoten goet,
In pais, die neering baerde, en weelde, en overvloedt,
Die baerden hovaerdy, verwaent en trots, en smadich:
Zo quam de tweedraght voort, en bijster en baldadig;’
en dit wordt hem door niemand tegengesproken.
Dan springt het in 't oog, dat de uitslag van den oorlog den dichter maar weinig bevredigde. Zijn ideaal was blijkbaar gelegen in een huwelijk tusschen Zuid en Noord, en niet in die ‘Vryheit op zich zelf’, welke in zijn drama zonderling uit de lucht komt vallen. Zijne vooringenomenheid met de mannen van het Zuiden blijkt niet minder uit de rollen, die hij hunnen vertegenwoordigers in het stuk toedeelt. Zoo de boeren van weerskanten elkander niet veel te verwijten hebben, de Heemraad der Zuidzijde is met vrij wat schooner kleuren gemaald, dan die van 't Noorden; maar vooral wordt Lantskroon veel flinker en edelaardiger voorgesteld dan Vrerick. Diens grootste verdienste ligt in hetgeen hijzelf aldus uitdrukt:
‘Mijn naem is rijck van vreê: 't is vrede al wat ick wensch.’1)In de opdracht zegt hij: ‘Honigbijën zullen uit deze bloemen niet dan honigh en neckter zuighen. Indien by ongheval een spinnekop hier venijn uit trecke, het komt by haeren aert, niet by de bloem toe. De Voorredenaer zal het wit van dit werck ontvouwen. Wie hier te diep in verzinckt, en neuswijs in alle personaedjen, vaerzen en woorden, geheimenissen zoeckt, zal ze er niet visschen.’[p. 263]Datzelfde wenschen ook Lantskroon en de zijnen: maar aan de Noordzij houdt men meer het eigen-, dan het algemeen belang in 't oog. Men oordeele:
Lantskroon.
‘Mijn Heemraet Heereman wenscht hartelijck om vreê.
Vrerick.
Mijn Heemraet Volckert wenscht uit al zijn hart dit meê.
Lantskroon.
De vroomsten onder ons zijn oock tot pais genegen.
Vrerick.
De slimsten onder ons versteuren zulck een' zegen.
Lantskroon.
De slimsten onder ons zijn van geen' beter aert.
Vrerick.
De baetzucht treckt genot uit 's anders qualijckvaert.’
Welnu, 't is aan de Noordzij, dat ons die baetzucht geschilderd wordt; b.v. in dit gesprek:
Volkaert.
‘Wat zoeckt ghe, rust of twist, en altijt wint te breecken?
Zoo raeckt men niet gelijck; zoo wort geen dorp geredt.
Warner.
Hoe roept men dus om vrede? Ik kan den vrede missen.
Het spreeckwoort zeit: in troebel water is 't goet visschen,
Want geen krackeel zoo klein, men haelt 'er voordeel uit.
Waer slagen vallen, valt gemeenelijck goe buit.
Volckaert.
Zoo woudtghe om eige baet den pais wel eeuwigh derven,
Al zou 'er jaer op jaer een lanst of tien om sterven?
Warner.
Men sterft maer eens. Wie sterft, die is zijn' kost gekocht....
Men vint' er meer dan ick, die passen wat te hebben.
Een ieder vlamt op winst. De spinne spint haer webben
Om winst: om winningh vlieght de bye naer beemt en bosch.
Om loutre winningh zit de vliegh op koey en ros;....
Om winningh loopt de kat uit muizen in het velt.
Als ick 'er vet by wordt, wat roert my wien het geldt.’
De Catsiaansche beelden zijn niet zeer edel, maar passen volmaakt in den mond, die den laatsten regel uitspreekt.
Dit staaltje is genoegzaam om te doen zien, waar 's dichters sympathie was. De Katholieke Zuidzij trekt zijn hart. Het Noorden
[p. 264]wordt met eene vrij wat zwarte kool geteekend. Geen woord van de opofferingen, die men zich daar getroost, van de verdrukking, die men verduurd had; geen zweem van ingenomenheid, zelfs niet met de staatkundige zijde van 't geschil. De verhevenste, edelaardigste gevoelens komen aan de Zuidzij voor; en geen wonder, Adelaert is de pleegzoon van Lantskroon, den rechtmatig gekroonden Heer dezer landen: een edele aard is alleen het erfdeel van wie eerbied heeft voor de Majesteit van den Spaanschen Monarch.
Het stuk was kort voor het sluiten van den vrede, waartoe de onderhandelingen lang sleepten, tot stand gekomen, en werd na de afkondiging van het verdrag, zoowel reeds vóór als na de officieele feestviering van 5 Juni, vijf maal kort achter elkander vertoond1), maar verdween toen van het tooneel. Men beschouwde het dus als een gelegenheidsstuk, zonder meer: de echt dramatische en dichterlijke eigenschappen, die het boven het gewone peil doen uitmunten, werden over het hoofd gezien. Of deed de Spaansche geest, die er in doorstraalde, het van het répertoire schrappen?
Dat Vondel zich in dit tijdperk zijns levens meer en meer tot de hoogte van den dramatischen dichter wist te verheffen, blijkt niet slechts uit de Leeuwendalers, maar ook uit het treurspel, dat kort daarop, in 1648 het licht zag: de Salomon, na het zooeven behandelde stellig het beste van Vondel's tooneelstukken, die wij vooralsnog leerden kennen2). De hoofdgedachte is dramatisch en tragisch, ofschoon die eigenschappen bij de bewerking grootendeels verloren gingen, omdat de dichter zich te angstig aan de Bijbelsche overlevering hield.
Salomon, door voorspoed en weelde opgeblazen, ‘verslingerde al te jammerlijck op Koning Hirams dochter, hier Sidonia genoemt’ (Inhoudt), en wel zoo, dat hij zich liet verleiden om aan de Godin Astarthe te offeren, ‘waer over Godt met een onweder van gramschap tegens hem uitborst,’ en door den Profeet Nathan hem oorlog, verwoesting en ellende, tot straf zijner misdaad, liet aankondigen.
1)7, 11, 14 Mei; 2 en 23 Juli 1648. Zie het opstel van C.N. Wybrands in de Dietsche Warande, X D., bl. 423 vlgg.
2)In zijn geheel afgedrukt in: Penon's ‘Nederl. dicht- en prozastukken.’ IV, bl. 183 vlg.[p. 265]‘In dit treurspel wort geen bloet, maer [eene] groote ziel gestort,’ heet het in de opdracht aan Joost Baeck; en de oorzaak van dien val wordt aldus geschetst (V, 609):
‘Het misbruick van Godts overvloedige gaven, de wellust, en begeerte tot verbode schoonheden teelen zulck eenen oegst van schrickelijcke jammeren, en leveren stof om dit treurtooneel te stichten op dien deerlijcken afval des allergezegensten Konings, die naulix Godts tempel volbouwt en geheilight hebbende, zich zelven door het bewieroocken der afgoden, en d' allergruwzaemste offerhanden zoo lasterlijck ontheilighde.’
Wie ziet niet in, dat dit het thema kon zijn van een zeer treffend treurspel? Maar dan moest een krachtig koning voor ons optreden, in den bloei der jaren, beheerscht door een onbedwingbaren hartstocht, waaraan hij eindelijk willens en wetens, onder den invloed van Sidonia's lonken, en voortgezweept door zijn overmoed, zijn God en zijn geloof ten offer brengt; om dan, tot bezinning gekomen, van zijn geweten aangeklaagd, door de profetie van den Godsgezant verpletterd te worden.
Maar in steê van zulk een koning, in staat alle tragische snaren in onzen boezem te doen trillen, hebben wij te doen met een zwak, nietswaardig Vorst, die hoogstens een alles behalve tragisch mededoogen, maar niet de minste sympathie opwekt. Hij is afgeleefd en niet meer voor de regeering berekend:
‘Zijn hoogen ouderdom zoeckt rust. De Vorst wordt ouder,
En zwack, en onbequaem tot zulck een lastigh pack.’
Zoo schildert hem een zijner vertrouwden, het hoofd zijner lijfwacht. En die grijsaard is verliefd. Dat is op zichzelf reeds eer comisch dan tragisch. Door zijne zinnelijke drift loopt hij aan den leiband eener uitgeleerde coquette, en van den anderen kant laat hij zich kneden als was door den Hoogepriester Sadock. Hooren wij hemzelf:
‘Hoe beeft mijn hart! Wat raet? Ick drijf verbaest in 't midden
Van Godt, en afgodt. Och, wien staet my aen te bidden?
Te wieroocken? Helaes, wat zijde kieze ik nu?
Een worrem knaeght mijn hart, van Sidons godtheit schuw;
En ondertusschen blaeckt de Min het onder 't knagen.
Hoe kan men Sadock en Sidonia behagen,
Al t' effens? Wie van bey zal Salomon gebiên?’[p. 266]Behoeft men zich nu te verwonderen, dat die man, nauwelijks een man meer, wankel is als de zee, en dan eens belooft den wensch zijner geliefde te vervullen, om weldra, zonder veel kamp, aan Sadock het tegendeel te beloven, en ten slotte evenwel toch, na allerlei nietige uitvluchten, in de zonde te vervallen? Even natuurlijk is het, dat hij op één donderslag ineenkrimpt, en zich voorts van zijne onderzaten laat beschimpen. Eindelijk, als Nathan hem de les leest:
‘Hy gaet verstomt naer binnen.’
Het is wel niet noodig op andere zwakheden van het stuk te wijzen, b.v. op de gerekte theologische redeneeringen, die het geheele eerste bedrijf vullen, of op de lange verhalen, die als versiering bedoeld, juist eene tegenovergestelde werking hebben. Dit is bijzaak, terwijl in de hoofdzaak deze tragedie reeds blijkt niet aan de eischen van de Kunst te voldoen. En dit hoofdgebrek wordt niet weggecijferd door de erkenning, dat de typen van den zwakken, weifelenden koning en der behendige sirene goed zijn geschetst. Karakters in den eigenlijken zin zijn het niet; en in allen gevalle zou zelfs daardoor de tragedie als zoodanig niet worden gered.
In 1654 verscheen de Lucifer. Na den Gysbreght is dit stellig het meest bekende, althans het meest besproken van Vondel's tooneelstukken. Sedert geruimen tijd heeft zich bij onderscheiden Critici de overtuiging gevestigd, dat deze tragedie vooral onze aandacht verdient, omdat zij eene merkwaardige, vrij doorschijnende staatkundige allegorie beöogt. Die bedoeling des dichters bleef tot in onze dagen onopgemerkt. Dit was zeker vreemd, en men heeft daarin zelfs aanleiding gevonden om die nieuwe ontdekking voor ongegrond te verklaren. Maar naar mijne meening springt het doel zoo duidelijk in het oog, dat het door de zonderlinge verblindheid van vroeger dagen niet kan worden weggecijferd. Trouwens van niemand behoeft ons zoo iets minder te verwonderen dan van den dichter der hekeldichten, van den Palamedes, en van zoovele andere tooneelstukken, die of geheel op politieken bodem staan, of waarin allerlei toespelingen op de staatkundige gebeurtenissen schuilen. Ja, alles schijnt er op te wijzen, dat hier de politieke bedoeling van overwegenden invloed
[p. 267]is geweest op de samenstelling van het drama. Wij zullen ons daarom in de eerste plaats met dezen kant van het vraagstuk bezig houden.
Men heeft het Vondel wel eens als een groven misslag toegerekend, dat hij hier Engelen heeft geschilderd met menschelijke hartstochten en neigingen. Die aanklacht verdient zelfs geene weerlegging: in welken anderen vorm zou hij ze op het tooneel hebben kunnen brengen? Wel mag men vragen: heeft hij ze ook al te menschelijk voorgesteld? heeft hij niet in zijne schildering van den opstand tegen God kleuren gebezigd, die aan het tafereel zijn hemelsch karakter ontnemen? bijzonderheden vermeld, die in de oogenschijnlijke lijst niet passen en ons een glimlach afdwingen? - tenzij men aanneme, dat hij dit met voorbedachten rade, met een bepaald doel gedaan hebbe.
Bij eenige oplettendheid moet men deze onderstelling als de juiste aannemen, en het besluit opmaken, dat de te ver gedrevene, in haarfijne bijzonderheden uitgewerkte verzinnelijking van het geestelijke, zoowel als enkele afwijkingen in het karakter van Lucifer zelf, met bewustzijn in het drama gebracht werden, omdat Vondel daarin ‘eene verbloemde voorstelling van den opstand der Nederlanden tegen Filips’ wilde geven.
Op eene mogelijke allegorie had de Dichter zelf ons al voorbereid, als hij in de opdracht getuigt van zijn held, dat deze ‘ten spieghel van alle Ondanckbare Staetzuchtigen, zijn treurtooneel, den hemel, bekleet;’ en verder: ‘op dit rampzalige voorbeeld van Lucifer volghden sedert bykans alle eeuwen door, de wederspannige geweldenaers, waervan oude en jonge, historiën getuigen, en toonen hoe gewelt, doortraptheit en listige aenslagen der ongerechtigen, met glimp en schijn van wettigheit vermomt, ijdel en krachteloos zijn, zoo lang Godts Voorzienigheit de geheilighde Maghten en Stammen handhaeft, tot rust en veiligheit van allerhande Staeten.’
Dat hij met Lucifer den Prins van Oranje kon bedoelen, zal na hetgeen ons uit de Leeuwendalers is gebleken, niet twijfelachtig zijn; te minder, als men weet, dat hij met dien naam herhaaldelijk het revolutionair beginsel bestempelt, en in 't bijzonder den zelf-zuchtigen oproermaker, terwijl hij sedert 1639 Willem Van Oranje in dat licht had leeren beschouwen.
[p. 268]Evenzoo treedt God in de plaats van den Koning van Spanje, en Adam verbeeldt den Kardinaal van Granvelle,
‘Een aerdtworm, uit een' klomp van aerde en klay gekroopen,’
over wiens verheffing Lucifer klaagt:
‘Zoo zal een vreemdeling, een worm, het hooghste woort
Hier boven voeren, en een ingeboren zwichten
Voor vreemde heerschappy?’
Houdt men dit in het oog, dan zal men menige uitdrukking kunnen verklaren, die anders onbegrijpelijk moest schijnen bij een man van zooveel smaak en ontwikkeling als Vondel.
Het zou de grenzen van dit werk verre te buiten gaan, wilden wij al de plaatsen en uitdrukkingen aanwijzen, die de allegorische bedoeling duidelijk maken en wederom uit deze hare verklaring ontvangen. Ik moet naar monografiën verwijzen1).
Ik mag evenwel niet verzwijgen, dat een man van talent, Dr. N. Beets, tegen deze zienswijze is opgekomen2). Hij is van oordeel, dat de voorstanders dier meening ‘veel te ver gegaan’ zijn, door zich bij Vondel in dezen ‘een bepaald opzet en beredeneerd plan voor te stellen.’
Zijn hoofdargument is, dat zoo Vondel werkelijk bedoeld had, wat wij hem toeschrijven, hij dan ‘in de uitvoering van zijn plan zoo weinig geslaagd zou zijn, dat twee eeuwen hebben moeten verloopen eer het door iemand werd bemerkt of zelfs vermoed.’ Hij zou dus ‘een allezins ondankbaar werk’ verricht hebben; want ‘men doet zulke dingen toch gewoonlijk niet dan in de hoop dat ten minste iemand den malice bemerke of vermoede, niet zonder eenen enkelen intime in het gewichtig geheim in te wijden. Van het een noch het ander eenig blijk.’ Noch vriend noch vijand heeft er eene politieke allegorie in gevonden: zelfs niet zij, die naar toespelingen zochten.
Desniettemin kan Beets zelf ‘menige toespeling’ niet over het hoofd zien; en hij loochent dan ook de mogelijkheid niet, ‘om
1)Zie Van Lennep's aanteekening, Vondel's Werken, VI D., bl. 302-319, en mijn eigen opstel: Vondel's Lucifer, eene politieke allegorie, in den Overijsselschen Almanak van 1849.
2)In het tweede stuk zijner Verscheidenheden, bl. 137 vlgg.[p. 269]te midden der verhevene tafereelen, waarop de Dichter (ons) in zijnen Lucifer onthaalt, en als daardoor heen, den byzonderen historischen achtergrond te zien doorschemeren, uit welken de Dichter somtijds geput, naar welken hy dikwijls omgezien heeft, en op welken hem, al ware het zijns ondanks, menige toespeling mag ontsnapt zijn.’ En aan het einde van zijn opstel geeft hij nogmaals toe, ‘dat Vondels persoonlijke denkwijze, niet alleen over opstand tegen gestelde machten in het algemeen, maar bepaaldelijk ook over den afval der Nederlanden, op de behandeling van zijn onderwerp invloed had gehad, en voor den zeer aandachtigen beschouwer in meer dan eene, hetzij dan gewilde of onwillekeurige, toespeling doorschemert.’
Maar als nu de ‘zeer aandachtige beschouwer’ ontdekt, dat de ‘toespelingen’ zoo veelvuldig, en van dien aard zijn, dat ze, gelijk wij straks nader zullen aanstippen, het geheele beloop van het stuk en het karakter van den hoofdpersoon beheerschen, heeft hij dan nog geen recht aan ‘een bepaald opzet en beredeneerd plan’ te denken? Neemt hij dat niet aan, dan blijft hem niets over dan Vondel als kunstenaar al zeer laag te stellen; en daartoe wettigt, mijns bedunkens, de studie van 's Dichters werken niet.
Zeer onlangs is Dr. Jan Te Winkel ook tegen mijne uitlegging van den Lucifer opgekomen1). Volgens hem ‘was de opstand tegen Spanje te lang geleden; de overwinningen op de Spanjaarden waren door Vondel te dikwijls bezongen, de worsteling was te roemrijk bekroond door den vrede, dien ook Vondel verheerlijkte, dan dat het ons gemakkelijk valt, die strekking aan den Lucifer toe te schrijven. Veel meer dan in het verleden leefde Vondel in het tegenwoordige; in 1654 was er voor onzen dichter niet de geringste aanleiding om een vóór zijne geboorte begonnen en sinds lang voldongen feit meer te willen hekelen.’ Maar toch erkent hij: ‘de Lucifer is ongetwijfeld een politiek stuk, en in de opdracht geeft Vondel dat ook zelf te kennen.’ Het is echter de Engelsche geschiedenis, het drama, waarin Karel I en Cromwell de belangrijkste rollen spelen, dat hem voor oogen stond. Intusschen ‘moet men zich niet voorstellen, dat Vondel dit stuk heeft geschreven met het vaste plan om een staatkundig hekelspel te
1)Bladzijden uit de Gesch. der Ned. Letterk., bl. 263 vlgg.[p. 270]vervaardigen, maar veeleer denken, dat hem onder het bewerken zijner stof van zelf in de gedachte kwam, wat hij in den laatsten tijd in Engeland had zien gebeuren, en wat zulk eenen indruk op hem gemaakt had, dat hij niet kon nalaten, half onwillekeurig en zijns ondanks, daarop onder het schrijven nu en dan te zinspelen: of zich te uiten in woorden, die hem nog vast in het hoofd zaten, omdat hij er zich van had bediend bij het beoordeelen van de Engelsche omwenteling.’
Ik beken, dat de laatste volzin mij niet volkomen duidelijk is, evenmin als de soortgelijke uitspraak, straks van Beets aangehaald. Ik meen er echter uit te mogen afleiden, dat de schrijver Vondel al zeer losjes met de samenstelling van zijn drama laat omspringen.
Vondel leefde in het tegenwoordige: ja, maar hoezeer hij met de gebeurtenissen van den opstand tegen Spanje vervuld bleef, leeren de toespelingen in den Adonias van 1661. Trouwens hetgeen hier tegen den Lucifer wordt ingebracht, moest Vondel evenzeer weerhouden hebben om b.v. zijn Pascha te schrijven. Overigens is het, dunkt mij, de vraag niet, of ‘het ons gemakkelijk valt’ de politieke strekking van den Lucifer aan te nemen; maar of het ons mogelijk is de ‘vele toespelingen’ op onze geschiedenis, die er in voorkomen, weg te cijferen. Neemt men die niet aan, of loochent men, dat de Dichter het ‘vaste plan had om een staatkundig hekelspel te vervaardigen,’ dan begrijp ik niet, wat men van het stuk kan maken.
Ik herhaal, het is vreemd, dat gedurende twee eeuwen niemand Vondel's toeleg op het spoor is gekomen, totdat van twee kanten gelijktijdig de ontdekking gedaan werd; maar wie heeft vroeger de vele toespelingen ook maar vermoed, die Beets zelf niet meer kan voorbijzien? Wie heeft vroeger in de Leeuwendalers gevonden, wat er toch zoo duidelijk in te lezen staat? En heeft het niet allen schijn, dat de Salmoneus en misschien ook de Gebroeders een allegorischen achtergrond hebben, al heeft tot nog toe daaraan niemand gedacht?
Tegenover de bestrijding van Beets kan ik op de instemming roemen van een zoo bevoegd beoordeelaar als Alberdingk Thijm, die den Lucifer ook ‘eene politieke allegorie’ heeft genoemd1).
1)Jos. Alb. Alberdingk Thijm, Portretten van Joost van den Vondel. bl. 147-148.[p. 271]ofschoon met de niet zeer duidelijke toevoeging: ‘maar niet te minder een meesterstuk van vrije poëzy.’
Dat Vondel zijne bedoeling zoo geheim hield, behoeft ons ook niet te verwonderen, als men ziet. hoe beducht hij was, dat men in de Leeuwendalers ‘neuswijs’ naar ‘geheimenissen’ mocht zoeken; terwijl hij zelfs zijne ‘wijdluftige uitlegging’ op den Palamedes weer verbrandde. De vervolging, om dit stuk ondergaan, kon zijne satirieke zangster niet in toom houden, maar deed hem toch zijne tong bedwingen. Zoo hij misschien aan enkele geestverwanten het geheim van de malice mededeelde, zij waren verstandig genoeg dit niet aan de klok te hangen.
Na Vondel heeft geen dichter van naam uit dat tijdperk de groote vraagstukken betrekkelijk Kerk en Staat meer op het tooneel gebracht. De zeventiende eeuw liep ten einde, en met haar de geestdrift, de ijver, de hartstochtelijkheid, die haar hadden gekenmerkt. Dat alles was de tinteling van een verhoogd leven geweest; en zoowel in kerkelijke als staatkundige kringen stond dat leven zoo goed als uitgebluscht te worden. Er volgde kalme rust. Men sukkelde voort. In de Kerk had de Orthodoxie getriomfeerd: men legde er zich bij neer. En zoo in de staatkunde nog partijschap bestond, zij was van minder edel gehalte geworden. Men kuipte liever dan dat men hekelde. Heftige gemoedsbewegingen, door grootsche feiten of gedachten opgewekt, - behooren tot het verledene.
Door velen is de waarde van dit stuk in geheel iets anders gezocht, en werd de Lucifer ‘Vondel's meesterstuk’ genoemd. Zoo zegt b.v. Alberdingk Thijm1): ‘Vondel kroont zich als Prins van het Nederlandsche Treurspel in den Lucifer.’
Wij dienen daarom ook zijne waarde op zichzelf, afgescheiden van alle toespelingen, voor zoover dit kan, te onderzoeken. Dat onderzoek zal, dunkt ons, iederen onbevooroordeelde moeten nopen tot de erkentenis, dat, ondanks de wezenlijke schoonheden van détail, die ook in dit, zooals in de meesten van Vondel's treurspelen, in geen geringe mate aanwezig zijn, de Lucifer toch als kunstgewrocht, als Drama, den toets der critiek niet kan doorstaan.
Er zijn twee hoofdgrieven tegen dit stuk aan te voeren, welke men, hoe ingenomen ook met Vondel, onmogelijk kan over het
1)T.a. pl., bl. 147.[p. 272]hoofd zien; en die inderdaad beletten, dat dit drama ons kan bevredigen. De eene betreft eene hoofdgedachte, die alles beheerscht; de andere is ontleend aan de karakterteekening van den hoofdpersoon.
Do plaatsing van het tooneel in den hemel brengt eigenaardige bezwaren met zich, en leidt maar al te dikwerf tot eene, op zijn zachtst genomen, zonderlinge voorstelling van het gebeurde. Wij zullen bijzaken en kleinigheden buiten beschouwing laten; maar vragen, of men mag voorbijzien, dat de uitslag van het verzet der afvallige Engelen tegen God, volkomen in strijd is met elk denkbeeld, dat men zich van den Alwijze en Almachtige kan vormen, en of daardoor alleen reeds het stuk niet de tegenvoeter van eene ware tragedie wordt?
Wat is toch het geval? God heeft aan den mensch zekere voorrechten geschonken, die den Engelen aldus door Gabriël, ‘Gods geheimenistolck,’ worden aangekondigd:
‘De hoogste Goetheit; uit wiens boezem alles vloeit...
Dees Goetheit schiep den mensch haer eigen beelt gelijck,
Oock d'Englen, op dat zy te zamen 't eeuwigh Rijck
En noit begrepen goet, na'et vierigh onderhouden
Der opgeleide wet, met Godt bezitten zouden.
Zy boude 't wonderlijck en zienelijck Heelal
Der weerelt, Gode en oock den mensche te geval;
Op dat hy in dit hof zou heerschen, en vermeeren,
Met al zijne afkomst hem bekennen, dienen, eeren,
En stijgen, langs den trap der weerelt, in den trans
Van 't ongeschapen licht, den zaligenden glans.
Al schijnt het geestendom alle andren t'o vertreffen,
Godt sloot van eeuwigheit het Menschdom te verheffen,
Oock boven 't Engelsdom, en op te voeren tot
Een klaerheit en een licht, dat niet verschilt van Godt.’
Dit, die voorrang aan alle menschen toegekend, is het, wat den hoogmoed der Engelen kwetst1). Wel volgt op de aangehaalde regels nog een aanhangsel, waarin het heet, dat ‘het eeuwigh Woort, bekleet met been en aren,’ eenmaal als Rechter over al het geschapene zou zitten in den hemel; en
1)Dit erkent Van Lennep (Vondel's Werken, VI D., bl. 295): ‘Het is de gelukstaat der menschen, die aanleiding moet geven tot den opstand der Engelen.’[p. 273] ‘Zoo ras hy innery, wien 't menschelijck gestalt,
Oock boven ons natuur verheerelijckt, gevalt,
Dan schijnt de heldre vlam der Serafijnen duister,
By 's menschen licht, en glans, en goddelijcken luister.
Genade dooft Natuur en al haer glansen uit.
Dit's noodlot: dit's een onherroepelijck besluit.’
Maar dit alles is in zijn samenhang niet heel duidelijk. Men bedenke toch:
‘Godt sloot van eeuwigheit het Menschdom te verheffen,
Oock boven 't Engelsdom.’
De menschen zijn dan ook van veel heerlijker gestalte dan de Engelen. Hoe kan de menschwording van ‘het eeuwigh Woort’ iets bijdragen tot de verheerlijking van 't menschdom? Hoe kan het menschdom daardoor eerst heerschappij krijgen over de Engelen? Bovendien, er is hier van zondenval en verlossing geen sprake: naar het plan van het stuk had God die niet voorzien. Het is daarom in 't geheel niet duidelijk, om welke reden ‘het eeuwigh Woort’ zich zou bekleeden ‘met been en aren.’ Op het mystieke toevoegsel kan geen klem gelegd worden: de verheffing des menschdoms moest zoo worden opgevat, dat Adam reeds terstond ter hemelheerschappij was bestemd. En zoo vatten de Engelen het ook op, b.v. Lucifer en Belzebub1). En geen wonder, want het slot van Grabriël's toespraak is een gebod aan de Engelen om
1)Lucifer zegt in 't begin van het tweede bedrijf:
‘Ons slaverny gaet in. gaet hene, viert en dient
En eert dit nieuw geslacht, als onderdane knapen.
De menschen zijn om Godt, en wy om hen geschapen.
't Is tijt dat 's Engels neck hun voeten onderschraegh',
Dat ieder op hen passe: en op de handen draegh'...
De zoon des zesten daghs, den Vader soo gelijck
Geschapen, strijckt de kroon.’
En Belzebub antwoordt:
‘Men hoefde Appollion naer d' onderste landouwen
Niet af te vaerdigen, om nader ga te slaen
Wat Adam al bezit, zoo laegh beneên de maen:
Het blijckt hoe heerlijck hem de Godtheit begenadight...
Een aerdtworm, uit een' klomp van aerde en klay gekropen,
Braveert uw mogenheit.’[p. 274]Adam en zijne woonsteê te beschermen. Dit gaat zelfs zoo ver, dat hij gelast:
‘(Men) matige op zijn pas een ieder element,
Naer Adams wensch, of legg' den blixemstrael aen banden,
Of breidele den storm, of breeck' de zee op stranden.
Een ander sla de treên des menschen gade op 't velt.
De Godtheit heeft zijn hair tot op een hair getelt.
Men draegh' hem op de hant, dat hy zijn' voet niet stoote.
Wort iemant, als gezant, gezonden van een' Groote
Aen Adam, 's aertrijcks Vorst, dat hy zijn last verricht'.
Zoo luidt mijn last, waer aen de Godtheit u verplicht.’
Dat is het, wat Lucifer's hoogmoed in die mate krenkt, dat hij zich tot verzet tegen God laat verleiden en den strijd tegen zijne heerscharen waagt. De oproerige Engel wordt echter, zoo als vanzelf spreekt, met de zijnen overwonnen en in den afgrond geploft, waarmeê de dichter zijn doel zou bereikt hebben, daar, gelijk hij in zijn ‘berecht’ voor het stuk zegt, ‘daer Lucifer endelijck, van Godts blixem getroffen, ter helle stort, ten klaeren spiegel van alle ondanckbaere staetzuchtigen, die zich stoutelijck tegens de geheilighde Maghten, en Majesteiten, en wettighe Overheden durven verheffen.’
Intusschen als de Rey juicht:
‘Zoo moet het gaen, die Godt en zijnen stoel bestrijden,
Den mensch, naer 's hemelsch beeldt geschapen, 't licht benijden,’
dan verschijnt op eenmaal Grabriël met de onverwachte Jobstijding:
‘Helaes, helaes, helaes, hoe is de kans gekeert!
Wat viert men hier? 't is nu vergeefs getriomfeert!’
Lucifer is wel overwonnen, maar heeft de overwinning vruchteloos gemaakt. Hij sprak:
‘Nu is het tij t om wraeck
Te nemen van ons leet, en listigh en verbolgen,
Met onverzoenbren wrock den hemel te vervolgen,
In zijn verkoren beeldt, en 't menschelijk geslacht
Te smooren in zijn wiegh, en opgang, eer het maght
In zijne zenuw kryge, en aenwinne in zijne erven.
Mijn wit is Adam en zijn afkomst te bederven.
Ick weet, door 't overtreên der eerstgestelde wet,[p. 275] Hem aen te wrijven zulck een onuitwischbre smet,
Dat hy, naer lijf en ziel, met zijn nakomelingen
Vergiftight, nimmer zal ten zetel innedringen,
Waer uit men ons verstiet, edoch gebeurt het al
Dat iemant bovenstijge, een kleen, een dun getal,
En noch door duizent doôn, en arrebeit, en lijden,
Zal steigren tot den Staet en kroon, dieze ons benijden....
(Ick wil) wat Adam teelt in eeuwigheit verdoemen,
Door gruwelstuck op stuck, Godts naem ten trots begaen.
Zoo dier wil hem mijn kroon, en zijn tiomffeest staen.’
En hij bereikt zijn doel, door Belial in den vorm eener slang op den mensch af te zenden om hem ten val te brengen. De mensch, eerst boven Engelen en Aartsengelen geplaatst, wordt nu vernederd en gestraft:
‘De Godtheidt dreight de vrou, die Adam heeft verleit,
Met ween, en baerensnoot, en onderworpenheit:
Den man met arbeit, zweet, en zorge, en lastigh slaven;
Den acker, die den menseh ten leste zal begraven,
Met onkruit, en veel ramp.’
Om hem te troosten belooft God hem wel, dat uit zijn zaad de Verlosser zal voortkomen, die de slang ‘het hoofd zal pletten;’ maar dit neemt niet weg, dat de wraak van Lucifer God dwingt wijziging te brengen in zijn ‘onherroepelijck besluit.’ Hoe is die triomf der Hel te rijmen met de eischen, door Vondel zelf aan het treurspel gesteld?
En de tweede grief: de karakteristiek. Het zou onredelijk zijn te eischen, dat een karakter in den eigenlijken zin, zooals men dat kan waarnemen bij een mensch, in de gewone menschelijke maatschappij geplaatst, aan den Aartsengel ware toegekend. Wij willen Lucifer nu ook alleen beschouwen als type van hoogmoed, als gedreven door die ‘hoovaerdy en nydigheit,’ die de ‘twee oirzaken of aenstoockers van dezen afgrijsselijcken brandt van tweedraght’ waren.
Satan, die weet, dat hij zich te vergeefs tegen God aankant, maar wiens allesverteerende hoogmoed zich juist daarin openbaart, dat hij hem dwingt tot een verzet, waarin de trotschaard zich bewust is niet te kunnen zegevieren; dat hij hem verbiedt zich in de ure der weifeling deemoedig tot Grods genade te wenden, - die onge-
[p. 276]lukkige, zoo voorgesteld, maar ook niet anders, is zeker eene uitnemend tragische figuur. Hoe heeft Vondel zijn Lucifer opgevat?.
Bij zijn eerste optreden verklaart ‘Godts Stedehouder,’ dat het bevel, door Gabriël afgekondigd, moet worden gehoorzaamd; maar 't blijkt ten duidelijkste, hoe het hem grieft, dat een nieuw gestarnte zijne glansen ‘doot schijnt.’ Hij is ruim zoo ijdel als hoovaardig: dit openbaren ook andere tooneelen. En zijn vertrouwde Belzebub kent hem goed, want hij werkt juist op die ijdelheid om hem tot rebellie aan te hitsen. - ‘Hoog boven hem, die eens de eerste was, wordt Adam verheven: de staat des hemels zal weldra veranderd zijn.’ - ‘Dat zal ick keeren,’ bralt Lucifer. Geen voet wil hij wijken, maar zich verzetten, al moest het zijn val worden.
Als de ontevreden Engel eenmaal tot het besluit gekomen is, om zich tegen Gods raadsbesluit te kanten, dan zou de hooghartigheid, waarvan hij de type heet te zijn, meebrengen, dat hij dit met open vizier deed. Dit alleen kan hem het ontzag, zoo niet de sympathie des toeschouwers verwerven. Niet alzoo Lucifer. Deze neemt zijne toevlucht tot de bekende staatkundige fictie, dat hij eigenlijk voor Gods eer strijdt; en hij rekent het niet beneden zijn karakter, om zich van list te bedienen
‘En treken van vernuft en loosheit uitgebroet.’
Dit moge uitnemend geweest zijn voor een staatsman der zestiende eeuw, voor Lucifer is die politiek niet gepast. Hij is buitendien een slecht staatsman; want hij weet niet, wat hij wil, en doet een sprong in 't wild: men moest maar eerst een slag slaan, en ‘dan wijder zich beraden.’
Hij treedt ook niet krachtig handelend op: zijne ondergeschikten, Belial, Apollion en Belzebub drijven hem, gelijk zij de ijverzuchtige scharen ophitsen. Als het oproervuur is aangeblazen, veinst Lucifer getrouwheid aan God, en maant de zijnen tot onderworpenheid aan; eindelijk laat hij zich overhalen, bijna dwingen, om zich aan hun hoofd te plaatsen, maar onder protest:
‘Vorst Belzebub, getuigh, en ghy, doorluchtste Heeren.
Apollion, getuigh, getuigh, Vorst Belial,
Dat ick, uit noot en dwang, dien last aenvaerden zal,
Tot voorstant van Godts Rijck: om ons bederf te keeren.’[p. 277]Dit alles is wel geschikt om zekere minachting te kweeken jegens het Hoofd van den opstand tegen Spanje, maar niet om den boosaardigen Satan te schilderen.
Als eindelijk Rafaël hem gewezen heeft op den ‘zwavelpoel,’ die ‘met opgespalckte keel’ hem wacht, wanneer hij in zijn opzet volhardt, begint Lucifer te weifelen. Hij beschuldigt zich van ondankbaarheid jegens God, en spreekt van zijn ‘lasterstucken’ en zijne ‘verwatenheit.’ Hier is voor 't eerst spraak van eenigen gemoedsstrijd; maar die duurt niet langer dan 22 regels. En zoo de booze gedachte zegeviert, het is niet, omdat hij den trotschen nek niet wil buigen, maar uit wanhoop:
‘Hier baet geen deizen, neen, wy zijn te hoogh geklommen.’
Ontegenzeggelijk wordt het geheele beloop van het stuk beheerscht door de staatkundige bedoeling, die er achter schuilde: deze woog bij den dichter hooger dan de kunstgedachte. Hij offerde er de Tragedie aan op en bedierf er den persoon van Lucifer door. Als men dit niet kan tegenspreken, dan late men zich voortaan niet meer verleiden om, uit sleur of tegen alle duidelijkheid in, den Lucifer een dramatisch ‘meesterstuk’ te noemen1).
De toestel van ‘den kostelijcken en kunstighen tooneelhemel’ voor den Lucifer had veel onkosten veroorzaakt: toen nu het stuk ‘na twee reizen speelens’ van het tooneel geweerd werd, vond Vondel zich bewogen om, ter gemoetkoming van ‘het nadeel geleden by het Wees- en Oudemannenhuis,’ den Salmoneus te dichten (1656), ten einde van dien ‘tooneelhemel’ gebruik te
1)Reeds in 1854 toonde A. Fischel in zijn: The Life and the writings of J. v.d. Vondel aan, dat Milton Vondel's werken gekend en daaruit geput had. Gosse wees er in zijn Milton and Vondel (in zijne Studies in the Literature of Northern Europe) op, dat die invloed van Vondel's Lucifer zich bepaalde tot Milton's Paradise Lost en hoofdzakelijk tot het 6e boek. Edmunson toonde (Milton and Vondel. A curiosity of Literature, London, 1885) aan, dat niet alleen in boek 1, 2, 4 en 9 van Paradise Lost, doch ook in Paradise regained en Samson Agonistes stukken ontleend zijn aan Vondel's Joannes den Boetgezant, Adam in Ballingschap, Bespiegelingen oan God en Godsdienst en Samson of de heilige wraak. Zie over het Milton-Vondel vraagstuk en wat J.W. Brouwers daaromtrent mededeelde, Moltzer's Milton en Vondel (Noord en Zuid IX, bl. 254 vlg.)[p. 278]kunnen maken. Het is vooral die omstandigheid, die het stuk bedorven heeft.
Salmoneus, Koning van Elis, wordt door zijne echtgenoot, en deze weder door den ‘hofpriester’ Hierofant aangezet, ‘om zich boven den top der konincklijcke tot de goddelijcke Majesteit te verheffen, en Jupijn, den Koning der Goden en menschen, gelijck te schijnen,’ zooals de ‘inhoudt’ zegt. Daartegen verzet zich de priesterschap, die het volk op hare hand heeft. Toch is de Koning op 't punt van te triomfeeren; maar op het oogenblik, dat hem goddelijke eer bewezen wordt, treft hem Jupiter's bliksem. Hierofant wordt daarop door de menigte verscheurd en de tot wanhoop gebrachte Koningin verhangt zich. Ten slotte bekleedt de Aartspriester van Jupijn den veldheer Bazilides met het koninklijke purper.
Ziedaar in korte trekken den inhoud van het treurspel, dat wederom den toeschouwers moest toeroepen:
‘Leert rechtvaerdigheit betrachten,
En geen Godtheit te verachten.’
't Valt echter te betwijfelen, of die spreuk wel iemand zou zijn ingevallen bij het lot, dat Salmoneus treft, daar voor ons in het geheele stuk van geene aanranding der Godheid sprake zijn kan. Ja, het laat zich niet aanzien, dat de Salmoneus ooit veel toejuiching heeft kunnen inoogsten. Wat zou daarop aanspraak geven?
Het gaat toch niet aan, bij een modern publiek belangstelling te veronderstellen voor iemand, die zich als een God wil laten aanbidden. Dit is voor ons geen vorm van hoovaardij of heerschzucht, maar van waanzin. En dubbel onmogelijk wordt de belangstelling, waar die kranke ijlhoofdige middelen bezigt, alleen geschikt om een medelijdend schouderophalen teweeg te brengen.
Salmoneus, begrijpende, dat een God in een hemel behoort te huizen, heeft de gebouwen zijner stad met geschilderde wolken omhangen; in ons oog, zoowel als in dat der priesters, niets anders dan een ‘spinnewebbe en kranck tooneeltapijt.’ En zeker stemt een ieder in met de woorden van Theofrastus, den Aarts-priester:
‘Ghy haelt noch eer noch prijs
By mannen van verstant, by geenerhande volcken,
Met schilderhemelen, gemaelde lucht, en wolcken,
En starren zonder vier.’[p. 279]Even dwaas is het, dat hij zijne hovelingen tot ondergeschikte Goden benoemt, welke dan in eene wolk uit dien kunsthemel nederdalen op het tooneel, om tegenwoordig te zijn bij de eerste hekatomben, die den nieuwen God zullen worden geofferd.
De man, die in zulk ‘speeltooneel,’ in zoodanige maskerade de verwezenlijking zijner hoogste wenschen ziet, is een dolhuisman, geen tragisch held. Daarbij komt zijne volslagen nietige persoonlijkheid, die holle klanken geeft, als een ledig vat, en altijd aan eens anders leiband loopt.
Als het volk zijn pronkbeeld heeft gehoond en zijn veldheer hen gaat bedwingen, bralt hij:
‘Nu zal 't blijcken dat men schent
Een Godtheidt, die geen aerdtsch noch bluschbaer element
Tot haeren scepter voert, maer eenen staf, die reuzen,
Bestormers van de lucht, het beckeneel kan kneuzen,
Bestulpen, onder klip, en steenrots, en geberght,
De radelooze maght, die onzen donder terght.’
Maar hij durft toch niets ondernemen zonder de koningin Filotimie, die hem te gemoet ijlt. Tegenover haar toont hij zich zeer onthutst wegens het gebeurde. Hij schijnt een oogenblik tot bezinning gekomen:
‘Wat brommen wy met dezen hemel hier;
Mijn donder heeft geen kracht, mijn blixem vlam noch vier.’
De Koningin verwijt hem deze sufferij en beduidt den flauwhartige, dat het met hem gedaan is, als hij wankelt. Toch weifelt hij uit vrees voor den Aartspriester en wil onderhandelen. Als Filotimie en Hierofant op krachtsbetoon aandringen, verschijnt gelukkig Bazilides, de Veldheer; en de zwakke Koning grijpt deze gelegenheid aan om het nemen van een besluit te verdagen, door diens raad in te winnen. Bazilides zegt hem, dat, als 't oproer niet gedempt wordt,
‘Ghy zult noch Jupiter, noch t' Elis Koning zijn.’
Evenwel zendt Salmoneus nog eene boodschap aan den Aartspriester, of hij ook over te halen mocht zijn om te zwichten. Als deze onwrikbaar blijft, wil de Koning nog ‘voor een poos wat dulden en ghehenghen,’ en het offerfeest uitstellen. Hij tracht
[p. 280]zijne besluiteloosheid met groote woorden en deftige spreuken te ‘bemompen;’ maar in 't eind is het toch:
‘Wat eischt Mevrou van my?’
en hij volgt gedwee het spoor, dat zij hem voorteekent.
Vondel meende waarschijnlijk meer belangstelling voor zijn held te winnen, wanneer hij hem, naar den regel van Aristoteles, niet als volkomen goddeloos voorstelde, en de grootste schuld op den hals van anderen wentelde; maar hij zag voorbij, dat hij hem, juist het heldenkarakter ontnam door hem tot het zwakke werktuig van eene vrouw en een Priester te maken.
Filotimie, de koningin, zou eene krachtige treurspelheldin zijn, indien het doel, waarvoor zij alles op het spel zet, zooveel krachtsontwikkeling waard was. En dan handelt zij nog niet eens uit eigen aandrift: zij wordt voortgestuwd door Hierofant. Dezen noemt Theofrast ‘verleider van ons hof;’ van hem zegt de Aartspriester:
‘Hy brout dees nieuwigheên en broeit een pest in 't lant;’
en ook de Koning erkent, dat de kloof tusschen Vorst en Priester eerst ontstaan is
‘Toen ghy quaemt ten hove, uw aanzien boven dreef,
En Theofrastus glans in 't licht stont aen ons zijde.’
Hij was jong, krachtig en geslepen, of, zooals de Koningin het uitdrukt,
‘Natuur beschonck zijn jeught met goddelyck verstant.’
De Aartspriester daarentegen teekent hem anders: ‘Hy is wel loos, en boos en stout.’
Hoeveel invloed hij op Filotimie oefende, blijkt, als hij haar durft raden den Koning, ‘die niet wil luisteren, te dwingen;’ en zich zelfs vermeet te zeggen:
‘Ja sleip hem, wil hy u niet volgen met gemack.’
Wat is daarbij zijn doel? Handelt hij uit bloote zelfzucht, of acht hij den Staat te zeer overheerscht door Theofrastus, die ‘een onverzetbaar drijver’ genoemd wordt? De laatste beweert, dat zijn tegenstander er op uit is om
[p. 281] ‘Het grijze Priesterdom te zetten uit zijn erf
En voort al 't overschot te deelen by versterf;’
want
‘By wisseling van Staet zal hy de Kerck gebien.’
En zoo heeft Vondel zich hem ook gedacht; want toen hij de groote macht van den Aartspriester schetste, was dit niet om haar met eene zwarte kool te teekenen. Die macht kwam hem rechtmatig voor, mits door de rechtmatige priesterschap geoefend. En wat Vondel daaronder verstond, is voor niemand twijfelachtig.
Theofrastus en de priesterrei vertegenwoordigen godsdienst en maatschappelijke orde: zij zijn krachtig en machtig en worden zichtbaar door den Hemel gesteund. Is het zoo vreemd, wanneer de gedachte zich aan ons opdringt, dat Vondel ook hier een bijoogmerk had, en niet zoozeer den val van Salmoneus wilde schilderen, als wel de macht en heerlijkheid der ware Kerk1)? Zij zou zegevierend keeren uit den strijd, door revolutionaire priesters of geestelijken, gesteund door het wereldlijk gezag, tegen haar ondernomen. Dan zou zij hem kronen, die in de eerste plaats haar trouw wilde zweren, gelijk in het stuk met den Veldheer Bazilides geschiedt.
De allegorie zou althans zin leggen in het gedicht, ofschoon zij het als kunstproduct niet zou redden.
Zoo de Salmoneus geene dramatische waarde heeft, de zwakke behandeling en de matte toon stellen het stuk beneden de meeste van Vondel's tooneelwerken.
In 1659 volgde Jeptha. Vondel had alle krachten ingespannen om een meesterstuk tot stand te brengen. Jaren lang had hij zijne gedachten over het onderwerp laten gaan: eindelijk, na 't lezen en herlezen van eene reeks van schrijvers over dramatische kunst, was hij, naar hij meende, er in geslaagd om aan alle eischen dier kunst te voldoen, zoodat hij dit stuk aan jeugdige
1)Dit vermoeden wordt bevestigd door een briefje van Vondel aan ‘Monsieur Brant’ (2 Nov. 1654) waarin hij spreekt van een ‘tragedie, daer commentarien op passen.’ Hoogstwaarschijnlijk is daarmede ‘Salmoneus’ bedoeld. Vgl. Unger, Vondeliana (Oud-Holland, II, bl. 124 vlg.)[p. 282]dichters als een ‘tooneelkompas’ durfde voorhouden1). En toch, hoe zwak is dit treurspel!
Jeptha, de onechte zoon, ‘geschupt van zijn broêrs,’ is rooverhoofdman, en zoo berucht geworden, dat eindelijk Israël, om zich van de Ammonieten te verlossen, troost zoekt bij zijn degen. Hij doet in den slag de bekende roekelooze gelofte, en meent zich stipt aan de letter daarvan te moeten houden, door zijne Ifis2) Gode te offeren. Wèl erkent hij, dat het nooit in zijne gedachten was geschoten zijn kind te slachten; wèl toonen de priesters, die hij raadpleegt, duidelijk aan, dat zijne opvatting van zijn eed onzinnig, zondig is, en die kindermoord in strijd met Gods ‘wet en uitgedruckt verbodt,’ - 't helpt niet. ‘Van den geest der dwalingen gedreven,’ zooals de Priester zegt, slacht hij met eigen hand zijne dochter.
Nauwelijks heeft hij 't volbracht, of hij erkent zijne schuld. Hij roept der zon toe, toch spoedig onder te gaan, om anderen te beschijnen, welke het meer waard zijn
‘dan dees schelmsche dochterslaghter,
Aertsmoordenaer, bloetschender, wetverachter,
Die naer den mond der wetgeleerden, noch
Godts priesters niet wou luisteren.’
En de Hofpriester wijst er op, dat er niets lofwaardigs was in de daad, die bovenal voortsproot uit
‘Hardneckigheit, die haeren eigen zin
Bewieroockt, meer dan Godt, en Godts beveelen.’
Alles toont aan, dat Jeptha uit verblinde koppigheid heeft gehandeld, zoodat de toeschouwer den indruk niet kan krijgen, dat hij het slachtoffer is van zijne gehoorzaamheid aan God of van trouw aan zijn eed. Toch voorspelt de Priester ten slotte, dat hij nog
1)Dat in de achttiende eeuw Jeptha nog zeer hoog stond aangeschreven, blijkt uit deze woorden van Vlaming in zijne voorrede tot zijne uitgave van Spieghel's Hertspieghel: ‘(Vondel), die waarlijk de Grieken met zijne Treurspelen niet alleen naar de kroon stak, maar in zijnen Jefta, dat Juweel der Treurspelen, volkomen opwoog.’
2)Vondel liet zich in de keuze van dien naam niet afschrikken door de sterke af keuring van Heinsius in zijn boek De Tragoediae Constitutione, pag. 206.[p. 283] ‘Voor ieder op den hoogen zegewagen
Der Heiligen, in 't midden der Hebreen,
Ten toon gevoert, geviert en aengebeên’
zou worden.
Waar men der Voorzienigheid zoo'n zonderlinge rol laat spelen, kan wel geen sprake zijn van eene waarachtige tragedie. En toch, als men dit treurspel toetst aan de regels, door Heinsius of Aristoteles voorgeschreven, kan men niet ontkennen, dat het daaraan grootendeels voldoet. Er is handeling in; de peripetie ontbreekt niet, en de ‘agnitio’ evenmin; er wordt zekere vrees en medelijden door opgewekt.
Maar ondanks dit alles kan dit treurspel ons evenwel niet voldoen, en ik betwijfel ook, of het in Vondel's tijd opgang gemaakt heeft. Het werd bij zijn leven, van 1659 tot 1663, slechts elfmaal vertoond en sedert niet meer1). En dit zal ons bij nader inzien niet verwonderen; want, zoo ergens, dan blijkt hier, dat het niet voldoende is om naar voorschriften te werken, als men een tragisch kunstgewrocht wil leveren: hier mag het dramatisch ‘ingenium’ niet ontbreken. En wederom levert dit stuk het bewijs, dat Vondel geen oog had voor het ware tragische. Heeft hij dat, vraagt men allicht, dan niet gezocht in den zielsstrijd des Vaders? Die moest dan toch wel een uitvloeisel zijn van de psychische eigenaardigheden des helds: en van zoo iets ontbreekt de aanduiding ten eenen male. Bij den bekrompen, stijfhoofdigen soldaat is van eigenlijken zielsstrijd geen spraak. Door een toeval op den Richterstoel geplaatst, betreurt hij het vooral, dat zijn geslacht met hem zal uitsterven, en dat hij daaruit geen opvolger in 't bewind zal hebben. Verder klaagt hij wel over zijn smartelijk verlies, maar in voor hem veel te poëtische woorden dan dat die smart innig zou wezen. Zij tast hem ook niet sterk aan, en belet hem niet met eigen hand, na driemaal herhaalden slag, zijn kind te dooden. Hij gaat in zijn leed niet te gronde: hij wacht er zich wel voor, en ruimt zooveel mogelijk te duchten bezwaren op. Hij berooft daarom zijn slachtoffer zelfs van den laatsten troost,
1)Uit het opstel van den Hr. C.N. Wybrands in de Dietsche Warande, X D, bl. 423 vlg. leeren wij, dat het stuk in 1659 zesmaal, in '60 driemaal, en in '62 en '63 telkens nog eenmaal werd vertoond.[p. 284]waarom zij gebeden had: een kus harer moeder. Hij had deze door prozaïsche huismiddeltjes weggezonden, om in hare afwezigheid de daad te voltrekken. Hij vreesde voor eene uitbarsting harer wanhoop; en wat die verwachten liet, schetst de Hofmeester. Men zou haar wellicht
‘Haer nagels fel zien zetten in het licht
Der oogen van haer' man, hem in 't gezicht
Aengrijpen; niet met handen, maer met klaeuwen
Gewapent hem aenranden.....
De vader.... moght nutter aen een keten
Zijn gemalin dan sluiten, eer haer hant
Dit heerlijck hof kranckzinnigh staecke aen brant,
En zy in 't vier uit wanhoop quam gesprongen.’
Tot zulke wanhoop vervalt Jeptha zelf niet, en hij weet zich voor hare uitbarstingen bij anderen te vrijwaren1):
Duidelijk springt het in 't oog, dat Vondel ook hier weder het tragische niet gezocht heeft in een zielsstrijd, die den held deerlijk slingert, maar dien hij, getrouw aan wat plicht gebiedt, te boven komt, al bereidt hij zichzelf daardoor den ondergang. Bij deze opvatting, die vaak bij de Ouden wordt aangetroffen blijven ten slotte wel verzoening en berusting achterwege; maar toch, daarin is iets grootsch, dat den mensch verheft. Daarnaar streefde Vondel niet: 't was hem genoeg door de voorstelling van het schuldeloos geofferde lam en van de wanhoopskreten van vader en moeder het zenuwgestel der toeschouwers te schokken.
De Hofpriester besluit het stuk met eene toespraak, waarin vooral deze woorden treffen:
‘De hemel kon dien slagh des doots beletten,
Indien het hem beliefde: maer hy wou
Dat ieder zich aen Jeptha spieglen zou,
En wachten van dit reuckeloos beloven.’
Dat ‘reuckeloos beloven’ had hem het leed berokkend, waarvan men getuige was geweest. Door de schildering van dat lijden
1)Hij moge al erkennen, dat hij niet waard is het zonlicht te aanschouwen, hij wacht zich wel zich de oogen uit te rukken, zooals Oedipus deed in het treurspel van Sofokles, met welks vertaling Vondel zich omstreeks dien tijd bezig hield.[p. 285]zoowel als van de wanhoop der moeder en het schuldeloos bloed der dochter streeft de dichter er naar
‘Om 't volck te zien in bloed en traenen smelten;’
en in die tranen zelve, in die pathologische zenuwaandoening, zoekt hij het tragisch genot; want, laat hij den Hofmeester zeggen,
‘Want schreien is oock aengenaem en zoet,
Zet hartewee, lang aengegroeit by droppen,
Met kracht van 't hart, na 'et langhzaem innekroppen.’
Na dus het stuk in zijn aanleg veroordeeld te hehben, hebben wij niet noodig ook nog op de gebreken in de samenstelling te wijzen1).
1)Prof. Moltzer is in zijne studie over ‘Vondels Jeftha,’ geplaatst in zijne Studiën en Schetsen tot een geheel tegenovergesteld oordeel over dit treurspel gekomen, dan ik heb meenen te moeten uitspreken. Ten slotte uit hij den wensch, dat hij mij mocht bekeeren tot zijne opvatting. Dit is vooralsnog niet geschied, omdat ik meen, dat de gronden, waarop zijne meening rust, niet onomstootelijk zijn.
Jeptha is volgens hem in ieder opzicht een meesterstuk. Hij vraagt zich niet af, of het stuk ‘voor zijn tijd een goed stuk was,..... maar of, uit een aesthetisch-critisch oogpunt beschouwd, de tragedie aanspraak heeft op den naam van kunstvoortbrengsel, van schoon alzoo.’ En op die vraag zou hij ‘geen oogenblik aarzelen met een bevestigend antwoord.’ Ja, hij gaat nog verder: ‘In waarheid, het staat met de Jeptha geschapen als met de kabinet-stukjes van Gerard Dou, die, naarmate ze nauwkeuriger en langduriger met het gewapend oog worden bestudeerd, van te grooter kunstvaardigheid en meesterschap getuigenis geven’ (bl. 249).
Hij is dan ook met den held van het stuk ingenomen, die een echte treurspel-held is; want ‘hij wekt de ware deelneming en de ware bezorgdheid’ (bl. 237).
Maar is dit wel zoo? Volgens den schrijver zelf (bl. 240) ‘moet de tragische figuur’ onder anderen aan deze voorwaarde voldoen: ‘Zij moet in haar ongelijk de aanspraak op onze achting en genegenheid niet verbeuren, zoodat wij er in gemoede van overtuigd zijn, dat haar ongeluk onze rechtmatige deelneming wekt, aangezien zij onverdiend, of althans meer dan zij verdiend, lijdt.’
Dit zou met Jeptha het geval zijn, als hij werkelijk in zijne vasthoudendheid aan zijn onberaden eed zondigde ‘tegen andere geboden Gods, minstens even heilig als het gebod zijner gelofte’ (bl. 231). Maar houdt de heer Moltzer zelf dat gebod wel voor heilig, of kan het op den toeschouwer dien indruk maken? Het tegendeel is waar. Men leest bl. 230: ‘Aan zijne zienswijze houdt hij vast met “eene hardneckigheid, die haeren eigen zin bewierookt meer dan Godt en Godts beveelen” (vs. 1726 en vlg.), met eigenzinnigheid dus.’ Die eigenzinnigheid is zoo doof voor goeden raad, dat ik er geen anderen naam dan koppigheid voor weet. En nu vraag ik, of een vader, die zijne eenige dochter daaraan opoffert, ‘de aanspraak op onze achting en genegenheid niet verbeuren’ moet? Is het mogelijk sympathie te gevoelen voor dezen Jeptha, niet voor den Jeptha zooals hij ons hier en daar beschreven wordt, maar zooals hij in het stuk zelf handelend optreedt? Doch daarmede valt dan ook Moltzer's betoog.[p. 286]Wat den stijl aangaat, die is lager bij den grond dan gewoonlijk bij Vondel het geval is: de veelvuldige redekavelingen zijn grootendeels alledaagsch en plat.
Eene gunstige uitzondering maakt de Rey van Maeghden, dat schoone koor, 't welk het derde bedrijf besluit, en waarin wordt gewezen op de uitkomst, door God aan Jochebed in haar angst geschonken, en de bede geslaakt: mocht ook Ifis' moeder zoo getroost worden!
Ik kan mij niet weerhouden het in zijn geheel uit te schrijven:
I zang.
‘Toen d'oude dwinglant van den Nijl
Besloot Godts stamhuis plat te treden,
De droeve Jochebed een wijl
Het kraemkint berghde, en door haer leden
Alle oogenblick een grilling ging,
En angstigh aen elck haer,
In schrickelijck gevaer,
Een druppel dootzweet hing:
Het minste ruisschen van een bladt
De kraemvrou, al te vroegh,
Met kracht ter nedersloegh,
Belaên met haeren schat:
Bevalze, uit hoogen noot, het kint,
In eenen rieten kist verborgen,
De wufte gunst van stroom, en wint,
En 's hemels vaderlijcke zorgen.
Godt weet hoe 't moederlijcke hart,
In dien bedruckten stant,
Om 't kostelijcke pant
Beklemt was en benart:
Toen zy 't op 't water drijven liet,[p. 287] De zuster al belaên
Het stil zou gadeslaen,
Gedoken achter 't riet.
I. tegenzang.
‘Hoe kon d'ondanckbre vorst zoo haest
Dien voesterheer des volcks vergeeten,
Al Josefs weldaên! och, hy raest,
Gelijck een tiger, van zijn keten
Geborsten, om onnozel bloet,
De toevlught der Hebreen,
Oock zonder recht, en reên,
Te plompen in den vloet:
De manlijcke afkomst algelijck
De telgen, uit den stam
Geteelt van Abraham,
Te roien uit het rijck.
De krokodil, dat moortgedroght,
Verschoonde 't kint uit mededoogen.
Denck of zijn moeders achterdoght
Dit hartewee alleen haere oogen,
En Gode klaeghde daer ze zat
Op d' oevers van den vliet.
Wat kermt, wat klaeghtze niet,
Van zuchten afgemat!
Hoe kropte zy de jammerklaght
Inwendigh, en zagh, stom
Van angst en dootschrick, om,
Beducht voor 's Konings wacht!
II. zang.
‘D' alziende wachter die noit sliep,
En Jakobs afkomst trou bewaeckte,
Zagh uit den hemel neêr, zoo diep,
Op 't vlotend kraemkint: dat genaeckte
Den oever, daer de koningin
De dochter in het groen
Van 't lachende saizoen,
Verquickte hart en zin.
Het kleentje viel haer in den schoot,
Al schreiende, zy kust
En welkomt het met lust,
Beschut voor 's waters noodt.
Zij koestert het aen 's moeders borst,[p. 288] En treckt het heerlijck op in 't ende,
Voor haeren zoon, gelijck een' vorst,
Tot dat het, na geleên elende,
Zijn stamhuis ruckte uit Faroos maght,
Die voort met zwaert en speer,
In 't midden van het meer,
Het roode meer, versmacht:
Daer Godts genootschap op het strant
Met zang en spel Godt looft,
En aller stammen hooft,
Gehanthaeft van Godts hant.
II. tegenzang.
‘Och, of Godt mede eene uitkomst gaf
Aen Ifis onbewuste moeder:
Ten beste van haer vrucht, dus straf
Te handelen van haeren hoeder,
En eigen vader, om een woort,
Een onbeschaefden eedt,
Te sterken overwreet
Door 't offer, noit gehoort:
Zoo moght haer dochter noch, ten stut
Des lants, een' braven helt
Gewinnen, die in 't velt,
Als Moses, 't volck beschut.
Wat zal men eerst beklaegen, of
De schoonheit, of het jonge leven,
Of haer stantvastigheit? een stof
Voor dichteren, om op te zweven.
Wat gaet de ontstelde moeder aen,
Als zy, verheught van geest,
Op 't blijde zegefeest,
Dit jammer zal verstaen?
Waer me verschoonen wy voor haer
Ons stillezwijgentheit
Van 't offer, lang beschreit?
O schendigh moortaltaer!’
In het jaar 1600 zagen vier tooneelstukken het licht. Vooreerst eene vertaling van den Oedipus van Sofokles, die wij, bij de waardeering van Vondel's talent als treurspeldichter, kunnen voorbijgaan. Weldra volgden Koning David in Ballingschap en Koning David Herstelt.
[p. 289]Beide deze stukken hebben niets van treurspelen: het zijn eenvoudig gedialogiseerde verhalen. Het eerste geeft ons te aanschouwen, hoe David door zijn zoon Absalon uit Jeruzalem wordt verjaagd; het tweede, hoe het oproer bedwongen, en de Koning weer op den troon hersteld wordt. Die ommekeer is nog al bevreemdend. Absalon, hoewel aan 't hoofd van een grooter legermacht, wordt overwonnen, omdat zijn staatkundige raadsman, Achitofel, terstond na het slagen der omwenteling, uit vrees voor eene mogelijke mislukking, hem verlaten en zich verhangen had. En David wordt, zonder verdere tegenkanting, weer door Israël als koning aangenomen, ofschoon men hem verjaagd had, omdat men van hem walgde, wijl hij
‘Op overspel, verraet en Godtvergeeten moort’
‘geklampt’ had. Hoe was dat zoo op eens vergeten?
In dien dus gemotiveerden val is eene tragische grondgedachte niet te miskennen; maar men moet haar terstond weer opgeven, omdat men geen zweem van sympathie, dus ook geen medelijden kan hebben met den ouden, onzelfstandigen huichelaar, die, ofschoon hij ‘God noch menschen’ ortziet ‘in moorden en schoffeeren,’ zich voordoet als een ‘yvraar voor de wet;’ die dagelijks zeven-maal in plechtigen optocht gaat bidden, maar op het eerste gerucht van den opstand lafhartig afdruipt.
En in het tweede stuk is hij misschien nog karakterloozer voorgesteld. Hij laat zich door zijn veldheer Joab leiden en ringelooren, en doet zelf niets dan treuren en weeklagen om zijn zoon; - Van Lennep spreekt zelfs van ‘oud-wijfs-getreur’ (IX D., bl. 140). Vondel heeft hier de onuitbluschbare kracht der ouderliefde willen schilderen, en meende, dat hij er in geslaagd was een treurspel te schrijven, ‘dat alle treurspelen in droefheit te boven gaat.’ Stellen wij ons voor, dat hij daarbij dacht aan wat er in zijn eigen hart omging, aan wat hij bleef gevoelen voor dien zoon, die hem het leven verbitterd had, dan hebben wij deernis met den grijzen Dichter, maar daarom nog niet met zijn held. Bij dezen is die ‘zoonzucht,’ zooals Vondel 't noemt, die zich door niets verklaren laat, dan dat het ‘den schoonen Absolon’ geldt, slechts eene zwakheid te meer. Ware die vaderlijke liefde in strijd geraakt met het plichtgevoel van den monarch, er zou een zielverscheu-
[p. 290]rende tragische toestand geboren zijn: nu zij alleen in botsing komt met den wil van den ruwen, wraakgierigen Joab, ‘een helt van wonder rauwe seden,’ zooals Cats hem noemt (Ouderdom), heeft de dichter zijn doel gemist.
Bij dat alles komen nog tal van fouten tegen de samenstelling, zoodat de veroordeeling dezer stukken volmaakt gerechtvaardigd is.
Eindelijk verscheen ten zelven jare nog Samson of Heilige Wraeck. 't Is de bekende geschiedenis uit het Boek der Richteren: of ze echter geschikte stof opleverde voor een treurspel, valt te betwijfelen.
Samson, door Dalila verraden, is de gevangene der Filistijnen. De oogen zijn hem uitgestoken, en hij moet, geketend, uitgeteerd door slechte voeding, steeds bedreigd door de zweep van den tuchtknaap, het meest vernederende werk doen. Zoo vertoont hij zich uiterlijk: hoe wordt zijn innerlijk wezen geschilderd? Wij zien hem voorgesteld als een woestaard, zonder eenige grootheid van ziel. Niet slechts tegenover de Vorstin van Gaza jammert hij over zijne ellende: tegen den eerste den beste weeklaagt hij en steekt daarbij zelfs de hand uit als de meest alledaagsche bedelaar. De Rey van Joodsche vrouwen zag hem dat terstond aan:
‘Het schijnt hy bidt ons om een aelmoes, gansch verlegen
Van bittere armoede.’
En zij bedrogen zich niet; want hij voegde terstond het woord bij de daad:
‘Och, ontferm u toch. Godt zegen,
Godt hoede u allen: wie ghy zijt, of niet mooght zijn,
Vertroost en helpme toch, in dezen droeven schijn,
Een' armen blinden man, op zijnen hals gevangen,
Geboeit, geketent, met een ruwe py behangen....’
Aan zijn hartstocht viert hij op dierlijke wijze den toom. Als hij de wraak in 't verschiet heeft:
‘Hy schuimbeckt, knarstant, brult. d'ooghwinckels in zijn hooft
Broên wraeck, en gruwelen. de wraeck begint t' ontsteecken.
Hy schudt het hooft. hy trapt, en stampt, en kan niet spreecken.’
En in de dagen zijner macht heeft hij zich evenmin getemd. Hij heeft zich in wellust gebaad en met afgodische Dalila's zich ver-
[p. 291]loopen. Dat juist had hem ten val gebracht en in de handen geleverd dier vijanden, die hij bij honderden verslagen, en wier land hij aan vuur en verwoesting prijs gegeven had, aan het hoofd van
‘Zoo veel geweldenaers, die goôn en menschen plaegen,
En onder schijn van recht en godtsdienst, moorden, jaegen,
Beeltstormen, branden en schoffeeren.’
Daarvoor oefenen zij nu het oorlogsrecht aan hem; en dat ze daarbij niet eens zoo gruwelijk te werk gaan als de Joden weleer, doet hun Vorst duidelijk uitkomen, door er op te wijzen, hoe hun Koning Adonibezeck mishandeld was. Nauwelijks was hij gevangen, of
‘Men hout hem, in de vlught gegreepen, flux de duimen
Van hant en voeten af. toen most hy, als een hont
De kruimen, van den disch gevallen, met den mont
Van d' aerde zamelen, op handen en op voeten
Gekropen, in het stof zich wentelen, en wroeten,
En, naer Jerusalem vervoert met veel geschals,
In banden sterven, en het boeten met den hals.....
Zoo kan dan Samson met geen reden zich beklaegen.
Wie andren plaegen wil verdient de zelve plaegen.’
En daartegenover wordt die Vorst van Gaze ons geschilderd als wijs, rechtvaardig, hoffelijk en goedertieren; als een, die de kunst waardeert en beschermt. En toch wordt hij met duizenden uit zijn volk door Samson op de vreeselijkste wijze ter dood gebracht. De geheele geschiedenis is afgrijselijk, maar niet tragisch.
De vernedering, welke Samson ondergaat, had hij zich zelf op den hals gehaald, tot eene rechtmatige straf. Niet alleen zegt de tuchtknaap:
‘Zoo vaerenze met recht, die zich niet spaenen konnen
Van schoone boelen, valsch en trouweloos van aert;’
maar ook in de opdracht schreef Vondel: ‘Ick oordeelde niet ondienstigh Samson in zijne versmaetheit ten tooneele te voeren, om wulpsche zinnen in te tomen van alle ongeregeltheit.’ - En van den Vorst getuigt Van Lennep terecht (IX, 215): ‘hy boezemt ons genoegzamen eerbied in, om ons medelijden te doen gevoelen met het lot, dat hem te wachten staat, en 'twelk hy niet schijnt
[p. 292]te verdienen uit anderen hoofde, dan omdat hy tot een wangeloovig ras behoort.’ Dat is het, wat alles moet vergoêlijken en Samson's wraak als eene tuchtiging Gods doen aannemen. Maar was dat wel geschikt om eerbied in te boezemen voor en te doen berusten in den wil van een Opperwezen, dat eigenlijk zoovele onschuldigen alleen verdelgt om te toonen, dat Jehova sterker is dan Dagon? Want waardoor berokkent de Vorst zich zijn deerlijk uiteinde? Door bij Dagon te zweren, dat hij zijne belofte nakomen zal, en er bij te voegen:
‘Is ergens stercker Godt, waer by men zweeren magh
Hy rucke 't kerckgewelf van Dagon dezen dagh,
In 't midden van de vreught, op 't hooft der Filistijnen,
Begrave en overstulpe al die te feest verschijnen!’
Vondel schijnt zelf gevoeld te hebben, dat de indruk, dien dit alles op het tooneel moest maken, niet de gewenschte kon zijn; en hij heeft dat zoeken te keeren door vooraf duidelijk te doen zien, aan hoe ergerlijke afgoderij de Filistijnen zich schuldig maakten. Daarom heeft hij het stuk laten aanvangen met de verschijning in levenden lijve van Dagon zelf1), die wordt afgeschilderd als een helgeest, een ‘echt leelijke, vuile en vieze duivel’ (Van Lennep), omgeven van een stoet,
‘Die naer den zwavel stinckt, en morssigh, vuil van roet,
Met kromme krauwels kemt (z)ijn pruick, en ruige locken,
Al giftige adders, boos en afgerecht op wrocken.’
Een Vorst en Volk, die zulk een afgod eerden, waren wel waard om verdelgd te worden.... Dit moge de gedachte van den Dichter geweest zijn, als grondgedachte voor een treurspel is zij niet bruikbaar.
1)Alles schijnt er op te wijzen, dat die personage eerst later in of liever voor het stuk werd geschoven. Ware dit eerste tooneel het eerst geschreven, Vondel zou niet hetgeen daarin wordt verhaald, nog eens door Samson zelf hebben laten meedeelen. En is die gissing juist, dan kan er geen twijfel bestaan omtrent de reden, waarom Vondel deze zonderlinge figuur hier laat optreden.
Voorts zij nog opgemerkt, dat het in dit stuk ook niet ontbreekt aan toespelingen op den opstand tegen Spanje. B.v. in de tirade van den Vorst: ‘Een heilloos moortgespan...’ (bl. 176), en die der Koorwaerzeggerin, bl. 200-201.[p. 293]Wij komen tot Adonias of Rampzalige Kroonzucht, een jaar later (1661) in het licht verschenen.
Men heeft Vondel dikwerf verweten, wat men zijn gebrek aan locale kleur mag noemen. In dit stuk kan hem, wat een alles beheerschend hoofddenkbeeld betreft, die feil niet ten laste gelegd worden. Maar de uitwerking, die dat op den lezer van onzen tijd heeft, toont beter dan eenige redeneering, hoe verkeerd een eisch aan dat onverdiende verwijt ten grondslag gelegd werd.
David heeft zijn jongsten zoon Salomon, op wiens geboorte buitendien nog een smet kleefde, tot zijn opvolger doen uitroepen, met voorbijgaan van zijn oudsten zoon Adonias, die naar recht en gebruik de aangewezen natuurlijke erfgenaam van den troon was. Maar God, heette het, had Salomon bepaald tot koning uitverkoren. In den theokratischen Staat alleen was zoodanige oplossing mogelijk.
In dien geest nu heeft Vondel zijn stuk willen schrijven. Maar die opvatting is zoo in strijd met onze tegenwoordige denkbeelden, dat de dichter niet volkomen aan zijne grondgedachte is getrouw gebleven, en wij het niet van ons kunnen verkrijgen, Salomon en zijne medestanders, die Adonias en de zijnen ter dood brengen, anders te beschouwen dan als overweldigers, door het vuigste eigenbelang gedreven. De Koning vooral komt ons ‘onmenschelijk, onnatuurlijk en ondankbaar’ voor. Geen wonder dan ook, dat men bevangen wordt door een gevoel ‘van wrevel jegens den Koning en zijne raadslieden, welken indruk het zeker niet in 's dichters plan lag te verwekken.’ Wij bezigen de uitdrukkingen van Van Lennep (IX D., bl. 314-315), een voorstander van de locale-kleurtheorie: men ziet er uit, waartoe dat stelsel leidt.
Maar ook wanneer wij de gebeurtenissen beschouwen in het licht, waarin de dichter ze geplaatst wilde hebben, kan dat alleen, naar de regels, die hij zelf erkende, leiden tot geheele veroordeeling van het treurspel als zoodanig.
Adonias had zich vroeger al eenmaal tegen de veranderde troonsopvolging verzet, maar moest toen bukken. Hij had vergiffenis verworven en scheen te berusten. Maar neen: hij bleef haken naar de kroon, waarvan hij zich nu op slinkschen weg wil meester maken. Hij staat naar de hand van Abizag, die, althans in naam, met David was gehuwd geweest. Naar oostersche opvatting kon
[p. 294]alleen de opvolgende Koning de weduwe zijns voorgangers tot vrouw nemen; ja, zoodanig huwelijk stempelde haar echtgenoot tot Regent. Verwierf Adonias Abizag's hand, dan zou de wettigheid van Salomon's regeering in twijfel raken, en de pretendent een glimp aan zijn ondernemen geven, waardoor hij ten minste alle misnoegden op zijne zijde kreeg. Op die wijze hoopte hij den uitverkoren Gods van den troon te dringen.
Wekt dit ondernemen - in de gegeven veronderstelling - niets dan afschuw, de wijze, waarop hij tot zijn doel wil geraken, boezemt ons geen achting voor Adonias in. En hij wordt er niet beter op in onze schatting, als wij zien, hoe hij, zonder eenige zelfstandigheid, aan den leiband loopt van twee eerzuchtige afgezette ministers, die hunne plaats in den Raad des konings willen herwinnen, en ten slotte blijken niets dan karakterlooze lafaards te zijn. Wij kunnen ons eindelijk niet weerhouden hem te verachten, als blijkt, dat hij, om tot zijn doel te geraken, Abizag misleidt, en eene liefde huichelt, die hij niet gevoelt; terwijl hij ten slotte, zonder eenige grootheid, de vlucht neemt, in een hollen boom wegkruipt, en jammerend sterft. Zulk eene persoonlijkheid boezemt sympathie noch belangstelling in: men voorziet bedaard het mislukken zijner onderneming, men hoopt dit zelfs, zonder dat er eenige hartstocht bij den toeschouwer wordt opgewekt.
En hoe gemakkelijk ware het hier geweest een boeiend treurspel te schrijven, als eenvoudig Adonias zelfstandiger en edeler, Abizag wat staatzuchtiger ware voorgesteld; als de rechtmatige troonopvolger, die in de zaak berust had uit eerbied voor den wil zijns vaders en in het belang van het Rijk, zich eindelijk had laten vervoeren door een allesverteerenden hartstocht voor Abizag1); als de koningsweeuw hare hand alleen had willen schenken aan
1)Vondel schijnt daar wel iets van gevoeld te hebben; want ofschoon uit het tweede bedrijf blijkt, dat de liefde, die de Prins in het eerste voor Abizag scheen te koesteren, slechts gehuicheld was, wordt in het koor, dat het vierde bedrijf besluit, zijn val weder aan de liefde toegeschreven:
‘Dat komt van reuckloos minnen,
En staen naer koninginnen.
Abizag staet hem dier.
Wie alverteerend vier
Genaeckt verbrant tot assen.’[p. 295]hem, die haar weder ten troon verhief, hetzij den Koning, hetzij den held, die de plaats, welke hem toekwam, durfde veroveren.... Maar het is niet noodig de schets verder uit te werken. Men behoeft geen dichter te zijn om in te zien, dat op die wijze tragische belangstelling voor Adonias ware op te wekken, in wiens toestand men zich kon verplaatsen, zonder zich al te misdadig te achten; maar in wiens val men toch zou moeten berusten, omdat geen hartstocht, noch liefde, noch eerzucht een vrijbrief geeft om oproer te stoken en eene orde van zaken omver te werpen, waarin men zelf berust had. En die slotindruk zou vooral zijn teweeggebracht, als in den loop van 't stuk gebleken was, dat David werkelijk in 's lands belang had gehandeld, toen hij den wijzen, bezadigden Salomon, die zich geheel aan de zorg voor zijn rijk wijdt, op den troon bracht in steê van dien Adonias, wiens gloed ons in vuur kon hebben gezet, maar die toch te hartstochtelijk, te onbesuisd en zedelijk te zwak was, om rust en voorspoed te schenken aan een Staat, door zooveel slingeringen geteisterd.
Overigens vindt men in dit, als in de meeste van Vondel's stukken, uitmuntende partijen. Men veroorlove ons ook hier eene proeve van 's dichters talent te geven, door mededeeling van de samenspraak tusschen Adonias en Abizag uit het eerste bedrijf.
Adonias.
‘De hut van Aron zingt den Godt der vadren lof:
En rijst Abizag niet, de morgenstar van 't hof,
En joffrentimmer, die mijn vader Davids oogen,
Met eene dunne wolck van ouderdom betogen,
Noch kon verquicken, toen zy hem in 't harte scheen,
Het leven langer reckte in d' afgeleefde leên,
En 't bloet, in d'aderen bevrozen, zacht ontdoide?
Geen morgenglans, ter kimme uitrijzende, bestroide
Het aenschijn van het ooft met schooner roozeblaên,
Gelijck Natuur haer wang. daer komt die schoonheit aen,
Zoo schoon geschapen, dat een princen hart zou lusten
In haeren schoot, vol gloets, en blancken arm te rusten.
Hoe reizigh muntze in al dien sleep hofjoffren uit.
De hemel zette u haest te prijck, aenstaende bruit,
En trouwe uw rechte hant aen mijne, ô overschoone.
Ghy waert den vader lief, en zijt den outsten zoone
Noch liever. my verlangt naer geenen blijder dagh[p. 296] Dan dat ick in uw hart de kroon eens spannen magh.
De hemel geef het och, gebeurde my die zegen,
Ick zou het tegens gout noch kroonegout opweegen.
Ghy schoone, belgh u niet, noch keer zoo streng en ras
Uw blinckende oogen van den prince Adonias......
Abizag.
Doorluchtste prins, van Godt gezegent,
Wat stroitghe zulck een loof voor my,
Die noit van u dus ben bejegent?
Deze eer gaet boven mijn waerdy:
Oock lijdt de tijdt niet dartle rede
Zoo vroegh te voeren. het gebeent'
Van uw' heer vader rust in vrede.
Ick heb mijne oogen uitgeweent,
Het rougewaat pas uitgetogen.
De lijckklaght en het hofgeschrey,
Jerusalem en 't rijck bewogen.
Het is te vroegh van bruiloftsrey,
En bruit, en bruiloften te reppen.
Oock leerde vader dagh en nacht
My lust in Moses wetten scheppen.
Dat voeght het vaderlijck geslacht.
Wat leerde ick al verborgentheden
Uit 's konings mont, daer Godt door sprack!
Toen hy my 's nachts, op mijn gebeden,
De fackel van Godts woort ontstack,
My wees den wandel der aertsvaderen,
En monsterde eeuwen, die voorheen
Verliepen, of van verre naderen,
Daer Jakobs hoop en troost uit scheen.
Hy leerde my Messias kennen
Uit schaduwen, en ommetreck.
Ick zweefde op Cherubijne pennen,
En tradt de leeuwen op den neck
Hy toonde my de schets des tempels,
Zo rijckelijck door Salomon
Te bouwen, koor, altaer, en drempels,
En wat geen mensch bedenken kon.
Zijn aendacht heeft mijn' geest ontsteecken.
Het lustme alleen van Godt te spreecken.
Adonias.
Het spreecken van Godts recht en wet[p. 297] Is loffelijk, doch eischt zijn stonden:
Daer staen de priesters aen gebonden,
Die voor ons waecken in 't gebedt.
Het vryen eischt oock zijne tijden,
En voegt den jongelingen eerst.
De liefde, die het al beheerst,
Gebiet ons in dit velt te strijden.
Zoo gingen al de vaders voor,
En noodden ons hun streeck te houden.
Heldinnen, die geslachten bouden,
Verdaegen ons op 't zelve spoor.
Het is my ernst. ick hoop u heden
Noch aen te zoeken by het hof.
O schoone, 't zy met u verlof.
Och neigh uw oor naer mijn gebeden.
Abizag.
Dat is een donderslagh in 't oor.
Zou my de prins ten hove aenzoecken?
Daer komt hy langhzaem tot gehoor.
Bedenck u wel. leef raet met kloecken.
Verschoon uwe eer en achtbaerheit:
Uw broeder zoeckt u niet te huwen.
En word uw aenzoeck u ontzeit,
Al 't joffrentimmer zal u schuwen.
't Verzoecken staet den prince vry:
Maer kuntghe my hier in geloven,
Ghy raeckt' er lichtelijck in ly,
Of kommerlijck dien hoeck te boven.
Wie t'ontijt vruchten plucken wil,
Zal 't zwaerlijck naer zijn' wensch gelucken.
Wat hindert uitstel? hou u stil.
Ontijdigh ooft valt wrang in 't plucken.
Adonias.
Betrout ghy 't ons, men heeft de zaeck
Met wijze mannen overwoogen,
En raet van aenzien en vermogen.
Ghy zijt de liefste, om wie ick blaeck.
Men zal dit aenzoeck zoo beleiden,
Dat ons de bruit niet kan ontstaen.
Wy vangen 't werck niet reuckloos aen,
Maer rijp, omzightigh, en bescheiden.[p. 298] Abizag.
Wie zijn die raeden? meltze my.
Zie toe, en laet u niet verblinden.
Ga hier een luttel aen een zy.
Wat grontvest heeft dit onderwinden?
Adonias.
De groote aertspriester Abjathar
Met veltheer Joab onderstutte
Mijn huwlijx voorslagh in Godts hutte,
O licht des rijx! ô Morgenstar!.....
Abizag.
Ghy stut met afgezette maghten
En maghtelozen raet uw daet.
Wat uitkomst staet u hier te wachten,
Indien dit averechts beslaet?
Doch is uw jeught aldus op trouwen
Verslingert, ga te keur in 't hof,
En kies de bloem uit alle vrouwen.
Een prins als ghy ontbrack noit stof.
Adonias.
Mijn vader had u uitgekozen
Uit twalef stammen, waer de zon
Een schoone maegt beschijnen kon.
Ghy zijt de bloem van al de rozen.
Verquick mijn hart met uwen geur,
En zwelgh mijn ziel in met de tippen
Van uwen mont en roode lippen.
Waerom verschietghe dus uw kleur?
Ik hoop de honighleckernyen
Uit uwen mond, in uwen schoot,
Te zuigen, daer de min my noot.
Ick ga hier op ten hove vrijen.
Daer komt nu d' oude koningin
Ter hutte treden naer Godts outer.
De liefde maeck' den minnaer stouter.
De hemel zegene ons begin.
Abizag.
Wat my belangt, ick sta gelaeten,
Aen 's konings wil, en Sadox stem.
De hemel zeegne Davids staten,[p. 299] En waecke voor Jerusalem.
Wy zullen ons gehoorzaem draegen.
Wat Godt behaeght, zal my behaegen.
De Batavische Gebroeders, die nu volgen (1662), worden door Van Lennep, wiens beoordeelingen maar al te dikwerf loftuitingen zijn, ‘onder de beste van Vondel's dramatische gewrochten gerangschikt’ (IX, bl. 724). Ik ben daarentegen van oordeel, dat dit stuk niets van een treurspel heeft. 't Is weder niets anders dan de gedialogiseerde geschiedenis van den druk, dien de Batavieren van de Romeinen hebben te lijden, en van de onrechtvaardige straf, die hunne beide vorsten treft voor een oproer, waaraan zij niet gedacht hebben. Dit moge nu al treffend zijn voorgesteld, het is toch niet genoeg om dit gedicht tot een treurspel te stempelen.
Hetzelfde oordeel geldt in nog sterker mate van Faëton of Reuckeloze Stoutheit, welk stuk kort daarop (1663) het licht zag, en misschien wel geschreven was om den hemel van Lucifer en Salmoneus nog eens te kunnen gebruiken. De bekende geschiedenis uit het tweede boek der Metamorfosen van Ovidius, met wier vertaling Vondel zich te dier tijd bezig hield, was wel allerminst geschikte stof voor een drama, nog veel minder voor een treurspel. De held van het stuk komt ons nauwelijks onder de oogen. In het eerste bedrijf verlangt Faëton zijn vader te leeren kennen; in het tweede wordt hij aan Febus voorgesteld en eischt, dat deze hem, ten bewijze dat hij werkelijk zijn zoon is, voor één dag den zonnewagen zal laten mennen. Febus stemt er in toe, ofschoon hij de droevige uitkomst vreest en het den vermetele niet aan waarschuwingen laat ontbreken. Faëton stapt in den wagen - en verdwijnt voor altijd uit het gezicht. De drie overige bedrijven zijn met langwijlige verhalen gevuld, die ons volkomen koud laten. Waar is hier de tragedie?
Het zonderlingste van al de door Vondel geschreven tooneelspelen is wellicht dat, hetgeen hij doopte: Adam in Ballingschap of Aller Treurspelen Treurspel (1664). Noch de opvatting, noch de inkleeding kan den toets der critiek doorstaan1).
1)Verg. ook 't oordeel van Beets over dit treurspel (Verscheidenheden II, bl. 78).[p. 300]De zondenval moge ontegenzeggelijk een aandoenlijk verheven thema zijn, voor tragische bewerking was het niet geschikt, hoe dikwerf men 't ook beproefd hebbe. Dit blijkt reeds uit de mysteriespelen, waaraan Vondel's gedicht vanzelf herinnert. En onder zijne handen heeft noch het dramatisch, noch het tragisch bestanddeel op den gang der geschilderde gebeurtenissen het noodige overwicht verkregen. De mensch wordt hier meer als speelbal der helsche machten voorgesteld, dan als slachtoffer van eigen hartstocht. Dit mocht in de kindsheid der tragedie, bij Aeschylus, voldoende zijn om den tragischen indruk teweeg te brengen, een hedendaagsch publiek eischt iets anders1). En terwijl van den eenen kant de vraag rijst, of uit het oogpunt der poëtische gerechtigheid de straf wel evenredig is aan de overtreding dier onnoozele, verschalkte Eva, maakt van den anderen kant met onweerstaanbare kracht de indruk zich van ons meester, dat hier eigenlijk de triomf der boosheid gevierd wordt. Want ofschoon, ‘Godts veltheer Michaël’ wordt
‘de wacht
Bevolen van den hof, om 't goddelijck geslacht,
Het menschdom, ga te slaen, zoo ver het Godt gehenge,
Op dat geen helsch gespan zich in de bruiloft menge,
En bruidegom en bruit, versteecken van zijn hulp,
Den doot niet drincken uit een parlemoere schulp,’
toch kon Lucifer, in het vijfde bedrijf, met volle recht braveeren:
‘Zoo wort mijn wraeck verzaet. nu triomfeert de hel.
Dat mijn erfvyant [God] zich nu weere en wetten stell',
Om zulck een inbreuck van erflasteren te keeren:
Wy passen langer op geen' hinderdam noch beeren
Van wetten, en belofte, en vreeslijck dreigement.
Natuur leght onder, plat getreden, en geschent.
Al 't menschelijck geslacht is mijn, en errefeigen.’1)Kan iets worden ingebracht tegen dit oordeel van Louis Ganderax in de Revue des Deux Mondes van 1 Nov. 1881, p. 221:
‘Les événements ne nous touchent plus guère; les apparences matérielles de la vie ne savent plus nous tromper: la seule-chose, à présent, qui nous importe est la présence de l'homme; le seul spectacle qui nous attache est celui d'une âme telle que la nature l'a faite ou que la société l'a modifiée; ce que nous prisons, en fin de compte, ce n'est plus l'invention ou l'arrangement des faits, c'est l'étude des caractères et des moeurs.’[p. 301]En hoe zonderling plat wordt de verzinnelijkte voorstelling bij de uitwerking der bijzonderheden! Aartsengelen, die van God gezonden worden om Adam op zijn bruiloftsfeest te complimenteeren en een lauwerkrans aan te bieden! En dat bruiloftsmaal met de hemelsche gasten, die niet kunnen genoopt worden van tafel op te staan:
‘En niemant minder dan d' Aertsengel Gabriël!’
En dan die pauze onder het feestmaal, op het eind van het derde bedrijf, waar
‘De gasten vangen aen den hemel toe te danssen,’
en Adam en Eva, omstuwd door hunne wachtengelen, lustig rond-trippelen, terwijl Adam zingt:
‘Laet ons dan den feestdans leeren
En den trant,
Van den grooten heer der heeren;
En den hemel nabootseeren
Met verstant.
Volght de vaste en wufte lichten
Op hun spoor.
Dat's op d' aerde een' hemel stichten!’
Dit is misschien eene natuurlijke voorstelling van de feestvreugde op eene burgerbruiloft, als de wijn de beenen rap had gemaakt; maar of het ook gepast is bij dit onderwerp? De naturalistische voorstelling is daarmee niet uit:
‘De dans heeft zijn beslag; nu weêr ten disch gelegen
Daer Gabriël u noot op 's hemels verschen zegen!’
Zoo noodigt de Rei; en in het volgende bedrijf verneemt men, hoe de Aartsengel zich verder van zijn last gekweten heeft door het uitbrengen van een feestdronk. Eva, die nog geheel vervuld is van het feest, zal het ons vertellen. ‘Gelukkig,’ zoo roept zij uit,
‘Geluckigh zijnze, die met engelen verkeeren.
De milde bruiloftsdisch vereerde ons hemelspijs,
En manne en druif, gegroeit in 't aerdtsche paradijs,
Die al het ander ooft door leckerny verdoven:
Maer 's engels rede ging al 't bruitsbancket te boven.’
Hij had dan ook eene toespraak gehouden, die hem eenige inspanning gekost had.
[p. 302] ‘d' Aertsengel most zich op die rede eerst zelf bezinnen.’
En geen wonder, hij had hun de pracht gemaald van dat andere paradijs, en ten slotte gezegd, dat
‘(Hy) hoopte 't menschdom eens in 's hemels paradijzen
Te wellekomen, op een blijder bruiloftsfeest!’
Dat zij zich in dat vooruitzicht verheugden, sprak vanzelf, want
‘'t Gesteente geeft den gront een grooter heerlijckheit.
De jaspis, de safier, smaragden, en berillen,
Sardonix, sardius, en ametisten willen
Chalcedon, chrizolyt, noch genen chrizofraes,
Noch hiacinten, noch den moedigen topaes
In 't praelen wijcken. Elck is moediger in 't proncken. -
De muuren steigren hoogh, en dicht aen een gekloncken
U t louter jaspis, net op een vierkante maet. -
De poorten, elck een perle, en elcke schoone straet
Met klinckklaer gout gevloert, gewilligh doorgang geven
Aen alle geesten, die hier heene en weder zweven.’
Dat was de dichterlijke voorstelling, die aan de geldwinnende Amsterdammers van dien tijd geviel. Als de verbeelding zich in het labyrinth van zoodanige voorstellingen ging verwarren, schilderde zij nog heel wat andere tooneelen. Men denke aan de schets, die Gabriël in het tweede bedrijf van het paradijs geeft, waarin het o.a. heet:
‘Men ziet het vee gedyen
By keur van geurig kruit, en duizend leckernyen.
De rugh van 't dertel lam, gedost met eene vacht,
Van gloênde purperverf, getuight door zijne draght
In welck een' beemt het weit, en draeght livrey en wapen
Van koning Adams hof, ter heerschappy geschapen.
De boom zweet honighdau. De beeck geeft room en wijn’1).1)Die zonderlinge, echt fantastische voorstellingen halen echter nog niet bij de vlucht, die de verbeelding in onze dagen neemt, waar de toestand van het paradijs geschetst wordt in de periode, die ook Vondel schildert. Ik lees toch bij Culman, Die Christliche Ethik I, 47: ‘So wenig der Geschlechtsgegensatz einseitig an Adam fixirt seyn konnte, ebensowenig die andern Polaritäten des menschlichen Leibes, als da sind: hinten und vorn, oben und unten, rechts und links.’ Heel begrijpelijk is dit niet; wellicht vindt men licht in het te dier plaatse geciteerde: C.A. von Schade, Präliminarien zu einer Gestaltungslehre des Menschen.[p. 303]Zonderling klinkt bij dit alles de taal van hemel- of heltrawanten, als zij beelden gebruiken, aan de moderne beschaving ontleend. Als b.v. Lucifer uitroept:
‘Gewis het kan niet feilen,
Wy zullen in den wint dien hoeck te boven zeilen;’
als Gabriël gewaagt van
‘Een parlemoere schulp,
Waer in men druiven perst, en rijpe muskadellen;’
of Lucifer zich en de zijnen vergelijkt bij ‘bandyten; en Asmode verklaart, dat er bij alles geluk noodig is, want
‘zonder dit
Schiet d' outste schutter mis, en buiten 't rechte wit';
en Adam, al met het boomkweeken bekend, verklaart:
‘Men ent de plant op plant.’
Slechts zelden verheft zich de dichter tot een roerend tafereel of tot echt poëtische vlucht. In het verleidings-tafereel van Eva door Belial zijn eenige dichterlijke plaatsen, vooral de aanhef, tevens zoo menschkundig:
Belial.
‘Geluck, ô bruit, aenstaende moeder
Der eeuwen: heil in d' echte staet.
De hemel zy en blijve uw hoeder,
De bruidegom uw toeverlaet.
De roos en leli luicken onder
Uw voeten schooner op. O bloem
Der schoonste bloemen, weereltswonder
Van alle schoonheên: die haer' roem
En vlag voor uwe schoonheit strijcken,
Noch schooner moetge namaels prijcken.
Eva.
Wat stem genaecktme uit dichte blaedren
En schaduwen? Wie komtme hier
Met zulck een' gloet van liefde naedren?
Zoo gy een geest zijt, of een dier,
Ontmom, vertoon u. Laetme kennen
Wie my dus minnelijck begroet.[p. 304] Het zy gy zweeft op lucht en pennen,
Of d' aerde treet met uwen voet;
Ontwolck u, dat de zon hier doorschijn,
Of zijtge mensch, koom vrij te voorschijn.’
Maar ondanks den lyrischen vorm, hier zoo juist gekozen, speelt de dialectiek in die samenspraak eene te groote rol. Als later Eva haren gemaal overhaalt met haar van de verboden vrucht te eten, vindt men in dat tooneel eenige treffende plaatsen; maar het geheel wordt door Eva's bedreiging, dat zij zal wegloopen als Adam haar zin niet doet, al te naturalistisch; en bovendien toont Adam zich hier een al te onbeduidend man. Weldra vervalt hij tot jammerlijke wanhoop; en dan komt de flinke, veerkrachtige persoonlijkheid van Eva heerlijk uit.
Eva.
‘Waer blijft uw hoogh vernuft, dat naer de starren draeft?
Waer is het helder licht van uw verlichte reden?
Indien mijn traenen, en ootmoedige gebeden
U niet bewegen, zoo vergunme, op mijn geklagh,
Dat ick aen uwe zijde, en teffens sterven magh:
Want 't lust me zonder u genootschap niet te leven.
'k Ontken geensins dat ick dit misdrijf heb gesteven,
Mijn snoeplust u vervoerde in dezen droeven staet.
Zoo laet ons t'zamen dan de schult van zulck een quaet
Oock boeten. Woudtghe door de dootschult my behaegen?
'k Zal haer verdiende straf gewilligh leeren draegen.
Daer is mijn hant. Ick ben de doot getroost. Vaer voort.
Nu suf niet langer. Tre my voor. Nu sta uw woort,
Als een rechtschapen man. Geen doot zal my vervaeren,
Te ploffen van een rotse, of in de zoute baren
Te plompen, hant aen hant. Ick troude deze hant.
Adam.
Och liefste, 't is mijn schult. Mijn troost, mijn waertste pant,
Ick wil mijn leven, u ter liefde, noch verlengen.
Wisch af dees traenen, die de bleecke blaên besprengen
Van uwe kaecken. Zet uw edel hart gerust.
Schoon hier geen levens lust meer overschiet, noch lust
My 't leven om uw gunst, en aenschijn. Mijn getrouwe,
Gy zult niet, in den schijn van eene weduvrouwe,
Den eersten bruiloftsdagh beschreien, en alleen,
En dootsch, en hangends hoofts, op eenen kouden steen[p. 305] Gezeten, klaegen dat uw man, van rou verwonnen,
De handen aen zich zelf mistroostigh heeft geschonnen.
'k Wil mijn mistroostigheit intoomen, en al stil
Verwachten 't uiterste, en wat hier op volgen wil.
Eva.
Wat hoore ick daer? Een storm begint hier op te steecken,
De donckre en zwangre lucht onstuimigh uit te breecken.
De bladers ruischen uit vier hoecken heene en weêr.
De bulderende wint smijt bosch en boomen neêr.
Het aerdtrijck davert, dreunt, en loeit, en huilt van onder.
Het blixemt blick op blick. Op 't weerlicht rolt de donder.
De donderklooten door de wolcken slagh op slagh,
En d'avontschaduw jaeght den ondergaenden dagh.
Adam.
Hoe beeft het hart van schrick! Hoe sidderen mijn leden,
Van eene kille koortse en dootschrick hardt bereden!
Mijn haeren rijzen. Al het bloet treckt snel by een.
d'Alziende rechter, om het gruwzaem overtreên
Van zijn gewijde wet, te trots geterght tot toren,
Genaeckt. Waer vluchten wy? Hy komt, en laet zich hooren.
Mijn liefste, vlught met my ten bosch in, daer noit zon
Haer aldoordringend licht en straelen schieten kon.
Geen web van vijgeblaên kan onze naecktheit kleeden.
De hartekenner ziet, van boven tot beneden,
Van top tot teen, niet heels aen lichaem en aen ziel.
Hoe kort treet 's hemels straf het misdrijf op den hiel!
Duick onder, liefste: ick zal u met mijn schaduw decken.
O lust! O appelboom! O schande! O lastervlecken!
O bosch, bedeck ons, zoo uw schaduwe iet vermagh!
Het hoogh gerecht verschijnt. O droeve bruiloftsdagh!’
Waarom is het geheele stuk niet in dien toon geschreven?
Als men ziet, hoe die vrouwen bij Vondel, eene Eva of Badeloch, in de ure des gevaars haren mannen zoo krachtig een steun zijn, dan is het, of men een blik in de binnenkamer van den melancholischen, zwaartillenden Vondel slaat, en liefelijk treedt ons het rustige beeld van Maike de Wolff te gemoet.
Het stuk is nooit vertoond, ofschoon, blijkens de opdracht, Vondel het daarvoor geschreven had; maar de naaktheid, waarin de hoofdpersonen optreden, alleen gekleed ‘in het zuivere gewaet van onnozelheit en rechtvaerdigheit,’ maakte hun optreden zelfs voor het publiek van die dagen onmogelijk.
[p. 306]Zungchin of Ondergang der Sineesche Heerschappye, in 1666 in 't licht verschenen, is wel het zwakste van alle tooneelstukken van Vondel. De behandelde gebeurtenis moge, volgens zijne eigen opmerking in de opdracht van het stuk (X D., bl. 494), ‘heldendichteren rijcke stof (geven), om eene Ilias hier mede te stoffeeren,’ 't was een misgreep haar tot een treurspel te bezigen.
De Chineesche keizer, die zijn naam aan 't stuk geeft, wordt in Peking door rebellen belegerd. Verraad baant hun den weg binnen de stad. Zungchin's eerste gedachte is nu te vluchten. Als dit onmogelijk blijkt, wil hij zich met den moed der wanhoop op de vijanden werpen; maar als 't ook hiertoe te laat is, doorsteekt hij zijne dochter, en hijzelf zoowel als zijne echtgenoot hangen zich met hun kouseband aan een pruimeboom op. Ook de Rijksbestuurder verhangt zich bij de mare der overwinning van de rebellen, tot welke daarentegen de Aartskanselier terstond overloopt.
Te midden van dit alles vertoont zich nu en dan Vader Adam Schal, Hoofd der ‘missie’ in China, verzeld met een rei van priesters. Hij neemt geen deel aan de handeling dan om herhaaldelijk 's hemels zegen voor den keizer en zijn rijk in te roepen.
De Tegen-Keizer schijnt in alle opzichten beter dan zijn voorganger: hij heeft althans meer moed, beleid en wilskracht. Ook hij belooft aan de Christenzendelingen zijne bescherming.
Ten slotte verschijnt de geest van den Heiligen Xaverius, den Apostel van Japan, om te verkondigen, dat het nieuwe bewind geen stand zal houden, maar door de Tataren verdreven worden: eindelijk zal de hel, ‘dol van nijt,’
‘Bestaen den Godsdienst straf te dreigen en vervolgen.’
Met dit weinig troostrijk vooruitzicht is het stuk ten einde. - Niets anders dus dan de geschiedenis, ik had haast gezegd het verhaal, van de verovering eener stad en het tegronderichten van het regeerend stamhuis, zonder eenige leidende zedelijke gedachte, bijna zooals in den Gysbreght, aan welk stuk Zungchin in de verte herinnert; ‘wat alles,’ gelijk Van Lennep terecht opmerkt (X D., bl. 559), wat alles zeer akelig is, doch niemand byzonder treft; want niemand bekreunt zich om dien keizer en zijn laffen hofstoet, die niets gedaan hebben om den overweldigden troon te verdedigen; terwijl bovendien de soort van dood, die pruimeboomen
[p. 307]en die kousebanden onwillekeurig de lachspieren in beweging brengen, in plaats van een traan van medelijden af te dwingen.’
Toen volgden nog drie vertalingen uit het Grieksch; terstond na Zungchin, in 1666, Ifigenie in Tauren; twee jaar later de Feniciaansche, beide naar Euripides, en Hercules in Trachin van Sofokles, over welke vertalingen wij hier niet te oordeelen hebben.
In 1667 had hij zijn laatste oorspronkelijk treurspel Noah of Ondergang der Eerste Weerelt geschreven. Het ‘stichtzaem’ doel, daarmee beöogd, was, gelijk hij in de opdracht zegt (XI D., bl. 26), ‘een voorbeeld van Godts rechtvaerdige oordeelen, ten nutten spiegel der aenschouweren, openbaer ten toon te stellen.’ Zien wij, hoe de dichter zich van zijne taak gekweten heeft.
Het geheele menschelijk geslacht, gedurende eene eeuw tot berouw aangemaand, eindelijk om zijne ongerechtigheden van den aardbodem weggevaagd, dat is ongetwijfeld eene bij uitnemendheid tragische gedachte. Maar was zij, in de verhoudingen, die zij eischte, in een drama te verwezenlijken? Zeker niet zonder een helder bewustzijn van de eischen van Drama en Tragedie.
Het geheele menschdom kan natuurlijk alleen voor ons optreden door enkelen vertegenwoordigd. Heeft Vondel zoodanige vertegenwoordigers gekozen, in wier handelingen het algemeene zedebederf zóó uitkomt, dat wij een duidelijk inzicht krijgen in die geheel bedorven maatschappij, waardoor de straf gebillijkt wordt, terwijl we toch door de persoonlijkheid der helden eer worden aangetrokken dan afgestooten? Dit valt te betwijfelen.
Eene eerste fout, waarin de dichter ook hier weer vervalt, is, dat de grootvorst en de grootvorstin, die de misdadige maatschappij vertegenwoordigen, niet handelen. Er wordt wel over hunne vergrijpen gesproken, maar men ziet er niet veel van. Buitendien, hetgeen er ons van wordt medegedeeld, is in 't geheel niet van dien aard, dat ons de straf evenredig moet voorkomen aan de tekortkomingen, die toch wel gruweldaden hadden behooren te zijn. Daarbij komt, dat die straf al sinds honderd jaar is aangekondigd: zij is dus nauwelijks als eene vergelding aan te merken voor hetgeen zij persoonlijk misdreven, en dit verzwakt natuurlijk de tragische belangstelling in zeer sterke mate.
En waarom worden zij eigenlijk gestraft? Omdat hunne levens-
[p. 308]opvatting verschilt van die van een Asceet. Want men verlieze niet uit het oog, dat Noah ons wordt voorgesteld als een middeleeuwsche vertegenwoordiger van het ascetisme,
‘Die noit wou luisteren naer 't vleien van gemack,
Terwijl hy 't lichaem temt, en schuw van huis en dack,
Blootshoofts, en barrevoets, met moedernaeckte beenen,
In ope lucht, langs 't velt, door 't slijck en scherpe steenen
De raeuwe voeten quetst, in 't waschbadt noit gestooft.
By wijlen slaet hy eens een schaepevacht om 't hooft
En schouders.’
Achiman, de Grootvorst, wordt ons daarentegen geschilderd als de vertegenwoordiger van een levenslustig, naar zingenot hakend geslacht, dat zich weinig bekommert om een ‘hier namaals,’ waaraan het eigenlijk niet gelooft. Zoolang evenwel die philosophie niet tot gruweldaden voert, kan ze, op het tooneel vooral, hen niet zoo bijster strafwaardig doen voorkomen. En wat wordt hun als het grootste, ik zou haast zeggen het eenige vergrijp toegerekend? Dat zij toegeven aan de, ook bij de Joden in zwang gebleven, veelwijverij.
‘Te reuckeloos verhangtghe uw ziel aen schoone vrouwen,’
roept de boetgezant hun toe; en dat is de ‘oorsprong der elende.’ De galanterie is de bron van zooveel ander kwaad: daaruit is een geslacht voortgekomen, dat
‘boosaerdigh
Een pest en vlegel streckt van 't menschelijck geslacht,
Een afkomst, die noch wet, noch recht, noch regel acht,
Geene andre Godtheit kent dan 't zwaert, op zy gehangen.
...... 't Gewelt, een afgodin,
Geeft wellust, eer en staet, en sleept den rijckdom in.’
Maar van dat alles blijkt nauwelijks iets; ja, zelfs met de veelwijverij schijnt het, gelijk wij straks zullen zien, ook niet al te ernstig gemeend.
Achiman haalt de schouders op over den ouden man, die zich
‘verkort
Dit leven met vergeefs te huilen en misbaeren.’
Hij kenschetst hun verschil in zienswijze aldus:
‘Zy neemen 't hier te naeu, of wy te ruim.’[p. 309]Intusschen, als hij bericht krijgt van een ongewonen springvloed, begint hij te twijfelen, of Noah misschien de waarheid voorspelde, toen hij met een zondvloed dreigde. Hij denkt er aan zich met Lamech's zoon te verzoenen. Urania, de Grootvorstin, komt daar tegen op: eerst met ironie, dan met een beroep op zijn verstand. Maar hij is geheel moedeloos en heeft berouw, dat hij, ter liefde van haar, schatten en kostbaarheden heeft bijeengesleept; want
‘Zy slickt een weerelt in, aen ringen, en cieraet,
Juweelen, perlen, gout, gesteente, en pronckgewaet.’
Eindelijk herinnert zij hem aan de eerste tijden hunner liefde en werpt ten slotte den ondankbare hare kostbaarheden voor de voeten, terwijl zij hem toeroept:
‘Ghy trouwelooze, ga nu heen,
Ga heene, bergh uw lijf in Noahs beestekist.’
Tegen die hooghartigheid is hij niet bestand en hij buigt zich weer onder het zoete juk.
Wil men zich een juist denkbeeld maken van dat tooneel, men hoore Vondel zelf.
Urania.
‘Ghenadighste, heet dit uw gasten onderhouden?
Achiman.
Nu stort mijn staet, waeraen alle Asianen bouden.
Urania.
Wat onraet jaeght u naer ons cedren lustbosch heen?
Achiman.
't Geberghte en 't laege lant, in 't harnas tegens een.
Urania.
Wat 's oirzaeck van krackeel? zy leefden eerst in vrede.
Achiman.
Dees droeve lantplaegh sleept een' staert van plaegen mede.
Urania.
De kudden weidden eerst gerust in 't groene velt.
Achiman.
Aertsvader Noah heeft dien springhvloet lang gespelt.
Urania.
Begintghe Noahs droom, een klucht, geloof te geven?
Achiman.
Het water rijst. wie kan de waerheit tegenstreven?[p. 310] De zee vloeit herwaert aen. al 't lantvolck schreit om hulp.
Men dient te vlughten, eer de zee ons overstulp'.
Urania.
Zoo dientghe in Noahs kist uw leven flux te bergen.
Achiman.
Dat komt van vrouwenminne, en 's hemels roe te tergen,
Urania.
De vrouwen draegen dan de schult van deze straf?
Achiman.
De vrouwen dompelen al 't menschdom in een graf.
Urania.
Het water kon weleer een lantgewest verdrincken.
Achiman.
Nu schijnt al d' aerdtkloot in den afgront wech te zincken.
Urania.
Natuur regeert het al. dees stuurvrou zit aen 't stuur.
Het vloeiende element volght eeuwigh zijn natuur,
En komt van boven naer zijn middelpunt toerollen.
Achiman.
Nu steigert het ten bergh. De muren staen geswollen.
Urania.
..................
..... Laet zich onweetenden vergaepen
Aen beelden van een wolck, of schricken voor een' schicht
En staertstar, root van vier, en schittrend wederlicht
Van blixemstraelen, en het baldren van den donder;
Met zulck een statetgrijns houdt men kleene kinders onder
De roe: maer wie natuur in 't wercken onderkent,
Beseft waer zy begint, en voortstapt, en volendt.
Gy plaght de liefste al uwe opmerckinge in te scherpen,
En rietze zich natuur gehoorzaem onderwerpen,
De dertle toghten wijs involgen met een lust.
Zoo voelde 't lijf geen smart: zoo bleef de geest gerust:
Terwijl men, tusschen wiegh en graf, bevrijt voor treuren,
Gebruickte al wat den mensche in 't leven magh gebeuren:
En wortghe nu misleit van eenen guighelaer,
Belachen van elk een, omtrent de hondert jaer?
Achiman.
Wy volghden u dus lang, helaes, gelijck een slave.
Uw schoonheit staet ons dier.
Urania.
De schoonheit is een gave
Aen weinigen gegunt.[p. 311] Achiman.
Wy zijn door haer misleit,
Vervallen in Godts toorne. ô smart, ô onbescheit!
O schendigh misbruick van veel schoone vronwen t'zamen!
...................
Het is geraên dat ik uw bedtgenootschap vlught',
Gelijck een adder, die bevrozen, na 'et verwarmen,
Een die haer koestert in den boezem, onder d'armen,
Naer 't slaepend hart steeckt, en in zijnen slaep vermoort.
Verleister, toveres, wat tovergrijns bekoort
Mijne oogen, datze blint op schoonheit zich verslingeren!..
Urania.
Indien u 't lastren lust, beschuldigh ons met reden.
Achiman.
De vrouwenmin alleen is oirsprong van al 't quaet.
Ick gorde in haren dienst, niet wettigh, als soldaet
En grootvorst, 't zwaert op zy, maer eer gelijck een roover
De landen stroopende, gaf u den roofschat over,
En goot in uwen schoot, tot 's nabuurs harteleet,
Den nooddruft, die hem stont op arbeit, bloet en zweet.
Urania.
Zoo droegh de lantsheer schult, en d'onderzaet most bloeden?
Achiman.
Om uwe hoovaerdy te stercken, en te voeden,
Uw hoofsche pracht en prael en dartele overdaet
Te houden in haere eere, en achtbaerheit, en staet.
Mejoffer laet zich met den nootdruft niet genoegen.
De heer maeit 's anders oogst, al zou 'er 't hart af wroegen.
Zy slickt een weerelt in, aen ringen en cieraet,
Juweelen, perlen, gout, gesteente, en pronckgewaet.
Haer dartelheit bedijt by 's armens bloet en traenen
En jammeren. zy leert den wegh ter boosheit baenen,
Met woecker en gewelt insleepen wat men kan.
Zoo Godt de weerelt straft, wie is hier oirzaeck van?
Uw schoonheit, slechts een schijn van schoonheit, in het leven.
Ghy weet afzichtigheit een' glimp, een verf te geven,
Gebreck t' ontveinzen, en beguighelt ons gezicht.
Wie, door 't ontveinzen ziende, u dit momaenzicht licht,
Beklaeght dat hy zijn ziel verhingh aen goude snoeren
Van joffrevlechten, die kranckzinnigen vervoeren.
Urania.
Is dit u danckbaerheit voor lang genote deught?
Heel anders zongtghe, toen wy 't eêlst van onze jeught,
De roos des maeghdoms, voor den daeu noch toegeloocken,[p. 312] En 's levens dageraet, noch nuchtre en onbesproocken,
U offerden daer ghy, van top tot teen verzaet,
Verruckt wiert buiten u door wellust, zonder maet.
Wy hingen, mont aen mont, en arm in arm gestrengelt,
Twee zielen beide in een gesmolten en gemengelt.
Wat zwoertge niet! de zon van straelen eer berooft
Te zien dan 't minnevier in uwe borst gedooft.
Is dit het jaergety der bruiloftsstaetsi eeren,
Met reuzen, maghtigen, geweldigen, en heeren,
Steeckspeelen, renstrijt, en tooneelpracht noit voorheen
Zoo heerlijck toegerust! de morgenzon bescheen,
Noch zagh, oprijzende uit het heldere oosten nimmer
Zoo groot een heerlijckheit, noch schooner vrouwentimmer:
Daer wy, de schoonste van 't opwassende oostenrijck,
Ons zouden zetten op het bruitsaltaer te prijck,
En, blaeckende onderling van minnegloet, verzaemen.
Durf nu de grootvorst dus zijn grootvorstin beschamen
Voor al de weerelt! och een schantvlack, eene smet,
Met geenen oceaen te wisschen uit ons bedt.
Ghy rouwelooze, ga nu heen: vervloeck de vrouwen:
Verlaetze: maer ick zweer het zal u eeuwigh rouwen.
Daer leggen oorcieraên, de trouring, van mijn hant
Gestreecken, in het slijck, juweelen, halskarkant,
Uw vrybuit, ons ter gunst, behaelt al t'onrechtvaerdigh.
Tast aen, en eigenze u: wy zijn deze eer onwaerdigh.
Ghy waert te lang verleit, vervoert door vrouwelist.
Ga heene, bergh nw lijf in Noahs beestekist.
Achiman.
Wat raet, helaes, wat raet? het schijnt haer ernst te scheiden.
Och liefste, sta een poos.
Urania.
De tijt verbiet te beiden.
Het water rijst ten bergh. bidt Noah om gena,
En bergh uw leven, eer de zon te water ga.
Achiman.
'k Beken, het is mijn schult, en wilze dubbel boeten.
'k Verneêrme ootmoedigh aen het outer van uw voeten,
Van uwe schoonheit, waert gedient en aengebeên.
Urania.
Zoo spraeckghe flus niet.
Achiman.
Och ick wert vervoert, bestreên
Van wederzy, gelijck een bergheick, out van daegen,
Met eenen lantorckaen ter neder wort geslagen.[p. 313] Uw liefde rucktme hier, daer Noahs dreigement.
Hy is genade waert, die zijne schult bekent.
Urania.
Rechtschape helden staen geen vrouwen ter genade,
En vrouweliefde wordt gekocht met schande en schade.
Van wederzijde dreight u een gewisse doot.
Wat scheelt het ofghe sterft in eenen vrouweschoot,
Of in het water? zoeck geene adder aen te queecken,
Die u al slaepende het hart dreight af te steecken.
Achiman.
Te reuckeloos is my een onheusch woort onts ipt.
Een onderlinge min wort nimmer naeu bestipt.
Zij kan ten minste een woort verteeren en verduwen.
Urania.
Een joffrenhaeter leere in tijts een adder schuwen,
En duizent plaegen, door een overtolligheit
Van vrouwenmonstren, al de weerelt door gespreit.
Achiman.
Waer vintmen balssem, om dees hartquetzuur te heelen?
Urania.
Gy hoeftme langer niet te vleien, niet te streelen,
Verloochenaer van liefde, en toegezwore trou.
Meineedige, verlaetme, en kies een liever vrou.
Achiman.
Gebeurtme langer geen genade te verwerven;
Ick troostme van uw hant, op staenden voet, te sterven,
En legh dien blooten dolck voor uwe voeten neêr,
En ruck den boezem op. ghy mooght met dit geweêr,
Dit koude lemmer vry mijn brandend hart afstooten:
Of weigert gy 't, verkies uit al dees bedtgenooten
De strengste, die het vecht uitvoere streng en straf,
Naerdien ick u te brusk in 't hart dien smaetsteeck gaf.
Urania.
Ick neme u in genade, uit enckel mededoogen,
Omhelze u als voorheen. ghy hebt mijn hart bewogen.
Steeck op, steeck op den dolck, en overleef mijn tijt.
Hervat uwe eerste trou, in 't aenzien van den nijt.’
Men zal wel niet ontkennen, dat dit tooneel even levendig als boeiend is; doch het verhoogt onze achting niet voor den geheel onzelfstandigen sensualist. Van den anderen kant echter komt er weinig in voor, dat op gepleegde gruweldaden wijst. Er is eigenlijk ook geen sprake van veelwijverij: Urania is en blijft voor Achiman
[p. 314]de eenige, innig geliefde vrouw. Wèl wordt in het volgend tooneel over het al of niet voegzame der polygamie getheoretiseerd; maar dat is niet voldoende om den indruk weg te nemen, dat de grootvorst het geheel met Noah eens is:
‘Wat is natuurlijcker dan twee verliefde herten,
Verknocht door eenen bant van ongeschende trou!’
Maar de driften zijn gaande geraakt, en de grootvorsten trachten den brand te steken in Noah's Arke, welke toeleg hun echter mislukt. En als nu de aartsherder komt verhalen, welke verwoestingen de bruischende watervloed aanricht, en hoe aller leven bedreigd wordt, werpt Achiman den rijksstaf weg en ook Urania vervalt tot wanhoop. Ten slotte verschijnt de wraakengel Uriël: de Vorstin smeekt om genade, maar hij roept haar toe:
‘Dees naklaght komt te spa.
Vertreckt uit ons gezicht. ghy zijt in d'ongena
Te diep verzeilt; doch komt ghy met berou te sterven,
Zoo kuntghe, hier gestraft, genade omhoogh verwerven.’
Mij dunkt, dat het aangevoerde voldoende de uitspraak rechtvaardigt, dat deze tragische stof onder Vondel's handen geene waarachtige tragedie geworden is.
Het kon ons doel niet zijn Vondel's treurspelen in alle bijzonderheden te ontleden en te beoordeelen: daartoe ontbrak het hier aan ruimte. Maar dat was ook niet noodig. Waar het vóór alles op aankwam, was, in het licht te stellen, of Vondel al dan niet een juist inzicht, of liever de kunstenaarsintuïtie had betrekkelijk den aard van drama en tragedie. En zoo we de ondankbare taak hebben volbracht, in de meeste zijner tooneelstukken het gebrekkige der opvatting aan te toonen, dan was het zeker niet om het treurige genoegen te smaken een groot Dichter eenige misslagen te kunnen verwijten, om ‘aan zynen lof te knabbelen.’ Maar wij meenden het aan een man als Vondel verschuldigd te zijn, ons oordeel met bewijzen te staven; terwijl van den anderen kant onze aesthetische opvoeding, ook onder het beschaafd publiek, achterlijk genoeg is om te rechtvaardigen, dat wij de eischen der tragedie wat meer in bijzonderheden in het licht stelden.
Nu wij een overzicht van Vondel's dramatischen arbeid hebben,
[p. 315]kunnen wij beter vatten, wat hij zich eigenlijk onder eene tragedie dacht. Dat handeling er de hoofdzaak, de ziel van was, zooals zijn leermeester tot vervelens toe herhaalt, heeft hij niet in het oog gehouden. Hij meende, dat niets anders werd vereischt dan de dialogische voorstelling van een treffend geval: bij voorkeur de ‘veranderingen van Staeten en doorluchtige personaedjen,’ zooals de brand van Amsterdam, de val van Faëton, de dood van Burgerhart. Vandaar dan ook, dat hij het tweede boek der Aeneis van Virgilius noemde ‘het wijt befaemde Trojaensche treurspel, vol hartroerende treurspeelen’1). Daarop, zegt hij in de opdracht van Zungchin (X D., bl. 494), ‘draven de treurspeelen doorgaens ten tooneele, die, naer datze van te grooter nadruck zijn, te heerlijcker boven de minderen uitsteecken.’ Om die reden stelde hij Adam in Ballingschap en Noah, waarin de ondergang eener geheele wereld, of de verdoeming van geheel het menschelijk geslacht geschilderd wordt, boven alle andere.
't Valt niet te ontkennen, dat, bij zoodanige opvatting het tragische alleen gezocht wordt in eene schildering van smart en lijden, die op pathologische wijze de zenuwen der toeschouwers schokt. Maar wat droevig en aandoenlijk blijkt, is daarom nog niet tragisch. Het medelijden, hetwelk lichamelijke smart, eene wond of beenbreuk, opwekt; zelfs dat, hetwelk wordt teweeggebracht door wat Vondel, met Heinsius, noemt treffende ‘staetveranderinge,’ is nog het medelijden niet, dat de tragedie beoogt. Het waarachtig tragische ontstaat eerst daar, waar de van het heldenkarakter onafscheidelijke eenzijdigheid tot handelingen vervoert, die den ondergang des helds doen voorzien. Het daardoor opgewekte medelijden is niet meer het gewone medegevoel uit het dagelijksche prozaleven. En juist in den ondergang der menschelijke grootheid, in die ‘staetverandering,’ die niet zonder eigen schuld wordt geleden, openbaart zich de kracht, de macht der Voorzienigheid, de verzekering der zedelijke wereldorde; en daarom gaat de smartelijke aandoening van den toeschouwer in een gevoel van verzoening, van berusting over, des te onvermengder, naarmate de tragische personage zelf zich meer helder bewust is, dat hij zijne straf verdiend heeft.
1)In de opdracht aan P.H. De Graef, Werken, VI D., bl. 717.[p. 316]Met de noodzakelijkheid van dat verzoenende bestanddeel blijkt Vondel in theorie bekend (boven, bl. 222); maar dat hij er zelf niet van doordrongen was, volgt even duidelijk uit het feit, dat het zoo dikwerf in zijne drama's ontbreekt. En ziet, omdat hij niet voelde, dat het lot van den tragischen held in het Drama hoofdzakelijk bepaald wordt door de eigenaardigheden zijner individualiteit, waardoor de hartstocht, welke hem beheerscht juist op de daad, welke hij pleegt, moet uitloopen, daarom kwam het ook niet bij hem op, de karakters zóó te schilderen, dat zij ons de noodwendige wording verklaren van de daad, in den vorm waarin zij geschiedt, en geen anderen. Zoo nauw hangt de uitwerking der deelen met de opvatting van het geheel samen.
Het is dat minder juiste inzicht van den Dichter, dat de veroordeeling zijner tooneelstukken wettigt, ja, eischt. En het zij nogmaals herhaald, dat wij hem daarmee geen onrecht doen. Vooreerst voldoet hij in de practijk doorgaans zelfs niet aan de eischen, die men in zijn tijd aan de tragedie stelde. ofschoon hij ze ook in theorie beaamde. Maar wij doen hem ook geen onrecht, wanneer wij meer eischen dan wat in de stelsels van zijne dagen misschien voldoende geacht werd; wanneer wij ons bij de beoordeeling op een ander standpunt plaatsen dan waarop hij stond. Wij veroordeelen niet, omdat zijn tooneelwerk al of niet aan zekere willekeurige eischen van deze of gene school voldoet; maar omdat het kwalijk overeenkomt met datgeen, wat alleen het Drama overal en te allen tijde aantrekkelijk en genietbaar maakt. En men vergete niet, dat het publiek van Vondel's dagen, zij het ook met minder helder bewustzijn, en in anderen vorm, datzelfde oordeel heeft uitgesproken. Het bleef bij de tragedie van Vondel koud en ging er ter nauwernood meer heen.
Te laat, om er in mijne beschouwing over Vondel's treurspelen doorloopend gebruik van te kunnen maken, gewerd mij de vlijtig bewerkte studie van Dr. Jan Te Winkel over Vondel als treurspeldichter1). Zij zou mij zeker wijziging in sommige onderdeelen hebben doen maken, waardoor evenwel geen verandering in de hoofdstrekking van mijn betoog zou zijn gebracht. Ik mag echter
1)Zij maakt het tweede stuk uit van zijn werk, getiteld: Bladzijden uit de Geschiedenis der Ned. Letterk., bl. 135-343.[p. 317]dit gedeelte van mijn onderzoek niet besluiten zonder een enkel punt uit die verhandeling te bespreken.
In den meest beleefden en bescheiden vorm geeft Dr. Te Winkel te kennen, dat hij het niet eens is met mijn oordeel over Vondel's dramatisch talent. Ja, hij verwijt mij, dat ik den dichter groot onrecht doe. Zien we, wie van ons gelijk heeft.
Waarom, vraagt hij, boeien Vondel's treurspelen ‘vele beschaafde menschen, aan wie men geen goeden smaak kan ontzeggen, niet meer?’ (bl. 227). Omdat men ze toetst aan ‘eigen subjectieven smaak.’ - ‘Men herinnert zich bekende dramatische regels, waaraan zij niet meer voldoen, of bepaalt er zich toe, de stukken te vergelijken met andere stukken, welke men wèl met genoegen heeft gelezen, stempelt de punten van afwijking met den naam van gebreken, en maakt de gevolgtrekking: in hun geheel, d.i. als treurspelen zijn Vondel's stukken gebrekkig.’ - ‘En dat is de groote fout.’
Als het oordeel alleen rustte op de vergelijking met andere stukken, dan kon de schrijver wel gelijk hebben. Zijn betoog is evenwel te veel op dit gedeelte zijner argumentatie gebouwd; en hij vergeet, dat hij ook gewaagd heeft van zekere ‘bekende dramatische regels,’ waaraan die heterodoxen vinden, dat Vondel's stukken ‘niet meer voldoen.’ En daarop komt het toch hoofdzakelijk aan.
Hij erkent (bl. 223), dat zoo men Vondel ‘als karakterteekenaar’ met Shakespeare vergelijkt, onze dichter ‘een zeer mager figuur’ maakt, en ‘men geneigd zou zijn hem een zeer zwak dramatisch schrijver te noemen, als’ - let wel - ‘men maar overtuigd was, dat ieder soort van drama volstrekt op dat van Shakespeare moet gelijken.’
Maar wie heeft dat beweerd? Ik zeker niet. Maar ik houd vol, dat elk drama, classiek of romantisch, zal het ons kunnen behagen, aan zekere wetten moet voldoen, die in het wezen van het drama zijn geworteld. Waar het op deze wetten aankomt, gaat het, dunkt mij, niet aan, eenvoudig den aangehaalden volzin te besluiten met deze woorden: ‘Vondel's drama's zijn geheel iets anders, en eischen dus ook eene geheel andere wijze van beschouwen.’
In Vondel's tijd zei men: handeling is de ziel van het Drama; en wij spreken niet anders.
[p. 318]‘Toch zou men zich bedrogen vinden, indien men handeling alleen of in de eerste plaats bij Vondel wilde zoeken.’ Het is Dr. Te Winkel, die ons dit op bl. 224 verkondigt. ‘Een tooneelstuk van Vondel kan het best vergeleken worden bij eene harmonisch aaneengeschakelde rij van beeldengroepen, een groot beeldwerk, dat eene geschiedenis voorstelt. Ieder fragment er van is als 't ware een groep of een tafereel. De personen, die optreden, schilderen zich zelf of geven in een verhaal ons eene beweeglijke schilderij te zien!’
En hoe schilderen zij zich zelf? Leest bl. 222. Nadat is aangewezen, dat Vondel de personen in zijne stukken wel vergelijkt bij figuren eener schilderij, volgt er: ‘Evenals de schilder in de eerste plaats het uiterlijk voorkomen zijner personen tracht weêr te geven, en van hun karakter alleen die trekken kan aanduiden, welke zich door eene zekere gelaatsuitdrukking, liefst een blijvenden plooi in het gelaat, openbaren, zoo ook besteedt Vondel zijne grootste kunst aan het schilderen van het uiterlijk voorkomen zijner helden, en doet hij alleen sterk sprekende karaktertrekken, als onveranderlijke eigenschappen zijner helden, goed uitkomen. Fijnheid van karakterteekening, vooral het weergeven van de geleidelijke ontwikkeling der karakters, moet men bij hem niet zoeken. In de kunst om een ingewikkeld karakter te ontleden, en de samenwerking der deelen te doen zien - het geheim van Shakespeare - heeft hij het niet ver gebracht; maar het was er hem ook niet om te doen. Hij wilde veeleer plastisch voorstellen, wat er met de personen in zijne stukken gebeurde, dan de drijfveeren en beweegredenen opgeven, die hen zus of zoo deden handelen.’
Ik laat daar, dat het punt van vergelijking niet juist door den criticus is uitgewerkt, daar hij ‘dien blijvenden plooi in het gelaat,’ die aan de beeldhouwkunst past, op de schilderkunst overbrengt, wier karakter juist beweeglijkheid is. Maar ik druk destemeer op de hier aan Vondel ontzegde fijnheid van karakterschildering.
In gelijken zin spreekt hij ook later, bl. 272: ‘Het Pascha is voor ons hoogst belangrijk.... omdat het als treurspel en drama type van Vondel's treurspelen mag genoemd worden.... In geen stuk komt het karakter van Vondel's tragische kunst over het algemeen zoo duidelijk uit, als in dit.’ En waarin bestaat dit karakter? Op bl. 275 leest men: ‘De personen in het stuk beteekenen weinig en zijn niet gekenmerkt door scherp geteekende
[p. 319]karakters, intrigue ontbreekt er geheel aan, zelfs de ontknooping mag op haren naam eigenlijk geene aanspraak maken.’
Als ik deze stellingen overweeg, dan kom ik mij zelf niet al te overmoedig voor, wanneer ik verklaar, dat ik er niet door overtuigd ben, dat ik mij bij de beoordeeling van Vondel als dramatisch Dichter op een onhoudbaar standpunt plaatste.
Zie ik zoo verkeerd, als ik meen te ontwaren, dat Dr. Te Winkel mij eigenlijk, tegen wil en dank, volkomen gelijk geeft?
Dat, wat ervaring en analyse ons geleerd hebben tot de meest noodzakelijke eigenschappen van het drama te behooren, handeling en karakterteekening, zonder welke een drama onmogelijk den gewenschten indruk kan maken bij eenig publiek, - daarnaar heeft Vondel, volgens zijn getuigenis, niet gestreefd. Wat hij heeft gewild: is eenvoudig (bl. 229) ‘eene opeenvolging van beeldengroepen en schilderingen van tafereelen, die met elkaar eene geschiedenis voorstellen.’
Dit is volkomen waar. Doch is dit genoeg om iemand te bevredigen? Ik zeg niet hem, die over de natuur van het Drama heeft nagedacht; maar elk schouwburgpubliek, dat toch alleen belangstelling kan gevoelen voor het lot van menschen, die waarachtig menschen zijn, met eene sprekende individualiteit; en dat alleen dan met ingehouden adem ziet en luistert, als die menschen handelen onder den machtigen invloed van den hartstocht; als het met een beklemd hart den afloop te gemoet ziet van dien bewogen handel, die den eenzijdigen held ten verderve moet voeren?
Ik durf hierop in gemoede geen bevestigend antwoord geven.
Ten slotte erkent de schrijver ook nog, dat Vondel, ofschoon hij zich met alle kracht op de studie van Aristoteles en zijne commentatoren geworpen had, evenwel ver beneden de tragedie der Ouden gebleven is, omdat (bl. 316) ‘hij van den eenen kant hen al te slaafs als op den voet volgde, terwijl hij van den anderen kant niet genoeg was doorgedrongen in het wezen hunner kunst.... De oorzaken, waardoor Vondel belet werd, treurspelen te schrijven, die in alle opzichten de vergelijking met die der ouden kunnen doorstaan, zijn door Camper m.i. juist opgegeven1). Vondel vatte de tooneelwetten van Aristoteles te veel naar de letter, te weinig naar den geest op. Hij had ze aangeleerd, niet opnieuw voor zich
1)P. Camper, Dissertatio de Justo Vondelio, Poeta Tragico. Lugd.-Bat. 1818.[p. 320]ontdekt, met dit gevolg, dat, waar hij ze toepaste, ze hem eer belemmerden dan voorthielpen.’
Heb ik iets anders geleerd? Het is verrassend, hoe wij langs verschillende wegen tot dezelfde slotsom komen. Ik mag dus vooralsnog mijn oordeel handhaven, dat Vondel op dramatisch gebied geen meester is geweest.
Niet al zijne stukken zijn ten tooneele gebracht; en van de meeste, die werden vertoond, is het nooit tegengesproken, dat ze zich nimmer in grooten toeloop mochten verheugen1). Brandt schrijft dit alleen toe aan uitwendige oorzaken. Het is meer dan waarschijnlijk, dat de hevige predikatiën van Ds. Wittewrongel en anderen vele vromen van het bezoeken van den Schouwburg terughielden, vooral wanneer daar ‘Bijbelstof’ werd behandeld. Uit Vondel's Tooneelschilt weten wij, hoe de dominés tegen het tooneel in 't algemeen en tegen aan de Schrift ontleende onderwerpen in 't bijzonder bleven uitvaren; maar niet een ieder liep aan den leiband van de predikanten.
1)Onderstaand lijstje, door den Heer J.H. Rössing opgemaakt, uit Wybrand's mededeeling in de Dietsche Warande, geeft aan, hoe dikwijls tijdens het leven van den dichter zijne treurspelen op den Amsterdamschen Schouwburg zijn vertoond. Het jaartal wijst het eerste jaar der vertooning aan. 1638. Gysbreght van Aemstel 119 maal.
1638. Josef of Sofompaneas, (vertaald uit het Latijn van Hugo de Groot) 64 maal.
1639. Electra, (vertaald uit het Grieksch van Sophocles) 32 maal.
1640. Joseph in Egypten 40 maal. ongev.
1640. Joseph in Dothan 44 maal.
1641. De Gebroeders 46 maal.
1647. De Leeuwendalers 5 maal.
1650. Salomon 29 maal.
1660. De Maeghden 5 maal.
1655. Lucifer 2 maal.
1657. Salmoneus 7 maal.
1659. Jeptha 11 maal.
1660. David in Ballingschap 5 maal.
1660. Samson 3 maal.
1661. David herstelt 5 maal.
1663. Batavische Gebroeders 3 maal.
1665. Palamedes 3 maal.
1665. Edipus vertaald uit het Grieksch van Sophoeles 3 maal.
[p. 321]Vondel zelf beklaagde zich, naar 't schijnt, dat Jan Vos, Hoofd of Bestuurder van den Schouwburg zijnde, de rollen zijner stukken aan onbekwame spelers gaf, die daarenboven ‘in ongerymde en oude verslete klederen’ ten tooneele kwamen1). Dit zou geschied zijn uit ‘nydicheit,’ of, zooals Brandt het uitdrukt, omdat Vos er op uit was ‘zynen roem te vergrooten, met anderen te verkleenen.’ Daaraan schreef hij 't voornamelijk toe, dat er bij Vondel's stukken ‘weinig toeloops volgde.’ Zou men evenwel de zaak niet kunnen omkeeren, en de vraag doen, of de weinige zorg aan de vertooning besteed, ook een gevolg was van den geringen toeloop, dien deze treurspelen verwierven? Welke reden bestond er toch voor Jan Vos om jaloersch te zijn? Het treurspel, waarmee hij in 1641 zijne loopbaan begon, werd uitbundig toegejuicht, bleef op het tooneel, en verwierf hem zulk een naam, dat hij kort daarop door Burgemeesters tot Regent van den Schouwburg benoemd werd. Buitendien stond hij met Vondel op een goeden voet2). Hij noemt hem ‘den Koning der Poëeten’3). Wij zagen (bl. 151) hoe hij hem in 1646 tegen zijne belagers verdedigde; en hoeveel hij in 1653 als tooneeldichter met hem ophad, blijkt uit het vers, dat hij maakte op Vondel's beeltenis, in dat jaar door Govert Flinck geschilderd, waarin het heet4):
‘De treurtooneelen zijn door dit vernuft herbooren
En daavren door zijn pen vol traanen, bloedt en gal.’
Toen ‘de Burgemeesteren en Regeerders der Stadt Amsterdam 't vertoonen van Vondels Salomon met haar Ed. byzyn vereerden,’ (waarschijnlijk bij de eerste vertooning in 1648) heette Vos hen welkom met een gedicht, dat een lofdicht op Vondel was, waarin onder anderen gewaagd wordt van ‘Van Vondel's fenixveêr,’ waarmee hij Salomon gemaald had5). In dat alles is geen zweem van nijd te ontdekken.
Het is waar, na 1659 vinden wij geen spoor meer van onderlinge welwillendheid tusschen de beide mannen, en het kan geen
1)Zie Brandt, Leven van Vondel, bl. 89; en verg. Dr. G. Penon, Historische en bibliographische Beschouwing van Vondels Hekeldichten, bl. 196-199.
2)Zie beneden, Hoofdst. X.
3)Gedichten, I D., bl. 797
4)Aldaar, I D., bl. 155.
5)Aldaar, II D., bl. 457.[p. 322]verwondering baren, dat het groote verschil van richting op kunstgebied hen gaandeweg van elkander vervreemd had. Is daarvan evenwel het gevolg geweest, dat Jan Vos door onwaardige middelen Vondel's stukken van het tooneel heeft trachten te weren? Brandt zegt het, en hij steunt daarbij op een brief van Antonides, waarvan hij, uit vijandschap tegen Vos, den inhoud nog vrij wat verscherpt heeft1). Maar ook op de verzekering van Antonides valt nog al wat af te dingen. Over de slechte plunje der tooneelspelers kunnen wij niet oordeelen; maar wat het toekennen der hoofdrollen ‘aen onbequame personadiën’ betreft, dit moet worden tegengesproken. Op het voetspoor van Wybrands heeft Dr. J.A. Worp aangetoond2), ‘dat althans in het speeljaar 1658-1659 de rollen van Vondel's stukken niet alleen niet slecht waren bezet, maar dat zij door dezelfde tooneelspelers werden vervuld, die in het treurspel [Aran en Titus] van Vos de voornaamste rollen hadden. Nu is het mogelijk, maar niet zeer waarschijnlijk, dat dit later anders is geworden. Immers waar, zooals dat aan den Schouwburg het geval schijnt te zijn geweest, een blijvend personeel is, wordt de rolverdeeling slechts zeer zelden veranderd. Al is het dus niet zeker, toch schijnt het wel, dat de klacht van Vondel over de ‘nydicheit’ van den ander op niet zeer vasten grondslag rustte.’ Buitendien weten wij uit de statistiek door C.N. Wybrands opgemaakt3), dat gedurende het Regentschap van Vos de treurspelen van Vondel alles behalve van het tooneel geweerd werden, daar zij, zelfs in de eerste jaren na de verkoeling, telkens 19, 17 of 11 malen zijn vertoond, terwijl na den dood van Vos terstond die getallen tot 2, 1, 11, 0, 0, 0, 2 worden teruggebracht4).
Men heeft het bekende distichon:
‘Wie wroet des Amstels Schouburgh om?
Een Akervercken bot en dom,’
in het jaar 1664 gesteld, en het als op Jan Vos doelende aangemerkt5); maar het komt reeds voor in 16596). Daar het met de
1)Zie Dr. J.A. Worp, Jan Vos, bl. 101.
2)T.a. pl., bl. 102.
3)In de Dietsche Warande, X D., bl. 423 vlgg.
4)Zie het lijstje in Worp's aangehaald boek, bl. 104.
5)Verg. Dr. G. Penon, Vondels Hekeldichten, bl. 190.
6)Aldaar, bl. 192.[p. 323]vertooning van den Gysbreght in verband staat, zal het ook wel van het jaar 1637 zijn1); en het kan dus niet op Jan Vos slaan. Aan wien moet men dan denken? Dr. Jan Te Winkel heeft ons bekend gemaakt met eenige schotschriften, waarin aan Simon Engelbregt, die in 1637 Regent van den Schouwburg was, den bijnaam gegeven wordt van ‘de man met zijn slagtanden.’ Op hem past dus volkomen de uitdrukking Akervercken (wild zwijn), door Vondel gebezigd, zooals de genoemde geleerde zeer juist heeft opgemerkt2).
Neen, zoo de Schouwburg bij de vertooning van Vondel's stukken ledig bleef, dan moet daar eene andere, innerlijke oorzaak voor geweest zijn; en wel deze, dat die stukken niet populair konden worden. Daaraan ontbrak, wat het publiek lokt: levendigheid van handeling en hartstocht. ‘De verhevenste zedeleer, betoogend voorgedragen, maakt den aanschouwer geeuwerig en onverschillig’ (Snellaert). Brandt erkent dat naïef genoeg, als hij het publiek verwijt, dat het de voorkeur gaf aan ‘speelen, meest uit het Spaensch vertaelt, die door 't gewoel en veelerley verandering, hoewel 'er somtydts weinigh kunst en orde in was, den grooten hoop (zich aan 't ydel gezwets en den poppentoestel vergaapende) zoo behaagden, dat men kooper boven goud schatte, en Vondels treurspelen achter de bank wierp.’
De gedachte kwam niet bij hem op, dat hij hier de werking eener vaste wet waarnam. Toch is het zoo, en zelfs Van Lennep, die vroeger eene andere theorie huldigde3), moest dit later zelf erkennen, toen hij schreef4):
‘Wat zoekt de menigte wel inzonderheid in den schouwburg? Men lette op het woord schouwburg zelf, op dat van spectacle, van theatrum, men lette op de klagt van Horatius over het Romeinsch publiek, op die van Brandt in het leven van Vondel over de Amsterdamsche volksmenigte, op die van onze hedendaagsche tooneelkijkers en men zal vinden, dat het volk in den Schouwburg meer de vermaken van het gezicht dan die des gehoors komt zoeken.
1)Aldaar, bl. 193.
2)Bladzijden uit de geschiedenis der Ned. Letterk., bl. 132 en Worp, Jan Vos, bl. 100, aant. 3.
3)Zie boven, XVIIe Eeuw, I D., bl. 306.
4)Leven van C. en D.J. Van Lennep, IV D., bl. 150.[p. 324]Het is wat ongepast, dunkt mij, hiertegen als tegen een verbasterden smaak te schreeuwen. Naar mijn inzien is het even natuurlijk dat de menigte dit, als dat het kleinst en meer beschaafd gedeelte des publieks iets anders [?] verlangt.’
Voor den lezer behoudt Vondel's tooneelpoëzie altijd groote waarde om de schoonheden van détail, die er ontegenzeggelijk in voorkomen. Zij munt over 't geheel uit door kracht en sierlijkheid van taal en meesterlijke behandeling van de techniek der verzen. Bovendien ontmoet men er, behalve zoo menig dichterlijk beeld of menige treffend uitgedrukte verheven gedachte, niet zelden beschrijvingen en lyrische ontboezemingen, in de verhalen en reien, die, op zichzelf beschouwd, meesterlijke brokstukken zijn; ja, nu en dan komen er geheele tooneelen, of, wil men, samenspraken in voor, die door levendigheid van voorstelling boeien. Wij hebben daarvan een paar proeven bijgebracht, die gemakkelijk waren te vermeerderen, indien ons bestek het gedoogde.
Maar dit alles stempelt Vondel's tragedies nog niet tot ‘meesterstukken.’
En als wij nu ons oordeel over Vondel zullen samentrekken, dan moeten wij bekennen, dat hij ons als mensch achting en sympathie afdwingt. Hij moge al bij Hooft achterblijven in hoofsche vormen, in geestigheid en luim, als karakter staat hij oneindig hooger. Hij was, zooals Van Lennep terecht heeft opgemerkt, (IV D., bl. 443) ‘levendig, rusteloos, onvermoeid strijdende voor hetgeen hij waarheid achtte te zijn, en by dien strijd niemand ontziende, vooral zich nimmer terug latende houden door gedachten aan eigen voordeel, aan eigen gevaar.’ Niet zelden wat al te eenzijdig, al te openhartig; maar nooit zonder diepe overtuiging. Daarbij was hij arbeidzaam, nederig, oprecht, eerlijk en braaf. Zijn geheele leven en zijn werk geven, als Antonides het uitdrukte,
‘Blijk
Van 't vroom en kuisch gemoed, zich zelfs alom gelijk.’
En als dichter zal niemand hem den roem betwisten van te zijn
‘Een paerel der Poëten,
Van sterker geest als anderen bezeten,
Des Amstels roem,’[p. 325]zooals Westerbaen hem, zij het dan ook met ironische bedoeling, teekende. Hollander en Amsterdammer tot in het merg van zijn gebeente, neemt hij in alles deel, wat zijn vaderland en zijne vaderstad tot roem en eer verstrekt, en verheerlijkt die met zijne kunst. En toch, daar hij in zichzelf gekeerd was van natuur, vierde hij in de lyriek zijne schoonste triomfen. Innigheid van gevoel is zijne meest karakteristieke eigenschap. Zijne verbeelding draagt denzelfden stempel: zij leidt hem meer tot beeld en vergelijking, dan tot het scheppen van veelzijdige persoonlijkheden of toestanden. Toch neemt zij vaak te hooge vlucht om in Holland waarlijk populair te worden. Als hij wezenlijk geïnspireerd is, blijft hij, bij al zijne verhevenheid, echter eenvoudig en natuurlijk. Hij moge dikwerf den smaak des tijds gehuldigd, en zich in het classieke harnas der Patriciërs gewrongen hebben ondanks den eerbied, dien hij als burgerman voor de ‘Heeren’ koesterde, was hij zelfstandig en waarachtig dichter genoeg, om natuur en eenvoudig gevoel, waar het aanging, het woord te gunnen boven voorname gekunsteldheid.
Zijn vorm is meesterlijk. Wat Hollandsche taal, stijl en versbouw onder zijne hand geworden zijn, ziet men 't best, als men zijne vroegere met zijne latere gedichten vergelijkt.
In Vondel bereikte de Nederlandsche dichtkunst haar zenith. Toch wordt hij in onze dagen meer geprezen dan gelezen. Is dit niet beschamend voor het levend geslacht? Mocht de dag spoedig aanbreken, waarop de Geschiedenis met waarheid kon getuigen, wat Brandt zei (Leven van Vondel, bl. 108): ‘Al wat Hollandsch spreekt of verstaat, en Poezy bemindt, gewaaght nu van zynen lof.’ Misschien kan alleen eene critische volksuitgave van zijne werken het Nederlandsche volk daartoe in staat stellen. Mocht eene bevoegde hand ons die weldra schenken!
'NSync
A Mei
A Tribe Called Quest
A*Teens
A-axis
A-bomb
A-frame
A-line
A-pole
A. Blass
A. Frank Ruffo
A. Hartzhorn
A. Heyting
A. Middeldorp
A. Nico Habermann
A. Nijholt
A. P. Morse
A. Paz
A. Ponse
A. R. Ammons
A. Skowron
A. Szilard
A. Thomasian
A. A. Markov
A. F. de Geus
A. G. Dragalin
A. G. Vitushkin
A. H. Taub
A. H. G. Rinnooy Kan
A. J. Kfoury
A. J. Langer
A. J. McLean
A. K. Dewdney
A. K. Lenstra
A. M. Farley
A. P. Ershov
A. P. Sistla
A. S. Klusener
A. S. Troelstra
AAA
AAAA
AAAL
AAAS
AAE
AAEE
AAF
AAG
AAM
AAP
AAUP
AAUW
AAeE
AAgr
AAvTech
ABA
ABC
ABLS
ABM
ABPC
ABS
ABus
AC/DC
ACAA
ACLS
ACLU
ACP
ACS
ACTH
ACW
ACWA
ADA
ADC
AEC
AEF
AET
AEd
AEng
AFA
AFAM
AFB
AFC
AFL
AFM
AFS
AFT
AGC
AHSA
AIA
AIC
AID
AIEEE
AIME
AISI
AJ Cook
AJ McLean
AKC
ALA
ALGOL
ALP
AMA
AME
AMEDS
AMLS
AMORC
AMP
AMPAS
AMS
AMSW
AMT
AMus
AMusD
ANC
ANG
ANTA
ANTU
ANZUS
AOU
APA
APC
API
APO
APRA
APS
APSA
ARA
ARC
ARCS
ARE
ARP
ARU
ARV
ARel
ASA
ASCAP
ASM
ASN
ASPCA
ASS
ASSR
ASTM
ASU
ASW
ATA
ATC
ATP
ATS
ATech
AUA
AUC
AUM
AVC
AWB
AWL
AYH
Aaberg
Aachen
Aad van Wijngaarden
Aalborg
Aalesund
Aaliyah
Aalst
Aalto
Aamir Khan
Aar
Aara
Aarau
Aaren
Aargau
Aarhus
Aarika
Aaron
Aaron Carter
Aaron Kwok
Aaron Lohr
Aaron's-beard
Aaronite
Aaronson
Aba
Abaco
Abad
Abadan
Abaddon
Abagael
Abagail
Abagtha
Abailard
Abakan
Abana
Abantes
Abarbarea
Abaris
Abas
Abate
Abba
Abbai
Abbasid
Abbate
Abbe
Abbeville
Abbevillian
Abbey
Abbi
Abbie
Abbot
Abbotsen
Abbotsford
Abbotson
Abbotsun
Abbott
Abbott and Costello
Abbottson
Abboud
Abby
Abbye
Abd-el-Kadir
Abdel
Abdelaziz Fellah
Abdella
Abderhalden
Abderus
Abdias
Abdon
Abdu
Abdul
Abdul R. Rahman
Abdul-Aziz
Abdulla
Abe
Abebi
Abednego
Abel
Abel-meholah
Abelard
Abell
Abenezra
Abeokuta
Abercrombie
Abercromby
Aberdare
Aberdeen
Aberdeenshire
Aberglaube
Abernathy
Abernon
Abert
Aberystwyth
Abey
Abgatha
Abia
Abiathar
Abib
Abidjan
Abie
Abigael
Abigail
Abigail Mavity
Abigale
Abihu
Abijah
Abilene
Abilyne
Abimelech
Abineri
Abingdon
Abinger
Abington
Abinoam
Abisha
Abishag
Abishek Bachan
Abisia
Abiu
Abixah
Abkhaz
Abkhazia
Abkhazian
Abnaki
Abnakis
Abner
Abo
Aboriginal
Aborigine
Aborn
Abott
Aboukir
Abra
Abraham
Abraham Robinson
Abrahams
Abrahamsen
Abrahan
Abram
Abramo
Abrams
Abramson
Abran
Abroms
Abruzzi
Absa
Absalom
Absecon
Abshier
Absolute
Absyrtus
Abu-Bekr
Abukir
Abulfeda
Abuna
Abury
Abydos
Abyla
Abyss
Abyssinia
Abyssinian
Acacallis
Acacia
Academus
Academy
Acadia
Acadian
Acalia
Acamas
Acapulco
Acarnan
Acastus
Accad
Accadian
Accalia
Accius
Accra
Accrington
Accutron
Acda en de Munnik
Ace
Ace of Base
Aceldama
Acerbas
Acesius
Acessamenus
Acetes
Acey
Achab
Achad
Achaea
Achaean
Achaemenes
Achaemenid
Achaeus
Achan
Acharnians
Achates
Achaz
Achelous
Acherman
Achernar
Acheron
Acheson
Acheulian
Achill
Achilles
Achimaas
Achimelech
Achish
Achitophel
Achorn
Achromycin
Achsah
Acidalium
Acidanthera
Acie
Acima
Acis
Acker
Ackerley
Ackerman
Ackler
Ackley
Acmon
Acoemeti
Acol
Aconcagua
Acquah
Acraea
Acre
Acres
Acrilan
Acrisius
Acrocorinth
Acropolis
Acrux
Acta
Actaeon
Actis
Actium
Acton
Actor
Actoridae
Acus
Ad Rock
Ada
Ada Choi
Adabel
Adabelle
Adachi
Adah
Adaha
Adai
Adaiha
Adair
Adal
Adala
Adalai
Adalard
Adalbert
Adalheid
Adali
Adalia
Adaliah
Adalie
Adaline
Adall
Adallard
Adam
Adam Alexi-Malle
Adam Ant
Adam Baldwin
Adam Corolla
Adam Duritz
Adam Frost
Adam Garcia
Adam Goldberg
Adam Grove
Adam L. Buchsbaum
Adam Rickitt
Adam Sandler
Adam Storke
Adam Trese
Adam West
Adam Yauch
Adam's-needle
Adam-and-Eve
Adama
Adamas
Adamawa
Adamec
Adamek
Adamic
Adamik
Adamina
Adaminah
Adamis
Adamite
Adamo
Adamok
Adams
Adamsen
Adamski
Adamson
Adamsun
Adan
Adana
Adao
Adapa
Adar
Adara
Adaurd
Aday
Adda
Addam
Addams
Addi
Addia
Addie
Addiego
Addiel
Addington
Addis
Addison
Addisonian
Addressograph
Addy
Ade
Adebayo
Adee
Adel
Adela
Adelaida
Adelaide
Adelaja
Adelbert
Adele
Adele Stephens
Adelheid
Adelia
Adelice
Adelina
Adelind
Adeline
Adella
Adelle
Adelphe
Adelpho
Adelric
Aden
Adena
Adenauer
Ader
Adest
Adey
Adham
Adhamh
Adhern
Adi
Adi Shamir
Adie
Adiel
Adiell
Adige
Adighe
Adigranth
Adigun
Adila
Adim
Adin
Adina
Adine
Adirondack
Adirondack Mountains
Adis
Aditi Dhagat
Aditya
Adivasi
Adkins
Adlai
Adlar
Adlare
Adlay
Adlee
Adlei
Adler
Adley
Adm
Admah
Admete
Admetus
Admiral
Admiralty Islands
Adna
Adnah
Adne
Adnopoz
Adolf
Adolfo
Adolph
Adolphe
Adolpho
Adolphus
Adon
Adonai
Adonais
Adonia
Adonias
Adonic
Adonica
Adonijah
Adonis
Adora
Adoree
Adorl
Adoula
Adowa
Adrammelech
Adrastea
Adrastus
Adrea
Adrell
Adrenalin
Adrestus
Adria
Adrial
Adrian
Adrian Edmondson
Adrian Grenier
Adrian Pasdar
Adrian Paul
Adriana
Adriana Lima
Adriana Sklenarikova
Adriane
Adrianna
Adrianne
Adriano
Adrianople
Adrianopolis
Adriatic
Adriel
Adriell
Adrien
Adrien Brody
Adrien Dorval
Adriena
Adriene
Adrienne
Adrienne Barbeau
Adrienne Frantz
Adron
Adullamite
Adur
Adurol
Aduwa
Adv
Advaita
Advent
Adventism
Adventist
Adyge
Adygei
Adyghe
Adzharistan
AeE
Aeacidae
Aeacides
Aeacus
Aeaea
Aechmagoras
Aedilberct
Aeetes
Aegaeon
Aegates
Aegean Islands
Aegeria
Aegesta
Aegeus
Aegia
Aegialeus
Aegialia
Aegicores
Aegimius
Aegina
Aeginaea
Aegiochus
Aegipan
Aegir
Aegisthus
Aegium
Aegle
Aegospotami
Aegyptus
Aekerly
Aelber
Aella
Aello
Aenea
Aeneas
Aeneid
Aeneus
Aeniah
Aenius
Aenneea
Aeolia
Aeolian
Aeolian Islands
Aeolic
Aeolides
Aeolis
Aeolus
Aepyornis
Aepytus
Aeria
Aeriel
Aeriela
Aeriell
Aerol
Aerosmith
Aesacus
Aeschines
Aeschylus
Aesculapius
Aesepus
Aesir
Aesop
Aestatis
Aesyetes
Aethalides
Aethelbert
Aetheria
Aethra
Aethylla
Aetna
Aetolia
Aetolus
Affer
Affra
Affrica
Afgh
Afghan
Afghanistan
Afke Rijenga
Afra
Aframerican
Afrasia
Afrasian
Africa
Africah
African
Africander
Africanderism
Africanism
Africanist
Africanization
Africanthropus
Afrika
Afrikaans
Afrikah
Afrikander
Afrikanderism
Afrikaner
Afrikanerdom
Afro
Afro-American
Afro-Asiatic
Afro-chain
Afro-comb
Afton
Afyon
AgE
Aga Muhlach
Agabus
Agace
Agacles
Agadir
Agag
Agama
Agamede
Agamedes
Agamemnon
Agan
Agana
Aganippe
Aganus
Agape
Agar
Agartala
Agassiz
Agastrophus
Agastya
Agata
Agate
Agatha
Agatharchides
Agathe
Agatho
Agathon
Agathy
Agathyrsus
Agave
Agbogla
Agee
Agelaus
Agen
Agena
Agenais
Agenor
Aggada
Aggadah
Aggadoth
Aggappe
Aggappera
Aggappora
Aggarwal
Aggeus
Aggi
Aggie
Aggri
Aggy
Agh
Agincourt
Aglaia
Aglauros
Aglaus
Agle
Agler
Agna
Agnatha
Agnella
Agnes
Agnes Chan
Agnes Moorehead
Agnes Soral
Agnese
Agnesse
Agneta
Agnetha Faltskog
Agnew
Agni
Agnis Andzans
Agnola
Agon
Agoraea
Agoraeus
Agostini
Agostino
Agosto
Agra
Agraeus
Agram
Agraulos
Agricola
Agrigento
Agrinion
Agriope
Agripina
Agrippa
Agrippina
Agrius
Agrotera
Agt
Aguadilla
Aguascalientes
Aguayo
Agueda
Aguinaldo
Aguistin
Agulhas
Agung
Agustin
Agustin Marvin
Agyieus
Ahab
Aharon
Ahasuerus
Ahaz
Ahaziah
Ahders
Ahearn
Ahern
Ahhiyawa
Ahidjo
Ahiezer
Ahimaaz
Ahimelech
Ahir
Ahira
Ahishar
Ahithophel
Ahl
Ahlgren
Ahmad
Ahmadi
Ahmadiya
Ahmar
Ahmed
Ahmedabad
Ahmednagar
Ahmet Zappa
Ahmo Hight
Ahola
Aholah
Aholla
Ahom
Ahoskie
Ahoufe
Ahouh
Ahrendt
Ahrens
Ahriman
Ahron
Ahuzzath
Ahvenanmaa
Ahwaz
Ai Iijima
Ai Kato
Ai Kawasaki
Aia
Aias
Aida
Aidan
Aidan Gillen
Aidan McArdle
Aidan Quinn
Aiden
Aidin
Aidoneus
Aidos
Aiea
Aiello
Aigneis
Aiken
Aiko Sato
Aila
Ailbert
Ailee
Aileen
Ailene
Ailey
Aili
Ailin
Ailis
Ailsa
Ailssa
Aime J. Bayle
Aimee
Aimil
Aimo
Ain
Aindrea
Ainslee
Ainsley
Ainslie
Ainsworth
Aintab
Ainu
Ainus
Air
Airdrie
Aire
Airedale
Airel
Aires
Airla
Airlee
Airlia
Airliah
Airlie
Airy
Aisha
Aishwarya Rai
Aisne
Aitken
Aix-en-Provence
Aix-la-Chapelle
Aix-les-Bains
Aiza Marquez
Ajaccio
Ajani
Ajanta
Ajax
Ajay Devgan
Ajay Naidu
Ajei Gopal
Ajit
Ajit Agrawal
Ajivika
Ajmer
Ajmer-Merwara
Ajo
Ajodhya
Ajuga
Akaba
Akademi
Akan
Akane Kanazawa
Akane Oda
Akanke
Akbar
Akebono
Akel
Akela
Akeldama
Akeley
Aker
Akerboom
Akerley
Akers
Akeyla
Akeylah
Akh
Akhaia
Akhenaten
Akhetaton
Akhilesh Tyagi
Akhisar
Akhmatova
Akhnaton
Akihito
Akiko Hinagata
Akiko Ikuina
Akiko Yada
Akili
Akim
Akin
Akins
Akira
Akira Fubuki
Akita
Akitoshi Yoshida
Akkad
Akkadian
Akkerman
Akkra
Aklog
Akmolinsk
Akron
Aksel
Akshaye Khanna
Aksoyn
Aksum
Aktyubinsk
Akure
Akutagawa
Akyab
Al Aho
Al Franken
Al Jolson
Al Pacino
Al Roker
Al Wiggins
Al-Gazel
Ala
Alabama
Alabaman
Alabamian
Alabaster
Aladdin
Alage
Alagez
Alagoas
Alai
Alain
Alain Delon
Alain-Fournier
Alaine
Alair
Alake
Alalcomeneus
Alamanni
Alamannic
Alameda
Alamein
Alamo
Alamogordo
Alamosa
Alan
Alan Alda
Alan Arkin
Alan Bean
Alan Cobham
Alan Cumming
Alan Demers
Alan Fekete
Alan George
Alan Parson Project
Alan Perlis
Alan Rachins
Alan Rickman
Alan Ruck
Alan Selman
Alan Shaw
Alan Shepard
Alan Siegal
Alan Stanford
Alan T. Sherman
Alan Tam
Alan Thicke
Alan Toy
Alan Turing
Alan-a-dale
Alana
Alana Mauritis
Alanah
Alanbrooke
Aland
Alane
Alanis Morissette
Alanna
Alano
Alansen
Alanson
Alarcon
Alard
Alaric
Alarice
Alarick
Alarise
Alas
Alasdair
Alasdair Gillis
Alaska
Alaskan
Alastair
Alasteir
Alaster
Alastor
Alatea
Alathia
Alayne
Alb
Alba
Alba Parietti
Albacete
Albamycin
Alban
Albanese
Albania
Albanian
Albany
Albarran
Albategnius
Albay
Albee
Albemarle
Alben
Alber
Alberic
Alberich
Alberik
Alberoni
Albers
Albert
Albert Belle
Albert Brooks
Albert Finney
Albert Greenberg
Albert Meyer
Albert Tucker
Alberta
Alberta Watson
Alberti
Albertina
Albertine
Albertist
Alberto
Alberto Mendelzon
Alberto Torres
Albertson
Albertville
Albi
Albia
Albie
Albigenses
Albigensian
Albigensianism
Albin
Albina
Albinoni
Albinus
Albion
Albniz
Alboin
Alboran
Albrecht
Albric
Albright
Albunea
Albuquerque
Albur
Alburg
Alburga
Albury
Alby
Alcaeus
Alcaic
Alcaids
Alcandre
Alcathous
Alcatraz
Alcazar
Alceste
Alcestis
Alchuine
Alcibiades
Alcides
Alcidice
Alcimede
Alcimedes
Alcimedon
Alcina
Alcine
Alcinia
Alcinous
Alcis
Alcmaeon
Alcman
Alcmaon
Alcmene
Alcoa
Alcock
Alcon
Alcor
Alcoran
Alcoranist
Alcot
Alcott
Alcuin
Alcus
Alcyone
Alcyoneus
Ald
Alda
Aldabra
Aldan
Aldarcie
Aldarcy
Aldas
Aldebaran
Alded
Alden
Alder
Aldercy
Alderman
Aldermaston
Alderney
Aldershot
Alderson
Aldin
Aldine
Aldington
Aldis
Aldith Hunkar
Aldm
Aldo
Aldo Lazar
Aldon
Aldora
Aldos
Aldous
Aldred
Aldredge
Aldric
Aldrich
Aldridge
Aldridge-Brownhills
Alduino
Aldus
Aldwin
Aldwon
Alea
Aleardi
Alebion
Alec
Alec Baldwin
Alec Guinness
Alecia
Aleck
Alecto
Aleda
Aledo
Aleece
Aleedis
Aleen
Aleetha
Alegre
Alegrete
Aleichem
Aleixandre
Alejandra
Alejandrina
Alejandro
Alejandro Jodorowsky
Alejo
Alek
Alekhine
Aleksandr
Aleksandra Bechtel
Aleksandropol
Aleksandrovsk
Alem
Alemanni
Alemannic
Alembert
Alena
Alencon
Alene
Alenson
Aleppo
Aleras
Aleris
Aleron
Alesandrini
Alesha Oreskovich
Alesha Webb
Alesia
Alessandra
Alessandra Martines
Alessandri
Alessandria
Alessandro
Alessandro Del Piero
Alessandro Nivola
Alessia Mancini
Alessia Marcuzzi
Alessia Merz
Aleta
Aletes
Aletha
Alethea
Alethia
Aletta
Aleus
Aleut
Aleutian
Alex
Alex Birman
Alex Cord
Alex Corretja
Alex D. Linz
Alex Estornel
Alex Gonzalez
Alex Greenwald
Alex Hyde-White
Alex Ibarra
Alex Jennings
Alex Kingston
Alex Lloyd
Alex Lundqvist
Alex McArthur
Alex Ramirez
Alex Rodriguez
Alex Siegel
Alex Solowitz
Alex To
Alex Wang
Alexa
Alexa Vega
Alexander
Alexander Horsch
Alexander Kechris
Alexander Logothetis
Alexander Rabinovich
Alexander Siddig
Alexander Sokurov
Alexander T. Ishii
Alexanderson
Alexandr
Alexandra
Alexandra Fletcher
Alexandra Paul
Alexandra Tydings
Alexandra Wentworth
Alexandra Wilson
Alexandre
Alexandre Arcady
Alexandretta
Alexandria
Alexandrian
Alexandrina
Alexandrine
Alexandrinus
Alexandro
Alexandropolis
Alexandros
Alexandroupolis
Alexei P. Stolboushkin
Alexi
Alexia
Alexian
Alexiares
Alexicacus
Alexina
Alexine
Alexio
Alexis
Alexis Bledel
Alexis Cruz
Alexis Denisof
Alexis Lamouret
Aley
Aleydis
Alf
Alf Wachsmann
Alfadir
Alfeus
Alfheim
Alfi
Alfie
Alfieri
Alfons
Alfonso
Alfonson
Alfonzo
Alford
Alfraganus
Alfre Woodard
Alfred
Alfred Foster
Alfred Hitchcock
Alfred Renyi
Alfred Tarski
Alfreda
Alfredo
Alfredo Viola
Alfric
Alfur
Alfy
Alg
Algalene
Algar
Algeciras
Alger
Algeria
Algerian
Algerine
Algernon
Alghero
Algie
Algiers
Algol
Algoma
Algona
Algonac
Algonkian
Algonkin
Algonquian
Algonquin
Algren
Alguire
Algy
Alhambra
Alhazen
Ali
Ali Landry
Ali Larter
Ali Yaghi
Alia
Aliacensis
Aliber
Alic
Alica
Alicante
Alice
Alice Cooper
Alice Dodd
Alice Faye
Alice In Chains
Alice Krige
Alice Pang
Alice Ripley
Alicea
Aliceville
Alicia
Alicia Leigh Willis
Alicia Morton
Alicia Rickter
Alicia Silverstone
Alicia Witt
Alick
Alida
Alidia
Alidis
Alidus
Alie
Aligarh
Alika
Alikee
Alina
Aline
Alinna
Alioth
Aliquippa
Alis
Alisa
Alisa Reyes
Alisan
Alisander
Alisen
Alisha
Alisia
Alison
Alison Armitage
Alison Eastwood
Alison Elliott
Alison Folland
Alison MacInnis
Alison Newman
Alison Sweeney
Alissa
Alistair
Alistair Sinclair
Alister
Alita
Alitha
Alithea
Alithia
Alitta
Alius
Alix
Alix Koromzay
Aliza
Alkmaar
Alkoran
All Saints
Alla
Allah
Allahabad
Allain
Allan
Allan Borodin
Allan Heydon
Allan Houston
Allan-a-Dale
Allana
Allanson
Allard
Allare
Allayne
Allbee
Allcot
Alleen
Allegan
Allegheny
Allegheny Mountains
Allegra
Allen
Allen Emerson
Allen Goldberg
Allen Iverson
Allen Newell
Allen van Gelder
Allenby
Allende
Allene
Allentown
Alleppey
Alleras
Allerie
Alleris
Allerus
Alley
Alley Baggett
Alleyn
Alleyne
Allhallowmas
Allhallows
Allhallowtide
Alli
Alliance
Alliber
Allie
Allier
Allies
Allina
Allis
Allisan
Allison
Allison Janney
Allison Smith
Allissa
Allista
Allister
Allistir
Allix
Allmon
Alloa
Alloway
Allred
Allrud
Allsopp
Allston
Allsun
Allveta
Allwein
Ally
Ally Sheedy
Ally Walker
Allyce
Allyn
Allyne
Allys
Allyson
Alma
Alma-Ata
Alma-Tadema
Almad
Almada
Almagest
Almallah
Almanon
Almeda
Almeeta
Almeida
Almelo
Almena
Almendare Angelie
Almera
Almeria
Almerian
Almeric
Almeta
Almighty
Almira
Almire
Almita
Almohad
Almohade
Almond
Almoravid
Almoravide
Almudena Fernandez
Almund
Alnico
Alo
Alodee
Alodi
Alodie
Aloeus
Alogi
Aloha
Aloidae
Aloin
Aloise
Aloisia
Aloisius
Alok Aggarwal
Aloke
Alon
Alon Itai
Alonso
Alonzo
Alonzo Church
Alonzo Mourning
Alope
Alopecus
Alorton
Alost
Aloysia
Aloysius
Alpena
Alper
Alpers
Alpert
Alpes-Maritimes
Alpetragius
Alpha
Alphaea
Alphesiboea
Alpheus
Alphonsa
Alphonse
Alphonsine
Alphonso
Alphonsus
Alpinist
Alps
AlrZc
Alric
Alrich
Alrick
Alroi
Alroy
Alsace
Alsace-Lorraine
Alsace-Lorrainer
Alsatia
Alsatian
Alsip
Also
Alson
Alsou
Alston
Alsworth
Alta
Altadena
Altaf
Altai
Altai Mountains
Altaic
Altair
Altamira
Altavista
Altay
Altdorf
Altdorfer
Alten
Altes
Altgeld
Althaemenes
Althea
Althee
Altheta
Althing
Altiplano
Altis
Altman
Alton
Alton Fitzgerald White
Altona
Altoona
Altrincham
Alturas
Altus
Aluin
Aluino
Alun Armstrong
Alundum
Alurd
Alurta
Alva
Alvah
Alvan
Alvar
Alvarado
Alvarez
Alvaro
Alvaro Escobar
Alver
Alvera
Alverson
Alverta
Alves
Alveta
Alviani
Alvie
Alvin
Alvina
Alvinia
Alvino
Alvira
Alvis
Alvita
Alvord
Alvy
Alwin
Alwitt
Alwyn
Alyattes
Alyce
Alyda
Alyose
Alys
Alysa
Alyse
Alysia
Alyson
Alyson Court
Alyson Hannigan
Alysoun
Alyss
Alyssa
Alyssa Milano
Alyssia Chia
Alyworth
Ama
Amabel
Amabelle
Amabil
Amadas
Amadeo
Amadeus
Amadis
Amado
Amador
Amadus
Amagasaki
Amal
Amalbena
Amalberga
Amalbergas
Amalburga
Amalea
Amalee
Amalek
Amalekite
Amaleta
Amalia
Amalia Rodrigues
Amalie
Amalita
Amalthaea
Amalthea
Amanda
Amanda Bach
Amanda Barrie
Amanda Bynes
Amanda Coetzer
Amanda Detmer
Amanda Foreman
Amanda Gu
Amanda Holden
Amanda Peet
Amanda Plummer
Amanda Spoel
Amanda Tapping
Amandi
Amandie
Amando
Amandy
Amanist
Amann
Amap
Amar
Amara
Amaral
Amaras
Amarette
Amargo
Amari
Amarillas
Amarillis
Amarillo
Amaris
Amary
Amaryl
Amaryllis
Amarynceus
Amasa
Amasias
Amata
Amaterasu
Amathi
Amathist
Amathiste
Amati
Amato
Amatruda
Amaty
Amaya
Amaziah
Amazon
Amazonas
Amazonis
Amazonomachia
Amb
Ambala
Ambedkar
Amber
Amber Barretto
Amber Benson
Amber Rose Tamblyn
Amber Smith
Amber Valetta
Amber Valletta
Amberley
Amberly
Ambert
Ambie
Ambler
Amboina
Amboinese
Amboise
Ambra Angiolini
Ambrogino
Ambrogio
Ambros
Ambrosane
Ambrose
Ambrosi
Ambrosia
Ambrosine
Ambrosio
Ambrosius
Ambur
Amby
Amchitka
Ame
Amedeo
Amelia
Amelia Earhart
Amelia Fong
Amelie
Amelie Mauresmo
Amelina
Ameline
Amelita
Amen
Amen-Ra
Amena
Amend
Amer
AmerInd
AmerSp
America
American
American Expeditionary Forces
Americana
Americanisation
Americaniser
Americanism
Americanist
Americanization
Americanizer
Americano
Americanos
Amerigo
Amerind
Amerindian
Amero
Amersfoort
Amersham
Amery
Ames
Amesbury
Amethist
Amethyst
Amfortas
Amhara
Amharic
Amherst
Ami
Ami Dolenz
Ami Suzuki
Amias
Amice
Amick
Amick Madchen
Amida
Amidah
Amidol
Amie
Amiel
Amiens
Amieva
Amigen
Amihood Amir
Amii
Amin
Aminta
Amir
Amir Aboulela
Amir Ben-Amram
Amir Herzberg
Amir Pnueli
Amiram Yehudai
Amis
Amish
Amisha Patel
Amitabh Bachchan
Amitabh Shah
Amitabha
Amitie
Amittai
Amity
Amityville
Amling
Ammadas
Ammadis
Amman
Ammanati
Ammann
Ammianus
Ammishaddai
Ammon
Ammonite
Ammonites
Amoakuh
Amon
Amon-Ra
Amopaon
Amor
Amora
Amoreta
Amorete
Amorette
Amoretti
Amorita
Amoritta
Amory
Amos
Amos Fiat
Amotz Bar-Noy
Amoy
Amp
Ampelos
Amphiaraus
Amphibia
Amphictyon
Amphidamas
Amphilochus
Amphimachus
Amphimarus
Amphinome
Amphinomus
Amphion
Amphissa
Amphissus
Amphithemis
Amphitrite
Amphitruo
Amphitryon
Amphius
Amphoterus
Ampycides
Ampycus
Amr
Amram
Amravati
Amri
Amrita
Amritsar
Amsden
Amsterdam
Amtorg
Amulius
Amund
Amundsen
Amur
Amur Shakur
Amuro Namie
Amy
Amy Acuff
Amy Brenneman
Amy Carlson
Amy Dumas
Amy Ecklund
Amy Fadhli
Amy Felty
Amy Fisher
Amy Grant
Amy Irving
Amy Jo Johnson
Amy Keller
Amy Lansky
Amy Locane
Amy Lynn
Amy Madigan
Amy Pietz
Amy Rochelles
Amy Smart
Amy Tan
Amy Weber
Amy Wesson
Amy Yasbeck
Amy Yip
Amyas
Amyclas
Amycus
Amye
Amymone
Amyntor
Amytal
Amythaon
Ana
Ana Gasteyer
Ana Paula Arosio
Ana-Alicia
Anabaptism
Anabaptist
Anabase
Anabel
Anabella
Anabelle
Anacletus
Anaconda
Anacortes
Anacostia
Anacreon
Anacreontic
Anadarko
Anadyomene
Anadyr
Anagha
Anagnos
Anaheim
Anakim
Analiese
Analise
Anam
Anambra
Anammelech
Anamosa
Anana
Anand
Ananda
Ananda Lewis
Ananias
Ananna
Ananova
Anapurna
Anasazi
Anastacia
Anastas
Anastase
Anastasia
Anastasie
Anastasio
Anastasius
Anastassia
Anastatius
Anastice
Anastos
Anatevka
Anatol
Anatola
Anatole
Anatoli Buda
Anatolia
Anatolian
Anatolic
Anatolio
Anatoly Maltsev
Anax
Anaxagoras
Anaxarete
Anaxibia
Anaximander
Anaximenes
Anaxo
Ancaeus
Ancalin
Ancel
Ancelin
Anceline
Ancell
Anchesmius
Anchiale
Anchie
Anchises
Anchorage
Ancier
Ancilin
Ancius
Ancohuma
Ancona
Andalusia
Andalusian
Andaman
Andaman Islands
Andamanese
Andee
Andel
Andelee
Ander
Anderea
Anderegg
Anderer
Anderlecht
Anders
Andersen
Anderson
Andersonville
Anderssen
Andert
Andes
Andi
Andi Mans
Andie
Andie MacDowell
Andikithira
Andizhan
Andonis
Andorra
Andorran
Andr
Andra
Andrade
Andras
Andras Frank
Andras Hajnal
Andre
Andre Agassi
Andre Berthiaume
Andre Braugher
Andre Scedrov
Andrea
Andrea Barber
Andrea Bendewald
Andrea Bocelli
Andrea Corr
Andrea Evans
Andrea King
Andrea LaPaugh
Andrea McArdle
Andrea Parker
Andrea Thompson
Andreana
Andreanof Islands
Andreas
Andreas Griewank
Andreas Potthoff
Andreas Vincigurra
Andreas Wisniewski
Andree
Andrei
Andrei Andreevich Markov
Andrei Broder
Andrei Medvedev
Andrej
Andrej Brodnik
Andrel
Andreotti
Andres
Andrew
Andrew Blackman
Andrew Booth
Andrew Chin
Andrew Dice Clay
Andrew Divoff
Andrew Goldberg
Andrew Kavovit
Andrew Keegan
Andrew Lawrence
Andrew Levitas
Andrew Lloyd Webber
Andrew McCarthy
Andrew Odlyzko
Andrew Robinson
Andrew Secombe
Andrew Sharp
Andrew Shue
Andrew Stevens
Andrewes
Andrews
Andrey
Andreyev
Andri
Andria
Andriana
Andric
Andrien
Andris
Androclea
Androcles
Androcrates
Androgeus
Andromache
Andromada
Andromaque
Andromeda
Andromede
Andron
Androphonos
Andros
Androscoggin
Androw
Andrsy
Andrus
Andryc
Andrzej Ehrenfeucht
Andrzej Lingas
Andrzej Mostowski
Andrzej Pelc
Andrzej Wajda
Andrzej Zulawski
Andvari
Andy
Andy Dick
Andy Garcia
Andy Gibb
Andy Griffith
Andy Hui
Andy Kaufman
Andy Lau
Andy Lawrence
Andy Pickford
Andy Podgurski
Andy Prior
Andy Taylor
Andy Williams
Andy Yao
Aneale
Anemotis
Anesidora
Anestassia
Anet
Aneto
Anett
Anetta
Anette
Aneurin
Aney
Angadreme
Angadresma
Angang
Angara
Angarsk
Ange
Angel
Angel Boris
Angel Dichev
Angel Grant
Angel Jones
Angela
Angela Bassett
Angela Cartwright
Angela Dotchin
Angela Featherstone
Angela Groothuizen
Angela Heath
Angela Lansbury
Angela Lindvall
Angela Little
Angela Mao
Angela Oh
Angela Schijf
Angela Via
Angela Visser
Angela Watson
Angele
Angeleno
Angelenos
Angelic
Angelica
Angelica Boss
Angelica Bridges
Angelica Huston
Angelica Wallgren
Angelico
Angelie Almendare
Angelika
Angelina
Angelina Jolie
Angeline
Angelique
Angelis
Angelita
Angell
Angell Hill
Angelle
Angelo
Angelo Branduardi
Angelus
Angelyn
Angerboda
Angerona
Angers
Angevin
Anggun
Angi
Angie
Angie Cheong
Angie Dickinson
Angie Everhart
Angie Harmon
Angil
Angkor
Angl
Angle
Angledozer
Angles
Anglesey
Angleton
Anglia
Anglian
Anglic
Anglican
Anglicanism
Anglicisation
Anglicism
Anglicist
Anglicization
Anglification
Anglim
Anglist
Anglistics
Anglo
Anglo-American
Anglo-Americanism
Anglo-Australian
Anglo-Catholic
Anglo-French
Anglo-Indian
Anglo-Irish
Anglo-Latin
Anglo-Norman
Anglo-Saxon
AngloCatholicism
Anglomania
Anglomaniac
Anglophile
Anglophilia
Anglophobe
Anglophobia
Anglophone
Anglos
Angola
Angolese
Angora
Angostura
Angoumois
Angrbodha
Angrist
Anguier
Anguilla
Anguis
Angurboda
Angus
Angus MacFadyen
Angus Scrimm
Angy
Anh
Anhalt
Anhwei
Ani DiFranco
Ania
Aniakchak
Aniakudo
Anica
Anicetus
Aniela
Aniket Majumdar
Anil
Anil Kamath
Anil Kapoor
Anil M. Shende
Anil Nerode
Anis
Anissa
Anita
Anita Janssen
Anita Jones
Anita La Selva
Anita Mui
Anita Witzier
Anita Yuen
Anitra
Anius
Aniweta
Anjali
Anjanette
Anjelica Huston
Anjou
Ankara
Anke Huber
Ankeny
Anking
Ankney
Ann
Ann Kok
Ann Landers
Ann Miller
Ann Robinson
Ann Rutherford
Ann Turkel
Ann Woodward
Ann Yasuhara
Ann-Margret
Anna
Anna Akhmatova
Anna Bruss
Anna Falchi
Anna Faris
Anna Friel
Anna Galvin
Anna Karlin
Anna Kournikova
Anna Magnani
Anna Marie Goddard
Anna May Wong
Anna Nicole Smith
Anna Paquin
Anna Smith
Anna Wilding
Anna Winslet
Anna-Maria
Anna-Marie Goddard
Annaba
Annabal
Annabel
Annabell
Annabella
Annabelle
Annabelle Apsion
Annabeth Gish
Annaliese
Annalise
Annalise Braakensiek
Annam
Annamaria
Annamarie
Annamarie Wood
Annamese
Annapolis
Annapurna
Annatol
Anne
Anne Archer
Anne Bancroft
Anne Bronte
Anne Condon
Anne Francis
Anne Heche
Anne Marie van Driel
Anne Rice
Anne-Marie
Annecy
Annegret Habel
Anneke Bakker
Anneke den Hartog
Annelida
Annelies Kuijsters
Anneliese
Annelise
Annemarie
Annemiek Verdoorn
Annemieke Bosman
Annensky
Annetta
Annette
Annette Barlo
Annette Bening
Annette Visser
Annette van Trigt
Annfwn
Anni
Anni-Frid Lyngstad
Annia
Annice
Annie
Annie Haslam
Annie Potts
Annie Yi
Anniken
Anniko van Santen
Annique Delphine
Annis
Annissa
Anniston
Annmaria
Annora
Annorah
Annunciata
Annunziata
Annville
Annwn
Anny
Anora
Another Level
Anouck Lepere
Anouilh
Anouk
Anouk Kamminga
Anouschka Moerel
Ansar
Anschauung
Anschluss
Anse
Ansel
Ansela
Ansell
Anselm
Anselma
Anselme
Anselmi
Anselmo
Ansermet
Ansgarius
Anshan
Ansilma
Ansilme
Ansley
Anson
Ansonia
Anstice
Anstus
Antabuse
Antaea
Antaeus
Antagoras
Antakiya
Antakya
Antalya
Antananarivo
Antarctic
Antarctica
Antares
Antebi
Antenor
Antep
Anteros
Anterus
Antevorta
Anthas
Anthe
Anthea
Anthea Turner
Antheil
Anthesteria
Antheus
Anthia
Anthony
Anthony Anderson
Anthony Andrews
Anthony Daniels
Anthony Edwards
Anthony Geary
Anthony Hopkins
Anthony Kosky
Anthony LaPaglia
Anthony Lun
Anthony Newley
Anthony Perkins
Anthony Quinn
Anthony Rapp
Anthony Simcoe
Anthony Starke
Anthony Stewart Head
Anthony Warlow
Anthozoa
Anthrax
Anti-Americanism
Anti-Lebanon
Anti-Mason
Anti-Masonry
Antia
Antibes
Antichrist
Anticosti
Antietam
Antifederalism
Antifederalist
Antigo
Antigone
Antigua
Antiguan
Antikythera
Antilles
Antilochus
Antimachus
Antin
Antinous
Antioch
Antiochian
Antiochus
Antiope
Antipas
Antipater
Antiphas
Antiphates
Antiphus
Antipodes
Antipoenus
Antipus
Antiremonstrant
Antisana
Antisthenes
Antlia
Antntonioni
Antofagasta
Antoine
Antoine Rigaudeau
Antoine de Saint-Exupéry
Antoinetta
Antoinette
Antoinette Hertsenberg
Anton
Anton Lesser
Antone
Antonet
Antonetta
Antoni
Antonia
Antonie
Antonietta
Antonin
Antonina
Antonino
Antoninus
Antonio
Antonio Banderas
Antonio Sabato Jr.
Antonius
Antons
Antony
Antony Faustini
Antony Hamilton
Antony Sher
Antrim
Antsirane
Antung
Antwerp
Anu
Anubis
Anunnaki
Anupam Kher
Anuradhapura
Anurag
Anuska
Anvers
Anya
Anyah
Anyang
Anza Mio
Anzac
Anzengruber
Anzhero-Sudzhensk
Anzio
Anzovin
Aoede
Aoki
Aomori
Aorangi
Aornis
Aornum
Aosta
Apache
Apalachicola
Aparri
Apaturia
Apeldoorn
Apelles
Apemius
Apemosyne
Apennines
Apepi
Apers
Apfel
Apfelstadt
Apgar
Aphareus
Aphesius
Aphidas
Aphra
Aphra Behn
Aphrodite
Aphrogeneia
Apia
Apianus
Apicella
Apis
Apl
Apo
Apoc
Apocalypse
Apocrypha
Apollinaire
Apollinaris
Apollo
Apollonius
Apollos
Apollus
Apollyon
Apomyius
Apophis
Apostles
Apostolic Fathers
Apostolos
Apostrophia
Appalachia
Appalachian Mountains
Appaloosa
Appel
Appenzell
Appia
Apple
Appleby
Appledorf
Applegate
Appleseed
Appleton
Appomattox
Apps
Apr
Apresoline
April
April Hou
April Hunter
Aprile
Aprilette
Apsaras
Apsarases
Apsu
Apsyrtus
Apthorp
Apul
Apuleius
Apulia
Apure
Apurimac
Apus
Aqaba
Aqua
Aquarius
Aqueus
Aquila
Aquileia
Aquilo
Aquinas
Aquinist
Aquitaine
ArM
Ara
Ara Celi
Arab
Arabeila
Arabel
Arabela
Arabele
Arabella
Arabelle
Arabia
Arabian
Arabic
Arabist
Araby
Aracaj
Aracaju
Arachne
Arachnida
Arad
Arafat
Aragats
Arago
Aragon
Aragonese
Araguaia
Araguaya
Arak
Arakawa
Araks
Araldo
Arallu
Aram
Aramaic
Aramanta
Aramburu
Aramean
Aramen
Aramenta
Araminta
Aran Islands
Arand
Aranda
Arandas
Aranha
Arantxa Sanchez-Vicario
Arany
Aranyaka
Arapaho
Arapahoe
Arapahoes
Arapahos
Arapesh
Arapeshes
Ararat
Aras
Arathorn
Aratus
Araucan
Araucania
Araucanian
Aravind Srinivasan
Arawak
Arawakan
Arawaks
Arawn
Araxes
Arbe
Arbela
Arber
Arbil
Arblay
Arbroath
Arbuckle
Arbuthnot
Arcadia
Arcadian
Arcadianism
Arcadic
Arcady
Arcaro
Arcata
Arce
Arcella
Arcesilaus
Arcesius
Arch
Arch McKellar
Arch Whiting
Archaeocyathid
Archaeozoic
Archaimbaud
Archambault
Archangel
Archbald
Archegetes
Archelaus
Archelochus
Archemorus
Archeptolemus
Archer
Arches
Archias
Archibald
Archibaldo
Archibold
Archie
Archie Kao
Archilochus
Archimedes
Archipenko
Archle
Archy
Archytas
Arcimboldi
Arciniegas
Arctic
Arctogaea
Arcturus
Ard
Arda
Ardath
Arde
Ardeen
Ardeha
Ardehs
Ardel
Ardelia
Ardelis
Ardell
Ardella
Ardelle
Arden
Ardene
Ardenia
Ardennes
Ardeth
Ardie
Ardin
Ardine
Ardis
Ardith
Ardme
Ardmore
Ardolino
Ardra
Ardrey
Ardsley
Ardussi
Ardy
Ardyce
Ardys
Ardyth
Arecibo
Areius
Arel
Arela
Arelia
Arella
Arelus
Arendt
Arensky
Areopagite
Areopagitica
Areopagus
Arequipa
Ares
Aret
Areta
Arete
Aretha
Aretha Franklin
Arethusa
Aretina
Aretino
Aretta
Arette
Aretus
Areus
Arezzini
Arezzo
Arg
Argades
Argall
Argeiphontes
Argelander
Argent
Argenteuil
Argentina
Argentine
Arges
Argia
Argile
Argiope
Argiphontes
Argive
Argo
Argolis
Argonaut
Argonne
Argos
Argovie
Argus
Argyle
Argyll
Argyra
Argyres
Argyrol
Argyrotoxus
Arhat
Arhatship
Arhna
Ari
Ari Meyers
Aria
Ariadaeus
Ariadne
Arian
Ariana
Ariana Richards
Ariane
Ariane Greep
Ariane Spier
Ariane de Lepper
Arianie
Arianism
Arianna
Arianne
Arianrhod
Aribold
Aric
Arica
Arick
Aridatha
Arie
Ariege
Ariel
Ariela
Ariella
Arielle
Aries
Ariew
Arif Merchant
Arimaspians
Arimathaea
Arimathea
Ariminum
Arin
Ario
Arion
Ariosto
Ariovistus
Arisa Ohuchi
Arisbe
Arissa
Arista
Aristaeus
Aristarchus
Aristides
Aristillus
Aristippus
Aristodemus
Aristomachus
Aristophanes
Aristoteles
Aristotelian
Aristotelianism
Aristotle
Arita
Arius
Ariz
Arizona
Arizonan
Arizonian
Arjan
Arjun
Arjuna
Ark
Arkadelphia
Arkady Kanevsky
Arkansan
Arkansas
Arkhangelsk
Arkie
Arkwright
Arlan
Arlana
Arlberg
Arlee
Arleen
Arlen
Arlena
Arlene
Arles
Arleta
Arlette
Arley
Arleyne
Arlie
Arliene
Arlin
Arlina
Arlinda
Arline
Arlington
Arlis
Arliss
Arlo
Arlo Guthrie
Arlon
Arluene
Arly
Arlyn
Arlyne
Arlynne
Arm
Armada
Armageddon
Armagh
Armagnac
Armalda
Armalla
Armallas
Arman
Armand
Armand Assante
Armanda
Armando
Armavir
Armbrecht
Armbruster
Armco
Armelda
Armen
Armenia
Armenian
Armenoid
Armenti
Armil
Armilda
Armilla
Armillas
Armillda
Armillia
Armin
Armin Shimerman
Armina
Armington
Arminian
Arminianism
Arminius
Armitage
Armond
Armorica
Armorican
Armstrong
Armstrong-Jones
Armyn
Arnaeus
Arnaldo
Arnaldo V. Moura
Arnaud
Arndt
Arne
Arne Andersson
Arnel
Arnelle
Arney
Arnhem
Arni
Arnie
Arnie Rosenthal
Arnim
Arno
Arnold
Arnold Schwarzenegger
Arnold Vosloo
Arnoldo
Arnoldson
Arnon
Arnst
Arnulf
Arnulfo
Arny
Arny Rosenberg
Arola
Aron
Aron Eisenberg
Arondel
Arondell
Aronoff
Aronow
Aronson
Aroostook
Arp
Arquit
Arran
Arras
Arratoon
Arrau
Arrephoria
Arrephoroi
Arrephoros
Arretium
Arrhenius
Arrhephoria
Arri
Arria
Arries
Arrio
Arron
Arrowsmith
Arru Islands
Arsenio Hall
Arseny
Arsinous
Arsippe
Arst
Art
Art Friedman
Arta
Artacia
Artair
Artamas
Artaud
Arte
Artema
Artemas
Artemis
Artemisa
Artemisia
Artemision
Artemovsk
Artemus
Artesia
Arteveld
Artha
Arther
Arthrobacter
Arthropoda
Arthur
Arthur Ashe
Arthur Banks
Arthur Bostrom
Arthur Franz
Arthur Gittleman
Arthur Goldstein
Arthur H. Copeland Jr
Arthur L. Liestman
Arthur Veinott
Arthur Werschulz
Articles of Confederation
Articles of War
Articodactyla
Artie
Artie Lange
Artigas
Artima
Artimas
Artina
Arto Salomaa
Artois
Artur
Artur Czumaj
Arturo
Arturo Ripstein
Artus
Arty
Artzybasheff
Artzybashev
Aru Islands
Aruabea
Aruba
Arun
Arun K. Jagota
Arundel
Arundell
Aruns
Arunta
Aruru
Arusha
Aruwimi
Arv
Arva
Arvad
Arvada
Arval
Arvell
Arvid
Arvie
Arvin
Arvind
Arvind Raghunathan
Arvo
Arvol
Arvonio
Arvy
Ary
Aryan
Aryn
Arzachel
Asa
Asabi
Asael
Asag
Asahigawa
Asaka Kubo
Asami Kanno
Asante
Asantehene
Asaph
Asar
Asare
Asat
Asben
Asbury
Ascalabus
Ascalaphus
Ascanius
Ascenez
Ascension
Ascensiontide
Asch
Aschaffenburg
Ascham
Aschim
Asclepi
Asclepiade
Asclepiadean
Asclepius
Ascot
Ascus
Ase
Asel
Asenath
Aser
Aseyev
Asgard
Asgeirsson
Ash
Asha
Ashab
Ashanti
Ashbaugh
Ashbey
Ashburn
Ashburton
Ashby
Ashchenaz
Ashcroft
Ashdown
Ashe
Asheboro
Ashelman
Ashely
Asher
Asherah
Asherim
Asherite
Ashes
Asheville
Ashford
Ashia
Ashida Kim
Ashikaga
Ashish Gupta
Ashish V. Naik
Ashjian
Ashkenaz
Ashkenazi
Ashkenazim
Ashkhabad
Ashla
Ashlan
Ashland
Ashlee
Ashleigh
Ashlen
Ashley
Ashley Angel
Ashley Bashioum
Ashley Judd
Ashley Lyn Cafagna
Ashley Marie
Ashley Olsen
Ashley Peldon
Ashli
Ashlin
Ashling
Ashly
Ashman
Ashmead
Ashok
Ashok Chandra
Ashok Subramanian
Ashraf
Ashtabula
Ashti
Ashton
Ashton Kutcher
Ashton-under-Lyne
Ashtoreth
Ashur
Ashurbanipal
Ashwell
Ashwin
Asia
Asia Argento
Asia Carrera
Asian
Asiatic
Asier Cebeira
Asine
Asir
Asius
Ask
Askari
Askhay Kumar
Askja
Askwith
Aslam
Asmara
Asmodeus
Asmonean
Asni
Aso
Asoka
Asopus
Asosan
Asp
Aspa
Aspasia
Aspen
Asperges
Asphalius
Aspia
Aspinwall
Asquith
Assad
Assaf Marron
Assam
Assamese
Assaracus
Assassin
Assembly
Assen
Asser
Asshur
Assidean
Assiniboin
Assiniboine
Assiniboins
Assisi
Assiut
Assuan
Assuerus
Assumption
Assumptionist
Assur
Assurbanipal
Assyr
Assyria
Assyrian
Assyriologist
Assyriology
Assyro-Babylonian
Asta
Asta Nielsen
Astaire
Astarte
Astera
Asteria
Asterion
Asterius
Asterodia
Asteroidea
Asteropaeus
Asterope
Asti
Astolat
Aston
Astor
Astoria
Astra
Astrabacus
Astraea
Astraeus
Astrahan
Astrakhan
Astrangia
Astrateia
Astrea
Astred
Astri
Astrid
Astrid Joosten
Astrid Munoz
Astronautarum
Astronauts
Astto
Asturian
Asturias
Astyanax
Astydamia
Asuka Yanagi
Asunci
Asuncion
Asur
Asura
Aswan
Asynjur
Asyut
Atabalipa
Atabrine
Atabyrian
Atahualpa
Atakapa
Atakapas
Atal
Atalanta
Atalante
Atalanti
Atalaya
Atalayah
Atalee
Ataliah
Atalie
Atalya
Atarax
Atascadero
Atat
Atbara
Atcheson
Atchison
Atcliffe
Ate
Aten
Ateste
Athabascan
Athabaska
Athabaskan
Athal
Athalee
Athalia
Athaliah
Athalie
Athalla
Athallia
Athamas
Athanasian
Athanasios Tsakalidis
Athanasius
Athapascan
Athapaskan
Atharva-Veda
Athel
Athelbert
Athelred
Athelstan
Athena
Athena Chu
Athena Chu Yan
Athena Massey
Athenaeum
Athenaeus
Athenai
Athene
Athenian
Athens
Atherton
Athey
Athie
Athiste
Athol
Athos
Atiana
Atila
Atkins
Atkinson
Atlanta
Atlante
Atlantic
Atlantic Provinces
Atlantis
Atlas
Atlas Mountains
Atlee
Atli
Atmore
Atoka
Atom Egoyan
Atomic Kitten
Aton
Atonsah
Atrahasis
Atrax
Atreus
Atrice
Atridae
Atronna
Atropatene
Atropos
Atsuko Kurusu
Atsuko Okamoto
Atsuko Sakuraba
Atsukos Skuraba
Atsushi Ohori
Attah
Attalanta
Attalie
Attalla
Attenborough
Attenweiler
Atterbury
Atthia
Attic
Attica
Atticism
Atticist
Attila
Attis
Attius
Attleboro
Attlee
Attu
Attwood
Atul
Atum
Atwater
Atwekk
Atwood
Atworth
Atymnius
Atys
Aubanel
Aubarta
Aube
Auber
Auberbach
Auberon
Aubert
Auberta
Aubervilliers
Aubigny
Aubin
Aubine
Aubree
Aubreir
Aubrette
Aubrey
Aubrie
Aubry
Auburn
Auburta
Aubyn
Auckland
Aude
Auden
Audette
Audhumbla
Audi
Audie
Audley
Audly
Audra
Audra McDonald
Audras
Audre
Audres
Audrey
Audrey Friedel
Audrey Hepburn
Audri
Audrie
Audris
Audrit
Audry
Audrye
Audsley
Audubon
Audun
Audwen
Audwin
Auer
Auerbach
Aufklrung
Aufmann
Aug
Auge
Augean stables
Augeas
Augie
Augier
Augsburg
August
August Schellenberg
Augusta
Augustales
Augustan
Auguste
Augustin
Augustina
Augustine
Augustinian
Augustinianism
Augustinism
Augusto
Augustus
Augy
Aukje van Ginniken
Aulard
Aulea
Auliffe
Aulis
Aum
Aun
Aundrea
Aunjanue Ellis
Aunson
Aura
Aural
Aurangzeb
Aurea
Aurel
Aurelea
Aurelia
Aurelian
Aurelie
Aurelie Claudel
Aurelie Claudell
Aurelio
Aurelius
Aureomycin
Auria
Auric
Aurie
Auriga
Aurignac
Aurilia
Auriol
Aurita
Aurora
Aurore
Aurthur
Aurum
Aurungzeb
Aus
Ausable
Auschwitz
Ause
Ausgleich
Ausgleiche
Auslese
Ausonius
Aussie
Aust
Austen
Auster
Austerlitz
Austin
Austin Lobo
Austin Peck
Austin Pendleton
Austin Pool
Austin St. John
Austina
Austine
Auston
Austral
Austral Islands
Australasia
Australasian
Australe
Australia
Australian
Australiana
Australianism
Australoid
Australopithecine
Australopithecus
Australorp
Austrasia
Austreng
Austria
Austria-Hungary
Austrian
Austro-Asiatic
Austro-Hungarian
Austroasiatic
Austronesia
Austronesian
Auteuil
Autoharp
Autolycus
Automedon
Autopositive
Autrey
Autry
Autum
Autumn
Autumni
Auvergne
Auvil
Auwers
Auxo
Auzout
Ava
Ava Gardner
Avalokitesvara
Avalon
Avan
Avar
Avaria
Ave
Avebury
Aveiro
Avelin
Aveline
Avellaneda
Aventine
Avera
Averell
Averi
Averil
Averill
Averir
Averno
Avernus
Averrhoist
Averroes
Averroism
Averroist
Avertin
Avery
Avery Brooks
Averyl
Aves
Avesta
Avestan
Aveyron
Avi
Avi Wigderson
Avice
Avicenna
Aviel David Rubin
Aviemore
Aviezri S. Fraenkel
Avignon
Avila
Avilion
Avilla
Avis
Avitzur
Aviv
Aviva
Avivah
Avlona
Avner
Avo
Avoca
Avogadro
Avon
Avondale
Avonne
Avra
Avraham
Avram
Avril
Avrim Blum
Avrit
Avrom
Avron
Avruch
Awad
Awolowo
Axa
Axe
Axel
Axel Thue
Axiopoenus
Axis
Axum
Aya Kunitachi
Ayacucho
Ayako Udagawa
Aycliffe
Aydelotte
Aydin
Ayer
Ayesha
Ayina
Aylesbury
Aylmar
Aylmer
Aylsworth
Aylward
Aym
Aymara
Aymer
Aynat
Ayo
Ayr
Ayres
Ayrshire
Ayumi Hamasaki
Ayumi Oka
Ayumi Sakurai
Ayumi Taniguchi
Ayurveda
Ayuthea
Ayutthaya
Azal
Azalea
Azaleah
Azan
Azana
Azar
Azarcon
Azaria
Azariah
Azarria
Azazel
Azbine
Azeglio
Azelea
Azerbaijan
Azerbaijani
Azeria
Azikiwe
Azilian
Aziza
Azle
Aznavour
Azof
Azophi
Azor
Azores
Azorian
Azotos
Azov
Azpurua
Azrael
Azral
Azriel
Aztec
Azuela
Azumi Kawashima
Azura Skye
Azusa
B-girl
B. Krishnamurthy
B.K.P. Horn
BAA
BAE
BAEd
BAJour
BAL
BALPA
BAM
BAMusEd
BAO
BAPCT
BAR
BAS
BASc
BAU
BAcc
BAdmEng
BAg
BAgE
BAgSc
BAgr
BAppArts
BAr
BArch
BArchE
BB King
BBA
BBC
BBMak
BCD
BCE
BCL
BCM
BCP
BCS
BCerE
BCh
BChE
BComSc
BDS
BDSA
BDes
BEE
BEF
BEM
BEP
BES
BEW
BEd
BFA
BFAMus
BFDC
BFS
BFT
BGE
BGeNEd
BHL
BID
BIE
BIS
BIT
BIndEd
BJ Manalo Jr.
BLA
BLE
BLFE
BLI
BLL
BLS
BLandArch
BLit
BLitt
BME
BMEWS
BMEd
BMR
BMS
BMT
BMV
BMarE
BMet
BMetE
BMgtE
BMus
BNS
BOD
BOQ
BOSS
BOT
BPA
BPDPA
BPE
BPH
BPI
BPOE
BPetE
BPh
BPharm
BPhil
BRCA
BRCS
BRE
BRT
BSA
BSAA
BSAE
BSAdv
BSAeE
BSAgE
BSAgr
BSArch
BSArchE
BSArchEng
BSBA
BSBus
BSBusMgt
BSC
BSCE
BSCP
BSCh
BSChE
BSCom
BSD
BSDHyg
BSDes
BSE
BSEE
BSEEngr
BSEM
BSEP
BSES
BSEc
BSEd
BSElE
BSEng
BSF
BSFM
BSFMgt
BSFS
BSFT
BSGE
BSGMgt
BSGeNEd
BSGeolE
BSGph
BSHA
BSHE
BSHEc
BSHEd
BSHyg
BSIE
BSIR
BSIT
BSIndEd
BSIndEngr
BSIndMgt
BSJ
BSL
BSLArch
BSLM
BSLS
BSLabRel
BSM
BSME
BSMT
BSMedTech
BSMet
BSMetE
BSMin
BSMusEd
BSN
BSNA
BSOT
BSOrNHort
BSP
BSPA
BSPE
BSPH
BSPHN
BSPT
BSPhTh
BSPhar
BSPharm
BSRT
BSRec
BSRet
BSS
BSSA
BSSE
BSSS
BSTIE
BSTrans
BSc
BSchMusic
BTCh
BTE
BTU
BTh
BVA
BVD
BVE
BVM
BWC
BWI
Baal
Baalbeer
Baalbek
Baalim
Baalism
Baalist
Baalite
Baalman
Baalshem
Bab
Babar
Babara
Babb
Babbage
Babbie
Babbitry
Babbitt
Babbittry
Babby
Babcock
Babe
Babe Paley
Babel
Babelisation
Babelism
Babelization
Baber
Babet van den Broek
Babette
Babette van Veen
Babeuf
Babi
Babism
Babist
Babita
Babits
Babs
Babson
Babur
Baby Power
Baby-bouncer
Baby-walker
Babyface
Babylon
Babylonia
Babylonian
Bac
Bacardi
Bacau
Bacchae
Bacchanalia
Bacchanalias
Bacchelli
Bacchus
Bacchylides
Bach
Bacharach
Bacheller
Bachman
Bacis
Backer
Backhaus
Backler
Backs
Backstreet Boys
Baco
Bacolod
Bacon
Baconian
Baconianism
Baconism
Bactra
Bactria
Bactrian
Bad Lands
Badajoz
Badakhshan
Badalona
Badb
Baden
Baden-Baden
Baden-Powell
Baden-Wtemberg
Badger
Badoglio
Badr
Baecher
Baeda
Baedeker
Baekeland
Bael
Baelbeer
Baer
Baerl
Baerman
Baese
Baeyer
Baez
Baffin
Baganda
Bagatha
Bagdad
Bagehot
Bagger
Baggett
Baggott
Baggs
Baghdad
Bagheera
Baghlan
Bagley
Bagpuize
Bagritski
Baguio
Baha'ullah
Bahai
Bahaism
Bahamas
Bahamian
Bahawalpur
Bahia
Bahner
Bahr
Bahrain
Bai
Bai Ling
Bai;
Baiae
Baiel
Baikal
Bail
Bailar
Bailey
Bailey Chase
Bailie
Baillaud
Baillie
Baillieu
Bailly
Baily
Bain
Bainbridge
Bainbrudge
Bainter
Bairam
Baird
Bairnsfather
Baiss
Bajaj
Bajan
Bajer
Bak
Bakelite
Bakeman
Bakemeier
Baker
Bakerman
Bakersfield
Bakhmut
Bakki
Bakst
Baku
Bakunin
Bal
Bala
Bala Kalyanasundaram
Bala Ravikumar
Balaam
Balaamite
Balaji Raghavachari
Balak
Balakirev
Balaklava
Balance
Balanchine
Balarama
Balas
Balaton
Balbinder
Balbo
Balboa
Balbuena
Balbur
Balcer
Balch
Balcke
Bald
Baldad
Balder
Baldridge
Balduin
Baldur
Baldwin
Baldwinsville
Bale
Balearic Islands
Balenciaga
Baler
Balewa
Balf
Balfore
Balfour
Bali
Balikpapan
Balinese
Baliol
Balkan Mountains
Balkan States
Balkanism
Balkanite
Balkh
Balkhash
Balkin
Balkis
Ball
Balla
Ballance
Ballarat
Ballard
Balliett
Balling
Ballinger
Balliol
Ballman
Ballou
Ballwin
Balmain
Balmont
Balmoral
Balmung
Balmuth
Balochi
Balochis
Balough
Balsam
Balshem
Balt
Baltassar
Balthasar
Balthazar
Baltic
Baltic States
Baltimore
Balto-Slavic
Balto-Slavonic
Baluchi
Baluchis
Baluchistan
Balzac
Bamako
Bambara
Bamberg
Bamberger
Bambi
Bambie
Bamby
Bamford
Ban
Bananaland
Banaras
Banares
Banat
Banbury
Bancroft
Band-Aid
Banda
Bandaranaike
Bandeen
Bandello
Bander
Bandinelli
Bandjarmasin
Bandjermasin
Bandkeramik
Bandler
Bandoeng
Bandung
Bandur
Banebrudge
Banecroft
Banerjea
Banerjee
Banff
Bang
Bangalore
Bangka
Bangkok
Bangladesh
Bangor
Bangs
Bangui
Bangweulu
Banjermasin
Banjul
Bank
Banka
Bankhead
Banks
Bankside
Banky
Banna
Bannasch
Bannerman
Banning
Bannister
Bannockburn
Bannon
Banquer
Banquo
Banstead
Bantam
Banthine
Banting
Bantingism
Bantu
Bantustan
Banville
Banwell
Bap
Baptist
Baptista
Baptiste
Baptlsta
Bar
Bara
Barabas
Barabbas
Baraboo
Baraca
Baracoa
Barak
Baram
Baranov
Baras
Barayon
Barb
Barbadian
Barbados
Barbara
Barbara Bach
Barbara Carrera
Barbara Crampton
Barbara Eden
Barbara H. Liskov
Barbara Harris
Barbara Hershey
Barbara LaMarr
Barbara Luna
Barbara Moore
Barbara Niven
Barbara Shelley
Barbara Simons
Barbara Stanwyck
Barbara Steele
Barbara Tyson
Barbara Walters
Barbara Yung
Barbara Yung Mei Ling
Barbara van Stijn
Barbarese
Barbaresi
Barbarossa
Barbary
Barbe
Barbee
Barber
Barberton
Barbette
Barbey
Barbi
Barbi Benton
Barbica
Barbie
Barbie Twins
Barbirolli
Barbour
Barbourville
Barboza
Barbra
Barbra Streisand
Barbuda
Barbur
Barbusse
Barbuto
Barby
Barca
Barce
Barcellona
Barcelona
Barclay
Barcot
Barcroft
Barcus
Bard
Barde
Bardeen
Barden
Bardo
Bardot
Bardstown
Barea
Bareilly
Barenaked Ladies
Barenboim
Barents
Barfuss
Barger
Bari
Barimah
Barina
Barinas
Baring
Barker
Barking
Barkla
Barkleigh
Barkley
Barkley Rosser
Barlach
Barletta
Barleycorn
Barling
Barlow
Barmen
Barn
Barna
Barnaba
Barnabas
Barnabe
Barnaby
Barnaise
Barnard
Barnardo
Barnaul
Barnburner
Barncard
Barnebas
Barnes
Barnesboro
Barnesville
Barnet
Barnett
Barneveldt
Barney
Barnie
Barnsley
Barnstock
Barnum
Barny
Barocchio
Barocius
Baroda
Baroja
Barolet
Baron
Barotse
Barotseland
Barozzi
Barquisimeto
Barr
Barra
Barrada
Barram
Barrancabermeja
Barranquilla
Barrault
Barraza
Barre
Barren
Barren Lands
Barret
Barret Hackney
Barret Oliver
Barrett
Barri
Barrie
Barrington
Barrios
Barris
Barron
Barros
Barrow
Barrow-in-Furness
Barrus
Barry
Barry Corbin
Barry Del Sherman
Barry Manilow
Barry Miller
Barry Mountains
Barry Newman
Barry Pepper
Barry Rosen
Barry Sadler
Barry Schaudt
Barry Shabaka Henley
Barry Watson
Barry White
Barry Williams
Barry van Dyke
Barrymore
Barsac
Barsky
Barstow
Bart
Bart Johnson
Bart Simpson
Barta
Bartel
Barth
Barthel
Barthelemy
Barthian
Barthianism
Barthol
Barthold
Bartholdi
Bartholin's glands
Bartholomeo
Bartholomeus
Bartholomew
Barthou
Bartie
Bartko
Bartle
Bartlesville
Bartlet
Bartlett
Bartley
Bartok
Bartolome
Bartolomeo
Bartolommeo
Bartolozzi
Barton
Barton A. Weitz
Bartonville
Bartosch
Bartram
Barty
Baruch
Baruch Awerbuch
Baruch Schieber
Barvick
Bary
Barye
Bas-Rhin
Bascio
Bascomb
Base
Basel
Basel-Land
Basel-Stadt
Baseler
Basenji
Basham
Bashan
Bashee
Bashemath
Bashemeth
Bashkir
Basho
Bashuk
Basia Milewicz
Basia Trzetrzelewska
Basie
Basil
Basil Rathbone
Basilan
Basildon
Basile
Basilian
Basilicata
Basiliensis
Basilio
Basilius
Basingstoke
Basir
Baskerville
Baskett
Baskin
Basle
Basotho
Basotho-Qwaqwa
Basov
Basque
Basra
Bass
Bassano
Basse-Normandie
Basse-Terre
Bassein
Bassenthwaite
Basses-Alpes
Basses-Pyrn
Basset
Basseterre
Bassett
Bassetts
Basso
Bast
Basten Zwart
Bastia
Bastian
Bastien
Bastille
Bastogne
Bastrop
Basuto
Basutoland
Basutos
Bat
Bataan
Batan Islands
Batangas
Batavia
Batchelor
Bate
Baten
Bates
Batesville
Bath
Batha
Bathelda
Bathesda
Bathilda
Bathinette
Bathsheb
Bathsheba
Bathsheeb
Bathulda
Bathurst
Batia
Batilda
Batish
Batista
Batley
Batman
Batna
Baton
Batory
Batruk
Batsheva
Battat
Battenburg
Battersea
Battery
Batticaloa
Battista
Battiste
Battus
Batty
Batum
Batumi
Baubo
Bauchi
Baucis
Baudelaire
Baudin
Baudoin
Bauer
Baugh
Bauhaus
Baul
Baum
Baumann
Baumbaugh
Baumeister
Baun
Bauru
Bausch
Bauske
Bautista
Bautram
Bautzen
Bavaria
Bavarian
Bax
Baxie
Baxley
Baxter
Baxy
Bay
Bayam
Bayamo
Bayar
Bayard
Bayer
Bayern
Bayle
Bayless
Bayley
Baylor
Bayly
Baynebridge
Bayonne
Bayport
Bayreuth
Baytown
Bayville
Bazaine
Bazar
Bazatha
Bazil
Bazin
Baziotes
Bazluke
Bchar
BeShT
BeV
Bea
Beach
Beach Boys
Beach-la-Mar
Beacham
Beachboys
Beachwood
Beaconsfield
Beadle
Beal
Beale
Beall
Bealle
Bean
Beane
Beaner
Bear
Bearce
Beard
Beardsley
Beare
Bearnard
Beasley
Beastie Boys
Beaston
Beata
Beatitude
Beatles
Beaton
Beatrice
Beatrice Dalle
Beatrisa
Beatrix
Beatriz Rico
Beattie
Beatty
Beau
Beau Brummels
Beauchamp
Beaudoin
Beaufert
Beaufort
Beauharnais
Beaujolais
Beaujolaises
Beaulieu
Beaumarchais
Beaumont
Beaune
Beauregard
Beauvais
Beauvoir
Beaux-Arts
Beaver
Beaverboard
Beaverbrook
Beaverton
Beavis & Butt-Head
Bebe
Bebe Neuwirth
Bebel
Beberg
Bebington
Bebryces
Becca
Becca Grant
Bechet
Bechler
Becht
Bechuana
Bechuanaland
Bechuanas
Beck
Becka
Becker
Beckerman
Becket
Beckett
Beckford
Becki
Beckie
Beckley
Beckman
Beckmann
Becky
Becky DelosSantos
Becky Herbst
Becquerel
Bedad
Beddoes
Bede
Bedelia
Bedell
Bedford
Bedfordshire
Bedivere
Bedlington
Bedouin
Bedouinism
Beds
Beduin
Beduins
Bedwell
Bedworth
Bee
Bee Gees
Beeb
Beebe
Beecham
Beecher
Beeck
Beedon
Beekman
Beelzebub
Beer
Beera
Beerbohm
Beernaert
Beers
Beersheba
Beertje van Beers
Beesley
Beeson
Beethoven
Beetner
Beffrey
Bega
Begga
Beggiatoa
Beghard
Beghtol
Begin
Beguin
Beguine
Behah
Behaim
Behan
Behar
Behistun
Behka
Behl
Behlau
Behlke
Behm
Behmen
Behmenism
Behmenist
Behn
Behnken
Behre
Behrens
Behring
Behrman
Beichner
Beiderbecke
Bein
Beira
Beirut
Beisel
Beitch
Beitnes
Beitris
Beitz
Beka
Bekah
Bekelja
Beker
Bekha
Bekka Bramlett
Bekki
Bel
Bel-Ridge
Bel-ami
Bela
Bela Lugosi
Belafonte
Belak
Belamy
Belanger
Belasco
Belatrix
Belayneh
Belcher
Belda
Belden
Belding
Belen
Belen Rueda
Belfast
Belford
Belfort
Belg
Belgae
Belgaum
Belgian
Belgium
Belgorod-Dnestrovski
Belgorod-Dnestrovsky
Belgrade
Belgrano
Belgravia
Belgravian
Belia
Belial
Belicia
Belier
Belinda
Belinda Carlisle
Belinda Emmett
Belinda Mc Clory
Belisarius
Belita
Belitong
Belitung
Belize
Bell
Bella
Bellaire
Bellamy
Bellanca
Bellatrix
Bellaude
Bellay
Bellda
Belldame
Belldas
Belle
Belle Calaway
Belleek
Bellefonte
Beller
Bellerophon
Belleville
Bellevue
Bellew
Bellflower
Bellina
Bellingham
Bellini
Bellinzona
Bellis
Bellmead
Bello
Belloc
Belloir
Bellona
Bellot
Bellotto
Bellow
Bellows
Bellwood
Belmar
Belmond
Belmondo
Belmont
Belmonte
Belmopan
Beloit
Belorussia
Belorussian
Belostok
Belovo
Belpre
Belsen
Belshazzar
Belshin
Belsky
Beltane
Belter
Belteshazzar
Belton
Beltrami
Beltran
Belus
Belva
Belvia
Belvidere
Bely
Belzoni
Bemba
Bembas
Bemberg
Bemelmans
Bemidji
Bemis
Ben
Ben Affleck
Ben Browder
Ben Chaplin
Ben Crompton
Ben Dushnik
Ben Harper
Ben Heppner
Ben Kingsley
Ben Moszkowski
Ben Savage
Ben Silverstone
Ben Stein
Ben Stiller
Ben Thompson
Ben Vereen
Ben Wegbreit
Ben-Gurion
Ben-Zvi
Bena
Benadryl
Benares
Benbrook
Benchley
Bencion
Benco
Bend
Benda
Bendel
Bender
Bendick
Bendict
Bendicta
Bendigo
Bendite
Bendix
Bene
Benedetta
Benedetto
Benedic
Benedicite
Benedick
Benedict
Benedicta
Benedictine
Benedicto
Benedictus
Benedikt
Benedikta
Benedix
Benelux
Benemid
Benenson
Benes
Benet
Benetta
Benevento
Benfleet
Beng
Bengal
Bengalese
Bengali
Benge
Benghazi
Bengt
Bengt Aspvall
Bengt J. Nilsson
Benguela
Beni
Benia
Beniamino
Benicia
Benicio Del Toro
Benil
Benilda
Benildas
Benildis
Benin
Benioff
Benis
Benisch
Benison
Benita
Benito
Benjamen
Benjamin
Benjamin Bratt
Benjamin-Constant
Benjaminite
Benji
Benjie
Benjy
Benkley
Benn
Bennet
Bennet Yee
Bennett
Bennettsville
Benni
Bennie
Bennington
Bennink
Bennion
Bennir
Bennu
Benny
Benny Chor
Beno
Benoit
Benoit Jacquot
Benoite
Benoni
Bensen
Bensenville
Bensky
Benson
Bent
Bentham
Benthamite
Bentinck
Bentlee
Bentley
Bentleyville
Bently
Benton
Bentonville
Benu
Benue
Benue-Congo
Benwood
Benyamin
Benzedrine
Benzel
Beograd
Beora
Beore
Beowulf
Berar
Berard
Berardo
Berber
Berbera
Berchta
Berchtesgaden
Berck
Bercy
Berdichev
Berdyaev
Berdyayev
Berea
Berean
Berecyntia
Berenice
Berenson
Beret
Berey
Berezina
Berezniki
Berfield
Berg
Berga
Bergama
Bergamo
Bergamos
Bergdama
Bergeman
Bergen
Bergen-Belsen
Bergenfield
Berger
Bergerac
Bergeron
Bergess
Berget
Bergh
Berghoff
Bergin
Bergius
Berglund
Bergman
Bergmann
Bergmans
Bergquist
Bergren
Bergsma
Bergson
Bergsonian
Bergsonism
Bergstein
Bergstrom
Bergwall
Berhley
Beria
Bering
Berio
Beriosova
Berith
Berk
Berke
Berkeleian
Berkeleianism
Berkeley
Berkie
Berkin
Berkley
Berkly
Berkman
Berkow
Berkshire
Berky
Berl
Berlauda
Berlekamp
Berlen
Berlichingen
Berlin
Berlinda
Berliner
Berlinguer
Berlioz
Berlon
Berlyn
Berlyne
Berman
Bermejo
Bermuda
Bermuda shorts
Bermudan
Bermudian
Bern
Berna
Bernadene
Bernadette
Bernadette Flynn
Bernadette Peters
Bernadina
Bernadine
Bernadotte
Bernalillo
Bernanos
Bernard
Bernard A. Galler
Bernard Butler
Bernard Chazelle
Bernard Hill
Bernardi
Bernardina
Bernardine
Bernardo
Bernardo Bertolucci
Bernarr
Bernat
Bernays
Bernd Halstenberg
Bernd Mahr
Berne
Bernelle
Berner
Berners
Bernese
Berneta
Bernetta
Bernette
Bernhard
Bernhard Zeigler
Bernhardi
Bernhardt
Berni
Bernice
Bernie
Bernie Kopell
Bernie Mac
Bernina
Bernini
Bernita
Bernj
Bernouilli
Bernoulli
Berns
Bernstein
Bernt
Berny
Berosus
Berri
Berrie
Berriman
Berry
Berryman
Berstine
Bert
Berta
Bertasi
Bertaud
Berte
Bertelli
Bertero
Bertha
Berthe
Berthold
Berthold Hoffman
Berthoud
Berti
Bertie
Bertila
Bertilla
Bertillon
Bertina
Bertine
Bertle
Bertoia
Bertold
Bertolde
Bertolucci
Berton
Bertram
Bertrand
Bertrando
Bertrant
Bertsche
Berty
Berwick
Berwick-upon-Tweed
Berwyn
Beryl
Beryl van Praag
Beryle
Berzelius
Bes
Besancon
Besant
Beseleel
Beshore
Besier
Besnard
Bess
Bessarabia
Bessarabian
Bessarion
Besse
Bessel
Bessemer
Bessie
Bessy
Best
Beta
Betancourt
Betelgeuse
Beth
Beth Allen
Beth Broderick
Beth Hart
Beth Littleford
Beth Orton
Beth Winslet
Bethalto
Bethany
Bethany Andrews
Bethany Richards
Bethe
Bethel
Bethena
Bethesda
Bethesde
Bethezel
Bethina
Bethlehem
Bethmann-Hollweg
Bethsabee
Bethsaida
Betje Koolhaas
Betjeman
Betsey
Betsy
Betsy Randle
Bett
Betta
Bette
Bette Davis
Bette Midler
Bettencourt
Betterton
Betthel
Betthezel
Betthezul
Betti
Bettie Page
Bettie Paige
Bettina
Bettine
Bettinus
Betty
Betty Buckley
Betty Grable
Betty Lamers
Betty White
Bettzel
Betz
Beulah
Beuthel
Beuthen
Beutler
Beutner
Bev
Bevan
Bevash
Bever
Beveridge
Beverle
Beverlee
Beverley
Beverley Knight
Beverley Mahood
Beverley Mitchell
Beverlie
Beverly
Beverly D'Angelo
Bevers
Bevin
Bevis
Bevon
Bevus
Bevvy
Bewick
Bexley
Beyer
Beyle
Beylic
Beyo
Beyoglu
Beyonce Knowles
Beyond
Beyrouth
Bezae
Bezaleel
Bezanson
Bezwada
Bglr
Bhabha
Bhadgaon
Bhagalpur
Bhagavad-Gita
Bhai
Bharat
Bhatpara
Bhatt
Bhaunagar
Bhavabhuti
Bhave
Bhavnagar
Bhayani
Bhikku
Bhikkuni
Bhikshu
Bhil
Bhili
Bhoodan
Bhopal
Bhubaneswar
Bhupinder Singh
Bhutan
Bhutanese
Bhutatathata
Bhutto
Bia
Biadice
Biafra
Biafran
Biagi
Biagio
Biak
Bialik
Bialystok
Biamonte
Bianca
Bianca Averink
Bianca van der Geest
Biancha
Bianchi
Bianchini
Bianco
Biarritz
Bias
Bib
Bibeau
Bibi
Bibi Besch
Bibiena
Bibl
BiblHeb
Bible
Bible-basher
Biblicism
Biblicist
Biblism
Biblist
Bichat
Biche-la-mar
Bick
Bickart
Bicknell
Bicol
Bicols
Bicorn
Bida
Bidault
Biddeford
Biddick
Biddie
Biddle
Biddy
Bidle
Biebel
Biegel
Biel
Biela
Bielefeld
Bielersee
Bielsko-Biala
Bienne
Bienville
Bierce
Bierman
Biernat
Biezeno
Bif Naked
Biff Henderson
Biffar
Bifrost
Bigarreau
Bigelow
Bigford
Bigg
Biggs
Bighorn
Bigler
Bigner
Bigod
Bigot
Bigtha
Bihar
Bihari
Bihzad
Biisk
Bijapur
Bijou Phillips
Bik
Bikales
Bikaner
Bikila
Bikini
Bikol
Bikols
Bil
Bilac
Bilbao
Bilbe
Bildad
Bildungsroman
Bilek
Biles
Bilhah
Bilicki
Bill
Bill Aiello
Bill Bixby
Bill Cosby
Bill Engvall
Bill Gates
Bill Goldberg
Bill Kirchenbauer
Bill Kurtis
Bill Liblick
Bill Maher
Bill Maxwell
Bill Miller
Bill Monroe
Bill Mumy
Bill Murray
Bill Nye
Bill Paxton
Bill Pulleyblank
Bill Pullman
Bill Rounds
Bill Sakoda
Billat
Bille
Billen
Billi
Billie
Billie Holiday
Billie Piper
Billings
Billingsgate
Billiton
Billmyre
Billows
Billroth
Bills
Billy
Billy Barty
Billy Blanks
Billy Bob Thornton
Billy Boyd
Billy Bragg
Billy Campbell
Billy Corgan
Billy Crawford
Billy Crudup
Billy Crystal
Billy Dee Williams
Billy Idol
Billy Joel
Billy Koch
Billy Lawrence
Billy Ray Cyrus
Billy Wilder
Billy Wirth
Billy Zane
Bilow
Biloxi
Bilski
Bim
Bina
Binah
Binchois
Bindman
Binet
Binetta
Binette
Bing
Bing Crosby
Bingen
Bingham
Bini
Bink
Binky
Binni
Binnie
Binnings
Binny
Binyon
Bion
Biondo
Biot
Birch
Birchard
Bircher
Birches
Birchism
Birchite
Birck
Bird
Birdell
Birdella
Birdie
Birdsboro
Birdt
Birecree
Birgit
Birgit Schuurman
Birgit van Mol
Birgitta
Birk
Birkbeck
Birkenhead
Birkett
Birkhoff
Birkle
Birkner
Birmingham
Biro
Birobidzhan
Birobizhan
Biron
Birrell
Birt
Birtwhistle
Bisayan
Bisayans
Bisayas
Bisbee
Biscay
Bish
Bishop
Bishopville
Bisitun
Bisk
Biskra
Bismarck
Bismarckianism
Bissau
Bissell
Bisset
Bisutun
Bithia
Bithynia
Bithynian
Bitolj
Biton
Bittencourt
Bitter Lakes
Bitthia
Bittner
Bivins
Bixby
Bixler
Biysk
Bizerte
Bizet
Bizonia
Biztha
Bjart
Bjneborg
Bjoerling
Bjork
Bjorn
Björn Olsson
Blacher
Black
Black Hills
Black Mountains
Black Sabbath
Blackbeard
Blackburn
Blackett
Blackfoot
Blackhander
Blackington
Blackman
Blackmore
Blackmun
Blackmur
Blackpool
Blacksburg
Blackshirt
Blackstock
Blackstone
Blackwell
Blackwood
Bladensburg
Blader
Blaeu
Blagg
Blagonravov
Blagoveshchensk
Blain
Blaine
Blainey
Blair
Blair Underwood
Blaire
Blaire Baron
Blairsville
Blaise
Blake
Blake Burdette
Blake Shelton
Blakelee
Blakeley
Blakely
Blakemore
Blalock
Blamey
Blanc
Blanca
Blancanus
Blanch
Blanchard
Blanche
Blanchester
Blanchette
Blanchinus
Blanco-Fombona
Bland
Blandina
Blanding
Blane
Blank
Blanka
Blankenship
Blantyre
Blantyre-Limbe
Blaque
Blas
Blasdell
Blase
Blaseio
Blasien
Blasius
Blatman
Blatt
Blau
Blavatsky
Blaydon
Blayne
Blayze
Blaze
Blcher
Bledsoe
Bleier
Blen
Blenda
Blenheim
Blessington
Bleuler
Blida
Bligh
Blight
Blighty
Blim
Blindheim
Blink-182
Blinni
Blinnie
Blinny
Bliss
Blisse
Blissfield
Blithe
Blitz
Blitzstein
Bloch
Block
Blockus
Blodget
Blodgett
Bloem
Bloemfontein
Blois
Blok
Blondel
Blondell
Blondelle
Blondie
Blondy
Blood
Bloom
Bloomer
Bloomfield
Bloomfieldian
Bloomingdale
Bloomington
Bloomsbury
Blossom
Blount
Blow
Bloxberg
Blriot
Blue
Blue Mountains
Blue Ridge Mountains
Bluebeard
Bluebeardism
Bluefarb
Bluefield
Bluefields
Bluet
Bluey
Bluffton
Bluh
Bluhm
Blum
Bluma
Blumenfeld
Blumenthal
Blunk
Blunt
Blur
Blus
Blynn
Blyth
Blythe
Blytheville
Bme
Bo Derek
Bo Diddley
Bo-Bo
Bo-Peep
Bo-peep
Boabdil
Boadicea
Boak
Boanerges
Boar
Boardman
Boarer
Boas
Boaten
Boatwright
Boaz
Bob
Bob Caviness
Bob Constable
Bob Denver
Bob Dylan
Bob Hoose
Bob Hope
Bob Hoskins
Bob Marley
Bob McNaughton
Bob Moenck
Bob Newhart
Bob Ritchie
Bob Saget
Bob Streett
Bob Wagner
Bob Wilber
Bobadilla
Bobbe
Bobbee
Bobbette
Bobbi
Bobbi Billard
Bobbie
Bobbie Eakes
Bobbie Phillips
Bobbielee
Bobby
Bobby Cannavale
Bobby Darin
Bobby Deol
Bobby Diamond
Bobby Hosea
Bobby Sherman
Bobby Solo
Bobbye
Bobcat Goldthwait
Bobette
Bobina
Bobine
Bobinette
Bobker
Bobo
Bobo-Dioulasso
Bobseine
Boccaccio
Boccherini
Boccioni
Boche
Bochum
Bock
Bocock
Bodanzky
Bode
Bodenheim
Bodensee
Bodhidharma
Bodhisattva
Bodi
Bodkin
Bodleian
Bodley
Bodmin
Bodnar
Bodoni
Bodrogi
Bodwell
Body
Boece
Boehike
Boehme
Boehmenism
Boehmenist
Boehmer
Boehmite
Boeke
Boelter
Boeotia
Boeotian
Boeotus
Boer
Boesch
Boeschen
Boethius
Boff
Boffa
Bogalusa
Bogan
Bogarde
Bogart
Bogey
Boggers
Boggs
Bogie
Bogoch
Bogomil
Bogomilism
Bogor
Bogosian
Bogot
Bogota
Boguslawsky
Bogusz
Bohannon
Bohaty
Bohea
Bohemia
Bohemia-Moravia
Bohemian
Bohemian Brethren
Bohemianism
Bohi
Bohlen
Bohlin
Bohman
Bohnenberger
Bohner
Bohol
Bohon
Bohr
Bohrer
Bohs
Bohun
Boiardo
Boice
Boieldieu
Boileau
Boiney
Bois
Bois-le-Duc
Boise
Boito
Bojana Obrenic
Bojardo
Bojer
Bok
Bokhara
Bol
Bolan
Boland
Bolanger
Bolen
Boles
Boleslaw
Boleyn
Bolger
Bolingbroke
Bolitho
Bolivar
Bolivia
Bolivian
Boll
Bolland
Bollandist
Bollay
Bollen
Bolling
Bollinger
Bolme
Bolo Yeung
Bologna
Bolognese
Bolshevik
Bolsheviki
Bolsheviks
Bolshevism
Bolshevist
Bolshevization
Bolshie
Bolshies
Bolshy
Bolt
Bolte
Bolten
Bolton
Boltzmann
Bolyai
Bolzano
Boma
Bomarc
Bombay
Bomke
Bomu
Bon
Bon Jovi
Bona
Bonacci
Bonadoxin
Bonaire
Bonaparte
Bonapartism
Bonapartist
Bonar
Bonaventura
Bonaventure
Bond
Bondie
Bondon
Bondy
Bone
Bongo
Bonham
Bonheur
Bonhoeffer
Boni
Boniface
Bonilla
Bonin Islands
Bonina
Bonine
Bonington
Bonis
Bonita
Bonn
Bonnard
Bonne
Bonneau
Bonnee
Bonnell
Bonner
Bonnes
Bonnet
Bonnette
Bonney
Bonni
Bonnibelle
Bonnice
Bonnie
Bonnie Hunt
Bonnie Raitt
Bonns
Bonny
Bono
Bononcini
Bonpland
Bontempelli
Bontoc
Bontocs
Bontok
Bontoks
Bonucci
Booker
Boole
Booma
Boone
Booneville
Boonie
Boonton
Boonville
Boony
Boor
Boorer
Boorman
Boot
Boote
Bootes
Booth
Boothe
Boothia
Boothman
Bootle
Boots
Boots McCoy
Booz
Booze
Bop
Bophuthatswana
Bopp
Bor
Bor'
Bora
Borah
Borchers
Borchert
Bord
Borda
Bordeaux
Bordelais
Borden
Bordentown
Border
Bordet
Bordie
Bordiuk
Bordy
Bore
Boreadae
Boreas
Borek
Borel
Borer
Bores
Boreum
Borg
Borger
Borgerhout
Borges
Borgeson
Borghese
Borghild
Borgholm
Borgia
Borglum
Boris
Boris Karloff
Boris Trakhtenbrot
Borislav
Bork
Borka Florentinus
Borlase
Borlow
Borman
Born
Bornean
Borneo
Bornholm
Bornie
Bornstein
Bornu
Borodin
Borodino
Borras
Borrell
Borreri
Borries
Borroff
Borromini
Borrovian
Borrow
Bors
Borszcz
Bortman
Bortz
Boru
Bosanquet
Bosch
Boscobel
Boscovich
Bose
Bose-Einstein statistics
Boser
Boskop
Bosnia
Bosporus
Bosson
Bossuet
Boston
Bostonian
Bostow
Boswall
Boswell
Boswellism
Botha
Bothe
Bothnia
Bothnian
Bothwell
Botkin
Botnick
Botsares
Botsford
Botswana
Bottali
Botti
Botticelli
Bottineau
Bottrop
Botvinnik
Botzow
Bouak
Bouar
Bouchard
Boucher
Bouches-du-Rh
Bouchier
Boucicault
Boudicca
Boudreaux
Bougainville
Bough
Bouguer
Bouguereau
Boulanger
Boulangism
Boulangist
Boulder
Bouldon
Boule
Boule-de-suif
Bouley
Boulez
Boulogne
Boulogne-Billancourt
Boult
Boumdienne
Bound
Bounds
Bountiful
Bounty
Bouphonia
Bourbaki
Bourbon
Bourbonism
Bourbonist
Bourbonnais
Bourgeois
Bourges
Bourget
Bourgogne
Bourguiba
Bourke
Bourke-White
Bourn
Bourne
Bournemouth
Bourque
Bourse
Boussingault
Boutis
Bouton
Bouvard
Bouviers des Flandres
Bouzoun
Bove
Bovet
Bovgazk
Bovill
Bovril
Bow
Bowden
Bowditch
Bowe
Bowell
Bowen
Bower
Bowerman
Bowers
Bowery
Bowes
Bowie
Bowlds
Bowler
Bowles
Bowman
Bowne
Bowra
Bowrah
Bowyer
Box
Boxer
Boy
Boy George
Boyce
Boycey
Boycie
Boyd
Boyden
Boyer
Boyertown
Boyes
Boykins
Boylan
Boyle
Boylston
Boyne
Boynton
Boyoma Falls
Boys
Boyse
Boyt
Boyz II Men
Boyzone
Boz
Bozcaada
Bozeman
Bozen
Bozovich
Bozuwa
Bozzaris
Braasch
Brabant
Brabazon
Braca
Bracci
Brace
Brackely
Brackenridge
Brackett
Bracknell
Brad
Brad Beyer
Brad Chen
Brad Dourif
Brad Fischetti
Brad Garrett
Brad Pitt
Brad Renfro
Brad Rowe
Brad Sherwood
Bradan
Bradbury
Brade
Braden
Bradenton
Bradeord
Brader
Bradford
Bradlee
Bradleigh
Bradley
Bradley C. Kuszmaul
Bradley Cole
Bradley Reid
Bradly
Bradman
Bradney
Bradshaw
Bradski
Bradstreet
Bradway
Bradwell
Brady
Braeunig
Brag
Braga
Bragdon
Bragg
Bragi
Brahe
Brahear
Brahma
Brahmajnana
Brahmaloka
Brahman
Brahmana
Brahmani
Brahmanis
Brahmanism
Brahmanist
Brahmans
Brahmaputra
Brahmi
Brahmin
Brahminism
Brahminist
Brahmins
Brahms
Brahmsite
Brahui
Braila
Braille
Braillewriter
Braillist
Brailowsky
Brainard
Brainerd
Braintree
Brakpan
Brale
Bram
Bramah
Bramante
Bramley
Bramwell
Bran
Brana
Branca
Branch
Branchus
Brancusi
Brand
Brandais
Brande
Brandea
Brandeis
Branden
Brandenburg
Brandenburger
Brander
Brandes
Brandi
Brandi Chastain
Brandice
Brandie
Brando
Brandon
Brandon Lee
Brandt
Brandt Corstius
Brandwein
Brandy
Brandy Norwood
Brandyn
Brandywine
Branen
Branford Marsalis
Branger
Brangus
Branguses
Branham
Branislav Rovan
Brannon
Brans
Branscombe Richmond
Branscum
Bransford
Branstock
Brant
Brantford
Branting
Brantley
Brantsford
Branwen
Braque
Brasca
Brasia
Brasil
Brasov
Brass
Braswell
Brathwaite
Bratislava
Brattain
Brattleboro
Bratton
Brauhaus
Braun
Braunschweig
Braunschweiger
Braunstein
Brause
Bravar
Bravin
Brawley
Brawner
Bray
Brayley
Braynard
Braz
Brazee
Brazil
Brazilian
Brazos
Brazzaville
Bre
Brea
Bream
Breana
Breanne
Brear
Breasted
Breathalyzer
Breban
Brebner
Brecher
Brecht
Brechtel
Breckenridge
Breckin Meyer
Breckinridge
Brecksville
Brecon
Breconshire
Bred
Breda
Bree
Bree Sharp
Breech
Breed
Breen
Breena
Breeze
Bregenz
Breger
Breislak
Brelje
Bremble
Bremen
Bremer
Bremerhaven
Bremerton
Bremser
Bren
Brenan
Brenda
Brenda Baker
Brenda Strong
Brendan
Brendan Beiser
Brendan Fehr
Brendan Fraser
Brendan Gleeson
Brendan Lieb
Brendan Sexton Jr.
Brendel
Brenden
Brendin
Brendis
Brendon
Brengun
Brenham
Brenk
Brenn
Brenna
Brennan
Brennen
Brenner
Brent
Brent Briscoe
Brent Hailpern
Brent Jennings
Brent Spiner
Brentano
Brenton
Brentt
Brentwood
Brenza
Bres
Brescia
Bresee
Breshkovsky
Breskin
Breslau
Bresson
Brest
Bret
Bret Boone
Bretagne
Breton
Brett
Brett Anderson
Brett Butler
Brett Climo
Brett Cullen
Bretta
Breuer
Breughel
Brevard
Brew
Brewer
Brewer Twins
Brewster
Brewton
Brey
Brezhnev
Brezin
Bria
Brian
Brian Allen
Brian Austin Green
Brian Bonsall
Brian Campbell
Brian Coan
Brian David Carrico
Brian De Palma
Brian Dennehy
Brian Donlevy
Brian Doyle-Murray
Brian Eno
Brian Howard
Brian Keith
Brian Kennedy
Brian Kernighan
Brian Krause
Brian Lane Green
Brian Leetch
Brian Leininger
Brian Leonard
Brian Littrell
Brian Marshall
Brian May
Brian Mayoh
Brian McCardie
Brian McFayden
Brian McKnight
Brian Molko
Brian O'Halloran
Brian Randell
Brian Setzer
Brian Wilson
Brian Wimmer
Briana
Briand
Brianna
Brianne
Briano
Briant
Briard
Briareus
Brice
Brick
Bricker
Bridalveil
Bride
Bridey
Bridge
Bridgeport
Bridges
Bridget
Bridget Fonda
Bridget Hall
Bridget Maasland
Bridget Moynahan
Bridgeton
Bridgetown
Bridgette
Bridgette Wilson
Bridgeville
Bridgewater
Bridgid
Bridgman
Bridgwater
Bridie
Bridwell
Brie
Brielle
Brien
Brier
Brieta
Brietta
Brieux
Brig
Brigantine
Brigette
Brigette Bardot
Brigg
Briggs
Brigham
Brighouse
Bright
Brightman
Brighton
Brightwaters
Brigid
Brigid Brannagh
Brigida
Brigit
Brigitta
Brigitte
Brigitte Bardot
Brigitte Hamers
Brigitte Lin
Brigitte Nielsen
Brill
Brillat-Savarin
Brimo
Brina
Brindell
Brindisi
Brindle
Brine
Briney
Bring
Bringhurst
Brink
Brinke Stevens
Brinkema
Brinkley
Brinn
Brinna
Brinson
Briny
Brion
Brion James
Brisbane
Briscoe
Briseis
Briseus
Brisingamen
Bristol
Bristow
Brit
Brita
Britain
Britannia
Britannicus
Brith
Briticism
British
Britisher
Britishism
Britishness
Britney
Britney Spears
Britni
Britomartis
Briton
Britt
Britta
Brittain
Brittan
Brittaney
Brittani
Brittany
Brittany Daniel
Brittany Murphy
Britten
Britteny
Brittnee
Brittney
Brittni
Britton
Brittonic
Brix
Brixton Karnes
Brize
Brizo
Brno
Broad
Broadbent
Broadmoor
Broads
Broadview
Broadway
Broadwayite
Brobdingnag
Brobdingnagian
Broca
Brock
Brocken
Brockie
Brocklin
Brockport
Brockton
Brockway
Brockwell
Brocky
Brod
Broddie
Broddy
Brodehurst
Brodench
Broder
Broderic
Broderick
Brodeur
Brodie
Brodsky
Brody
Broeder
Broederbond
Broek
Broeker
Brogle
Broglie
Broida
Brok
Brom
Bromberg
Brome
Bromfield
Bromius
Bromleigh
Bromley
Bromsgrove
Bron
Bronagh Gallagher
Bronco
Bronder
Bronez
Bronk
Bronnie
Bronny
Bronson
Bront
Brontes
Bronwen
Bronwyn
Bronx
Bronxite
Bronxville
Bronzino
Brook
Brook Kerr
Brooke
Brooke Allison
Brooke Berry
Brooke Burke
Brooke Burns
Brooke Langton
Brooke Nevin
Brooke Richards
Brooke Satchwell
Brooke Shields
Brookes
Brookfield
Brookhaven
Brookhouse
Brooking
Brookings
Brooklawn
Brookline
Brooklyn
Brooklynese
Brooklynite
Brookner
Brooks
Brooksville
Brookville
Broome
Broonzy
Brose
Brosine
Brost
Brosy
Brote
Broteas
Brothers
Brothers Lawrence
Brotherson
Brott
Brottman
Broucek
Broun
Brout
Brouwer
Brower
Brown
Browne
Brownie
Browning
Brownley
Brownsburg
Brownson
Brownsville
Brownwood
Broz
Brozak
Bruant
Brubaker
Brubeck
Bruce
Bruce Boxleitner
Bruce Campbell
Bruce Davison
Bruce Dern
Bruce Greenwood
Bruce Kapron
Bruce Lee
Bruce Maggs
Bruce McCulloch
Bruce McGill
Bruce Parker
Bruce Payne
Bruce Robinson
Bruce Springsteen
Bruce Vilanch
Bruce W. Char
Bruce Weide
Bruce Willis
Bruch
Brucie
Bruckner
Brueghel
Bruell
Brufsky
Bruges
Bruhn
Bruis
Brule
Brumaire
Brummagem
Brummell
Brummie
Brundidge
Brundisium
Brunei
Brunel
Brunell
Brunella
Brunelle
Brunelleschi
Bruner
Brunhild
Brunhilda
Brunhilde
Bruni
Bruning
Brunk
Brunn
Brunner
Bruno
Bruno Courcelle
Bruns
Brunswick
Brusa
Brush
Brussels
Brut
Brutus
Bruxelles
Bruyn
Bryan
Bryan Adams
Bryan Batt
Bryan Cranston
Bryan Kirkwood
Bryan McFadden
Bryan White
Bryana
Bryansk
Bryant
Bryant Gumbel
Bryce
Bryce Johnson
Bryn
Bryna
Bryner
Brynhild
Brynn
Brynna
Brynne
Brynza
Bryon
Bryozoa
Brython
Brythonic
Brzegiem
Buatti
Bub
Bubalo
Bubb
Bubba
Buber
Bubona
Bucaramanga
Bucella
Bucephalus
Buch
Buchalter
Buchan
Buchanan
Bucharest
Buchbinder
Buchenwald
Bucher
Buchheim
Buchman
Buchmanism
Buchmanite
Buchner
Buck
Buckden
Buckels
Buckhannon
Buckie
Buckingham
Buckinghamshire
Buckle
Buckler
Buckley
Buckner
Bucks
Bucky
Bucky Lasek
Bucolics
Bucolion
Bucovina
Bucure
Bucuresti
Bud
Bud Cort
Budapest
Budd
Budde
Buddenbrooks
Buddha
Buddhahood
Buddhism
Buddhist
Buddhology
Buddie
Budding
Buddy
Buddy Ebsen
Buderus
Budge
Budget
Budweis
Budwig
Budworth
Buehler
Buehrer
Buell
Buena
Buenaventura
Bueno
Buerger
Bueschel
Buff
Buffalo
Buffet
Buffo
Buffon
Buffum
Buffy
Buford
Bug
Buganda
Bugayev
Bugbee
Buhl
Buhler
Bui
Buine
Buiron
Buisson
Buitenzorg
Bujumbura
Bukavu
Buke
Bukhara
Bukharin
Bukovina
Bul
Bulawayo
Bulent Ozguc
Bulfinch
Bulg
Bulganin
Bulgar
Bulgaria
Bulgarian
Bulge
Bull
Bullard
Bullen
Buller
Bulley
Bullialdus
Bullion
Bullis
Bullitt
Bullivant
Bullock
Bullough
Bullpup
Bully
Bultman
Bultmann
Bulwer
Bulwer-Lytton
Bum
Bumgardner
Buna
Bunaea
Bunce
Bunch
Bunche
Bund
Bundaberg
Bunde
Bundelkhand
Bunder
Bundesrat
Bundestag
Bundist
Bundy
Bunin
Bunker
Bunkie
Bunko Kanazawa
Bunky
Bunni
Bunnie
Bunns
Bunny
Bunow
Bunsen
Bunting
Bunuel
Bunus
Bunyan
Buonaparte
Buonarroti
Buonomo
Buononcini
Buote
Buphagus
Buphonia
Bur
Burack
Buraq
Buraydah
Burbage
Burbank
Burberries
Burberry
Burch
Burchett
Burchfield
Burck
Burckhardt
Burd
Burdelle
Burdett
Bure
Burford
Burg
Burgas
Burgener
Burgenland
Burger
Burgess
Burget
Burghley
Burgos
Burgoyne
Burgundian
Burgundies
Burgundy
Burgwell
Burhans
Buri
Buriat
Burk
Burkburnett
Burke
Burkhard
Burkhardt
Burkhart
Burkitt
Burkle
Burkley
Burl
Burleigh
Burley
Burlie
Burlingame
Burlington
Burma
Burman
Burmans
Burmese
Burn
Burnaby
Burnard
Burne
Burne-Jones
Burner
Burnet
Burnett
Burney
Burnham
Burnie
Burnight
Burnley
Burns
Burnsed
Burnside
Burny
Buroker
Burr
Burra
Burrell
Burrill
Burris
Burroughs
Burrow
Burrows
Burrton
Burrus
Bursa
Burschenschaft
Burschenschaften
Burt
Burt Lancaster
Burt Reynolds
Burta
Burtie
Burtis
Burton
Burton Dreben
Burton Kaliski
Burton-on-Trent
Burton-upon-Trent
Burty
Burundi
Burushaski
Burwell
Bury
Buryat
Busby
Busch
Buschi
Busching
Buseck
Busey
Bush
Bushel
Bushey
Bushido
Bushire
Bushman
Bushnell
Bushore
Bushveld
Bushweller
Busiek
Busiris
Buskirk
Buskus
Busoni
Busra
Bussey
Bussy
Bust
Buster
Buster Keaton
Butch
Butcher
Bute
Butenandt
Butes
Buteshire
Butler
Butsu
Butt
Butta
Buttaro
Butte
Butterfield
Buttermere
Butterworth
Button
Butung
Butyl
Butyn
Buxtehude
Buxton
Buyer
Buyers
Buys
Buyse
Buzz
Buzz Aldrin
Buzzell
Byam
Byblis
Byblos
Bydgoszcz
Byelorussia
Byelorussian
Byelostok
Byelovo
Byers
Byler
Byng
Byram
Byran
Byrann
Byrd
Byrdie
Byrgius
Byrl
Byrle
Byrn
Byrne
Byrnes
Byrom
Byron
Byron Lichtenberg
Bysshe
Bytom
Bywaters
Bywoods
Byz
Byzantine
Byzantinism
Byzantium
Byzas
Bziers
C L. Lucchesi
C-bias
C-note
C-scroll
C. Baker-Finch
C. Greg Plaxton
C. Nash-Williams
C. Witteveen
C.H. Koster
C.L. Liu
C.L. Pekeris
C.M.R. Kintala
C.P. Schnorr
CAA
CAB
CAC
CAF
CAP
CARE
CARIFTA
CAS
CAT
CATV
CAVU
CBD
CBE
CBEL
CCA
CCC
CCH Pounder
CCP
CCR
CCls
CEA
CED
CEF
CENTO
CERN
CFI
CHQ
CIA
CIC
CID
CIF
CIO
CLU
CMG
CMTC
CNO
CNS
CNote
COBOL
COD
COM
COMINCH
CORE
COS
COSPAR
CPA
CPCU
CPI
CPM
CRT
CSA
CSC
CSE
CSO
CST
CTA
CTC
CUSO
CUTS
CVO
CWA
CWO
Caaba
Caanthus
Cabaeus
Cabal
Caball
Cabanatuan
Cabe
Cabeiri
Cabell
Cabernet
Cabet
Cabimas
Cabinda
Cabiri
Cable
Cabomba
Cabot
Cabral
Cabrera
Cabrini
Caca
Caccini
Cacia
Cacie
Cacilia
Cacilie
Cacka
Cacus
Cad
Cadal
Caddaric
Caddoan
Cade
Cadel
Cadell
Cadena
Cadence
Cadenza
Cadet
Cadillac
Cadiz
Cadman
Cadmann
Cadmar
Cadmarr
Cadmus
Cadorna
Cadwallader
Caedmon
Caelian
Caelum
Caen
Caeneus
Caenis
Caerleon
Caernarfon
Caernarvon
Caernarvonshire
Caerphilly
Caesar
Caesaraugusta
Caesarea
Caesarean
Caesaria
Caesarism
Caesarist
Caetano
Caffrey
Cage
Cagle
Cagliari
Cagliostro
Cagney
Cagoulard
Cagoulards
Caguas
Cahan
Cahilly
Cahn
Cahokia Mounds
Cai
Caia
Caiaphas
Caicos Islands
Cailean
Cailly
Cain
Caine
Caines
Cainism
Cainite
Caird
Cairene
Cairngorm Mountains
Cairns
Cairo
Caithness
Caitlin
Caitrin
Caius
Cajun
Cal
Calabar
Calabrese
Calabresi
Calabria
Calabrian
Calah
Calais
Calakmul
Calama
Calan
Calandra
Calandria
Calantha
Calapan
Calbert
Calchas
Calculagraph
Calcutta
Caldeira
Calder
Caldera
Calderca
Calderon
Caldora
Caldwell
Cale
Caleb
Caleb Ross
Calebite
Caledonia
Caledonian
Calen
Calender
Calendra
Calendre
Calesta
Caletor
Calexico
Calgary
Calhoun
Cali
Calia
Caliban
Calica
Calicut
Calida
Calie
Calif
California
Californian
Caligula
Calimere
Calipatria
Calippus
Calisa
Calise
Calista
Calista Flockhart
Calixtine
Call
Calla
Callaghan
Callahan
Callan
Callan Mulvey
Callao
Callas
Calle
Callery
Calles
Calley
Calli
Callicrates
Callida
Callidice
Callie
Callimachus
Calliope
Callipolis
Callippus
Callista
Calliste
Callisto
Callot
Calloway
Callum
Callum Keith Rennie
Cally
Calmas
Calondra
Calore
Calorie
Calpe
Calpurnia
Caltanissetta
Caltech
Calva
Calvados
Calvano
Calvaries
Calvary
Calvert
Calvin
Calvina
Calvinism
Calvinist
Calvinna
Calvo
Calyce
Calydon
Calypso
Calypsos
Calysta
Cam
Camacho
Camag
Camala
Camarata
Camas
Camb
Cambay
Camberwell
Cambodia
Cambodian
Cambon
Camborne-Redruth
Cambrai
Cambria
Cambrian
Cambrian Mountains
Cambridge
Cambridgeshire
Cambyses
Camden
Camel
Camella
Camellia
Camelopardalis
Camelopardus
Camelot
Camembert
Camenae
Cameo
Cameron
Cameron Cairncross
Cameron Daddo
Cameron Diaz
Cameron Mathison
Cameronian
Cameroon
Cameroons
Cameroun
Camey
Camfort
Cami
Camila
Camile
Camilia
Camilla
Camilla Belle
Camilla Jo Nyoka Nichols
Camille
Camilo
Camirus
Camisard
Camm
Cammaerts
Cammi
Cammie
Cammy
Camoens
Camorist
Camorra
Camp
Campagna
Campagne
Campania
Campanian
Campanus
Campball
Campbell
Campbell Scott
Campbell-Bannerman
Campbellite
Campbellsville
Campbeltown
Campe
Campeche
Campinas
Campion
Campman
Campney
Campobello
Campos
Campy
Camryn Manheim
Camus
Can
CanF
Cana
Canaan
Canaanite
Canaanitic
Canace
Canad
Canada
Canadian
Canadianism
Canadianization
Canajoharie
Canale
Canaletto
Canandaigua
Canandelabrum
Cananea
Cananean
Canara
Canarese
Canarian
Canary Islands
Canastota
Canaveral
Canberra
Canby
Cancer
Cand
Candace
Candace Cameron
Candee
Candi
Candia
Candice
Candice Bergen
Candida
Candide
Candie
Candiot
Candis
Candlemas
Candless
Candolle
Candra
Candy
Candyce
Canea
Caneghem
Canens
Caney
Canfield
Canica
Canice
Canicula
Caniff
Canisteo
Cann
Cannae
Cannanore
Cannell
Cannes
Cannice
Canning
Cannizzaro
Cannock
Cannon
Canon
Canopus
Canossa
Canotas
Canova
Canrobert
Canso
Cant
Cantab
Cantabrian Mountains
Cantabrigian
Cantal
Canter
Canterbury
Canthus
Canticles
Cantigny
Cantillon
Cantlon
Canton
Cantone
Cantonese
Cantor
Cantos
Cantu
Canty
Canuck
Canute
Canyon
Caodaism
Cap'n
Cap-Haitien
Capablanca
Capaneus
Cape
Cape Flats
Cape Verde Islands
Capek
Capella
Capello
Capernaum
Capet
Capetian
Capetonian
Caphaurus
Capitol
Capitoline
Caplan
Capon
Capone
Caporetto
Capote
Capp
Cappadocia
Cappadocian
Cappella
Cappello
Cappotas
Capps
Capri
Capri pants
Caprice
Caprice Bourret
Capricorn
Capricornus
Capriola
Capriote
Capris
Capsian
Capt
Capua
Capuanus
Capuchin
Capulet
Caputo
Caputto
Capwell
Capys
Caquet
Car
Cara
Cara DeLizia
Caracalla
Caracas
Caractacus
Caralie
Caramuel
Caras
Caratinga
Caravaggio
Caravette
Caraviello
Carberry
Carbo
Carboloy
Carbonari
Carbonarism
Carbonarist
Carbondale
Carbone
Carboni
Carboniferous
Carborundum
Carbrey
Carcas
Carcassonne
Carchemish
Card
Cardanus
Cardea
Carder
Cardew
Cardie
Cardiff
Cardigan
Cardigans
Cardiganshire
Cardin
Cardinal
Cardon
Cardozo
Carducci
Cardwell
Care
Careaga
Carel Struyken
Caren
Carena
Caresa
Caressa
Caresse
Carew
Carey
Carey Lowell
Cargian
Carhart
Cari
Caria
Carian
Carib
Caribbean
Caribbees
Caribees
Cariboo Mountains
Caribou
Caribs
Carie
Carilla
Carin
Carina
Carina Lau
Carine
Carine Holties
Carinthia
Carioca
Cariocan
Carisa
Carissa
Carissimi
Carita
Caritta
Carius
Carl
Carl Barks
Carl Gottfried Neumann
Carl Hauser
Carl Hewitt
Carl Jockusch
Carl Smith
Carl Sturtivant
Carl Thomas
Carl V. Page
Carla
Carla Bruni
Carla Gugino
Carla Honing
Carla Savage
Carla Verhagen
Carla van Loon
Carlee
Carleen
Carlen
Carlene
Carleta
Carleton
Carley
Carli
Carlick
Carlie
Carlile
Carlin
Carlina
Carline
Carling
Carlini
Carlinville
Carlisle
Carlism
Carlist
Carlita
Carlo
Carlo Batini
Carlo Ng
Carlock
Carlos
Carlos Moya
Carlos Santana
Carlos Sposito
Carlota
Carlotta
Carlovingian
Carlow
Carlsbad
Carlson
Carlstadt
Carlstrom
Carlton
Carlton Myers
Carly
Carly Pope
Carlye
Carlyle
Carlyn
Carlyne
Carlynn
Carlynne
Carma
Carman
Carman Lee
Carmanor
Carmarthen
Carmarthenshire
Carme
Carmel
Carmel-by-the-Sea
Carmela
Carmelina
Carmelita
Carmelite
Carmella
Carmelo
Carmen
Carmen Electra
Carmen Kass
Carmen Miranda
Carmena
Carmencita
Carmenta
Carmi
Carmichael
Carmina
Carmine
Carmita
Carn
Carnac
Carnahan
Carnap
Carnarvon
Carnatic
Carnation
Carnay
Carneades
Carnegie
Carnes
Carneus
Carney
Carniola
Carnivora
Carnot
Carnovsky
Carny
Caro
Carol
Carol Alt
Carol Burnett
Carol Ohmart
Carol Vorderman
Carola
Carole
Carole Lombard
Carolee Carmello
Carolien van Tilburg
Carolin
Carolina
Caroline Aaron
Caroline Gray
Caroline Islands
Caroline Rhea
Caroline Sonneveld
Caroline Tensen
Caroline de Bruijn
Carolingian
Carolinian
Caroll O'Connor
Carolle
Carolus
Carolyn
Carolyn Bessette Kennedy
Carolyn Lilypaly
Carolyne
Carolynn
Carolynne
Caron
Carothers
Carpaccio
Carpathian Mountains
Carpatho-Ukraine
Carpeaux
Carpentaria
Carpenter
Carpenters
Carpentersville
Carpentier
Carper
Carpet
Carpinteria
Carpio
Carpo
Carpophorus
Carr
Carracci
Carranza
Carrara
Carraran
Carre Otis
Carree
Carrel
Carrelli
Carrew
Carri
Carrick
Carrie
Carrie Dobro
Carrie Fisher
Carrie Westcott
Carrie-Anne Moss
Carrillo
Carrington
Carrissa
Carrnan
Carrol
Carroll
Carrollton
Carrot Top
Carry
Carson
Carson Daly
Carsten Lund
Carstensz
Cart
Cartagena
Cartan
Carte
Carter
Carteret
Cartersville
Carterville
Cartesian
Cartesian coordinates
Cartesianism
Carthage
Carthaginian
Carthal
Carthusian
Carthy
Cartie
Cartier
Cartier-Bresson
Cartist
Cartwell
Cartwright
Caruso
Caruthersville
Carver
Carver Mead
Carvey
Cary
Cary Elwes
Cary Grant
Cary-Hiroyuki Tagawa
Carya
Caryatis
Caryl
Caryn
Caryn Richman
Caryn Shalita
Cas
Casabianca
Casablanca
Casabonne
Casadesus
Casady
Casaleggio
Casals
Casandra
Casanova
Casar
Casatus
Casaubon
Casavant
Casbah
Cascadia
Cascadian
Case
Casement
Caserta
Casey
Casey Affleck
Casey Biggs
Casey Tibbs
Cash
Cashmere
Cashmerian
Casi
Casia
Casie
Casilda
Casilde
Casimir
Casimire
Caslon
Casmey
Caspar
Casper
Casper Van Dien
Caspian
Cass
Cass Phang
Cassady
Cassander
Cassandra
Cassandra Peterson
Cassandre
Cassandry
Cassatt
Cassaundra
Cassel
Cassell
Cassella
Cassey
Cassi
Cassia Kiss
Cassiani
Cassidy
Cassidy Ladden
Cassidy Rae
Cassie
Cassil
Cassilda
Cassini
Cassino
Cassiodorus
Cassiopeia
Cassirer
Cassite
Cassius
Cassondra
Cassy
Casta
Castalia
Castalides
Castara
Casteel
Castellanos
Castellna
Castelnuovo-Tedesco
Castelvetro
Caster
Castera
Castiglione
Castile
Castilian
Castilla
Castillo
Castle
Castleford
Castlereagh
Castor
Castora
Castores
Castorina
Castra
Castries
Castro
Castrop-Rauxel
Caswell
Cat Deeley
Cataebates
Catalan
Cataldo
Catalin
Catalina Guirado
Catalonia
Catamarca
Catamitus
Catania
Catanzaro
Catarina
Catasauqua
Catatonia
Catawba
Cate
Cate Blanchett
Caterina
Cates
Catesby
Cath
Catha
Cathar
Cathari
Catharina
Catharine
Catharism
Catharsius
Cathay
Cathe
Cathee
Cather
Catherin
Catherina
Catherine
Catherine Anderson
Catherine Bach
Catherine Bell
Catherine Deeley
Catherine Deely
Catherine Deneuve
Catherine Hickland
Catherine Keener
Catherine Keyl
Catherine Mary Stewart
Catherine McClements
Catherine McCord
Catherine McCormack
Catherine Morandi
Catherine O'Hara
Catherine Oxenberg
Catherine Sutherland
Catherine Zeta Jones
Catherine Zeta-Jones
Catheryn
Cathey
Cathi
Cathie
Cathleen
Cathlene
Catholic
Catholic Epistles
Catholicism
Catholicity
Cathomycin
Cathrine
Cathryn
Cathy
Cathy McGeoch
Cathy Moriarty
Cathy Rogers
Cathyleen
Cati
Catie
Catilinarian
Catiline
Catima
Catina
Catlaina
Catlee
Catlettsburg
Catlin
Cato
Caton
Catonsville
Catreus
Catriel Beeri
Catrina
Catriona
Catskill
Catskill Mountains
Catt
Cattan
Cattegat
Cattell
Cattier
Cattima
Catto
Catton
Catullus
Caty
Cauca
Caucasia
Caucasian
Caucasoid
Caucasus
Cauchy
Caucon
Caughey
Caulonia
Caundra
Caunus
Cauquenes
Cauvery
Cav
Cavafy
Cavalerius
Cavalier
Cavalier poets
Cavalieri
Cavallaro
Cavan
Cavanagh
Cavanaugh
Cave
Cavell
Cavendish
Caves
Cavil
Cavill
Cavit
Cavite
Cavour
Cavuoto
Cawdrey
Cawley
Cawnpore
Caxias
Caxton
Cayce
Caye
Cayenne
Cayes
Cayey
Cayla
Cayley
Caylor
Cayman Islands
Cayser
Cayuga
Cayugas
Caz
Cazenovia
Cazzie
Cceres
Ccuta
Cdenas
Cdiz
Cdoba
Cdr
Cear
Ceausescu
Ceb
Cebriones
Cece
Cecelia
Cechy
Cecil
Cecil B. DeMille
Cecile
Ceciley
Cecilia
Cecilia Cheung
Cecilio
Cecilius
Cecily
Cecrops
Cecyle
Ced
Cedalion
Cedar
Cedarburg
Cedarhurst
Cedartown
Cedell
Cedreatis
Cedric
Cedric Pioline
Ceevah
Ceil
Cela
Celaeno
Celanese
Celaya
Cele
Celebes
Celebrezze
Celene
Celeski
Celesta
Celeste
Celestia
Celestina
Celestine
Celestyn
Celestyna
Celeuthea
Celia
Celia Wrathall
Celie
Celik
Celin
Celina
Celinda
Celine
Celine Dion
Celinka
Celio
Celisse
Celka
Celle
Cellini
Celluloid
Cels
Celt
Celtiberian
Celtic
Celticism
Celticist
Celtist
Cenac
Cenaean
Cenaeum
Cence
Cenchrias
Cenci
Cenis
Cenozoic
Censorinus
Centaurus
Centenary
Centeno
Center
Centerville
Centimani
Centonze
Central Powers
Centralia
Centre
Cephalonia
Cephalopoda
Cephalus
Cepheus
Ceporah
CerE
Cerallua
Ceram
Cerambus
Cerbberi
Cerberus
Cerberuses
Cercopes
Cercopithecoid
Cercyon
Cerelia
Cerell
Cerellia
Cerelly
Cerenkov
Ceres
Cerf
Cerigo
Cern
Cernauti
Cernuda
Cerracchio
Certie
Cervantes
Cerveny
Cervin
Cerys
Cerys Matthews
Ceryx
Cesar
Cesar Romero
Cesare
Cesaria
Cesaro
Cesena
Cestar
Cesti
Cestoda
Cestrinus
Cesya
Cetacea
Cetinje
Ceto
Cetura
Cetus
Ceuta
Ceylon
Ceylonese
Ceyx
Ch'an
Ch'in
Ch'ing
Ch'ing-yan
ChB
ChE
Cha
Chablis
Chabot
Chabrier
Chabrol
Chace
Chaco
Chad
Chad Alan
Chad Allen
Chad Cole
Chad Donella
Chad Lindberg
Chad Richardson
Chad Smith
Chad Willett
Chadabe
Chadbourne
Chadburn
Chadd
Chadderton
Chaddie
Chaddy
Chader
Chadic
Chadron
Chadwick
Chae
Chae An
Chaeronea
Chaetognatha
Chafee
Chaffee
Chaffin
Chaffinch
Chagall
Chagatai
Chagres
Chahar
Chaiken
Chaikovski
Chaille
Chaim
Chain
Chainey
Chaing
Chak
Chaka Khan
Chaker
Chal
Chalcedon
Chalcedonian
Chalcidice
Chalciope
Chalcis
Chald
Chaldaic
Chaldea
Chaldean
Chaldee
Chaliapin
Chalinitis
Challis
Chally
Chalmer
Chalmers
Chalon-sur-Sa
Chalukya
Cham
Chamaeleon
Chamberlain
Chamberlin
Chambers
Chambersburg
Chambertin
Chamblee
Chambord
Chambry
Chaminade
Chamkis
Chamonix
Chamorro
Chamorros
Chamos
Chamouni
Champ
Champagne
Champagne-Ardenne
Champaign
Champaigne
Champigny-sur-Marne
Champlain
Champollion
Chamyne
Chan
Chanaan
Chance
Chancellor
Chancellorsville
Chancelor
Chancey
Chanda
Chandal
Chandernagor
Chandernagore
Chandigarh
Chandler
Chandless
Chandos
Chandra
Chandra Narayanan
Chandra North
Chandra West
Chandragupta
Chandrajit Bajaj
Chane
Chanel
Chaney
Chang
Changan
Changaris
Changchiakow
Changchow
Changchowfu
Changchun
Changsha
Changteh
Channa
Channel
Channel Islands
Channing
Chansoo
Chantal
Chantal Kreviazuk
Chantal de Hommel
Chantal van Roessel
Chantal van Schuylenburch
Chantalle
Chantel Dubay
Chantilly
Chanukah
Chany
Chao
Chao-Kuei Hung
Chaoan
Chaochow
Chaon
Chap
Chapa
Chapel
Chapell
Chapen
Chapin
Chapland
Chaplin
Chapman
Chapnick
Chappelka
Chappell
Chappie
Chappy
Chapultepec
Char
Chara
Charbonneau
Charbonnier
Charcas
Charchemish
Charcot
Chard
Chardin
Chardon
Chardonnet
Charente
Charente-Maritime
Chari
Chari-Nile
Chariclo
Charie
Charil
Charin
Charis
Charisma Carpenter
Charissa
Charissa Chamorro
Charita
Charites
Chariton
Charity
Charity Commissioners
Charla
Charlee
Charleen
Charlemagne
Charlena
Charlene
Charleroi
Charles
Charles Baudelaire
Charles Boyer
Charles Bronson
Charles Colbourn
Charles Dance
Charles Dickens
Charles E. Hughes
Charles E. Leiserson
Charles Fiduccia
Charles Fischer
Charles Keating
Charles Lindbergh
Charles Martin Smith
Charles Napier
Charles Rackoff
Charles Shaughnessy
Charles Thomas Allen
Charles Wang
Charles Wetherell
Charleston
Charlestown
Charlet
Charleton
Charleville-Mzi
Charlevoix
Charley
Charli Baltimore
Charlie
Charlie Chaplin
Charlie Dimmock
Charlie Holliday
Charlie Hunnam
Charlie O'Connell
Charlie Rose
Charlie Sheen
Charlie Spradling
Charlie Yeung
Charline
Charlize Theron
Charlot
Charlotta
Charlotte
Charlotte Bronte
Charlotte Church
Charlotte Gainsbourg
Charlotte Ross
Charlottenburg
Charlottesville
Charlottetown
Charlton
Charlton Heston
Charly McClain
Charlye
Charlyne
Charmain
Charmaine
Charmaine Cruz
Charmaine Sinclair
Charmane
Charmeuse
Charmian
Charmin Michelle
Charminar
Charmion
Charo
Charollais
Charon
Charops
Charpentier
Charron
Charry
Charterhouse
Charterhouses
Charteris
Charters
Chartism
Chartist
Chartres
Charvaka
Charybdis
Charyl
Chas
Chase
Chase Masterson
Chasid
Chasidim
Chasidism
Chaska
Chasles
Chasse
Chassin
Chastain
Chastity
Chatav
Chatham
Chatham Islands
Chattahoochee
Chattanooga
Chattanoogan
Chattanoogian
Chatterjee
Chatterton
Chattertonian
Chatwin
Chaucer
Chaucerian
Chaudoin
Chaumont
Chaunce
Chauncey
Chausson
Chautauqua
Chautemps
Chavannes
Chavaree
Chaves
Chavey
Chavez
Chaworth
Chayanne
Chayefsky
Chazia Mourali
Chazz Palminteri
Che
CheE
Cheadle
Cheapside
Cheatham
Cheb
Cheboksary
Cheboygan
Checani
Chechen
Checotah
Cheddar
Chee
Chee Yap
Cheektowaga
Cheffetz
Chefoo
Chehalis
Cheiron
Cheju
Cheka
Cheke
Chekhov
Chekiang
Chekist
Chelidon
Chellean
Chellman
Chelmno
Chelmsford
Chelsae
Chelsea
Chelsey
Chelsie
Chelsy
Cheltenham
Chelton
Chely Wright
Chelyabinsk
Chelyuskin
Chem
ChemE
Chema
Chemar
Chemaram
Chemarin
Chemash
Chemesh
Chemnitz
Chemosh
Chemulpo
Chemush
Chen
Chen Hanwei
Chen-Chung Chang
Chenab
Chenay
Chenee
Cheney
Cheng
Chengchow
Chengteh
Chengtu
Chennault
Cheops
Chephren
Chequers
Cher
Cheraw
Cherbourg
Chere
Cheremis
Cheremiss
Cheremkhovo
Cherenkov
Cherey
Cheri
Cheri Oteri
Cheria
Cherian
Cherianne
Cheribon
Cherice
Cherida
Cherie
Cherie Chung
Cherie Lunghi
Cherilyn
Cherilynn
Cherin
Cherise
Cherish
Cherlyn
Chernovtsy
Chernow
Cherokee
Cherri
Cherrita
Cherry
Cherryvale
Cherryville
Chertsey
Cherubicon
Cherubini
Chery
Cherye
Cheryl
Cheryl Ladd
Cherylene
Ches
Chesaning
Chesapeake
Cheshire
Cheshunt
Cheshvan
Cheslie
Chesna
Chesney
Chesnut
Chessa
Chessy
Chester
Chesterfield
Chesterton
Chestertown
Cheston
Chesty Morgan
Cheswick
Chet
Chetnik
Cheung
Chev
Chevalier
Chevalier-Montrachet
Chevallier
Cheverly
Cheves
Cheviot
Cheviot Hills
Chevy
Chevy Chase
Chew
Chewa
Cheyenne
Cheyne
Cheyney
Chi
Chi Chin
Chi Moui Lo
Chi-Rho
Chi-Rhos
Chi-tse
Chiaki
Chiaki Hara
Chian
Chiang
Chiangling
Chiangmai
Chianti
Chiapas
Chiara Caselli
Chiari
Chiarra
Chiasa Aonuma
Chiba
Chibcha
Chibchan
Chibchas
Chic
Chicago
Chicagoan
Chicano
Chicanos
Chichester
Chichewa
Chichihaerh
Chichivache
Chick
Chickamauga
Chickasaw
Chickasaws
Chickasha
Chickie
Chicky
Chiclayo
Chico
Chicoine
Chicopee
Chief Dan George
Chien
Chiengmai
Chiengrai
Chifley
Chigwell
Chiharu Niiyama
Chihli
Chihuahua
Chikamatsu
Chil
Chilcat
Chilcats
Chilcote
Child
Childe
Childermas
Childers
Childersburg
Childress
Childs
Chile
Chilean
Chiles
Chilkat
Chilkats
Chill
Chillicothe
Chillon
Chilomonas
Chilon
Chilpancingo
Chilson
Chilt
Chiltern Hills
Chilton
Chilung
Chimborazo
Chimbote
Chimene
Chimene van Oosterhout
Chimkent
Chimu
Chin
Chin Hills
Chin-Chou
Chin-Hsien
China
China Chow
Chinagraph
Chinaman
Chinamen
Chinan
Chinatown
Chinatsu Yoshinaga
Chindit
Chindwin
Chinee
Chinese
Ching-Ying Lam
Ching-t'u
Chinghai
Chingmy Yau
Chingtao
Chink
Chinkiang
Chinook
Chinookan
Chinooks
Chinua
Chione
Chios
Chiou
Chip
Chip Chinery
Chip Martel
Chipewyan
Chipley
Chipman
Chippendale
Chipper Jones
Chippewa
Chippewas
Chippeway
Chippeways
Chiquita
Chirac
Chirau
Chirico
Chirlin
Chiron
Chiroptera
Chishima
Chisholm
Chisimaio
Chisin
Chita
Chitkara
Chittagong
Chittenango
Chiusi
Chivers
Chkalov
Chladek
Chladni
Chlidanope
Chlodwig
Chloe
Chloe Annett
Chloe Jones
Chloe Sevigny
Chloette
Chlons-sur-Marne
Chlor-Trimeton
Chloras
Chlores
Chlori
Chloris
Chloromycetin
Chnier
Cho
Choate
Chobot
Choctaw
Choctaw-root
Choctaws
Chogyal
Choiseul
Cholo
Cholon
Cholos
Cholula
Chomsky
Chon
Chondrichthyes
Chong
Chongjin
Chonju
Choo
Choong
Chopin
Chopsticks
Chor
Chor Meng Chew
Chordata
Chorley
Chorz
Chosen
Chosn
Chou
Chouest
Choukoutien
Chow
Chow Sing Chi
Chow Yun-Fat
Chowchilla
Chr
Chretien
Chris
Chris Ashworth
Chris Barrie
Chris Carter
Chris Casamassa
Chris Cooper
Chris De Burgh
Chris Farley
Chris Hoffman
Chris Isaak
Chris Kattan
Chris Kirkpatrick
Chris Klein
Chris Ladd
Chris Lancaster
Chris Morris
Chris Noth
Chris O'Donnell
Chris Owen
Chris Owens
Chris Penn
Chris Potter
Chris Rea
Chris Rock
Chris Sarandon
Chris Scott
Chris Shiflett
Chris Spencer
Chris Tucker
Chris Young
Chris van Wyk
Chrisman
Chrisoula
Chrissa
Chrisse
Chrissie
Chrissie Hynde
Chrissy
Christ
Christ's-thorn
Christa
Christa Miller
Christa Wielinga
Christabel
Christabella
Christabelle
Christadelphian
Christal
Christalle
Christan
Christchurch
Christean
Christel
Christen
Christen Anholt
Christendom
Christensen
Christenson
Christhood
Christi
Christi Taylor
Christian
Christian Bale
Christian Brothers
Christian Campbell
Christian Frye
Christian Kane
Christian LeBlanc
Christian Slater
Christiana
Christiane
Christiane Amanpour
Christiane Noll
Christiania
Christianisation
Christianiser
Christianism
Christianities
Christianity
Christianization
Christianizer
Christianna
Christiano
Christiansand
Christiansburg
Christiansen
Christianson
Christie
Christie Brinkley
Christie Clark
Christie Cronenweth
Christie Woods
Christien Anholt
Christien van der Aar
Christies
Christin
Christina
Christina Aguilera
Christina Applegate
Christina Cabot
Christina Cox
Christina Leardini
Christina Onassis
Christina Ricci
Christine
Christine Estabrook
Christine Lahti
Christine Lakin
Christine McIntyre
Christine McVie
Christine Taylor
Christine van der Horst
Christis
Christliness
Christmann
Christmas
Christmasberries
Christmasberry
Christmastide
Christocentrism
Christoff
Christoffer
Christoforo
Christogram
Christologies
Christologist
Christology
Christoper
Christoph
Christophanies
Christophany
Christophe
Christopher
Christopher Atkins
Christopher Eccleston
Christopher Gorham
Christopher Guest
Christopher Jones
Christopher Lambert
Christopher Lee
Christopher Li
Christopher Lloyd
Christopher Masterson
Christopher McDonald
Christopher Meloni
Christopher Plummer
Christopher Ralph
Christopher Reeve
Christopher Shea
Christopher Sieber
Christopher Walken
Christopher Wilson
Christophorus
Christos
Christos D. Zaroliagis
Christos H. Papadimitriou
Christos Levcopoulos
Christy
Christy Carrera
Christy Chung
Christy Taylor
Christy Turlington
Christye
Christyna
Chromel
Chron
Chronicles
Chronium
Chronotron
Chrysa
Chrysaor
Chryseis
Chryses
Chrysippus
Chrysler
Chrysostom
Chrysothemis
Chryssee
Chrystal
Chryste
Chrystele St. Louis Augustin
Chteau-Thierry
Chteauroux
Chthonius
Chu
Chu-Kiang
Chuah
Chuanchow
Chuang Ting
Chuang-tzu
Chubb
Chubby Checker
Chuch
Chuchchi
Chuchchis
Chucho
Chuck
Chuck Berry
Chuck Connors
Chuck D
Chuck Liang
Chuck Norris
Chuck Roy
Chuck Yeager
Chuckchi
Chuckchis
Chud
Chui
Chuipek
Chukchee
Chukchees
Chukchi
Chukchis
Chul Kim
Chumash
Chumashim
Chumley
Chun
Chun-Kuen Ho
Chung
Chungking
Chunnel
Chur
Chura
Church
Church Commissioners
Churchill
Churchill Falls
Chute
Chuu
Chuvash
Chwang-tse
Chyna
Chyou
Cia
Cianca
Ciano
Ciapas
Ciapha
Ciaphus
Ciaran Hinds
Ciardi
Cibber
Cibis
Ciccia
Cicely
Cicenia
Cicero
Ciceronianism
Cichocki
Cichus
Cicily
Cicones
Cid
Cida
Cidney
Cie
Ciel
Cienfuegos
Cila
Ciliata
Cilicia
Cilician
Cilician Gates
Cilissa
Cilix
Cilka
Cilla
Cillus
Cilly Dartell
Cilo
Cilurzo
Cima
Cimabue
Cimah
Cimarosa
Cimarron
Cimbri
Cimbrian
Cimbura
Cimmerian
Cimmerianism
Cimmerium
Cimon
Cincinnati
Cincinnatus
Cinda
Cindee
Cinderella
Cindi
Cindie
Cindy
Cindy Crawford
Cindy Margolis
Cindy Pickett
Cindy Pielstroom
Cindylou
Cinelli
CinemaScope
Cinemascope
Cinerama
Cingalese
Cini
Cinna
Cinque Ports
Cinyras
Cinzano
Cioban
Cioffred
Cipango
Ciprian
Cipus
Circassia
Circassian
Circe
Circinus
Circlorama
Circosta
Cirenaica
Cirencester
Ciri
Cirilla
Ciro
Cirone
Cirri
Cirroc Lofton
Cis
Ciscaucasia
Cisco
Ciskei
Cissaea
Cissie
Cissy
Cistercian
Cistercianism
Cita
Citarella
Cithaeron
Cithaeronian
Citlaltepetl
Citlaltpetl
Citron
Cittticano
City
Civia
Clabe Hartley
Clabo
Clackmannan
Clacton
Clactonian
Claiborn
Claiborne
Clair
Clairaut
Claire
Claire Bloom
Claire Danes
Claire Forlani
Claire Goose
Claire Stansfield
Clairton
Claman
Clance
Clancy
Clancy Brown
Clanton
Clapp
Clapper
Clapton
Clara
Clara Bow
Clarabelle
Claramae
Clarance
Clardy
Clare
Claremont
Claremore
Clarence
Clarenceux
Clarendon
Claresta
Clareta
Claretian
Claretta
Clarette
Clarey
Clarhe
Clari
Claribel
Clarice
Clarie
Clarinda
Clarine
Clarion
Clarisa
Clarise
Clarissa
Clarita
Clark
Clark Gable
Clark Thomborson
Clark Thompson
Clarke
Clarkin
Clarksburg
Clarksdale
Clarkson
Clarkston
Clarksville
Claromontanus
Clary
Claud
Clauddetta
Claude
Claude Jade
Claude Pair
Claude Puech
Claude Rains
Claude Shannon
Claude-Andre Christen
Claude-Oliver Rudolph
Claudel
Claudell
Claudelle
Claudette
Claudia
Claudia Black
Claudia Cardinale
Claudia Christian
Claudia Di Palermo
Claudia Schiffer
Claudia de Breij
Claudian
Claudianus
Claudie
Claudina
Claudine
Claudio
Claudius
Claudy
Claus
Clausen
Clausewitz
Clausius
Clava
Clavius
Clawson
Claxton
Clay
Clay Walker
Clayberg
Clayborn
Clayborne
Claybourne
Claypool
Clayton
Clayton Jacobson
Clayton Moore
Clea
Clea Duvall
Cleanth
Cleantha
Cleanthes
Clearchus
Clearfield
Clearwater
Cleary
Cleasta
Cleave
Cleaves
Cleavland
Cleburne
Cleethorpes
Clein
Cleisthenes
Clela
Cleland
Clellan
Clem
Clemen
Clemence
Clemenceau
Clemency
Clemens
Clemens Lautemann
Clement
Clementas
Clemente
Clementi
Clementia
Clementina
Clementine
Clementis
Clementius
Clementon
Clements
Clemmie
Clemmy
Clemon
Cleo
Cleobis
Cleobulus
Cleodaeus
Cleodal
Cleodel
Cleodell
Cleon
Cleone
Cleopatra
Cleopatra (I)
Cleopatra (II)
Cleopatre
Cleostratus
Cleota
Cleothera
Clerc
Clercq
Clere
Cleres
Clerissa
Clerk
Clermont
Clermont-Ferrand
Cleta
Clete
Cleti
Cletis
Cletus
Cleva
Cleve
Cleveland
Cleves
Clevey
Clevie
Clewiston
Clichy
Clide
Clie
Cliff
Cliff Curtis
Cliff Richard
Cliffes
Clifford
Clifford Stein
Clifford Stoll
Clift
Clifton
Clifton Collins Jr.
Clim
Cline
Clingan
Clinis
Clint
Clint Eastwood
Clint Ritchie
Clintock
Clinton
Clinton McKinnon
Clinton Sparks
Clintonville
Clio
Clippard
Clisthenes
Clite
Clitus
Clive
Clive Cussler
Clive Owen
Clive Robertson
Clo
Cloanthus
Cloe
Cloelia
Cloete
Clois
Cloisonnisme
Cloisonnist
Cloots
Cloquet
Clorinda
Clorinde
Cloris
Cloris Leachman
Close
Closter
Clothilde
Clotho
Clotilda
Clotilde
Cloud 9
Clouds
Clouet
Clough
Clougher
Cloutman
Clova
Clovah
Clover
Cloverdale
Clovis
Clower
Cluj
Cluny
Clurman
Clute
Clwyd
Cly
Clyde
Clyde Kruskal
Clyde Kusatsu
Clydebank
Clydesdale
Clymene
Clymenus
Clymer
Clynes
Clyte
Clytemnestra
Clytius
Clyve
Clywd
Cmdr
Cmon
Cnidia
Cnidus
Cnossus
Cnut
Coachella
Coad
Coady
Coahuila
Coal Chamber
Coal Measures
Coaldale
Coalinga
Coalport
Coalsack
Coanda
Coast Mountains
Coatbridge
Coates
Coats
Coatsworth
Cob
Cobb
Cobbett
Cobbie
Cobby
Cobden
Coben
Cobham
Coblenz
Cobleskill
Coburg
Coca-Cola
Cocalus
Coccygius
Cochabamba
Cochard
Cochin
Cochin-China
Cochise
Cochran
Cochrane
Cock
Cockaigne
Cockayne
Cockburn
Cockcroft
Cocke
Cocks
Cocles
Coco
Coco Lee
Cocos Islands
Cocteau
Cocytus
Cod
Codd
Codding
Codee
Codel
Codi
Codie
Cody
Coe
Coelenterata
Coeus
Coffee
Coffeng
Coffey
Coffeyville
Coffin
Cofsky
Cogan
Cogen
Coggan
Cognac
Cognitum
Cogswell
Coh
Cohan
Cohanim
Cohbath
Cohberg
Cohbert
Cohby
Cohdwell
Cohe
Coheman
Cohen
Cohette
Cohin
Cohl
Cohla
Cohleen
Cohlette
Cohlier
Cohligan
Cohn
Cohoes
Coimbatore
Coimbra
Cointreau
Coire
Coit
Coke
Col
Colan
Colas
Colb
Colbaith
Colbert
Colburn
Colby
Colbye
Colchester
Colchis
Cold
Coldstream
Coldwater
Cole
Cole Sprouse
Coleen
Coleman
Colene
Coleoptera
Coleridge
Coleridge-Taylor
Colet
Coletta
Colette
Coleville
Colfax
Colfin
Colier
Coligny
Colima
Colin
Colin Firth
Colin Hanks
Colin Mochrie
Colin Quinn
Colin Salmon
Colin Stirling
Colinette
Colinson
Colis
Collar
Collayer
Collbaith
Colleen
Colleen Fitzpatrick
Colleen Haskell
Collete
Collette
Colley
Collie
Collier
Colligan
Collimore
Collin
Colline
Collingswood
Collingwood
Collins
Collinsville
Collis
Collodi
Collum
Colly
Collyer
Colm Feore
Colm Meaney
Colm O'Dunlaing
Colm Wilkinson
Colman
Colmar
Colner
Colo
Cologne
Colomb-Bchar
Colombes
Colombi
Colombia
Colombian
Colombo
Colon
Colonie
Colonies
Colonsay
Colophon
Colophonian
Color Me Badd
Coloradan
Colorado
Coloradoan
Colossae
Colosseum
Colossian
Colossians
Coloured
Colp
Colpin
Colpoda
Colson
Colston
Colt
Coltee
Coltin
Coltin Scott
Colton
Coltrane
Coltson
Coltun
Colum
Columba
Columbia
Columbian
Columbiana
Columbine
Columbus
Columbyne
Colusa
Colver
Colvert
Colville
Colvin
Colwell
Colwen
Colwin
Colyer
Com
Comaetho
Comanche
Comanchean
Comaneci
Combe
Combes
Combs
Comdr
Comdt
Comecon
Comenius
Cometes
Comfort
Comforter
Comines
Cominform
Cominformist
Comintern
Commack
Commager
Commerce
Commines
Commodores
Commodus
Commons
Commonwealth
Communard
Commune
Communion
Comnenus
Como
Comorin
Comoro Islands
Compazine
Compi
Compostela
Compsognathus
Compte
Comptom
Comptometer
Compton
Compton-Burnett
Comr
Comras
Comstock
Comte
Comtism
Comtist
Comus
Comyns
Con
Conah
Conakry
Conal
Conall
Conan
Conan O'Brien
Conant
Conard
Concepci
Concepcion
Concetta Tomei
Concha
Conchita
Conchita Martínez
Conchobar
Concoff
Concord
Concorde
Concordia
Cond
Condamine
Condillac
Condit
Condon
Condorcet
Conelrad
Coney
Confederacy
Confederate
Confederation
Confiteor
Confucian
Confucianism
Confucianist
Confucius
Cong
Congdon
Conger
Congo
Congolese
Congregationalism
Congress
Congressman
Congreve
Coniah
Conias
Conlan
Conlee
Conlen
Conley
Conlin
Conlon
Conn
Connacht
Connaught
Connecticut
Connee
Connel
Connell
Connelley
Connellsville
Connelly
Connemara
Conner
Conners
Connett
Conney
Conni
Connie
Connie Francis
Connie Nielsen
Connolly
Connor
Connors
Conny
Conon
Conor Kirwan
Conover
Conqueror
Conquest
Conrad
Conrad Veidt
Conrade
Conrado
Conrado Martinez
Conral
Conroe
Conroy
Cons
Conservatism
Conservative
Consett
Consolata
Const
Constable
Constance
Constance Towers Gavin
Constancia
Constancy
Constant
Constanta
Constantia
Constantin
Constantina
Constantine
Constantino
Constantinople
Constructivism
Constructivist
Consuela
Consuelo
Consus
Cont
Conte
Conti
Continent
Continental
Converse
Convery
Conway
Cony
Conyers
Coo
Cooe
Cook
Cook Islands
Cooke
Cookeville
Cookie
Cooley
Coolidge
Coolio
Coombs
Coonan
Coop
Cooper
Cooperman
Coopersmith
Cooperstein
Cooperstown
Coorg
Coos
Cop
Cope
Copeland
Copenhagen
Copernicus
Copht
Copiague
Copland
Copley
Coplin
Copp
Coppard
Coppelia
Copperheadism
Coppermine
Coppinger
Coppins
Coppock
Coppola
Copreus
Copt
Coptic
Coquelin
Coquilhatville
Coquille
Cor
Cora
Cora Pearl
Corabel
Corabella
Corabelle
Coral
Coralie
Coraline
Coralye
Coramine
Corantijn
Coraopolis
Coray
Corbet
Corbett
Corbie
Corbin
Corbin Allred
Corbusier
Corby
Corcoran
Corcovado
Corcyra
Corcyraean
Cord
Cordalia
Corday
Cordeelia
Cordelia
Cordelia V. Hall
Cordelie
Cordelier
Cordeliers
Cordell
Corder
Cordey
Cordi
Cordie
Cordier
Cordilleras
Cordle
Cordova
Cordovan
Cordula
Cordy
Core
Coreen
Corel
Corell
Corella
Corelli
Corena
Corenda
Corene
Coresus
Coretta
Corette
Corey
Corey Feldman
Corey Foxx
Corey Haim
Corey Hart
Corey Johnson
Corfam
Corfu
Cori
Cori Nadine
Coricidin
Coridon
Corie
Corilla
Corin
Corina
Corina Logan
Corine
Corine Boon
Corine van Dijk
Corinna
Corinne
Corinne Bohrer
Corinth
Corinthian
Corinthians
Corinthus
Coriolanus
Coriss
Corissa
Cork
Corkhill
Corley
Corliss
Corly
Cormac
Cormack
Cormick
Cormier
Corn
Corn Laws
Cornall
Corneille
Cornel
Cornela
Cornelia
Cornelie
Cornelius
Cornell
Cornelle
Corner
Cornew
Corney
Cornia
Cornichon
Cornie
Corning
Cornish
Cornishman
Cornishmen
Corno
Cornopion
Cornstalk
Cornwall
Cornwallis
Cornwell
Corny
Coro
Coroebus
Coronado
Coronis
Coronus
Corot
Corotto
Corr
Correggio
Corregidor
Correna
Correy
Corri
Corrianne
Corrie
Corriedale
Corrientes
Corrina
Corrine
Corrinne
Corron
Corrs
Corry
Corse
Corsetti
Corsica
Corsican
Corsicana
Corsiglia
Corso
Corson
Cort
Cortelyou
Cortes
Cortez
Corti
Cortie
Cortland
Cortney
Cortona
Cortot
Corty
Corunna
Corvallis
Corvese
Corvin
Corvus
Corwin
Corwun
Cory
Cory Everson
Cory Surovy
Corybant
Corybantes
Corycia
Coryden
Corydon
Coryell
Corynetes
Corynne
Coryphaea
Coryphasia
Coryphodon
Corythus
Cos
Cosenza
Cosetta
Cosette
Cosgrave
Coshow
Cosimo
Cosma
Cosme
Cosmetas
Cosmo
Cosmotron
Cossack
Cost
Costa
Costain
Costanza
Costanzia
Costello
Costen
Coster
Costermansville
Costin
Cosyra
Cot
Cotabato
Cote
Cotman
Cotonou
Cotopaxi
Cotsen
Cotswold
Cotswolds
Cott
Cottbus
Cotter
Cotterell
Cottian Alps
Cottle
Cotton
Cottrell
Cottus
Cotulla
Coty
Cotyleus
Cotys
Coucher
Couchman
Coudersport
Coue
Coughlin
Coulomb
Coulombe
Coulson
Coulter
Coumas
Count Basie
Counter-Reformation
Countess
Couperin
Couperus
Courantyne
Courbet
Courbevoie
Courcy
Courland
Cournand
Court
Courtelle
Courtenay
Courteney Cox
Courteney Cox Arquette
Courtland
Courtland Mead
Courtnay
Courtnee Draper
Courtney
Courtney Cox
Courtney Love
Courtney Thorne-Smith
Courtrai
Courtund
Cousin
Cousins
Coussoule
Cousteau
Cousy
Couture
Covarrubias
Covell
Covenant
Covenanter
Coveney
Coventry
Coverdale
Coverley
Covina
Covington
Cowan
Coward
Cowboy Junkies
Cowden
Cowell
Cowen
Cower
Cowes
Cowey
Cowie
Cowl
Cowles
Cowley
Cown
Cowper
Cowper's glands
Cox
Coxey
Coxsackie
Coy
Coyle
Coyolxauhqui
Coysevox
Cozad
Cozens
Cozmo
Cozza
Cozzens
Crab
Crabb
Crabbe
Cracow
Craddock
Craftint
Crafton
Craftype
Crag
Craggie
Craggy
Craig
Craig Bierko
Craig Boardman
Craig Charles
Craig Chester
Craig Croskery
Craig David
Craig Rich
Craig Shoemaker
Craig Tovey
Craigavon
Craigie
Craik
Crain
Craiova
Cralg
Cram
Cramer
Cramerton
Cran
Cranach
Cranaus
Cranberries
Crandale
Crandall
Crandell
Crane
Craner
Cranford
Craniata
Cranko
Cranmer
Cranston
Cranwell
Crary
Crashaw
Crassus
Crataeis
Crater
Cratus
Craven
Cravenette
Craw
Crawford
Crawley
Crazytown
Crcy
Creamer
Crean
Creath
Creation
Creator
Credo
Cree
Creed
Creedon
Creek
Creel
Crefeld
Creigh
Creight
Creighton
Crelin
Crellen
Cremer
Cremona
Crenshaw
Creole
Creon
Cresa
Crescantia
Crescas
Crescen
Crescendo
Crescent
Crescentia
Crescin
Crescint
Cresco
Cresida
Cresius
Cresphontes
Crespi
Crespo
Cressi
Cressida
Cressie
Cresskill
Cressler
Cressy
Crestline
Creston
Crestview
Creta
Cretaceous
Cretan
Crete
Cretheus
Creuse
Creusot
Crewe
Crichton
Crick
Crifasi
Crile
Crim
Crimea
Crimplene
Crinoidea
Criophorus
Crippen
Cripps
Cris
Crisey
Criseyde
Crisfield
Crisium
Crispa
Crispas
Crispen
Crispi
Crispin
Crispin Glover
Crispinian
Crissie
Crissy
Crissy Rock
Crist
Crista
Cristabel
Cristal
Cristen
Cristi
Cristian
Cristian S. Calude
Cristie
Cristin
Cristina
Cristina Fadale
Cristina Kruse
Cristina Quaranta
Cristine
Cristiona
Cristobal
Cristoforo
Cristophe
Cristy
Criswell
Critchfield
Critta
Crius
Cro-Magnon
Croat
Croatia
Croatian
Croce
Croceatas
Crocker
Crockett
Crockett Frizzell
Crockford
Crocus
Croesus
Croesuses
Croesusi
Crofoot
Croft
Crofton
Croix
Cromer
Crompton
Cromwell
Croner
Cronia
Cronin
Cronus
Cronyn
Crookes
Crooks
Crookston
Crooksville
Croom
Crosby
Crosley
Cross
Crosse
Crossett
Crossville
Croteau
Croton-on-Hudson
Crotone
Crotopus
Crotty
Crotus
Crouse
Crow
Crowe
Crowell
Crowley
Crown
Crowns
Croydon
Crozier
Cruce
Crucifixion
Crucis
Crudden
Cruickshank
Cruikshank
Crusoe
Crustacea
Crutcher
Crux
Cruyff
Cruz
Cryan
Cryptozoon
Crysta
Crystal
Crystal Bernard
Crystal Gayle
Crystal T'Keyah Keymah
Crystallose
Crystie
Csel
Cteatus
Ctenophora
Ctesiphon
Ctesippus
Ctesius
Cu-bop
Cub
Cuba
Cuba Gooding, Jr.
Cuba Jr. Gooding
Cuban
Cuban Boys
Cubism
Cuchulain
Cuchulainn
Cuda
Cudahy
Cudlip
Cue Shepherd
Cuenca
Cuernavaca
Cuero
Cufic
Cui
Cuicuilco
Cukor
Culberson
Culbert
Culbertson
Culdee
Culhert
Culiac
Culion
Cull
Cullan
Cullen
Culley
Cullie
Cullin
Culliton
Cullman
Culloden
Cully
Culm
Culosio
Culpeper
Culver
Cumae
Cuman
Cumberland
Cumbernauld
Cumbria
Cumbrian Mountains
Cumine
Cumings
Cummine
Cummings
Cummins
Cunaxa
Cuneo
Cunera van Selm
Cung
Cunina
Cunningham
Cupavo
Cupertino
Cupid
Cupid's-dart
Cupo
Curacao
Curcio
Cure
Curetes
Curhan
Curiatii
Curie
Curitiba
Curitis
Curkell
Curley
Curnin
Curr
Curran
Curren
Currey
Currie
Currier
Curry
Curson
Curt
Curtice
Curtin
Curtis
Curtis Armstrong
Curtis Cook
Curtis Rivers
Curtiss
Curwensville
Curzon
Cusack
Cusanus
Cusco
Cush
Cushing
Cushitic
Cushman
Cusick
Custer
Cut
Cutch
Cutcheon
Cutcliffe
Cuthbert
Cuthbertson
Cuthburt
Cutler
Cutlerr
Cutlip
Cutlor
Cuttack
Cutter
Cuttie
Cuttler
Cutty
Cuvier
Cuxhaven
Cuyab
Cuyler
Cuyp
Cuzco
Cvennes
Cwmbran
Cyane
Cybele
Cybil
Cybill
Cybill Shepherd
Cychosz
Cychreus
Cyclades
Cyclamycin
Cyclopes
Cyclops
Cycnus
Cyd
Cyd Charisse
Cydippe
Cydnus
Cygnus
Cykana
Cyler
Cyllene
Cylvia
Cym
Cyma
Cymbeline
Cymbre
Cymodoce
Cymric
Cymry
Cyn
Cyna
Cynar
Cynara
Cynarra
Cynde
Cyndi Lauper
Cyndia
Cyndie
Cynera
Cynewulf
Cynic
Cynicism
Cynortes
Cynosura
Cynth
Cynthea
Cynthia
Cynthia Brown
Cynthia Dwork
Cynthia Gibb
Cynthia Martells
Cynthia Phillips
Cynthia Preston
Cynthia Rothrock
Cynthia Stevenson
Cynthia Watros
Cynthiana
Cynthie
Cynthius
Cynthla
Cynthy
Cynurus
Cynwulf
Cyparissia
Cyparissus
Cyprian
Cyprio
Cypriot
Cypriote
Cypro
Cyprus
Cypselus
Cyra
Cyrano
Cyrena
Cyrenaic
Cyrenaica
Cyrene
Cyrie
Cyril
Cyrilla
Cyrillic
Cyrillus
Cyrus
Cysatus
Cythera
Cytherea
Cytissorus
Cyzicus
Czanne
Czarra
Czech
Czecho-Slovakian
Czechoslovak
Czechoslovakia
Czechoslovakian
Czernowitz
Czerny
Czeslaw Ryll-Nardzewski
Czstochowa
Czur
D'Amboise
D'Annunzio
D'Arcy
D'Arrest
D'Avenant
D'Entrecasteaux Islands
D'Iberville
D'Inzeo
D'Urfey
D'arcy Wretsky-Brown
D-day
D-notice
D-state
D. B. Sweeney
D. Hoey
D. Mount
D. Ray-Chaudhuri
D. Tsichritzis
D. W. Griffith
D.-M. Tsou
D.C. Duncan
D.G.M. Anderson
D.H. Lawrence
D.H. Younger
D.M.G. de Champeaux de laboulaye
D.P. Helmbold
D.R. Fulkerson
D.T. Lee
DAB
DACTYL
DAE
DAR
DATA
DAV
DAgr
DBA
DBE
DBI
DBO
DBib
DC Yeager
DCL
DCM
DCNL
DCS
DChE
DDS
DDSc
DDT
DEI
DEW
DEd
DEng
DEngS
DFA
DFC
DHL
DIN
DJ Qualls
DJS
DJT
DJourn
DLS
DMD
DMDT
DML
DMS
DMSO
DMX
DMZ
DNA
DNB
DOA
DOM
DOP
DORAN
DOVAP
DPA
DPC
DPH
DPN
DPNH
DPS
DPW
DRE
DSC
DSM
DSO
DSS
DST
DSW
DSc
DTh
DVM
DVMS
DVS
Dabbs
Daberath
Dabney
Dacca
Dace
Dacey
Dachau
Dachi
Dachia
Dachy
Dacia
Dacie
Dacko
Dacron
Dactyl
Dactyli
Dactyls
Dacy
Dada
Dadaism
Dadaist
Daddah
Dade
Dadeville
Daedala
Daedalion
Daedalus
Daegal
Dael
Daffi
Daffie
Daffodil
Daffy
Dafna
Dafodil
Dag
Dagall
Dagan
Dagda
Dagenham
Dagestan
Daggett
Daggna
Daghda
Dagley
Dagmar
Dagna
Dagnah
Dagney
Dagny
Dagoberto
Dagon
Daguerre
Dagwood
Dah Jyh Guan
Dahl
Dahle
Dahlgren
Dahlia
Dahlonega
Dahlstrom
Dahna
Dahoman
Dahomey
Daibutsu
Daigle
Dail
Daile
Dailey
Daingerfield
Dainius Zubrus
Daira
Dairen
Daisey
Daisi
Daisie
Daisy
Daisy Fuentes
Daitzman
Dak
Dakar
Dakhla
Dakota
Dakotan
Daktyl
Daktyli
Daktyls
Dal
Daladier
Dalcroze
Dale
Dale Evans
Dale Midkiff
Dale Miller
Dale Skrien
Dalenna
Dales
Daley
Dalhart
Dalhousie
Dali
Dalia
Dalida
Dalila
Dalis
Dalit Naor
Daljit Dhaliwal
Dall
Dallan
Dallapiccola
Dallas
Dallastown
Dallin
Dallis
Dallman
Dallon
Dalmatia
Dalmatian
Dalny
Dalpe
Dalrymple
Dalston
Dalt
Dalton
Dalury
Daly
Dalyce
Dalymore
Dam
Damal
Damalas
Damales
Damali
Damalis
Damalus
Daman
Damanh
Damanhur
Damara
Damaraland
Damaris
Damarra
Damas
Damascene
Damascus
Damastes
Dambro
Dame
Dame Edna
Damek
Damia
Damian
Damian Niwinski
Damiani
Damiano
Damick
Damicke
Damien
Damien Flood
Damien Thomas
Damietta
Damita
Damle
Damocles
Damodar
Damon
Damon Albarn
Damon Hill
Damon Pampolina
Damour
Dampier
Damrosch
Damysus
Dan
Dan Aykroyd
Dan Brand
Dan Cortese
Dan Etheridge
Dan Futterman
Dan Gauthier
Dan Gordon
Dan Greene
Dan Gusfield
Dan Hirschberg
Dan Hoey
Dan Kleitman
Dan Leivant
Dan Mason
Dan Paris
Dan Rather
Dan Rosenkrantz
Dan Seals
Dan Willard
Dana
Dana Andrews
Dana Angluin
Dana Carvey
Dana Delany
Dana Gillespie
Dana Grinstead
Dana Plato
Dana Scott
Danae
Danaher
Danai
Danaides
Danais
Danang
Danas
Danaus
Danava
Danbury
Danby
Danczyk
Dandy
Dane
Daneen
Danegeld
Danelaw
Danella
Danelle
Danene
Danete
Danette
Daney
Danford
Danforth
Dang
Dani
Dani Minnick
Dania
Daniala
Danialah
Danica
Danica McKellar
Danice
Danie
Daniel
Daniel A. Spielman
Daniel Allen Muntz
Daniel Baldwin
Daniel Bernhardt
Daniel Brandenstein
Daniel Casey
Daniel Chan
Daniel Cohen
Daniel Cosgrove
Daniel Day-Lewis
Daniel Emery Taylor
Daniel Goddard
Daniel Lehmann
Daniel M. Kan
Daniel Moore
Daniel Newman
Daniel P. Sanders
Daniel Pintauro
Daniel Radcliffe
Daniel Roebuck
Daniel Sleator
Daniel Stern
Daniela
Daniela Cardone
Daniela Denby-Ashe
Daniela Pestova
Daniela Rus
Daniele
Daniell
Daniella
Daniella Pestova
Danielle
Danielle Cormack
Danielle Fishel
Danielle Harris
Danielle Overgaag
Daniels
Danielson
Danieu
Danika
Danila
Danilo
Danilova
Danish
Danish West Indies
Danit
Danita
Danite
Daniyal
Danl
Danmark
Dann
Dann Florek
Danna
Dannel
Dannemora
Danni
Danni Leigh
Dannica
Dannie
Dannii Minogue
Dannon
Danny
Danny Baker
Danny De Vito
Danny DeVito
Danny Dolev
Danny Glover
Danny Heifetz
Danny John-Jules
Danny Krizanc
Danny Locklin
Danny Masterson
Danny Nucci
Danny Pintauro
Danny Strong
Danny Tamberelli
Danny Thomas
Dannye
Dano-Norwegian
Dansville
Dante
Dante Alighieri
Dantean
Danton
Danu
Danube
Danuloff
Danuta
Danvers
Danville
Danya
Danyelle
Danyluk
Danzig
Danziger
Dao
Daph
Daphie
Daphna
Daphnaea
Daphne
Daphne Bunskoek
Daphne Deckers
Daphne Koller
Daphne Rubin-Vega
Daphne Zuniga
Daphnephoria
Daphnia
Daphnis
Dapsang
Dar
Dara
Dara Tomanovich
Darach
Darb
Darbee
Darbie
Darby
Darbyite
Darce
Darcee
Darcey
Darcia
Darcie
Darcy
Darda
Dardan
Dardanelles
Dardani
Dardanus
Dardic
Dare
Dareece
Dareen
Darees
Darelle
Daren
Dares
Darfur
Dari
Daria
Darian
Darian O'Toole
Darice
Darien
Darin
Darin Morgan
Dario
Dario Argento
Darius
Darius Rucker
Darjeeling
Darken
Darla
Darlan
Darleen
Darlene
Darline
Darling
Darlington
Darlleen
Darmit
Darmstadt
Darn
Darnall
Darnell
Darney
Darnley
Daron
Darooge
Darra
Darrel
Darrell
Darrelle
Darren
Darrey
Darrick
Darrill
Darrin
Darrow
Darryl
Darryl Lee O'Donnell
Darryn
Darsey
Dart
Dartanyan Edmonds
Dartford
Dartmoor
Dartmouth
Darton
Darva Conger
Darvon
Darwen
Darwin
Darwin's finches
Darwinian
Darwinism
Darwinist
Darwinite
Darya
Daryel Sachse-Akerlind
Daryl
Daryl Hannah
Daryle
Dascylus
Dasehra
Dash
Dasha
Dasht-i-Kavir
Dasht-i-Lut
Dasi
Dasie
Dassin
Dasteel
Dasya
Dasyus
Datha
Datnow
Datuk
Daub
Daubigny
Daudet
Daugava
Daugavpils
Daugherty
Daughtry
Daukas
Daumier
Dauphin
Dav
Davao
Dave
Dave Chappelle
Dave Coulier
Dave Foley
Dave Grohl
Dave Matthews
Dave Mirra
Dave Moffatt
Dave Navarro
Dave Prowse
Daveda
Daveen
Daven
Davena
Davene
Davenia McFadden
Davenport
Daveta
Davey
Davey Allison
David
David A. Reckhow
David A. Wright
David Akin
David Alan Grier
David Andrews
David Applegate
David Arquette
David Beckham
David Blackwell
David Blaine
David Boreanaz
David Bowie
David Bray
David Campbell
David Canary
David Cantor
David Carlson
David Carradine
David Caruso
David Cassidy
David Charvet
David Chokachi
David Conrad
David Copperfield
David Courier
David Cronenberg
David D'Ingeo
David Dixon
David Dobkin
David Drake
David Duchovny
David Eppstein
David Faranck Charvet
David Fernandez-Baca
David Forsyth
David Fumero
David Gale
David Gallagher
David Gillman
David Gladstein
David Grant
David Gries
David Gunn
David Haglin
David Harel
David Hasselhoff
David Haussler
David Hedison
David Hemblen
David Hewlett
David Hilbert
David Huffman
David Hyde Pierce
David James Elliott
David Juedes
David Karger
David Keith
David Kirkpatrick
David Krumholtz
David La Haye
David Lago
David Lascher
David Letterman
David Levine
David Lichtenstein
David Lopez
David Luckham
David Luginbuhl
David Lynch
David Magerman
David Maier
David Marciano
David Marshall Grant
David McCallum
David McQueen
David Mix Barrington
David Morse
David Muller
David Mumford
David Neubauer
David Niven
David Oliver
David Park
David Parnas
David Plaisted
David Rolston
David S. Johnson
David S. Wise
David Saks
David Sanborn
David Schwimmer
David Searching
David Selby
David Shmoys
David Soul
David Spade
David Strathairn
David Tom
David Udin
David Vincent Bordisso
David Wall
David Warner
David Williams
David Yost
David Yun
David Zuckerman
David. Russo
Davida
Davidde
Davide
Davidoff
Davidson
Davie
Davies
Davilman
Davin
Davina
Davine
Davis
Davis Gaines
Davison
Davisson
Davita
Davon
Davout
Davy
Davy Jones
Davys
Dawes
Dawkins
Dawn
Dawn Wells
Dawson
Dax
Day
Day-Glo
Day-Lewis
Dayak
Dayaks
Dayan
Daye
Dayle
Dayna
Dayna Manning
Daysie
Dayton
DeForest Kelley
Dea
Deach
Deacon
Dead Or Alive
Dead Sea Scrolls
Deadman
Deadwood
Deakin
Dean
Dean Arden
Dean Cain
Dean Cameron
Dean Haglund
Dean Koontz
Dean Krafft
Dean Martin
Dean Sams
Dean Stanton
Dean Stockwell
Dean Winters
Deana
Deana Carter
Deane
Deaner
Deanna
Deanna Durbin
Deanna Riordan
Deanne
Dearborn
Dearden
Dearman
Dearr
Death
Deauville
Deb
Debarath
Debbe Dunning
Debbee
Debbi
Debbi Morgan
Debbie
Debbie Allen
Debbie Boyd
Debbie Gibson
Debbie Matenopoulos
Debbie Petter
Debbie Reynolds
Debbora
Debbra
Debby
Debelah Morgan
Debes
Debi
Debi Mazar
Debir
Debor
Debora
Deborah
Deborah Allen
Deborah Blando
Deborah Cox
Deborah Duchene
Deborah Durrfeld
Deborah Findlay
Deborah Foreman
Deborah Foreman Atelier
Deborah Gibson
Deborah Joseph
Deborah Kara Unger
Deborah Kerr
Deborah Norville
Deborah Vancelette
Deborath
Debra
Debra McMichael
Debra Messing
Debra Paget
Debra Winger
Debrah Farentino
Debrecen
Debs
Debussy
Debye
Dec
Decadron
Decalogue
Decamp
Decapolis
Decato
Decatur
Decay
Decca
Deccan
December
Decembrist
Dechen
Decima
Decius
Deck
Decker
Deckert
Declan
Declomycin
Decorah
Decretals
Dedagach
Dede
Dedee Pfeiffer
Dedekind
Deden
Dedham
Dedie
Dedra
Dedric
Dedrick
Dee
Dee D. Jackson
Dee Dee Bridgewater
DeeAnn
Deedee
Deegan
Deems
Deena
Deenya
Deepak Goyal
Deepfreeze
Deephaven
Deeping
Deer
Deerdre
Deering
Deery
Deeyn
Def Leppard
Defant
Defoe
Deftones
Degas
Dehlia
Dehnel
Deianira
Deibel
Deidamia
Deidre
Deimos
Deiphontes
Deirdra
Deirdre
Deity
Dekeles
Dekker
Dekow
Del
Dela
Delacourt
Delacroix
Delaine
Delainey
Delamare
Deland
Delaney
Delanie
Delannoy
Delano
Delanos
Delanty
Delaroche
Delaryd
Delastre
Delaunay
Delavan
Delavigne
Delaware
Delawarean
Delbert
Delcina
Delcine
Deledda
Delfeena
Delfine
Delft
Delgado
Delhi
Delia
Delian
Delibes
Delicia
Delight
Delija
Delila
Delilah
Delinda
Delisle
Delium
Delius
Dell
Della
Delle
Dellora
Delly
Delma
Delmar
Delmer
Delmor
Delmore
Delmotte
Delogu
Delora
Delorenzo
Delores
Deloria
Deloris
Delorme
Delos
Delp
Delphi
Delphian
Delphina
Delphine
Delphinia
Delphinius
Delphinus
Delphos
Delphus
Delphyne
Delroy Lindo
Delsarte
Delsman
Delta
Delta Burke
Deluc
Deluge
Delwin
Delwyn
Dem
Demaggio
Demakis
Demarest
Demaria
Demavend
Demb
Dembowski
Demerara
Demerol
Demet Sener
Demeter
Demetra
Demetre
Demetri
Demetria
Demetrias
Demetris
Demetrius
Demeyer
Demi Moore
Deming
Demiphon
Demirel
Demitria
Demmer
Demmy
Demo
Democoon
Democrat
Democritus
Demodena
Demodocus
Demogorgon
Demona
Demonassa
Demonax
Demophon
Demopolis
Demos
Demosthenes
Demotic
Demp
Dempsey
Dempster
Dempstor
Demus
Demuth
Demy
Den
Dena
Dena Doster
Dena Foster
Denae
Denbigh
Denbighshire
Denbrook
Denby
Dendrites
Dene
Deneb
Denebola
Denham
Denholm Elliott
Deni
Deni Hines
Denice
Denie
Deniker
Denis
Denis Lawson
Denis Leary
Denise
Denise Crosby
Denise Gentile
Denise Paglia
Denise Richards
Denise van Outen
Denison
Denman
Denmark
Denn
Denna
Dennard
Dennet
Dennett
Denney
Denni
Dennie
Denning
Dennis
Dennis Christopher
Dennis Farina
Dennis Franz
Dennis Haysbert
Dennis Hopper
Dennis Miller
Dennis Quaid
Dennis Ritchie
Dennis Rodman
Dennis Storhoi
Dennis Troutman
Dennison
Denny
Denoting
Denpasar
Dent
Denten
Denton
Denver
Denver Pyle
Deny
Denys
Denyse
Denzel Washington
Denzil
Deonne
Depeche Mode
Depew
Depoliti
Deposition
Deppy
Depression
Deptford
Der
Deragon
Derain
Derayne
Derbent
Derbies
Derby
Derbyshire
Dercy
Derek
Derek Fisher
Derek G. Corneil
Derek Jacobi
Derek Jeter
Derek Oppen
Derek de Lint
Derian
Derick
Derina
Derinna
Derk
Derksen
Derleth
Derman
Dermoptera
Dermot
Dermot Mulroney
Dermott
Derna
Deron
Deroo
Derr
Derrek
Derrel
Derrick
Derrick Lehmer
Derrick O'Connor
Derrick Wood
Derriey
Derrik
Derril
Derron
Derry
Derte
Dervla Kirwan
Derward
Derwent
Derwentwater
Derwin
Derwon
Derwood
Deryl
Derzon
Des
Des'Ray Manders
Desai
Desargues
Desberg
Descartes
Descendant
Deschamps
Deschutes
Descombes
Desdamona
Desdamonna
Desde
Desdee
Desdemona
Deseilligny
Desh Ranjan
Desi
Desiderii
Desimone
Desirae
Desirea
Desireah
Desiree
Desiri
Deslandres
Desma
Desmona
Desmond
Desmond Harrington
Desmond Llewelyn
Desmontes
Desmoulins
Desmund
Despenser
Despiau
Despoena
Dessalines
Dessau
Dessma
Desta
Deste
Desterro
Destinee
Destiny
Destiny's Child
Deth
Detlef Plump
Detlef Wotschke
Detmold
Detroit
Dett
Detta
Dettmer
Deucalion
Deuno
Deurne
Deus
Deusdedit
Deut
Deuteronomist
Deuteronomy
Deutsch
Deutscher
Deutschland
Deux-S
Dev
Deva
Devan
Devanagari
Devaney
Deventer
Dever
Devereux
Devi
Devin
Devin Lima
Devina
Devine
Devinna
Devinne
Devitt
Devland
Devlen
Devlin
Devol
Devon
Devon Odessa
Devon Sawa
Devona
Devondra
Devonian
Devonna
Devonne
Devonport
Devonshire
Devora
Devy
Dew
Dewain
Dewali
Dewar
Dewayne
Dewees
Dewey
Dewhirst
Dewhurst
Dewi
Dewie
Dewitt
Dewsbury
Dex
Dexamenus
Dexamyl
Dexedrine
Dexter
Dexter Kozen
Dextra
Dey
Dezhnev
Dhahran
Dhammapada
Dhar
Dharmapada
Dharmasastra
Dharmasutra
Dhaulagiri
Dhiman
Dhiren
Dhlos
Dhodheknisos
Dhruv
Dhu
Dhumma
DiMaggio
Dia
Diabelli
Diadochi
Diaghilev
Diahann
Diamanta
Diamante
Diamond
Diamox
Dian
Dian Parkinson
Diana
Diana Gartner
Diana Haddad
Diana Rigg
Diana Ross
Diana Scarwid
Diana Sno
Diana Woei
Diandra
Diandre
Diane
Diane Baker
Diane Heidkrueger
Diane Keaton
Diane Lane
Diane Sawyer
Diane Souvaine
Diane Venora
Dianna
Dianne
Dianne Wiest
Diantha
Dianthe
Diao
Diarbekr
Diarmid
Diarmit
Diarmuid
Dias
Diasia
Diaspora
Diaz
Dib
Diba
Dibai
Dibb
Dibbell
Dibbrun
Dibelius
Diboll
Dibri
Dibrin
Dibru
Dice
Dich
Dichterliebe
Dichy
Dick
Dick Gautier
Dick Hamlet
Dick Karp
Dick Lipton
Dick Muntz
Dick York
Dick van Dyke
Dickens
Dickenson
Dickerson
Dickey
Dickie
Dickinson
Dickman
Dicks
Dickson
Dicky
Dictaphone
Dictograph
Dictynna
Dictys
Dicumarol
Didache
Didachist
Diderot
Didi
Didier
Didlove
Dido
Didymaea
Dieball
Diedrich Bader
Diefenbaker
Diego
Diego Maradona
Diehl
Diella
Dielle
Diels
Dielu
Dieppe
Dierdre
Dierolf
Diesel
Diet
Dieter
Dieterich
Dietrich
Dietsche
Dietz
Dieuwertje Blok
Dieuwke Kroese
Difflugia
Digambara
Digby
Digest
Digger
Diggers
Digo-Suarez
Diipolia
Dijon
Dike
Dikmen
Dilan
Dilantin
Dilaudid
Diley
Dilisio
Dilks
Dill
Dillie
Dillinger
Dillon
Dilly
Dimashq
Dimiter Skordev
Dimiter Vakarelov
Dimitri
Dimitris
Dimitrov
Dimitrovo
Dimitry
Dimmick
Dimmitt
Dimond
Dimphia
Din
Dina
Dina Kravets
Dina Meyer
Dinah
Dinah Washington
Dinan
Dinard
Dinaric Alps
Dincolo
Dindymene
Dine
Dinerman
Dinesen
Dinesh
Dinesh Katiyar
Ding-Zhu Du
Dingaan
Dingdong Dantes
Dinin
Dinka
Dinkas
Dinkum
Dinnage
Dinnie
Dinny
Dino
Dino P. Oliva
Dinoceras
Dinsdale
Dinse
Dinsmore
Dinuba
Dinwiddie
Diocletian
Diogenes
Diomede Islands
Diomedes
Dion
Dione
Dione de Graaff
Dionis
Dionisio
Dionne
Dionysia
Dionysius
Dionysus
Diophantus
Dior
Diores
Dioscuri
Dipolia
Dippold
Diptera
Dira
Dirac
Dire Straits
Directoire
Directory
Diredawa
Dirichlet
Dirk
Dirk Benedict
Dirk Bogarde
Dirk Siefkes
Dirk Van Gucht
Dirk van Dalen
Dis
Disario
Disciples of Christ
Discordia
Disharoon
Disini
Diskin
Disko
Diskson
Disney
Disneyland
Dispersion
Disraeli
Dissenter
Dita
Dithyrambus
Ditmars
Ditmore
Ditter
Dittersdorf
Dittman
Dituri
Ditzel
Diu
Diuril
Diushambe
Div
Divali
Diver
Dives
Divine
Divisionism
Divisionist
Diwali
Dix
Dixie
Dixie Carter
Dixie Chicks
Dixiecrat
Dixieland
Dixielander
Dixil
Dixmoor
Dixon
Diyarbakir
Diyarbekir
Djailolo
Djaja
Djajapura
Djakarta
Djambi
Djerba
Djibouti
Djilas
Djokjakarta
Dli
Dmitri
Dmitry Arkhangelsky
Dnaburg
Dnepr
Dneprodzerzhinsk
Dnepropetrovsk
Dnestr
Dnieper
Dniester
Dnitz
Doak
Doane
Doanna
Dobb
Dobbins
Dobie
Doble
Dobrinsky
Dobro
Dobruja
Dobrynin
Dobson
Dobuan
Dobuans
Docetism
Docia
Docila
Docile
Docilla
Docilu
Dodd
Dodds
Dode
Dodecanese
Dodge
Dodgem
Dodgeville
Dodgson
Dodi
Dodie
Dodoma
Dodona
Dodonian
Dodson
Dodsworth
Dodwell
Dody
Doe
Doehne
Doelling
Doenitz
Doerrer
Doersten
Doesjka Dubbelt
Dogberry
Dogberrys
Dogger
Doggett
Dogs
Doha
Doherty
Dohnnyi
Doi
Doig
Doisy
Dola
Dolan
Dolby
Dole
Doley
Dolf
Dolgeville
Dolhenty
Dolin
Dolius
Doll
Dollar
Dolley
Dollfuss
Dolli
Dollie
Dolloff
Dollond
Dolly
Dolly Parton
Dolmetsch
Dolomites
Dolon
Dolora
Dolores
Dolores Barreiro
Dolores Del Rio
Dolores Gray
Dolorita
Doloritas
Dolph
Dolph Lundgren
Dolphin
Dolton
Dom
Dom DeLuise
Domagk
Domash
Dombrowski
Domel
Domela
Domella
Domenech
Domenic
Domenico
Domeniga
Domett
Domina
Domineca
Dominga
Domingo
Domini
Dominic
Dominic Monaghan
Dominic Purcell
Dominic Welsh
Dominic West
Dominica
Dominican
Dominick
Dominik
Dominique
Dominique Dunne
Dominique Moceanu
Dominique Swain
Dominique van Roost
Dominique van Vliet
Domino
Dominus
Dominy
Domitian
Domnus
Domonic
Domph
Domremy-la-Pucelle
Domrmy-la-Pucelle
Don
Don Cheadle
Don Coppersmith
Don Coscarelli
Don Francks
Don Friesen
Don Good
Don Heller
Don Jeffcoat
Don Johnson
Don Kiel
Don Knotts
Don Loveland
Don McKellar
Don Novello
Don Rickles
Don Rose
Don Sannella
Don Stroud
Don Swayze
Don Woods
Dona
Donadee
Donaghue
Donahoe
Donahue
Donal
Donald
Donald B. Johnson
Donald Beaver
Donald Chinn
Donald E. Knuth
Donald Fussell
Donald O'Connor
Donald Pleasence
Donald Stanat
Donald Sutherland
Donalda
Donaldson
Donaldsonville
Donall
Donalsonville
Donalt
Donar
Donata
Donatelli
Donatello
Donati
Donatism
Donatist
Donatus
Donau
Donaugh
Donavon
Donbass
Doncaster
Dondi
Donegal
Donegan
Donela
Donell
Donell Jones
Donella
Donelle
Donelson
Donelu
Doner
Donets
Donetsk
Donetta
Dong
Dong Gun Jang
Dongola
Donia
Donica
Donielle
Donizetti
Donn
Donn-Byrne
Donna
Donna Air
Donna Brown
Donna D'Errico
Donna Derrico
Donna Douglas
Donna Frenzel
Donna Murphy
Donna Reed
Donna Summer
Donna Tartt
Donne
Donnell
Donnelly
Donnenfeld
Donni
Donnie
Donnie Wahlberg
Donnie Yen
Donny
Donny Osmond
Donoghue
Donoho
Donohue
Donough
Donovan
Donus
Doolittle
Doon
Doone
Doorn
Doornik
Doors
Doostoevsky
Dopp
Doppelger
Doppelmayer
Dopper
Doppler
Dor
Dora
Dorado
Doralia
Doralice
Doralin
Doralyn
Doralynn
Doralynne
Doran
Dorati
Doraville
Dorca
Dorcas
Dorcea
Dorchester
Dorcia
Dorcus
Dorcy
Dordogne
Dordrecht
Dore
Dore Smit
Doreen
Dorelia
Dorella
Dorelle
Dorena
Dorene
Doretta
Dorette
Dorey
Dorfman
Dori
Doria
Dorian
Doric
Dorice
Doriden
Dorie
Dorin
Dorina
Dorinda
Dorine
Dorion
Doris
Doris Day
Doris Roberts
Doris Wishman
Dorisa
Dorise
Dorison
Dorit Hochbaum
Dorita
Doritis
Dorkas
Dorking
Dorkus
Dorlisa
Dorman
Dormobile
Dorn
Dornbirn
Doro
Dorobo
Dorobos
Dorolice
Doron Drusinsky
Doron Peled
Dorotea
Doroteya
Dorothea
Dorothee
Dorothi
Dorothy
Dorothy Dandridge
Dorothy Oosting
Dorpat
Dorr
Dorran
Dorrance
Dorree
Dorren
Dorri
Dorrie
Dorris
Dorry
Dorset
Dorsetshire
Dorsey
Dorsman
Dorsy
Dort
Dorthea
Dorthy
Dortmund
Dorus
Dorweiler
Dorwin
Dory
Doscher
Dosh
Dosi
Dosia
Doss
Dostoevsky
Dot
DotComGuy
Dothan
Dotson
Dott
Dotti
Dottie
Dotty
Doty
Dou
Douai
Douala
Double Date
Double-Crostic
Doubleday
Doubler
Doubs
Doug
Doug Anthony Allstars
Doug Comer
Doug E. Doug
Doug Hutchison
Doug Ierardi
Doug McClure
Doug Motel
Doug Stone
Doug Tygar
Dougal
Dougald
Dougall
Dougherty
Doughman
Doughty
Dougie
Douglas
Douglas Adams
Douglas Fairbanks Jr.
Douglas Henshall
Douglas Jones
Douglas O'Keeffe
Douglas West
Douglas-Home
Douglass
Douglasville
Dougray Scott
Dougy
Doukhobor
Doukhobors
Doukhobortsy
Doumergue
Douro
Douschka
Douty
Douville
Douw
Dov
Dov Gabbay
Dov Harel
Dove
Dover
Dovev
Dovima
Dovzhenko
Dow
Dowagiac
Dowd
Dowdell
Dowden
Dowding
Dowell
Dowland
Dowlen
Dowling
Dowmetal
Down
Downall
Downe
Downes
Downey
Downing
Downingtown
Downpatrick
Downs
Dowski
Dowson
Dowzall
Doxia
Doy
Doykos
Doyle
Doylestown
Dr. Dre
Dr. Drew
Dr. Gilda Carle
Drabeck
Draco
Draconianism
Draconid
Dracula
Dragelin
Drago
Dragon
Dragone
Dragoon
Draguignan
Drain
Drais
Drake
Drakensberg
Dramamine
Drambuie
Drammen
Drances
Drancy
Drandell
Drape
Draper
Drava
Dravidian
Dravosburg
Dray
Drayton
Dream
Dream Street
Dreams
Dreann
Drebbel
Dreda
Dreeda
Dreher
Dreibund
Dreiser
Dremann
Dren
Drenmatt
Drenthe
Drer
Drescher
Dresden
Dressel
Dressler
Drew
Drew Barrymore
Drew Carey
Drew Lachey
Drew Winget
Drewett
Drews
Drexler
Dreyer
Dreyfus
Dreyfusard
Dric
Drice
Drida
Drin
Drina
Drinkwater
Dripps
Driscoll
Driskill
Drisko
Drislane
Drobman
Drogheda
Drogin
Drolet
Dronski
Drooff
Dru
Dru Hill
Druce
Druci
Drucie
Drucill
Drucilla
Drucy
Drud
Drue
Druella
Drug
Drugge
Drugi
Druid
Drummond
Drus
Druse
Drusi
Drusie
Drusilla
Drusus
Drusy
Druze
Dry
Dryas
Dryden
Drye
Dryfoos
Drygalski
Dryope
Dryopithecus
Drysdale
Dseldorf
DuBois
DuPont
Duala
Duane
Duane Finley
Duane Loken
Duarte
Duax
Dubai
Dubbo
Dubcek
Dubenko
Dubinsky
Dublin
Dubliners
Dubois
Dubonnet
Dubrovnik
Dubuffet
Dubuque
Ducan
Ducasse
Duce
Duchamp
Duchamp-Villon
Duck
Ducommun
Dud
Dudden
Dudevant
Dudley
Dudley Moore
Duer
Duero
Duester
Dufay
Duff
Duff McKagan
Duffie
Duffy
Dufy
Dugaid
Dugan
Dugas
Duggan
Duhamel
Duhl
Duisburg
Dukas
Duke
Duke Ellington
Dukey
Dukhobors
Dukie
Duky
Dulaney
Dulce
Dulcea
Dulci
Dulcia
Dulciana
Dulcibelle
Dulcie
Dulcine
Dulcinea
Dulcitone
Dulcle
Dulcy
Duleba
Dulla
Dulles
Dulsea
Duluth
Duma
Dumaguete
Dumah
Dumanian
Dumas
Dumbarton
Dumfries
Dumm
Dumond
Dumont
Dumuzi
Dumyat
Dun
Duna
Dunaj
Dunant
Dunarea
Dunaville
Dunbar
Dunbarton
Dunc
Duncan
Duncan Regehr
Duncan Sheik
Duncanville
Dundalk
Dundee
Dunedin
Dunellen
Dunfermline
Dung Huynh
Dungeness
Dunham
Dunker
Dunkerque
Dunkin
Dunkirk
Dunlavy
Dunlop
Dunn
Dunne
Dunning
Dunois
Dunoon
Dunsany
Dunseath
Dunsinane
Dunsmuir
Dunson
Dunstable
Dunstan
Dunston
Dunthorne
Dunton
Duntroon
Duntson
Duong
Dupaix
Duparc
Dupin
Dupleix
Duplessis-Mornay
Dupo
Dupont
Dupr
Dupre
Dupuis
Dupuy
Duquesne
Duquette
Dur
Duralumin
Duran Duran
Durance
Durand
Durango
Durant
Durante
Duranty
Durarte
Durazzo
Durban
Durene
Durer
Durex
Durgy
Durham
Durkee
Durkheim
Durkin
Durman
Durnan
Durning
Durno
Duroc
Durr
Durrace
Durrell
Durrett
Durst
Durstin
Durston
Durtschi
Durward
Durware
Durwin
Durwood
Durwyn
Duryea
Dusa
Duse
Dusehra
Dusen
Dushanbe
Dust
Dustan
Duster
Dustie
Dustin
Dustin Hoffman
Dustin Nguyen
Dustman
Duston
Dusty
Dusty Springfield
Dusza
Dutch
Dutchman
Dutchman's-breeches
Dutchman's-pipe
Dutchmen
Duthie
Duval
Duvalier
Duvall
Duveneck
Duvida
Duwalt
Duwe
Duyne
Dvina
Dvinsk
Dvorak
Dwain
Dwaine
Dwan
Dwane
Dwayne
Dwayne Cameron
Dwayne Hickman
Dwayne Johnson
Dweck
Dweezil Zappa
Dwight
Dwight Schultz
Dwight Whitley
Dwight Yoakam
Dwinnell
Dworman
Dwyer
Dyak
Dyal
Dyan
Dyana
Dyana Ortelli
Dyane
Dyann
Dyanna
Dyanne
Dyaus
Dyce
Dyche
Dyer
Dyersville
Dyfed
Dygal
Dygall
Dygert
Dyke
Dyl
Dylan
Dylan McDermott
Dylan Sprouse
Dylana
Dylane
Dymas
Dymoke
Dympha
Dymphia
Dyna
Dynah
Dynel
Dyophysite
Dyothelite
Dyothelitism
Dysart
Dyson
Dyula
Dyun
Dyushambe
Dzaudzhikau
Dzerzhinsk
Dzhambul
Dzhugashvili
Dzoba
Dzongka
Dzungaria
E-boat
E. C. Zeeman
E.F. Codd
E.F. Moore
E.G. Straus
E.H. Moore
E.J. McCluskey
E.J. McShane
E.L. Chaffee
E.P. Rotterdam
E.R. Olderog
EAA
EACSO
EAM
EBCDIC
ECA
ECG
ECOWAS
ECU
EDC
EDP
EDT
EDTA
EEC
EEE
EEG
EFTA
EGO
EGmc
EHF
EHFA
EKG
ELAS
EMR
EMU
EMet
ENE
ERA
ERP
ERV
ESE
ESP
ESRO
EST
ETA
ETD
ETO
ETV
EVA
Eachern
Eada
Eade
Eadie
Eadith
Eadmund
Eads
Eadwina
Eadwine
Eagle
Eagle-Eye Cherry
Eagles
Eakins
Ealasaid
Ealing
Eamon
Eanes
Eanore
Earhart
Earl
Earla
Earle
Earleen
Earlene
Earley
Earlie
Early
Earp
Earth, Wind & Fire
Eartha
Eartha Kitt
Earthshaker
Earvin
Easley
East
East 17
East-sider
Eastbourne
Easter
Easter-ledges
Eastern Ghats
Easterner
Eastertide
Eastlake
Eastleigh
Eastman
Easton
Eaton
Eatonton
Eatton
Eavan Boland
Eaves
EbS
Eba
Ebarta
Ebba
Ebbarta
Ebberta
Ebbie
Ebby
Eben
Ebeneser
Ebenezer
Ebensburg
Ebergen
Eberhard
Eberhart
Eberle
Eberly
Ebert
Eberta
Eberto
Eblis
Ebn
Ebner
Ebneter
Eboh
Ebonee
Ebony
Eboracum
Ebro
Ebsen
Ecbatana
Eccl
Eccles
Ecclesiastes
Ecclesiastical Commissioners
Ecclesiasticus
Ecclus
Ecevit
Echecles
Echegaray
Echemus
Echetus
Echikson
Echinodermata
Echinoidea
Echion
Echo
Echo Johnson
Eck
Eckardt
Eckart
Eckblad
Eckel
Eckermann
Eckhardt
Eckhart
Eckmann
Eclogues
Econah
Economy
Ecorse
Ecua
Ecuador
Ecuadoran
Ecuadorean
Ecuadorian
Ed Burns
Ed Coffman
Ed Gale
Ed Granirer
Ed Harris
Ed McCreight
Ed McMahon
Ed O'Neill
Ed Reingold
Ed Robertson
Ed Wasser
EdB
EdD
EdM
EdS
Eda
Edam
Edan
Edana
Edbert
Edcouch
Edd
Edda
Eddana
Eddas
Eddi
Eddie
Eddie Bunker
Eddie Cibrian
Eddie Deezen
Eddie Furlong
Eddie Izzard
Eddie Kaye Thomas
Eddie Marsan
Eddie Murphy
Eddie Thomas
Eddie Van Halen
Eddie Vedder
Eddina
Eddington
Eddra
Eddy
Eddystone
Ede
Edea
Edeline
Edelman
Edelson
Edelstein
Edelsten
Eden
Eden's Crush
Edenton
Ederle
Edessa
Edette
Edgar
Edgar Allan Poe
Edgar Knapp
Edgard
Edgardo
Edge
Edgefield
Edgehill
Edgell
Edgerton
Edgewater
Edgewood
Edgeworth
Edhessa
Edholm
Edi
Edie
Edie Falco
Edik
Edin
Edina
Edinburg
Edinburgh
Edirne
Edison
Edita
Edith
Edith Spaan
Editha
Edithe
Ediva
Edla
Edley
Edlin
Edlun
Edlyn
Edman
Edmanda
Edme
Edmea
Edmead
Edmee
Edmon
Edmond
Edmond O'Brien
Edmonda
Edmonde
Edmondo
Edmonds
Edmonton
Edmund
Edmund Clarke
Edmund Clerihew Bently
Edmund Hlawka
Edmund Ihler
Edmund Lamagna
Edmunda
Edna
Ednas
Ednie
Edny
Edo
Edoardo Ballerini
Edom
Edomite
Edora
Edouard
Edra
Edrea
Edrei
Edric
Edrick
Edris
Edrock
Edroi
Edsel
Edsger Wybe Dijkstra
Edson
Eduard
Eduardo
Eduardo F. Barbosa
Eduardo Yanez
Edva
Edvard
Edveh
Edward
Edward Albert
Edward Asner
Edward Burns
Edward Fox
Edward Furlong
Edward G Robinson
Edward Norton
Edward R. Scheinerman
Edward Sciore
Edward Stedman
Edward Woodward
Edwardianism
Edwards
Edwardsian
Edwardsville
Edwige Veermeer
Edwin
Edwin Spanier
Edwina
Edwine
Edwyna
Edy
Edyie
Edyta Gorniak
Edyth
Edythe
Efahan
Effie
Effingham
Effy
Efik
Efim Kinber
Efram
Efrem
Efren
Efron
Efthim
Egadi
Egan
Egarton
Egbert
Egede
Eger
Egeria
Egerton
Egesta
Eggett
Eggleston
Egham
Egide
Egidio
Egidius
Egin
Egk
Eglanteen
Eglantine
Eglevsky
Egmont
Egon
Egor
Egwan
Egwin
Egypt
Egyptian
Egyptianisation
Egyptianism
Egyptianization
Egypticity
Egyptologist
Egyptology
Ehling
Ehlke
Ehman
Ehr
Ehrenberg
Ehrenbreitstein
Ehrenburg
Ehrlich
Ehrman
Ehrsam
Ehud
Ehudd
Eichendorff
Eichman
Eichmann
Eidson
Eiffel
Eiffel 65
Eiger
Eijkman
Eike Best
Eilat
Eileen
Eileen Albrizio
Eileen Collins
Eileen Davidson
Eileen Ryan
Eileen Tung
Eileithyia
Eilis
Eilshemius
Eimile
Eimmart
Einar
Einberger
Eindhoven
Einhorn
Einstein
Einthoven
Eion Bailey
Eioneus
Eipper
Eire
Eirena
Eirene
Eisele
Eisen
Eisenach
Eisenberg
Eisenhart
Eisenhower
Eisenstadt
Eisenstark
Eisenstein
Eiser
Eisinger
Eisk
Eisler
Eitan Gurari
Eiten
Ekaterina
Ekaterina Gordeeva
Ekaterinburg
Ekaterinodar
Ekaterinoslav
Ekin Cheng
El Hajj Malik El Shabazz
Ela
Ela Weber
Elagabalus
Elah
Elaina
Elaine
Elaine Hendrix
Elaine Miles
Elaine Weyuker
Elam
Elamite
Elamitic
Elana
Elane
Elaphebolia
Elara
Elastoplast
Elat
Elata
Elatia
Elatus
Elayne
Elazaro
Elazig
Elba
Elbart
Elbe
Elberfeld
Elbert
Elberta
Elbertina
Elbertine
Elberton
Elbie
Elbl
Elblag
Elboa
Elbring
Elbrus
Elburr
Elburt
Elburz Mountains
Elche
Elconin
Elda
Elden
Elder
Eldin
Eldo
Eldon
Eldora
Eldorado
Eldoree
Eldoria
Eldred
Eldreda
Eldredge
Eldreeda
Eldrid
Eldrida
Eldridge
Eldwen
Eldwin
Eldwon
Eldwun
Elea
Eleanor
Eleanor Hare
Eleanor Roosevelt
Eleanora
Eleanore
Eleatic
Eleaticism
Eleazar
Electra
Electrides
Electryon
Eleen
Eleia
Elena
Elena Produnova
Elene
Eleni
Elenor
Elenore
Eleonora
Eleonore
Eleph
Elephus
Elery
Eleusinia
Eleusinian
Eleusinian mysteries
Eleusis
Eleuthera
Eleutherius
Elevs
Elexa
Elf
Elfi Von Dassanowsky
Elfie
Elfont
Elfreda
Elfrida
Elfrieda
Elfstan
Elga
Elgan
Elgar
Elger
Elgin
Elgin Marlow
Elgon
Eli
Eli Shamir
Eli Upfal
Elia
Elia Kazan
Eliades
Eliane Giardini
Elianora
Elianore
Elias
Eliason
Eliath
Eliathan
Eliathas
Elicia
Elicius
Elidad
Elie
Eliezer
Eliezer Dekel
Eliga
Elihu
Elijah
Elijah Wood
Elik
Elinor
Elinor Donahue
Elinore
Elinvar
Eliot
Eliot Chang
Eliott
Eliphaz
Elis
Elisa
Elisa Bridges
Elisa Cariera
Elisabet
Elisabeth
Elisabeth Rohm
Elisabeth Shue
Elisabethville
Elisabetta
Elisavetgrad
Elisavetpol
Elise
Elise Neal
Elisee
Eliseo
Elish
Elisha
Elisha Cuthbert
Elison
Elissa
Elissa Bridges
Elita
Eliz
Eliza
Eliza Dushku
Elizabet
Elizabeth
Elizabeth Ann Hilden
Elizabeth Anne Allen
Elizabeth Ashley
Elizabeth Auten
Elizabeth Berkley
Elizabeth Bishop
Elizabeth Dole
Elizabeth Franz
Elizabeth Gaskell
Elizabeth Hurley
Elizabeth McGovern
Elizabeth Montgomery
Elizabeth Morehead
Elizabeth Moss
Elizabeth Perkins
Elizabeth Taylor
Elizabeth Ward Gracen
Elizabethan
Elizabethtown
Eljas Soisalon-Soininen
Elka
Elkanah
Elke
Elkhart
Elkhorn
Elkin
Elkins
Elko
Elkton
Ell
Ella
Ella Fitzgerald
Ella Raines
Elladine
Ellamae
Ellan
Ellard
Ellary
Ellas
Ellata
Elldridge
Elle
Elle MacPherson
Elleke van Doorn
Ellemieke Vermolen
Ellen
Ellen Barkin
Ellen Borst
Ellen Burstyn
Ellen DeGeneres
Ellen Hidding
Ellen Muth
Ellen Stonebreaker
Ellen Wheeler
Ellen ten Damme
Ellene
Ellensburg
Ellenville
Ellerd
Ellerey
Ellersick
Ellery
Elles de Bruin
Ellett
Ellette
Ellga
Elli
Ellice Islands
Ellicott
Ellie
Ellinger
Ellingston
Ellington
Elliot
Elliott
Elliott Gould
Elliott Murphy
Ellis
Ellis Horowitz
Ellison
Ellissa
Ellita
Ellmyer
Ellon
Ellora
Ellord
Ellswerth
Ellsworth
Ellwood
Elly
Ellyn
Ellynn
Elma
Elmajian
Elmaleh
Elman
Elmer
Elmhurst
Elmina
Elmira
Elmo
Elmont
Elmore
Elmsford
Elna
Elnora
Elnore
Elo
Elodea
Elodia
Elodie
Elohim
Elohism
Elohist
Eloisa
Eloise
Elon
Elora
Eloy
Eloyse
Elpenor
Elreath
Elrica
Elrod
Elroy
Els
Elsa
Elsa Benitez
Elsa Zylberstein
Elsan
Elsass
Elsass-Lothringen
Elsbeth
Elsdon
Else
Elsemieke Havenga
Elsene
Elsevier
Elsey
Elsi
Elsie
Elsinore
Elsmere
Elson
Elspet
Elspeth
Elstan
Elston
Elsworth
Elsy
Elton
Elton John
Eluard
Elul
Elum
Elura
Elurd
Elva
Elvah
Elvera
Elverda
Elvia
Elvie
Elvin
Elvina
Elvine
Elvira
Elvira Mayordomo
Elvis
Elvis Costello
Elvis Presley
Elvis Stojko
Elvita
Elvyn
Elwaine
Elwee
Elwin
Elwina
Elwira
Elwood
Elwyn
Ely
Elyn
Elyot
Elys
Elyse
Elysha
Elysia
Elysium
Elyssa
Elzevir
Ema
Emad
Emalee
Emalia
Emanuel
Emanuela
Emanuele
Emarie
Emathion
Ember days
Embeth Davidtz
Embla
Embry
Emden
Emee
Emelda
Emelen
Emelia
Emelin
Emelina
Emeline
Emelita
Emelun
Emelyne
Emera
Emerald
Emeric
Emerick
Emersen
Emerson
Emery
Emeryville
Emi Wakui
Emie
Emil
Emil Sitka
Emil Volcheck
Emile
Emilee
Emili
Emilia
Emilia Fox
Emilia-Romagna
Emilie
Emilie de Ravin
Emiline
Emilio
Emilio Estevez
Emily
Emily Bronte
Emily Erwin-Robison
Emily Friedman
Emily Mortimer
Emily Procter
Emily Watson
Emily Whigham
Emina
Eminem
Eminence
Eminescu
Emiri Henmi
Emiri Nakayama
Emiscan
Emitron
Emlen
Emlin
Emlyn
Emlynn
Emlynne
Emma
Emma Bunton
Emma Caulfield
Emma Harrison
Emma Ledden
Emma Noble
Emma Samms
Emma Shapplin
Emma Sjoberg
Emma Thompson
Emmalee
Emmaline
Emmalyn
Emmalynn
Emmalynne
Emmanuel
Emmanuel Waller
Emmanuelle Beart
Emmanuelle Seigner
Emme
Emmeline
Emmen
Emmenthal
Emmenthaler
Emmer
Emmeram
Emmerich
Emmerie
Emmery
Emmet
Emmetsburg
Emmett
Emmey
Emmi
Emmie
Emmies
Emmit
Emmons
Emmott
Emmuela
Emmy
Emmy Rossum
Emmye
Emmylou
Emo Welzl
Emogene
Emory
Emp
Empedocles
Empire
Empirin
Emporia
Emporium
Empson
Empusae
Emrich
Ems
Emsmus
Emsworth
Emyle
Emylee
En Vogue
Ena
Enalda
Enalus
Enarete
Enceladus
Encina
Encke
Encrata
Encratia
Encratis
End
Endecott
Ender
Enders
Endicott
Endo
Endor
Endora
Endre Szemeredi
Endres
Endymion
Enenstein
Enesco
Enfield
Eng
Engadine
Engdahl
Engeddi
Engedi
Engedus
Engel
Engelbert
Engelbert Humperdinck
Engelberta
Engelhart
Engels
Engen
Engenia
England
Englander
Engle
Englebert
Engleman
Englis
English
Englisher
Englishism
Englishman
Englishmen
Englishness
Englishry
Englishwoman
Englishwomen
Engracia
Engud
Engvall
Enid
Eniopeus
Eniwetok
Enki
Enkidu
Enlightenment
Enlil
Ennis
Enniskillen
Ennius
Ennomus
Ennosigaeus
Eno
Enoch
Enola
Enone
Enos
Enovid
Enrica
Enrichetta
Enrico
Enrika
Enrique
Enrique Iglesias
Enriqueta
Ens
Enschede
Ensenada
Ensign
Ensoll
Ensor
Entebbe
Entellus
Enterprise
Entre-Deux-Mers
Entwistle
Enugu
Enumclaw
Enya
Enyalius
Enyedy
Enyeus
Enyo
Enzed
Eocene
Eogene
Eoin
Eolande
Eolian
Eolic
Eoline
Eos
Epaminondas
Epaphus
Epeans
Epeus
Eph
Ephes
Ephesian
Ephesians
Ephesus
Ephialtes
Ephraim
Ephraim Korach
Ephraimite
Ephram
Ephrata
Ephrem
Epibaterius
Epicaste
Epictetus
Epicurean
Epicureanism
Epicurus
Epidaurus
Epidemiarum
Epifano
Epigenes
Epigoni
Epimenides
Epimetheus
Epione
Epiph
Epiphania
Epiphanies
Epiphany
Epirote
Epirus
Epis
Episc
Episcopalian
Episcopalianism
Epistle
Epner
Epp
Epperson
Eppes
Eppie
Epps
Epsilon
Epsom
Epstein
Equanil
Equity
Equuleus
Eradis
Eran
Eras
Erasme
Erasmian
Erasmianism
Erasmo
Erasmus
Erastatus
Eraste
Erastes
Erastian
Erastianism
Erastus
Erasure
Erato
Eratosthenes
Erb
Erbe
Erbes
Erbil
Erceldoune
Ercilla
Erckmann-Chatrian
Erda
Erdah
Erdda
Erde
Erdei
Erdman
Erdrich
Erebus
Erech
Erechim
Erechtheum
Erechtheus
Erek
Erelia
Erena
Erenburg
Ereshkigal
Ereuthalion
Erevan
Erewhon
Erez Petrank
Erfurt
Ergane
Ergener
Erginus
Ergotrate
Erhard
Erhard Schmidt
Erhardt
Erhart
Eri
Eri Imai
Eri Kitayama
Eriboea
Eric
Eric Allender
Eric Amber
Eric Bach
Eric Benet
Eric Blair
Eric Bogosian
Eric Chen
Eric Clapton
Eric Close
Eric Idle
Eric Jeltsch
Eric Jerome Dickey
Eric Kaltofen
Eric Lindros
Eric Lively
Eric Lloyd
Eric Lutes
Eric McCormack
Eric Olsen
Eric Roberts
Eric Schweig
Eric Stoltz
Eric Torng
Erica
Erich
Erich Hecke
Ericha
Erichthonius
Erick
Ericka
Ericksen
Erickson
Ericson
Ericsson
Erida
Eridanus
Eridu
Erie
Erigena
Erigone
Eriha
Erik
Erik Estrada
Erik Meineche Schmidt
Erik P. de Vink
Erik Palladino
Erik Sandewall
Erik Thompson
Erik Thomson
Erik de Zwart
Erik von Detten
Erika
Erika Alexander
Erika Eleniak
Erika Ito
Erika Slezak
Erika Takacs
Eriko Sato
Erikson
Erimanthus
Erin
Erin Dean
Erin Ellington
Erin Gray
Erin Hoffman
Erin J Dean
Erin J. Dean
Erin Murphy
Erina
Erine
Erinn
Erinna
Erinyes
Erinys
Eriq La Salle
Eriq LaSalle
Eris
Eritrea
Eritrean
Erivan
Erkan
Erkki Makinen
Erl
Erland
Erlander
Erlandson
Erlang
Erlangen
Erlanger
Erle
Erleena
Erlene
Erlewine
Erlin
Erlina
Erline
Erlinna
Erlond
Erma
Ermalinda
Ermanaric
Ermanno
Erme
Ermeena
Ermentrude
Ermey
Ermin
Ermina
Ermine
Erminia
Erminie
Erminna
Ern
Erna
Ernald
Ernaldus
Ernaline
Erne
Ernest
Ernest Borgnine
Ernest Hemingway
Ernesta
Ernestine
Ernesto
Ernestus
Ernie
Ernie Guillemin
Ernie Hudson
Ernie Kovacs
Ernie Reyes Jr
Ernie Reyes Jr.
Ernst
Ernst Specker
Ernst W. Mayr
Erny
Eros
Erotes
Errecart
Errhephoria
Errick
Errol
Errol Flynn
Errol Lloyd
Erroll
Erse
Erskine
Ertha
Erulus
Erund
Erv
Ervin
Ervine
Erving
Erwin
Erwin Engeler
Erwinia
Erycina
Erykah Badu
Erymanthus
Eryn
Erysichthon
Erythraeum
Eryx
Erzgebirge
Erzurum
Esau
Esbensen
Esbenshade
Esbjerg
Esc
Escanaba
Escaut
Esch
Escherichia
Escoffier
Escondido
Escorial
Escudero
Esculapian
Escurial
Esd
Esdraelon
Esdras
Esdud
Esenin
Eshelman
Esher
Eshkol
Eshman
Eshrat Arjomandi
Esidrix
Esk
Eskil
Eskill
Eskilstuna
Eskimo
Eskimo-Aleut
Eskimologist
Eskimology
Eskimos
Eskisehir
Esko Ukkonen
Esky
Eslie
Esma
Esmaria
Esme
Esmee de la Bretoniere
Esmeralda
Esmeraldas
Esmerelda
Esmerolda
Esmond
Espana
Espartero
Espen Lind
Esperantism
Esperantist
Esperanto
Espoo
Espronceda
Espy
Esq
Esquiline
Esquimau
Esra
Essa
Essam
Essaouira
Essen
Essene
Essequibo
Essex
Essexville
Essie
Essinger
Essonne
Essy
Esta
Esta Terblanche
Establishment
Estas
Este
Esteban
Esteban Louis Powell
Estel
Estele
Estell
Estella
Estella Warren
Estelle
Estelle Getty
Estelle Halliday
Esten
Ester
Ester Canadas
Esterhazy
Estes
Estevan
Estey
Esth
Esther
Esther Apituley
Esther Canadas
Esther De Jong
Esther Duller
Esther Eikelenboom
Esther Way
Esther Williams
Estherville
Esthonia
Esthonian
Estienne
Estis
Estonia
Estonian
Estrella
Estrellita
Estremadura
Estren
Estrin
Estron
Estus
Eta
Etam
Etan
Etana
Etem
Eteocles
Eth
Ethan
Ethan Coen
Ethan Embry
Ethan Hawke
Ethan Peck
Ethan Phillips
Ethan Suplee
Ethanim
Ethban
Ethben
Ethbin
Ethbinium
Ethbun
Ethe
Ethel
Ethel Merman
Ethel Waters
Ethelbert
Ethelda
Ethelee
Ethelene
Ethelette
Ethelin
Ethelind
Ethelinda
Etheline
Ethelstan
Ethelyn
Etherege
Ethiopia
Ethiopian
Ethiopic
Ethlyn
Ethyl
Ethyle
Etienne
Etka
Etna
Etoile
Etom
Eton
Etonian
Etowah
Etr
Etra
Etrem
Etruria
Etruscan
Etruscologist
Etruscology
Etta
Ettabeth
Ettari
Ettarre
Etti
Ettie
Ettinger
Ettore
Etty
Etz
Etzel
Euaechme
Euboea
Euboean
Eubuleus
Eucharist
Euchenor
Euchite
Eucken
Euclea
Euclid
Euclides
Euctemon
Eudist
Eudo
Eudoca
Eudocia
Eudora
Eudorus
Eudosia
Eudoxia
Eudoxus
Euell
Euemerus
Eufaula
Eug
Eugen
Eugene
Eugene Luks
Eugene Madison
Eugene Robert Glazer
Eugene Stark
Eugenia
Eugenides
Eugenie
Eugenio
Eugenius
Eugeniusz
Eugenle
Euglena
Eugnie
Euh
Euhemerus
Euippe
Eula
Eulalee
Eulalia
Eulaliah
Eulalie
Eulau
Eulee
Euler
Euler-Chelpin
Eulis
Eumaeus
Eumedes
Eumelus
Eumenides
Eumolpus
Euneus
Eunice
Eunomia
Eunomus
Eupheemia
Euphemia
Euphemiah
Euphemie
Euphemus
Euphorbus
Euphorion
Euphrates
Euphrosyne
Euphues
Euplotes
Eur
Eurasia
Eurasian
Euratom
Eure
Eure-et-Loir
Eureka
Euridice
Euripides
Eurippa
Euroclydon
Eurocommunism
Eurocrat
Eurodollar
Eurodollars
Euromarket
Euromart
Europa
Europe
European
Europeanisation
Europeanism
Europeanization
Europoort
Eurotas
Eurovision
Eurus
Euryale
Eurybates
Eurybia
Euryclea
Eurydamas
Eurydice
Euryganeia
Eurylochus
Eurymachus
Eurymede
Eurymedon
Eurynome
Eurypylus
Eurysaces
Eurysthenes
Eurystheus
Eurytion
Eurytus
Eusebio
Eusebius
Eustace
Eustache
Eustachio
Eustacia
Eustashe
Eustasius
Eustatius
Eustazio
Eustis
Eutaw
Euterpe
Euton
Eutopia
Eutychianus
Eva
Eva Habermann
Eva Herzigova
Eva Larue
Eva Le Gallienne
Eva Peron
Eva Tardos
Evadne
Evadnee
Evaleen
Evalyn
Evan
Evan Bonifant
Evan Cohn
Evan Farmer
Evan Rachel Wood
Evander
Evander Holyfield
Evang
Evangelia
Evangelina
Evangeline
Evangelist
Evangelists
Evania
Evanne
Evannia
Evans
Evansdale
Evanston
Evansville
Evante
Evanthe
Evaristus
Evars
Evatt
Eve
Eve 6
Eve Brent
Eve Salvail
Eveleen
Eveleth
Evelin
Evelina
Eveline
Evelinn
Evelunn
Evelyn
Evelyn Waugh
Evemerus
Even
Eventus
Evenus
Everara
Everard
Everdur
Evered
Everes
Everest
Everett
Everglades
Evergood
Evergreen
Everick
Everrs
Evers
Eversole
Everson
Evert
Everyman
Evesham
Evetta
Evette
Evey
Evgeny Plushenko
Evie
Evin
Evipal
Evita
Evius
Evnissyen
Evonne
Evora
Evoy
Evreux
Evros
Evslin
Evtushenko
Evva
Evvie
Evvoia
Evvy
Evy
Evyleen
Evyn
Ewa
Ewald
Ewall
Ewan
Ewan McGregor
Ewan Stewart
Ewan Tempero
Eward
Ewart
Ewe
Ewell
Ewen
Ewens
Ewer
Ewig-weibliche
Ewing
Ewold
Exc
Excalibur
Excellency
Exchequer
Exclusive Brethren
Exeter
Exile
Exmoor
Exod
Exodus
Explorer
Expressionism
Expressionist
Extremadura
Exultet
Eyck
Eyde
Eydie
Eyeleen
Eyetie
Eyla
Eyre
Eysenck
Eysk
Ezana
Ezar
Ezara
Ezaria
Ezarra
Ezarras
Ezechias
Ezechiel
Ezek
Ezekiel
Ezequiel
Eziechiele
Ezmeralda
Ezr
Ezra
Ezri
Ezzo
F-display
F-scope
F-state
F. Oort
F.L. Bauer
F.W.D. Levi
FAA
FAAAS
FAD
FAM
FAO
FAS
FBA
FBI
FCA
FCC
FCIC
FDA
FDIC
FDR
FEB
FEPC
FERA
FET
FFA
FFC
FFI
FFV
FGSA
FHA
FHLBA
FICA
FIDO
FIFA
FIFO
FLB
FLN
FMB
FMCS
FMN
FMk
FNMA
FOE
FOR
FORTRAN
FOS
FPC
FPHA
FPO
FRB
FRC
FRCP
FRCS
FRGS
FRS
FRSL
FRSS
FSA
FSH
FSR
FTC
FWA
FYI
Fabe
Fabens
Faber
Faberg
Fabi
Fabian
Fabianism
Fabiano
Fabien
Fabio
Fabiola
Fabiolas
Fablan
Fables
Fabozzi
Fabre
Fabri
Fabria
Fabriane
Fabrianna
Fabrianne
Fabriano
Fabrice
Fabrice Luchini
Fabricius
Fabrienne
Fabrikoid
Fabrin
Fabritius
Fabrizio Bentivoglio
Fabrizio Luccio
Fabron
Fabyola
Fachan
Fachanan
Fachini
Factice
Factor
Fadden
Faden
Fadeometer
Fadeyev
Fadil
Fadiman
Fae
Faenza
Faeroes
Faeroese
Fafnir
Fagaly
Fagan
Fagen
Faggi
Fagin
Fahey
Fahimeh Jalili
Fahland
Fahr
Fahrenheit
Fahy
Fai
Faial
Faina
Fair
Fairbanks
Fairborn
Fairbury
Faires
Fairfax
Fairfield
Fairhope
Fairleigh
Fairley
Fairlie
Fairman
Fairmont
Fairmount
Fairport
Fairuza Balk
Fairview
Fairway
Fairweather
Faisal
Faith
Faith Evans
Faith Fich
Faith Ford
Faith Hill
Faith Prince
Faiyum
Faizabad
Fakieh
Falange
Falangist
Falasha
Falashas
Falcone
Falconer
Falda
Falerii
Falernum
Faletti
Falfurrias
Falieri
Faline
Faliscan
Falito
Falk
Falkenhayn
Falkirk
Falkner
Fall
Falla
Fallon
Fallon Bowman
Falls
Falmouth
Falstaff
Falster
Faludi
Falun
Falzetta
Famagusta
Fameuse
Familist
Famke Janssen
Fan
Fan Chung
Fanagalo
Fanchan
Fanchet
Fanchette
Fanchie
Fanchon
Fancia
Fancie
Fancy
Fanechka
Fanestil
Faneuil
Fanfani
Fang
Fangio
Fania
Fanica Gavril
Fann Wong
Fanni
Fannie
Fannie Flagg
Fanning
Fanny
Fanny Ardant
Fanny Yuen Kit Ying
Fano
Fantasia
Fantasy
Fante
Fanti
Fantin-Latour
Fanya
Far
Fara
Faraday
Farah
Farah Fath
Farand
Farant
Fareham
Farewell
Fargo
Farhi
Fari
Faria
Faribault
Farica
Farid Alizadeh
Farika
Farinelli
Fariss
Farkas
Farl
Farland
Farlay
Farlee
Farleigh
Farley
Farlie
Farly
Farman
Farmann
Farmelo
Farmer
Farmer's Daughter
Farmersville
Farmerville
Farmingdale
Farmington
Farmville
Farnborough
Farnese
Farnham
Farnsworth
Farny
Faro
Faroes
Faroese
Faron Moller
Farquhar
Farr
Farra
Farragut
Farrah
Farrah Fawcett
Farrah Summerford
Farrand
Farrar
Farrel
Farrell
Farrica
Farrington
Farris
Farrish
Farrison
Farro
Farron
Farrow
Fars
Faruq
Farver
Farwell
Fasano
Fascism
Fascist
Fascista
Fascisti
Fashoda
Faso
Fassbinder
Fassold
Fast
Fasta
Fasto
Fatah
Fatboy Slim
Fates
Father
Fathometer
Fatiha
Fatima
Fatima Robinson
Fatimah
Fatimid
Fatma
Fats Domino
Fatshan
Fattal
Fatty Arbuckle
Faubert
Faubion
Fauch
Faucher
Faulkner
Fauman
Faun
Faunia
Faunus
Faur
Faus
Faust
Fausta
Faustena
Faustina
Faustine
Fausto
Faustulus
Faustus
Fauve
Fauver
Fauvism
Fauvist
Faux
Favata
Favian
Favianus
Favien
Favilla
Favin
Favonia
Favonius
Favrot
Fawcett
Fawcette
Fawkes
Fawn
Fawna
Fawne
Fawnia
Fax
Faxan
Faxen
Faxon
Faxun
Fay
Fayal
Fayanne
Faydra
Faye
Faye Dunaway
Faye Wong
Fayetta
Fayette
Fayetteville
Fayina
Fayme
Fayola
Fayre
Fayth
Faythe
Fayum
Fazeli
Feala
Fear
Featherstone
Feb
Febe
Februaries
February
Fechner
Fechter
Fecunditatis
Fed
Fedak
Federal
Federalism
Federica
Federico
Federico Fellini
Fedin
Fedirko
Fedora
Fee
Feeley
Feeney
Feer
Feigin
Feil
Fein
Feinberg
Feingold
Feininger
Feinleib
Feinstein
Feisal
Feld
Felda
Felder
Feldman
Feldstein
Feldt
Felecia
Feledy
Felic
Felice
Felicia
Feliciana
Felicidad
Felicie
Felicio
Felicity
Felicity Brewis-Pawellek
Felike
Feliks
Felipa
Felipe
Felise
Felisha
Felita
Felix
Felix Browder
Felix Klein
Felix Yat-Wah Wong
Feliza
Felizio
Feller
Felling
Fellini
Fellner
Fellow
Fellows
Felske
Felt
Felten
Feltie
Felton
Felty
Fem
Femi
Femke Wolthuis
Femmine
Fen
Fendig
Fenella
Fengkieh
Fengtien
Fenian
Fenianism
Fenn
Fennell
Fennelly
Fenner
Fennessy
Fennie
Fenny
Fenrir
Fens
Fenton
Fenwick
Feodor
Feodora
Feodore
Feola
Feosol
Ferber
Ferd
Ferde
Ferdie
Ferdinana
Ferdinand
Ferdinand Lindemann
Ferdinanda
Ferdinande
Ferdus
Ferdy
Fergana
Fergus
Ferguson
Feriga
Feringi
Ferino
Fermanagh
Fermat
Fermi
Fermin
Fern
Ferna
Fernald
Fernand
Fernanda
Fernanda Montenegro
Fernanda Souza
Fernanda Tavares
Fernande
Fernandel
Fernandes
Fernandez
Fernandina
Fernando
Fernando Colunga
Fernas
Fernata
Ferndale
Ferne
Ferneau
Fernelius
Fernyak
Ferrand
Ferrara
Ferrari
Ferreby
Ferree
Ferrel
Ferrell
Ferren
Ferrero
Ferretti
Ferri
Ferrick
Ferriday
Ferrigno
Ferris
Ferriter
Ferro
Ferrol
Fertility
Ferullo
Fervidor
Ferwerda
Fess Parker
Fessenden
Festa
Festatus
Festschrift
Festschriften
Festus
Feucht
Feuchtwanger
Feuerbach
Feuillant
Feune
Fevre
Feydeau
Feynman
Fez
Feza Gursey
Fezzan
Fia
Fianna
Fiberglas
Fibiger
Fichte
Fichtean
Fichteanism
Ficino
Fidel
Fidela
Fidelas
Fidele
Fidelia
Fidelio
Fidelis
Fidelism
Fidelity
Fidellas
Fidellia
Fiden
Fides
Fido
Fiedler
Fiedling
Field
Fielding
Fields
Fiend
Fiertz
Fiesole
Fiester
Fife
Fifi
Fifine
Figge
Figone
Figueres
Figueroa
Fiji
Fijian
Filbert
Filberte
Filberto
Filemon
Files
Filia
Filiano
Filide
Filip
Filipe
Filipino
Filipinos
Filippa
Filippo
Fillander
Fillbert
Fillender
Filler
Fillia Makedon
Fillian
Fillmore
Filmer
Filmore
Filomena
Filter
Fima
Fin
Fina
Finbar
Finbur
Finchley
Findlay
Findley
Fine
Fineberg
Fineen
Finegan
Finella
Fineman
Finer
Fingo
Fini
Finist
Finisterre
Fink
Finkelstein
Finland
Finlander
Finlandia
Finlay
Finletter
Finley
Finn
Finnegan
Finney
Finnic
Finnie
Finnigan
Finnish
Finnmark
Finno-Ugrian
Finno-Ugric
Finny
Finola Hughes
Finsen
Finstad
Finsteraarhorn
Finzer
Fiona
Fiona Apple
Fiona Braidwood
Fiona Hutchison
Fionn
Fionna
Fionnula
Fiora
Fiore
Fiorello
Fiorenza
Firbank
Firbolg
Firbolgs
Fircrest
Firdausi
Firenze
Firestone
Firman
Firmicus
Firmin
Firooc
Fisch
Fischer
Fischer-Dieskau
Fish
Fishback
Fishbein
Fisher
Fisher Stevens
Fishes
Fishman
Fisk
Fiske
Fisken
Fitch
Fitchburg
Fitting
Fittipaldi
Fitton
Fitts
Fitz
FitzGerald
Fitzger
Fitzgerald
Fitzhugh
Fitzpat
Fitzpatrick
Fitzroy
Fitzsimmons
Fiume
Five
Five Nations
Fizeau
Fla
Flagg
Flagler
Flagstad
Flagstaff
Flaherty
Flam
Flamininus
Flaminius
Flammarion
Flamsteed
Flan
Flanagan
Flanders
Flanigan
Flann
Flanna
Flannery
Flathead
Flatto
Flatwoods
Flaubert
Flavia
Flavian
Flavio
Flavius
Flaxman
Fleck
Flecker
Fleda
Fleece
Fleeman
Fleet
Fleeta
Fleetwood
Fleetwood Mac
Fleischer
Fleisher
Fleisig
Flem
Fleming
Fleming's rules
Flemings
Flemington
Flemish
Flemming
Flensburg
Flessel
Fleta
Fletch
Fletcher
Fletcherism
Fleur
Fleur Bok
Fleurette
Fleury
Flexner
Flexner King
Flexography
Flieger
Flight
Flin
Flinn
Flint
Flintshire
Flip
Flita
Flo
Flodden
Floeter
Flois
Flon
Flood
Floortje Dessing
Flor
Flora
Floral
Floralia
Florance
Flore
Florella
Florence
Florencia
Florencia Lozano
Florencita
Florenda
Florentia
Florentine
Florenza
Flores
Florette
Florey
Flori
Floria
Florian
Floriano
Florianolis
Florida
Floridia
Florie
Florin
Florina
Florinda
Florine
Florio
Floris
Florissant
Floro
Florri
Florrie
Florry
Flory
Flosi
Floss
Flosser
Flossi
Flossie
Flossmoor
Flossy
Flotow
Flower
Flowers
Floy
Floyce
Floyd
Floydada
Flushing
Flyn
Flynn
Flysch
Fnen
Foah
Foch
Foecunditatis
Fogarty
Fogel
Fogg
Foggia
Foism
Fokine
Fokker
Fokos
Folberth
Folcroft
Foley
Folger
Folkestone
Folketing
Follansbee
Follmer
Folly
Folsom
Fomalhaut
Fomorian
Fonda
Fondea
Fong
Fons
Fonseca
Fonsie
Fontaine
Fontainebleau
Fontana
Fontanne
Fontes
Fonteyn
Fonville
Fonz
Fonzie
Foochow
Foot
Foote
For
Foraker
Forbes
Forbes Lewis
Forbes-Robertson
Forces
Forcier
Ford
Fording
Fordyce
Foreland
Forelli
Forest
Forest Whitaker
Forester
Forfar
Forkey
Forl
Forland
Forlini
Form
Formenti
Formica
Formosa
Formosus
Fornacalia
Fornax
Forney
Forneys
Fornof
Forouzan Golshani
Forras
Forrer
Forrest
Forrestal
Forrester
Forseti
Forssman
Forsta
Forster
Forsyth
Fort Atkinson
Fort-Lamy
Fort-de-France
Forta
Fortaleza
Fortas
Forth
Fortier
Fortin
Fortna
Fortuna
Fortunato
Fortune
Fortunia
Fortunio
Fortunna
Forty-Five
Forum
Forward
Foscalina
Fosdick
Foskett
Fosque
Foss
Foster
Fostoria
Fotheringhay
Fotina
Fotinas
Foucault
Foucquet
Foued Ameur
Fougere
Foujita
Foulk
Foulness
Fount
Fouqu
Fouquet
Fouquier-Tinville
Four
Four Play
Four Tops
Fourdrinier
Fourier
Fourierism
Fourierist
Fourierite
Fournier
Fourteen Points
Foushee
Fowey
Fowkes
Fowle
Fowler
Fowliang
Fox
Foxborough
Foxe
Foxtrot
Foxy Brown
Foy
Fra
Fraase
Fracastorius
Frackville
Fradin
Frager
Fragonard
Fraktur
Frame
Framingham
Fran
Fran Berman
Fran Drescher
Franc D'Ambrosio
France
Frances
Frances Bavier
Frances Farmer
Frances Langford
Frances McDormand
Frances Van Scoy
Frances Yao
Francesc Rossello
Francesca
Francesca Annis
Francesca Ruth Eastwood
Francescatti
Francesco
Francesco Quinn
Franche-Comt
Franchot
Franci
Francie
Francine
Francine Bardoel
Francine Dee
Francis
Francis Chin
Francis Ford Coppola
Francis Hazekamp
Francis Hellyer
Francis Lai
Francis Matthews
Francisca
Franciscan
Franciscka
Francisco
Franciskus
Franck
Francklin
Francklyn
Franckot
Franco
Franco Lascialfari
Franco Preparata
Francois
Francois Guetary
Francois Rosolato
Francois Truffaut
Francoise
Francoism
Francoist
Franconia
Franconian
Francophile
Francophilia
Francophobe
Francophobia
Francy
Francyne
Franek
Franglais
Frangos
Frank
Frank Bidart
Frank Capra
Frank Darabont
Frank Dominelli
Frank Girardeau
Frank Harary
Frank Hitchcock
Frank Ifield
Frank Langella
Frank Marino
Frank McHugh
Frank Oz
Frank Sinatra
Frank Thring
Frank Tompa
Frank Welker
Frank Whaley
Frank Wood
Franka Potente
Frankel
Frankenstein
Frankfort
Frankfurt
Frankfurter
Frankhouse
Frankie
Frankie Avina
Frankie Darro
Frankie Goes To Hollywood
Frankie Muniz
Frankish
Franklin
Franklinton
Franklyn
Franko
Franky
Franni
Frannie
Franny
Frans
Fransen
Fransis
Fransisco
Frants
Frantz
Franz
Franz Aurenhammer
Franz Hohn
Franz Kafka
Franz Lambert
Franz Rendl
Franza
Franzen
Franziska Schenk
Franziska van Almsick
Franzoni
François Giroday
Frascati
Frasch
Frasco
Fraser
Frasier
Frasquito
Frau
Frauen
Frauenfeld
Fraunhofer
Fraunhofer lines
Fravashi
Fraya
Frayda
Frayne
Fraze
Frazer
Frazier
Frear
Freberg
Frech
Frechette
Fred
Fred Annexstein
Fred Astaire
Fred Brooks
Fred Gwynne
Fred Koehler
Fred Kruher
Fred MacMurray
Fred Sadri
Fred Savage
Fred Springsteel
Fred Ward
Freda
Freddi
Freddie
Freddie Mercury
Freddie Prinze Jr
Freddie Prinze Jr.
Freddy
Fredek
Fredel
Fredela
Fredella
Fredenburg
Frederic
Frederic Green
Frederica
Frederich
Fredericia
Frederick
Frederick Forsyth
Fredericka
Fredericksburg
Fredericktown
Frederico
Fredericton
Frederiek Voskens
Frederigo
Frederik
Frederika
Frederiksberg
Frederiksen
Frederique
Frederique Huydts
Frederique van der Wal
Fredette
Fredi
Fredia
Fredie
Fredkin
Fredonia
Fredra
Fredric
Fredrick
Fredrik Orava
Fredrika
Fredrikstad
Fredro Starr
Free
Free-Soiler
Freeborn
Freed
Freedman
Freedom
Freedomites
Freehold
Freeland
Freeman
Freemason
Freemasonry
Freemon
Freeport
Freer
Freetown
Fregger
Frei
Freia
Freiburg
Freida
Freiman
Frelinghuysen
Fremantle
Fremont
French
French Cameroons
French West Indies
French doors
French fried potatoes
French knickers
French windows
Frenchies
Frenchification
Frenchiness
Frenchman
Frenchmen
Frenchness
Frenchweed
Frenchwoman
Frenchwomen
Frenchy
Frendel
Freneau
Frentz
Freon
Frere
Frerichs
Frescobaldi
Fresnel
Fresno
Fretwell
Freud
Freudberg
Freudian
Freudianism
Frey
Freya
Freyah
Freyre
Freytag
Fri
Fribourg
Frick
Fricke
Frida
Frida Utter
Friday
Fridell
Fridley
Fridlund
Fried
Frieda
Friedberg
Friede
Frieder
Friederike
Friedhelm Hinz
Friedhelm Meyer auf der Heide
Friedland
Friedlander
Friedly
Friedman
Friedrich
Friedrick
Friend
Friendly Islands
Frierson
Fries
Friesian
Friesland
Frigg
Frigidaire
Frigoris
Frija
Frimaire
Friml
Fris
Frisbee
Frisch
Frisco
Frisian
Frisian Islands
Frisse
Frissell
Fritts
Fritz
Fritze
Fritzie
Fritzsche
Friuli
Friulian
Frlein
Frobisher
Frodeen
Frodi
Frodin
Frodina
Frodine
Froebel
Froehlich
Froemming
Frog
Froh
Frohman
Frohne
Froissart
Frolick
Froma
Frome
Fromentin
Fromm
Fromma
Frona
Fronda
Fronde
Frondeur
Frondizi
Fronia
Fronnia
Fronniah
Frontenac
Fronya
Frost
Frostburg
Frostproof
Froude
Froukje de Both
Frs
Fructidor
Fruin
Frulla
Frum
Fruma
Frumentius
Frunze
Fry
Fryd
Frydman
Frye
Frymire
Fu-chou
Fuchs
Fuegian
Fuehrer
Fuertes
Fugate
Fugazy
Fugere
Fugger
Fuhrman
Fuji
Fujio
Fujiwara
Fukien
Fukuda
Fukuoka
Fukushima
Ful
Fula
Fulah
Fulahs
Fulani
Fulas
Fulbert
Fulbright
Fulcher
Fuld
Fulham
Fulks
Fuller
Fullerton
Fulmer
Fulmis
Fulton
Fulvi
Fulvia
Fulviah
Fumie Hosokawa
Fumie Nakajima
Fumika Suzuki
Fumina Hara
Funch
Funchal
Funda
Fundy
Funk
Funston
Fur Seal Islands
Furey
Furgeson
Furiae
Furie
Furies
Furiya
Furlani
Furlong
Furmark
Furnary
Furnerius
Furness
Furnivall
Furr
Furtek
Furtwler
Fusan
Fusco
Fuseli
Fushih
Fushun
Futabatei
Futurism
Futurist
Fylde
Fyn
Fyodor
Fyzabad
G-man
G-men
G-string
G-strophanthin
G-suit
G. Ehrlich
G. Katona
G. Krulee
G. Vijayan
G. Ward
G. de Leve
G.A. Bliss
G.D. Birkhoff
G.D. Ramkumar
G.M. Baudet
GAO
GAR
GARIOA
GATT
GAW
GBE
GCA
GCB
GCD
GCF
GCI
GCM
GCR
GCT
GFTU
GG Mayorga
GHA
GHQ
GHz
GMT
GNP
GOP
GPO
GPU
GSA
GSC
GSR
GTS
Gaal
Gab
Gabaon
Gabaonite
Gabbai
Gabbaim
Gabbert
Gabbey
Gabbi
Gabbie
Gabby
Gabe
Gabel
Gaberones
Gabey
Gabi
Gabi Kuper
Gabie
Gable
Gabler
Gabo
Gabon
Gabonese
Gabor
Gaboriau
Gaborone
Gabriel
Gabriel Byrne
Gabriel Campisi
Gabriel Garcia Marquez
Gabriel Macht
Gabriel Mann
Gabriel Valiente
Gabriela
Gabriela Sabatini
Gabriele
Gabrieli
Gabriell
Gabriella
Gabrielle
Gabrielle Anwar
Gabrielle Reece
Gabrielli
Gabriellia
Gabriello
Gabrielson
Gabrila
Gabrilowitsch
Gabrina Kikkert
Gabun
Gaby
Gaby Hoffman
Gaby Hoffmann
Gaby van Nimwegen
Gad
Gad Landau
Gaddafi
Gaddi
Gaddiel Otero
Gader
Gadhelic
Gadite
Gadmann
Gadmon
Gadsden
Gae
Gaea
Gaekwar
Gael
Gaelic
Gaeltacht
Gaeta
Gagarin
Gagauzi
Gage
Gagliano
Gagne
Gagnon
Gahan
Gahanna
Gahl
Gaia
Gaidano
Gaige
Gaikwar
Gail
Gail Devers
Gail Elliott
Gail Fisher
Gail Fitzpatrick
Gail Harris
Gail Porter
Gaile
Gaillard
Gainer
Gaines
Gainor
Gainsborough
Gaiser
Gaiseric
Gaither
Gaithersburg
Gaitskell
Gaius
Gaivn
Gal
Gala
Galahad
Galan
Galang
Galanti
Galashiels
Galasyn
Galata
Galatea
Galateah
Galati
Galatia
Galatian
Galatians
Galax
Galaxy
Galba
Galbraith
Gale
Gale Storm
Galen
Galen Gering
Galena
Galenism
Galenist
Galer
Galesburg
Galeus
Galgal
Galibi
Galibis
Galicia
Galician
Galilean
Galilee
Galileo
Galina
Galinthias
Galitea
Gall
Galla
Gallager
Gallagher
Gallard
Gallas
Gallatin
Gallaudet
Galle
Gallegos
Gallen Lo
Gallenz
Gallia
Gallican
Gallicanism
Gallicisation
Galliciser
Gallicism
Gallicization
Gallicizer
Gallico
Gallienus
Galliett
Galligan
Gallinas
Gallipoli
Gallipolis
Gallo-Romance
Galloway
Gallup
Gallus
Gally
Gallyon van Vessem
Galofalo
Galpagos Islands
Galsworthy
Galton
Galuppi
Galuth
Galva
Galvan
Galvani
Galven
Galveston
Galvin
Galway
Galwegian
Gama
Gamages
Gamal
Gamali
Gamaliel
Gambart
Gambell
Gamber
Gambetta
Gambi
Gambia
Gambier Islands
Gamble
Gambrell
Gambrill
Gambrinus
Gamin
Gamma
Gammexane
Gan
Gance
Gand
Ganda
Gander
Gandhara
Gandharva
Gandhi
Gandhiism
Gandhiist
Gandhist
Gandzha
Ganesa
Ganesha
Ganges
Gangtok
Ganiats
Ganley
Gannes
Gannie
Gannon
Ganny
Gans
Gansevoort
Gant
Gantrisin
Ganymeda
Ganymede
Gao
Gaon
Gapin
Gar
Garald
Garamas
Garamond
Garate
Garaway
Garbage
Garbe
Garber
Garbers
Garbo
Garceau
Garcelle Beauvais
Garcelle Beuvais
Garcia
Garcon
Gard
Garda
Gardal
Gardas
Gardel
Gardell
Garden
Gardendale
Gardener
Gardenia
Gardia
Gardie
Gardiner
Gardner
Gardol
Gardy
Gare
Garek
Gareri
Gareth
Gareth Jones
Garett
Garett Maggart
Garey
Garfield
Garfinkel
Gargan
Gargantua
Gargaphia
Garges
Gari
Garibald
Garibaldi
Garibaldian
Garibold
Garibull
Gariepy
Garifalia
Garik
Garin
Garlaand
Garlan
Garland
Garlanda
Garlen
Garlinda
Garling
Garm
Garmaise
Garneau
Garner
Garnes
Garnet
Garnett
Garnette
Garofalo
Garold
Garonne
Garrard
Garratt
Garrek
Garret
Garreth
Garretson
Garrett
Garrett Birkhoff
Garrett Wang
Garrick
Garrik
Garris
Garrison
Garrity
Garrot
Garrott
Garry
Garry Pastore
Garry Shandling
Garson
Gart
Garter
Garth
Garth Brooks
Garthrod
Garv
Garvey
Garvin
Garvy
Garwin
Garwood
Gary
Gary Barlow
Gary Benson
Gary Busey
Gary Cole
Gary Coleman
Gary Cooper
Gary Dourdan
Gary L. Peterson
Gary Levin
Gary Miller
Gary Morris
Gary Oldman
Gary Parker
Gary Payton
Gary Shandling
Gary Sinise
Gary Sweet
Garzon
Gascogne
Gascoigne
Gascon
Gascony
Gascoyne-Cecil
Gaskell
Gaskill
Gaskin
Gaskins
Gaspar
Gaspard
Gasparo
Gasper
Gasperi
Gasperoni
Gaspinsula
Gass
Gassendi
Gasser
Gassman
Gasterocheires
Gastineau
Gaston
Gaston Gonnet
Gastonia
Gastropoda
Gat
Gates
Gates McFadden
Gateshead
Gatesville
Gath
Gatha
Gathard
Gathers
Gathic
Gati
Gatian
Gatias
Gattamelata
Gatun
Gaud
Gaudet
Gaudette
Gaudibert
Gaudier-Brzeska
Gaugamela
Gaughan
Gauguin
Gauhati
Gaul
Gauldin
Gauleiter
Gaulin
Gaulish
Gaulle
Gaullism
Gaullist
Gault
Gaunt
Gauntlett
Gauricus
Gausman
Gauss
Gaut
Gautama
Gautea
Gauthier
Gautier
Gautious
Gav
Gavan
Gaven
Gavette
Gavin
Gavin Friday
Gavin MacLeod
Gavin Rossdale
Gavini
Gavra
Gavrah
Gavriella
Gavrielle
Gavrila
Gavrilla
Gaw
Gawain
Gawen
Gawlas
Gawra
Gay
Gay-Lussac
Gay-Pay-Oo
Gaya
Gaye
Gayel
Gayelord
Gayl
Gayla
Gayla Domke
Gayle
Gayleen
Gaylene
Gayler
Gaylor
Gaylord
Gayn
Gayner
Gaynor
Gayomart
Gaza
Gazankulu
Gazella
Gaziantep
Gazo
Gazzo
Gbari
Gbaris
Gda
Gdansk
Gde
Gdel
Gdynia
Ge'ez
GeV
Geaghan
Gean
Geanine
Gearalt
Gearard
Gearhart
Geb
Gebelein
Geber
Gebhardt
Gebler
Gebrauchsmusik
Gedaliah
Geddes
Gee
Geehan
Geelong
Geena Davis
Geena Lisa
Geer
Geerts
Geesey
Geez
Gefell
Gefen
Geffner
Gehenna
Gehlbach
Gehman
Gehrig
Geibel
Geier
Geiger
Geikie
Geilich
Geis
Geisel
Geiss
Geist
Geistown
Geithner
Gel
Gelanor
Gelasia
Gelasias
Gelasius
Gelb
Geldens
Gelderland
Gelene
Gelett
Gelhar
Gelibolu
Geller
Gelligaer
Gellman
Gelman
Gelonus
Gelsenkirchen
Gelugpa
Gelya
Gema Zamprogna
Gemara
Gemarist
Gemi Taylor
Gemina
Gemini
Geminian
Geminiani
Geminius
Geminus
Gemma
Gemma Craven
Gemmell
Gemoets
Gemperle
Gen
Gena
Gena Lee Nolin
Gena Rowlands
Genaro
Gene
Gene Autry
Gene Barry
Gene Cernan
Gene Geter
Gene Golub
Gene Hackman
Gene Kelly
Gene Lawler
Gene Myers
Gene Roddenberry
Gene Rose
Gene Simmons
Gene Tierney
Gene Tunney
Gene Wilder
Geneina
Genesa
Genesee
Geneseo
Genesia
Genesis
Genet
Genetrix
Genetyllis
Geneva
Geneva bands
Genevan
Genevese
Genevi
Genevieve
Genevieve Bujold
Genevra
Genf
Genfersee
Genia
Genie
Genie Francis
Genisia
Genitrix
Genk
Genl
Genna
Gennaro
Genni
Gennie
Gennifer
Genny
Geno
Genoa
Genoese
Genolla
Genova
Genovera
Genovese
Genoveva
Genseric
Gensler
Gensmer
Gent
Gentes
Gentile
Gentilis
Gentille
Gentoo
Gentoos
Gentry
Geo
Geof
Geoff
Geoff Phipps
Geoffrey
Geoffrey McGivern
Geoffrey Rush
Geoffrey Wigdor
Geoffry
GeolE
Geonim
Georas
Geordie
Geordie Johnson
Georg
Georg Kreisel
Georg Schnitger
Georgann
George
George Burns
George C. Scott
George Canyon
George Carlin
George Clinton
George Clooney
George Collins
George Dantzig
George Foreman
George Forsythe
George Gargov
George Harrison
George Irving
George Lazenby
George Lindsey
George Lucas
George Lueker
George Mager
George Maguire
George Michael
George Nemhauser
George Orwell
George Peppard
George Reeves
George Robert Gissing
George Romero
George Sacerdote
George Strait
George Takei
George Varghese
Georgeanna
Georgeanne
Georgena
Georgene
Georges
Georgesman
Georgesmen
Georgetown
Georgetta
Georgette
Georgi
Georgia
Georgian
Georgiana
Georgianna
Georgianne
Georgie
Georgina
Georgina Cates
Georgina Grenville
Georgina Verbaan
Georgine
Georglana
Georgy
Georgy Fedoseevich Voronoi
Geppino Pucci
Ger
Gera
Geraint
Geraint Wyn Davies
Gerald
Gerald Jay Sussman
Gerald Okamura
Gerald R. Molen
Gerald Sacks
Geralda
Geraldina
Geraldine
Geraldton
Geranium
Gerar
Gerard
Gerard Christopher
Gerard Depardieu
Gerard Murphy
Gerard Salton
Gerard Tel
Gerardo
Gerardo Franklin
Geraud
Gerbold
Gerd
Gerda
Gerdeen
Gerdi
Gerdie
Gerdy
Gere
Gerek
Gereld
Gereron
Gerfen
Gerge
Gerger
Gerhan
Gerhard
Gerhard Woeginger
Gerhardine
Gerhardt
Geri
Geri Halliwell
Gerianna
Gerianne
Gerick
Gerik
Gering
Gerita
Gerius
Gerkman
Gerlac
Gerlachovka
Germain
Germaine
German
Germana
Germanic
Germanisation
Germaniser
Germanism
Germanist
Germanization
Germanizer
Germann
Germano
Germanophile
Germanophobe
Germanophobia
Germantown
Germany
Germaun
Germayne
Germin
Germinal
Germiston
Gernhard
Gerome
Gerona
Geronimo
Gerousia
Gerrald
Gerrard
Gerri
Gerrie
Gerrilee
Gerrit
Gerry
Gerry Mendicino
Gers
Gersham
Gershom
Gershon
Gershwin
Gerson
Gerstein
Gerstner
Gert
Gerta
Gerti
Gertie
Gertrud
Gertruda
Gertrude
Gertrudis
Gerty
Gerusia
Gervais
Gervase
Gery
Geryon
Gesell
Gesner
Gessen
Gessner
Gestapo
Gesualdo
Geth
Gethsemane
Getraer
Getter
Gettings
Getty
Gettysburg
Geulincx
Gevaert
Gewirtz
Gezer
Gezira
Ghana
Ghanaian
Ghanian
Ghassan
Ghats
Ghazzah
Ghazzali
Gheber
Ghelderode
Ghent
Gheorghiu-Dej
Gherardi
Gherardo
Gherlein
Ghibelline
Ghiberti
Ghiordes
Ghirlandaio
Ghiselin
Ghita Joegjal
Ghosts
Gia Carangi
Giacamo
Giacinta
Giacobo
Giacometti
Giacomo
Giacopo
Giaimo
Giamo
Gian
Giana
Gianfranco Bilardi
Gianina
Gianna
Gianni
Giannini
Giardia
Giarla
Giauque
Giavani
Gib
Gibb
Gibbeon
Gibbie
Gibbon
Gibbons
Gibbs
Gibby
Gibe
Gibeon
Gibeonite
Gibert
Gibraltar
Gibran
Gibrian
Gibson
Gibsonburg
Gibun
Giddings
Gide
Gideon
Gideon Avrahami
Giefer
Gielgud
Gierek
Gies
Giesecke
Gieseking
Giess
Giessen
Giesser
Giff
Giffard
Gifferd
Giffie
Gifford
Giffy
Gifu
Gigantes
Gigantopithecus
Gigi
Gigi Edgley
Gigi Fu
Gigi Lai
Gigi Leung
Gigli
Giglio
Gignac
Giguere
Gij
Gijon
Gil
Gil Christner
Gil Grand
Gil Neiger
Gil Ofarim
Gila
Gilba
Gilbart
Gilbert
Gilbert Islands
Gilberta
Gilberte
Gilbertina
Gilbertine
Gilberto
Gilbertson
Gilboa
Gilburt
Gilbye
Gilchrist
Gilcrest
Gilda
Gilda Carle
Gilda Radner
Gildas
Gildea
Gilder
Gildus
Gile
Gilead
Gileadite
Gilels
Giles
Gilford
Gilgal
Gilgamesh
Gilges
Giliana
Giliane
Gill
Gillan
Gillead
Gilleod
Gilles
Gilles Brassard
Gillespie
Gillett
Gilletta
Gillette
Gilli
Gilliam
Gillian
Gillian Anderson
Gillian Bonner
Gillie
Gilliette
Gilligan
Gillingham
Gillman
Gillmore
Gillray
Gilly
Gilman
Gilmer
Gilmore
Gilmour
Gilolo
Gilpin
Gilroy
Gilson
Gilsonite
Giltzow
Gilud
Gilus
Gimble
Gimpel
Gina
Gina Gershon
Gina Lollobrigida
Ginder
Gine
Ginelle
Ginevra
Ginger
Ginger Lynn
Ginger Lynn Allen
Ginger Rogers
Gingras
Ginni
Ginnie
Ginnifer
Ginnungagap
Ginny
Gino
Ginsberg
Ginsburg
Gintz
Ginuwine
Ginza
Ginzburg
Gio
Gioconda
Giono
Giora Slutzki
Giordano
Giorgia
Giorgio
Giorgione
Giotto
Giovanna
Giovanni
Giovanni Ribisi
Gipps
Gippsland
Gipsies
Gipson
Gipsy
Giralda
Giraldo
Girand
Girard
Girardi
Girardo
Giraud
Giraudoux
Girgenti
Girhiny
Giri Narasimhan
Girish
Girl Thing
Gironde
Girondism
Girondist
Girovard
Girtin
Girvin
Gisborne
Gisela
Giselbert
Gisele
Gisele Bundchen
Gisella
Giselle
Giselle Bundchen
Gish
Gisser
Gissing
Gitana
Gitel
Githens
Gitlow
Gitt
Gittel
Gittle
Giuba
Giuditta
Giuki
Giukung
Giule
Giulia
Giuliana
Giulietta
Giulini
Giulio
Giuseppe
Giuseppe Andrews
Giuseppe Di Battista
Giustina
Giustino
Giusto
Given
Giverin
Giza
Gizela
Gjellerup
Gjuki
Gjukung
Glaab
Glaber
Glackens
Glad
Gladbach-Rheydt
Gladbeck
Gladdie
Gladdy
Gladewater
Gladi
Gladine
Gladis
Gladsheim
Gladstone
Gladwin
Gladys
Gladys Knight
Glaisher
Glamorgan
Glamorganshire
Glanti
Glantz
Glanville
Glanville-Hicks
Glarum
Glarus
Glaser
Glasgo
Glasgow
Glaspell
Glass
Glassco
Glassman
Glassport
Glastonbury
Glaswegian
Glauce
Glaucia
Glaucus
Glaudia
Glavin
Glazunov
Gld
Gle
Gleason
Gleda
Glee
Gleeson
Gleich
Gleipnir
Gleiwitz
Glen
Glen Berry
Glencoe
Glenda
Glenda Lynn
Glendale
Glenden
Glendive
Glendon
Glendora
Glendower
Glenine
Glenn
Glenn Close
Glenn Ford
Glenn Hughes
Glenn Quinn
Glenna
Glennie
Glennis
Glennon
Glenolden
Glenrothes
Glenus
Glenview
Glenwood
Glenyss
Glessariae
Glialentn
Glick
Glimp
Glinka
Glinys
Glitz
Glivare
Gliwice
Globe
Glogau
Glomma
Glooscap
Glori
Gloria
Gloria Estefan
Gloria Gaynor
Gloria Grahame
Gloria Reuben
Gloria Swanson
Gloriana
Gloriane
Gloriann
Glorianna
Glory
Glossa
Gloucester
Gloucestershire
Glover
Glovsky
Gluck
Glyn
Glynas
Glynias
Glynis
Glynis Barber
Glynn
Glynn Turman
Glynnis
Glynnis O'Connor
Gmat
Gmc
Gmur
Gniezno
Gnossus
Gnostic
Gnosticiser
Gnosticism
Gnosticizer
Go So Young
Goa
Goar
Goat
Gobat
Gobbi
Gobelin
Gobert
Gobi
Goclenius
God
God-man
God-men
Goda
Godard
Godart
Godavari
Godbeare
Godber
Goddard
Goddart
Godden
Godderd
Godding
Goddord
Godesberg
Godewyn
Godey
Godfree
Godfrey
Godfry
Godhead
Godin
Godiva
Godliman
Godolias
Godolphin
Godowsky
Godred
Godric
Godrich
Gods
Godsmack
Godspeed
Godthaab
Godunov
Godwin
Goebbels
Goebel
Goeger
Goer
Goering
Goerke
Goes
Goeselt
Goethals
Goethe
Goetz
Goff
Gog
Goggin
Gogh
Gogol
Gogra
Goiania
Goias
Goidel
Goidelic
Goines
Going
Gokey
Gola
Golanka
Golconda
Gold
Golda
Goldarina
Goldberg
Golden
Golden Earring
Goldenberg
Goldendale
Goldfarb
Goldfinch
Goldi
Goldia
Goldie
Goldie Hawn
Goldin
Goldina
Golding
Goldman
Goldmark
Goldner
Goldoni
Goldovsky
Goldsboro
Goldschmidt
Goldshell
Goldshlag
Goldsmith
Goldstein
Goldston
Goldsworthy
Goldwasser
Goldwater
Goldwin
Goldwyn
Goldy
Goles
Golgi
Golgotha
Goliath
Golightly
Gollin
Golliner
Golschmann
Golter
Goltz
Golub
Gomar
Gombach
Gomberg
Gombosi
Gomel
Gomer
Gomez
Gomorrah
Gompers
Gomulka
Gona
Gonagle
Gonaives
Gonave
Goncharov
Goncourt
Gond
Gondar
Gondi
Gondomar
Gondwanaland
Gone
Goneril
Gong Li
Gongola
Gongorism
Gongorist
Gonick
Gonnella
Gonroff
Gonsalve
Gonta
Gonyea
Gonzales
Gonzalez
Gonzalo
Gonzlez
Gooch
Good
Good-King-Henries
Good-King-Henry
Goodacre
Goodard
Goodden
Goode
Goodhen
Goodhue
Goodill
Gooding
Goodkin
Goodland
Goodlettsville
Goodman
Goodrich
Goodrow
Goodson
Goodspeed
Goodwin
Goodwin Sands
Goody
Goodyear
Googins
Goole
Goos Kant
Goossens
Gopalan Nadathur
Gora
Gorakhpur
Goran
Goran Ivanisevic
Goran Visnjic
Gorbals
Gorboduc
Gorchakov
Gord
Gordan
Gorden
Gordie
Gordon
Gordon Clapp
Gordon Michael Woolvett
Gordon Plotkin
Gordon Stuart
Gordon Wilfong
Gordy
Gore
Goren
Gorey
Gorga
Gorges
Gorgias
Gorgon
Gorgonzola
Gorgophone
Gorgythion
Gorica
Gorizia
Gorki
Gorky
Gorlicki
Gorlin
Gorlovka
Gorman
Gorrian
Gorrono
Gorsedd
Gorski
Gorton
Gosala
Goshen
Gosnell
Gosney
Gospel
Gosplan
Gosport
Goss
Gossaert
Gosse
Gosselin
Gosser
Gosta Grahne
Gotama
Gotcher
Goth
Gotha
Gotham
Gothamite
Gothar
Gothard
Gothart
Gothenburg
Gothic
Gothiciser
Gothicism
Gothicity
Gothicizer
Gothicness
Gothurd
Gotland
Gotlander
Goto
Gottfried
Gotthard
Gotthelf
Gottlander
Gottlieb
Gottschalk
Gottuard
Gottwald
Gouda
Goudy
Gough
Goujon
Gould
Goulden
Goulder
Goulds
Goulet
Goulette
Gounod
Gourmont
Gournia
Gouverneur
Gov
Gove
Govinda
Govt
Gow
Gowanda
Gower
Gowon
Gowrie
Goya
Goyen
GpE
Graaf
Gracchus
Grace
Grace Ip
Grace Jones
Grace Kelly
Grace Lam
Grace Lee Whitney
Graces
Gracia
Gracie
Gracye
Gradeigh
Gradey
Grados
Grady
Grady Ward
Grae
Graeae
Graecism
Graehl
Graehme
Graeme
Graf
Grafen
Graff
Grafton
Graham
Graham Chapman
Graham Greene
Graham Greene I
Graham Greene II
Graham Parker
Grahame
Graiae
Graian Alps
Graig
Graig Boardman
Grail
Grainger
Gram
Grambling
Gramont
Grampian Mountains
Grampians
Gran
Granada
Granados
Grand
Grand Falls
Grande
Grande-Terre
Grandgent
Grandview
Grandville
Grane
Graner
Granese
Grange
Grangemouth
Granger
Grangeville
Grani
Grania
Graniah
Granicus
Graniela
Granjon
Granlund
Grannia
Granniah
Grannias
Grannie
Granny
Granoff
Granolith
Grant
Grant D. Fisher
Grant Hill
Grant Shaud
Grant Show
Granta
Granth
Grantham
Granthem
Grantland
Grantley
Granville
Granville-Barker
Grapevine
Graphalloy
Graphophone
Graphotype
Grappelli
Grasmere
Grass
Grasse
Grassi
Grassman
Grata
Grath
Grati
Gratia
Gratiae
Gratian
Gratiana
Gratianna
Gratt
Grattan
Graubden
Graubert
Graustark
Gravante
Gravenhage
Gravenstein
Graves
Gravesend
Gray
Graybill
Grayce
Graydon
Grayslake
Grayson
Grayson McCouch
Graysville
Graz
Grazia
Graziella Ferraro
Greabe
Grearson
Great Dividing Range
Great Lakes
Great Plains
Great Smoky Mountains
Greater Antilles
Greater Sunda Islands
Greats
Grecian
Grecism
Greco
Greco-Roman
Gredel
Greece
Greek
Greekdom
Greeley
Greely
Green
Green Day
Green Mountain Boys
Green Mountains
Greenaway
Greenbacker
Greenbackism
Greenbelt
Greenberg
Greenburg
Greencastle
Greendale
Greene
Greenebaum
Greenes
Greenfield
Greenhills
Greenland
Greenlander
Greenlawn
Greenleaf
Greenlee
Greenman
Greenock
Greenough
Greenquist
Greensboro
Greensburg
Greenstein
Greentree
Greenville
Greenwald
Greenwell
Greenwich
Greenwood
Greer
Greer Garson
Greerson
Greeson
Grefe
Grefer
Greff
Greg
Greg Andrews
Greg Camp
Greg Frederickson
Greg Grunberg
Greg Howe
Greg Hunter
Greg Kinnear
Greg Louganis
Greg Nelson
Greg Pak
Greg Proops
Greg Riccardi
Greg Rusedski
Greg Shannon
Greg Vaughan
Grega
Gregg
Gregg Araki
Gregg Foster
Gregg Prentice
Gregg Prentiss
Gregg Rainwater
Greggory
Greggs
Gregoire
Gregoor
Gregor
Gregorio
Gregorius
Gregory
Gregory Harrison
Gregory Jbara
Gregory Peck
Gregory Smith
Gregorz Rozenberg
Gregrory
Gregson
Greiner
Grekin
Grenada
Grenadian
Grenadines
Grendel
Grenfell
Grenier
Grenoble
Grenville
Gresham
Greta
Greta Garbo
Gretal
Gretchen
Gretchen Egolf
Grete
Gretel
Grethel
Gretna
Gretta
Greuze
Grevera
Greville
Grew
Grewitz
Grey
Greynville
Greyso
Greyson
Greysun
Gricault
Grider
Gridley
Grieg
Grier
Grierson
Grieve
Griff
Griffes
Griffie
Griffin
Griffis
Griffith
Griffiths
Griffy
Griggs
Grigioni
Grignard
Grigson
Grikwa
Grillparzer
Grim
Grimaldi
Grimaud
Grimbal
Grimbald
Grimbly
Grimes
Grimhild
Grimm
Grimona
Grimonia
Grimsby
Grindelwald
Grindlay
Grindle
Gring
Grinnell
Griqua
Gris
Griselda
Griselda Visser
Griseldis
Grishilda
Grishilde
Grishun
Grisons
Grissel
Grissom
Gristede
Griswold
Grit
Griz
Grizel
Grizelda
Grnewald
Groark
Grobe
Grochow
Grodin
Grodno
Groenendael
Groete
Grof
Grogan
Groh
Groland
Gromme
Gromyko
Gronchi
Grondin
Groningen
Gronseth
Groome
Groos
Groot
Groote
Gropius
Gropper
Grory
Gros
Grosberg
Groscr
Grose
Grosmark
Gross
Grosseteste
Grossman
Grosswardein
Grosvenor
Grosz
Grote
Grotianism
Grotius
Groucho Marx
Grouchy
Grounds
Grous
Grove
Groveman
Grover
Groves
Grow
Grozny
Grubb
Grube
Gruber
Grubman
Grubrus
Gruchot
Gruemberger
Gruenberg
Gruithuisen
Grunberg
Grundy
Grundyism
Grundyist
Grundyite
Grune
Grunenwald
Grunitsky
Grunth
Grus
Grussing
Gruver
Grynaeus
Gschu
Gta
Gteborg
Gterdmerung
Gtersloh
Gtingen
Guadalajara
Guadalcanal
Guadalquivir
Guadalupe
Guadeloupe
Guadiana
Guaira
Gualterio
Gualtiero
Guam
Guamanian
Guanabara
Guanajuato
Guantnamo
Guapor
Guarani
Guardafui
Guardi
Guards
Guarini
Guarino
Guarneri
Guarnerius
Guarneriuses
Guat
Guatemala
Guatemalan
Guayama
Guayaquil
Guaymas
Gude
Gudea
Gudermannian
Gudmund S. Frandsen
Gudmundsson
Gudren
Gudrin
Gudrun
Guedalla
Guelders
Guelfism
Guelph
Guelphism
Guendolen
Guenevere
Guenna
Guenzi
Guericke
Guerin
Guernica
Guernsey
Guernseys
Guerra
Guerrero
Guesde
Guesdism
Guesdist
Guest
Gueux
Guevara
Guggenheim
Guglielma
Guglielmo
Gui
Guiana
Guianese
Guibert
Guide
Guido
Guidotti
Guienne
Guilbert
Guild
Guildford
Guildroy
Guilford
Guillaume
Guillaume Apollinaire
Guillema
Guillemette
Guillermo
Guimar
Guimond
Guin
Guinea
Guinea-Bissau
Guinevere
Guinevere Turner
Guinn
Guinna
Guinness
Guiscard
Guise
Guitry
Guizot
Gujarat
Gujarati
Gujral
Gujranwala
Gula
Gulag
Gulbenkian
Gulf
Gulf States
Gulfport
Gulgee
Gulick
Gullah
Gullstrand
Gumbo
Gun
Gunar
Gunas
Gundry
Gunilla
Gunite
Gunn
Gunnar
Gunner
Gunning
Gunnison
Guns N Roses
Guns n' Roses
Guntar
Gunter
Guntersville
Gunthar
Gunther
Gunther Hotz
Guntur
Gunzburg
Guozhu Dong
Gupta
Gur
Gurango
Gurevich
Guria
Gurias
Gurkha
Gurkhali
Gurkhas
Gurl
Gurmukhi
Gurney
Gurneyite
Gurolinick
Gursel
Gurtner
Guru Dutt
Gus
Gus van Sant
Gusba
Guss
Gussi
Gussie
Gussman
Gussy
Gusta
Gustaf
Gustafson
Gustafsson
Gustav
Gustav Mahler
Gustave
Gustavo
Gustavus
Gusti
Gustie
Gustin
Guston
Gusty
Gut
Gutenberg
Guthrey
Guthrie
Guthrun
Guthry
Gutow
Guttenberg
Guttery
Guusje Nederhorst
Guy
Guy Blelloch
Guy Gilchrist
Guy Pearce
Guy Williams
Guyana
Guyenne
Guyer
Guymon
Guyon
Guzel
Guzmco
Gwalior
Gwari
Gwaris
Gwawl
Gwelo
Gwen
Gwen Rogers
Gwen Stefani
Gwenda
Gwendolen
Gwendolin
Gwendolyn
Gwenette
Gwenllian Davies
Gwenn
Gwenni
Gwennie
Gwenny
Gwenora
Gwenore
Gwent
Gwinnett
Gwyn
Gwynedd
Gwyneth
Gwyneth Paltrow
Gwynfa
Gwynne
Gwynyth Walsh
Gyani
Gyas
Gyasi
Gyatt
Gygaea
Gyges
Gyimah
Gylys
Gymnodinium
Gynaecothoenas
Gynergen
Gyor
Gyorgy Revesz
Gypsie
Gypsies
Gypsy
Gytle
Gza
H-beam
H-bomb
H-hinge
H-hour
H-steel
H-stretcher
H. Bunt
H. Venkateswaran
H. Walter
H. Yamada
H.A. Newton
H.J. Keisler
H.J.J. te Riele
H.K. Lenstra
H.P. Korver
H.T. Kung
HBM
HCF
HCM
HETP
HEW
HHD
HHFA
HIH
HIM
HJS
HLBB
HMS
HOLC
HRH
HRIP
HSH
HSM
HUAC
HUD
Ha-erh-pin
Haag
Haakon
Haarlem
Haas
Haase
Hab
Habakkuk
Habana
Habanero
Habdalah
Haber
Haberman
Habib Krit
Habiru
Habsburg
Hach
Hachman
Hachmann
Hachmin
Hackathorn
Hackensack
Hacker
Hackett
Hackettstown
Hackney
Had
Hadamard
Hadar
Hadas
Haddad
Hadden
Haddington
Haddon
Haddonfield
Haden
Hades
Hadfield
Hadhramaut
Hadhramautian
Hadik
Hadith
Hadlee
Hadleigh
Hadley
Hadria
Hadrian
Hadsall
Hadwin
Hadwyn
Haeckel
Haeckelian
Haeckelism
Haemon
Haemus
Haerle
Haerr
Haff
Hafiz
Hafler
Haftarah
Haftaroth
Hag
Hagai
Hagan
Hagar
Hagecius
Hagen
Hagerman
Haggada
Haggadah
Haggadoth
Haggai
Haggar
Haggard
Haggerty
Haggi
Hagi
Hagiographa
Hagit Attiya
Hagno
Hagood
Hague
Hahn
Hahnemann
Hahnemannism
Hahnert
Hahnke
Haida
Haidee
Haidinger
Haiduk
Haifa
Haig
Haile
Hailee
Hailey
Hailwood
Haily
Haim
Haimes
Hainan
Hainaut
Haines
Haiphong
Haiti
Haitian
Haitink
Hak
Hakai
Hakan
Hakan Jakobsson
Hake
Hakeem
Hakenkreuz
Hakenkreuze
Hakenkreuzler
Hakim
Hakluyt
Hako
Hakodate
Hakon
Hal
Hal Gabow
Hal Holbrook
Hal Sparks
Hal Sudborough
Halachah
Halachot
Halakah
Halakoth
Haland
Halbe
Halbeib
Halbert
Halcyone
Halda
Haldan
Haldane
Haldas
Haldeman
Halden
Haldes
Haldi
Haldis
Hale
Haleakala
Haledon
Haleigh
Haleiwa
Halesowen
Haletky
Haletta
Halette
Halevi
Haley
Haley Joel Osment
Haleyville
Halfdan
Halfon
Halford
Halfway
Hali
Halicarnassus
Halie
Halifax
Haligonian
Halima
Halimeda
Halirrhothius
Halitherses
Haliver
Hall
Hall-Jones
Halla
Hallagan
Hallam
Halland
Halle
Halle Berry
Halleck
Hallee
Hallel
Haller
Hallerson
Hallett
Hallette
Hallettsville
Halley
Halli
Halliday
Hallie
Hallie Kate Eisenberg
Halliwell
Hallock
Hallowe'en
Halloween
Hallowell
Hallowmas
Hallsy
Hallvard
Hally
Halmahera
Halmstad
Haloa
Halona
Halonna
Halpern
Hals
Halsey
Halstead
Halsted
Halsy
Haltemprice
Halvaard
Halverson
Halvy
Halysites
Ham
Hama
Hamachi
Hamadan
Hamal
Hamamatsu
Haman
Hamann
Hamath
Hambleton
Hambletonian
Hambley
Hamborn
Hamburg
Hamburger
Hamden
Hamed
Hamel
Hamelin
Hameln
Hamer
Hamford
Hamforrd
Hamfurd
Hamhung
Hamid
Hamil
Hamilton
Hamiltonian
Hamiltonianism
Hamish
Hamite
Hamitic
Hamito-Semitic
Hamlani
Hamlen
Hamlet
Hamlin
Hamm
Hammad
Hammarskj
Hammel
Hammer
Hammerfest
Hammerskjold
Hammersmith
Hammerstein
Hammett
Hammock
Hammond
Hammonton
Hammurabi
Hamner
Hamnet
Hamo
Hamon
Hampden
Hampshire
Hampstead
Hampton
Hamrah
Hamrnand
Hamsun
Hamtramck
Han
Han Cities
Han la Poutre
Hana
Hanae
Hanafee
Hanako
Hanan
Hanau
Hance
Hancock
Hand
Handal
Handbook
Handel
Handie-Talkie
Handler
Hands
Handy
Haney
Hanford
Hanforrd
Hanfurd
Hangchow
Hank
Hank Azaria
Hank Korth
Hankins
Hankow
Hanleigh
Hanley
Hanna
Hannah
Hannah Graf
Hannah Palmer
Hannah Spearritt
Hannah Swanson
Hannan
Hanneke Groenteman
Hanneke Kappen
Hanni
Hannibal
Hannie
Hannie Hoekstra
Hanno
Hannon
Hannover
Hannsjoerg Scheid
Hannus
Hanny
Hanoi
Hanotaux
Hanover
Hanoverian
Hanratty
Hans
Hans Berliner
Hans Bodlaender
Hans Boehm
Hans Christian Andersen
Hans Hahn
Hans Heller
Hans Hermes
Hans Huttel
Hans Langmaack
Hans Wossner
Hans-Dieter Ebbinghaus
Hans-Joerg Kreowski
Hans-Ulrich Simon
Hansa
Hansard
Hanschen
Hanse
Hanseatic
Hansel
Hanselka
Hansen
Hanser
Hansetown
Hanshaw
Hanson
Hants
Hanukkah
Hanuman
Hanus
Hanway
Hanyang
Hanzelin
Hao Wang
Haphsiba
Haphtarah
Haphtaroth
Hapi
Happ
Happy
Hapsburg
Hapte
Hara
Harahan
Harald
Harald Ganzinger
Harant Alianak
Harappa
Harar
Harbard
Harberd
Harbert
Harbin
Harbird
Harbison
Harbona
Harbot
Harbour
Harcourt
Hardan
Harday
Hardden
Hardecanute
Hardej
Harden
Hardenberg
Hardi
Hardicanute
Hardie
Hardigg
Hardin
Harding
Hardman
Hardner
Hardunn
Hardwick
Hardwicke
Hardy
Hare
Harelda
Harewood
Hargeisa
Hargreaves
Harhay
Harijan
Harilda
Harim
Haringey
Hark Tsui
Harkins
Harl
Harlamert
Harlan
Harlan D. Mills
Harland
Harland Williams
Harle
Harleigh
Harlem
Harlemite
Harlen
Harlene
Harley
Harli
Harlie
Harlin
Harlingen
Harlow
Harman
Harmaning
Harmke Pijpers
Harmon
Harmonia
Harmonides
Harmonie
Harmonist
Harmonite
Harmony
Harmony Korine
Harms
Harmsworth
Harnack
Harned
Harneen
Harness
Harnett
Harod
Harold
Harold Kuhn
Harold Lloyd
Harold Perrineau Jr.
Harold Ramis
Harold Sakata
Harold Stark
Harold Stone
Harolda
Haroldson
Haroun
Haroun-al-Raschid
Harp
Harpalus
Harpalyce
Harper
Harpies
Harpina
Harpole
Harpp
Harpy
Harragan
Harrar
Harrell
Harri
Harrie
Harriet
Harrietta
Harriette
Harriman
Harrington
Harriot
Harriott
Harris
Harrisburg
Harrison
Harrison Ford
Harrisonville
Harrod
Harrodsburg
Harrogate
Harrovian
Harrow
Harrus
Harry
Harry Buhrman
Harry Caray
Harry Connick
Harry Connick Jr.
Harry Groener
Harry Houdini
Harry Hunt
Harry Kesten
Harry Langdon
Harry Lewis
Harry Mairson
Harry Wyshoff
Harshman
Harsho
Harstad
Hart
Hart Bochner
Harte
Hartfield
Hartford
Harthacnut
Hartill
Hartlepool
Hartley
Hartley Rogers
Hartman
Hartmann
Hartmunn
Hartmut Ehrig
Hartnell
Hartnett
Harts
Hartselle
Hartsville
Hartwell
Harty
Hartzel
Hartzell
Hartzke
Haruki Mizuno
Harumi Inoue
Harunobu
Harv
Harvard
Harvardian
Harve
Harvey
Harvey Fierstein
Harvey Friedman
Harvey Garner
Harvey Keitel
Harvie
Harvison
Harwell
Harwich
Harwill
Harwin
Haryana
Harz
Hasa
Hasan
Hasanlu
Hasdrubal
Hase
Hasek
Hasen
Hasheem
Hashim
Hashimite
Hashimoto
Hashum
Hasid
Hasidean
Hasidim
Hasidism
Hasin
Haskalah
Haskel
Haskell
Haskell Curry
Haskins
Haslam
Haslett
Hasmonean
Hassam
Hassan
Hasselt
Hasseman
Hassett
Hassi
Hassin
Hassler Whitney
Hastie
Hastings
Hastings-on-Hudson
Hasty
Haswell
Hatasu
Hatboro
Hatch
Hatcher
Hatfield
Hathaway
Hathcock
Hathor
Hatikvah
Hatshepsut
Hatta
Hatteras
Hatti
Hattian
Hattie
Hattiesburg
Hattusas
Hatty
Hau
Hauck
Hauge
Haugen
Hauger
Haughay
Haukom
Haunce
Hauptmann
Hausa
Hausas
Hauser
Haushofer
Hausmann
Hausner
Haussmann
Haussmannization
Haut-Rhin
Haute-Garonne
Haute-Loire
Haute-Marne
Haute-Normandie
Haute-Sa
Haute-Savoie
Haute-Vienne
Hautes-Alpes
Hautes-Pyrn
Hauts-de-Seine
Havana
Havant
Havard
Havdala
Havel
Havelock
Haveman
Haven
Havener
Havens
Haverford
Haverhill
Havering
Haverstraw
Havilah
Haviland
Havre
Havstad
Hawaii
Hawaiian
Hawarden
Hawger
Hawhaw
Hawick
Hawk
Hawken
Hawker
Hawkeye
Hawkeyes
Hawkie
Hawkins
Hawkinsville
Hawksmoor
Hawkyns
Hawley
Haworth
Hawthorn
Hawthorne
Hawthornesque
Hax
Hay
Haya
Hayashi
Hayden
Hayden Christensen
Haydn
Haydon
Haye
Hayes
Hayley
Hayley Mills
Hayman
Haymarket
Haymes
Haymo
Hayne
Haynes
Haynesville
Haynor
Hayott
Hays
Hayse
Haysville
Hayti
Hayton
Hayward
Haywood
Hayyim
Hazaki
Hazard
Haze
Hazeghi
Hazel
Hazelbelle
Hazelton
Hazelwood
Hazem
Hazen
Hazlehurst
Hazleton
Hazlett
Hazlip
Hazlitt
Hbert
Hderlin
Head
Headland
Heady
Healdsburg
Healdton
Healey
Healion
Heall
Healy
Heaps
Hearn
Hearne
Hearsh
Hearst
Heater
Heath
Heath Ledger
Heathcote
Heather
Heather Donahue
Heather Graham
Heather Kozar
Heather Langenkamp
Heather Locklear
Heather Lyn Barber
Heather Marie
Heather Matarazzo
Heather McComb
Heather McDonald
Heather Medway
Heather Nova
Heather O'Rourke
Heather Olson
Heather Paige Kent
Heather Payne
Heather Stewart-Whyte
Heather Thomas
Heather Thomas Heaven
Heather Tom
Heather Woll
Heaviside
Heavy D
Heb
Hebbe
Hebbel
Hebbronville
Hebe
Hebel
Heber
Hebert
Hebner
Hebr
Hebraisation
Hebraiser
Hebraism
Hebraist
Hebraization
Hebraizer
Hebrew
Hebrews
Hebrides
Hebron
Hecabe
Hecaleius
Hecamede
Hecate
Hecatonchires
Hecht
Heck
Hecker
Hecklau
Hector
Hector Elizondo
Hecuba
Heda
Hedberg
Hedda
Hedda Lettuce
Heddi
Heddie
Heddy
Hedelman
Hedgcock
Hedges
Hedi
Hedie
Hedin
Hedjaz
Hedley
Hedva
Hedvah
Hedve
Hedveh
Hedvig
Hedvige
Hedwig
Hedwiga
Hedy
Hedy Burress
Hedy Lamarr
Heeley
Heenan
Heep
Heer
Heerlen
Heffron
Hefter
Hegarty
Hege
Hegel
Hegeleos
Hegelian
Hegelianism
Hegemone
Heger
Hegira
Hegyera
Hehre
Heida
Heidegger
Heidelberg
Heidenstam
Heidi
Heidi Iepema
Heidi Klum
Heidi Lucas
Heidi Noelle Lenhart
Heidie
Heidrun
Heidt
Heiduc
Heidy
Heifetz
Heigho
Heigl
Heijo
Heikki Mannila
Heilbronn
Heiligenschein
Heiligenscheine
Heilman
Heilner
Heilungkiang
Heim
Heimdall
Heimer
Heimlich
Hein
Heindrick
Heine
Heiner
Heiney
Heinie
Heinrich
Heinrick
Heinrik
Heinrike
Heins
Heintz
Heinz Hopf
Heinz-Wilhelm Schmidt
Heis
Heise
Heisel
Heisenberg
Heiskell
Heisser
Heitler
Hejaz
Hejira
Hekate
Hekker
Hekking
Hekla
Hel
Helaina
Helaine
Helali
Helban
Helbon
Helbona
Helbonia
Helbonna
Helbonnah
Helbonnas
Held
Helda
Heldentenor
Heleen Striekwold
Helen
Helen Baxendale
Helen Chamberlain
Helen Gibson
Helen Hunt
Helen Mirren
Helen Slater
Helena
Helena Bonham Carter
Helena Christensen
Helena Rasiowa
Helene
Helene Segara
Helenka
Helenor
Helfand
Helfant
Helga
Helga van Leur
Helge Prinsen
Helgeson
Helgoland
Heli
Heliadae
Heliades
Helicaon
Helice
Helicon
Heliconian
Heligoland
Heliochrome
Heliogabalus
Heliopolis
Helios
Hell
Hella van der Wijst
Helladian
Hellas
Helle
Hellen
Hellene
Hellenic
Hellenisation
Helleniser
Hellenism
Hellenist
Hellenization
Hellenizer
Heller
Hellertown
Helles
Hellespont
Hellespontus
Helli
Hellman
Helm
Helman
Helmand
Helmer
Helmholtz
Helmont
Helms
Helmut
Helmut Alt
Helmut Franzen
Helmut Partsch
Helmut Prodinger
Helmut Thiele
Heloise
Helonia
Helot
Helpmann
Helprin
Helsa
Helse
Helsell
Helsie
Helsingborg
Helsingo
Helsinki
Helve
Helvellyn
Helvetia
Helvetian
Helvetic
Helvetii
Helvtius
Helyn
Helyne
Heman
Hemans
Hembree
Hemera
Hemerasia
Hemerocallis
Hemingway
Hemiptera
Hemithea
Hemminger
Hemophilus
Hemphill
Hempstead
Hen
Hench
Hendel
Henden
Henderson
Hendersonville
Hendon
Hendra Suwanda
Hendren
Hendrick
Hendricks
Hendrickson
Hendrik
Hendrika
Hendrix
Hendry
Henebry
Heng
Heng-yang
Hengel
Hengelo
Henghold
Hengist
Henie
Henig
Henigman
Henioche
Henk Barendregt
Henka
Henke
Henleigh
Henley
Henley-on-Thames
Henn
Hennahane
Hennebery
Hennepin
Hennessey
Hennessy
Henni
Hennie
Hennig
Henning
Henny Stoel
Henoch
Henri
Henricks
Henrie
Henrieta
Henrietta
Henriette
Henriha
Henrik
Henrika
Henrion
Henrique
Henriques
Henry
Henry Brandon
Henry Darrow
Henry Foley
Henry Fonda
Henry Purcell
Henry Rollins
Henry Simmons
Henry Thomas
Henry Winkler
Henryetta
Henryk
Henryson
Hensley
Henslowe
Henson
Hentrich
Henty
Henze
Heo Nicholas Pagones
Heo Young Ran
Hepburn
Hephaestus
Hephzibah
Hephzipa
Hephzipah
Heppman
Hepsiba
Hepsibah
Heptateuch
Hepworth
Hepza
Hepzi
Hepzibah
Hera
Heraclea
Heracles
Heraclid
Heraclidae
Heraclitean
Heracliteanism
Heraclitus
Heraclius
Heraea
Herakleion
Herakles
Heraklid
Herald
Herat
Herb
Herb Jeffries
Herb Robbins
Herb Simon
Herb Wilf
Herbart
Herbartian
Herbartianism
Herbert
Herbert Edelsbrunner
Herbert Rawlinson
Herbie
Herblock
Herbst
Herby
Herc
Hercegovina
Herceius
Herculaneum
Hercule
Hercules
Hercules'-club
Herculie
Hercyna
Herder
Herdwick
Here
Heredia
Hereford
Herefordshire
Hereld
Herero
Hereward
Hergesheimer
Heribert Vollmer
Heriberto
Hering
Heringer
Herington
Herisau
Herkimer
Herm
Herma
Herman
Herman Weyl
Hermann
Hermann Maurer
Hermannstadt
Hermaphroditus
Hermes
Hermeticism
Hermetist
Hermia
Hermie
Hermina
Hermine
Herminia
Hermione
Hermiston
Hermitage
Hermite
Hermod
Hermon
Hermosa
Hermosillo
Hermoupolis
Hermy
Hernandez
Hernando
Hernardo
Herndon
Herne
Hero
Herod
Herodian
Herodias
Herodotus
Herold
Heron
Herophile
Herophilus
Heros
Herr
Herra
Herrah
Herren
Herrenvolk
Herrera
Herrick
Herries
Herrin
Herring
Herrington
Herriot
Herriott
Herrle
Herrmann
Herrod
Hersch
Herschel
Herse
Hersey
Hersh
Hershel
Hershel Safer
Hershell
Hershey
Hersilia
Herskowitz
Herson
Herstein
Herstmonceux
Herta
Hertberg
Herter
Hertford
Hertfordshire
Hertha
Hertogenbosch
Hertz
Hertzfeld
Hertzog
Herv
Herve
Herve Gallaire
Herve Villechaize
Hervey
Herwick
Herwig
Herwin
Herzberg
Herzegovina
Herzegovinian
Herzel
Herzen
Herzig
Herzl
Herzog
Hescock
Heshum
Heshvan
Hesiod
Hesiodus
Hesione
Hesketh
Hesky
Hesler
Hesper
Hespera
Hespere
Hesperia
Hesperian
Hesperides
Hesperis
Hesperornis
Hesperus
Hess
Hesse
Hesse-Nassau
Hessel
Hessian
Hessian boots
Hessler
Hessney
Hesta
Hester
Hesther
Hestia
Hesychast
Heteroousian
Heti
Hett
Hetti
Hettie
Hetty
Heuneburg
Heurlin
Heuser
Hevelius
Hevesy
Hew
Hewart
Hewe
Hewes
Hewet
Hewett
Hewette
Hewie
Hewitt
Hewlett
Hexateuch
Hey
Heyde
Heydon
Heyduck
Heyer
Heyerdahl
Heyes
Heyman
Heymann
Heymans
Heyrovsky
Heyse
Heysham
Heyward
Heywood
Hezekiah
Hialeah
Hiawatha
Hibben
Hibbert
Hibbing
Hibbitts
Hibbs
Hibernia
Hibernian
Hibernicism
Hicetaon
Hichens
Hickey
Hickie
Hickok
Hickory
Hicks
Hicksville
Hidalgo
Hidatsa
Hideaki Takizawa
Hideyoshi
Hidie
Hiemis
Hiera
Hieronymus
Hiett
Higbee
Higginbotham
Higgins
Higginson
Higginsville
Higgs
High
Highams
Highet
Highland
Highlander
Highlands
Highness
Highspire
Hightower
Hightstown
Highveld
Highwood
Higinbotham
Higley
Hiiumaa
Hijaz
Hijoung
Hijra
Hikaru Kawamura
Hikaru Nishida
Hike
Hilaira
Hilaire
Hilar
Hilaria
Hilario
Hilarius
Hilary
Hilary Swank
Hilbert
Hild
Hilda
Hildagard
Hildagarde
Hilde
Hildebrand
Hildebrandian
Hildebrandt
Hildegaard
Hildegard
Hildegarde
Hildesheim
Hildick
Hildie
Hildy
Hilel
Hill
Hill Harper
Hilla
Hillard
Hillari
Hillary
Hillary B. Smith
Hillary Tuck
Hilleary
Hillegass
Hillel
Hillel Gazit
Hillell
Hiller
Hillery
Hillhouse
Hilliard
Hilliary
Hillie
Hillier
Hillinck
Hillingdon
Hillis
Hillman
Hills
Hillsboro
Hillsborough
Hillsdale
Hillside
Hilly
Hillyer
Hilo
Hiltan
Hilten
Hiltner
Hilton
Hilversum
Him
Himalayas
Hime
Himeji
Himelman
Himeros
Himerus
Himmler
Hims
Himyarite
Himyaritic
Hinayana
Hinayanist
Hinch
Hinckley
Hind
Hinda
Hindarfjall
Hindemith
Hindenburg
Hindfell
Hindi
Hindoo
Hindooism
Hindoos
Hindoostani
Hindorff
Hindu
Hindu Kush
Hinduism
Hindus
Hindustan
Hindustani
Hines
Hinesville
Hinkel
Hinkle
Hinman
Hinshelwood
Hinson
Hinton
Hintze
Hiordis
Hippalus
Hipparchus
Hippel
Hippias
Hippo
Hippocrates
Hippocrene
Hippocurius
Hippodamas
Hippolochus
Hippolyta
Hippolyte
Hippolytus
Hippomedon
Hippomenes
Hipponous
Hippothous
Hirai
Hiram
Hiranuma
Hirasuna
Hiro
Hirohito
Hiroko
Hiroko Anzai
Hiroko Mori
Hiromi Nagasaku
Hiroshi
Hiroshige
Hiroshima
Hirsch
Hirschfeld
Hirsh
Hirst
Hirudinea
Hirz
Hirza
Hisae Ukita
Hisbe
Hispania
Hispanicisation
Hispanicism
Hispanicization
Hispaniola
Hispanist
Hispano
Hiss
Histadrut
Hitchcock
Hite
Hitler
Hitlerism
Hitlerite
Hitomi Yuki
Hitoshi
Hitt
Hittel
Hittite
Hittitology
Hivite
Hizar
Hjerpe
Hjordis
Hliod
Hloise
Hluchy
Hoad
Hoag
Hoagland
Hoang
Hoangho
Hoare
Hoashis
Hoban
Hobard
Hobart
Hobbema
Hobbes
Hobbie
Hobbism
Hobbist
Hobbs
Hobey
Hobie
Hoboken
Hobrecht
Hobson
Hoccleve
Hochheimer
Hochman
Hock
Hocker
Hocking
Hockney
Hocktide
Hodeida
Hoder
Hodess
Hodge
Hodgenville
Hodges
Hodgkin
Hodgkinson
Hodgson
Hodosh
Hodur
Hoe
Hoebart
Hoeg
Hoehne
Hoem
Hoenack
Hoenir
Hoes
Hoeve
Hoey
Hofei
Hofer
Hoffa
Hoffarth
Hoffer
Hoffert
Hoffman
Hoffmann
Hofmann
Hofmannsthal
Hofstadter
Hofstetter
Hofuf
Hogan
Hogarth
Hogen
Hogg
Hogle
Hogmanay
Hogue
Hohenlinden
Hohenlohe
Hohenstaufen
Hohenzollern
Hohokam
Hohokus
Hoi
Hoisch
Hoisington
Hojo
Hokanson
Hokiang
Hokinson
Hokkaido
Hoku
Hokusai
Hola
Holbein
Holbrook
Holbrooke
Holcman
Holcomb
Holden
Holdenville
Holder
Holdredge
Holds
Hole
Holey
Holgu
Holi
Holiday
Holiness
Holinshed
Holladay
Hollah
Holland
Hollandale
Hollander
Hollandia
Hollands
Holle
Hollenbeck
Holleran
Hollerman
Holli
Holliday
Hollidaysburg
Hollie
Holliger
Hollinger
Hollingshead
Hollingsworth
Hollington
Hollis
Hollister
Holloway
Holly
Holly Gagnier
Holly Hunter
Holly Marie Combs
Holly McNarland
Holly Valance
Hollywood
Hollywooder
Hollywoodian
Hollywoodite
Holm
Holman
Holman-Hunt
Holmann
Holmen
Holmes
Holms
Holmun
Holna
Holocaine
Holocene
Holofernes
Holophane
Holothuroidea
Holst
Holstein
Holsworth
Holt
Holt McCallany
Holton
Holtorf
Holtville
Holtz
Holub
Holyhead
Holyoake
Holyoke
Holzman
Homadus
Homagyrius
Homans
Home
Home Counties
Homer
Homer Savige
Homere
Homerus
Homerville
Homestead
Hometown
Homewood
Hommel
Homo
Homoiousian
Homoiousianism
Homoousian
Homoousianism
Homoptera
Homovec
Homs
Hon
Hon Wai Leong
Honan
Hond
Hondo
Honduran
Honduranean
Honduranian
Honduras
Honebein
Honecker
Honegger
Honesdale
Honey
Honeyman
Honeywell
Honeyz
Hong
Honiara
Honig
Honiton
Honna
Honniball
Honolulu
Honor
Honora
Honoria
Honorine
Honorius
Honshu
Hoo
Hooch
Hood
Hooge
Hoogh
Hooghly
Hook
Hooke
Hooker
Hoon
Hoopen
Hooper
Hoopes
Hoopeston
Hoosier
Hoosierdom
Hootman
Hooton
Hoover
Hooverville
Hopatcong
Hope
Hopedale
Hopeh
Hopestill
Hopewell
Hopfinger
Hopi
Hopis
Hopkins
Hopkinsian
Hopkinsianism
Hopkinson
Hopkinsonian
Hopkinton
Hoples
Hoppe
Hopper
Hoquiam
Horace
Horacio
Horae
Horan
Horatia
Horatii
Horatio
Horatius
Horbal
Horcus
Horeb
Horgan
Horick
Horicon
Horite
Horlacher
Hormisdas
Hormuz
Horn
Horne
Horner
Horney
Hornie
Hornsby
Hornstein
Horodko
Horologium
Horowitz
Horrebow
Horrocks
Horsa
Horseheads
Horsens
Horsey
Horst
Hort
Horta
Horten
Hortensa
Hortense
Hortensia
Hortensius
Horter
Horthy
Horton
Horus
Horvitz
Horwath
Horwitz
Hos
Hosame Abu-Amara
Hosbein
Hose
Hosea
Hoseia
Hosein
Hosfmann
Hoshi
Hoskinson
Hospers
Hospitaler
Hospitalet
Hospitaller
Host
Hotchkiss
Hotien
Hotspur
Hottentot
Hotze
Houdan
Houdini
Houdon
Hough
Houghton
Houghton-le-Spring
Houlberg
Houlton
Houma
Hound
Hounslow
Houphouet-Boigny
Hourigan
Hourihan
Hours
Housatonic
House
Houselander
Housen
Houser
Housman
Houston
Housum
Houyhnhnm
Hove
Hovercraft
Hovey
How
Howard
Howard Aiken
Howard Donald
Howard Hawks
Howard Jones
Howard Karloff
Howard Katseff
Howard Motteler
Howard Siegel
Howard Stern
Howard Trickey
Howarth
Howe
Howell
Howells
Howenstein
Howes
Howey
Howie
Howie D
Howie Dorough
Howie Mandel
Howlan
Howland
Howlend
Howlond
Howlyn
Howrah
Howund
Howzell
Hoxha
Hoxie
Hoxsie
Hoy
Hoye
Hoylake
Hoyle
Hoyt
Hrault
Hrdlicka
Hreidmar
Hrithik Roshan
Hritik Roshan
Hrolf
Hrozny
Hrutkay
Hrvatska
Hsi
Hsia
Hsia-men
Hsian
Hsiang
Hsin-hai-lien
Hsingan
Hsingborg
Hsining
Hsinking
Hsu
Hsu Chi
Hsu-Chun Yen
Hts
Huai
Huai-nan
Huambo
Huan
Huang
Huang Zhisheng
Huascar
Huascaran
Huastec
Huastecs
Huba
Hubbard
Hubble
Hube
Huber
Huberman
Hubert
Hubert H. Humphrey
Huberto
Hubertusburg
Huberty
Hubie
Hubing
Hubli
Hubsher
Hucar
Huckaby
Hud
Huda
Huddersfield
Huddleston
Hudgens
Hudibrastic
Hudis
Hudnut
Hudson
Hudson Leick
Hudsonville
Huebner
Huei
Huelva
Huerta
Huesca
Huesman
Hueston
Huey
Huey Lewis
Hueytown
Huff
Hufnagel
Hufuf
Huggins
Hugh
Hugh Grant
Hugh Hefner
Hugh Jackman
Hugh Laurie
Hugh Quarshie
Hughes
Hughett
Hughie
Hughmanick
Hugi
Hugibert
Hugin
Hugli
Hugo
Hugo Krawczyk
Hugo Speer
Hugo Steinhaus
Hugo Weaving
Hugon
Hugoton
Huguenot
Huguenotism
Hugues
Huhehot
Hui
Hui Wang
Hui-tsung
Huichou
Huidobro
Huila
Huitzilopochtli
Hujsak
Hukill
Hula-Hoop
Hulbard
Hulbert
Hulbig
Hulburt
Hulda
Huldah
Hulen
Hulk Hogan
Hull
Hullda
Hulme
Hultgren
Hultin
Hulton
Hum
Human Nature
Humash
Humashim
Humayun
Humayun Saeed
Humber
Humberside
Humbert
Humberto
Humble
Humboldt
Humboldtianum
Hume
Humfrey
Humfrid
Humfried
Humism
Hummel
Hummelstown
Humo
Humorum
Hump
Humpage
Humperdinck
Humph
Humphrey
Humphrey Bogart
Hums
Hun
Hun-tun
Hunan
Huneker
Hunfredo
Hung
Hungarian
Hungary
Hunger
Hungnam
Hunker
Hunkerism
Hunkerousness
Hunley
Hunnishness
Hunsinger
Hunt
Hunter
Hunter Tylo
Huntingburg
Huntingdon
Huntingdonshire
Huntington
Huntlee
Huntley
Hunts
Huntsville
Hunyadi
Huoh
Hupa
Hupeh
Huppert
Hurd
Hurff
Hurlbut
Hurlee
Hurleigh
Hurless
Hurley
Hurok
Huron
Hurri
Hurrian
Hurst
Hurstmonceux
Hurwit
Hurwitz
Hus
Husain
Husch
Husein
Husha
Huskamp
Huskey
Huskisson
Huss
Hussar
Hussein
Husserl
Hussey
Hussism
Hussite
Huston
Hut
Hutchings
Hutchins
Hutchinson
Hutchison
Hutner
Hutson
Hutt
Huttan
Hutton
Hutu
Hux
Huxham
Huxley
Huygens
Huysmans
Huzur Saran
Hwang
Hwu
Hyacinth
Hyacintha
Hyacinthe
Hyacinthia
Hyacinthides
Hyacinthie
Hyacinthus
Hyades
Hyams
Hyannis
Hyatt
Hyattsville
Hyde
Hyderabad
Hydra
HydroDiuril
Hydrocortone
Hydrozoa
Hydrus
Hygeia
Hyginus
Hyksos
Hylaeus
Hylan
Hyland
Hylas
Hyllus
Hylton
Hyman
Hymen
Hymenoptera
Hymettius
Hymettus
Hymie
Hynda
Hynes
Hyo
Hyozo
Hypanis
Hypatia
Hypatie
Hyperborean
Hypercheiria
Hyperenor
Hyperion
Hypermnestra
Hypertherm
Hypnos
Hypnus
Hypolite
Hyps
Hypseus
Hypsipyle
Hypsistus
Hyrcania
Hyrie
Hyrmina
Hyrnetho
Hyrtius
Hyrup
I'll
I've
I-beam
I-go
I-spy
I.V. Ramakrishnan
IAD
IADB
IAEA
IAM
IAS
IATA
IATSE
IBTCWH
ICA
ICAAAA
ICAO
ICBM
ICC
ICJ
ICS
ICSH
ICs
IDA
IDP
IFC
IFF
IFLWU
IFS
IGFET
IGY
IHD
IHS
IJssel
IJsselmeer
ILA
ILGWU
ILO
ILP
ILS
ILWU
IMCO
IMF
IND
INH
INRI
INS
IOF
IOOF
IOU
IPA
IPBM
IPY
IRA
IRO
IRS
ITO
ITU
IUD
IWW
Iacchus
Iache
Iago
Iain
Ialmenus
Ialysus
Iambe
Iams
Iamus
Ian
Ian Fleming
Ian Gomez
Ian Hart
Ian Holm
Ian Jon Bourg
Ian McDiarmid
Ian McKellen
Ian Munro
Ian Parberry
Ian Robison
Ian Ziering
Iand
Ianteen
Ianthe
Iapetus
Iapigia
Iapyx
Iarbas
Iardanus
Iaria
Iasi
Iasion
Iaso
Iasus
Iaverne
Ibada
Ibadan
Ibadhi
Ibagu
Ibanez
Ibarruri
Ibbetson
Ibbie
Ibbison
Ibby
Iben Hjejle
Iberia
Iberian
Ibert
Ibibio
Ibiza
Iblis
Ibo
Ibrahim
Ibsen
Ibsenism
Ibson
Ibycus
Icaria
Icarian
Icarius
Icarus
Ice
Ice Cube
Ice T
Icel
Iceland
Icelander
Icelandic
Icelus
Iceni
Ichabod
Ichang
Ichiko Sannomiya
Ichinomiya
Ichthyocentaur
Ichthyol
Ichthyornis
Icken
Ickes
Iconium
Ictinus
Ida
Ida Lupino
Idabel
Idaea
Idaho
Idahoan
Idalia
Idalina
Idaline
Idalis De León
Idalla
Idas
Idden
Iddo
Ide
Idea
Idel
Ideler
Idelia
Idell
Idelle
Idelson
Iden
Identikit
Idette
Idhi
Idina Menzel
Idleman
Idlewild
Idmon
Ido
Idoism
Idoist
Idola
Idolah
Idolla
Idomeneo
Idomeneus
Idona
Idonah
Idonea
Idonna
Idothea
Idou
Idoux
Idumaea
Idumaean
Idumean
Idun
Idzik
Ieda
Ielene
Iene
Ieper
Ier
Ierna
Ieso
Ietta
Iey
Ieyasu
Ife
Ifill
Ifni
Ifugao
Ifugaos
Igal
Igal Golan
Igbo
Igbos
Igdrasil
Igenia
Igerne
Iggdrasil
Iggy
Iggy Pop
Iglau
Iglesias
Ignace
Ignacia
Ignacio
Ignacius
Ignatia
Ignatius
Ignatz
Ignatzia
Ignaz
Ignazio
Igor
Igor Walukiewicz
Igorot
Igorots
Igraine
Iguac
Ihab
Iiette
Iila
Iinde
Iinden
Iives
Ikara
Ikaria
Ike
Ikeda
Ikeja
Ikey
Ikeya-Seki
Ikhnaton
Ikkela
Ila
Ilan
Ilan Adler
Ilan Mitchell-Smith
Ilana
Ilaria Galassi
Ilario
Ilarrold
Ilbert
Ildy Modrovich
Ile-de-France
Ileana
Ileane
Ilene
Ilesha
Iletin
Ilford
Ilia
Ilia Kulik
Iliad
Iliamna
Iliana Bjorling-Sachs
Iligan
Iline
Ilion
Ilione
Ilioneus
Ilisa
Ilise
Ilithyia
Ilium
Ilka
Ilke
Ilkeston
Ilkley
Ill
Illampu
Illawarra
Ille-et-Vilaine
Illeana Douglas
Illene
Illich
Illimani
Illinoian
Illinois
Illinoisan
Illona
Illuminati
Illyes
Illyria
Illyrian
Illyricum
Illyrius
Ilmarinen
Ilmen
Ilmir Musikaev
Ilocano
Ilocanos
Iloilo
Ilokano
Ilokanos
Ilona
Ilona Staller
Ilonka
Ilorin
Ilotycin
Ilowell
Ilsa
Ilse
Ilse Colson
Ilse DeLange
Ilse van der Poel
Ilsedore
Ilwain
Ilya
Ilysa
Ilyse
Ilyssa
Ima
Imajin
Imalda
Imamite
Iman
Imbrium
Imbrius
Imbros
Imelda
Imelda Marcos
Imelida
Imena
Imitt
Immanuel
Immingham
Immokalee
Immortals
Imo
Imogen
Imogen Stubbs
Imogene
Imojean
Imp
Imperia
Imperial
Imphal
Improperia
Imray
Imre
Imroz
Imtiaz
Ina
Inachus
Inanna
Inc
Inca
Incabloc
Incan
Incaparina
Incarnation
Inchon
Incognito
Incrocci
Ind
IndE
Indanthrene
Independence
Independency
Independent
Inderpal Mumick
India
Indiaman
Indiamen
Indian
Indiana
Indianapolis
Indianian
Indianisation
Indianization
Indianola
Indic
Indices Expurgatorii
Indienne
Indies
Indihar
Indio
Indo-Aryan
Indo-European
Indo-Europeanist
Indo-Germanic
Indo-Hittite
Indo-Iranian
Indo-Pacific
Indochina
Indochinese
Indologist
Indonesia
Indonesian
Indore
Indra
Indrani
Indre
Indre-et-Loire
Indus
Indy
Ineke Holtwijk
Ineke Moerman
Inerney
Ines
Ines Sastre
Ineslta
Inessa
Inez
Inf
Infeld
Inferi
Infield
Infusoria
Ing
Inga
Inga Drozdova
Ingaberg
Ingaborg
Ingalls
Ingamar
Ingar
Inge
Inge Diepman
Inge Ipenburg
Inge Moerenhout
Inge de Bruijn
Ingeberg
Ingeborg
Ingelbert
Ingelow
Ingemar
Inger
Ingersoll
Ingham
Inghirami
Inglebert
Ingleborough
Ingles
Ingleside
Inglewood
Inglis
Ingmar
Ingmar Bergman
Ingo Rademacher
Ingo Wegener
Ingold
Ingolstadt
Ingra
Ingraham
Ingram
Ingres
Ingrid
Ingrid Bergman
Ingrid Seynhaeve
Ingrim
Ingunna
Ingush
Ingvar
Inhambane
Inigo
Injong Rhee
Injun
Inkerman
Inkster
Inma del Moral
Inman
Inn
Innes
Inness
Innis
Inniskilling
Innosense
Inns of Court
Innsbruck
Innuit
Ino
Inoue
Inquisition
Inquisitor-General
Insecta
Insectivora
Institutes
Insull
Intelsat
Interim
Interior
Interlaken
Interlingua
International
Internationale
Interpol
Intertype
Intimism
Intisar
Intosh
Intyre
Inuit
Invar
Invercargill
Inverness
Inverson
Iny
Ioab
Ioan Gruffudd
Ioannina
Ioannis Tollis
Iobates
Iodama
Iodol
Iola
Iolanthe
Iolaus
Iole
Iolenta
Ion
Ion Filotti
Iona
Ionesco
Iong
Ionia
Ionian
Ionian Islands
Ionic
Iorio
Iormungandr
Ios
Ioshkar-Ola
Ioved
Iover
Ioves
Iow
Iowa
Ioxus
Ioyal
Iphagenia
Iphianassa
Iphicles
Iphidamas
Iphigenia
Iphigeniah
Iphimedia
Iphis
Iphition
Iphitus
Iphlgenia
Iphthime
Ipiales
Ipoctonus
Ipoh
Ippolitov-Ivanov
Ipsambul
Ipsus
Ipswich
Iqbal
Iquique
Iquitos
IrGael
Ira
Ira R. Forman
Ira Steven Behr
Irak
Iraki
Irakis
Iran
Iran Castillo
Iranian
Iraq
Iraqi
Iraqis
Irazu
Irbid
Irbil
Irby
Ire
Iredale
Iredell
Ireland
Irelander
Iren Jacob
Irena
Irene
Irene Cara
Irene Dunne
Irene Jacob
Irene Jansen
Irene Moors
Irene Ng
Irene Wan
Irene ten Voorde
Irene van de Laar
Ireton
Irfan
Irgun
Irgunist
Iricism
Iridis
Iridissa
Iridum
Irina
Irina Lomazova
Iris
Iris Murdoch
Irisa
Irish
Irishism
Irishman
Irishmen
Irishwoman
Irishwomen
Irita
Irja
Irklion
Irkutsk
Irl
Irma
Irme
Irmgard
Irmina
Irmine
Iron Maiden
Irondale
Ironside
Ironton
Iroquoian
Iroquois
Irra
Irrawaddy
Irredentist
Irtysh
Irus
Irv
Irvin
Irvine
Irving
Irvington
Irwin
Irwin Jacobs
Irwinn
Isa
Isaac
Isaac Hanson
Isaac Saias
Isaacs
Isaacson
Isaak
Isabeau
Isabel
Isabel Cruz
Isabelita
Isabella
Isabella Prins
Isabella Rosselini
Isabella Rossellini
Isabelle
Isabelle Adjani
Isabelle Brinkman
Isac
Isacco
Isador
Isadora
Isadore
Isai
Isaiah
Isak
Isander
Isar
Isauria
Isbel
Isbella
Isborne
Iscariot
Iscariotism
Ischepolis
Ischia
Ischys
Iseabal
Isenland
Isenstein
Iseult
Isfahan
Ish-bosheth
Isherwood
Ishii
Ishmael
Ishmaelite
Ishmul
Ishpeming
Ishtar
Ishum
Ishvara
Isia
Isiah
Isidor
Isidora
Isidore
Isidoro
Isidorus
Isidro
Isin
Isis
Iskenderun
Isla
Isla Fisher
Islaen
Islam
Islamabad
Islamisation
Islamism
Islamite
Islamization
Island
Islay
Isle
Islean
Isleana
Isleen
Islek
Isley Brothers
Islington
Isma
Ismael
Ismaili
Ismailia
Ismailian
Ismailiya
Isman
Ismarus
Ismene
Ismenus
Isobel
Isocrates
Isola
Isolda
Isolde
Isolde Hallensleben
Isolt
Isonzo
Ispahan
Israel
Israeli
Israelite
Israfil
Issachar
Issacharite
Issei
Issi
Issiah
Issie
Issus
Issy
Issyk-Kul
Istanbul
Isth
Istria
Istrian
Istvan Simon
Isus
Ita
Itabuna
Itagaki
Ital
Italia
Italian
Italianation
Italianisation
Italianism
Italianist
Italianization
Italianizer
Italic
Italicism
Italophile
Italy
Itapetininga
Itasca
Ithaca
Ithaman
Ithnan
Ithomatas
Ithome
Ithunn
Ithuriel's-spear
Itin
Itnez
Ito
Itonia
Itonius
Iturbi
Itylus
Itys
Iulus
Iva
Ivah
Ivan
Ivan Havel
Ivan Rodriguez
Ivan Rogers
Ivan Sergei
Ivan Soskov
Ivan Sutherland
Ivana
Ivanah
Ivanhoe
Ivanka Trump
Ivanna
Ivanov
Ivanovo
Ivar
Ivatts
Ive
Ivens
Iver
Ivers
Iverson
Ives
Iveson
Ivett
Ivette
Ivetts
Ivey
Ivie
Ivis
Iviza
Ivo
Ivon
Ivonne
Ivor
Ivory
Ivy
Ivyann Schwan
Iwo
Iwris Kelly
Ixelles
Ixion
Ixtaccihuatl
Ixtacihuatl
Iyar
Iyeyasu
Iynx
Iyre
Izaak
Izabel
Izabella Miko
Izabella Scorupco
Izak
Izanagi
Izanami
Izard
Izawa
Izhevsk
Izmir
Izmit
Iznik
Iztaccihuatl
Izvestia
Izy
Izzak
Izzy
J-D Boissonnat
J. Estrin
J. Karhumaki
J. Meidanis
J. Michael Steele
J. Schwinger
J. Zwiers
J. de Groot
J. von zur Gathen
J.A. Robinson
J.A.A. Coenen
J.B. Rosen
J.C. Chasez
J.C. Earley
J.D. Sumner
J.D. Tamarkin
J.D.C. Benaloh
J.F. Traub
J.G. Danaraj
J.H. Jou
J.H. Morris
J.J. Jones
J.J. Thomson
J.K. Lenstra
J.K. Rowling
J.N. Kok
J.O. Blanco
J.P.S. Brown
J.R. Bourne
J.R. Buchi
J.R. Shoenfield
J.T. Walsh
J.W. Klop
JAC
JAG
JC Chasez
JCB
JCD
JCL
JCS
JET
JFK
JHS
JHVH
JMP
JSD
JUGFET
JWV
Ja Rule
Jaal
Jaala
Jaan
Jabal
Jabalpur
Jaban
Jabberwockies
Jabberwocky
Jabe
Jabez
Jabin
Jabir
Jablon
Jabon
Jabrud
Jac
Jacalyn
Jacarta
Jacelyn Tay
Jacenta
Jacey
Jacie
Jacinda
Jacinta
Jacinta Stapleton
Jacinth
Jacintha
Jacinthe
Jacinto
Jack
Jack Benny
Jack Carlyle
Jack Davenport
Jack Dennis
Jack Du Brul
Jack Edmonds
Jack Hawkins
Jack Lemmon
Jack Lord
Jack Lutz
Jack Murdock
Jack Nicholson
Jack Noseworthy
Jack Rooney
Jack Ryder
Jack Schwartz
Jack Soo
Jack Wagner
Jack Webb
Jack Wild
Jack-the-rags
Jackelyn
Jacki
Jackie
Jackie Chan
Jackie DeShannon
Jackie Gleason
Jackie Kennedy
Jackie Lui Chung Yin
Jackie Martling
Jackie Sawris
Jackie Shroff
Jackie Woodburne
Jackies
Jacklin
Jacklyn
Jackquelin
Jackqueline
Jacksboro
Jackson
Jacksonian
Jacksonism
Jacksonville
Jacky
Jacky Cheung
Jaclin
Jaclyn
Jaclyn Smith
Jacmel
Jaco
Jaco W. de Bakker
Jacob
Jacob Gonczarowski
Jacob Smith
Jacob Vargas
Jacob Young
Jacob's-ladder
Jacoba
Jacobah
Jacobba
Jacobean
Jacobi
Jacobian
Jacobin
Jacobina
Jacobine
Jacobine Geel
Jacobinisation
Jacobinism
Jacobinization
Jacobite
Jacobitism
Jacobo
Jacobo Toran
Jacobo Valdes
Jacobs
Jacobsen
Jacobsohn
Jacobson
Jacoby
Jacquard
Jacquelin
Jacqueline
Jacqueline Aronson
Jacqueline Bisset
Jacqueline Collen
Jacqueline Moore
Jacqueline Torres
Jacquelyn
Jacquelynn
Jacquenetta
Jacquenette
Jacquerie
Jacques
Jacques Hadamard
Jacques Villeneuve
Jacquet
Jacquetta
Jacquette
Jacquie
Jacy
Jacynth
Jada
Jada Pinkett
Jada Pinkett Smith
Jadd
Jadda
Jaddan
Jaddo
Jade
Jade Leung
Jadotville
Jadwiga
Jae
Jaeger
Jaehne
Jael
Jaela
Jaella
Jaen
Jaenicke
Jaf
Jaffa
Jaffe
Jaffna
Jagannath
Jagatai
Jagello
Jagellos
Jagganath
Jagged Edge
Jagger
Jagiello
Jagiellos
Jagir
Jago
Jahangir
Jahdai
Jahdal
Jahdiel
Jahdol
Jahel
Jahn
Jahncke
Jahrzeit
Jahveh
Jahvism
Jahvist
Jaikumar Radhakrishnan
Jaime
Jaime Bergman
Jaime Bores
Jaime Gomez
Jaime Pressly
Jaimie
Jain
Jaine
Jainism
Jaipur
Jair
Jairia
Jakarta
Jake
Jake Busey
Jake Gyllenhaal
Jake Lloyd
Jake Matthews
Jake Weber
Jakie
Jakob
Jakoba
Jakobson
Jal
Jala
Jalapa
Jalbert
Jalisco
Jallier
Jam
Jamaal
Jamaica
Jamaican
Jamaine van der Vegt
Jamal
Jamalpur
Jambi
Jamel
James
James A. Foster
James Abbott
James Aspnes
James Barbour
James Belushi
James Best
James Bitner
James Bolam
James Booker
James Broderick
James Brolin
James Brown
James Burns
James Caan
James Cagney
James Cameron
James Caviezel
James Coburn
James Cromwell
James Cronwell
James Darren
James Dean
James Doohan
James DuMont
James Earl Jones
James Ellroy
James Frain
James Franco
James Gandolfini
James Garner
James Gregory
James Haven Voight
James Horan
James Hyde
James Joyce
James K. Park
James Kadin
James Kenevan
James Kiberd
James King
James Korsh
James LeGros
James Lee Burke
James Lew
James Lovell
James MacArthur
James Marsden
James Marsters
James Mason
James Morrison
James Read
James Rebhorn
James Shigeta
James Sikking
James Spader
James Stewart
James Taylor
James Thatcher
James Wong
James Woods
James Wyllie
James van der Beek
Jamesburg
Jameson
Jamestown
Jamesy
Jamey
Jami
Jami Gertz
Jamie
Jamie Andrews
Jamie Bamber
Jamie Dantzscher
Jamie Denton
Jamie Draven
Jamie Foreman
Jamie Foxx
Jamie Gertz
Jamie Kennedy
Jamie Lauren
Jamie Lee Curtis
Jamie Luner
Jamie Lynn Sigler
Jamie Pressly
Jamie Renee Smith
Jamie Walters
Jamieson
Jamil
Jamila
Jamill
Jamilla
Jamille
Jamima
Jamin
Jamison
Jammal
Jammie
Jammin
Jammu
Jamnagar
Jamnes
Jamnis
Jamshedpur
Jamshid
Jan
Jan A. Bergstra
Jan Akkerman
Jan Chomicki
Jan Cuny
Jan Friso Groote
Jan Prins
Jan Smithers
Jan van Leeuwen
Jan van der Craats
Jan-Michael Vincent
Jana
Jana Mikusova
Jana Novotna
Janacek
Janae Cox
Janata
Janaya
Janaye
Jandel
Jandy
Jane
Jane Alexander
Jane Austen
Jane Chen
Jane Child
Jane Danson
Jane Fonda
Jane Greer
Jane Krakowski
Jane Leeves
Jane March
Jane Powell
Jane Russell
Jane Seymour
Jane Wyman
Janean
Janeane Garofalo
Janeczka
Janeen
Janek
Janel
Janela
Janella
Janelle
Janene
Janerich
Janessa
Janesville
Janet
Janet Evanovich
Janet Gunn
Janet Jackson
Janet Leigh
Janet McTeer
Janeta
Janetta
Janette
Janeva
Janey
Jang Hyuk
Jangro
Jania
Janice
Janicki
Janiculum
Janie
Janifer
Janik
Janina
Janina Frostell
Janine
Janine Lindemulder
Janine Turner
Janis
Janis Barzdins
Janis Joplin
Janissaries
Janissary
Janith
Janiuszck
Janizaries
Janizary
Janka
Janke de Haan
Jankell
Jankey
Jann
Janna
Janna Svenson
Janneke Vos
Jannel
Jannelle
Jannery
Janos
Janos Komlos
Janos Simon
Janot
Jansen
Jansenism
Jansenist
Janssen
Jansson
Jante Tracy Keijser
Jantine de Jong
Januaries
Januarius
January
Januisz
Janus
Jany
Janys
Janyte
Jap
Japan
Japanese
Japanese slippers
Japanism
Japeth
Japha
Japheth
Japn
Japonism
Japur
Jaqitsch
Jaquelee
Jaquelin
Jaquenetta
Jaquenette
Jaques
Jaques-Dalcroze
Jaquiss
Jaquith
Jara
Jarad
Jarash
Jardena
Jareb
Jared
Jared Leto
Jared Pfennigwerth
Jarek
Jaret
Jari
Jariah
Jarib
Jarid
Jarietta
Jarita
Jarl
Jarlath
Jarlathus
Jarlen
Jarnagin
Jaromir Jagr
Jarrad
Jarred
Jarrell
Jarret
Jarrett
Jarrett Lennon
Jarrid
Jarrod
Jarrod Crawford
Jarrow
Jarry
Jarv
Jarvey
Jarvis
Jary
Jas
Jascha
Jase
Jasen
Jasik
Jasisa
Jasmin
Jasmin Gerat
Jasmin Wagner
Jasmina
Jasmine
Jasmine Sendar
Jason
Jason Alexander
Jason Behr
Jason Biggs
Jason Brown
Jason Carter
Jason Connery
Jason David Frank
Jason Donovan
Jason Everly
Jason Flemyng
Jason Gedrick
Jason Hughes
Jason Isaacs
Jason Lee
Jason London
Jason Marsden
Jason Mewes
Jason Momoa
Jason Orange
Jason Patric
Jason Priestley
Jason Priestly
Jason Robards
Jason Schwartzman
Jason Segel
Jason Thomas
Jason Weaver
Jason Wiles
Jason-Shane Scott
Jasper
Jaspers
Jassy
Jasun
Jat
Jataka
Jauch
Jaunita
Jaur
Jav
Java
Javanese
Javari
Javary
Javed
Javier
Javier Esparza
Javier Solis
Javler
Jawahar Chirimar
Jawan
Jawara
Jawlensky
Jaworski
Jaxartes
Jay
Jay Acovone
Jay Anthony Franke
Jay Bontatibus
Jay Gischer
Jay Graydon
Jay K. Johnson
Jay Leno
Jay Mohr
Jayadev Misra
Jayawardena
Jaycee
Jaye
Jaye Davidson
Jayhawker
Jaylene
Jayme
Jaymee
Jaymie
Jayne
Jayne Mansfield
Jayne Middlemiss
Jaynell
Jaynes
Jayson
Jayson Michael Taylor
Jazmin
Jcanette
Jea
Jean
Jean Arthur
Jean Belmondo
Jean Blair
Jean Butler
Jean Carson
Jean Claude van Damme
Jean Cocteau
Jean Gallier
Jean Harlow
Jean Louisa Kelly
Jean Michel Jarre
Jean Musinski
Jean Reno
Jean Seberg
Jean Simmons
Jean Vuillemin
Jean Wang
Jean-Christophe
Jean-Christophe Lombardo
Jean-Claude
Jean-Jacques Pansiot
Jean-Luc Godard
Jean-Marie Cadiou
Jean-Paul Belmondo
Jean-Paul Sartre
Jeana
Jeane
Jeanelle
Jeanerette
Jeanet Schuurman
Jeanette
Jeanette MacDonald
Jeanette Schmidt-Prozan
Jeanie
Jeanine
Jeanna
Jeanne
Jeanne Crain
Jeanne Ferrante
Jeanne Kooijmans
Jeanne Moreau
Jeanne Tripplehorn
Jeannette
Jeannette Lewis
Jeannie
Jeannine
Jeans
Jeavons
Jeaz
Jeb
Jebb
Jebus
Jebusite
Jecho
Jecoa
Jecon
Jeconiah
Jed
Jed Gillin
Jedburgh
Jedd
Jedda
Jeddy
Jedediah
Jedidiah
Jedlicka
Jedthus
Jeeps
Jeff
Jeff Anderson
Jeff Bridges
Jeff Buckley
Jeff Chu
Jeff Daniels
Jeff Edmonds
Jeff Fahey
Jeff Goldblum
Jeff Gordon
Jeff Hardy
Jeff Jaffe
Jeff Kahn
Jeff Kober
Jeff Lagarias
Jeff McCarthy
Jeff Perry
Jeff Richards
Jeff Stearns
Jeff Timmons
Jeff Trachta
Jeff Vitter
Jeff Zucker
Jeffcott
Jefferey
Jeffers
Jefferson
Jeffersonian
Jeffersonianism
Jeffersontown
Jeffersonville
Jeffery
Jeffie
Jeffrey
Jeffrey Archer
Jeffrey Combs
Jeffrey DeMunn
Jeffrey Donovan
Jeffrey F. Naughton
Jeffrey Jones
Jeffrey Schoeny
Jeffrey Shaffer
Jeffrey Shallit
Jeffrey Ullman
Jeffreys
Jeffries
Jeffry
Jeffy
Jegar
Jeggar
Jegger
Jeh
Jehangir
Jehiah
Jehial
Jehias
Jehiel
Jehius
Jehoash
Jehoiada
Jehol
Jehoshaphat
Jehovah
Jehovism
Jehovist
Jehu
Jelena
Jelena Dokic
Jelks
Jell-O
Jelle
Jellicoe
Jelsma
Jem
Jemappes
Jemena
Jemie
Jemima
Jemimah
Jemina
Jeminah
Jemine
Jemma
Jemmie
Jemmy
Jempty
Jemy
Jen
Jena
Jena Malone
Jenda
Jenei
Jenesia
Jenette
Jeni
Jenica
Jenice
Jeniece
Jenifer
Jeniffer
Jenilee
Jenkins
Jenkinson
Jenks
Jenn
Jenna
Jenna Elfman
Jenna Jameson
Jenna Leigh Green
Jenna von Oy
Jenne
Jennee
Jenner
Jenness
Jennette
Jenni
Jennica
Jennie
Jennie Garth
Jennifer
Jennifer Aniston
Jennifer Beals
Jennifer Capriati
Jennifer Chen
Jennifer Connelly
Jennifer Coolidge
Jennifer Ehle
Jennifer Elise Cox
Jennifer Esposito
Jennifer Estlin
Jennifer Garner
Jennifer Grant
Jennifer Grey
Jennifer Hoffman
Jennifer J. Burg
Jennifer Jason Leigh
Jennifer Jones
Jennifer Keyte
Jennifer Lien
Jennifer Lopez
Jennifer Love Hewitt
Jennifer O'Dell
Jennifer O'Neill
Jennifer Parilla
Jennifer Pena
Jennifer Rovero
Jennifer Saunders
Jennifer Sky
Jennifer Tilly
Jennifer Ward-Leland
Jennifer Welch
Jennifer de Jong
Jennilee
Jennine
Jennings
Jenny
Jenny Agutter
Jenny Fijnvandraat
Jenny McCarthy
Jenny Thompson
Jeno
Jens
Jensen
Jensen Ackles
Jensen Buchanan
Jenson Button
Jentoft
Jenufa
Jephthah
Jephum
Jepson
Jepum
Jer
Jer O'Leary
Jerad
Jerald
Jeraldine
Jeralee
Jeramey
Jeramie
Jerash
Jerba
Jere
Jereld
Jereme
Jeremiah
Jeremias
Jeremie
Jeremie Renier
Jeremy
Jeremy Brett
Jeremy Callaghan
Jeremy Davies
Jeremy Irons
Jeremy Jordan
Jeremy Kushnier
Jeremy Lelliott
Jeremy Maxwell
Jeremy Northam
Jeremy Piven
Jeremy Ratchford
Jeremy Shapiro
Jeremy Sisto
Jerez
Jeri
Jeri Lynn Ryan
Jeri Ryan
Jericho
Jeris
Jeritah
Jeritza
Jermain
Jermaine
Jerman
Jermayne
Jermyn
Jeroboam
Jeroen Kijk in de Vegte
Jeroen Nieuwenhuize
Jeroen Post
Jerol
Jerold
Jeroma
Jerome
Jerome Bettis
Jeromy
Jeronima
Jerri
Jerrie
Jerries
Jerrilee
Jerrine
Jerrol
Jerrold
Jerrold W. Grossman
Jerroll
Jerrome
Jerry
Jerry Dixon
Jerry Doyle
Jerry Garcia
Jerry Hall
Jerry Lewis
Jerry O'Connell
Jerry Orbach
Jerry Rice
Jerry Seinfeld
Jerry Spinrad
Jerry Swindall
Jerry Trahan
Jerry Vale
Jerrylee
Jersey
Jerseyan
Jerseyite
Jerseyville
Jerubbaal
Jerusalem
Jerusalemite
Jerusha Geelhoed
Jervis
Jerz
Jerzy Tiuryn
Jerzy Tyszkiewicz
Jesh
Jesher
Jespersen
Jess
Jess Franco
Jessa
Jessabell
Jessalin
Jessalyn
Jessamine
Jessamyn
Jesse
Jesse Bradford
Jesse Camp
Jesse Eisenberg
Jesse James
Jesse L. Martin
Jesse Means
Jesse Metcalfe
Jesse Spencer
Jesse Ventura
Jessee
Jesselton
Jesselyn
Jessen
Jessey
Jessi
Jessica
Jessica Alba
Jessica Andrews
Jessica Biel
Jessica Chung
Jessica Folcker
Jessica Hsuan
Jessica Lange
Jessica Simpson
Jessica Steen
Jessie
Jessika
Jessy
Jestude
Jesu
Jesuit
Jesuitisation
Jesuitism
Jesuitization
Jesup
Jesus
Jet Li
Jet Sol
Jeth
Jethra
Jethro
Jetske van den Elsen
Jettie
Jeu
Jeunesse
Jeuz
Jevon
Jevons
Jew
Jew-baiter
Jew-baiting
Jewel
Jewel Kilcher
Jewel Shepard
Jewell
Jewelle
Jewess
Jewett
Jewish
Jewishness
Jewries
Jewry
Jews
Jez
Jezabel
Jezabella
Jezabelle
Jezebel
Jezreel
Jezreelite
Jhansi
Jhelum
Ji-Woo Choi
Jibouti
Jibuti
Jidda
Jie Wang
Jieh Hsiang
Jihan Fahira
Jik Chang
Jill
Jill Bialosky
Jill Dando
Jill Hennessy
Jill Larson
Jillana
Jillane
Jillayne
Jilleen
Jillene
Jilli
Jillian
Jillie
Jilly
Jilolo
Jim
Jim Breuer
Jim Byrnes
Jim Carrey
Jim Caviezel
Jim Courier
Jim Cummings
Jim Dale
Jim Driscoll
Jim Gaffigan
Jim Gray
Jim Grundy
Jim Henson
Jim Hoover
Jim Morrison
Jim Nabors
Jim Orlin
Jim Poulos
Jim Robinson
Jim Royer
Jim Shearer
Jim Steinman
Jim Storer
Jim Varney
Jimi Hendrix
Jimmie
Jimmy
Jimmy Buffett
Jimmy Carter
Jimmy Fallon
Jimmy Keogh
Jimmy Lin
Jimmy Martin
Jimmy Nail
Jimmy Page
Jimmy Smits
Jimmy Vasser
Jimmy Workman
Jimnez
Jin-yi Cai
Jingsen Chen
Jinja
Jinnah
Jinny
Jinsen
Jinx
Jit
Jivaro
Jivaros
Jkping
Jno
Jo O'Meara
Jo-Ann
JoAnn
JoAnn Bush
JoAnne
Joab
Joachim
Joachim Bollen
Joachim Grollmann
Joachim Parrow
Joachima
Joacima
Joacimah
Joan
Joan Allen
Joan Boyar
Joan Chen
Joan Collins
Joan Crawford
Joan Cusack
Joan Feigenbaum
Joan Fontaine
Joan Hutchinson
Joan Lawry
Joan Rivers
Joan Severance
Joana
Joane
Joanie
Joann
Joanna
Joanna Cassidy
Joanna Going
Joanna Lumley
Joanne
Joanne Brouwer
Joanne Guest
Joanne Nova
Joanne Pankow
Joanne Whalley
Joanne Whalley-Kilmer
Joao
Joappa
Joaquim de Almeida
Joaquin
Joaquin Phoenix
Joash
Joashus
Job
Job's-tears
Jobcentre
Jobe
Jobey
Jobi
Jobie
Jobina
Joby
Jobye
Jobyna
Jocasta
Jocelin
Joceline
Jocelyn
Jocelyne Wildenstein
Jochbed
Jochebed
Jochum
Jock
Jocko
Jodean
Jodee
Jodhi May
Jodhpur
Jodi
Jodi Lyn O'Keefe
Jodi Paterson
Jodie
Jodie Foster
Jodie Meares
Jodie Sweetin
Jodl
Jodo
Jodoin
Jody
Jody Bernal
Jody Thompson
Joe
Joe Bates
Joe Bob Briggs
Joe Dallesandro
Joe Estevez
Joe Halpern
Joe Kilian
Joe Kruskal
Joe Lando
Joe Leung
Joe Mantegna
Joe McIntyre
Joe Montana
Joe Nipote
Joe Pantoliano
Joe Penny
Joe Perrino
Joe Pesci
Joe Rogan
Joe Scheibelhut
Joe Taylor
Joeann
Joed
Joel
Joel Coen
Joel Friedman
Joel Moses
Joel Seiferas
Joel Spencer
Joela
Joell
Joella
Joelle
Joellen
Joelly
Joely Fisher
Joely Richardson
Joelynn
Joensuu
Joep Sertons
Joerg
Joette
Joey
Joey Fatone
Joey Gordon-Levitt
Joey Heatherton
Joey Lauren Adams
Joey Lawrence
Joey McIntyre
Joey Swee
Joey Tempest
Joeys
Joffre
Jogjakarta
Joh
Johan
Johan F.A.K. van Benthem
Johan Hastad
Johanan
Johann
Johann Sebastian Bach
Johann Wolfgang Goethe
Johanna
Johannah
Johannes
Johannesburg
Johannessen
Johannisberger
Johansen
Johathan
Johen
Johiah
Johm
John
John Addison
John Ashbery
John Astin
John Beasley
John Beatty
John Beebee
John Belushi
John Berryman
John Betjeman
John Bowles
John Bradley
John Brown
John Bruno
John C. McGinley
John C. Reilly
John Cameron Mitchell
John Candy
John Carpenter
John Case
John Cassavetes
John Cherniavsky
John Cho
John Cleave
John Cleese
John Colicos
John Corbett
John Cusack
John D'Aquino
John D. Rogers
John Davidson
John Denver
John DiResta
John Diehl
John Ducey
John Dye
John F. Kennedy, Jr.
John Finch
John Finn
John Fitzgerald Kennedy
John Ford
John Franco
John Franklin
John Frusciante
John Garfield
John Geske
John Gilbert
John Gill
John Glenn
John Goodman
John Grefenstette
John Grisham
John H. Holland
John Hannah
John Hannan
John Haymes Newton
John Heard
John Henson
John Hershberger
John Hobby
John Hopcroft
John Hughes
John Huston
John Irving
John J. York
John Kam
John Kececioglu
John Kemeny
John Larroquette
John LeClair
John Leguizamo
John Lennon
John Leuchner
John Lewis
John Lipson
John Lithgow
John Littlefield
John Longley
John Lynch
John M Jackson
John M. Jackson
John Malkovich
John Mayberry
John McCarthy
John McEnery
John Michael Montgomery
John Mitchell
John Myhill
John Mylopoulos
John Nettles
John Paul Cusack
John Paul Jones
John Paul Pitoc
John Peale Bishop
John Pinette
John Polson
John Reif
John Rhys-Davies
John Rich
John Ritter
John Rompel
John Saint Ryan
John Savage
John Simm
John Souza
John Sposito
John Stamos
John Staples
John Stockton
John Tavener
John Travolta
John Tromp
John Tucker
John Tukey
John Turturro
John Updike
John Vickery
John W. Young
John Waite
John Waters
John Wayne
John Williams
John Williams
John Winston
John Wollner
John Woo
John de Lancie
John le Carre
John von Neumann
Johna
Johnath
Johnathan
Johnathan Brandis
Johnathon
Johnathon Schaech
Johnna
Johnnie
Johnnies
Johnny
Johnny Carson
Johnny Cash
Johnny Counterfit
Johnny Crawford
Johnny Depp
Johnny Diaz Reyes
Johnny Galecki
Johnny Rotten
Johnny Roventini
Johnny Whitworth
Johnny-jump-up
Johns
Johnson
Johnsonburg
Johnsonese
Johnsonianism
Johnsson
Johnsten
Johnston
Johnstone
Johnstown
Johny
Johore
Johppa
Johppah
Johst
Joiada
Joice
Joie Lenz
Joiner
Joinvile
Joinville
Jokai
Jokjakarta
Joktan
Jola
Jolanta
Jolda
Jolee
Joleen
Jolene
Jolenta
Joletta
Joli
Jolie
Joliet
Jolin
Jolina Magdangal
Joline
Joliot-Curie
Jolivet
Jollanta
Jollenta
Jolo
Jolson
Joly
Jolyn
Jon
Jon Abrahams
Jon Avner
Jon B.
Jon Bentley
Jon Bon Jovi
Jon Cryer
Jon Doyle
Jon Favreau
Jon Goldstine
Jon Gries
Jon Huertas
Jon Lee
Jon Lovitz
Jon Provost
Jon Riecke
Jon Seda
Jon Sorenson
Jon Stewart
Jon Tenney
Jon Turner
Jon Voight
Jon-Erik Hexum
Jona
Jonah
Jonas
Jonathan
Jonathan Brandis
Jonathan Buss
Jonathan Cake
Jonathan Crombie
Jonathan Davis
Jonathan Frakes
Jonathan Frid
Jonathan Jackson
Jonathan Kellerman
Jonathan Lipnicki
Jonathan Pryce
Jonathan Rannells
Jonathan Rhys Meyers
Jonathan Rhys-Meyers
Jonathan Swift
Jonathan Taylor Thomas
Jonathan Winters
Jonathan del Arco
Jonathon
Jonati
Jone
Jonell
Jones
Jonesboro
Joneses
Jonette
Joni
Joni Mitchell
Jonie
Jonina
Jonis
Jonme
Jonna
Jonny
Jonny Lee Miller
Jonquil
Jonson
Joo
Joon
Jooss
Joost
Joost Engelfriet
Joost van der Stel
Jopa
Joplin
Joppa
Joram Lindenstrauss
Jordaens
Jordain
Jordan
Jordan Danielle
Jordan Knight
Jordan Medina
Jordan Zashev
Jordana
Jordana Brewster
Jordanna
Jordans
Jordanson
Jordison
Jordon
Jorey
Jorgan
Jorge
Jorge Luis Borges
Jorge Negrete
Jorge Stolfi
Jorgensen
Jorgenson
Jori
Jorie
Jorin
Joris
Jorja Fox
Jormungandr
Jorrie
Jorry
Jory
Jos
Jos Baeten
Jose
Jose Balcazar
Jose Da Silveira
Jose Feliciano
Josee
Josee Chouinard
Josefa
Josefina
Josefine van Asdonk
Joseito
Joselow
Joselyn
Josep
Josep Diaz
Joseph
Joseph Ashton
Joseph Brodsky
Joseph Cotten
Joseph Cross
Joseph Culberson
Joseph Fiennes
Joseph Fuqua
Joseph Gil
Joseph Giuliano
Joseph Gordon-Levitt
Joseph Ja'Ja'
Joseph Manning
Joseph Mazzello
Joseph Mitchell
Joseph Naor
Joseph O'Rourke
Joseph Sicilia
Joseph's-coat
Josepha
Josephina
Josephine
Josephine Byrnes
Josephine's-lily
Josephson
Josephus
Joser
Joses
Josey
Josh
Josh Becker
Josh Charles
Josh Clark
Josh Davis
Josh Duhamel
Josh Hartnett
Josh Server
Joshi
Joshia
Joshua
Joshua Cox
Joshua Feinman
Joshua Hodas
Joshua Jackson
Joshua Kobak
Joshua Leonard
Joshua Morrow
Joshuah
Josi
Josiah
Josias
Josie
Josie Bissett
Josie Chang
Josie Lawrence
Josie Maran
Joska Zinkweg
Josler
Joslyn
Josselyn
Josue
Josy
Jotham
Jotun
Jotunheim
Joub
Joubert
Jouhaux
Joukahainen
Joule
Joung
Jourdain
Jourdan
Jouve
Jove
Jovi
Jovia
Jovian
Jovita
Jovitah
Jovitta
Jowett
Joy
Joy Behrman
Joy E. Behrman
Joya
Joyan
Joyann
Joyce
Joycean
Joycelin
Joye
Joyous
Jozef
Jsu Garcia
Juan
Juan Chioran
Juan Ferndez Islands
Juan Garay
Juana
Juanita
Juanjo Puigcorbe
Juanne
Juantorena
Juba
Juback
Jubal
Jubbulpore
Jubilate
Jud
Juda
Judaea
Judaean
Judaeo-German
Judaeo-Spanish
Judah
Judahite
Judaica
Judaisation
Judaism
Judaist
Judaization
Judaizer
Judas
Judd
Judd Nelson
Jude
Jude Law
Judea
Judean
Judenberg
Judette
Judezmo
Judg
Judge Judy
Judge Reinhold
Judges
Judgment
Judi
Judi Dench
Judie
Judit Masco
Judith
Judith Ansems
Judith Baldwin
Judith Light
Judith Owen
Judith de Bruijn
Judith de Klijn
Juditha
Judsen
Judson
Judson Mills
Judus
Judy
Judy Davis
Judy Garland
Judy Goldsmith
Judy Kaye
Judy McBurney
Judye
Juergen Eickel
Jueta
Juetta
Jugendstil
Juggernaut
Jugoslav
Jugoslavia
Jugoslavian
Jugurtha
Juhi Chawla
Jujuy
Jukes
Jul
Jule
Julee
Jules
Jules Asner
Jules Verne
Juley
Juli
Julia
Julia Barr
Julia Bradbury
Julia Hayes
Julia Louis-Dreyfus
Julia Ormond
Julia Roberts
Julia Samuel
Julia Sawalha
Julia Schultz
Julia Shultz
Julia Stiles
Julia Sweeney
Julian
Julian Alps
Julian Arahanga
Julian Cheung
Julian Cheung Chi Lam
Julian Lennon
Julian Sands
Julian Stone
Julian Wadham
Juliana
Juliane
Juliann
Julianna Margulies
Julianne
Julianne Moore
Julianne Morris
Juliano
Julide
Julie
Julie Andrews
Julie Ann
Julie Benz
Julie Bowen
Julie Brown
Julie Budd
Julie Christie
Julie Delpy
Julie Fontaine
Julie Halston
Julie Harris
Julie Masse
Julie Newmar
Julie Piekarski
Julie Pinson
Julie Strain
Julie Warner
Julienne
Julies
Juliet
Juliet Mills
Julieta
Julietta
Juliette
Juliette Binoche
Juliette Greco
Juliette Lewis
Juliette de Wijn
Julika Marijn
Julina
Juline
Julio
Julio Iglesias
Julio Iglesias Jr
Julis
Julissa
Julita
Julius
Julius Plucker
Jullundur
July
Jumada
Jumbala
Jumna
Jump
Jun
Jun Matsuda
Jun Tarui
Juna
Junc
Jundiai
June
June Allyson
June Foray
June Lockhart
June Marlowe
June Wilkinson
Juneau
Juneberries
Juneberry
Juneteenth
Junette
Jung
Jungfrau
Junggrammatiker
Juni
Junia
Junie
Junieta
Junina
Junius
Junji
Junker
Junkerdom
Junkerism
Junkers
Junko
Junna
Junno
Juno
Junot
Jupiter
Jupiter's-beard
Jura
Jurassic
Jurdi
Jurez
Jurgen
Jurgen Prochnow
Juris Hartmanis
Juris Strods
Jurkoic
Jurnee Smollett
Juru
Jusserand
Just
Justa
Justen
Juster
Justice
Justicz
Justin
Justin Berfield
Justin Jeffre
Justin Kirk
Justin Melvey
Justin Pierce
Justin Timberlake
Justina
Justine
Justine Bateman
Justine Marcella
Justinian
Justinn
Justino
Justis
Justitia
Justus
Juta
Jute
Jutish
Jutland
Jutlander
Jutta
Juturna
Juvarra
Juvenal
Juventas
Juxon
Juzo Itami
Jyh-Han Lin
Jylland
Jymmye
Jyrki Katajainen
Jyrki Kivinen
K'ang-te
K-line
K-meson
K-radiation
K-series
K-shell
K-truss
K. Leichweiss
K. Reidemeister
K. Ruohonen
K.C. & the Sunshine Band
K.L. Kwast
K.M. Venkataraman
K.T. Compton
KANU
KBE
KBP
KC Montero
KCB
KCMG
KCSI
KCVO
KIAS
KKK
KKt
KKtP
KNP
KO's
KRP
KRS-One
KWIC
KWOC
KaNgwane
Kaaba
Kaapstad
Kabalevsky
Kabardian
Kabeiri
Kabinettwein
Kabir
Kabir Bedi
Kablesh
Kabul
Kabyle
Kacerek
Kacey
Kachine
Kacie
Kacy
Kaczer
Kadai
Kadar
Kaddish
Kaddishim
Kaden
Kadiyevka
Kadner
Kado
Kaduna
Kaela
Kaenel
Kaete
Kaffir
Kaffirs
Kaffraria
Kaffrarian
Kafir
Kafiristan
Kafirs
Kafka
Kafre
Kagawa
Kagera
Kagi
Kagoshima
Kahaleel
Kahl
Kahle
Kahler
Kahlil
Kahn
Kahoolawe
Kahului
Kai
Kaia
Kaieteur
Kaieteur Falls
Kaifeng
Kaila
Kaila Yu
Kailasa
Kaile
Kailey
Kailua
Kain
Kaine
Kaingang
Kaingangs
Kairouan
Kaiser
Kaiserslautern
Kaitlin
Kaitlyn
Kaitlynn
Kaiulani
Kaja
Kajaani
Kajar
Kajdan
Kajol
Kakalina
Kal
Kala
Kalagher
Kalahari
Kalakh
Kalamazoo
Kalamist
Kalasky
Kalat
Kalb
Kalbli
Kaldewaij
Kale
Kale Browne
Kaleb
Kaleena
Kaleva
Kalevala
Kaley Cuoco
Kalfas
Kalgan
Kalgoorlie
Kali
Kalidasa
Kalie
Kalikow
Kalil
Kalila
Kalimantan
Kalin
Kalina
Kalinda
Kalindi
Kalinin
Kaliningrad
Kaliope
Kaliski
Kalispel
Kalispell
Kalisz
Kaliyuga
Kalk
Kall
Kalle
Kalli
Kallick
Kallikak
Kallista
Kallman
Kally
Kalman
Kalmar
Kalmick
Kalmuck
Kaltman
Kaluga
Kalvin
Kalvn
Kam
Kam Heskin
Kama
Kama-Mara
Kamadhenu
Kamakura
Kamal
Kamaloka
Kamar de los Reyes
Kamaria
Kamasutra
Kamat
Kamchatka
Kamchatkan
Kameko
Kamensk-Uralski
Kamerad
Kamerman
Kamerun
Kamet
Kamila
Kamilah
Kamillah
Kamin
Kamina
Kamloops
Kammerer
Kamp
Kampala
Kampmann
Kampmeier
Kampuchea
Kan
Kanaka
Kanako Enomoto
Kanako Kojima
Kanako Kuroha
Kanal
Kananga
Kananur
Kanara
Kanarak
Kanarese
Kanazawa
Kanchenjunga
Kanchipuram
Kancler
Kandace
Kandahar
Kandinsky
Kandy
Kane
Kaneohe
Kangchenjunga
Kania
Kankakee
Kankan
Kannada
Kannan
Kannapolis
Kannry
Kano
Kanpur
Kans
Kansa
Kansan
Kansas
Kansu
Kant
Kanter
Kantian
Kantianism
Kantist
Kantor
Kantos
Kanya
Kaohsiung
Kaolack
Kaori Mochida
Kaori Nakamura
Kaori Ohara
Kaoru Watanabe
Kapaa
Kape
Kapell
Kapfenberg
Kapila
Kaplan
Kapoor
Kapor
Kappel
Kappenne
Kar Wai Wong
Kara
Kara McNamara
Kara-Kalpak
Karachi
Karafuto
Karaganda
Karaism
Karaite
Karajan
Karakoram
Karakorum
Karalee
Karamanlis
Karame
Karami
Karan Ashley
Karas
Karb
Karbala
Karee
Kareem
Kareena Kapoor
Karel
Karelia
Karelian
Karen
Karen Allen
Karen Black
Karen Carpenter
Karen Duffy
Karen Ferrari
Karen McDougal
Karen Mulder
Karen Parsons
Karen Sillas
Karena
Kari
Kari Wuhrer
Kari-Jouko Raiha
Kariba
Karie
Karilla
Karilynn
Karim
Karin
Karin Campagne
Karin Ingelse
Karin Taylor
Karin de Groot
Karin van den Boogaert
Karina
Karine
Karisa
Karishma Kapoor
Karisma Kapoor
Karissa
Karita
Karl
Karl Abrahamson
Karl Lieberherr
Karl Meinke
Karl Schimf
Karl Urban
Karl Weierstrass
Karl Winklmann
Karl-Marx-Stadt
Karla
Karlan
Karle Warren
Karlee
Karleen
Karlen
Karlene
Karlens
Karlfeldt
Karli
Karlie
Karlik
Karlin
Karlis
Karlis Cerans
Karlise
Karloff
Karlotta
Karlotte
Karlow
Karlsbad
Karlsruhe
Karlstad
Karly
Karma
Karmen
Karna
Karnak
Karnataka
Karney
Karol
Karol Borsuk
Karole
Karolina
Karoline
Karoline Kamosi
Karoly
Karolyn
Karon
Karoo
Karp
Karpov
Karr
Karrah
Karrer
Karrie
Karroo
Karroos
Karry
Kars
Karsten
Kartis
Karttikeya
Karwan
Kary
Karyl
Karylin
Karyn
Kas
Kasai
Kasavubu
Kasbek
Kasevich
Kasey
Kasha
Kashden
Kashgar
Kashmir
Kashmiri
Kashmirian
Kashmiris
Kasiwabara Takashi
Kask
Kaslik
Kaspar
Kasper
Kass
Kassa
Kassab
Kassala
Kassandra
Kassapa
Kassaraba
Kassel
Kassem
Kassey
Kassi
Kassia
Kassie
Kassie DePaiva
Kassite
Kassity
Kast
Kastro
Kastrop-Rauxel
Kasyapa
Kata
Kata Dobò
Katahdin
Katalin
Katalina Verdin
Katanga
Katangese
Katar
Katarina Witt
Kataway
Katayev
Kate
Kate Beckinsale
Kate Bush
Kate Capshaw
Kate Dillon
Kate Groombridge
Kate Hudson
Kate Jackson
Kate Morris
Kate Moss
Kate Mulgrew
Kate Ritchie
Kate Russell
Kate Winslet
Katee
Katelijne van de Loo
Katelyn Ford
Kateri
Katerina
Katerine
Katey
Katey Sagal
Kath
Katha
Kathak
Katharevusa
Katharina
Katharine
Katharine Hepburn
Katharine Ross
Katharine Towne
Katharyn
Kathe
Katherin
Katherine
Katherine Heigl
Katherine Kelly Lang
Katherine Moennig
Katherine Willis
Katheryn
Kathi
Kathiawar
Kathie
Kathie Lee Gifford
Kathlee
Kathleen
Kathleen Battle
Kathleen Chalfant
Kathleen Kinmont
Kathleen Quinlan
Kathleen Robertson
Kathleen Romanik
Kathleen Turner
Kathleen York
Kathlene
Kathlin
Kathrine
Kathryn
Kathryn Grayson
Kathryn Greenwood
Kathryn Long
Kathryn Morris
Kathryn Thornton
Kathryne
Kathy
Kathy Baker
Kathy Bates
Kathy Burke
Kathy Chau
Kathy Griffin
Kathy Ireland
Kathy Najimy
Kathye
Kati
Katia Alens
Katia Guimaraes
Katie
Katie Appleton
Katie Couric
Katie Holmes
Katie Price
Katie Stuart
Katina
Katine
Katinka
Katja Lenz
Katja Retsin
Katja Schuurman
Katja Studt
Katlaps
Katleen
Katlin
Katmai
Katmandu
Kato
Kato Ai
Katonah
Katowice
Katrina
Katrine
Katrinka
Katsina
Katsuyama
Katt
Kattegat
Katti
Kattie
Katuscha
Katushka
Katy
Katya
Katz
Katzen
Katzir
Katzman
Kauai
Kauffman
Kauffmann
Kaufman
Kaufmann
Kaule
Kaunas
Kaunda
Kauppi
Kauravas
Kausalya
Kauslick
Kautsky
Kavanagh
Kavanaugh
Kavaphis
Kaveri
Kavita
Kavitha Kausalya
Kavla
Kawaguchi
Kawai
Kawasaki
Kay
Kay Aldridge
Kay Kellam
Kaya
Kaycee
Kaye
Kayes
Kayibanda
Kayla
Kayle
Kaylee
Kayley
Kaylil
Kaylyn
Kayne
Kayseri
Kaysville
Kaz
Kazak
Kazakh
Kazakstan
Kazan
Kazantzakis
Kazbek
Kazim
Kazimir
Kazmirci
Kazue
Kazue Fukiishi
Kazumi Murata
Kazuo Iwano
Kdar
Kea
Kealey
Kean
Keane
Keanu Reeves
Keare
Kearney
Kearns
Kearny
Keary
Keating
Keaton
Keats
Keavy
Keavy Lynch
Keb
Keble
Kechuan
Kecskem
Kedah
Kedar
Kedarite
Kediri
Kedron
Kedushah
Kedushoth
Kee
Keech Rainwater
Keefe
Keegan
Keel
Keelby
Keele
Keeler
Keeley
Keelia
Keelie
Keelin
Keeling Islands
Keelung
Keen
Keenan
Keenan Ivory Wayans
Keene
Keenen Ivory Wayans
Keener
Keese
Keeton
Keever
Keewatin
Kefauver
Keffer
Keg
Kegan
Keh-Jian Chen
Keheley
Kehoe
Kehr
Kei
Kei Hoshiko
Keifer
Keifer Sutherland
Keighley
Keijo
Keiko
Keiko Kubo
Keiko Matsui
Keil
Keily
Keir
Keisling
Keita
Keitel
Keith
Keith Coulouris
Keith Emerson
Keith Flint
Keith Hamilton Cobb
Keith Hudson
Keith Marzullo
Keith Richards
Keith Scott
Keith Szarabajka
Keith Urban
Keithley
Keizer
Kekkonen
Kekulmula
Kel
Kel Mitchell
Kela
Kelantan
Kelbee
Kelby
Kelcey
Kelci
Kelcie
Kelcy
Kelda
Keldah
Keldon
Kele
Keli
Keligot
Kelila
Kelis
Kella
Kellby
Kellda
Kelleher
Kellen
Kellene
Keller
Kelley
Kelli
Kelli Maroney
Kelli Williams
Kellia
Kellie
Kellie Holm
Kellie Martin
Kellina
Kellogg
Kellsie
Kelly
Kelly Bishop
Kelly Booth
Kelly Brook
Kelly Chan
Kelly Chen
Kelly Coffield
Kelly Gotleib
Kelly Gottlieb
Kelly Hu
Kelly LeBrock
Kelly Lynch
Kelly McGillis
Kelly Monaco
Kelly Packard
Kelly Preston
Kelly Ripa
Kelly Rowan
Kelly Rutherford
Kellyn
Kelsey
Kelsey Grammer
Kelsi
Kelso
Kelson
Kelsy
Kelt
Keltic
Kelton
Kelula
Kelvin
Kelwen
Kelwin
Kelwunn
Kemalism
Kemalist
Kemble
Kemeny
Kemerovo
Kemi
Kemme
Kemp
Kempe
Kempis
Kemppe
Ken
Ken Berry
Ken Clarkson
Ken Follett
Ken Griffey Jr
Ken Griffey Jr.
Ken Howard
Ken Iverson
Ken Krohn
Ken Lerner
Ken Manders
Ken Sevcik
Ken Stott
Ken Supowit
Ken Thompson
Kenan Thompson
Kenay
Kenaz
Kendal
Kendall
Kendallville
Kendell
Kendra
Kendrah
Kendre
Kendrew
Kendrick
Kendricks
Kendry
Kendy
Kendyl
Kenedy
Kenelm
Kenhorst
Kenilworth
Kenison
Kenji
Kenkichi Iwasawa
Kenlay
Kenlee
Kenleigh
Kenley
Kenmore
Kenn
Kenna
Kennan
Kennard
Kennebec
Kennebunk
Kennedy
Kennelly
Kenner
Kennet
Kenneth
Kenneth Blaha
Kenneth Branagh
Kenneth Goldman
Kenneth Kunen
Kenneth Regan
Kenneth Ross
Kenneth Steiglitz
Kenneth Williams
Kennett
Kennewick
Kenney
Kennie
Kennith
Kenny
Kenny Chesney
Kenny Ho
Kenny Johnson
Kenny Loggins
Kenny Morrison
Kenon
Kenosha
Kenova
Kenric
Kenrick
Kensell
Kensington
Kent
Kent Fuher
Kent State
Kenta
Kenti
Kentiga
Kentigera
Kentigerma
Kentiggerma
Kentish
Kentishman
Kentishmen
Kenton
Kentuckian
Kentucky
Kentwood
Kenward
Kenway
Kenwee
Kenweigh
Kenwood
Kenwrick
Kenya
Kenya Moore
Kenyan
Kenyatta
Kenyon
Kenzi
Kenzie
Keokuk
Keon
Keos
Kephallenia
Kephallina
Kepler
Kepler's laws
Kepner
Keppel
Ker
Ker-I Ko
Kerak
Kerala
Kerbela
Kerby
Kerch
Kerek
Kerekes
Kerenski
Kerensky
Keres
Keresan
Kerge
Kerguelen
Keri
Keri Lynn Pratt
Keri Russell
Keriann
Kerianne
Kerin
Kerk
Kerki
Kerkrade
Kerkyra
Kerman
Kermanshah
Kermie
Kermit
Kermy
Kern
Kernan
Kernersville
Kerns
Kerouac
Kerr
Kerr Smith
Kerri
Kerri Hoskins
Kerri Kendall
Kerrie
Kerril
Kerrin
Kerrison
Kerrville
Kerry
Kerry Katona
Kerst
Kersten
Kerstin Linnartz
Kerwin
Kerwinn
Kerwon
Kery
Kesia
Kesley
Keslie
Kessel
Kesselring
Kessiah
Kessler
Kester
Kesteven
Keswick
Ketchan
Ketchikan
Ketchum
Kettering
Ketti
Kettie
Ketty
Ketubim
Keturah
Keung
Kev
Kevan
Keven
Keverian
Keverne
Kevin
Kevin Anderson
Kevin Bacon
Kevin Coleman
Kevin Corrigan
Kevin Costner
Kevin Dillon
Kevin Farley
Kevin Garnett
Kevin Hagen
Kevin James
Kevin Karplus
Kevin Kilner
Kevin Kline
Kevin McCarthy
Kevin McDonald
Kevin McKidd
Kevin Pollak
Kevin Richardson
Kevin Sharp
Kevin Smith
Kevin Sorbo
Kevin Spacey
Kevin Tighe
Kevin Tod Smith
Kevin Williamson
Kevin Zegers
Kevina
Kevon
Kevyn
Kew
Kewanee
Kewaunee
Kewpie
Key
Keyek
Keyes
Keynes
Keynesian
Keynesianism
Keyport
Keyser
Keyserling
Keystoner
Keyte
Kezer
Khabarovsk
Khabur
Khachaturian
Khafaje
Khafre
Khai
Khajeh
Khakass
Khaled Bugrara
Khalid
Khalil
Khalin
Khalk
Khalkha
Khalkidike
Khalkidiki
Khalkis
Khalsa
Khama
Khan
Khandi Alexander
Khania
Khanna
Khano
Kharijite
Kharkov
Khartoum
Khasi
Khaskovo
Khatti
Khattusas
Khayy
Khelat
Kherson
Khichabia
Khieu
Khingan Mountains
Khios
Khiva
Khlyst
Khlysty
Khmer
Khnum
Kho
Khoikhoi
Khoisan
Khojent
Khond
Khorma
Khos
Khosrow
Khotan
Khoury
Khrushchev
Khudari
Khufu
Khulna
Khutbah
Khuzistan
Kiah
Kial
Kian Egan
Kiana Tom
Kiangling
Kiangsi
Kiangsu
Kiaochow
Kibei
Kickapoo
Kicki Berg
Kicva
Kid
Kid Rock
Kidd
Kidder
Kidderminster
Kiddush
Kidnapped
Kidron
Kiefer
Kiefer Sutherland
Kieffer
Kieger
Kiehl
Kiel
Kielce
Kiele
Kielty
Kienan
Kiepura
Kier
Kieran
Kieran Culkin
Kieran Kyle Culkin
Kieren Perkins
Kierkegaard
Kierkegaardian
Kierkegaardianism
Kiernan
Kiersten
Kies
Kieu Chinh
Kiev
Kievan
Kigali
Kiirun
Kika Vliegenthart
Kikelia
Kiker
Kiki
Kiki Classen
Kikilon
Kikldhes
Kikuyu
Kikuyus
Kikwit
Kila
Kilah
Kilan
Kilar
Kilauea
Kilbride
Kilby
Kildare
Kile
Kiley
Kilgore
Kilian
Kilimanjaro
Kilk
Kilkenny
Killam
Killarney
Killeen
Killen
Killian
Killie
Killiecrankie
Killigrew
Killing Heidi
Killion
Killoran
Killy
Kilmarnock
Kilmarx
Kilmer
Kilpatrick
Kilroy
Kilung
Kilwich
Kim
Kim Basinger
Kim Bruce
Kim Carnes
Kim Cattrall
Kim Coles
Kim Delaney
Kim Dickens
Kim Egler
Kim Elizabeth
Kim Fields
Kim Gu Ri
Kim Hee Sun
Kim Hyn Ju
Kim Ji Hye
Kim Paul
Kim Robillard
Kim Smith
Kim Stanley
Kim Wilde
Kim Zimmer
Kim van Kooten
Kimball
Kimbell
Kimber
Kimber Sissons
Kimberlee
Kimberley
Kimberley Cooper
Kimberley Davies
Kimberli
Kimberly
Kimberly Davies
Kimberly Davis
Kimberly J. Brown
Kimberly Joseph
Kimberly King
Kimberly McCullough
Kimberly Paul
Kimberly Williams
Kimberlyn
Kimble
Kimbra
Kimie Nagasaka
Kimika Yoshino
Kimiko Date
Kimitri
Kimmel
Kimmi
Kimmie
Kimmy
Kimon
Kimura
Kimura Takuya
Kin
Kinabalu
Kinata
Kinau
Kincaid
Kincardine
Kinch
Kinchen
Kinchinjunga
Kind
Kindertotenlieder
Kindig
Kindu-Port-Empain
Kinelski
King
King's Regulations
Kingchow
Kingdon
Kingfisher
Kinghorn
Kinglake
Kingman
Kings
Kingsburg
Kingsbury
Kingsford
Kingsley
Kingsley Amis
Kingsly
Kingsport
Kingston
Kingston-upon-Hull
Kingstown
Kingstree
Kingsville
Kingtehchen
Kingu
Kingwana
Kingwood
Kinkaid
Kinkaider
Kinleys
Kinloch
Kinna
Kinnard
Kinnelon
Kinney
Kinnie
Kinnon
Kinny
Kinross
Kinsey
Kinshasa
Kinsler
Kinsley
Kinsman
Kinson
Kinston
Kinzer
Kioga
Kiona
Kioto
Kiowa
Kiowas
Kip
Kipling
Kipnis
Kipp
Kippar
Kipper
Kippie
Kippy
Kipton
Kira
Kiran
Kirbee
Kirbie
Kirby
Kirby-Smith
Kirch
Kircher
Kirchhoff
Kirchner
Kireeti Kompella
Kirghiz
Kirghizes
Kirghizia
Kirilenko
Kirima
Kirimia
Kirin
Kirit
Kirk
Kirk Douglas
Kirk Pruhs
Kirkby
Kirkcaldy
Kirkcudbright
Kirkenes
Kirkland
Kirkpatrick
Kirkuk
Kirkwall
Kirkwood
Kirman
Kironde
Kirov
Kirovabad
Kirovograd
Kirsch
Kirschner
Kirshbaum
Kirst
Kirsten
Kirsten Dunst
Kirsten Imrie
Kirsten Storms
Kirsteni
Kirsti
Kirstie Alley
Kirstin
Kirt
Kirtley
Kiruna
Kirundi
Kirven
Kirwin
Kisangani
Kiselevsk
Kish
Kishi
Kishinev
Kislev
Kismayu
Kisor
Kiss
Kissee
Kissel
Kissiah
Kissie
Kissimmee
Kissinger
Kissner
Kistna
Kistner
Kisumu
Kisung
Kit
Kit Chan
Kitakyushu
Kitao Sakurai
Kitasato
Kitchen
Kitchener
Kittanning
Kittery
Kitti
Kittie
Kittikachorn
Kittredge
Kitty
Kitty Lai
Kitty Swink
Kittyhawk
Kitwe
Kiungchow
Kiushu
Kivu
Kiwanian
Kiwanis
Kiyohara
Kiyoshi
Kizzee
Kizzie
Kjell Post
Kjersti
Kkyra
Klaartje de Schepper
Klabund
Klagenfurt
Klaipeda
Klamath
Klamaths
Klan
Klanism
Klansman
Klansmen
Klapp
Klappvisier
Klaproth
Klara
Klarika
Klarrisa
Klatt
Klaus
Klaus Kinski
Klaus W. Wagner
Klausenburg
Klaye
Klayman
Klber
Klebs
Klecka
Klee
Kleeman
Kleenex
Klehm
Kleiber
Kleiman
Klein
Kleinstein
Kleist
Klemens
Klement
Klemm
Klemperer
Klenk
Kleon
Klepac
Kleper
Kler
Kletter
Kleve
Kliber
Kliman
Kliment
Klimesh
Klimt
Klina
Kline
Kling
Klingel
Klinger
Klinges
Klngsley
Klockau
Kloman
Klondike
Klopstock
Klos
Kloster
Klotz
Kluck
Kluckhohn
Klug
Kluge
Klump
Klusek
Klute
Klydonograph
Klystron
Knapp
Kneeland
Kneller
Knepper
Knesset
Knick
Knickerbocker
Knies
Kniggr
Knight
Knighton
Knigsberg
Knigshte
Knipe
Knitra
Knitter
Knobloch
Knoll
Knorring
Knossos
Knowland
Knowle
Knowles
Knowling
Knowlton
Knox
Knoxville
Knt
Knudsen
Knudson
Knut
Knute
Knuth
Knutson
Koa
Koah
Koal
Koball
Kobarid
Kobe
Kobe Bryant
Kobi
Koblas
Koblenz
Koblick
Koby
Kobylak
Koch
Kocher
Kochi
Kodachrome
Kodak
Kodaly
Kodiak
Kodok
Koehler
Koenig
Koeninger
Koenraad
Koeppel
Koerlin
Koerner
Koestler
Koetke
Koffka
Koffler
Koffman
Kofu
Koh
Kohanim
Koheleth
Kohen
Kohima
Kohinoor
Kohl
Kohl Sudduth
Kohler
Kohn
Kohoutek
Koine
Kojiro Kobayashi
Kokand
Kokaras
Kokkola
Kokomo
Kokoruda
Kokoschka
Kokubu Sachiko
Kokura
Kola
Kolar
Kolb
Kolbe
Kolchak
Koldewey
Kolding
Kolhapur
Koli
Kolima
Kolis
Kolivas
Kolk
Koller
Kollwitz
Kolmar
Kolnick
Kolnos
Kolodgie
Kolomna
Kolosick
Koloski
Kolozsv
Kolva
Kolwezi
Kolyma
Komara
Komarek
Komati
Komi
Komintern
Kommunarsk
Komondor
Komondorok
Komondors
Komsa
Komsomol
Komsomolsk
Komura
Konakri
Konakry
Konarak
Kondon
Kone
Koner
Kong
Kongo
Konia
Konig
Konikow
Konnie Huq
Kono
Konopka
Konoye
Konrad
Konrad Jacobs
Konstance
Konstantin
Konstantine
Konstanz
Konstanze
Konya
Konyn
Koo
Kooima
Kool & The Gang
Kooning
Koord
Koosis
Kootenay
Kopans
Kopaz
Kopeisk
Kopp
Koppel
Kopple
Kora
Korah
Koral
Koralie
Koran
Korbut
Korc
Korchnoi
Kordofan
Kordofanian
Kordula
Kore
Korea
Korean
Korella
Koren
Korenblat
Koressa
Korey
Korff
Korfonta
Kori
Koridethianus
Korie
Korman
Korn
Kornberg
Korney
Kornher
Korns
Koroseal
Korrie
Korry
Kort
Korten
Kortrijk
Korwin
Korwun
Kory
Korzybski
Kos
Kosak
Kosaka
Kosciusko
Kosel
Koser
Kosey
Koshu
Kosice
Kosiur
Koslo
Kosovo-Metohija
Koss
Kosse
Kossel
Kossuth
Kostas Skandalis
Kostelanetz
Kosti
Kostival
Kostman
Kostroma
Kosygin
Kota
Kotabaru
Kotick
Kotta
Kotto
Kotz
Kotzebue
Kousha Etessami
Koussevitzky
Kovacev
Kovacs
Koval
Kovalevsky
Kovar
Kovno
Kovrov
Kowal
Kowalski
Kowatch
Koweit
Kowloon
Kowtko
Koy
Kozani
Kozhikode
Koziara
Koziarz
Koziel
Kozloski
Kozlov
Kra
Kraepelin
Krafft
Krafft-Ebing
Kraft
Kragh
Kragujevac
Krahling
Krahmer
Krak
Krakatau
Krakatoa
Krakau
Krakow
Krall
Kramatorsk
Kramer
Kramlich
Kranach
Kranj
Krantz
Kraska
Krasner
Krasnodar
Krasnoff
Krasnoyarsk
Krasny
Kraul
Kraus
Krause
Krauss
Kraut
Kravits
Krawczyk
Kreager
Krebs
Kreda
Kreegar
Krefeld
Krefetz
Kreg
Kreiker
Krein
Kreindler
Kreiner
Kreis
Kreisky
Kreisler
Kreit
Kreitman
Krell
Kremenchug
Kremer
Kremlin
Kremlinologist
Kremlinology
Krems
Krenek
Krenn
Kresic
Kress
Kreutzer
Krever
Kreymborg
Krezip
Krieger
Kriemhild
Kries
Krigsman
Krilov
Krinthos
Krio
Krips
Kris
Kris Kristofferson
Krischer
Krisha
Krishna
Krishnah
Krispin
Kriss
Krissie
Krissy
Krissy Taylor
Krista
Krista Allen
Krista Allen-Moritt
Kristal
Kristan
Kristanna Loken
Kristel
Kristen
Kristen Cloke
Kristen Johnston
Kristen Scott Thomas
Kristen Zang
Kristi
Kristi Yamaguchi
Kristian
Kristian Alfonso
Kristian Joy Alfonso
Kristiansand
Kristianson
Kristianstad
Kristie
Kristin
Kristin Bauer
Kristin Chenoweth
Kristin Davis
Kristin Scott Thomas
Kristin Willits
Kristina
Kristina Matisic
Kristina Wagner
Kristina de Nike
Kristine
Kristo
Kristof
Kristofer
Kristoff St John
Kristoff St. John
Kristoffer
Kristoffer H. Rose
Kristofor
Kristoforo
Kristopher
Kristos
Kristy
Kristy Hume
Kristy McNichol
Kristy Swanson
Kristy Wright
Kristy Yeung
Kristyn
Krock
Kroeber
Kroll
Kronach
Kronecker
Kronfeld
Krongold
Kronick
Kronos
Kronstadt
Kroo
Kropotkin
Krti
Kru
Krucik
Krueger
Krug
Kruger
Krugerite
Krugersdorp
Krum
Krummholz
Krupp
Krupskaya
Krusche
Kruse
Krusenstern
Krutch
Krute
Kruter
Krutz
Krym
Krys
Kryska
Krysta
Krystal
Krystal Benn
Krystalle
Krystin
Krystle
Krystyna
Krzysztof Apt
Krzysztof Lorys
Kshatriya
Kten
Kthira
Ku-Klux
Kuangchou
Kuantan
Kuban
Kubango
Kubelik
Kubetz
Kubiak
Kubis
Kubrick
Kuching
Kucik
Kudrun
Kudva
Kuebbing
Kuehn
Kuehnel
Kuenlun
Kufa
Kufic
Kuhlman
Kuhn
Kuhnau
Kuibyshev
Kulda
Kulla
Kullervo
Kulpmont
Kulseth
Kulsrud
Kultur
Kulturkampf
Kulturkreis
Kulturkreise
Kulun
Kum
Kumagai
Kumamoto
Kumar
Kumasi
Kumiko Endo
Kumler
Kummer
Kun
Kung
Kungur
Kunin
Kuniyoshi
Kunkle
Kunlun
Kunming
Kunowsky
Kunsoo Park
Kunstlied
Kunstlieder
Kuntsevo
Kunz
Kuo
Kuo Jing Chun
Kuo-chung Tai
Kuomintang
Kuopio
Kuprin
Kur
Kura
Kurd
Kurdish
Kurdistan
Kure
Kurg
Kurgan
Kuril Islands
Kurland
Kurman
Kuroki
Kurosawa
Kuroshio
Kurr
Kursaal
Kursh
Kursk
Kurt
Kurt Cobain
Kurt Corbain
Kurt Mehlhorn
Kurt Russell
Kurt Schutte
Kurt Warner
Kurth
Kurtis
Kurtz
Kurtzig
Kurtzman
Kurus
Kurusu
Kurys
Kurzawa
Kurzeme
Kus
Kusch
Kush
Kushner
Kusin
Kuska
Kuskokwim
Kussell
Kustanai
Kuster
Kutaisi
Kutch
Kutchins
Kutenai
Kuth
Kutuzov
Kutzenco
Kutzer
Kuwait
Kuwaiti
Kuyp
Kval
Kwa
Kwabena
Kwajalein
Kwakiutl
Kwan
Kwan-yin
Kwang
Kwangchow
Kwangchowan
Kwangju
Kwangtung
Kwantung
Kwapong
Kwara
Kwarteng
Kwasi
Kwazulu
Kwei
Kweichow
Kweihwating
Kweilin
Kweisui
Kweiyang
Kwok
Kwon
Kyack
Kyd
Kyl
Kyla
Kylah
Kylander
Kyle
Kyle Chandler
Kyle Downes
Kyle Howard
Kyle MacLachan
Kyle MacLachlan
Kyle Schmid
Kyle Secor
Kylen
Kylie
Kylie Bax
Kylie Minogue
Kylie Travis
Kylila
Kylstra
Kylynn
Kym
Kym Ng
Kym Valentine
Kymric
Kymry
Kynan
Kyne
Kynewulf
Kynthia
Kyoga
Kyoko Fukada
Kyongsong
Kyoto
Kyprianou
Kyra
Kyra Sedgwick
Kyriako
Kyriale
Kyte
Kythera
Kyushu
Kyzyl
L'Allegro
L'Aquila
L'Avare
L'Enfant
L'Etranger
L'Hospital
L'Immoraliste
L'Otage
L'Ouverture
L-dopa
L-line
L-radiation
L-series
L-shell
L. Chiaraviglio
L. Kalmar
L.E.J. Brouwer
L.L. Cool J
L.W. Beineke
LAC
LACW
LBJ
LBP
LCD
LCF
LCI
LCL
LCM
LCT
LCVP
LDS
LEM
LFO
LGk
LHD
LIFO
LL Cool J
LLB
LLD
LLM
LMT
LNG
LOA
LOOM
LPG
LPS
LRBM
LSD
LSM
LSS
LST
LTh
LWL
LXX
LaBaw
LaChanze
LaF
LaMee
LaMonica
LaMori
LaRue
LaSorella
LaToya Jackson
Laaland
Laaspere
Lab
Laban
Labana
Laband
Labanna
Labannah
Labdacus
Labe
Labiche
Laborism
Laborite
Labors
Labourism
Labourite
Labrador
Labuan
Labyrinth
Lacagnia
Lacaille
Laccadive
Lace
Lacedaemon
Lacedaemonian
Lacee
Lacefield
Lacerta
Lacertilian
Lacey
Lacey Chabert
Lach
Lachaise
Lachance
Lachesis
Lachish
Lachlan
Lachman
Lachus
Lacie
Lackawanna
Laclos
Lacombe
Laconia
Laconian
Lacretelle
Lacroix
Lacy
Lad
Ladd
Laddie
Laddy
Laden
Ladew
Ladin
Ladino
Ladinos
Ladislaus
Ladoga
Ladonna
Ladrone Islands
Ladue
Lady
Lady Chablis
Ladyship
Ladysmith
Lae
Lael
Laelaps
Laemmle
Laennec
Laertes
Laertiades
Laestrygones
Laetitia
Laetitia Casta
Laetitia van der Lans
Lafayette
Lafitte
Laflam
Lafleur
Laforge
Laforgue
Lagash
Lagasse
Lagerkvist
Lagerl
Laghouat
Lagomorpha
Lagoon Islands
Lagos
Lagrange
Lagting
Laguerre
Lahaina
Lahey
Lahnda
Lahoma
Lahore
Lahti
Lai
Laibach
Laidlaw
Lail
Laila Robins
Laina
Laine
Lainey
Laing
Laird
Lais
Laise
Lait
Laith
Laius
Lajoie
Lake
Lake Poets
Lakehurst
Lakeland
Lakemore
Lakeview
Lakewood
Lakin
Laks
Lakshadweep Islands
Lakshman
Lakshmi
Laktasic
Lal
Lala
Lalage
Lalande
Lali
Lalise
Lalita
Lalitta
Lalittah
Lalla
Lallage
Lallans
Lallies
Lally
Lalo
Lalu
Lam
Lamaism
Lamaist
Lamar
Lamarck
Lamarckian
Lamarckism
Lamarre
Lamartine
Lamas
Lamb
Lambard
Lambarn
Lambart
Lambert
Lamberto
Lambertson
Lambertville
Lambeth
Lambrecht
Lamdin
Lamech
Lamentations
Lamia Diamane
Lammas
Lammastide
Lammond
Lamond
Lamont
Lamoree
Lamoureux
Lamp
Lampang
Lampasas
Lampedusa
Lampert
Lampetia
Lamphere
Lamprey
Lamrert
Lamrouex
Lamson
Lamus
Lan
Lana
Lana Turner
Lanae
Lanai
Lanam
Lananna
Lanark
Lancashire
Lancaster
Lancaster'
Lancastrian
Lance
Lance Bass
Lance Burton
Lance Fortnow
Lance Henriksen
Lancelle
Lancelot
Lancey
Lanchow
Lanctot
Land
Landa
Landahl
Landan
Landau
Landbert
Landel
Lander
Landers
Landes
Landeshauptmann
Landing
Landini
Landis
Landmeier
Lando
Landon
Landor
Landowska
Landre
Landri
Landrum
Landry
Landseer
Landshut
Landsm'
Landsmal
Landsman
Landsteiner
Landsting
Landsturm
Landtag
Landus
Landwehr
Landy
Lane
Lane Brody
Lane Hemaspaandra
Lanett
Lanette
Laney
Lanford
Lanfranc
Lanfri
Lang
Langan
Langbehn
Langdon
Lange
Langelo
Langer
Langham
Langill
Langille
Langland
Langley
Langmuir
Langobard
Langobardic
Langrenus
Langreo
Langsdon
Langston
Langton
Langtry
Languedoc
Languedocian
Lani
Lanie
Lanier
Lanikai
Lanita
Lanital
Lankester
Lankton
Lanna
Lanni
Lannie
Lanny
Lansberg
Lansford
Lansing
Lanta
Lantana
Lantha
Lanti
Lantsang
Lantz
Lanza
Lao
Lao-tzu
Laoag
Laocoon
Laodamas
Laodamia
Laodice
Laodicea
Laodicean
Laodocus
Laoighis
Laomedon
Laon
Laos
Laotian
Laotze
Lapeer
Lapeyrouse
Lapham
Laphria
Laphystius
Lapides
Lapith
Lapithae
Laplace
Laplacian
Lapland
Lapointe
Lapotin
Lapp
Lappeenranta
Lappish
Lapsey
Laputa
Lara
Lara Dutta
Lara Fabian
Lara Flynn Boyle
Lara Jill Miller
Lara Weller
Laraine
Laramie
Larbaud
Larcher
Larchmont
Lardner
Laredo
Lareena
Lareine
Larena
Larentalia
Larentia
Larenz Tate
Laresa
Largent
Largo
Lari
Larianna
Larimer
Larimor
Larimore
Larina
Larine
Laris
Larisa
Larisa Oleynik
Larissa
Lark
Larkin
Larkins
Larkspur
Larksville
Larned
Larner
Larochelle
Larousse
Laroy
Larrabee
Larrie
Larrisa
Larry
Larry Bagby
Larry Bryggman
Larry Carter
Larry Day
Larry Ellison
Larry Holden
Larry Hovis
Larry King
Larry Landweber
Larry Linville
Larry Miller
Larry Reeker
Larry Romano
Larry Ruzzo
Larry Saxton
Larry Snyder
Larry Stockmeyer
Larry Wilcox
Lars
Lars Aarvik
Lars Arge
Lars Nyland
Lars Von Trier
Larsa
Larsen
Larson
Larwood
Laryssa
Lasala
Lascaux
Lash
Lashar
Lashio
Lashkar
Lashoh
Lashond
Lashonda
Lashonde
Lashondra
Lasker
Laski
Lasko
Lasky
Lasley
Lasonde
Laspisa
Lassa
Lassalle
Lassell
Lasser
Lassie
Lassiter
Lassus
Lastex
Laszlo
Laszlo Babai
Laszlo Lovasz
Lat
Lata Narayanan
Latakia
Latashia
Latea
Lateran
Latham
Lathan
Lathe
Lathrop
Lathrope
Lati
Latia
Latif
Latimer
Latimore
Latin
Latin-American
Latina
Latini
Latinisation
Latinism
Latinist
Latinity
Latinization
Latinus
Latisha
Latitia
Latium
Latona
Latonia
Latoniah
Latouche
Latour
Latoya
Latoye
Latoyia
Latreece
Latreese
Latrell
Latreshia
Latrice
Latricia
Latrobe
Latt
Latta
Latterll
Lattie
Lattimer
Latton
Lattonia
Latty
Latvia
Latvian
Latvina
Lau
Lauber
Laubin
Laud
Lauda
Lauder
Laudianism
Laudianus
Laue
Lauenburg
Lauer
Laufer
Laughlin
Laughry
Laughton
Launce
Launcelot
Launceston
Launderette
Laundes
Laundromat
Laura
Laura Baechtel
Laura Benton
Laura Bertram
Laura Branigan
Laura Cover
Laura Dern
Laura Fraser
Laura Freddi
Laura Harring
Laura Harris
Laura Innes
Laura Kightlinger
Laura Leighton
Laura Lifshitz
Laura Linney
Laura Nyro
Laura Pausini
Laura Ponte
Laura Prepon
Laura Sabel
Laura San Giacomo
Laura Sanchis
Laura Schlessinger
Lauralee
Laurance
Laurasia
Laure
Laureen
Laurel
Laurel and Hardy
Laurella
Lauren
Lauren Ambrose
Lauren Bacall
Lauren Graham
Lauren Holly
Lauren Hutton
Lauren Tom
Laurena
Laurence
Laurence Fishburne
Laurence Olivier
Laurencin
Laurene
Laurens
Laurent
Laurentia
Laurentian Mountains
Laurentium
Laurentius
Lauretta
Laurette
Lauri
Laurice
Laurie
Laurie Anderson
Laurie Dhue
Laurie Fortier
Laurie Holden
Laurie Metcalf
Laurier
Laurin
Laurinburg
Laurinda
Laurissa
Laurita
Lauritz
Laurium
Lauro
Lauryn
Lauryn Hill
Lausanne
Lauter
Lautrec
Laux
Lauzon
Lava Baby
Lavada
Laval
Lavater
Laveen
Lavella
Lavelle
Laven
Lavena
Laver
Laveran
Lavern
Laverna
Laverne
Lavery
Lavina
Lavine
Lavinia
Lavinia Milosovici
Lavinie
Lavoie
Lavoisier
Lavona
Lavonne
Law
Law Lords
Lawes
Lawford
Lawler
Lawley
Lawlor
Lawman
Lawndale
Lawrence
Lawrence Brothers
Lawrence L. Larmore
Lawrence Tierney
Lawrence Welk
Lawrenceburg
Lawrenceville
Lawrencian
Lawrenson
Lawry
Laws
Lawson
Lawton
Lawtun
Laxness
Lay
Layamon
Layard
Layla
Layman
Layne
Layney
Layton
Lazar
Lazare
Lazarist
Lazaro
Lazaruk
Lazarus
Lazear
Lazes
Lazio
Lazor
Lazos
Lbeck
Ldenscheid
Lderitz
Ldp
Le Corbeiller
LeAnn Rimes
LeCroy
LeDoux
LeMay
LeRoy
LeVar Burton
LeVitus
Lea
Lea Salonga
Lea Thompson
Leach
Leacock
Lead
Leadbelly
Leadville
Leaf
Leah
Leah Lail
Leah Remini
Leahey
Leahy
Leake
Leakey
Leal
Lean
Leanard
Leander
Leandra
Leandre
Leandro
Leann
Leanna
Leanne
Leanor
Leanora
Leao
Leaper
Lear
Learchus
Learoy
Leary
Leasia
Leatherette
Leatherhead
Leatheroid
Leatri
Leatrice
Leavelle
Leavenworth
Leavis
Leavitt
Leavy
Leawood
Leban
Lebanese
Lebanon
Lebanon Mountains
Lebar
Lebaron
Lebensraum
Lebesgue
Leblanc
Lebna
Leboff
Lebowa
Lebrun
Lecce
Lech
Lecheates
Lechner
Lecia
Leckie
Lecky
Leclair
Lectra
Lecuona
Led Zeppelin
Leda
Ledah
Ledbetter
Ledda
Leddy
Ledeen
Lederberg
Lederer
Ledoux
Lee
Lee Ann
Lee Ann Womack
Lee Brennan
Lee Evans
Lee Iacocca
Lee Marvin
Lee Remick
Lee San San
Lee Sin Rong
Lee Stevens
Lee Tergesen
Lee Van Cleef
LeeAnn
Leeann
Leeann Tweeden
Leeanne
Leechburg
Leede
Leeds
Leegrant
Leeke
Leela
Leelah
Leeland
Leelee Sobieski
Leen Torenvliet
Leena
Leeroy
Leesa
Leesburg
Leese
Leesen
Leesville
Leeth
Leetonia
Leeuwarden
Leeuwenhoek
Leeward Islands
Leeza Gibbons
Leff
Leffen
Leffert
Lefkowitz
Lefteris Kirousis
Lefton
Leftwich
Legaspi
Legazpi
Legendre
Leggat
Legge
Leggett
Leghorn
Legis
Legnica
Legra
Legrand
Legree
Lehar
Lehet
Lehi
Lehigh
Lehighton
Lehman
Lehmann
Lehmbruck
Lehrer
Lei Langston
Leibman
Leibnitz
Leibnitz Mountains
Leibnitzian
Leibnitzianism
Leibniz
Leibnizian
Leibnizianism
Leicester
Leicestershire
Leichhardt
Leid
Leiden
Leif
Leif Garrett
Leifer
Leifeste
Leigh
Leigh-Mallory
Leigha
Leighanne Wallace
Leighland
Leighton
Leila
Leila Arcieri
Leilah
Leilani
Leinsdorf
Leinster
Leipzig
Leiria
Leis
Leiser
Leisha
Leitao
Leitchfield
Leith
Leitman
Leitrim
Leix
Lejeune
Lek
Lela
Lela Rochon
Lelah
Leland
Leland Orser
Leler
Lelia
Lelith
Lello
Lely
Lem
Lema
Lemaceon
Lemal
Leman
Lemar
Lemass
Lemberg
Lemcke
Lemessus
Lemieux
Lemire
Lemkul
Lemmie
Lemmuela
Lemmueu
Lemmy
Lemnian
Lemnitzer
Lemnos
Lemon
Lemonnier
Lemont
Lemoore
Lemoyne
Lempres
Lemuel
Lemuela
Lemuelah
Lemuralia
Len
Len Adleman
Len Berman
Lena
Lena Headey
Lena Horne
Lena Olin
Lenaea
Lenaeus
Lenape
Lenapes
Lenard
Lenca
Lencas
Lenci
Lenclos
Lene Marlin
Lene Nystrom
Lenee
Lenes
Lenette
Lengel
Lenglen
Lenhard
Lenhart
Lenin
Leninabad
Leninakan
Leningrad
Leninism
Leninist
Leninsk-Kuznetski
Lenka
Lenna
Lennard
Lenni
Lennie
Lenno
Lennon
Lennox
Lenny
Lenny Heath
Lenny Kravitz
Lenny Pitt
Lenny Von Dohlen
Leno
Lenoir
Lenora
Lenore
Lenore Blum
Lenore Cowen
Lenore Zuck
Lenox
Lenrow
Lenssen
Lent
Lentha
Lenthiel
Lenwood
Lenz
Lenzi
Leo
Leo Bachmair
Leo Harrington
Leoben
Leod
Leodis
Leodora
Leofric
Leoine
Leola
Leoline
Leominster
Leon
Leon Ames
Leon Lai
Leona
Leonanie
Leonard
Leonard Cohen
Leonard Kleinrock
Leonard Nimoy
Leonard Roberts
Leonard Rossiter
Leonard Schulman
Leonardi
Leonardo
Leonardo DiCaprio
Leoncavallo
Leone
Leonelle
Leonerd
Leong
Leonhard
Leoni
Leonia
Leonid
Leonid A. Levin
Leonid Libkin
Leonidas
Leonidas J. Guibas
Leonie
Leonie Sazias
Leonine
Leonor
Leonora
Leonore
Leonov
Leonsis
Leonteen
Leonteus
Leontina
Leontine
Leontine Ruiters
Leontyne
Leopardi
Leopold
Leopoldeen
Leopoldine
Leor
Leora
Leos
Leotie
Leotine
Lepanto
Lepaute
Lepaya
Lepidoptera
Lepidus
Lepine
Lepley
Lepontine Alps
Lepp
Lepper
Lepsius
Lepus
Ler
Lermontov
Lerna
Lernaea
Lerner
Leroi
Leros
Leroy
Lerwick
Les
Les Blank
Les Claypool
Les Trotter
Lesak
Lesbian
Lesbos
Leschen
Leschetizky
Lesh
Leshia
Lesko
Leslee
Lesley
Lesli
Leslie
Leslie Bibb
Leslie Caron
Leslie Carter
Leslie Cheung
Leslie G. Valiant
Leslie Goldberg
Leslie Grossman
Leslie Horan
Leslie Lowe
Leslie M. Goldschlager
Leslie Mann
Leslie Nielsen
Leslie Stefanson
Leslie Wolos
Lesly
Lesotho
Lessard
Lesseps
Lesser
Lesser Antilles
Lesser Sunda Islands
Lessing
Lesslie
Lester
Lesya
Leszek Pacholki
Leszek Pacholski
Let
Leta
Letch
Letchworth
Letha
Lethbridge
Lethe
Lethia
Leticia
Letisha
Letitia
Letizia
Leto
Letreece
Letrice
Letsou
Lett
Letta
Lette
Letti
Lettice
Lettie
Lettish
Letty
Leucaeus
Leucas
Leuce
Leucippe
Leucippides
Leucippus
Leucon
Leucophryne
Leucothea
Leuctra
Leucus
Leukas
Leukothea
Leund
Leupold
Leuricus
Leutze
Leuven
Lev
Levallois-Perret
Levan
Levana
Levania
Levant
Levantine
Levantinism
Leveller
Leven
Levenson
Leventhal
Leventis
Lever
Leverett
Leverhulme
Leverick
Leveridge
Leverkusen
Leveroni
Leverrier
Levesque
Levey
Levi
Levi-Strauss
Levin
Levina
Levine
Levins
Levinson
Levis
Levison
Levit
Levitan
Levite
Leviticus
Levitt
Levittown
Levkas
Levon
Levona
Levophed
Levy
Lew
Lew Ayres
Lewak
Lewan
Lewanna
Lewellen
Lewendal
Lewert
Lewes
Lewie
Lewin
Lewis
Lewisburg
Lewisham
Lewisohn
Lewison
Lewiston
Lewisville
Lewls
Lewse
Lexell
Lexi
Lexi Randall
Lexie
Lexine
Lexington
Lexy
Ley
Leyden
Leyes
Leyla
Leyte
Leyton
Lezlie
Lger
Lhary
Lhasa
Lhevinne
Li-sao
LiL Bow Wow
Lia
Lia van Bekhoven
Liakoura
Liam
Liam Cunningham
Liam Gallagher
Liam Neeson
Lian
Liana
Liane
Lianna
Lianne
Liao
Liaoning
Liaopeh
Liaotung
Liaoyang
Liard
Lias
Liatrice
Liatris
Lib
Liba
Libau
Libava
Libb
Libbey
Libbi
Libbie
Libbna
Libby
Libenson
Liber
Libera
Liberace
Liberal
Liberalia
Liberati
Liberator
Liberec
Liberia
Liberian
Liberius
Libertas
Liberty
Libertyville
Libia
Libna
Libnah
Liborio
Libove
Libra
Libre
Libreville
Librium
Libya
Libyan
Licastro
Licetus
Licha
Lichas
Lichfield
Licht
Lichtenberg
Lichtenfeld
Lichtenstein
Lichter
Lick
Licko
Licymnius
Lida
Lidah
Lidda
Liddie
Liddle
Liddy
Lide Li
Lidia
Lidia Jane Dekkers
Lidice
Lidie
Lido
Lidstone
Lie
Lieberman
Liebermann
Liebfraumilch
Liebig
Liebknecht
Liebman
Liebowitz
Liechtenstein
Liederkranz
Liederman
Lief
Liege
Liegnitz
Lieke van Lexmond
Lienhard
Liepaja
Liesa
Liesbeth van der Kruit
Liesel Matthews
Liestal
Lietman
Lietuva
Lieut
Liev Schreiber
Liew
Lifar
Liffey
Lifton
Ligeia
Ligeti
Ligetti
Liggett
Liggitt
Light
Lightfoot
Lightman
Ligonier
Liguria
Ligurian
Lihue
Liis Windischmann
Likasi
Likoura
Lil
Lil Kim
Lil' Kim
Lila
Lila McCann
Lilac
Lilah
Lilas
Lilburne
Lili
Lili Taylor
Lilia
Lilia Podkopayeva
Lilian
Lilian Garcia
Liliane
Lilias
Lilibel
Lilienthal
Lilith
Lilithe
Liliuokalani
Lilius
Lilla
Lille
Lilli
Lillian
Lillian Ho
Lillibullero
Lillie
Lilliputian
Lillis
Lillith
Lillo
Lilly
Lillywhite
Lilo
Lilongwe
Lily
Lily Tien
Lily Tomlin
Lilyan
Lilybel
Lilybelle
Lim
Lima
Liman
Limann
Limassol
Limber
Limbert
Limbourg
Limburg
Limburger
Limehouse
Limemann
Limenia
Limerick
Limmasol
Limnaea
Limnoria
Limoges
Limoli
Limon
Limousin
Limp Bizkit
Limpopo
Limsoon Wong
Lin
Lin Hsi Lei
Lin Mei Zhen
Lina
Linacre
Linares
Linc
Lincoln
Lincolniana
Lincolnshire
Lincolnton
Lind
Linda
Linda Blair
Linda Carter
Linda Davis
Linda Eder
Linda Evangelista
Linda Evans
Linda Fiorentino
Linda Hamilton
Linda Hart
Linda Perry
Linda Pine
Linda Purl
Linda Ronstadt
Linda Stirling
Linda Tran
Linda Vaughn
Linda Wagenmakers
Linda Wang
Linda de Mol
Linda van Dort
Lindahl
Lindberg
Lindbergh
Lindblad
Lindbom
Lindeberg
Lindell
Lindemann
Linden
Linden Ashby
Lindenau
Lindenhurst
Lindenwold
Linder
Linders
Lindesnes
Lindgren
Lindholm
Lindi
Lindie
Lindisfarne
Lindley
Lindly
Lindner
Lindo
Lindon
Lindsay
Lindsay Armaou
Lindsay Crouse
Lindsay Davenport
Lindsay Felton
Lindsay Lohan
Lindsay Price
Lindsborg
Lindsey
Lindsey Buckingham
Lindsey Hartley
Lindsey Haun
Lindsey McKeon
Lindsley
Lindsy
Lindwall
Lindy
Lindybeth
Lindylou
Line
Line Islands
Linea
Linehan
Linell
Linet
Linetta
Linette
Ling
Lingayat
Lingayata
Lingwood
Linis
Link
Linker
Linkoski
Linkping
Linlithgow
Linn
Linnaeus
Linnea
Linnell
Linneman
Linnet
Linnette
Linnhe
Linnie
Linotype
Lins
Linsey Dawn McKenzie
Linsk
Linskey
Linson
Linton
Linus
Linus Roache
Linus Shrage
Linwood
Linyu
Linz
Linzer
Linzy
Liod
Lion
Lionel
Lionel Barrymore
Lionello
Lions
Liou
Liouville
Lipari Islands
Lipchitz
Lipcombe
Lipetsk
Lipfert
Lipinski
Lipizzaner
Lipkin
Lipman
Lipmann
Liponis
Lipp
Lippe
Lippershey
Lippi
Lippizaner
Lippmann
Lippold
Lipps
Lipscomb
Lipsey
Lipski
Lipson
Lipton
Lir
Lira
Liris
Lisa
Lisa Barbuscia
Lisa Bonet
Lisa Boyle
Lisa Brenner
Lisa Cerasoli
Lisa Cerbone
Lisa Dergan
Lisa Edelstein
Lisa Ekdahl
Lisa Faulkner
Lisa Gay Hamilton
Lisa Gaye
Lisa Hellerstein
Lisa Jakub
Lisa Kudrow
Lisa Left-Eye Lopes
Lisa Leslie
Lisa Loeb
Lisa Lopes
Lisa Marie
Lisa Marie Presley
Lisa McCune
Lisa Nicole Carson
Lisa Raye
Lisa Rinna
Lisa Robin Kelly
Lisa Rogers
Lisa Snowdon
Lisa Whelchel
Lisa Wilcox
Lisa Wilhoit
LisaRaye
Lisabet
Lisabeth
Lisan
Lisandra
Lisbeth
Lisbon
Liscomb
Lise
Liselotte
Lisetta
Lisette
Lisha
Lishe
Lisieux
Lisk
Lisle
Liss
Lissa
Lissak
Lissi
Lissie
Lissner
Lissy
List
Lister
Listerism
Liszt
Lit
LitB
LitD
Lita
Litae
Litch
Litchfield
Lith
Litha
Lithea
Lithuania
Lithuanian
Lithuanic
Lititz
Litman
Litt
LittM
Litta
Littell
Little
Little Richard
Littlefield
Littlejohn
Littlestown
Littleton
Litton
Littoria
Littrow
Litvinov
Lityerses
Liu
Liuka
Liv
Liv Tyler
Liva
Livenza
Livermore
Liverpool
Liverpudlian
Livesay
Livi
Livia
Livingston
Livingstone
Livonia
Livonian
Livorno
Livvi
Livvie
Livy
Liz
Liz Phair
Liz Vassey
Liza
Liza Huber
Liza Minnelli
Liza Shmakova
Lizabeth
Lizabeth Scott
Lizard
Lizbeth
Lizette
Lizzie
Lizzy
Ljod
Ljoka
Ljubljana
Ljubomir Ivanov
Llandaff
Llandudno
Llanelli
Llanelly
Llangollen
Llano
Llewellyn
Llovera
Lloyd
Lloyd Bridges
Lloyd Devore
Lloyd Shapley
Lloyd's
Llud
Llyr
Llywellyn
Lman
Lneburg
Lnos
Loafishness
Loanda
Loar
Loats
Lobachevsky
Lobel
Lobell
Lobengula
Lobito
Lobo
Locarno
Lochia
Lochinvar
Lochlyn Munro
Lochner
Lock
Locke
Lockean
Lockeanism
Locker-Lampson
Lockett
Lockhart
Lockianism
Lockie
Lockland
Locklin
Lockport
Lockwood
Locky
Lockyer
Locofoco
Locofocoism
Locrian
Locris
Locrus
Lod
Lodge
Lodhia
Lodi
Lodie
Lodmilla
Lody
Loeb
Loeffler
Loella
Loes Luca
Loesceke
Loewe
Loewi
Loewy
Loferski
Lofn
Lofting
Loftis
Loftus
Logan
Logansport
Loggia
Loggins
Logi
Loginov
Logos
Logrono
Lohengrin
Lohman
Lohner
Lohrman
Lohrmann
Lohse
Loir-et-Cher
Loire
Loire-Atlantique
Loiret
Lois
Loise
Loja
Lokayata
Lokayatika
Loki
Lola
Lola Corwin
Lola Montez
Lolande
Lolanthe
Lole
Loleta
Lolita
Lolland
Lollard
Lollardism
Lollardry
Lollardy
Lolly
Lom
Loma
Lomasi
Lomax
Lombard
Lombardi
Lombardo
Lombardy
Lombok
Lombroso
Lomond
Lon
Lon Chaney
Lona
London
Londonderry
Londoner
Londres
Londrina
Lonee
Lonergan
Lonestar
Loney
Long
Longan
Longawa
Longbenton
Longerich
Longfellow
Longford
Longhorn
Longinus
Longley
Longmire
Longo
Longobard
Longomontanus
Longstreet
Longtin
Longueuil
Longus
Longview
Longwood
Longworth
Longyearbyen
Loni
Loni Anderson
Lonier
Lonna
Lonnard
Lonne
Lonneke Engel
Lonni
Lonnie
Lonny
Lons-le-Saunier
Lontson
Lonzo
Loogootee
Loomis
Loos
Lopatnikov
Lopes
Lopez
Lopoldville
Lora
Lorain
Loraine
Loral
Loralee
Loralie
Loralyn
Loram
Lorant
Lorca
Lord
Lord's
Lordan
Lords
Lords Spiritual
Lords Temporal
Lordsburg
Lordship
Lore
Loredana
Loredo
Loree
Loreen
Lorelei
Lorelie
Lorella
Lorelle
Loren
Loren Dean
Lorena
Lorence
Lorene
Lorens
Lorentz
Lorenz
Lorenz Hart
Lorenza
Lorenzana
Lorenzetti
Lorenzo
Lorenzo Alvisi
Lorenzo Antonio
Lorestan
Loresz
Loretta
Loretta Lynn
Loretta Schrijver
Loretta Young
Lorette
Lori
Lori Clarke
Lori Heuring
Lori Laughlin
Lori Loughlin
Lori Petty
Lori Singer
Loria
Lorianna
Lorianne
Lorie
Lorien
Lorient
Lorilee
Lorilyn
Lorimer
Lorin
Lorinda
Lorine
Loriner
Loring
Loris
Lorissa McComas
Lorita
Lorn
Lorna
Lorna Luft
Lorne
Lorola
Lorolla
Lorollas
Lorou
Lorrain
Lorraine
Lorraine Bracco
Lorraine Kelly
Lorrayne
Lorri
Lorrie
Lorrimer
Lorrimor
Lorrin
Lorris
Lorry
Lorsung
Lorus
Lorusso
Lory
Lose
Loseff
Losey
Loss
Lossa
Losse
Lot
Lot-et-Garonne
Lotfi Zadeh
Lotha
Lothair
Lothaire
Lothar
Lothario
Lotharios
Lothians
Lothringen
Loti
Lotis
Lotson
Lotta
Lotte
Lotti
Lottie
Lotty
Lotus
Lotz
Lotze
Lou
Lou Bega
Lou Diamond Phillips
Lou Ferrigno
Lou Hirsch
Lou Reed
Lou Weinberg
Louanna
Louanne
Loudon
Loudon Wainwright III
Loudonville
Louella
Lough
Lougheed
Loughlin
Louhi
Louie
Louis
Louis E. Rosier
Louis Koo
Louis Malle
Louisa
Louisa M. Alcott
Louisburg
Louise
Louise Brooks
Louise Fletcher
Louise J. Taylor
Louise Lombard
Louise Nurding
Louise Robey
Louise Wischermann
Louisette
Louisiana
Louisianan
Louisianian
Louisville
Louisvillian
Louls
Lounge
Lounsbury
Lourdes
Lourie
Lousewies van der Laan
Louth
Loutitia
Louvain
Louvertie
Louvre
Loux
Louxin Zhang
Louys
Lovash
Lovato
Love
Lovel
Lovelace
Lovell
Lover
Loveridge
Lovering
Lovett
Lovich
Lovie
Lovington
Lovmilla
Low
Low Countries
Lowe
Lowell
Lowenstein
Lowenstern
Lower
Lowery
Lowes
Lowestoft
Lowis
Lowl
Lowlander
Lowlands
Lowndes
Lowney
Lowrance
Lowrie
Lowry
Lowson
Lowveld
Lowville
Loxias
Loy
Loyalist
Loyang
Loyce
Loyde
Loydie
Loyola
Loz
Lozano
Lozar
Lozi
Lrida
Ltd
Lu Chen
Lualaba
Luana
Luanda
Luane
Luann
Luanne
Luanni
Luba
Lubba
Lubbi
Lubbock
Lubeck
Luben
Lubet
Lubin
Lubiniezky
Lubitsch
Lublin
Lubow
Lubumbashi
Luby
Luc Besson
Luc Longpre
Luca
Lucais
Lucan
Lucania
Lucas
Lucas Black
Lucca
Lucchesi
Luce
Lucelle
Lucerne
Lucette Verboven
Lucey
Lucho
Luci
Lucia
Lucian
Luciana
Lucianne
Luciano
Luciano Pavarotti
Lucias
Lucic
Lucie
Lucien
Lucienne
Lucier
Lucifer
Lucila
Lucilius
Lucilla
Lucille
Lucille Ball
Lucille Werner
Lucina
Lucinda
Lucinda Jenney
Lucine
Lucio
Lucita
Lucite
Lucius
Luckett
Luckin
Lucknow
Lucky
Lucrece
Lucretia
Lucretius
Lucullus
Lucy
Lucy Alexis Liu
Lucy Bell
Lucy Clarkson
Lucy Deakins
Lucy Lawless
Lucy Liu
Lud
Ludd
Luddism
Luddite
Ludditism
Ludeman
Ludendorff
Ludewig
Ludhiana
Ludie
Ludington
Ludivine Furnon
Ludlew
Ludlow
Ludly
Ludmilla
Ludovick
Ludovika
Ludvig
Ludwig
Ludwig van Beethoven
Ludwigg
Ludwigsburg
Ludwigshafen
Ludwog
Luebke
Luedtke
Luehrmann
Luella
Luelle
Luening
Lufkin
Luftwaffe
Lug
Luganda
Lugansk
Lugar
Luger
Lugnasad
Lugo
Lugones
Luhe
Luhey
Luht
Luigi
Luigino
Luik
Luing
Luis
Luis Guzmán
Luis Trabb Pardo
Luisa
Luise
Luiza
Luk
Lukacs
Lukas
Lukas Haas
Lukash
Lukasz
Luke
Luke Halpin
Luke Perry
Luke Wilson
Lukey
Lukin
Luks
Lula
Lulea
Lulie
Luling
Lulita
Lull
Lullaby
Lully
Lulu
Lulu Kuo
Luluabourg
Lumbard
Lumberton
Lumbye
Lumen
Lumiere
Luminal
Lumpkin
Lumumba
Luna
Lund
Lundberg
Lundeen
Lundell
Lundgren
Lundin
Lundquist
Lundt
Lune
Lunetta
Lunette
Lungki
Lunik
Lunn
Lunna
Lunneta
Lunnete
Luns
Lunseth
Lunsford
Lunt
Lunville
Luo
Lupe
Lupe Velez
Lupee
Lupercalia
Lupercalias
Lupercus
Lupien
Lupita
Lupus
Luquan Pan
Lura
Luray
Lurette
Lurex
Lurie
Luristan
Lurleen
Lurlei
Lurlene
Lurline
Lurton
Lusa
Lusaka
Lusatia
Lusatian
Lusia
Lusitania
Lusitanian
Lussi
Lussier
Lust
Lustick
Lustig
Lusty
Lutcher
Lutenist
Lutero
Lutetia
Luth
Luthanen
Luther
Luther Vandross
Lutheran
Lutheranism
Lutherism
Luthuli
Luton
Lutoslawski
Luttrell
Lutuamian
Lutuamians
Lutyens
Luverne
Luwana
Luwian
Lux
Luxembourg
Luxemburg
Luxor
Luz
Luzader
Luzern
Luzerne
Luzon
Lvos
Lvov
Lwe
Lwoff
Lyaeus
Lyall
Lyallpur
Lyautey
Lycaeus
Lycaon
Lycaonia
Lyceum
Lycia
Lycian
Lycidas
Lyckman
Lycomedes
Lycon
Lycophron
Lycotherses
Lycurgus
Lycus
Lyda
Lydda
Lydell
Lydgate
Lydia
Lydian
Lydie
Lyell
Lyford
Lygodesma
Lyle
Lyle Lovett
Lyle McGeoch
Lyle Ramshaw
Lyly
Lyman
Lymann
Lymington
Lymn
Lyn
Lyn and Lee Wilde
Lynbrook
Lynch
Lynchburg
Lynd
Lynda
Lynda Carter
Lynde
Lyndel
Lyndell
Lynden
Lyndes
Lyndhurst
Lyndon
Lyndora
Lyndsay
Lyndsey
Lyndsie
Lyndy
Lynea
Lynelle
Lynen
Lynette
Lyngi
Lynn
Lynn Herring
Lynn Redgrave
Lynn Whitfield
Lynna
Lynne
Lynne Russell
Lynne Thigpen
Lynnea
Lynnell
Lynnelle
Lynnet
Lynnett
Lynnette
Lynnworth
Lyns
Lynsey
Lynsey Bartilson
Lynus
Lynwood
Lynx
Lyon
Lyonnais
Lyonnesse
Lyons
Lyontine
Lyra
Lyris
Lyrus
Lys
Lysander
Lysandra
Lysenko
Lysenkoism
Lysette Anthony
Lysias
Lysimachus
Lysippe
Lysippus
Lysistrata
Lysol
Lyssa
Lytle
Lytton
Lyubertsy
Lyublin
Lyudmila
Lzen
M'Ba
M'Naghten Rules
M'sieur
M-16
M-16's
M-day
M-line
M-series
M. Kifer
M. Krook
M. Linna
M. Penttonen
M. Smid
M. Soittola
M. Steinby
M. de Rougement
M.-J. Chung
M.A. Sridhar
M.H. van Emden
M.L. Balinsky
M.P. van der Hulst
M2M
MAA
MAAG
MAArch
MAE
MAEd
MALD
MALS
MAR
MATS
MAeroE
MAgEc
MAgEd
MArch
MArchE
MBA
MBE
MCJ
MCi
MDAP
MDES
MDO
MEA
MEP
MEPA
MEd
MElEng
MFA
MFS
MFT
MGB
MGeolE
MGk
MGr
MHA
MHD
MHE
MHR
MHW
MIA
MID
MIDAS
MIE
MILR
MIP
MIRV
MIr
MKS
MLS
MLW
MME
MMetE
MNA
MNAS
MNE
MNS
MNurs
MOI
MOIG
MOpt
MPA
MPE
MPH
MPL
MPS
MPers
MPh
MPharm
MPress
MRA
MRE
MRP
MSA
MSAE
MSAM
MSArch
MSBA
MSBC
MSBus
MSCE
MSCP
MSChE
MSCons
MSD
MSEE
MSEM
MSEnt
MSF
MSFM
MSFor
MSG
MSGM
MSGMgt
MSGeolE
MSH
MSHA
MSHE
MSIE
MSJ
MSL
MSM
MSME
MSMetE
MSMgtE
MSN
MSOrNHort
MSPE
MSPH
MSPHE
MSPHEd
MSPhar
MSS
MSSc
MSW
MSc
MScD
MScMed
MSgt
MTB
MTI
MTO
MTP
MTV
MTh
MUP
MVA
MVD
MVEd
MWA
MWT
MYOB
Maag
Maarianhamina
Maarib
Maartje van Weegen
Maas
Maastricht
Maat
Mab
Mabel
Mabel van den Dungen
Mabelle
Mable
Mableton
Mabuse
Mac
MacArthur
MacCarthy
MacDermot
MacDonald
MacDonell
MacDougall
MacDowell
MacEgan
MacFadyn
MacFarlane
MacGregor
MacGuiness
MacIlroy
MacIntosh
MacIntyre
MacKay
MacKenzie
MacLaine
MacLay
MacLean
MacLeish
MacLeod
MacMahon
MacMillan
MacMullin
MacNair
MacNamara
MacNeice
MacPherson
MacRae
MacSwan
Macao
Macap
Macapa
Macapagal
Macareus
Macario
Macassar
Macau
Macaulay
Macaulay Culkin
Macbeth
Macc
Maccabaeus
Maccabees
Maccarone
Macclesfield
Macdonald
Macdonnell Ranges
Mace
Maced
Macedon
Macedonia
Macedonian
Macegan
Maceio
Macey
Mach
Machabees
Machado
Machaerus
Machaon
Machaut
Machel
Machen
Machiavelli
Machiavellian
Machiavellianism
Machiavellism
Machmeter
Machos
Machute
Machutte
Maciej Liskiewicz
Macintosh
Mack
Mack Sennett
Mackay
Mackenie
Mackensen
Mackenzie
Mackenzie Rosman
Mackerras
Mackey
Mackie
Mackinac
Mackintosh
Mackler
Macknair
Mackoff
Maclean
Maclear
Macleod
Macmahon
Macmillan
Macnair
Macomber
Macon
Macpherson
Macquarie'
Macready
Macri
Macrobius
Macumba
Macur
Macy
Macy Gray
Mad
Mada
Madag
Madagascan
Madagascar
Madai
Madaih
Madalena
Madalyn
Madancy
Madang
Madaras
Madariaga
Madawaska
Madchen Amick
Maddalena
Madden
Maddeu
Maddi
Maddie
Maddis
Maddock
Maddocks
Maddox
Maddy
Madea
Madeira
Madeiravine
Madel
Madelaine
Madeleine
Madeleine Stowe
Madeleine West
Madelena
Madelene
Madelina
Madeline
Madeline Baker
Madeline Kahn
Madeline Milla
Madeline Zima
Madella
Madelle
Madelon
Maderno
Madero
Madge
Madhav Marathe
Madhu Sudan
Madhuri Dixit
Madi
Madian
Madid
Madigan
Madill
Madison
Madison Eginton
Madisonville
Madlen
Madlin
Madlyn
Madm
Madoc
Madoera
Madoka Ozawa
Madoka Wagure
Madonia
Madonna
Madonna Ciccone
Madora
Madox
Madra
Madras
Madrid
Madriene
Madrilenian
Madson
Madura
Madurai
Mady
Mae
Mae West
Mae Whitman
Maeander
Maebashi
Maebelle
Maecenas
Maegan
Mael
Maelstrom
Maely
Maenalus
Maeon
Maera
Maestricht
Maeterlinck
Maeve
Maewo
Mafala
Mafalda
Mafeking
Maffa
Maffei
Mafia
Mag
Mag Ruffman
Magallanes
Magan
Magangue
Magas
Magavern
Magbie
Magda
Magdala
Magdalen
Magdalena
Magdalena Wrobel
Magdalene
Magdalenian
Magdau
Magdeburg
Magee
Magel
Magelhanz
Magellan
Magen
Magena
Magenta
Mages
Maggee
Maggi
Maggie
Maggie Cheung
Maggie Ko
Maggie Lawson
Maggie Rizer
Maggie Smith
Maggio
Maggiore
Maggs
Maggy
Maggy Dobson
Maghreb
Maghutte
Magi
Magic Johnson
Magill
Magindanao
Magindanaos
Maginus
Maglemosian
Magna
Magner
Magnesia
Magnien
Magnificat
Magnitogorsk
Magnolia
Magnus
Magnus Halldorsson
Magnus Hestenes
Magnus Norman
Magnuson
Magnusson
Magocsi
Magog
Magree
Magritte
Maguire
Magulac
Magus
Magyar
Magyarization
Magyarorsz
Magyarorszag
Mah
Mahabalipuram
Mahadeva
Mahala
Mahalia
Mahalie
Mahamaya
Mahan
Mahanadi
Mahandren Velauthapillai
Maharashtra
Mahasamadhi
Mahau
Mahayana
Mahdi
Mahdis
Mahdist
Mahendra
Maher
Mahican
Mahicans
Mahla
Mahler
Mahlon
Mahmoud
Mahmud
Maho Takai
Mahomet
Mahometan
Mahon
Mahoney
Mahound
Mahratta
Mahratti
Mahren
Mahrisch-Ostrau
Mai
Mai Hosho
Maia
Maiah
Maibach
Maible
Maice
Maida
Maidanek
Maidel
Maidenhead
Maidie
Maidstone
Maiduguri
Maidy
Maier
Maiga
Maighdlin
Maika Eggink
Maiko Yuki
Maikop
Mailand
Mailer
Maillart
Maillol
Mailloux
Maimonidean
Maimonides
Main
Maine
Maine-et-Loire
Mainer
Mainis
Mainland
Maintenon
Mainz
Maiocco
Mair
Maire
Maise
Maisel
Maisey
Maisie
Maison
Maite
Maitilde
Maitland
Maitland Ward
Maitund
Majandra Delfino
Maje
Majel Barrett
Majel Barrett Roddenberry
Majesty
Majid Sarragzadeh
Majka
Majlis
Major
Majorca
Majorcan
Maju Ozawa
Majunga
Mak
Makalu
Makasar
Makassar
Makedhonia
Makeevka
Makell
Maker
Makeyevka
Makhachkala
Maki Mochida
Makkah
Makurdi
Mal
Mala
Malabo
Malacca
Malaccan
Malachi
Malachy
Malaga
Malagasy
Malakal
Malamud
Malamut
Malan
Malang
Malanie
Malanje
Malaprop
Malar
Malarkey
Malaspina
Malatesta
Malathion
Malatya
Malawi
Malay
Malaya
Malayalam
Malayan
Malayo-Polynesian
Malaysia
Malca
Malcah
Malchus
Malcolm
Malcolm Gets
Malcolm Little
Malcolm McDowell
Malcolm X
Malcom
Malda
Malden
Maldives
Maldon
Male
Malebranche
Maleeny
Malek
Maleki
Malena
Malenkov
Malet
Maletta
Malevich
Malherbe
Mali
Malia
Malibran
Malik
Malik Yoba
Malin
Malina
Malinda
Malinde
Malines
Malinin
Malinke
Malinovsky
Malinowski
Malipiero
Malissa
Malita
Malka
Malkah
Malkin
Mall
Mallarme
Mallen
Maller
Mallet
Malley
Mallia
Mallin
Mallina
Mallis
Mallissa
Malloch
Mallon
Mallorca
Mallorie
Mallory
Malloy
Malmdy
Malmedy
Malmesbury
Malmo
Malo
Malone
Maloney
Malonis
Malony
Malorie
Malory
Maloy
Malpighi
Malpighian tubules
Malraux
Malta
Maltese
Malthus
Malthusian
Malthusianism
Malti
Maltz
Maltzman
Maluku
Malva
Malvern
Malverne
Malvia
Malvie
Malvin
Malvina
Malvine
Malvino
Malynda
Mamallapuram
Mamaroneck
Mame
Mameluke
Mamers
Mamie
Mamie Van Doren
Mamika Shimada
Mamiko Mise
Mamisburg
Mammon
Mamor
Mamore
Mamou
Mamoun
Mamta Kulkarni
Mamurius
Man
Mana
Manabozho
Manado
Managua
Manaker
Manala
Manama
Manami Honjoh
Manara
Manard
Manasquan
Manassas
Manasseh
Manassite
Manat
Manaus
Manawyddan
Manche
Manchester
Manchu
Manchukuo
Manchuria
Manchurian
Mancino
Mancunian
Manda
Mandaean
Mandah
Mandal
Mandalay
Mandan
Mandayam Srinivas
Mande
Mandean
Mandel
Mandelbaum
Mandell
Mandeville
Mandi
Mandie
Mandingo
Mandingoes
Mandingos
Mandle
Mandler
Mandy
Mandy Moore
Mandy Patinkin
Mandych
Manella
Manes
Manet
Manetho
Manfred
Manfred Broy
Manfred Paul
Manfred Warmuth
Mangalore
Manganin
Mangrum
Manhattan
Manhattanite
Manheim
Mani
Mania
Manichaeanism
Manichaeism
Manichaeus
Manichean
Manicheanism
Manicheism
Manicheus
Manila
Manilius
Maninke
Manipur
Manisa
Manisha Koirala
Manistee
Manistique
Manitoba
Manitoulin
Manitowoc
Manizales
Manjusri
Mankato
Mankiewicz
Manley
Manlove
Manly
Mann
Mannaean
Mannar
Mannerheim
Manners
Mannes
Mannheim
Mannie
Manning
Mannington
Manno
Mannos
Mannuela
Manny
Manny Suárez
Mano
Manoah
Manoff
Manolete
Manolis Tsangaris
Manolo
Manon
Manon Rheaume
Manon Thomas
Manon Uphoff
Manon Von Gerkan
Manon Von Gerken
Manorhaven
Manouch
Manresa
Mansart
Mansfield
Mansholt
Manson
Mansoor
Mansra
Mansur
Manta
Manteca
Mantegna
Mantell
Manthei
Mantinea
Mantius
Mantle
Manto
Manton
Mantova
Mantua
Mantuan
Manu
Manuel
Manuel Blum
Manuel Silva
Manuela
Manuela Kemp
Manukau
Manus
Manutius
Manvel
Manvell
Manvil
Manville
Manwell
Manx
Manxman
Manxmen
Manya
Manyoshu
Manzoni
Mao Misaki
Mao Shiina
Maoism
Maori
Map
Mapel
Mapes
Maples
Maplewood
Mappah
Maputo
Mar
MarMechE
Mara
Mara Corday
Mara Wilson
Marabel
Marabelle
Maracaibo
Maracanda
Maracay
Maraj
Marala
Maraline
Maranh
Maranon
Marasco
Marashio
Marat
Marat Safin
Maratha
Marathi
Marathon
Marathonian
Marble
Marblehead
Marburg
Marbut
Marc
Marc Alaimo
Marc Anthony
Marc Blucas
Marc Grady Adams
Marc Kudisch
Marc Pickering
Marc Snir
Marc Weiss
Marc van Kreveld
Marc-Marie Huijbregts
Marcantonio
Marceau
Marcel
Marcela
Marcelia
Marceline
Marceline Schopman
Marcell
Marcella
Marcelle
Marcellina
Marcelline
Marcello
Marcello Mastroianni
Marcello Robinson
Marcellus
Marcelo
Marcelo Rios
Marcelo Tubert
March
Marchak
Marchal
Marche
Marchelle
Marches
Marchese
Marcheshvan
Marchette
Marci
Marcia
Marcia Cross
Marcia Derr
Marcia Mitzman Gaven
Marcia Tap
Marcian
Marciano
Marcie
Marcile
Marcille
Marcin
Marcion
Marcionism
Marcionite
Marco
Marco Borsato
Marco Ngai Chun Kit
Marco Sanchez
Marconi
Marcos
Marcoux
Marcus
Marcus Chong
Marcus Giamatti
Marcus Graham
Marcus Schenkenberg
Marcuse
Marcy
Marden
Marder
Mardochai
Marduk
Mare Winningham
Mareah
Maree Cheatham
Maregos
Marek
Marela
Mareld
Marelda
Marella
Marelya
Maren
Marena
Marengo
Marentic
Marenzio
Maressa
Maretta
Maretz
Marfa
Marga
Marga Bult
Marga van Praag
Margalo
Margaret
Margaret Cho
Margaret Chung
Margaret Colin
Margaret Montenyohl
Margaret O'Brien
Margaret Thatcher
Margareta
Margarete
Margaretha
Margarethe
Margaretta
Margarette
Margarida
Margarita
Margate
Margaux
Marge
Margeaux
Margery
Marget
Margette
Margetts
Margherita
Margi
Margi Clarke
Margie
Marginis
Margit
Margje Fikse
Margo
Margo Martindale
Margo Napoli
Margot
Margot Finley
Margot Kidder
Margot Ribberink
Margreet Reijntjes
Margreet Spijker
Margret
Margreta
Margriet Brandsma
Margriet Vroomans
Margriet van der Linden
Marguerie
Marguerita
Marguerite
Margy
Mari
Mari Carmen Oudendijk
Maria
Maria Bartiromo
Maria Bello
Maria Butyrskaya
Maria Callas
Maria Campo
Maria Checa
Maria Grazia Cucinotta
Maria Kitazawa
Maria Klawe
Maria Kooistra
Maria Laria
Maria Luisa Bonet
Maria McKee
Maria Montez
Maria Paola Bonacina
Maria-Giuseppe
Mariah Carey
Mariah O'Brien
Mariam
Mariam Yeung
Mariama Goodman
Marian
Marian Seldes
Mariana
Mariana Islands
Marianao
Mariand
Mariande
Mariandi
Mariann
Marianna
Marianne
Marianne Baudinet
Marianne Timmer
Mariano
Marianskn
Maribel
Maribel Verdu
Maribelle
Maribeth
Maribor
Marice
Maridel
Marie
Marie Richardson
Marie-Paule Gascuel
Mariehamn
Marieke de Kryf
Marieke de Vries
Mariel
Mariel Haggeman
Mariel Hemingway
Mariele
Marielle
Marielle Beumer
Mariellen
Marienbad
Marienthal
Marietta
Mariette
Mariette Fehmers
Marifrances
Marigene
Marigold
Marigolda
Marigolde
Marijane
Marijke Amado
Marijo
Mariken
Mariko
Maril
Marilee
Marilin
Marilla
Marilou
Marilu Henner
Marilyn
Marilyn Manson
Marilyn Michaels
Marilyn Monroe
Marin
Marina
Marina Sirtis
Marinduque
Marinelli
Mariner
Marinetti
Marini
Marinna
Marino
Marinus
Marinus Veldhorst
Mario
Mario Bava
Mario Lanza
Mario Lopez
Mario Szegedy
Mario Van Peebles
Mariolater
Mariolatry
Mariologist
Mariology
Marion
Marion Davies
Marion Jones
Marion Lutke
Marios C. Papaefthymiou
Mariquilla
Maris
Marisa
Marisa Coughlan
Marisa Jackson
Marisa Ramirez
Marisa Tomei
Mariska
Mariska Hargitay
Mariska Hulscher
Mariska van Kolck
Marisol
Marissa
Marist
Marit van Bohemen
Marita
Maritain
Maritime Alps
Maritime Provinces
Maritimer
Maritsa
Maritte Braspenning
Mariupol
Marius
Marius Zimand
Marivaux
Mariya
Mariya Yamada
Marj
Marj Dusay
Marja
Marjan Moolenaar
Marjana
Marje
Marjena Moll
Marji
Marjie
Marjolein Dekkers
Marjolein Keuning
Marjon Keller
Marjon de Hond
Marjorie
Marjorie Monaghan
Marjory
Marjy
Mark
Mark Allen Weiss
Mark Bakalor
Mark Bosnich
Mark Brown
Mark Buckingham
Mark Curry
Mark Dacascos
Mark David
Mark Eddie
Mark Famiglietti
Mark Frankel
Mark Fulk
Mark H. Nodine
Mark Hamill
Mark Harelik
Mark Harmon
Mark Homer
Mark Hoppus
Mark Jensen
Mark Jerrum
Mark Kac
Mark Kaplan
Mark Karpinsky
Mark Keil
Mark Knopfler
Mark Krentel
Mark Lamarr
Mark Lenard
Mark Lester
Mark Manasse
Mark Margolis
Mark McGrath
Mark McGwire
Mark McKinney
Mark Overmars
Mark Paul Gosselaar
Mark Philippoussis
Mark Pleszkoch
Mark Tremonti
Mark Tuttle
Mark Twain
Mark Wahlberg
Mark Wegman
Mark Wills
Mark Wood
Mark de Berg
Mark-Paul Gosselaar
Market
Marketa
Markevich
Markham
Markie Post
Markland
Marklen Kennedy
Markman
Marko
Markos
Markova
Markowitz
Marks
Markson
Marksville
Markus
Markus Wloka
Marky Mark
Marl
Marla
Marla Maples
Marla Sokoloff
Marlane
Marlborough
Marlea
Marleah
Marlee
Marlee Matlin
Marleen
Marleen Houter
Marleigh
Marlen
Marlena
Marlene
Marlene Dietrich
Marler
Marlette
Marley
Marley Shelton
Marlies Kruizenga
Marlin
Marline
Marlo
Marlon
Marlon Brando
Marlon Wayans
Marlow
Marlowe
Marlyn
Marmaduke
Marmara
Marmawke
Marmet
Marmion
Marmite
Marmolada
Marna
Marne
Marnette Patterson
Marney
Marni
Marnia
Marnie
Marnie Alexenburg
Maro
Maroc
Marola
Marolda
Maron
Maroney
Maronite
Maros
Marou
Marozas
Marozik
Marpessa
Marpet
Marprelate
Marquand
Marquardt
Marquesan
Marquesas Islands
Marquet
Marquette
Marquez
Marquis
Marquita
Marr
Marra
Marrakech
Marranism
Marrano
Marranos
Marras
Marrilee
Marrin
Marriott
Marris
Marrissa
Marron
Marruecos
Marryat
Mars
Mars Valiev
Marsala
Marsden
Marseillaise
Marseille
Marsh
Marsha
Marshal
Marshall
Marshall Bern
Marshall Fisher
Marshall Hall
Marshall Islands
Marshall Stone
Marshallese
Marshalltown
Marshalsea
Marsiella
Marsilid
Marsland
Marston
Marsupialia
Marsyas
Mart
Mart Trautwein
Marta
Marta Kristen
Martaban
Martainn
Marte
Marteena
Martel
Martell
Martella
Martelle
Martelli
Marten
Martens
Marth
Martha
Martha Hackett
Martha Kosa
Martha Plimpton
Martha Stewart
Marthe
Marthena
Marti
Martial
Martian
Martie
Martie Seidel
Martijn
Martin
Martin Abadi
Martin Amis
Martin Balsam
Martin Cummins
Martin Davis
Martin Dietzfelbinger
Martin Donovan
Martin Dowd
Martin Farach
Martin Furer
Martin Golumbic
Martin Hofmann
Martin Hyland
Martin Lawrence
Martin Milner
Martin Rem
Martin Schultz
Martin Scorsese
Martin Sheen
Martin Short
Martin Spanjers
Martin Strauss
Martin Tompa
Martin Ward
Martin'
Martina
Martina Hingis
Martina Klein
Martina McBride
Martina Navratilova
Martine
Martine Bijl
Martine Boerkamp
Martine McCutcheon
Martine van Os
Martineau
Martinelli
Martinez
Martini
Martinic
Martinican
Martinique
Martinmas
Martino
Martinon
Martinsburg
Martinsen
Martinson
Martinsville
Martinu
Martita
Marton Csokas
Martres
Martsen
Martti Tienari
Marty
Marty Belafsky
Marty Robbins
Marty Wolf
Marty York
Martyn
Martynne
Martyr
Martz
Marucci
Maruschka Detmers
Marutani
Marv
Marv Solomon
Marva
Marve
Marvel
Marvell
Marvella
Marven
Marvin
Marvin Minsky
Marvin Paull
Marwin
Marx
Marx Brothers
Marxianism
Marxism
Marxism-Leninism
Marxist
Mary
Mary Alice
Mary Beth Evans
Mary Beth Hurt
Mary Chapin Carpenter
Mary Elizabeth Mastrantonio
Mary Forsberg
Mary Hopkin
Mary Hsu
Mary J. Blige
Mary Joe Fernandez
Mary Kay Bergman
Mary Kay Place
Mary McCormack
Mary Page Keller
Mary Pickford
Mary Pierce
Mary Shaw
Mary Shelley
Mary Stuart Masterson
Mary Tyler Moore
Mary Wilson
Mary Woronov
Mary Zilba
Mary-Kate Olsen
Mary-Kate and Ashley Olsen
Mary-Louise Parker
Marya
Maryann
Maryanna
Maryanne
Marybella
Marybelle
Marybeth
Marybob
Maryborough
Maryellen
Maryfrances
Maryjane
Maryjo
Marykay
Maryl
Maryland
Marylee
Marylin
Marylou
Maryly
Marylyn
Maryn
Maryruth
Marys
Marysa
Marysville
Maryville
Marzena Godecki
Marzi
Mas
Masaccio
Masaharu Fukuyama
Masai
Masako Umemiya
Masan
Masao
Masaryk
Masaya Kato
Masbate
Mascagni
Mascarene Islands
Mascia
Masefield
Masera
Maseru
Masha
Masharbrum
Mashe
Mashhad
Mashona
Masinissa
Maskelyne
Mason
Mason Gamble
Masonite
Masora
Masorah
Masorete
Maspero
Masqat
Masry
Mass
Massa
Massachuset
Massachusetts
Massapequa
Massarelli
Massasoit
Massaua
Massawa
Massena
Massenet
Massey
Massie
Massillon
Massimiliano
Massimo
Massimo Marinoni
Massimo Troisi
Massine
Massinger
Massingill
Massinissa
Massna
Masson
Massorah
Massorete
Massys
Mast
Mastat
Master
Master Fuol
Master P
Masterson
Mastic
Mastigophora
Mastrianni
Masuria
Masury
Mat
MatE
Mata
Matabele
Matabeleland
Matabeles
Matadi
Matamoros
Matane
Matanuska
Matanzas
Matapan
Matawan
Matchbox Twenty
Matejka
Matelda
Mateo
Materi
Materse
Mateusz
Mateya
Mathe
Matheny
Mather
Matheson
Mathew
Mathews
Mathewson
Mathi
Mathia
Mathian
Mathias
Mathias Coppens
Mathilda
Mathilde
Mathilde Santing
Mathis
Matholwych
Mathre
Mathur
Mathura
Mathusala
Matias
Matilda
Matilde
Matina
Matisse
Matland
Matless
Matlick
Matlock
Matopo Hills
Matozinhos
Matralia
Matrona
Matronna
Matsu
Matsu Takako
Matsuyama
Matsys
Matt
Matt Cedeno
Matt Damon
Matt Dillon
Matt Doran
Matt Gallini
Matt Geller
Matt Groening
Matt Keeslar
Matt Lauer
Matt LeBlanc
Matt Maverick
Matt Pinfield
Matt Salerno
Matt Schulze
Matt Stallmann
Matta
Mattah
Mattathias
Matteo
Matteotti
Matterhorn
Matteson
Matthaeus
Matthaus
Matthei
Mattheus
Matthew
Matthew Arnold
Matthew Ashford
Matthew Broderick
Matthew C. Whitney
Matthew Davis
Matthew Ferguson
Matthew Fox
Matthew Hecht
Matthew J. Katz
Matthew James
Matthew Keeslar
Matthew Lawrence
Matthew Lillard
Matthew Mahoney
Matthew McConaughey
Matthew Morris
Matthew Perry
Matthew Porretta
Matthew Rhys
Matthew Settle
Matthew Steinberg
Matthews
Matthia
Matthias
Matthias Hues
Matthieu
Matthiew
Matti
Mattias
Mattie
Mattland
Mattox
Mattson
Matty
Matusow
Matuta
Maubeuge
Mauceri
Mauchi
Maud
Maud Hawinkels
Maude
Maudie
Maudslay
Mauer
Maugham
Maui
Maulana
Mauldin
Mauldon
Maulmain
Mauman
Maumee
Maunsell
Maupassant
Maupertuis
Maupin
Maura
Maura Tierney
Mauralia
Maure
Maureen
Maureen McCormick
Maureen McGovern
Maureen O'Hara
Maureen O'Sullivan
Maurene
Maurer
Mauretania
Mauretanian
Mauretta
Maurey
Mauri
Mauriac
Maurice
Maurice Benard
Maurice Gibb
Maurice Herlihy
Mauricio
Maurie
Maurili
Maurilia
Maurilla
Maurine
Maurise
Maurist
Maurita
Mauritania
Mauritanian
Mauritius
Maurits
Maurizia
Maurizio
Mauro
Maurois
Maurreen
Maury
Maurya
Mauser
Mauston
Mauve
Mavilia
Mavis
Mavis Fan
Mavra
Mawson
Max
Max Beesley
Max Casella
Max Garzon
Max Grodénchik
Max Perlich
Max von Sydow
Maxa
Maxama
Maxantia
Maxentia
Maxey
Maxfield
Maxi
Maxia
Maxie
Maxim
Maxima
Maxima Zorreguieta
Maximalist
Maximes
Maximilian
Maximilian Schell
Maximilianus
Maximilien
Maximo
Maxine
Maxma
Maxwell
Maxwell Caulfield
Maxy
May
May Iikubo
Maya
Maya Angelou
Maya Eksteen
Maya Hamoka
Maya Rudolph
Mayag
Mayakovski
Mayan
Mayas
Maybelle
Mayberry
Mayce
Mayda
Mayday
Maye
Mayeda
Mayence
Mayenne
Mayer
Mayes
Mayfair
Mayfield
Mayflower
Mayhew
Mayim Bialik
Maying
Mayman
Maynard
Mayne
Maynet
Mayo
Mayon
Mayor
Mayotte
Maypole
Mays
Maysville
Maytime
Mayu Kitahara
Mayu Sendo
Mayuko Saito
Mayuko Yoshida
Mayumi Yamazaki
Maywood
Mayworm
Mazarin
Mazatl
Mazda
Mazdaism
Maze
Mazel
Maziar
Mazlack
Mazman
Mazonson
Mazur
Mazurek
Mazzini
Mbabane
Mbandaka
Mbm
Mboya
Mbujimayi
McAdams
McAfee
McAllen
McAllister
McArthur
McBride
McCafferty
McCahill
McCall
McCallion
McCallum
McCamey
McCandless
McCartan
McCarthy
McCarthyism
McCartney
McCarty
McClain
McClary
McClees
McClellan
McClelland
McClenaghan
McClenon
McClimans
McClish
McCloy
McClure
McCollum
McComb
McConaghy
McConnell
McCord
McCormac
McCormack
McCormick
McCourt
McCowyn
McCoy
McCrae
McCready
McCreary
McCreery
McCullers
McCulloch
McCullough
McCully
McCurdy
McCutcheon
McDade
McDermott
McDiarmid
McDonald
McDougall
McDowell
McEvoy
McFadden
McFarland
McFee
McFerren
McGannon
McGaw
McGean
McGee
McGehee
McGill
McGinnis
McGonagall
McGrath
McGraw
McGray
McGregor
McGrody
McGruter
McGuffey
McGuire
McGurn
McHail
McHale
McHenry
McHugh
McIlroy
McIntire
McIntosh
McIntyre
McKale
McKay
McKee
McKeesport
McKenna
McKenzie
McKenzie Westmore
McKeon
McKim
McKinley
McKinney
McKissick
McKnight
McKuen
McLain
McLaughlin
McLaurin
McLeod
McLeroy
McLoughlin
McLuhan
McLyman
McMahon
McMaster
McMaster and James
McMath
McMechen
McMillan
McMinnville
McMullan
McMurry
McNair
McNalley
McNally
McNamara
McNamee
McNaughten Rules
McNaughton
McNeely
McNeil
McNelly
McNully
McNutt
McQuade
McQueen
McQuillin
McQuoid
McReynolds
McRipley
McRoberts
McSherrystown
McSpadden
McTeague
McTyre
McWherter
McWilliams
Mcfd
Mchen
Mchen-Gladbach
Mcon
Mdlle
Mdm
Mdoc
MeV
Mead
Meade
Meador
Meadow
Meadows
Meads
Meagan
Meaghan
Meagher
Meakem
Means
Meany
Meara
Meares
Mears
Meath
Meave
Mecca
Meccano
Mechaneus
Mechanicsburg
Mechanicsville
Mechelen
Mechelle
Mechitarist
Mechlin
Mechling
Mecisteus
Mecke
Mecklenburg
Mecklenburg-Schwerin
Mecklenburg-Strelitz
Med
MedScD
Meda
Medan
Medarda
Medardas
Medawar
Mede
Medea
Medeah
Medell
Medeus
Medford
Media
M