[p. 211]VIII. De dramatische dichter. Hoe groot Vondel's lyrisch talent ook was, en hoe gaarne hij in zijne gedichten ook den indruk teruggaf, dien de gebeurtenissen zijns tijds op hem maakten, toch waarde hij nog liever in het rijk der idealen en schiep zich eene eigene wereld op het tooneel. Ja, 't schijnt dat hij zich bij uitnemendheid tot treurspeldichter geboren achtte1). De schouwburg had in zijn oog een verheven doel: ‘De Schouburg plant en stampt de zeden in de jeught, Ontmomt de weerelt, leert welspreeckentheit en deught, En wijsheit uitgebeelt door rol en personaedje, Gelaerst, of licht geschoeit, gevoert op haer stellaedje’2). Vondel stelde er eene eer in, naar dat doel te streven. Er bestaan niet minder dan twee-en-dertig drama's van zijne hand, waaronder vier-en-twintig oorspronkelijke, zeven uit het Latijn of Grieksch vertaalde treurspelen, en een herdersspel. Heeft hij zijn doel bereikt? Heeft hij als treurspeldichter het 1)Dat blijkt wel uit het bijschrift, dat hij in 1650 maakte op zijn eigen afbeelding door Jan Lievensz. (VI, 53): ‘Zoo vollight Livius van Leiden Titiaen, En leert door zijne kunst u Vondels spraeck verstaen, Die 't Grieksch en Roomsch tooneel in Neêrlant poogt te stichten. Men vat uit 's Dichters prent wat treurspel hy wil dichten.’ 2)Inwijdinghe van 't Stadhuis, Werken, VI D., bl. 682. In het Tooneelschilt, dat hij in 1661 tegen de ‘gigagende’ lasteraars der dramatische kunst schreef, heet het (VI D., bl. 320): ‘Het ooghmerck der treurspelen is.... den verwilderden aert in te toomen, en de zeden in te scherpen.... Het blijspel verlicht zwaermoedige geesten, en geneest de harte wonden der staetheeren en amptenaeren, door gedurige bekommeringen en beslommeringen, tot heil der gemeente, afgeslaeft.’[p. 212]meesterschap verworven, en den uitbundigen lof verdiend, dien men hem heeft toegezwaaid? Ik heb het gewaagd in de vroegere uitgaven van dit boek een minder gunstig oordeel over Vondel's dramatisch talent uit te spreken, en men heeft mij dat zeer euvel geduid, ja, mij daarover op de grofste wijze bejegend. Dat alles zal mij intusschen nooit terughouden om onverholen mijne overtuiging uit te spreken; maar toch moest het mij nopen, nog eens ernstig te overwegen, of ik had gedwaald. Ik las in een onzer tijdschriften in de critiek van een werk over Kalvijn1), dat de fouten in diens Institutio breed had uitgemeten, de volgende opmerking: ‘Komt met die tentoonstelling van fouten Kalvijn bij de lezers [van het boek] tot zijn recht? Is dat historische waardeering, een document van vóór drie eeuwen, losgemaakt uit het verband van tijd en omstandigheden waarin het is ontstaan, te plaatsen in het licht van onze dagen en het dan te beoordeelen naar de mate, waarin het aan onze verstandelijke en zedelijke eischen voldoet?’ Dit lokte natuurlijk de vraag uit, of bij mijne beoordeeling Vondel ‘tot zijn recht’ gekomen was? Met betrekking tot Kalvijn zou ik de vraag onvoorwaardelijk met neen beantwoorden. Wellicht zal daarom menigeen met de gevolgtrekking gereed zijn, dat dan ook hetzelfde voor Vondel geldt. Ik veroorloof mij daartegen echter een paar opmerkingen. De zedelijke waarde van een historisch persoon kan alleen getoetst worden aan de ethische ontwikkeling van zijn tijd: in het licht daarvan, en daarvan alleen moeten zijne daden beoordeeld worden. Om maar iets te noemen: beweegredenen, beginselen, die in onze dagen den toets niet meer kunnen doorstaan, golden toen wellicht als edel en verheven; en aan dien maatstaf heeft men zich te houden. Maar geldt dit ook evenzeer van een aesthetisch oordeel? Het is ontegenzeggelijk waar, dat ook een kunstenaar, een dichter in de lijst van zijn tijd moet worden geplaatst; dat bij den laatsten vooral de omstandigheden, waarin hij verkeerde, niet mogen worden over het hoofd gezien, noch ook de hoogte, waarop zijne 1)Prof. Rauwenhoff's beoordeeling van Pierson's werk over Kalvijn in De Gids van April 1881, bl. 203.[p. 213]tijd- en kunstgenooten stonden; dat zijne dichtwerken in de eerste plaats moeten worden getoetst aan hetgeen men in zijn tijd voor de eenige aesthetische wet hield. Maar heeft de letterkundige Critiek daarmede hare taak vervuld? Zeker neen. Als de geschiedenis der letterkunde zich ook nog een ander doel heeft te stellen dan het afwegen van de betrekkelijke waarde van een schrijver; als het ook tot hare taak behoort de aesthetische ontwikkeling van den tijdgenoot te bevorderen, door te onderzoeken of, en in hoeverre, poëten en schrijvers in den loop der geschiedenis de eeuwige wetten van schoonheid en kunst in zich hebben voelen leven, dan moet zij ook hunne werken aan die wetten, voor zoover wij ze kennen, toetsen. Met andere woorden: zij kan niet tevreden zijn met het aanwijzen van hunnen rang te midden hunner mededingers in vervlogen eeuwen; zij mag, zij moet ook trachten hunne absolute waarde te bepalen, en aanwijzen wat hun werk ook in onzen tijd nog mag gelden. En zoo heeft de letterkundige Critiek dan ook altijd hare roeping begrepen, hetzij men meende te moeten laken dan wel prijzen. Of hebben deze zelfde mannen, wier haren te berge rijzen als men aan de onfeilbaarheid van Vondel als dramatisch dichter durft twijfelen, niet zonder blikken of blozen den staf gebroken over den dichter Cats, na hem getoetst te hebben aan de meest moderne opvatting? En omgekeerd: werd de bewondering voor Shakespeare niet vooral bij diezelfde Critici opgewekt, doordien hij, zonder zich te storen aan hetgeen de School mocht leeren, juist omdat hij een dramatisch Genie was, werken schreef, die onsterfelijk zijn en ons nog heden ten dage in verrukking brengen, om geene andere reden dan dat zij voldoen aan de aesthetische begrippen van onzen tijd? Gaat het ook wel aan, van ons te vergen, dat wij eenig werk schoon zullen vinden en het als zoodanig genieten, wanneer het wel aan zekere voorbijgegane opvattingen voldoet, maar niet aan de eischen, die wij als de eeuwig ware kunstwetten hebben leeren kennen? Dit ware immers de ongerijmdheid zelve. Laten wij dan ook niet schromen op dezelfde wijs met Vondel te werk te gaan, zoo we slechts zorgen daarbij eerlijk en onbevooroordeeld naar waarheid te streven: ook door te vragen, hoe de Dichter in vergelijking met de mannen en werken van de zeventiende eeuw in de negentiende is te waardeeren. [p. 214]Zien we daarom in de eerste plaats, welke begrippen toen aangaande het drama heerschten. In een tijd, dat men zooveel aan autoriteiten hechtte, op welke zoowel Vondel als Coster zich beroepen ter rechtvaardiging van hunne tooneelspelen, spreekt het vanzelf, dat wij niet onbekend mogen blijven met hetgeen geleeraard werd over den aard van drama en tragedie. Wij behoeven niet bij alle schrijvers stil te staan, maar kunnen ons bepalen tot het werk, dat den uitgebreidsten invloed heeft gehad, en dat blijkbaar Vondel hoofdzakelijk ten richtsnoer strekte. Dat boek, voor het eerst in 1616 en wederom in 1643 bij Elzevier uitgegeven, was getiteld: Dan. Heinsii de Tragoediae constitutione liber1). Het behelsde hoofdzakelijk eene omschrijving van Aristoteles' geschrift De Poëtica, waarvan dezelfde geleerde reeds in 1610 eene critische uitgave, verzeld van eene Latijnsche vertaling, had bezorgd, achter deze verhandeling op nieuw gedrukt. Niemand zal verlangen, het geheele, 218 bladzijden beslaande, breedsprakige werkje ontleed te zien. Wij zullen alleen de hoofdzaken, in drama en tragedie vereischt, aanstippen. Zeer juist wordt het meeste gewicht gelegd op handeling: dat is de hoofdzaak2), de ziel der tragedie3). Die handeling wordt tragisch door de peripetie, d.i. den plotselingen ommezwaai in het lot van den hoofdpersoon, waarbij dan nog komt, wat hij 1)Ofschoon Vondel zelf zegt vooral veel van G.Jz. Vossius te hebben geleerd (Boven, XVII Eeuw, I D., bl. 328), haal ik Heinsius aan en niet het boek van Vossius: Institutionum Poeticarum Libri tres, omdat dit eerst in 1647 te Amsterdam bij L. Elzevier het licht zag. Slechts nu en dan zal ik er eene plaats uit afschrijven, daar het minder eene handleiding voor den dramaturg is dan een overzicht van de ontwikkeling van Drama en Epos bij de Grieken. 2)Heinsius, de Trag. Constit. p. 8, 10: De Tragedie verschilt daarin van andere dichtsoorten, ‘ut serias gravesque actiones imitatur’.... ‘Agendo non narrando imitatur Tragoedia’... Modus: ut ne narret quae aguntur, quod est epici, sed agendo cuncta imitatur, quod dramatici est: qui hoc una ratione nomen tueri suum potest.’ Ger. Vossius Institutiones Poëticae. L. II, C. II, § 1, p. 6: ‘Δρᾶμα enim dicitur, quia est μιμητιχὸν ἐν τῳ ορᾷν, hoc est, quia non narrando, imitatur, ut epicus, sed agendo: unde et Latini dicunt agere fabulam. 3)L.c.p. 26: ‘Anima Tragoediae est Fabula.’[p. 215]agnitio, herkenning, noemt1), hetgeen meebrengt, dat de lotswissel van den held bewerkt wordt door iemand, die hem bevriend of verwant is. Hetgeen er eigenlijk onder verstaan moet worden, heldert hij op door te wijzen op de geschiedenis van Joseph in 't Hof, die hem menigmaal tot tranen toe geroerd had2). Door dien lotswissel worden de aandoeningen opgewekt, welke de tragedie bestemd is in het leven te roepen: medelijden en vrees; en die aandoeningen moeten door den loop der gebeurtenissen weer worden gereinigd, verzoend3). De mensch is geneigd voor zich zelven te vreezen, wat hij anderen ziet overkomen: vandaar de genoemde aandoeningen. Maar niet elke persoonlijkheid vermag die op te wekken: alleen zij, die noch geheel kwaad, noch geheel deugdzaam zijn4). 1)L.c.p. 26: ‘Jam vero satis constat, Peripetiam (ita subitam fortunae in contrarium mutationem dicimus) et Agnitionem, plurimum, imo fere omnia posse in Tragoedia.’ 2)L.c.p. 53: ‘Utranque [Peripetiam et Agnitionem] in historia Josephi habemus. ita quidem, ut et omnes Tragicorum haec excedat. Affectus enim mirum in modum efficaces sunt. Patriarchae cum tritico discedunt. Iis insciis Josephi calix quaeritur. hac lege, ut penes quem inveniatur, is serviat. Tandem penes Benjaminum invenitur, natu minimum, è quo unico ac uno senis tum Jacobi post amissum scilicet, Josephum, spiritus pendebat ac vita. Eum igitur in servitutem comitantur fratres. ubi summam, praeter expectationem subito felicitatem consequuntur. quae verissima Peripetia. Cum hac parte, altera cohaeret eleganter, tanquam causa cum effectu. Fratrem quippe agnoscunt. Et haec est Agnitio. sine Agnitione enim fieri Peripetia potest: sine Peripetia autem fieri non potest Agnitio. quae tam valide commiserationem in hoc argumento movet, ut invito mihi saepe lachrymas excusserit. Quare historia Josephi et implexa est non simplex, et perfecte implexa; cum Peripetiam et Agnitionem pariter conjungat: neque ulla magis apta Tragoediae inveniri possit actio.’ 3)L.c., p. 10: ‘Sequitur usus Tragoediae ac finis. In concitandis igitur affectibus cum maxime versetur haec Musa, finem ejus esse, hos ipsos ut temperet, iterumque componat, Aristoteles existimat. Affectus proprii illius sunt duo: Misericordia et Horror. Quos ut excitat in animo, ita sensim efferentes sese, deprimit, quemadmodum oportet, et in ordinem sic cogit. Quod affectuum proinde expiationem, sive perturbationem, Aristoteles vocavit. nisi quis purgationem malit. voce Pythagorica, et è schola Italorum desumpta.’ 4)L.c., p. 74: ‘Etenim, quae ne sibi eveniant, metuunt homines, ea cum evenêre aliis, commiserationem et hunc pariunt affectum. Viri autem probi qui calamitatem horreat, est nemo. nemo enim sibi idem propter probitatem, cujus praemium felicitas putatur, eventurum arbitratur. Neque magis improbos ex infelicitate in felicitatem recte conjeceris. nihil enim minus tragicum. quia, quorum ne commiserationem quidem movet, recte hic excluditur calamitas. Atqui nulla improbi calamitas, commiserationem movet. quae idcirco et excluditur.’ Best dan eene derde soort, p. 76: ‘Is autem est, qui cum imprudens peccet, neque viri boni meretur nomen: quia officium illius est transgressus, neque contra improbi; quia sine praelectione, ut in scholis loquuntur, hoc est, inconsulto peccat.’[p. 216]Wij zijn daarmee aangekomen bij het tweede vereischte van het tragische drama: de karakterteekening. In hoeverre wordt daaraan gewicht gehecht? In hoeverre wordt de lotswissel, het tragische lijden, afhankelijk gesteld van de persoonlijkheid des helds? Zijn karakters, in den engeren zin des woords, noodig of niet? Vossius zegt over de mores in de Tragedie niet veel (Lib. II, Cap. XIV, p. 70). Alleen in het algemeen, dat ze ‘severiores’ moeten zijn, en dus slechts die van hooger geplaatste personen. Maar zij mogen niet ontbreken: waar ze minder gelden dan de ‘acumina’ der handeling, is het niet in den haak. En dit maakt hij juist tot een verwijt aan de stukken, die op naam van Seneca gaan1). Heinsius is op dit punt uitvoeriger; maar volkomen duidelijk is zijne voorstelling, althans bij den eersten opslag, niet: ofschoon zijne bedoeling wel uit den samenhang zijner redeneering is op te maken. Men kan gerust aannemen, dat hij wel degelijk eigenlijke karakteristiek bedoelt, zij het ook, dat hij wel eens den schijn heeft het oog alleen te hebben op typische algemeenheden. Hij gaat uit van het juiste beginsel, dat het wel of wee der menschen van hunne daden afhangt2). Bij de toepassing daarvan op het drama eischt hij, dat de tragische dichter zijne personen schildere, niet zooals zij zich in de historische werkelijkheid mogen voordoen, maar zooals ze in het stuk zijn moeten, toegerust met gepaste ‘mores’ en den noodigen hartstocht3). 1)Videndum, ne ita consectemur acumina, ut mores minus appareant. - Quâ in re peccant pleraeque tragoediae earum, quae Senecae tribuuntur.’ 2)L.c., p. 66: ‘Jam vero, Fabulam non homines, qua homines, exprimere vel imitari, sed qua agunt, supra quoque a nobis dictum est. quippe cum ex actionibus eorum ac vita, infelicitatem ac felicitatem nasci sit necesse.’ 3)L.c., p. 22: ‘Ideoque longe gravius poëtae munus esse quam historici, Philosophus ostendit. quia alter quae sunt, alter, non quae sunt, sed ut sunt, repraesentat: nec personas modo singulas, quoties vel mores aptos iis tribuit vel sensus; sed quod hujus proprium est loci, verisimili totius, quae in dramate exhibetur, actionis constitutione et arte... Hanc vero partem, longe praecipuam esse, multis ab Aristotele probatur.’[p. 217]Onder ‘mores’ zou men zeggen, dat hij al datgeen verstaat, wat iemand van een ander onderscheidt, wat zijne eigenlijke persoonlijkheid uitmaakt1). En het is dus ook niet meer dan natuurlijk, dat daarbij de eisch wordt aangedrongen, om die ‘mores’ het geheele stuk door vol te houden2). Uit het een en ander ligt de gevolgtrekking voor de hand, die bij de overweging van des schrijvers woorden meer en meer juisf blijkt, dat karakters, persoonlijkheden, individualiteiten, door hem worden bedoeld. Tegen die opvatting is, dunkt mij, niets in te brengen. Alleen drukt hij er zeer sterk op, dat het den Tragicus niet bloot te doen is om zedeschildering, maar in de eerste plaats om handeling3). Dit staat zoo bij hem op den voorgrond, dat hij 1)L.c., p. 128: ‘Mores, quibus primus merito post fabulam debetur locus.... non tam mores, quam proprietas eorum quaedam, ista voce designetur: qui pro singulis habitibus, affectibus, nationibus, aetatibus, secunda aut adversa fortuna, esse in singulis diversi solent. Habitibus; ut si quis justum aut mitem inducat, aut temperantem. Affectibus; ut amantem si quis repraesentat, aut iratum.’ 2)L.c., pag. 143: ‘Tertium praeceptum est, ut similes sint mores. Dissimiles autem ratione possunt esse duplici. vel in parte, vel in toto. In toto, ut si quis, e.c., Ajacis mores tribuat Ulyssi, quorum alterum fortem, bellicosum, invictum, simulandi juxta ac dissimulandi ignarum; alterum, imbellem, timidum, vafrum ac versutum, fuisse constat. In parte; ut si quis postquam Ajacem exhibere coepit, quaedam ab ingenio illius aliena et indole, affingat ei... [Aristotelis] postremum est praeceptum, ut aequales sint mores. hoc est, ut eodem usque modo, sine ulla morum varietate, eadem inducatur persona. Si quis, e.g., asper, crudelis, iracundus, fingi coeperit; talis ad tragoediae usque exitum continuetur. eodem modo, si quis blandus, benignus, ac mitis.’ Ook Vossius stelt denzelfden eisch, als hij, t.a. pl., p. 91 den tragischen dichter aanspoort te zorgen, ‘ut in singulos tum primariae actionis, tum episodiarum, sui immemor, aliorum mores, et affectus, induat, et assumat.’ 3)L.c., p. 23: ‘Prima ergo pars est fabula,.... actio. Nemo enim sine actione mores imitatur hominum vel sensus, sed per istam.... Adde quod et absque moribus actio, sine actione esse non possunt mores.... Actionis qualitates sunt mores. Quod si qualitates imitari, summus Tragici esset finis, homines qua probi sunt vel improbi, justi vel injusti, imitari posse, finis ejus esset quod nec proprium illius est, nec finis.’ Cf. et pag. 25.[p. 218]aan dramatische schrijvers een raad geeft, die ons bij den eersten oogopslag wel wat in de war kan brengen. Zij behooren, zegt hij, eerst den loop der handeling vast te stellen, met haar lotswissel en de daaruit geboren aandoeningen van vrees en medelijden; zijn zij daarmede gereed, dan worde er gedacht aan de personen en de eigenschappen, die hun behooren te worden toegekend1). Schijnbaar wordt daardoor de persoonlijkheid tot vrij onbeduidende proporties teruggebracht, en haar invloed op den gang der gebeurtenissen veel te gering aangeslagen. Maar vat men dit op in den samenhang met hetgeen voorafgaat en volgt, dan is dit niet meer dan schijn, geboren uit de zucht om toch goed te doen uitkomen, wat het sine qua non voor de juiste werking van een drama is, waardoor de schrijver in de fout is vervallen om te scheiden wat eigenlijk ondeelbaar is2). Het lijdt geen tegenspraak, dat er toestanden zijn, die ons door hun algemeen tragisch karakter treffen. Wanneer een dichter zich daardoor voelt aangetrokken om ze voor het tooneel te bewerken, dan zal dit alleen met vrucht kunnen geschieden, wanneer hij de peripetie afhankelijk maakt van de karakters der handelende personen. Doet hij dat niet, dan komt ook de meest tragische toestand niet tot zijn recht; en de ervaring leert dan ook, dat menig uitmuntend onderwerp bij de bewerking van een onbekwaam dramaticus alle kracht en geur verloor. Zoo een dichter zich aan die regelen gehouden heeft, dan vindt men in de algemeen gangbare theorie van zijn tijd de verklaring van zijne practijk, die hem misschien de lauweren zijner tijdgenooten deed inoogsten; maar dit stempelt hem nog niet tot een groot dramatisch kunstenaar, want die volgt niet bloot voorgeschreven regels. Studie alleen stelt hem niet in staat een roerend 1)L.c., pag. 90. De dramatische dichter zorge eerst ‘eam quam sibi imitandam proponit, disponet ac delineabit actionem.... Si implexa, an Agnitionem, an Peripetiam,.... admittat. An ex rebus terror, an commiseratio nascatur. quomodo denique et qua ratione cum superioribus cohaereat mutatio. Postquam hoc jam factum fuerit, de personis cogitabit. Quarum ipse habitus mente ac effectus induet. ut hac ratione spectatorum quisque suos in poëta agnoscat; luxuriosi, libidinosi, iracundi; senes, pueri, viri; foeminae, servi.’ 2)Hij heeft bl. 18 nog eene volledige, ofschoon beknopte definitie eener Tragedie gegeven.[p. 219]treurspel te schrijven: het voorbeeld van Heinsius zelf bewijst dit zoo duidelijk mogelijk1). Daartoe behoeft hij natuurlijken aanleg, dramatisch, dichterlijk genie. De man, die de voorschriften gaf, wist dat ook wel, en heeft het in den aanvang zijner verhandeling nadrukkelijk in het licht gesteld2). Bij de beoordeeling van Vondel's treurspelen zal men den dichter volkomen recht laten wedervaren, wanneer men zijn tooneelwerk in de eerste plaats aan de voorschriften van Heinsius en soms van Vossius toetst, welke in zekere mate ook thans nog als richtsnoer kunnen dienen. Mocht het blijken, dat hij hunne leer niet heeft in practijk gebracht, dan zal men er vanzelf toe komen, zich af te vragen, of dat niet veroorzaakt werd door een gemis van dramatisch genie, dat hem evenwel als lyrisch dichter volkomen in zijne waarde laat. Vroeger liet men zich met grondig aesthetisch onderzoek weinig in. De Critiek maakte zich toen hare taak vrij gemakkelijk: zij meende met eenige brommende loftuitingen te kunnen volstaan3). En als zij haar oordeel soms staafde, dan geschiedde dat op de 1)Zie boven, XVII Eeuw, bl. 68-69. 2)L.c., p. 3: ‘Primus Aristoteles, et quod Critici est accurati, vitia notavit: et quod veri est philosophi, è virtutibus multorum, unam fecit artem: simulque utrunque docuit; tum de aliis quid statuendum: tum in nostris, quid sequendum esset. Frustra tamen: ni ingenium accedat. sed poëticum in primis. Neque enim qui haec sciet, ideo Tragoediam conscribet, sed si aptus à natura, ac ingenio accedat, ideo perfectam scribet.’ Prof. Moltzer stelde echter studie boven inspiratie, toen hij schreef (Studiën en Schetsen, bl. 221): ‘In stede van eene aesthetiek samen te flansen van eigen vinding [?] of het oor te leenen aan den eersten den besten beunhaas in schoonheidsleer [?], zal de treurspeldichter verstandig handelen met dat boekske [van Aristoteles] te lezen en te bestudeeren “noctesque diesque,” bevorens zich tot het werk te zetten.’ En Shakespeare dan? 3)Jeronimo De Vries, b.v. zegt in zijne bekende bekroonde Proeve, I D., bl. 158: ‘Hy was een treurspeldichter bij Sophokles, Euripides, Seneca en anderen te vergelijken;’ en hij past op Vondel's tragedies de woorden van Scaliger toe: ‘Alle zijn van zulk een schoonheid, dat zij mij en anderen, hierin meer ervaren lieden, alle hoop benemen op zulke oefeningen’ (bl. 161); van Lucifer en Gysbreght in 't bijzonder bezigt hij mede Scaliger's woorden: ‘van deze en dergelijke gedichten, zoeter dan der Goden spijs of drank, was ik liever de maker, dan Koning van geheel Arragon.’[p. 220]zonderlingste wijze. Of de stukken al in ‘aanleg of plan zelden geheel onberispelijk’ bleken, deed minder af: schoonheden van détail maakten dat weer goed, vooral de ‘heerlijke Reyen’1). Zoo oordeelde men in de eerste jaren dezer eeuw, en zoo oordeelt men vaak nog heden: alleen met dit onderscheid, dat men die meening niet meer zoo naïef uitdrukt, maar haar in een wonderspreukigen nevel hult. Men heeft immers de, zachtst genomen, zonderlinge stelling verkondigd, dat treurspelen als zoodanig groote gebreken kunnen hebben, ja, in 't geheel niet beantwoorden aan ‘de eischen der dramatiek,’ maar desniettegenstaande ‘meesterstukken van poëzy’ kunnen zijn; of, gelijk Van Lennep het uitdrukte, ‘als dichtstuk beschouwd, groote en onwedersprekelijke verdiensten’ bezitten2). Men kon zich nog maar niet voorstellen, dat Vondel's treurspelen als zoodanig, als dramatische dichtstukken, dus als dichtstukken in hun geheel beschouwd, slecht zouden kunnen zijn; ja, men vreesde nog te oneerbiedig te spreken van den ‘Prins onzer Dichters’, als men bij die veroordeeling voegde, dat zij evenwel schoonheden van détail van den eersten rang bevatten, juweeltjes van 1)Van Kampen erkent in zijne Bekn. Geschied. der Letteren en Wetensch., I D., bl. 169: ‘De aanleg of het plan zijner stukken is zelden geheel onberispelijk;’ toch had hij het oordeel vooropgesteld: ‘Vondel is de grootste Treurspeldichter der Natie. - Hij volmaakte de Grieksche manier in de Nederlandsche Treurspelen, die vooral door derzelver heerlijke Reijen uitmuntten.’ Verg. boven, XVII Eeuw, I D., bl. 195, de aanteekening. Dit is ook nog het standpunt van Van Lennep. Als hij b.v. Adonias als tragedie veroordeeld heeft, laat hij er op volgen (IX D., bl. 317): ‘Wij vergeten echter het een en het ander bij 't lezen van den heerlijken zang, die volgt, en waarin de Rei, na op de treffelijkste wijze’ enz. 2)Zie b.v. het critisch overzicht van David Herstelt, IX D., bl. 141. Is het niet, of men zei: aan dit landschap ontbreekt al wat het tot een landschap maakt: boomen, water, lucht; maar toch is het eene voortreffelijke schilderij: vooral de lijst is schitterend! De lijst, ‘Daer menigh onverstand de schildery om prijst’, als Huygens in zijn Hofwyck schreef. Beter drukte Macaulay zich uit, toen hij van Aeschylus zei: (Essais I, 14): ‘Considered as plays, his works are absurd.... But if we forget the characters, and think only of the poetry, we shall admit that it has never been surpassed in energy and magnificence.’[p. 221]beschrijvende en lyrische poëzie. Men zondigde veel liever tegen de critiek en het gezond verstand door eene tegenstelling uit te denken tusschen het ‘dramatisch gedicht’, het drama, en het ‘dichtstuk.’ Toch moet het onpartijdig oordeel, hoe sterk overigens ook met Vondel als dichter ingenomen, erkennen, dat hij geen dramatisch dichter was1). Het ontbrak hem daartoe aan vormkracht2). In theorie wist hij wel, dat de tooneeldichter alleen dan zijn doel bereikt had, als ‘d'aenschouwers verruckt, zich lieten voorstaen in der daet te zien herleven de persoonen, en den handel der grooten, ten spiegel der leerzaemen vertoont’3); maar 't is hem in de werkelijkheid altijd een raadsel gebleven, door welke middelen dat doel was te bereiken. De dramatische en tragische toestanden en eischen voelde hij niet als kunstenaar, maar hij speurde ze na door vlijtig onderzoek. Zijne drama's ontrolden zich niet voor het oog zijner verbeelding; - hij zag na bij Scaliger, Heinsius en Vossius, op welke wijze hij ze behoorde in te richten. Hoe geheel anders bij Shakespeare! Deze vroeg niet angstvallig naar de wetten van Aristoteles: hij voelde, hij zag met het oog van den dichter wat, en hoe hij het den toeschouwers moest voor oogen stellen; en daardoor werd hij het grootste dramatische genie van den nieuwen tijd. Vondel daarentegen liep in het gareel der Classieken, zocht bij anderen naar wetten, die niet leefden in zijn eigen geest, en bracht het op dramatisch gebied nauwelijks tot het middelmatige4). 1)‘Men zal zich tweemaal te bedenken hebben vóór men Vondel den titel van dramatisch dichter van meer dan gewone gaven ontzegt.’ Zoo oordeelt Alberdingk Thijm in De Gids 1879, I, bl. 344. Ik durf gerust zeggen, dat ik mij meer dan tweemaal bedacht, maar geen aanleiding gevonden heb om op dit punt van overtuiging te veranderen. 2)Verg. boven XVII Eeuw, I D., bl. 308-309. 3)Opdracht van Oedipus, Werken, VIII D., bl. 669. Hij drukte in de laatste woorden het gevoelen uit van Vossius, die t.a. pl., bl. 11 zegt: ‘Quod ad finem δράμαῖος; quam ei proposita sit institutio aliena, morumque emendatio; argumento illud erit, quod eorum scriptores speciatim διδάσχαλοι vocarentur, et, cum fabulam exhiberent, docere eam dicerentur.’ 4)Om eene volmaakte tragedie te schrijven, las hij eerst nog eens al de schrijvers na, die over dat onderwerp gehandeld hadden, zie het Berecht voor Jeptha, VIII D., bl. 16-17. Zoo zei hij in zijne Aenleidinge ter Ned. Dichtkunste, Werken, VI D., bl. 51: ‘De hemelsche Poëzy moet op den toetssteen van een beslepen oordeel proef houden, naer de wetten by de Geleerden daer toe voorgeschreven, waer toe wy gewezen worden.’[p. 222]Misschien heeft hij ook, omdat hij de didactische strekking van van het tooneel te zeer in 't oog hield, den eigenlijken aard van het Drama te veel voorbijgezien; en zocht hij te meer door ‘welsprekendheid’ uit te munten, naarmate hij meer voor handeling terugdeinsde. Maar stellig ontbrak het hem aan genoegzame psychologische diepte om wezenlijke individualiteiten met eigenaardige karakters te scheppen. Wel heeft men zijne fijne karakterteekening ten hemel toe verheven; 't valt echter niet te ontkennen, dat Vondel er doorgaans alleen naar gestreefd heeft om, als in zijnen Jeptha, ‘elcke personaedje naer zijne oude (ouderdom), staet, en gelegentheit uit te beelden’, zonder aan eigenlijke individueele karakteristiek te denken. Ja, hoe zonderlinge denkbeelden hij van karakterschildering had, blijkt, als hij in de Gebroeders de meedogendheid en het ‘deizen’ van David verdedigt met een beroep op autoriteiten, en ten slotte zegt: ‘Het stemt eer met de voegelijckheid David met barmhartigheid te bekleeden, als van alle menschelijke genegenheid te ontblooten’1). 't Grootste gebrek, dat hem aankleefde, is wel, dat hij geen juist inzicht had in den eigenlijken aard van het Tragische. Door het voorbeeld van Seneca verleid, en wellicht ook door te enge opvatting van het woord van Vossius2), zag hij dit alleen in de ongevallen, die den lijdenden persoon treffen, welke de ‘treurrol’ speelt, en die voor hem de tragische figuur van het stuk was. Maar ook toen Seneca bij hem achter de bank was geraakt, en hij min of meer met de Grieksche treurspeldichters bekend werd, bleef het echt Tragische hem nog eene verborgenheid. Wel heeft hij zich de algemeen erkende voorschriften herinnerd, toen hij in de opdracht der Ifigenie (X, 600) schreef: ‘Het gaet zeker dat het een eige deught des treurspels is hartstoghten te verwecken, en onder de hartstoghten schrick en medelijden, ook zulcks dat 1)Zie de opdracht aan Vossius, III D., bl. 637-638. 2)L. 1. p. 61: ‘Trahitur argumentum tragicum ex calamitalibus atrocibus quae heroibus, et regibus, accidere.’[p. 223]by Aristoteles dit deel boven de welsprekenheit gestelt wort;’ maar voelde hij ook als Dichter, hetgeen zijn verstand beaamde? Wel heeft hij soms medelijden opgewekt of schrik ingeboezemd; maar niet die tragische aandoeningen, waardoor alleen de παθημάτων κάθαρσις kan worden te weeg gebracht, waarvan Aristoteles mede spreekt. En toch zweefde die onzen Dichter ook voor oogen; want meer dan eens stelt hij aan het treurspel den eisch om, zooals hij het in de voorrede tot Joseph in 't Hof (III, 219) uitdrukte, te doen uitkomen: ‘Gods wonderbaere voorzienigheid, die de boosheid der blinde menschen, buiten hun wil, weet te bezigen en te beleyden tot behoudenisse van geheele koninkrijcken, landen en volcken’1). Maar die theorie was hem geen richtsnoer voor de practijk. Bij dit alles komt nog, dat hij zich eigenaardige bezwaren schiep, welke ten nadeele van den vorm zijner tooneelstukken uitliepen. De stof van vele zijner tragediën is aan den Bijbel ontleend, en zijn ontzag voor het Woord Gods gedoogde doorgaans niet, dat hij zich de geringste afwijking in de voorstelling of rangschikking der Bijbelsche feiten veroorloofde2). Nu begrijpt men gemakkelijk, dat in het geschiedverhaal alles niet altijd even bevorderlijk is aan dramatischen gang of karakteristiek. En waar die bij Vondel ontbreken, gaat het niet aan, dit te vergoelijken met de opmerking: ‘'t Is een dichterlijke, aanschouwelijk voorgestelde en dramatisch behandelde (?) parafrazis van het Bybelverhaal, en als zoodanig moet zy dan ook beoordeeld worden.’ Allerminst heeft men recht zoodanige uitspraak te besluiten met deze woorden: ‘Een vraag, of aan de eischen der tragische Muze voldaan zij, 1)Merkwaardige overeenkomst met hetgeen Albert Réville schreef in de Revue Pol. et Litt. de Nov. 1880, p. 459: ‘Qu'est-ce que le tragique? C'est la mise en évidence, par l'exposé d'un événement, ou d'une situation, ou d'une destinée humaine, d'un ordre supérieur des choses, écrasant sous sa marche irrésistible nos petits calculs, nos prévisions restreintes, notre sagesse vulgaire, s'avançant imperturbablement vers son but sans se soucier de ces fils d'araignée, et arrivant à ses fins avec la fixité, la régularité, la sûreté d'un mouvement astral. Que l'on prenne dans l'histoire ou dans l'art n'importe quel exemple de tragédie émouvante, et l'on verra se vérifier cette définition.’ 2)Toch heeft hij zich hier en daar wel afwijkingen veroorloofd, b.v. in David Herstelt, Werken, IX D., bl. 141. Of hij geeft toevoegsels aan het Bijbelsch verhaal, zie Werken, XI D., bl. 82.[p. 224]komt hierby derhalve minder te pas’1). Die vraag beheerscht integendeel alles bij de beoordeeling eener Tragedie. In de tweede plaats heeft des Dichters eerbied voor de zoogenaamde Aristotelische eenheden2) de handeling niet bevorderd3); maar wel lange verhalen in het leven geroepen, die hem vaak gelegenheid gaven tot die fraaie schilderingen, waardoor vele zijner stukken schitteren, maar die den dramatischen gang stremmen, het dramatisch karakter aan 't geheel ontnemen, en soms groote dwaasheden meebrengen4). En daarenboven wordt, op 't voorbeeld van Seneca, het eerste bedrijf gewoonlijk geheel ingenomen door eene alleenspraak, die tot expositie dient, terwijl het vijfde meestal bestaat uit het verhaal van den dood des helds, hetgeen, daar niets de nieuwsgierigheid of de belangstelling meer prikkelt, den hoorders doorgaans vrij langwijlig moet hebben toegeschenen. Ons oordeel over Vondel's dramatische gedichten is niet vleiend maar eene eerlijke Critiek mocht het niet achterwege houden. Ter 1)Van Lennep in Vondel's Werken, IX D., bl. 73. 2)Ook hierin kon hij zich op Vossius beroepen, die, t.a. pl., bl. 12 zegt: ‘At naturâ suâ eam drama magnitudinem exigit, quae aequalis sit spatio unius diei, vel paulli majore.’ Hoe hij dit naturâ suâ zou goedmaken, is raadselachtig. Hij is dan ook het betoog schuldig gebleven, maar geeft alleen voorbeelden: Phoenissae, Oedipus Tyrannus. 3)Dit blijkt het duidelijkst uit den Jeptha, in welk stuk hij Ifis niet op het tooneel laat sterven, ofschoon hij erkent, dat ‘het zien meer de harten beweeght dan het aenhooren en verhael van het gebeurde.’ Zie het Berecht vóór het stuk, VIII D., bl. 15. 't Was misschien om aan dat begrip te gemoet te komen, zonder zijn fatsoen als Classicus te schaden, dat hij J in Vos ‘aanmaande’ om een theatrale ‘vertooning’ in het stuk op te nemen. Midden in, het schavot, met zwart behangen, waarop de dochter knielt: ‘Jeptha heeft het slachtmes in zijn rechtehandt, met de slinke bedekt hij zijn aengezicht.’ En dit alles was nog omstuwd met allerlei allegorische figuren. Zie de Gedichten van Jan Vos, I D., bl. 608. Vossius had, l.l., Cap. IV, p. 16, geleeraard: ‘Siquid in dramate sit turpe visu, atque indecorum, id vel narrabitur, vel voce aliquâ interius exauditâ significabitur.’ Cf. et p. 66. 4)Als b.v. in de Gebroeders Abjathar eene lange beschrijving van 's lands toestand heeft gegeven, antwoordt de Koning: ‘Wat klaegt ghe my in 't lang der stammen noodt en smarte? Ick weet dit al te wel. Hoe vaak zou er geen aanleiding zijn tot zoodanig antwoord![p. 225]geruststelling van hen, die gewoon waren Vondel in alles ten hemel te zien verheffen, herinneren wij, dat hij, ook nadat het kaf van het koren gescheiden is, genoeg echt dichterlijke verdiensten overhoudt, om ons met volle recht trotsch op hem te doen zijn. Staven wij thans ons oordeel door een beknopt overzicht van zijn tooneelwerk. In 't voorjaar van 1612 verscheen een tooneelspel in druk, waarmee Vondel, waarschijnlijk niet zeer lang te voren1), dus op nog geen vijf-en-twintig-jarigen leeftijd, op de ‘stellagie’ der Brabantsche Kamer de Lavendel Bloem2), de dramatische loopbaan intrad. Hij gaf er den titel aan: ‘Het Pascha, ofte de Verlossinge Israëls uut Egypten, Tragecomedischer wijse een yeder tot leeringh opt Tonneel gestelt.’ De eersteling is in vorm en bedoeling een echt Rederijkersstuk; maar zooals het te Amsterdam, omstreeks 1611, ontstaan kon, waar Hooft den weg tot beter stijl gewezen had. Het drama moge hier in alle opzichten zwak zijn, de verzen dikwerf nog hard, vol rethoricale woordvoegingen, archaismen, bastaardwoorden, valsche klemtonen en hiaten, toch steekt de techniek, zoowel als de dichterlijke toon in het oog vallend gunstig af bij de verzen van De Koningh en Kolm, ja, zelfs bij die van Coster's of Bredero's ietwat jonger ernstig drama. Men voelt duidelijk, dat men voor het werk staat van een dichter, die eenmaal zou heerschen over taal en prosodie. De dramatische opvatting is uiterst zwak. Trouwens, dit stuk was meer het werk van den zedemeester, die verbeteren wil, dan van den kunstenaar, zonder bijoogmerk strevende naar de volmaking van zijn kunstgewrocht volgens de wetten, die het beheerschen. De ‘leeringh’ stond op den voorgrond, gelijk reeds de titel ons zei; en wel ‘tweezinnigh’, zooals Bredero in een lofdicht zich uitdrukte. Uit de voorgestelde feiten is eene dubbele 1)In de voorrede, gedagteekend 29 Maart 1612, leest men: ‘Zoo hebben wy voorhenen deze Tragi-Comedie voor een ieders oogen willen op de Stellagie opentlyck vertoonen.’ 2)Dit blijkt uit den slotregel, waarin de spreuk dier Kamer (Uut levender Jonst) voorkomt.[p. 226]les te trekken: eerst de natuurlijke; en dan heeft men nog te letten op de zinnebeeldige beteekenis. De Dichter verklaart ons beide in een slotkoor, hetwelk, naar zijne eigene uitdrukking, ‘de leerlijcheit ofte moralisatie van 't spel’ bevat. Dat zoodanige mystieke verklaring in zwang was, zagen wij reeds bij de beschouwing van Bredero's Rodderick1). Uit dat slotkoor schrijven wij eenige regels af: ‘'s Hemels goetheyt die voorhenen Ons Voorvaders heeft beschenen Is hier opt Toneel herspeelt, En na 't leven afgebeelt. Tijt noch de verghetenissen Hoort uut ons gemoet te wissen Dees weldaden overgroot Neêrgedaelt uut 's Hemels schoot.’ Maar er is nog meer in. De verlossing uit Egypte beteekende verlossing van het menschdom door Christus uit het rijk der duisternis en der zonde; ‘Nu het Rijc Egypten is Oft beteyckent duysternis.’ En de mystieke verlossing wordt dan in bijzonderheden uitgewerkt. De gebeurtenissen, die tot deze vergelijking aanleiding gaven, zijn met weinig woorden te omschrijven. Mozes weidt zijne schapen aan den berg Horeb. In eene alleenspraak schildert hij zijn smaak voor natuur en herdersleven. Zoo hij ‘'t ghewoel van groote Heeren’ schuwt, 't is deels uit nood, om den verslagen Egyptenaar, deels en vooral uit ‘hertelijc begeeren.’ O, kon hij Jakob's Huis aan de harde slavernij ontrukken! De zorg voor zijne kudde heeft hem voorbereid tot leidsman van zijn Volk. Jehova zelf verschijnt, en wijdt hem ‘tot eenen aertschen God.’ Dan maakt Mozes zich op, en spreekt den Hoofden van Israël moed in. Na te vergeefs uit naam van Jehova de vrijheid geëischt te hebben, dwingt hij eindelijk Pharao door zijne wonderdaden het verlof af om met de Israëlieten weg te trekken. Alleen het wonder van den staf, die in eene slang verandert, heeft op het tooneel plaats. De 1)Boven, XVII Eeuw, I D., bl. 222.[p. 227]andere wonderen en plagen worden door het Koor zingende vermeld, dat daarbij ongetwijfeld op geschilderde tafereelen wees. Pharao krijgt berouw, en ijlt met zijn leger de aftrekkenden achterna. De ‘Faam’ verhaalt in eene lange rede, die het grootste gedeelte van het vijfde bedrijf vult, het gebeurde in de Roode Zee; dan zingt de ‘Israëlietsche rye’ een ‘Hymne ofte Lof-zangh’, Mozes offert een dankoffer, en daarmee is het stuk uit, waaraan eindelijk nog de reeds besproken moraliseerende slotzang van het Koor wordt toegevoegd. Men vat zonder moeite, hoe weinig dit alles voldoet aan den natuurlijken eisch van het drama. Trouwens, uit de voorrede mag men opmaken, dat in die dagen het wezen van dit deel der kunst den dichter maar in zeer nevelachtige trekken voor den geest stond. Het was hem genoeg, dat eene gebeurtenis werd voorgesteld, waaruit leering viel te trekken1). Daar evenwel het Pascha in eene manier geschreven is, die tot het verledene begon te behooren, en weldra door den Dichter verlaten werd, zullen wij bij de aanwijzing der zwakheden en gebreken van het stuk niet lang stilstaan. Of het den toehoorders werkelijk kunstgenot verschaft heeft, valt 1)De Ouden, zegt hij, hebben getracht, ‘een yeder te brenghen tot een goet, zedigh, ende natuerlijck borgerlijck leven, 't zij door eenige Poëtische Fabulen, ende verzierde ghedichten, oft door andere bequame Regulen ende Wetten: dan onder andere hebben sy voor goet inghezien de maniere van eenighe oude Historien ofte vergheten Geschiedenissen wederom te ververschen, ende voor al de Werelt op 't Toneel te stellen; om alzoo door zekere aerdighe toegemaecte Beelden en Personagien, levendich uut te drucken ende na te bootsen tgeene tijt ende outheyt met veel verlopen eeuwen ende afgemaeyde jaren bykans uut tghedacht ghewischt hadde, in voeghen als oft die eerst teghenwoordich geschiedden; waer inne sy betoonden hoe int eynde alle goet syn belooninghe, ende alle quaet syne eighen straffe veroorzaeckt; opdat zelfs plompe, rouwe ende ongheleerde menschen, die al hoorende doof, ende al ziende blindt waren, zonder bril mochten hun feylen als met den vingher aenghewezen, ende door sprekende Letteren van ghecierde Figuren ghetemt ende ghezedight werden, ende alzoo volghens de spreucke Horatii 'tprofijt met genoechten leeren.’ Van de gelijkenissen van Jezus zegt hij dan ook: ‘wat zijn 't anders, als naecte Comedien, ende Tragedien, om daer mede te leeren die menschen, de welcke op gheen ander maniere de verborghen misterien van 't Rijcke der Hemelen verstaen konnen.’[p. 228]te betwijfelen. Dat het hen gesticht heeft, is waarschijnlijk; en dat was het, wat de Dichter beoogde, ‘wenschende dat het met zoodanighe vruchtbaerheydt ghelezen werde, dat het ghedije tot prijs van den heylighen en ghebenedijden Name Godts, en dat door het overdencken van deze Trage-Comedie ofte dit Blyeyndichspel, de droeve Tragedie oft het droevich Treurspel van ons ellendich leven, mach nemen een vrolyck eynde ende ghewenschten uutgangh. Amen.’ Daarop volgt, eerst in 1620, Hierusalem Verwoest, welk stuk met den naam van ‘treurspel’ prijkt, maar nog minder van een drama heeft dan het vorige. Hier vindt men zelfs niet de geringste handeling, maar bloot verhaal. En nog wel een zoodanig, dat niet van gerektheid vrij te pleiten is. De verschillende, soms nauwelijks samenhangende tooneelen zijn als 't ware brokstukken van een episch gedicht, welks stof de dichter geput heeft uit de historieschrijvers, die hij in den ‘inhoudt’ opgeeft. Aan het slot houdt de Engel Rafaël eene soort van preek, 288 verzen lang, hier en daar in den trant der Paters Redemptoristen, waarin hij aan de ‘Christen pelgrims’ verklaart ‘'t Geen aen te mercken staat in Isr'els droeven val.’ Dus ook hier weder ‘de leerlijcheit ofte moralisatie van 't spel.’ Vondel heeft in dit stuk weel hoogdravender toon aangeslagen dan in het Pascha; maar evenals Hooft, en wellicht op diens voorbeeld, vervalt hij daarbij maar al te dikwijls in brommende snorkerijen. Het ware verhevene was nog niet gevonden. Overigens is op technisch gebied merkelijke vooruitgang te bespeuren. Geen archaismen meer, weinig bastaardwoorden: soms nog wel een stroef vers en een verkeerde klemtoon, maar over 't algemeen rolt de rhythmus reeds met eene, zelfs aan Hooft niet volkomen eigen vloeiendheid. De eerstvolgende dramatische werken van onzen Dichter kunnen hier onbesproken blijven. In 1625 zag de Palamedes het licht, waarover reeds als politiek stuk gehandeld is1), en dat overigens 1)Zie boven, XVII Eeuw, I D., bl. 260 vlg. Volgens een ‘Bericht, geplaatst achter een exemplaar van den Amersfoortschen druk van 1736, in 't bezit van Dr. G. Penon, zou het stuk ‘eerst in onrym ontworpen’ zijn door den Leidschen Hoogleeraar Meursius, ‘en wel op 't verzoek van den Hr. van der Myle, Barnevelts schoonzoon,’ en eerst ‘daer na door Vondel in rym gebracht’ Zie Penon's Bijdragen, enz., II D., bl. 139, noot 1. In hoeverre dit ‘Bericht’ waarheid bevat, moet nog worden onderzocht.[p. 229]geene dramatische waarde heeft. In hetzelfde jaar was ook de Amsterdamsche Hecuba verschenen, naar de Troades van Seneca vertaald, maar ‘by my alleen niet gerymt’, zooals Vondel in het naschrift op de ‘Verscheide Gedichten’ van 1644 zegt (bl. 405). Aan Seneca werd verder in 1628 de Hippolytus ontleend. Bij de beoordeeling van Vondel's dramatisch talent kunnen die navolgingen onbesproken blijven; maar het ware onrecht plegen aan den Dichter; zoo wij niet wezen op zijne groote verdienste als dichterlijk vertaler. Wie zich daarvan wil overtuigen, vergelijke Vondel's vertolking van de Troades met die van Westerbaen. De laatste moge nader bij het oorspronkelijke woord blijven, hij wordt verreweg door den eerste overvleugeld, waar het aankomt op kernachtige, poëtische wijze van zich uit te drukken. Vondel blijkt ook hier een meester, terwijl de Heer van Brandwijck een nauwkeurig liefhebber blijft. Zeven jaar later (1635) volgde de Sofompaneas of Joseph in 't Hof, naar het Latijn van Huig De Groot, en eindelijk in 1637, ter inwijding van den nieuwen Schouwburg1), weder een oorspronkelijk stuk, de Gysbreght van Amstel, waarbij wij moeten stilstaan. Vooraf herinneren wij slechts, dat Vondel's opvatting van het drama nog niet was veranderd, ofschoon hij nu zeker met de voorschriften der school beter bekend was2). In aanleg heeft dan ook de Gysbreght de grootste overeenkomst met Hierusalem verwoest: 't is geen drama, maar eene reeks van 1)Vgl. J.H. Rössing, De eerste vertooning van Gysbrecht Van Amstel. (Bibliotheek van Noord en Zuid 1885, bl. 5 vlg.) 2)Dit mag men opmaken uit het ‘Berecht’ vóór den Palamedes geplaatst, II, 344, waarin de dichters genoemd worden ‘uitbreiders van de gedachtenisse der naemhaftige helden, die door hunne verworven eer en onsterfelijcken naem en faem de nakomelingen ter deught aenprickelen, wanneer ze overweegen hoe ‘Voor d'onverwonne deught men wieroockgeuren queeckt, En elck van zulck een' helt en Godt op aerde spreeckt.’[p. 230]brokstukken uit een epos, gelijk menig ander stuk van dezen dichter. Handeling zoo goed als geen; maar daarentegen overvloed van verhalen. Dit zal niemand verwonderen, die weet, dat Vondel hier eene navolging heeft geleverd van den tweeden zang der AEneis van Virgilius. Nu heeft men wel beweerd, dat dit treurspel juist daarom zoo voortreffelijk moest zijn, omdat het eene nabootsing is van een deel van een zoo uitmuntend epos; maar is dat niet even ongerijmd, als dat men beweerde, dat een driehoek uitnemend geslaagd was, die op de eigenschappen van den cirkel werd gebouwd? Kan dit stuk dan al geen treurspel heeten, en maakt het op ons als drama weinig indruk, zoodat het hoogst bevreemdend is, dat het zich steeds op het tooneel heeft staande gehouden, al wordt het dan ook slechts een paar maal 's jaars vertoond, - men begrijpt toch, dat het de geestdrift der Amsterdammers van 1637 in hooge mate opwekte. Het was zeker geene ongelukkige gedachte daarmee den nieuwen ‘Schouwburg’ in te wijden. Die gedichten zijn ‘den volcke smaekelijck’, heet het in de opdracht, welke ‘saecken ververschen, die hunne Vorsten en voorouderen betreffen.’ Dit was o.a. gebleken, toen ‘de Drost van Muiden d' Amsterlanders en sijn geboortestad streelde, in Velsens treurspel, met de voorspelling van de Vecht’; en dit moest hier ook wel geschieden, waar de gevallen van Amsterdam ten tooneele gebracht werden en zijne toekomstige grootheid, die men beleefde, in statige verzen werd geschilderd. Dat Hooft's genoemd treurspel den dichter van den Gysbreght voor oogen stond, is duidelijk. De voorspelling van Rafaël is wel eene navolging van de verschijning van Creuse's geest, maar zoer zeker onder invloed van die van den Stroomgod geschreven. En in 't begin van het eerste bedrijf wordt Gysbreght ons geschilderd, zoo als hij zich in het treurspel van den Drost voordoet: als de onschuldige, verleide, die zich nooit zoo diep in het verraad had willen steken als zijne makkers. Er heeft hier wel lotswissel, ‘staetverandering’, zooals Vondel 't noemde, plaats, maar is het een tragische? Is de wegdrijving van den Heer van Amstel uit zijn ‘wettig erf’ een gevolg van eigen schuld? Neen, want de Grysbreght bij Vondel is vlekkeloos rein. [p. 231]Een dramatische knoop is er eigenlijk niet: men kan dan ook redelijker wijze geen eigenlijke ontknooping verwachten. De Deus ex machina, Rafaël, maakt een eind aan het stuk, maar ontknoopt niets. En al deed hij het, dan zou zulk eene ontknooping toch de goedkeuring der toenmalige gezaghebbende Critici niet hebben weggedragen1). Ook aan karakteristiek is niet veel gedacht. Gysbreght is de Pius AEneas: van hem wordt verhaald, dat hij dapper en zorgvol voor huisgezin en gemeente was; maar daarvan blijkt uit zijn eigen bedrijf niet veel. En Vondel had toen toch al uit de gesprekken met Vossius geleerd, dat dit eene fout was2). Alleen in het laatste tafereel, waar zijn held vrouw en kinders wil doen vertrekken, om zich onder het puin zijner stad te begraven, is eenige handeling. - Badeloch is de weeke, liefhebbende vrouw, beangstigd voor het lot haars echtgenoots, maar die zich in 't eind tot heldhaftigheid opwindt om niet van hem gescheiden te worden. De persoonlijkheid van Gysbreght's gade behoort zeker tot de aantrekkelijkste van Vondel's figuren; maar zij treedt, buiten dit tooneel, niet handelend op, ja, staat zoo op den tweeden of derden grond, dat er voor diepgaande karakterschildering geen gelegenheid gelaten werd. 't Genot van dat laatste, inderdaad aandoenlijke tooneel, het, eenige, waarin dramatische handeling voorkomt, wordt ons thans nog vergald door den alledaagschen, burgermans toon, waarin het pathos zich uit3). Maar ook al ware dat niet zoo - en in 1)In het zoo dikwijls aangehaalde werk zegt Heinsius, p. 96: ‘Evenire solet, ut qui nodum nectit, mox eundem aegre solvat; interdum vero rei difficultate victus, prorsus abstinere se cogatur; sic poëta saepe nectit, quae aut nulla ratione aut non recte extricare potest. Huic rei usitatem solutionem invenêre, quam e machina dixerunt quae nec artis quicquam habet, et ut plurimum cum arte pugnat.’ 2)Later schreef Vossius in de Institutiones Poëticae, L. II, Cap. XIII, p. 66: ‘Sedulo despiciendum, ne solum narrentur, quae agi et subjici oculis oportet. Nam, ut est apud poëtam Venusinum: Segnius irritant animos demissa per aures Quam quae sunt oculis subjecta fidelibus, et quae Ipse sibi tradat spectator.’ 3)Verg. boven, bl. 179.[p. 232]Vondel's tijd zal wel niemand zich daardoor bezwaard gevoeld hebben - eene enkele dramatische episode is niet genoegzaam om het gemis van tragische en zelfs dramatische eigenschappen in het geheele beloop van het stuk te vergoeden. En toch beweert Vondel, in zijne opdracht aan Huig De Groot, dat hij het onderwerp niet alleen stoffeerde en bekleedde, ‘na de wetten, regelen en vryheyd der poësye’; maar ‘oock na de tooneelwetten, waer tegens (zegt hij) wy wetende niet en misdeden.’ Dat blijvend gebrekkig inzicht in de eischen der dramatische kunst moet ons verwonderen, daar de dichter thans denkelijk al kennis gemaakt had met de Electra van Sofokles, die in het jaar 1639 door hem vertaald werd uitgegeven. Hier had hem een beter licht kunnen opgaan. Electra, gedwongen hare moeder te verafschuwen, en naar haar dood te haken, als zoen voor den moord haars vaders, is eene tragische figuur. Maar daarvoor had onze Vondel geen oog: hij was nog te veel in 't net van den door elk geprezen Seneca1) verward. Immers als hij in de opdracht aan Tesselscha van de voortreffelijkheden van dit treurspel gewaagt, blijkt uit niets, dat hem het tragische in Electra's toestand getroffen heeft. Slechts dit zag hij er niet in voorbij, dat de straf op de misdaad volgt (III, 484). En dat schijnt hij toen reeds als een onmisbaar bestanddeel van 't Treurspel erkend te hebben, hoewel hij noch in den Gysbreght, noch in een der eerstvolgende stukken dien regel in practijk brengt. Daarentegen moeten wij Vondel en de schrijvers van zijn tijd vrijpleiten van zekere ‘grove misslagen’, hun door eene onbedachte Critiek ten laste gelegd. Men verwijt hun, dat ze anachronismen begaan en tegen kostuum en zeden van den tijd zondigen. Voor onze dagen, waarin men het voorrecht heeft, dat het onderwijs allerwege zijne weldaden verspreidt, mogen dit langzamerhand gebreken worden; voor Vondel's publiek was dat anders. Men merkte dat niet op. Maar bovendien, had hij Romeinen, Joden of middeleeuwsche baronnen voorgesteld; denkend, sprekend en handelend zooals met de strikte oudheidsleer overeenkomstig was, hij zou daarmee zijne toehoorders koud gelaten 1)Heinsius, 1. c., pag. 120: ‘In Latinis Lucius Seneca mirifice excellit.’[p. 233]hebben1). De dramatische dichter, wiens personages door een gemengd publiek onmiddellijk moeten begrepen en gewaardeerd worden, is tot de schijnbare fout verplicht, zijne schepselen grootendeels in de gemiddelde ontwikkelingsvormen van zijn eigen tijd te doen optreden. Had Vondel b.v. in den Gysbreght niet het anachronisme begaan, het Amsterdam van de zeventiende eeuw te schilderen, hij zou waarschijnlijk weinig indruk gemaakt en weinig sympathie gewekt hebben voor de verwoesting van het visschersdorp van den jare 13042). In 1639 volgde het treurspel De Maeghden, voorstellende den moord, door Attila op de H. Ursula en de elfduizend Maagden voor Keulen gepleegd. Grelijk Vondel met zijn Gysbreght de stad zijner inwoning verheerlijkte, droeg hij De Maeghden aan de stad Keulen op, als ‘Een klein bewijs van (s)ijn genegentheden En groote zucht tot (s)ijn geboorteplaets.’ Van dit gedicht geldt al wat van den Gysbreght gezegd is: het is geheel in denzelfden smaak, maar veel onnatuurlijker en nog zwakker van samenstelling. De schildering van den Hunnenkoning moet als geheel mislukt beschouwd worden. 't Is, alsof Vondel de gebreken van het werk voelde, toen hij in de opdracht dezen regel schreef: ‘Dees stof kan ruim 't gebrek van geest vergoeden.’ De geest van Sinte Ursula, die al eene groote rol gespeeld heeft in de verdediging der stad, verschijnt ten slotte nogmaals in eene 1)Van Lennep, die deze ‘feilen’ en ‘grove misslagen’ nog in het Pascha veroordeelt (I D., bl. 124), plaatste zich op juister standpunt bij de beoordeeling van Adam in Ballingschap (X D., bl. 425), toen hij in overweging gaf ‘of, waar een schrijver, in een moderne taal, tot een modern publiek spreekt, hy zijn personaadjen een andere taal kan laten voeren en andere denkbeelden ontwikkelen, dan gangbaar en meest verstaanbaar zijn voor zijn lezers of toehoorders.’ 2)Verg. ook: Jorissen, Palamedes en Gijsbrecht Van Amstel, Kritische Studiën. Amsterdam, 1879.[p. 234]wolk, - waarschijnlijk om die, welke voor Rafaël gemaakt was, nog eens te kunnen gebruiken, - en doet eene voorspelling van beter tijden, evenals dat in den Gysbreght plaats heeft. De Gebroeders, ten zelven jare gedicht, en in 1640 in het licht gegeven, heeft een ander karakter1). In dit stuk, dat de geschiedenis schildert van den val van Saul's Huis, die men leest II Sam. XXI, vs. 1-14, is wel degelijk handeling, dat eerste vereischte van een drama; hoewel ook hier verscheiden al te lange verhalen aan 's dichters gewone manier herinneren. En toch is ook De Gebroeders eene mislukte tragedie. Wel komt er veel aandoenlijks in voor; wel stemt ons dat geheele uitroeien van den koninklijken stam, als zoen voor eene ongerechtigheid door Saul gepleegd, tot medelijden, en niet het minst de wanhoop der beide moeders, die haar geslacht zien te gronde gaan, maar dat is nog niet het echt tragische medelijden. In de opdracht aan Prof. Vossius verklaart Vondel, dat dit treurspel het behartingswaardige aantoont der spreuk ‘Leert rechtvaerdigheit betrachten, En geen Godheid te verachten.’ De misdaden van Saul worden geboet door geheel zijn geslacht, op Gods bevel en David's gehengen, die hier, in de opdracht, als de godvruchtige man bij uitnemendheid wordt voorgesteld. Het stuk zelf daarentegen maakt een anderen indruk. Daarin valt bijzonder in het oog, dat de Hoogepriester Abjathar, onder schijn van Gods orakel te spreken, de zonen van Saul aan zijne persoonlijke wraakzucht opoffert, en dat David daartoe meewerkte uit vrees voor het verlies zijner niet geheel rechtmatig bezeten kroon. In 't algemeen wordt David geschilderd als een zwak, karakterloos, door priesters geregeerd Vorst, die blaakt van heerschen zelfzucht, maar alles onder den mantel van godsdienst bedekt. Alle glans daarentegen valt op zijne fiere slachtoffers en de twee overblijvende ongelukkige vrouwen. Alles gewikt en gewogen, dan is er reden te vermoeden, dat wij ook hier met een tendenz-stuk te doen hebben, en dat de 1)Zie over dit stuk ook D.C. Nijhoff, Vondels Hecuba, Gebroeders en Maria Stuart, aesthetisch-critisch beschouwd. Utrecht, 1886.[p. 235]dichter de schrikkelijke gevolgen heeft willen schetsen van den haat van priesters of predikanten. De geheele voorrede, zoo volkomen in strijd met den tekst, dien zij heet te verklaren, moet zeer zeker als bittere ironie worden opgevat. Tevens strekte zij den dichter tot schild om zich te vrijwaren tegen den wrok van hen, die hem om den Palamedes vervolgd hadden. Hijzelf schijnt op de ware bedoeling van het stuk te zinspelen in deze zinsnede (III, 638), wier beteekenis anders onverklaarbaar is: ‘Ick moet by deze gelegenheid ter loop aanvoeren, dat luiden, van geen geringe geleertheit en wetenschap, zich luttel met poëzije bemoeiende, by wylen al te naeuwe en strenge keurmeesters zijn, over deze kunst, en niet wel begrijpen, hoe die te teer en te edel zij om zulck een harde proef uit te staen, zouder een groot deel van haere aertigheid en luister te verliezen. Men moet haer inwilligen een voegelijck misbruik, of liever eene noodige vryheid.’ Thans mogen de drie stukken volgen, die de geschiedenis van Jozef ten onderwerp hebben. Het eerste, Sofompaneas of Joseph in 't Hof, dat reeds in 1635 geschreven werd, laten wij buiten beschouwing, als zijnde ‘vertaalt uit het Latijn van zijne Excellentie Huigh De Groot.’ De beide anderen zijn, het eene den 11en, het andere den 23en van Wijnmaand 1640 gedagteekend. De Joseph in Dothan is evenmin als de Joseph in Egypten eene tragedie. Het eerste stuk is een gedialogiseerd tafereel van het verraad, uit nijd en afgunst aan Jozef gepleegd door zijne broeders. Wij hebben hier wel eene ‘bewegelijcke historie,’ eene aandoenlijke voorstelling van ‘de misverstanden en huisgebreken, gevoed door nayver van kinderen en gebroederen, aen d' eene, en d' onvoorzichtigheid en eenzijdigheid der ouderen, aen d' andere zijde, waer uit dickwijls groote ongelucken geboren worden;’ en dat alles is misschien geschikt ‘om yemants gemoedt, al waer het een steenrots, te vermurwen, en te verzetten,’ althans om er leering uit te trekken; maar het echt tragische ontbreekt er aan. Ja, zelfs als drama zit deze schets van den triomf der meest alledaagsche gemeenheid slecht in elkander; terwijl bij de afwer- [p. 236]king het platte realisme maar zelden door dichterlijke détails wordt vergoed1). Zoo als het daar ligt, moet het stuk een onbevredigenden, pijnlijken indruk achterlaten. Ik weet wel, dat ter verschooning van Vondel kan worden aangevoerd, dat hij er in zijn tijd op mocht rekenen, dat de 1)Ik weet in dit opzicht nauwelijks iets anders aan te halen dan de toespraak, welke Joseph tot den Vrachtmeester houdt, die hem zoo even van Judas kocht, maar welke op dat oogenblik in zijn mond toch kwalijk past: ‘Och Ismaëller, nu mijn lot My onder 't lastigh juck leert zuchten Om troost en hulp tot Abrams Godt; Gedenck hoe Ismaël most vlughten Met Agar, dwars door 't gloeiend zant, Zoo wijdt uit aller menschen oogen, Daer kint en moeder waer door brant Versmacht, indien het mededoogen Des Engels, in die zwoele zon Haer bey niet had te recht gewezen, En met een koele en versche bron Het moeders hart en 't kint genezen Van dorst, veel feller dan de doot: Weest zoo een Engel en behoeder Van my, die op mijn moeders schoot, En aen de borst der lieve moeder, Verstreckte een lieve waarde vrucht, Niet min als Ismaël de zijne; Toen zy, vermoeit en afgezucht, In dorre dorstige woestijne; Hem leide in schaduw van de blaên, En riep, een boogscheut afgeweken, Godt zelf al heesch om bystant aen, En kreet: wie kan dat hart zien breecken? Waer op een trooster neergedaelt Beloofde hare spruit te zeegnen, Die nu zoo breet den adem haelt. Zoo moet u heil op wegh bejeegnen. Zoo zegen Godt uw' langen toght, Als ghy voortaen een' vrygeboren, Onschuldighlijck voor slaef verkocht, Zult handlen, zonder wraeck of toren. Och Ismaëller, druck mij zacht, Gelijck een telg van uw gheslacht.’[p. 237]bijbelvaste toeschouwers zich het slot der geschiedenis, den eindelijken triomf van het slachtoffer, vanzelf zouden te binnen brengen. Hoe hij rekende, dat dit vanzelf sprak, en dat daardoor dan ook de geschokte gemoederen van de aanwezigen tot kalmte en berusting zouden gestemd worden, mag men opmaken uit zekere uitdrukkingen, die in de opdracht van het stuk aan Joachim Van Wickefort voorkomen, waar hij o.a. zegt (III, 731): ‘Wy zien hier, als in eenen klaeren spiegel, hoe Godts voorzienigheit zich hiervan ['t boven aengestipte] wel weet te dienen, tot uitvoeringe van zijn verborgen besluit, ten beste van 't menschelijck, inzonderheit van Abrahams geslacht, 't welck hij belooft hadde te zegenen, en te vermenighvuldigen, als de starren aen den hemel, en waer uit de Messias zou geboren worden.’ Van dit alles intusschen komt in het stuk niets voor, en dit ware toch volstrekt noodig geweest om door het stuk den gewenschten indruk te maken. De eenheid van plaats is hier niet, die van tijd wèl in 't oog gehouden: ‘het treurspel begint met den dagh, en eindight na den middagh,’ zegt de ‘inhoudt;’ en dat is niet in 't voordeel van den beoogden indruk. Door de toespelingen op de voorkeur des vaders voor Jozef, op diens droomen en zelfverheffing, wordt de heftige wraakzucht der broeders niet genoegzaam gerechtvaardigd. Ware de partijdigheid van den ouden, ‘suffen’ Jakob den toeschouwers in feiten voor oogen gesteld; had men gezien, hoe Jozef's puritanisme hem verleidt om de tekortkomingen zijner broeders aan zijn vader te ‘verklicken,’ of hoe hij hen vernedert door het verhaal en de uitlegging zijner droomen, de oorzaak van 't gezette kwaad bloed zou ons duidelijker in het oog springen; te meer, omdat de dichter gelegenheid zou hebben gehad in enkele trekken de karakters van sommige van Jakob's zonen scherper te teekenen. Dit heeft nu geen plaats, en hij schetst ons alleen typen. Simeon en Levi zijn in zeer algemeene omtrekken aangeduid: Judas en Ruben wat meer uitgewerkt; maar de volslagen zwakte van genen, de weifelende deugd van den laatste kunnen ter nauwernood op eenige individualiteit aanspraak maken. Binnen de aangewezen grens zijn zij met eene fijne stift geteekend. De persoonlijkheid van Jozef is het zwakst van allen. Om dramatische sympathie te weken, is het niet genoeg, dat hij ons geroemd wordt als [p. 238] ‘Een bloem, van zestien jaer, of naulix zeventien;’ als een, ‘Aen wien natuur bestede al haer bevalligheên En gaven.’ De held moet nog iets anders zijn dan dat; maar vooral geen pedant, bedorven jongeheertje, dat zich boven al de zijnen verheven waant, en met de grootste naïeveteit er op pocht, dat Engelen hem den weg wijzen. Die Engelen spelen overigens nog eene zonderlinge rol in het stuk: hun rei ‘spreekt de voorrede,’ en zingt de kooren, die, naar 't classieke voorbeeld, elk bedrijf besluiten. Dat Vondel zelf wel voelde, dat hij meer een gedialogiseerd gedicht, dan eene waarachtige tragedie schreef, mag wellicht worden afgeleid uit de zinsnede, waarin hij zegt, dat het behandelde onderwerp zou kunnen treffen ‘onder 't spelen of lezen.’ Een drama is niet bestemd om gelezen te worden: men moet het op het tooneel genieten. Kan het die vuurproef niet doorstaan, dan is het geen drama. Het tooneelstuk heeft eigenschappen, die tot zijn wezen behooren, omdat en slechts zoolang het vertoond wordt; maar die voor andere zouden moeten plaats maken, als het alleen geschreven werd om gelezen te worden. Zulk een zoogenoemd dramatisch gedicht, dat evenwel naar de eigenschappen van het Drama streeft, is als kunstwerk altijd zwak. 't Is daarom ondoordachte wildzang, wanneer men van zoodanig werk beweert, dat het als tragedie niet onberispelijk, maar als dichtstuk onovertrefbaar schoon is. Wel kunnen er in zoodanig gedicht vele schoonheden van détail worden aangetroffen; maar 't springt in 't oog, dat dit tot de afronding van 't geheel weinig afdoet. Dat is slechts met een klein aantal plaatsen uit den Joseph in Dothan het geval, die ons door schildering en gedachte in verrukking brengen; want men kan het niet voorbijzien, dat de toon dikwerf plat is, en dat valsche smaak en bombast mede aan dit gedicht niet vreemd zijn. De Joseph in Egypten is van beter allooi, ofschoon men dit stuk in onze dagen niet voor een volmaakt treurspel zal houden. Het behelst de voorstelling van den aanval, dien Potiphar's huis- [p. 239]vrouw op den schoonen, kuischen Jozef deed, en hoe ze hem, toen hij haar versmaadde, bij haar gemaal aanklaagde, hem ‘gewelt en schennis te last ley,’ waarop de onschuld in de gevangenis werd geworpen. Vondel had voor vele jaren, in 1628, den Hippolytus van Seneca vertaald; thans bracht hij een Bijbelschen ‘onverzierden Hippolytus’ op het tooneel, en meende, dat die ‘stichtelijcker’, dat is treffender, zou zijn dan de Attisch-Romeinsche. Die meening rustte op eene verkeerde opvatting van het tragische. Dat blijkt uit de opdracht van het latere stuk aan Joan Vechters. Zij, die den Hippolytus hadden zien spelen, heet het daar (III, 803), ‘lieten tranen, langs hunne kaecken, biggelen, over den ramp-zaligen val des onschuldigen jongelings, sneuvelende van den wagen, langs het strant, daer 't zeegedroght, opgeweckt door 's vaders vloeck en bede, opborrelende, en opbruizende, de paerden aen 't hollen broght: zeker een deerlijck onnozel erbarmenswaer-digh ongeluck.’ Dat was evenwel niet het meest treffende, zeker niet het meest tragische, in het treurspel. Wel dit, dat Fedra door allerlei oorzaken er toe gebracht wordt voor haar stiefzoon in onheilige min te blaken, en hem, als hij haar weerstaat, door eene valsche aanklacht den dood berokkent. Voorts dat zij, zich eindelijk bewust geworden van het afschuwelijke harer handelwijs, een eind aan haar leven maakt, en zoo de eeuwige Gerechtigheid verzoent. Het tragische zit niet in het ongeluk, dat den onschuldigen Hippolytus overkomt; maar in het noodlottige van den hartstocht van Fedra. Terecht heeft dan ook Racine, in zijne navolging, het stuk naar haar genoemd. Dit zag Vondel over 't hoofd, toen hij meende, dat het genoeg was, als zijn held ‘uit kracht van zijn geloof en zijn godtvruchtigheit, vrywilligh, midden in een koninglijck hof, midden onder een ledigh lecker en jofferachtigh volck (dat in de roozen en violetten der vleiende wellusten tuimelde) de zoetprickelende lusten temde,’ en daardoor jnist ongelukkig werd. Dat noemde hij ‘stichtelijck;’ maar vergat, dat de ondeugd triomfeert, en dat de vrome Jozef in den kerker wordt gesmeten. En toch is hier veel, dat den toeschouwer moest boeien en de fijnste snaren van zijn gemoed doen meetrillen. Niet de schildering [p. 240]van den hoofdpersoon, die hoogst onbeduidend is, en zich slechts daardoor kenmerkt, dat hij is een ‘steen, die geenen treck tot Joffers gevoelde,’ en daarvan blijk geeft door wijdluftige godzalige redeneeringen. Het beliefde den Dichter hem ‘als een' zuiveren spiegel van onverzettelycke kuischeit, op te hangen, in de slaepkamer der jongelingen.’ Maar die volmaakte deugd, zonder eenigen strijd, die afwezigheid van menschelijken hartstocht of zwakte, maakt hem tot eene abstractie, weinig geschikt om ons te boeien1). Jempsar daarentegen is de ziedende hartstocht in persoon, of, wil men 't platter uitgedrukt, met Joseph's woorden, ‘Haer geile toght is heet, Ja ziedt, gelijck een pot, alree aen 't verloopen.’ Maar zij is te veel de abstracte hartstocht. Zij heeft dit met de Phèdre van Racine gemeen. Hare geheele persoonlijkheid, hare individualiteit, blijft ons een gesloten boek: en omdat niets ons zelfs doet gissen, wat haar karakter dien plooi gegeven heeft, dat zij zich zoo geheel door hare drift laat meeslepen, daar bij ons van wraak of ijverzucht van Venus tegen Diana geen sprake kan zijn, als bij Euripides, - verbeurt zij onze sympathie. Het tragische medelijden ontkiemt niet. Intusschen waar het aankomt op schildering van den alles verteerenden gloed, daar blijft Vondel niet beneden den Franschen Dichter. Hooren wij Jempsar zelf in hare lyrische ontboezeming: ‘Al gaf my het geluck te dragen Den scepter met den tullebandt, En d' eigen kroon die Pharo spant; Al zat ick op des Konings wagen,1)Aristoteles, Heinsius en Vossius, die bakens op Vondel's dramatische tochten, hebben zich allen tegen die absolute deugd verklaard. Intusschen kon Vondel zich toch op den laatste beroepen, die, t.a. pl., p. 61 wel zegt: ‘Optimae autem tragoediae sunt in quibus inducuntur personae, nec prorsus probae, nec plane improbae;’ maar er op wijst, dat het bij de Ouden toch niet altijd zoo is: ‘Aegysthus et Clytaemnestra, plane improbi; Electra bona inducitur.’ En ten slotte heet het dan: ‘Non putandum, peccare tragoedias, in quibus aliter fit quam Aristoteles praecipit: sed statuendum, ab eo praescribi optimam tragoediae formam.’[p. 241] Geëert als Koningin van 't lant; 'k Had tienmael liever te behagen Uwe oogen, bruin als diamant, Dan 's Konings oogen, en de zielen, Die voor deze aerdsche Goden knielen, En hen verheffen hoog in top. Ick nam de kroon van mijnen kop, En kroonde uw hooft met puick van stralen. Een kus zou 't altemael betalen. 't Genot van eenen kus is meer Dan al 't genot van staet en eer.’ Hooren wij haar verder in gesprek met hare voedster. Deze raadt haar voorzichtigheid: ‘Ay bindt, om slaven en gezin, uw toghten in. Ick schrick voor uwen heer: wat, schaem u voor 't gezin.’ Jempsar. Ick pas op eer noch schant, noch op mijn eigen leven. De Min vervoocht het al. Voester. - Waer wort mijn kint gedreven Van dolle razerny? Jempsar. Ay moeder, spreeck zoo niet, Noch scheldt geen razerny mijn redelijck veidriet. Uit rijpe reden wort mijn hartewee geboren. Gemeene schoonheit magh gemeen vernuft bekoren, Dat reuckeloos slechts ziet de dingen over 't hooft, Of licht bestemt, 't geen 't oogh al blindeling gelooft; Maer wie met oordeel mint, zal zich alleen vergapen Aen eenigh puickschoon: tot verwondering geschapen; Gelijck dit uitheemsch licht, dat leider al te kuisch Vergult gewelf en zael van ons gezegent huis: En dunckt het u dat ick noch revel zonder reden? Bezie den Jongeling, van boven tot beneden, Hoe vrouw Natuur aen hem te kost leide al haer' schat. Wat wraeckt uw oordcel hier? Wat wenscht ghy anders, dat Niet strax tot misstal streckt? Wat rots wort niet bewogen? Nooit zagh een valck in 't hof zoo wacker uit zijn oogen, Die oogen, daer de min, gezeten op zijn' stoel, Het alles brant en blaeckt, en blijft zelf koudt en koel. Het hooge voorhooft schijnt een glans van zich te spreien. Men ziet het blonde hair zijn locken aertigh zweien,[p. 242] En zwieren over neck en over schouders heen. In 't aenzicht gloeit de verf. Wie zagh ter weerelt leên Van maecksel zoo volmaeckt, zoo net, zoo evenmatigh? De mont (die 't zeggen dorst) te stemmigh, en te statigh, Zou yet vrijpostigers vereischen, 't geen een' mensch Van zulcke jaeren voeght; zoo had ick al mijn' wensch; Zoo zwom ick in een zee van allerhande volheit. Ay moeder, noemt ghy noch uw dochters liefde dolheit? Och Joseph, Joseph, och de reden leert het my, Dat ick u minnen moet, al schijnt het razerny. Voester. Dit queeckt uw koorts: is 't vreemt dat ghy zoo lang blijft quijnen? Jempsar. Gelijck langs eene beeck de bloemen schooner schijnen, Daer 't water over drijft, zoo schijnt zijn eedle geest Zijn ziel wel ruim zoo schoon, door 't lichaem, schoon van leest, Waer in met overlegh dees kiesche geest quam daelen, En flikren, eveneens gelijck verdroncke straelen, In mynen, en gelaet, en voeghlijckheit, en al, Wat yegelijck bekoort en treckt, met zulck een val, Dat hy zich meester maeckt van vrouwen en van heeren, En waert is niet een huis, maer rijcken te regeeren. Och Joseph, Joseph, och, de reden leert het my, Dat ick u minnen moet, al schijnt het razerny. Voester. Ghy zijt te krachtig en hardneckigh in 't verbeelden. Jempsar. De hemel overgoot met overmaet van weelden Dit huis, geduurende 't voorzichtige beleit Van dat lieftalligh kint. Het weeligh veldt ontzeit Ons vruchten noch gewas: de dienaers en de knaepen En slaven spoên hun werck: mijn heer magh veiligh slaepen, Op Josephs wackerheit: de Koning en al 't hof Onthalen Potiphar met ongemeenen lof. Hier hapert niets, dan dat wy hem vergeefs beminnen, En hy te krygel valt, en al te stijf van zinnen, In 't weigren van mijn bede, en dagelix verzoeck. Voester. Zoo keer uw' slaef den neck met een verdienden vloeck. Jempsar. Och Joseph, laet mijn vloeck veel eer my zelve treffen, Dan uw alwaerdigh hooft, het welck ik wensch te heffen Tot aen de starren toe; te kranssen met een' krans Gevlochten van mijn hair, met uitgelezen glans.[p. 243] Wie haet zijn eigen hart, of wordt 'er op verbolgen? Wanneer de zonnebloem vergeet de zon te volgen Met loncken; wanneer haer verdriet 't geliefde licht t'Aenschouwen, met een zoet en minnelijck gezicht: Dan zal ick dien Hebreeuw, mijn lief, den neck toe keeren. Een aengewende min valt lastigh te verleeren. Voester. 't Valt licht te haten, die ons gunst en vrientschap haet. Hy blijft toch even schuw, en vliedt u, waer ghy gaet. Jempsar. Te feller wort mijn vier door 't weigren aengesteecken. Voester. Gelijcke liefde kan gelijcke liefde queecken. Jempsar. Gelooftme in 't geen ick voel: de liefde in haer bejagh Is heetst op 't wildt, 't welck zy niet achterhalen magh, En heeft min treck tot iet, dat macklijck wort gevangen. Begeerte groeit te meer, door 't vierige verlangen. De min is haer geen ernst, die om het afslaen suft. Rechtschape dapperheit wort niet zoo licht verbluft. Voester. Ghy kocht dien knecht voor slaef: wat lief hebt gy verkoren! Jempsar. Zwijg stil: verkleen hem niet: gy moordt mijn ziel door d'ooren: Wat zwerft 'er menigh heldt, dien 't aen geluck ontbreeckt, Maer niet aen stam noch deught: al wat in Joseph steeckt Gelijckt niet slaefs, maer heers: dat zweemsel en die gaven Getuigen, hoe hy nam zijn oirsprong uit de braven: Doch 't zy zoo 't wil, ick wensch voor zijn slavin te gaen. Geluckigh waer de vrouw, die onder hem moght staen. Voester. Het minnende oogh vergcpot die dingen zonder oordeel, Acht alle droomen waer, en rekent schade voordeel. Mevrouw, 't is valsche waen, die uw verstant misleit. Verkies een veyligh padt: geloof niet watze zeit. Al gaf hy schoon gehoor, zoo leert uw staet u duicken, Ghy mooght de jongeling niet openbaer gebruicken, Maer steelswijs, en ter sluick, en ergens in een' hoeck, En met een hart vol schrix. Jempsar. Dat is al 't geen ick zoeck. Gesloke min smaeckt zoetst, in duistre en diepe holen: Daer leeft men by den nacht: daer glimmen Venus kolen Met levendiger gloet, dan by den lichten dagh.’[p. 244]Ondanks de lange aanhaling durf ik nog een wijl gehoor vragen voor haar onderhoud met Joseph in het vierde bedrijf. Jempsar. ‘Ondancbre Jongelingk, hoe lang zult ghy gaen pratten Op dat verganklijck schoon, en zoo veel rijcke schatten, Als vrouw Natuur aen u te dartel ley te kost. Natuur had beter zulck een werckstuck noit begost, Of het begonnen beelt verwaarloost op te maecken: Naerdien 't niet anders doet dan pijnigen, en blaecken De harten, die het vangt door d' oogen. 'k Vloeck dien dagh, En uur, en oogenblick, dat ick u eerstmael zagh. Joseph. O Schepper, is 'er iet behaeghelijcx geschapen In my, waer aen een vrouw haer glori zou vergapen, En leef ick eenigh mensch tot weerwil en verdriet, En tegens 't hart; men wijt het den onnooslen niet: Uw schepsel draegh geen schult, 'k ben van u afgegoten Op zulck een vorm, gelijck uw wijsheit had besloten. Jempsar. Ghy zorght vast voor mijn eere, en weigert my mijn' lust. De lust ga boven d'eer, zoo d'eer oit wert verkust. Joseph. De hitte van de lust gaet effen voor 't gevoelen, Hoe korte weelde smert; maer eer die lust aen 't koelen Geraeckt, waerdeert men, wat verlies van naem en eer Zou gelden, kreegh men d'eer om gout of traenen weêr. Jempsar. Ick heb mijn tranen ja mijn oogen al verkreten, Verkreten, maer vergeefs. Joseph. Het werdt my niet geweten. Jempsar. Met reden: ghy alleen zijt oirzaeck van mijn quael. Joseph. Wat hoor ick, dagh op dagh, niet eens, maer hondertmael. Jempsar. Getroost u, 't heeft een endt, 'k berey my om te sterven, O onmedoogent gast. Joseph. Hoe kan ick u bederven Met my, om 't snoot genot van...[p. 245] Jempsar. Hoe, wat noemt ghy snoot? Dat ick u waerdigh acht t'omhelzen in mijn schoot? Te biên dien verschen mont? Die vriendelijcke wangen? Deze oogen, die zoo zeer niet naer den dagh verlangen Als om uw aengezicht t'aenschouwen 's morgens vroegh? Noemt ghy dit snoot genot? En heeft hy breins genoegh, Die aengebode min zoo schimpigh gaet versmaden? Joseph. De min, beroit van hooft, laet zich van niemant raden. Al 't voordeel, dat men treckt uit wellust is gering, En meer niet dan een dolle en vuile prickeling Van 't lijf, terwijl 't gemoedt vast wroeght door 't overwegen. Dat 's al het voordeel, zet me hier al 't nadeel tegen. Het overspel begaet terstont een dubble smet, Besmet 'er twee: 't ontwijdt en scheurt het heiligh bedt, Vol onrust, vol krackeel: de weerga haet heur gade, Behaeght den boel alleen, en gaet met hem te rade: d' Onwettige erfgenaem geraeckt in 't wettigh goet: De vader mist zijn kroost, en twijffelt aen het bloet: Het achterdenken groeit: de twist doorkruipt de leden Van 't maeghschap: in het kort, het houwelijck bouwt steden, Gelijck het overspel ('t welck God en mensch zich belght Al slaet men 't in den wint) die in den gront verdelght, Door moort en vyandt chap, al razende en bezeten; En sleept de rampen na, gelijck een lange keten Haer schakels. Is 't dan vreemt, dat alderhande liên En tongen, in dit stuck, met wetten zich voorzien? Jempsar. Wat wetten de Syriers, Hebreen, Arabers hebben, Of wy, ick achtze als ragh, en dunne spinnewebben, Daer ruischt de groote door, de kleene kleeft 'er vast. Mijn wellust zy mijn wet. Wat niemant anders past, Past my, die zich van wet noch recht laet overkraeien: Men leeft hier op zijn hoofsch. Joseph. Zoud ghy uw heer zoo paien? Jempsar. Men velt geen vonnissen op ongegront vermoên. En most mijn heer op 't naeuwste eens rekeninge doen, Het stont dan t'overzien, hoe hy zich had gedragen. Wat doen de mannen niet, dat zy geen vrouwen vragen? De rechter zuiver zich van 't zelleve gebreck, Verdient het zulck een' naem. Wie leeft 'er zonder vleck?[p. 246] Joseph. Ghy waert om hals, quam hy op 't stuck u overvallen. Jempsar. Zoo storf ick om de min, de zoetste doot van allen. Mijn zinlijckheit waer my die suickre doot wel waert, En waer heeft oit de doot rechtschape min vervaert? Wat vreesselijcke doot kan ware liefde scheiden? Al blijft het lichaem hier, de zielen zelfs geleiden Malkanderen beneên, in 't onderaertsche veldt, In 't vrolijck mirtebosch: daer kust men, daer vertelt, d'Een d'ander zijn fortuin, en eerste sluickeryen: Daer wordt men weder maeght: daer leert men weder vryen, Als waer het noit geschiedt: daer lacht een zaligh dal. Men treckbeckt onbenijt als duiven zonder gal. Men brandmerckt niemant daer met lasterlijcke namen; Noch 't heet 'er overspel, zoo twee uit min verzaemen, Al wisselt men zomtijts uit zinlijckheit van lief, Dat draeght alleen den naem van vrientschap en gerief. Het beurt 'er dagh op dagh: men volght daer in de wijze. 't Is een verandering en lust naer versche spijze: Naerdien een zelve kost de gasten walgen doet: Ja 't grofste lasterstuck wort met een kus geboet. De wetten worden nu de vrouwen voorgeschreven Van mannen, die toch zelfs om wet noch regel geven.’ En als hij steeds blijft weigeren, werpt zij zich aan zijne voeten: ‘Ick val voor uwe knien, en offer aen dees voeten Dit lichaem, en dees ziel bereit haer schult te boeten, Door zulck een doot, als een wanhopende betaemt. Wat draeit ghy 't aengezicht, zoo schuw, en zoo beschaemt, Van mijn gezicht? Ay, zet de schaemte een poos ter zyden. Want schaemte niet vermagh, vermoge 't medelyden Met een die sterven moet en kan, om uwent wil. Ay, wisch mijn tranen af. Joseph. Doortrapte krokodil, Laet los, laet los: ghy moort met dit bedrieghlijck steenen. Jempsar. Hartneckige, ô wat hoon! Hartneekige, ga henen, Ga hene met dien roem van zulck een morgenstar, Voor wien ghy d'oogen sluit. Ga melt nu Potiphar, Hoe mannelijck, hoe kuisch zich Joseph heb gequeten; Op dat het eeuwigh my in 't aenzicht werd verweten,[p. 247] Van hem; hoe Jempsar, verontwaerdight van haer slaef, Zich hebbe, voor al 't hof, ten toon gestelt zoo braef: Maar neen, ghy zult noch zoo uw' moedt aen my niet koelen. Ghy hebt mijn min versmaet, ghy zult mijn wraeck gevoelen. Ick weet die schantvleck wel te decken met een' schijn Van eerbaerheit: ick zelf zal in de voorhael zijn. Och Voester, slaven helpt: ô wie verhoort mijn klaghten. Helpt slaven, Voester helpt: een slaef wil my verkrachten. Och Potiphar, sta by: och Voester, help uw vrouw. Waer blijft nu al 't gezin? Is niemant my getrouw? Daer vliedt hy: och hy vliedt. Wat moght mijn kermen baten? Dat is die koele knecht: hy heeft my 't kleet gelaten; Tot een getuigenis. Ghy slaven jaeght hem na. Och, leit my aen een zy, tot dat dit overga.’ Ik heb te eer dit geheele tooneel afgeschreven, omdat er niet alleen Jempsar's hartstocht in geschilderd wordt met gloeiende kleuren, maar ook tevens om hare volslagen bedorvenheid te doen uitkomen. Als Joseph, door Potiphar voor schuldig gehouden, wordt veroordeeld, gaat zij bedaard nieuwe minnarijen te gemoet! Waar is in dit alles het tragische? Waar de verzoening der gemoedsaandoeningen? 't Is waar, de slotrei luidt: ‘Hoe menighmael bedrieght de schijn. De trouw kan nergens veiligh zijn. De nare kercker, ysre keten, En lasteringe op 't alderboost Verwacht te hoof de deught: wiens troost Bestaet in Godt en 't goet geweten. Z'omhelst haer lijden met gedult, Terwylze boet een anders schult.’ Maar bij menigeen mocht die ‘troost’ niet opwegen tegen het lot, der onschuld beschoren; en hoe kon dit heeten ‘de jongkheit waerschuwen?’ En wat de karakterteekening betreft, daarin staat dit stuk nog beneden het voorgaande. De vergelijking met den Hippolytus, waaraan menige plaats herinnert, doet dit nog duidelijker uitkomen. Een jaar later verscheen de Peter en Pauwels. Zonderlinger stuk dan dit zoogenaamde treurspel is niet te bedenken. [p. 248]Eerst komen de geesten van Simon den toovenaar en Elymas uit ‘den helschen gloet’ opduiken, om Rome tegen de Apostelen op te zetten. Als Simon zijne geschiedenis aan zijn vertrouwde verhaald heeft, roept hij ‘al den drommel’ van geesten op, om hem behulpzaam te zijn. ‘d'Aerde loeit, en t'sidderend barst van een, Nu braecktze zwavelvier, en roock, en stof, en steen. Daer zijnze.’ Na deze helsche vertooning wordt men op eenmaal onder de vrome Christenen verplaatst. Nachtelijke bijeenkomst van twee bekeerde vrouwen, die de beide gevangen Apostelen willen verlossen. Dan de kerker, waarin Peter en Pauwels wederkeerig hun hart aan elkander uitstorten en treuren om 't geen zij in vroeger tijd jegens Christus misdreven hebben. De beide vrouwen dringen tot hen door en trachten hen te bewegen de gevangenis te verlaten en zich in de catacomben te bergen: de deuren staan open en de wacht slaapt. De Vaders weigeren uit eene soort van godsdienstige verbijstering. Zij wenschen den dood, en haken naar de rust in 't hemelsch paradijs. Met geweld voeren de vrouwen hen mee. Het tweede bedrijf brengt ons te midden der heidensche wereld. De ‘aertsofferwichelaer’ en de ‘moeder der nonnen van Vesta’ beklagen zich, dat Nero den ouden godsdienst laat vervallen: hij heeft geen eerbied voor het heilige, baadt ‘zijn onzuiver lijf’ in ‘de bron van Mars,’ en schoffeert de Vestalen. Zij schrijven dit toe - hoewel de samenhang niet duidelijk is, - aan den invloed der Christenen, en besluiten den Keizer tot strengheid tegen deze aan te zetten. 't Hof des Keizers. Nero heeft eene geestverschijning gezien: 't was Simon, die het leven van Simon Petrus van hem eischen kwam. En als nu de Abdis der Vestalen denzelfden eisch doet, geeft de Keizer gereedelijk toe. In het derde bedrijf komen de ontvluchte Apostelen naar Rome terug: zij zoeken den dood. Christus is hun op weg verschenen, zijn kruis dragende; en op de vraag: waarheen? heeft hij geantwoord: ‘Dat gaet naer Rome, om my noch eens te laten kruissen.’ Zij zien daarin het bevel om zich in zijne plaats ter dood te laten brengen. Waren de vrouwen, toen zij hen terugzagen, ver- [p. 249]baasd, niet minder 's Keizers Opperste, aan wien zij eenige episoden uit hun leven verhalen. Hij laat ze wegvoeren om hen ten bloede te doen geeselen. In het buiten eenige verhouding korte vierde bedrijf worden beiden ter dood verwezen: Paulus, als Romeinsch burger, tot het zwaard, en Petrus tot het kruishout. Hij verzoekt met het hoofd naar beneden gekruisigd te worden, tot straf voor zijne verloochening van Christus, hetgeen hem wordt toegestaan. In het vijfde bedrijf is Nero krankzinnig geworden, zonder dat men vat, hoe dit met de overige gebeurtenissen samenhangt. De schimmen van al de slachtoffers van zijnen bloeddorst vervolgen hem. Als Agrippa hem heeft weggevoerd, komen de vrouwen aan Linus, ‘Sint Peters nazaet,’ het verhaal der terechtstelling van de martelaren doen. Wie ziet niet, dat dit stuk eene verheerlijking beoogt der hoofdhelden van de Roomsche Kerk, vooral van Petrus, die bijzonder gevierd wordt; - maar wie zoekt hier niet te vergeefs naar een treurspel, zelfs naar een in zijne deelen samenhangend kunstgewrocht? Het verbaast ons dan ook niet, dat dit stuk nooit vertoond is1). Het duurde vijf jaar, eer een nieuw tooneelwerk het licht zag, de Maria Stuart of Gemartelde Majesteit, met welks plan de Dichter echter al eenige jaren omging2). Dit treurspel bevat een gedialogiseerd tafereel van de laatste levensuren, en een verhaal van den dood der Schotsche koningin, die niet alleen als volkomen schuldeloos, maar als eene heilige martelares van het Geloof wordt voorgesteld. Vondel wilde schilderen ‘Hoe de nicht van Henderick den zevende (Dewijlze in errefrecht en godsdienst niemant zwicht) Tyrannigh wort tot stof gemalen van haer nicht.’ Wij staan niet stil bij de ontleding van dit stuk, dat alleen als politiek pleidooi de aandacht verdient, maar luttel dramatische waarde heeft. Vondel voelde zelf, dat dit treurspel niet voldeed 1)Verg. Brandt's Leven van Vondel, bl. 60. 2)Zie hierover het vroeger aangehaalde proefschrift van D.C. Nyhoff.[p. 250]aan de wetten, die hij reeds herhaaldelijk als geldig had erkend, hoewel hij in hare practijk dikwijls faalde. Hier wordt immers een schuldeloos offerlam gekeeld; en hij wist, dat dit geen tragische stof was. Ziehier, hoe hij zich daaromtrent in de opdracht, die, zooals gewoonlijk, tot voorrede dient, uitlaat (V, 434): ‘De tooneelwetten lijden by Aristoteles naulicks, dat men een personaedje, in alle deelen zoo onnozel, zoo volmaeckt, de treurrol laet spelen; maer liever zulck eene, die, tusschen deughdelijck en gebreckelijck, den middelwegh houde, en met eenige schult en gebreken behangen, of door een' hevigen hartstogt, of misverstant, tot iet gruwzaems vervoert wert: waerom wy, om dit mangel te boeten, Stuarts onnozelheit en de rechtvaerdigheit van haere zaeck met den mist der opspraecke en lasteringe en boosheit van dien tijdt benevelden, op dat haer Christelijcke en Koningklijcke deughden, hier en daer wat verdonckert, te schooner moghten uitschijnen.’ Twee opmerkingen. Vooreerst: hier en elders beroept Vondel zich op schrijvers van gezag, die ‘tooneelwetten’ gesteld hebben. Hij streefde er naar, die wetten te eerbiedigen; maar, gelijk wij reeds opmerkten, uit niets, 't allerminst uit zijne dramatische werken, blijkt ons, dat zijn eigen kunstgevoel hem de wetten van het Tragische Drama had geopenbaard. Ten anderen, is het tweede gedeelte van zijne redeneering niet duidelijk. Zal zij iets beteekenen, dan moet de laster de deugden der Koningin zóó beneveld hebben, dat de toeschouwer minstens aan het twijfelen raakt; maar als door den laster heen de deugden der heldin te schooner komen uit te blinken, hoe kon dan het kunstmiddel dienen om het erkende ‘mangel te boeten?’ Eindelijk zij er nog op gewezen, hoe hier weder blijkt, dat Vondel eigenlijk in den lijdenden persoon, ‘die de treurrol speelt,’ de tragische figuur ziet. Dat is wel soms het geval, maar in het moderne drama althans is niet zelden de tragische persoon tot aan de ontknooping toe triomfeerend, in plaats van lijdend. Ook daar, waar de botsing van verschillende hartstochten of de strijd tusschen neiging en plicht hem in zekeren zin als lijdend doet voorkomen, is er altijd een slachtoffer zijner drift, dat veel meer lijdt in stoffelijken zin. Het tragische medelijden - men kan dit niet genoeg herinneren - is niet dat, hetwelk door zoodanige [p. 251]smarten wordt opgewekt; maar dat, hetwelk de held inboezemt, voor wien wij sympathie of ontzag hebben, doch van wien wij met zekerheid voorzien, dat zijn eenzijdige hartstocht hem zal verlokken tot eene daad, die hem zelf te gronde moet richten, omdat de eeuwige Gerechtigheid zich niet ongestraft laat bespotten. Die schrik en dat medelijden alleen zijn waarlijk tragisch, omdat zij tot berusting en kalmte leiden. Dat heeft Vondel maar duister gevoeld, en daarom mist hij zoo dikwerf zijn doel. In het jaar 1647 zag een nieuw tooneelspel het licht1): de Leeuwendalers. Het is een gelegenheidsstuk, ter viering van den Munsterschen vrede geschreven. Men mocht daarom wanen, dat het een zuiver politiek drama is, vol van de gebeurtenissen des tijds; maar men zou zich bedriegen. Wel is de staatkundige achtergrond duidelijk merkbaar; maar het is Vondel's talent gelukt, dien zoodanig in de schaduw te houden, dat hij een boeiend tooneelspel kon leveren. Hij koos den vorm eener pastorale, een ‘landspel,’ zooals hijzelf het noemde; en daarbij maakte hij gebruik, zij het ook een matig gebruik, van Italiaansche voorbeelden. Zoowel herinneringen aan den Aminta van Tasso als aan den Pasto Fido van Guarini hebben hem bij het schrijven van de Leeuwendalers voor den geest gezweefd. Ik heb vroeger2) beweerd, ‘dat Vondel het hoofddenkbeeld van dit stuk aan Rodenburg's Trouwen Batavier ontleende.’ Dit maakt niet volkomen duidelijk, wat er gebeurd is. Het kan niet worden betwijfeld, of Vondel het stuk van zijn voorlooper heeft gekend. Hij ontleende daaraan niet slechts de namen van Heereman en Vrederijck; maar ik geloof niet te ver te gaan, wanneer ik zeg, dat Rodenburg hem op het denkbeeld gebracht heeft om eene 1)Gewoonlijk, ook door Van Lennep, wordt dit stuk op het jaar 1648 geplaatst. Toch bestaan er twee in-4o uitgaven van Abraham de Wees, die het jaartal MDCXLVII dragen. Merkwaardig is het, dat op sommige exemplaren van een dezer drukken achter het jaartal een I is bijgedrukt, zoodat het MDCXLVIII wordt. Beide uitgaven, ook een exemplaar met veranderd jaartal, zijn voorhanden in de rijke Vondel-bibliotheek van den Hr. J.H.W. Unger te Rotterdam. 2)Tweede uig., II D., bl. 44, 62.[p. 252]Italiaansche Pastorale op vaderlandsche toestanden toepasselijk te maken. Dit alleen verklaart ons, hoe hij er toe kwam om dezen idyllischen vorm te kiezen; iets waartoe anders bij hem geene enkele aannemelijke aanleiding kan worden uitgedacht. In Italië was de idylle evenals het comische drama de openbaring van verzet tegen eene prozaïsche, afgeleefde, onnatuurlijk conventioneele maatschappij1). Het comische verzet was zoo natuurlijk mogelijk: het andere daarentegen niet vrij van ziekelijke gemaaktheid. Bij ons te lande was het comische drama meer een teeken van gezond verzet tegen het sentimenteele, hoog-romantische op het tooneel dan in de maatschappij. En zoo Hooft zich aan eene navolging van de pastorale waagde, dan was het wellicht, omdat hij zich onder den invloed van Tasso en Guarini had leeren ergeren aan onze nuchtere, prozaïsche levensopvatting, zonder eenige ideale verheffing; maar waarschijnlijker nog liet hij zich alleen meeslepen in het zog der Italiaansche hoofsche mode. Want wie zijner tijdgenooten voelde de noodzakelijkheid van zulk een 1)‘L'idillio era il riposo di una società stanca, la quale, mancata ogni serietà di vita pubblica e privata, si rifuggiva ne' campi, come l'uomo stanco cercava pace nei conventi..... L'idillio italiano non è imitatione, ma è creazione originale dello spirito..... I popoli, come gl'individui, nel pendio della loro decadenza diventano nervosi, vaporosi, sentimentali. Non è un sentimento che venga dalle cose, ciò che è proprio della sanità, ma è un sentimento che viene dalla loro anima troppo sensitiva e lacrimosa...... Accanto al comico e al romanesco si sviluppa il sentimento idillico, con tanto più forza quanto la società era più artificiata e raffinata. L'idillio si presentava come contrasto tra l'onore e l'amore, tra la città e la villa, tra le leggi sociali e le leggi della natura. Naturalmente è l'amore o la natura che vince. La felicità posta nell' età dell' oro, cioè a dire fuori de' travagli e delle agitazioni della vita reale, nel riposo o tranquillità dell' anima, la vita rustica con quelle belleze della natura, con quella vita di godimento semplici, con quella spontaneità e ingenuità di sentimenti era quel naturale contraposto di un mondo convenzionale, che senti nell' Aminta e nel Pastore di Erminia. L'ideale poetico posto fuori della società in un mondo pastorale rivelava una vita sociale prosaica, vuota di ogni idealità. La poesia incalzata da tanta prosa si rifuggiva, come in un ultimo asilo, ne' campi, e là gli uomini di qualche valore attingevano le loro inspirazioni; di là uscirono i versi del Poliziano, del Pantano, del Tasso.’ Storia della Letteratura Italiana di Francesco de Sanctis, terza edizione (1872) vol. II p. 174, 196.[p. 253]idyllisch tegengif tegen de richting van de Hollandsche samenleving? Rodenburg zocht in dezen vorm, zoowel als in zijn heroïsch tooneelwerk, misschien een waardigen tegenhanger tegen de meer en meer in den volkstoon verwilderende klucht, evenals dit in Italië had plaats gehad1). Maar voor dergelijk sentimentalisme was de bodem hier niet geschikt, en de proeve slaagde niet. Wat kon Vondel zoovele jaren later nopen een onderwerp aan dit blijkbaar niet populaire genre te ontleenen? De maatschappelijke toestand van zijn tijd gaf er geene aanleiding toe, en de gelegenheid, waarvoor hij schreef, weert vanzelf het vermoeden, dat hij geleid werd door het motief, dat Rodenburg's pen bestuurd had. Ik durf zeggen, dat de strekking van het stuk wel degelijk het vermoeden wettigt, ‘als zou vrees om links of rechts iemant te hinderen of zijne overtuiging te moeten verbloemen, hem afgehouden hebben van het betreden eens staatkundigen bodems’2). Daarom was hem de vingerwijzing welkom, die het stuk van Rodenburg hem gaf, om onder den dekmantel van het herderskostuum zijne wenschen uit te spreken. Rodenburg heeft, zooals Alberdingk Thijm het uitdrukt3), ‘den Pastor Fido, uit de verte en met hoogst nuchtere tusschenvlechting van Hollandsche toespelingen gevolgd.’ Ik geef om de zaak zoo duidelijk mogelijk te maken, den inhoud van 't oorspronkelijke en de navolging in de noot4). 1)‘Come la commedia a soggetto era il pascolo della plebe, il dramma pastorale era il grato trattenimento delle corti, che ci trovavano un linguaggio più castigato e predicatore di virtù fuori di ogni applicazione alla vita pratica. Perciò, come la commedia divenne sempre più licenziosa e plebea, il dramma pastorale prese aria cortegiana, e quel mondo semplice della natura si manifestò con una raffinatezza degna delle nobili principesse spettatrici.’ De Sanctis, l. 1. p. 197. 2)J.A. Alberdingk Thijm, in De Gids 1879, I D., bl. 337, wiens woorden ik aanhaal, is van eene tegenovergestelde meening. 3)T.a. pl., bl. 336. 4)De inhoud van den Pastor Fido komt hierop neer: Een edel herder, Aminta genaamd, was door Lucrina, de wonderschoone, Ma senza fede a marviglia e vana, bedrogen. Hij had Cinthia om wraak aangeroepen, en zij zond dood en verderf onder de Arcadiërs. Men raadpleegde het Orakel, en dit verklaarde, dat het onheil kon worden afgewend, als Aminta de ontrouwe nimf, of eene andere van denzelfden stam, in hare plaats, aan Diana offerde. Maar Aminta verkoos liever zichzelf dan haar te dooden. Door die opoffering getroffen, benam Lucrina zich met hetzelfde staal het leven. En nu beval Diana, dat men jaarlijks eene vrouw of jonkvrouw zou offeren, waarvoor zich echter een plaatsvervanger uit hetzelfde land mocht stellen. Ten slotte wordt het Orakel op nieuw geraadpleegd, en op de vraag, wanneer die schrikkelijke plaag zou ophouden, had het geantwoord: ‘Non avrà prima fin quel che v'offende, Che duo femi del ciel congiunga Amore; E li donna infedel l'antico errore L'alta pietà d'un Pastor Fido ammende.’ Montano, priester der Godin, en afstammeling van Hercules, door dit orakel opgewekt, bewerkte, dat zijn eenige zoon Silvio plechtig verloofd werd aan Amarilli; eenige dochter van Titiro, die van Pan afstamde. Maar de bruigom had alleen hart voor de jacht, en wilde van liefde niets weten. En Amarilli werd vurig bemind door den herder Mirtillo, die doorging voor een zoon van den herder Carino, een Arcadiër van geboorte, maar die sedert geruimen tijd naar Elis verhuisd was. Zij, van haren kant, beminde hem evenzeer, maar durfde er niet voor uitkomen, uit vrees voor de doodstraf, waarmede de wet elke vrouwelijke ontrouw bedreigde. Maar ook Corisca was op Mirtillo verliefd: zij haatte natuurlijk hare medeminnares, en hoopte door haar dood Mirtillo aan zich te kluisteren. Zij weet eene samenkomst der gelieven in eene grot te bewerken. Door een Satyr verraden, worden zij beiden gevangen genomen, en Amarilli, die hare onschuld niet kon bewijzen, werd ter dood veroordeeld. Mirtillo wilde voor haar sterven, hetgeen de wet toeliet. De Priester Montano geleidde hem, zooals zijn ambt meebracht, ter dood, toen Carino, die hem ging opzoeken, toevallig ter plaatse kwam. Hij beminde hem als zijn eigen zoon. Om hem van den dood te redden trachtte hij te doen uitkomen, dat de jonge man een vreemdeling was, en dus niet gerechtigd om voor een ander te sterven. Maar zonder het te willen bracht hij daarbij aan den dag, dat zijn Mirtillo eigenlijk de zoon van Montano was. Deze, wanhopig dat hij zijn eigen kind ter slachtbank moest voeren, verneemt van een blinden wichelaar de ware beteekenis van het orakel: dat er nu een eind zou komen aan de ellende van Arcadia, zooals voorspeld was. Men zag nu in, dat Amarilli niemand anders dan Mirtillo kon huwen. Intusschen had Silvio, meenende een hert te treffen, Dorinda, die hem de vurigste liefde toedroeg, gewond, en door die omstandigheid veranderde zijne natuurlijke ongevoeligheid in liefdevol medelijden, ja liefde. Intusschen genas de wond gelukkig, en daar Amarilli met Mirtillo gehuwd was, mocht nu ook Silvio zijne Dorinda huwen. Ten slotte krijgt de berouwhebbende Corisca vergiffenis voor 't geen zij misdaan had, en wijkt in de schaduw terug. En nu de navolging. Ik ga het stuk, dat zeven bedrijven heeft, niet in alle bijzonderheden na, maar stip slechts dat aan, wat ter vergelijking met het landspel van Vondel kan dienen, waarbij ik mij gemakshalve bedien van den ‘inhoud,’ die vóór het spel geplaatst is. De ontrouw eener vrouw, door twist en bloedstorting gevolgd, was oorzaak geweest, dat Diana zoo in toorn werd ontstoken, ‘dat zy om Batavia te plaghen een al vernielende Pest zonde door 't gansche land. Daerbeneven datmen alle jaren heur opofferen zoude een Bataefsche maeght. De Batavieren overvallen zijnde met deze ellenden, verzochten meedoogen aen den Hemel, en door lange ootmoedige bede antwoorden 't Orakel dit navolgende: ‘Batavia niet eer en zult ghy zien op houwen De wreede droeve straf daer ghy meed zijt gheplaeght, Voor datter twee uyt liefd in Echte t' zamen trouwen Oock beyd' van Hemels bloed: en g'lijck ons heeft mishaegt D'ontrouw van Petronel, en dat verstorte bloedt Een ander door herts trouw die Vrouws ontrouheyd boet.’ ‘Nu wasser niemand in Batavia te vinden als Heereman, Hoogh-priester van Diana, afspruytende van Hercules, en eenen Zeeg-heer, van Pans afkomste, d'een hebbende een zoone, Woud-heer, en d' ander een dochter Orania, waer over deze twee vaders, ghenegen wezende tot het Vaderlands ruste, besloten het huwelijck, en verbonden Woud-heer en Orania in beloften om in d'echt te treden. Den voorzeyden Heereman had noch een zoone ghehad, Woud-heer ghenaemt, wezende d'eerste ghebooren, welcken zone hy had verlooren in 't jaer 1574, ten tyde als den Spangiaert Leyden beleghert hebbende, en heur Hoogmo. de Heeren Staten Generaal, beneven zijn Extie de Prins van Orangie, tot ontzet vande Stadt de Land-scheyers-dijck hadden laten doorsteken, met een springhvloed, welcke ebbe mede nam een driftich wieghsken: waer door Heereman zijne zoone verloor. 't Zelve wieghsken werden aenden oever vanden Rijn ghevonden met het kindeken, door eenen Vrede-rijck, die 't kind berghden, en vermits hy 't vond in een wieghsken van Cypreschhout gemaeckt, noemden 't kind Cypriaen, en voeden 't op ghelijck zyn eyghen. 't Was nu zo, dat alhoewel het huwelijck met Woud-heer en Orania gheraemt was, dat Woud-heer gheen beweghingh van liefde hadde, maer zich alleen vermaeckte in 't jaghen en 't waeyen. Ten zelven tijde was Cypriaen door zijn ghewaende, of ghevonden vader Vrederijck ghezonden om zijn studie te vervolghen te Leyden, en 't ghebeurde dat Orania op den tweeden October, als de vertooninghen aldaer gheschieden vande belegeringe en ontzet der zelver stede, vanden Haghe te Leyden was ghekomen, om die wonderbare wercken en ghenade Godes speel-wijs afghebeeld te zien.’ Zoo maakten zij kennis, en hij werd terstond smoorlijk op haar verliefd. Ook zij werd hem genegen, maar omdat zij met Woud-heer verloofd was ‘weer-liefden zy hem heymelijck, maer zonder 't zelve hem te laten blijcken.’ Intusschen had Woudheer ook zijne koelheid afgelegd en had zich tot weerliefde laten bewegen door zekere juffer Theodora, die hem beminde. Ten gevolge van een samenloop van omstandigheden, door eene jaloersche medeminnares verwekt, wordt Orania onschuldig ter dood verwezen. Cypriaen, dat vernemende, ‘begheeft zich ter dood in heur plaats, ende schenkt heur 't leven, als trouwe liefdens blijck. En gebrocht zijnde ter plaetse waer de offerhande zoude geschieden, quam daer by ghevalle Vrederijck, die vindende zijn ghevonden zoone Cypriaen in doodts noodt, begheerde voor hem te sterven. D' Hoogh-priester onderzoekende het stuck, ontdeckt dat Cypriaen zijn eyghen zoon was, met groote verheugingh, dies hy huwt met Orania en Theodora met Woud-heer: waer doort orakels voorzichte volbrocht was, en Batavia bevrijdt vande peste, en het op-off'ren van een maeght alle jaer.’[p. 254]Zien wij thans, hoe Vondel zijne taak heeft opgevat, door do omtrekken te schetsen der handeling, die in een denkbeeldig ‘Leeuwendael’ voorvalt. Bij zeker tumult hadden Warandier, een zoon des Woudgods, en Duinrijck, een zoon van Pan, die den vrede wilden herstellen, het leven ingeschoten. Sedert dien tijd waren de Noord- en Zuidzij [p. 255]der streek, ‘door haet en nijt gedeelt,’ en voerden onophoudelijk strijd: de Zuidzij onder Lantskroon, de Noordzijde onder Vrerick, die beiden den titel van ‘Heerschappen’ dragen. De eerste heeft Warandier's zoon Adelaert als zijn kind aangenomen en opgevoed. Duinrijck's weduwe was op de vlucht gegaan, en gestorven, nadat zij eene dochter had ter wereld gebracht, die, door hare zoog- [p. 256]moeder Kommerijn te vondeling gelegd, van den Heemraad der Noordzij, Volkaert, gevonden, en door de zorg van Grooten Vrerick, onder den naam van Hageroos, was groot gebracht. De landzaten boeten hunne misdaad door jaarlijks, op het gebod van Pan's priesteres, een jongeling, door het lot aan te wijzen, aan den moordlust van zekeren vervaarlijken ‘Wildeman’ prijs te geven. Dat offer zou eerst ophouden, en aan het wederzijdsch krakeel een einde komen, als het dubbelzinnige orakel vervuld was, dat zei: ‘wanneer de wilde boog Pan zelf micke naer zijn hart.’ Dat die duistere orakeltaal door niemand wordt verstaan, spreekt vanzelf. Inmiddels zijn twintig jaren voorbij gegaan, en Hageroos is tot eene schoone jonkvrouw opgegroeid. Dat Adelaert op haar verliefd wordt, is niet te verwonderen: meer misschien, dat zij preutsch en hooghartig den minnaar afwijst, die haar te voornaam is door [p. 257]zijne geboorte en ons wat te sentimenteel-poëtisch lijkt. Zelfs als hij haar, die op de jacht door een kinkel aangerand was, ontzet, is zij wel dankbaar, maar weigert hem toch hare wedermin. Evenwel die koelheid is misschien meer gemaakt dan waar: in allen gevalle ‘Z' ontveinst haer minne, en weet zich wonderlijck te wachten.’ Terstond na die weigering krijgt Adelaert de tijding, dat het lot hem heeft aangewezen als slachtoffer van den Wildeman, en hij is gelukkig weldra van den last des levens bevrijd te zullen zijn. Hageroos daarentegen is diep bedroefd. Maar nog heeft hare maagdelijke fierheid de overhand, en zij slaat de bede van Heereman, den Heemraad der Zuidzij, af, om den Wildeman in hoogtijdsdos, met muziek en wijn en lekkernijen te gemoet te gaan, hem dronken te maken en in slaap te sussen; ofschoon als hij tot den volgenden dag doorronkte, het gevaar voor Adelaert zou geweken zijn, daar slechts één dag in 't jaar voor het offer bestemd is. Lantskroon is diep ter neer gedrukt: hij wil een ander in 's jongelings plaats gesteld, of nog eens overgeloot hebben. Zijne smart is inderdaad aandoenlijk; maar Vrerick verzet zich daartegen en dringt aan op 't brengen van het aangewezen offer. Eindelijk geeft Lantskroon toe, omdat anders de Wildeman allen mocht in 't verderf storten, terwijl buitendien ‘Godtvruchtigheit verbiedt de Godtheit te verkorten.’ Adelaert is in zijn lot getroost. De Wildeman genaakt en maakt zich onder eene snorkende toespraak gereed den jonkman te doorschieten: daar komt Hageroos aangevlogen en plaatst zich vóór haar minnaar. Zij bekent nu, dat ze hem lief heeft en haar leven voor het zijne wil ten offer brengen. 't Is een liefelijk tooneel, als de een den ander van den dood wil redden; 't doet denken aan een dergelijk voorval in den Floris en Blancefloer. De Wildeman is op het punt van beiden te doorschieten; maar ziet, daar verschijnt Pan en zegt: ‘Hou op, o Wildeman: gehoorzaem ons gebeden: Ontspan den wilden boogh; nu mickt ghy naer ons hart. Het huwlijck van een paer, geteelt uit Ackergoden, Vereenigh' Leeuwendael, na zooveel twist en smert.’[p. 258]Kommerijn, ter goeder uur uit den vreemde teruggekeerd, lost het raadsel op, door te verhalen wiens kind Hageroos is. Nu blijkt, dat het duistere orakel vervuld werd, want ‘Dees maeght is 't hart van Pan, haer grootvaer en behoeder.’ De gelieven worden dan vereenigd; Lantskroon jubelt in de herstelde eensgezindheid, en besluit: ‘Ick stel my heden in, gelijck een Vredevader, Op dat men haet en nijt, als in een graf, bedelf, De Noortzy blijf voortaen een vryheit op zich zelf, Zyn Heemraet onderdaen. Dat Volkaert daer regeere Ten beste van het volck, en twist en onheil keere.’ En ten slotte, dank aan God, ‘Die in verlegenheit zijn kinders redden kan, Hen zegent, na den vloeck, en op der vromen bede, Door lanttwist baert den wegh tot rust, en pais, en vrede.’ Men ziet bij den eersten oogopslag, dat Vondel, ofschoon hij alles behalve eene navolging van Guarini's stuk gegeven heeft zooals Rodenburg bedoelde, toch een aantal trekken aan den Pastor Fido ontleend heeft; maar tevens, dat er in de Leeuwendalers ook bijzonderheden voorkomen, die niet in deze bron gevonden worden. Hij was er het denkbeeld aan verschuldigd van het jaarlijksch zoenoffer; van een dubbelzinnig orakel; van jongelieden, die afstamden van de Goden; van een geheimzinnig opgevoed kind; van den strijd der gelieven om voor elkander te sterven; eindelijk van de verlossing van het land uit de ellende door een huwelijk. Maar bij Vondel is het niet de jonkman, die afkeerig is van het meisje, maar juist andersom. Hoe kwam hij aan die omgekeerde verhouding? Zij werd hem aan de hand gedaan door Tasso's Aminta, waaraan hij ook het incident ontleende van de aanranding van Hageroos op de jacht en hare verlossing door haren minnaar, zoowel als de verandering, die ten slotte in het gemoed der halsstarrige schoone plaats grijpt1). 1)Ziehier ter vergelijking een zeer beknopt overzicht van den inhoud van den Aminta. Aminta, een herder, die van kindsbeen af zijn hart gehangen heeft aan de nimf Silvia, wordt juist daarom van haar niet weder bemind, maar gehaat; want, zegt ze, ‘odia la mia onestate.’ Zij was onvatbaar voor de liefde; haar eenig genot was de jacht: ‘Il mio trastullo È la cura dell' arco e degli strali; Seguir le fere fugaci, e le forti Atterrar combattendo.’ Nu gebeurde het, dat Silvia bij de bron van Diana door een Satyr verrast en aan een boom gebonden werd, zoodat haar het ergste te vreezen stond. Ter goeder uur komt Aminta haar te hulp en verjaagt het monster. Hij had nu, meende hij, gegronde hoop, dat Silvia met dankbare liefde die hulp zou vergelden; maar hij bedroog zich, en dit bracht hem tot volslagen wanhoop. Hij vernam weldra, dat zij op de jacht door wolven verscheurd was; en door smart vermeesterd, wilde hij haar niet overleven, maar stortte zich in een afgrond. Hij was intusschen door een valsch gerucht misleid: Silvia was niet dood, maar had zich door de vlucht gered. Van hare gezellin Dafne verneemt zij het ongelukkig uiteinde van den herder, en nu doet het medelijden haar haat in liefde veranderen, en zij besluit dan op hare beurt zich te dooden om haar ongelukkigen minnaar in het volgende leven te troosten. Vooraf wil zij zijn lijk begraven. Maar in het dal gekomen, waar Aminta zijn einde zou hebben gevonden, blijkt hij nog te ademen. Door struiken was zijn val gebroken, en daardoor de afloop niet doodelijk geweest. Als Silvia zich op zijn lichaam neerwerpt en hem hartstochtelijk liefkoost, worden daardoor zijne levensgeesten weer opgewekt; en men begrijpt, dat het stuk besloten wordt door het huwelijk der beide gelieven.[p. 259]De twee, als drama geheel onvoldoende Italiaansche herdersspelen1) mogen Vondel de gegevens tot zijn ‘Lantspel’ geleverd hebben, ‘hij heeft met een alvermogend meesterschap die gegevens tot een geheel verwerkt’2), tot een meesterlijk schoon tafereel, 1)Fr. de Sanctis zegt in zijne Storia della Letteratura Italiana, terza edizione, Vol. II p. 190: ‘L'Aminta non è un dramma pastorale e neppure un dramma. Sotto nomi pastorali e sotta forma drammatica è un poemetto lirico, narrazione drammatizata, anzi che vera rappresentazione, come erano le tragedie e le commedie e i così detti drammi pastorali in Italia.’ En p. 200: ‘Il Pastor Fido è così poco un dramma come l' Aminta, anchorchè ne abbia maggiore apparenza nel suo meccanismo. Ma la sua vita organica è quelle medesima dell' Aminta, suo specchio e sua reminiscenza, e tutti e due sono poemi lirici, narrazioni, descrizioni, canti, non rappresentazione. Le situazioni drammatiche si sviluppano fuori della scena, e non te ne giunge sul teatro che l'eco lirica.’ 2)J.A. Alberdingk Thijm in De Gids, 1879, I D., bl. 343.[p. 260]dat hij daarenboven in eene geheel andere, eigenaardige lijst plaatste1). Het valt licht in te zien, dat hier eenheid van gedachte wordt aangetroffen niet alleen, maar ook meer gang dan in de meeste tooneelspelen van onzen dichter2). Deels is daaraan de aantrekkelijkheid van het stuk toe te schrijven; maar zeer zeker ook aan de levendigheid, waarmee de beide hoofdpersonen, Adelaert en Hageroos, geteekend zijn. Vooral de laatste is zeer natuurlijk: een flink karakter, vol gevoel van eigenwaarde; en zoo hare preutsch-heid hier al niet voldoende gerechtvaardigd is, zij gaat op de geleidelijkste wijze in opofferende liefde over. Maar er komt ook nog dit bij, dat werkelijk, zooals Verwijs in de inleiding op zijne uitgave van het stuk zei: ‘Vondels landspel onder zijne hand geheel nationaal is geworden: de handelende personen, het landschap, de beelden zijn zuiver Nederlandsch, al heet dan ook het stuk in Arcadië te spelen, en al moge de invloed der Italiaansche 1)Eene nauwkeurige vergelijking van de Leeuwendalers met de genoemde Italiaansche gedichten, zal doen uitkomen, dat Dr. Jan Ten Brink den Pastor Fido niet duidelijk voor den geest had, toen hij in De Gids van 1864, IV D., bl. 121 schreef: ‘Dat Vondel Aminta tot model zijner Leeuwendalers bezigde, zal.... moeyelijk te ontkennen zijn.’ Minder juist is dan ook de voorafgaande beschouwing (bl. 117): ‘Schoon het even gemakkelijk is aan te toonen, dat Vondel zoowel den Aminta als den Pastor Fido voor oogen had, toen hij zijne Leeuwendalers bewerkte, is de overeenkomst met het eerste kunststuk sprekender, dan de toevallige aanrakingspunten met het tweede (?!). De hoofdfiguren van den Aminta staan in het naauwste verband met de Hageroos en den Adelaert uit de Leeuwendalers. De hopelooze liefde van Aminta en Adelaert en de kokette afkeer van Silvia en Hageroos zijn op dezelfde wijze gemotiveerd, mocht de ontknooping om de verschillende oekonomie der beide herderspelen ten eenemale uiteenwijken.’ Van Helten, die in zijn: Iets over den Italiaanschen oorsprong der Leeuwendalers (Tijdschr. voor Nederl. taal- en letterk. II, bl. 61 vlg.) de drie herderdrama's vergelijkt, komt dan ook tot het besluit, dat Vondel's schepping in hoofd- en bijzaken, karakterteekening en bewerking, in elementen der fabula, in uitdrukkingen en voorstellingen herhaaldelijk aan Guarini's, zelden aan Tasso's tooneelwerk herinnert. 2)Van Lennep getuigt, Vondel, V D., bl. 676, dat onder alle tooneelstukken van Vondel ‘er wellicht niet een is, dat, als drama beschouwd, het in voortreffelijkheid wint van (dit) stuk..... niet een, dat zoo in allen deele aan de vorderingen der Kunst voldoet.’[p. 261]school op enkele plaatsen doorschemeren.’ Dat de toon geheel anders is dan bij de zoetsappige Italianen, valt ook sterk in het oog. Maar het puntige ontleende het stuk toch aan de herinneringen, die het opwekte. Men verwondert zich misschien, dat de politieke toespelingen zoo gering zijn in dit gelegenheidsspel, en de overeenkomst tusschen werkelijkheid en poëzie zich schijnt te bepalen tot den gestoorden en herstelden vrede en de vrijverklaring der Noordzij. Maar de staatkundige beteekenis steekt meer in den geest dan in de feiten van het stuk. Dit zal vooral uitkomen, wanneer wij het oor leenen aan de gesprekken, tusschen de wederzijdsche Heemraden en Heerschappen gevoerd. Vondel kon zich niet te veel in de historie van den nu besloten oorlog verdiepen, omdat hij, na zijn overgang tot de Roomsch-Katholieke Kerk, daaromtrent geheel andere denkbeelden was gaan aankleven dan die hem bij het schrijven van zijn Pascha bezielden; omdat hij thans ‘noch voor de helden van den vrijheidsoorlog, noch voor de zaak, welke zij hadden voorgestaan, de geringste sympathie voelde’1). Noch de zegen van de bevochten onafhankelijkheid, noch die van de verworven gewetensvrijheid kon dus met gloeiende kleuren door hem worden gemaald. Maar met den vrede op zichzelf kon hij ingenomen zijn, en jubelen over het ophouden van de rampen, die de oorlog baart. En dit thema heeft hij dan ook aangegrepen en op voortreffelijke wijze dramatisch aanschouwelijk uitgewerkt. In eene voorafspraak, die door losheid van toon uitmunt, wijst hijzelf de allegorie in zijn stuk aan: ‘Hoe dit kleine Leeuwendael Durf heel Neerlant overschreeuwen, Dat met wapenen, vol leeuwen, (Nu getoomt, en mack, en tam) Brullende te velde quam. Lantskroon houde 't woort van Spanje, Vrerick ga hier voor Oranje, Heereman van genen kant, Volckaert hier, voor Staet van 't lant, Dat gereten aen twee deelen, Zuidt- en Noortzy hoort krackeelen.’1)Van Lennep in Vondel's Werken, V D., bl. 678.[p. 262]Maar hij wenschte, dat men niet te diep in die allegorische beteekenis zou omsnuffelen: men mocht er venijn uit trekken1). Er komt in het stuk vrij wat voor, betrekkelijk het verschil van inzicht tusschen de aristocratische Staten-partij en den aanhang der Stadhouders: dit te doorgronden kon aanleiding geven tot een wanklank in de algemeene harmonie. Maar het was niet het ergste. Voor den dichter immers zou het gevaarlijker zijn, als men er zijne vrij wat on-Nederlandsche gedachten uit opdiepte. En daartoe behoefde men niet eens lang te zoeken. Vooreerst blijkt al spoedig, dat hij de oorzaak van den strijd in geen zeer edele beweegredenen zocht. Als Vrerick toch van de ‘ondanckbre tijden’ gewaagt, zegt Lantskroon: ‘Ondanckbaer wel te recht voor veel genoten goet, In pais, die neering baerde, en weelde, en overvloedt, Die baerden hovaerdy, verwaent en trots, en smadich: Zo quam de tweedraght voort, en bijster en baldadig;’ en dit wordt hem door niemand tegengesproken. Dan springt het in 't oog, dat de uitslag van den oorlog den dichter maar weinig bevredigde. Zijn ideaal was blijkbaar gelegen in een huwelijk tusschen Zuid en Noord, en niet in die ‘Vryheit op zich zelf’, welke in zijn drama zonderling uit de lucht komt vallen. Zijne vooringenomenheid met de mannen van het Zuiden blijkt niet minder uit de rollen, die hij hunnen vertegenwoordigers in het stuk toedeelt. Zoo de boeren van weerskanten elkander niet veel te verwijten hebben, de Heemraad der Zuidzijde is met vrij wat schooner kleuren gemaald, dan die van 't Noorden; maar vooral wordt Lantskroon veel flinker en edelaardiger voorgesteld dan Vrerick. Diens grootste verdienste ligt in hetgeen hijzelf aldus uitdrukt: ‘Mijn naem is rijck van vreê: 't is vrede al wat ick wensch.’1)In de opdracht zegt hij: ‘Honigbijën zullen uit deze bloemen niet dan honigh en neckter zuighen. Indien by ongheval een spinnekop hier venijn uit trecke, het komt by haeren aert, niet by de bloem toe. De Voorredenaer zal het wit van dit werck ontvouwen. Wie hier te diep in verzinckt, en neuswijs in alle personaedjen, vaerzen en woorden, geheimenissen zoeckt, zal ze er niet visschen.’[p. 263]Datzelfde wenschen ook Lantskroon en de zijnen: maar aan de Noordzij houdt men meer het eigen-, dan het algemeen belang in 't oog. Men oordeele: Lantskroon. ‘Mijn Heemraet Heereman wenscht hartelijck om vreê. Vrerick. Mijn Heemraet Volckert wenscht uit al zijn hart dit meê. Lantskroon. De vroomsten onder ons zijn oock tot pais genegen. Vrerick. De slimsten onder ons versteuren zulck een' zegen. Lantskroon. De slimsten onder ons zijn van geen' beter aert. Vrerick. De baetzucht treckt genot uit 's anders qualijckvaert.’ Welnu, 't is aan de Noordzij, dat ons die baetzucht geschilderd wordt; b.v. in dit gesprek: Volkaert. ‘Wat zoeckt ghe, rust of twist, en altijt wint te breecken? Zoo raeckt men niet gelijck; zoo wort geen dorp geredt. Warner. Hoe roept men dus om vrede? Ik kan den vrede missen. Het spreeckwoort zeit: in troebel water is 't goet visschen, Want geen krackeel zoo klein, men haelt 'er voordeel uit. Waer slagen vallen, valt gemeenelijck goe buit. Volckaert. Zoo woudtghe om eige baet den pais wel eeuwigh derven, Al zou 'er jaer op jaer een lanst of tien om sterven? Warner. Men sterft maer eens. Wie sterft, die is zijn' kost gekocht.... Men vint' er meer dan ick, die passen wat te hebben. Een ieder vlamt op winst. De spinne spint haer webben Om winst: om winningh vlieght de bye naer beemt en bosch. Om loutre winningh zit de vliegh op koey en ros;.... Om winningh loopt de kat uit muizen in het velt. Als ick 'er vet by wordt, wat roert my wien het geldt.’ De Catsiaansche beelden zijn niet zeer edel, maar passen volmaakt in den mond, die den laatsten regel uitspreekt. Dit staaltje is genoegzaam om te doen zien, waar 's dichters sympathie was. De Katholieke Zuidzij trekt zijn hart. Het Noorden [p. 264]wordt met eene vrij wat zwarte kool geteekend. Geen woord van de opofferingen, die men zich daar getroost, van de verdrukking, die men verduurd had; geen zweem van ingenomenheid, zelfs niet met de staatkundige zijde van 't geschil. De verhevenste, edelaardigste gevoelens komen aan de Zuidzij voor; en geen wonder, Adelaert is de pleegzoon van Lantskroon, den rechtmatig gekroonden Heer dezer landen: een edele aard is alleen het erfdeel van wie eerbied heeft voor de Majesteit van den Spaanschen Monarch. Het stuk was kort voor het sluiten van den vrede, waartoe de onderhandelingen lang sleepten, tot stand gekomen, en werd na de afkondiging van het verdrag, zoowel reeds vóór als na de officieele feestviering van 5 Juni, vijf maal kort achter elkander vertoond1), maar verdween toen van het tooneel. Men beschouwde het dus als een gelegenheidsstuk, zonder meer: de echt dramatische en dichterlijke eigenschappen, die het boven het gewone peil doen uitmunten, werden over het hoofd gezien. Of deed de Spaansche geest, die er in doorstraalde, het van het répertoire schrappen? Dat Vondel zich in dit tijdperk zijns levens meer en meer tot de hoogte van den dramatischen dichter wist te verheffen, blijkt niet slechts uit de Leeuwendalers, maar ook uit het treurspel, dat kort daarop, in 1648 het licht zag: de Salomon, na het zooeven behandelde stellig het beste van Vondel's tooneelstukken, die wij vooralsnog leerden kennen2). De hoofdgedachte is dramatisch en tragisch, ofschoon die eigenschappen bij de bewerking grootendeels verloren gingen, omdat de dichter zich te angstig aan de Bijbelsche overlevering hield. Salomon, door voorspoed en weelde opgeblazen, ‘verslingerde al te jammerlijck op Koning Hirams dochter, hier Sidonia genoemt’ (Inhoudt), en wel zoo, dat hij zich liet verleiden om aan de Godin Astarthe te offeren, ‘waer over Godt met een onweder van gramschap tegens hem uitborst,’ en door den Profeet Nathan hem oorlog, verwoesting en ellende, tot straf zijner misdaad, liet aankondigen. 1)7, 11, 14 Mei; 2 en 23 Juli 1648. Zie het opstel van C.N. Wybrands in de Dietsche Warande, X D., bl. 423 vlgg. 2)In zijn geheel afgedrukt in: Penon's ‘Nederl. dicht- en prozastukken.’ IV, bl. 183 vlg.[p. 265]‘In dit treurspel wort geen bloet, maer [eene] groote ziel gestort,’ heet het in de opdracht aan Joost Baeck; en de oorzaak van dien val wordt aldus geschetst (V, 609): ‘Het misbruick van Godts overvloedige gaven, de wellust, en begeerte tot verbode schoonheden teelen zulck eenen oegst van schrickelijcke jammeren, en leveren stof om dit treurtooneel te stichten op dien deerlijcken afval des allergezegensten Konings, die naulix Godts tempel volbouwt en geheilight hebbende, zich zelven door het bewieroocken der afgoden, en d' allergruwzaemste offerhanden zoo lasterlijck ontheilighde.’ Wie ziet niet in, dat dit het thema kon zijn van een zeer treffend treurspel? Maar dan moest een krachtig koning voor ons optreden, in den bloei der jaren, beheerscht door een onbedwingbaren hartstocht, waaraan hij eindelijk willens en wetens, onder den invloed van Sidonia's lonken, en voortgezweept door zijn overmoed, zijn God en zijn geloof ten offer brengt; om dan, tot bezinning gekomen, van zijn geweten aangeklaagd, door de profetie van den Godsgezant verpletterd te worden. Maar in steê van zulk een koning, in staat alle tragische snaren in onzen boezem te doen trillen, hebben wij te doen met een zwak, nietswaardig Vorst, die hoogstens een alles behalve tragisch mededoogen, maar niet de minste sympathie opwekt. Hij is afgeleefd en niet meer voor de regeering berekend: ‘Zijn hoogen ouderdom zoeckt rust. De Vorst wordt ouder, En zwack, en onbequaem tot zulck een lastigh pack.’ Zoo schildert hem een zijner vertrouwden, het hoofd zijner lijfwacht. En die grijsaard is verliefd. Dat is op zichzelf reeds eer comisch dan tragisch. Door zijne zinnelijke drift loopt hij aan den leiband eener uitgeleerde coquette, en van den anderen kant laat hij zich kneden als was door den Hoogepriester Sadock. Hooren wij hemzelf: ‘Hoe beeft mijn hart! Wat raet? Ick drijf verbaest in 't midden Van Godt, en afgodt. Och, wien staet my aen te bidden? Te wieroocken? Helaes, wat zijde kieze ik nu? Een worrem knaeght mijn hart, van Sidons godtheit schuw; En ondertusschen blaeckt de Min het onder 't knagen. Hoe kan men Sadock en Sidonia behagen, Al t' effens? Wie van bey zal Salomon gebiên?’[p. 266]Behoeft men zich nu te verwonderen, dat die man, nauwelijks een man meer, wankel is als de zee, en dan eens belooft den wensch zijner geliefde te vervullen, om weldra, zonder veel kamp, aan Sadock het tegendeel te beloven, en ten slotte evenwel toch, na allerlei nietige uitvluchten, in de zonde te vervallen? Even natuurlijk is het, dat hij op één donderslag ineenkrimpt, en zich voorts van zijne onderzaten laat beschimpen. Eindelijk, als Nathan hem de les leest: ‘Hy gaet verstomt naer binnen.’ Het is wel niet noodig op andere zwakheden van het stuk te wijzen, b.v. op de gerekte theologische redeneeringen, die het geheele eerste bedrijf vullen, of op de lange verhalen, die als versiering bedoeld, juist eene tegenovergestelde werking hebben. Dit is bijzaak, terwijl in de hoofdzaak deze tragedie reeds blijkt niet aan de eischen van de Kunst te voldoen. En dit hoofdgebrek wordt niet weggecijferd door de erkenning, dat de typen van den zwakken, weifelenden koning en der behendige sirene goed zijn geschetst. Karakters in den eigenlijken zin zijn het niet; en in allen gevalle zou zelfs daardoor de tragedie als zoodanig niet worden gered. In 1654 verscheen de Lucifer. Na den Gysbreght is dit stellig het meest bekende, althans het meest besproken van Vondel's tooneelstukken. Sedert geruimen tijd heeft zich bij onderscheiden Critici de overtuiging gevestigd, dat deze tragedie vooral onze aandacht verdient, omdat zij eene merkwaardige, vrij doorschijnende staatkundige allegorie beöogt. Die bedoeling des dichters bleef tot in onze dagen onopgemerkt. Dit was zeker vreemd, en men heeft daarin zelfs aanleiding gevonden om die nieuwe ontdekking voor ongegrond te verklaren. Maar naar mijne meening springt het doel zoo duidelijk in het oog, dat het door de zonderlinge verblindheid van vroeger dagen niet kan worden weggecijferd. Trouwens van niemand behoeft ons zoo iets minder te verwonderen dan van den dichter der hekeldichten, van den Palamedes, en van zoovele andere tooneelstukken, die of geheel op politieken bodem staan, of waarin allerlei toespelingen op de staatkundige gebeurtenissen schuilen. Ja, alles schijnt er op te wijzen, dat hier de politieke bedoeling van overwegenden invloed [p. 267]is geweest op de samenstelling van het drama. Wij zullen ons daarom in de eerste plaats met dezen kant van het vraagstuk bezig houden. Men heeft het Vondel wel eens als een groven misslag toegerekend, dat hij hier Engelen heeft geschilderd met menschelijke hartstochten en neigingen. Die aanklacht verdient zelfs geene weerlegging: in welken anderen vorm zou hij ze op het tooneel hebben kunnen brengen? Wel mag men vragen: heeft hij ze ook al te menschelijk voorgesteld? heeft hij niet in zijne schildering van den opstand tegen God kleuren gebezigd, die aan het tafereel zijn hemelsch karakter ontnemen? bijzonderheden vermeld, die in de oogenschijnlijke lijst niet passen en ons een glimlach afdwingen? - tenzij men aanneme, dat hij dit met voorbedachten rade, met een bepaald doel gedaan hebbe. Bij eenige oplettendheid moet men deze onderstelling als de juiste aannemen, en het besluit opmaken, dat de te ver gedrevene, in haarfijne bijzonderheden uitgewerkte verzinnelijking van het geestelijke, zoowel als enkele afwijkingen in het karakter van Lucifer zelf, met bewustzijn in het drama gebracht werden, omdat Vondel daarin ‘eene verbloemde voorstelling van den opstand der Nederlanden tegen Filips’ wilde geven. Op eene mogelijke allegorie had de Dichter zelf ons al voorbereid, als hij in de opdracht getuigt van zijn held, dat deze ‘ten spieghel van alle Ondanckbare Staetzuchtigen, zijn treurtooneel, den hemel, bekleet;’ en verder: ‘op dit rampzalige voorbeeld van Lucifer volghden sedert bykans alle eeuwen door, de wederspannige geweldenaers, waervan oude en jonge, historiën getuigen, en toonen hoe gewelt, doortraptheit en listige aenslagen der ongerechtigen, met glimp en schijn van wettigheit vermomt, ijdel en krachteloos zijn, zoo lang Godts Voorzienigheit de geheilighde Maghten en Stammen handhaeft, tot rust en veiligheit van allerhande Staeten.’ Dat hij met Lucifer den Prins van Oranje kon bedoelen, zal na hetgeen ons uit de Leeuwendalers is gebleken, niet twijfelachtig zijn; te minder, als men weet, dat hij met dien naam herhaaldelijk het revolutionair beginsel bestempelt, en in 't bijzonder den zelf-zuchtigen oproermaker, terwijl hij sedert 1639 Willem Van Oranje in dat licht had leeren beschouwen. [p. 268]Evenzoo treedt God in de plaats van den Koning van Spanje, en Adam verbeeldt den Kardinaal van Granvelle, ‘Een aerdtworm, uit een' klomp van aerde en klay gekroopen,’ over wiens verheffing Lucifer klaagt: ‘Zoo zal een vreemdeling, een worm, het hooghste woort Hier boven voeren, en een ingeboren zwichten Voor vreemde heerschappy?’ Houdt men dit in het oog, dan zal men menige uitdrukking kunnen verklaren, die anders onbegrijpelijk moest schijnen bij een man van zooveel smaak en ontwikkeling als Vondel. Het zou de grenzen van dit werk verre te buiten gaan, wilden wij al de plaatsen en uitdrukkingen aanwijzen, die de allegorische bedoeling duidelijk maken en wederom uit deze hare verklaring ontvangen. Ik moet naar monografiën verwijzen1). Ik mag evenwel niet verzwijgen, dat een man van talent, Dr. N. Beets, tegen deze zienswijze is opgekomen2). Hij is van oordeel, dat de voorstanders dier meening ‘veel te ver gegaan’ zijn, door zich bij Vondel in dezen ‘een bepaald opzet en beredeneerd plan voor te stellen.’ Zijn hoofdargument is, dat zoo Vondel werkelijk bedoeld had, wat wij hem toeschrijven, hij dan ‘in de uitvoering van zijn plan zoo weinig geslaagd zou zijn, dat twee eeuwen hebben moeten verloopen eer het door iemand werd bemerkt of zelfs vermoed.’ Hij zou dus ‘een allezins ondankbaar werk’ verricht hebben; want ‘men doet zulke dingen toch gewoonlijk niet dan in de hoop dat ten minste iemand den malice bemerke of vermoede, niet zonder eenen enkelen intime in het gewichtig geheim in te wijden. Van het een noch het ander eenig blijk.’ Noch vriend noch vijand heeft er eene politieke allegorie in gevonden: zelfs niet zij, die naar toespelingen zochten. Desniettemin kan Beets zelf ‘menige toespeling’ niet over het hoofd zien; en hij loochent dan ook de mogelijkheid niet, ‘om 1)Zie Van Lennep's aanteekening, Vondel's Werken, VI D., bl. 302-319, en mijn eigen opstel: Vondel's Lucifer, eene politieke allegorie, in den Overijsselschen Almanak van 1849. 2)In het tweede stuk zijner Verscheidenheden, bl. 137 vlgg.[p. 269]te midden der verhevene tafereelen, waarop de Dichter (ons) in zijnen Lucifer onthaalt, en als daardoor heen, den byzonderen historischen achtergrond te zien doorschemeren, uit welken de Dichter somtijds geput, naar welken hy dikwijls omgezien heeft, en op welken hem, al ware het zijns ondanks, menige toespeling mag ontsnapt zijn.’ En aan het einde van zijn opstel geeft hij nogmaals toe, ‘dat Vondels persoonlijke denkwijze, niet alleen over opstand tegen gestelde machten in het algemeen, maar bepaaldelijk ook over den afval der Nederlanden, op de behandeling van zijn onderwerp invloed had gehad, en voor den zeer aandachtigen beschouwer in meer dan eene, hetzij dan gewilde of onwillekeurige, toespeling doorschemert.’ Maar als nu de ‘zeer aandachtige beschouwer’ ontdekt, dat de ‘toespelingen’ zoo veelvuldig, en van dien aard zijn, dat ze, gelijk wij straks nader zullen aanstippen, het geheele beloop van het stuk en het karakter van den hoofdpersoon beheerschen, heeft hij dan nog geen recht aan ‘een bepaald opzet en beredeneerd plan’ te denken? Neemt hij dat niet aan, dan blijft hem niets over dan Vondel als kunstenaar al zeer laag te stellen; en daartoe wettigt, mijns bedunkens, de studie van 's Dichters werken niet. Zeer onlangs is Dr. Jan Te Winkel ook tegen mijne uitlegging van den Lucifer opgekomen1). Volgens hem ‘was de opstand tegen Spanje te lang geleden; de overwinningen op de Spanjaarden waren door Vondel te dikwijls bezongen, de worsteling was te roemrijk bekroond door den vrede, dien ook Vondel verheerlijkte, dan dat het ons gemakkelijk valt, die strekking aan den Lucifer toe te schrijven. Veel meer dan in het verleden leefde Vondel in het tegenwoordige; in 1654 was er voor onzen dichter niet de geringste aanleiding om een vóór zijne geboorte begonnen en sinds lang voldongen feit meer te willen hekelen.’ Maar toch erkent hij: ‘de Lucifer is ongetwijfeld een politiek stuk, en in de opdracht geeft Vondel dat ook zelf te kennen.’ Het is echter de Engelsche geschiedenis, het drama, waarin Karel I en Cromwell de belangrijkste rollen spelen, dat hem voor oogen stond. Intusschen ‘moet men zich niet voorstellen, dat Vondel dit stuk heeft geschreven met het vaste plan om een staatkundig hekelspel te 1)Bladzijden uit de Gesch. der Ned. Letterk., bl. 263 vlgg.[p. 270]vervaardigen, maar veeleer denken, dat hem onder het bewerken zijner stof van zelf in de gedachte kwam, wat hij in den laatsten tijd in Engeland had zien gebeuren, en wat zulk eenen indruk op hem gemaakt had, dat hij niet kon nalaten, half onwillekeurig en zijns ondanks, daarop onder het schrijven nu en dan te zinspelen: of zich te uiten in woorden, die hem nog vast in het hoofd zaten, omdat hij er zich van had bediend bij het beoordeelen van de Engelsche omwenteling.’ Ik beken, dat de laatste volzin mij niet volkomen duidelijk is, evenmin als de soortgelijke uitspraak, straks van Beets aangehaald. Ik meen er echter uit te mogen afleiden, dat de schrijver Vondel al zeer losjes met de samenstelling van zijn drama laat omspringen. Vondel leefde in het tegenwoordige: ja, maar hoezeer hij met de gebeurtenissen van den opstand tegen Spanje vervuld bleef, leeren de toespelingen in den Adonias van 1661. Trouwens hetgeen hier tegen den Lucifer wordt ingebracht, moest Vondel evenzeer weerhouden hebben om b.v. zijn Pascha te schrijven. Overigens is het, dunkt mij, de vraag niet, of ‘het ons gemakkelijk valt’ de politieke strekking van den Lucifer aan te nemen; maar of het ons mogelijk is de ‘vele toespelingen’ op onze geschiedenis, die er in voorkomen, weg te cijferen. Neemt men die niet aan, of loochent men, dat de Dichter het ‘vaste plan had om een staatkundig hekelspel te vervaardigen,’ dan begrijp ik niet, wat men van het stuk kan maken. Ik herhaal, het is vreemd, dat gedurende twee eeuwen niemand Vondel's toeleg op het spoor is gekomen, totdat van twee kanten gelijktijdig de ontdekking gedaan werd; maar wie heeft vroeger de vele toespelingen ook maar vermoed, die Beets zelf niet meer kan voorbijzien? Wie heeft vroeger in de Leeuwendalers gevonden, wat er toch zoo duidelijk in te lezen staat? En heeft het niet allen schijn, dat de Salmoneus en misschien ook de Gebroeders een allegorischen achtergrond hebben, al heeft tot nog toe daaraan niemand gedacht? Tegenover de bestrijding van Beets kan ik op de instemming roemen van een zoo bevoegd beoordeelaar als Alberdingk Thijm, die den Lucifer ook ‘eene politieke allegorie’ heeft genoemd1). 1)Jos. Alb. Alberdingk Thijm, Portretten van Joost van den Vondel. bl. 147-148.[p. 271]ofschoon met de niet zeer duidelijke toevoeging: ‘maar niet te minder een meesterstuk van vrije poëzy.’ Dat Vondel zijne bedoeling zoo geheim hield, behoeft ons ook niet te verwonderen, als men ziet. hoe beducht hij was, dat men in de Leeuwendalers ‘neuswijs’ naar ‘geheimenissen’ mocht zoeken; terwijl hij zelfs zijne ‘wijdluftige uitlegging’ op den Palamedes weer verbrandde. De vervolging, om dit stuk ondergaan, kon zijne satirieke zangster niet in toom houden, maar deed hem toch zijne tong bedwingen. Zoo hij misschien aan enkele geestverwanten het geheim van de malice mededeelde, zij waren verstandig genoeg dit niet aan de klok te hangen. Na Vondel heeft geen dichter van naam uit dat tijdperk de groote vraagstukken betrekkelijk Kerk en Staat meer op het tooneel gebracht. De zeventiende eeuw liep ten einde, en met haar de geestdrift, de ijver, de hartstochtelijkheid, die haar hadden gekenmerkt. Dat alles was de tinteling van een verhoogd leven geweest; en zoowel in kerkelijke als staatkundige kringen stond dat leven zoo goed als uitgebluscht te worden. Er volgde kalme rust. Men sukkelde voort. In de Kerk had de Orthodoxie getriomfeerd: men legde er zich bij neer. En zoo in de staatkunde nog partijschap bestond, zij was van minder edel gehalte geworden. Men kuipte liever dan dat men hekelde. Heftige gemoedsbewegingen, door grootsche feiten of gedachten opgewekt, - behooren tot het verledene. Door velen is de waarde van dit stuk in geheel iets anders gezocht, en werd de Lucifer ‘Vondel's meesterstuk’ genoemd. Zoo zegt b.v. Alberdingk Thijm1): ‘Vondel kroont zich als Prins van het Nederlandsche Treurspel in den Lucifer.’ Wij dienen daarom ook zijne waarde op zichzelf, afgescheiden van alle toespelingen, voor zoover dit kan, te onderzoeken. Dat onderzoek zal, dunkt ons, iederen onbevooroordeelde moeten nopen tot de erkentenis, dat, ondanks de wezenlijke schoonheden van détail, die ook in dit, zooals in de meesten van Vondel's treurspelen, in geen geringe mate aanwezig zijn, de Lucifer toch als kunstgewrocht, als Drama, den toets der critiek niet kan doorstaan. Er zijn twee hoofdgrieven tegen dit stuk aan te voeren, welke men, hoe ingenomen ook met Vondel, onmogelijk kan over het 1)T.a. pl., bl. 147.[p. 272]hoofd zien; en die inderdaad beletten, dat dit drama ons kan bevredigen. De eene betreft eene hoofdgedachte, die alles beheerscht; de andere is ontleend aan de karakterteekening van den hoofdpersoon. Do plaatsing van het tooneel in den hemel brengt eigenaardige bezwaren met zich, en leidt maar al te dikwerf tot eene, op zijn zachtst genomen, zonderlinge voorstelling van het gebeurde. Wij zullen bijzaken en kleinigheden buiten beschouwing laten; maar vragen, of men mag voorbijzien, dat de uitslag van het verzet der afvallige Engelen tegen God, volkomen in strijd is met elk denkbeeld, dat men zich van den Alwijze en Almachtige kan vormen, en of daardoor alleen reeds het stuk niet de tegenvoeter van eene ware tragedie wordt? Wat is toch het geval? God heeft aan den mensch zekere voorrechten geschonken, die den Engelen aldus door Gabriël, ‘Gods geheimenistolck,’ worden aangekondigd: ‘De hoogste Goetheit; uit wiens boezem alles vloeit... Dees Goetheit schiep den mensch haer eigen beelt gelijck, Oock d'Englen, op dat zy te zamen 't eeuwigh Rijck En noit begrepen goet, na'et vierigh onderhouden Der opgeleide wet, met Godt bezitten zouden. Zy boude 't wonderlijck en zienelijck Heelal Der weerelt, Gode en oock den mensche te geval; Op dat hy in dit hof zou heerschen, en vermeeren, Met al zijne afkomst hem bekennen, dienen, eeren, En stijgen, langs den trap der weerelt, in den trans Van 't ongeschapen licht, den zaligenden glans. Al schijnt het geestendom alle andren t'o vertreffen, Godt sloot van eeuwigheit het Menschdom te verheffen, Oock boven 't Engelsdom, en op te voeren tot Een klaerheit en een licht, dat niet verschilt van Godt.’ Dit, die voorrang aan alle menschen toegekend, is het, wat den hoogmoed der Engelen kwetst1). Wel volgt op de aangehaalde regels nog een aanhangsel, waarin het heet, dat ‘het eeuwigh Woort, bekleet met been en aren,’ eenmaal als Rechter over al het geschapene zou zitten in den hemel; en 1)Dit erkent Van Lennep (Vondel's Werken, VI D., bl. 295): ‘Het is de gelukstaat der menschen, die aanleiding moet geven tot den opstand der Engelen.’[p. 273] ‘Zoo ras hy innery, wien 't menschelijck gestalt, Oock boven ons natuur verheerelijckt, gevalt, Dan schijnt de heldre vlam der Serafijnen duister, By 's menschen licht, en glans, en goddelijcken luister. Genade dooft Natuur en al haer glansen uit. Dit's noodlot: dit's een onherroepelijck besluit.’ Maar dit alles is in zijn samenhang niet heel duidelijk. Men bedenke toch: ‘Godt sloot van eeuwigheit het Menschdom te verheffen, Oock boven 't Engelsdom.’ De menschen zijn dan ook van veel heerlijker gestalte dan de Engelen. Hoe kan de menschwording van ‘het eeuwigh Woort’ iets bijdragen tot de verheerlijking van 't menschdom? Hoe kan het menschdom daardoor eerst heerschappij krijgen over de Engelen? Bovendien, er is hier van zondenval en verlossing geen sprake: naar het plan van het stuk had God die niet voorzien. Het is daarom in 't geheel niet duidelijk, om welke reden ‘het eeuwigh Woort’ zich zou bekleeden ‘met been en aren.’ Op het mystieke toevoegsel kan geen klem gelegd worden: de verheffing des menschdoms moest zoo worden opgevat, dat Adam reeds terstond ter hemelheerschappij was bestemd. En zoo vatten de Engelen het ook op, b.v. Lucifer en Belzebub1). En geen wonder, want het slot van Grabriël's toespraak is een gebod aan de Engelen om 1)Lucifer zegt in 't begin van het tweede bedrijf: ‘Ons slaverny gaet in. gaet hene, viert en dient En eert dit nieuw geslacht, als onderdane knapen. De menschen zijn om Godt, en wy om hen geschapen. 't Is tijt dat 's Engels neck hun voeten onderschraegh', Dat ieder op hen passe: en op de handen draegh'... De zoon des zesten daghs, den Vader soo gelijck Geschapen, strijckt de kroon.’ En Belzebub antwoordt: ‘Men hoefde Appollion naer d' onderste landouwen Niet af te vaerdigen, om nader ga te slaen Wat Adam al bezit, zoo laegh beneên de maen: Het blijckt hoe heerlijck hem de Godtheit begenadight... Een aerdtworm, uit een' klomp van aerde en klay gekropen, Braveert uw mogenheit.’[p. 274]Adam en zijne woonsteê te beschermen. Dit gaat zelfs zoo ver, dat hij gelast: ‘(Men) matige op zijn pas een ieder element, Naer Adams wensch, of legg' den blixemstrael aen banden, Of breidele den storm, of breeck' de zee op stranden. Een ander sla de treên des menschen gade op 't velt. De Godtheit heeft zijn hair tot op een hair getelt. Men draegh' hem op de hant, dat hy zijn' voet niet stoote. Wort iemant, als gezant, gezonden van een' Groote Aen Adam, 's aertrijcks Vorst, dat hy zijn last verricht'. Zoo luidt mijn last, waer aen de Godtheit u verplicht.’ Dat is het, wat Lucifer's hoogmoed in die mate krenkt, dat hij zich tot verzet tegen God laat verleiden en den strijd tegen zijne heerscharen waagt. De oproerige Engel wordt echter, zoo als vanzelf spreekt, met de zijnen overwonnen en in den afgrond geploft, waarmeê de dichter zijn doel zou bereikt hebben, daar, gelijk hij in zijn ‘berecht’ voor het stuk zegt, ‘daer Lucifer endelijck, van Godts blixem getroffen, ter helle stort, ten klaeren spiegel van alle ondanckbaere staetzuchtigen, die zich stoutelijck tegens de geheilighde Maghten, en Majesteiten, en wettighe Overheden durven verheffen.’ Intusschen als de Rey juicht: ‘Zoo moet het gaen, die Godt en zijnen stoel bestrijden, Den mensch, naer 's hemelsch beeldt geschapen, 't licht benijden,’ dan verschijnt op eenmaal Grabriël met de onverwachte Jobstijding: ‘Helaes, helaes, helaes, hoe is de kans gekeert! Wat viert men hier? 't is nu vergeefs getriomfeert!’ Lucifer is wel overwonnen, maar heeft de overwinning vruchteloos gemaakt. Hij sprak: ‘Nu is het tij t om wraeck Te nemen van ons leet, en listigh en verbolgen, Met onverzoenbren wrock den hemel te vervolgen, In zijn verkoren beeldt, en 't menschelijk geslacht Te smooren in zijn wiegh, en opgang, eer het maght In zijne zenuw kryge, en aenwinne in zijne erven. Mijn wit is Adam en zijn afkomst te bederven. Ick weet, door 't overtreên der eerstgestelde wet,[p. 275] Hem aen te wrijven zulck een onuitwischbre smet, Dat hy, naer lijf en ziel, met zijn nakomelingen Vergiftight, nimmer zal ten zetel innedringen, Waer uit men ons verstiet, edoch gebeurt het al Dat iemant bovenstijge, een kleen, een dun getal, En noch door duizent doôn, en arrebeit, en lijden, Zal steigren tot den Staet en kroon, dieze ons benijden.... (Ick wil) wat Adam teelt in eeuwigheit verdoemen, Door gruwelstuck op stuck, Godts naem ten trots begaen. Zoo dier wil hem mijn kroon, en zijn tiomffeest staen.’ En hij bereikt zijn doel, door Belial in den vorm eener slang op den mensch af te zenden om hem ten val te brengen. De mensch, eerst boven Engelen en Aartsengelen geplaatst, wordt nu vernederd en gestraft: ‘De Godtheidt dreight de vrou, die Adam heeft verleit, Met ween, en baerensnoot, en onderworpenheit: Den man met arbeit, zweet, en zorge, en lastigh slaven; Den acker, die den menseh ten leste zal begraven, Met onkruit, en veel ramp.’ Om hem te troosten belooft God hem wel, dat uit zijn zaad de Verlosser zal voortkomen, die de slang ‘het hoofd zal pletten;’ maar dit neemt niet weg, dat de wraak van Lucifer God dwingt wijziging te brengen in zijn ‘onherroepelijck besluit.’ Hoe is die triomf der Hel te rijmen met de eischen, door Vondel zelf aan het treurspel gesteld? En de tweede grief: de karakteristiek. Het zou onredelijk zijn te eischen, dat een karakter in den eigenlijken zin, zooals men dat kan waarnemen bij een mensch, in de gewone menschelijke maatschappij geplaatst, aan den Aartsengel ware toegekend. Wij willen Lucifer nu ook alleen beschouwen als type van hoogmoed, als gedreven door die ‘hoovaerdy en nydigheit,’ die de ‘twee oirzaken of aenstoockers van dezen afgrijsselijcken brandt van tweedraght’ waren. Satan, die weet, dat hij zich te vergeefs tegen God aankant, maar wiens allesverteerende hoogmoed zich juist daarin openbaart, dat hij hem dwingt tot een verzet, waarin de trotschaard zich bewust is niet te kunnen zegevieren; dat hij hem verbiedt zich in de ure der weifeling deemoedig tot Grods genade te wenden, - die onge- [p. 276]lukkige, zoo voorgesteld, maar ook niet anders, is zeker eene uitnemend tragische figuur. Hoe heeft Vondel zijn Lucifer opgevat?. Bij zijn eerste optreden verklaart ‘Godts Stedehouder,’ dat het bevel, door Gabriël afgekondigd, moet worden gehoorzaamd; maar 't blijkt ten duidelijkste, hoe het hem grieft, dat een nieuw gestarnte zijne glansen ‘doot schijnt.’ Hij is ruim zoo ijdel als hoovaardig: dit openbaren ook andere tooneelen. En zijn vertrouwde Belzebub kent hem goed, want hij werkt juist op die ijdelheid om hem tot rebellie aan te hitsen. - ‘Hoog boven hem, die eens de eerste was, wordt Adam verheven: de staat des hemels zal weldra veranderd zijn.’ - ‘Dat zal ick keeren,’ bralt Lucifer. Geen voet wil hij wijken, maar zich verzetten, al moest het zijn val worden. Als de ontevreden Engel eenmaal tot het besluit gekomen is, om zich tegen Gods raadsbesluit te kanten, dan zou de hooghartigheid, waarvan hij de type heet te zijn, meebrengen, dat hij dit met open vizier deed. Dit alleen kan hem het ontzag, zoo niet de sympathie des toeschouwers verwerven. Niet alzoo Lucifer. Deze neemt zijne toevlucht tot de bekende staatkundige fictie, dat hij eigenlijk voor Gods eer strijdt; en hij rekent het niet beneden zijn karakter, om zich van list te bedienen ‘En treken van vernuft en loosheit uitgebroet.’ Dit moge uitnemend geweest zijn voor een staatsman der zestiende eeuw, voor Lucifer is die politiek niet gepast. Hij is buitendien een slecht staatsman; want hij weet niet, wat hij wil, en doet een sprong in 't wild: men moest maar eerst een slag slaan, en ‘dan wijder zich beraden.’ Hij treedt ook niet krachtig handelend op: zijne ondergeschikten, Belial, Apollion en Belzebub drijven hem, gelijk zij de ijverzuchtige scharen ophitsen. Als het oproervuur is aangeblazen, veinst Lucifer getrouwheid aan God, en maant de zijnen tot onderworpenheid aan; eindelijk laat hij zich overhalen, bijna dwingen, om zich aan hun hoofd te plaatsen, maar onder protest: ‘Vorst Belzebub, getuigh, en ghy, doorluchtste Heeren. Apollion, getuigh, getuigh, Vorst Belial, Dat ick, uit noot en dwang, dien last aenvaerden zal, Tot voorstant van Godts Rijck: om ons bederf te keeren.’[p. 277]Dit alles is wel geschikt om zekere minachting te kweeken jegens het Hoofd van den opstand tegen Spanje, maar niet om den boosaardigen Satan te schilderen. Als eindelijk Rafaël hem gewezen heeft op den ‘zwavelpoel,’ die ‘met opgespalckte keel’ hem wacht, wanneer hij in zijn opzet volhardt, begint Lucifer te weifelen. Hij beschuldigt zich van ondankbaarheid jegens God, en spreekt van zijn ‘lasterstucken’ en zijne ‘verwatenheit.’ Hier is voor 't eerst spraak van eenigen gemoedsstrijd; maar die duurt niet langer dan 22 regels. En zoo de booze gedachte zegeviert, het is niet, omdat hij den trotschen nek niet wil buigen, maar uit wanhoop: ‘Hier baet geen deizen, neen, wy zijn te hoogh geklommen.’ Ontegenzeggelijk wordt het geheele beloop van het stuk beheerscht door de staatkundige bedoeling, die er achter schuilde: deze woog bij den dichter hooger dan de kunstgedachte. Hij offerde er de Tragedie aan op en bedierf er den persoon van Lucifer door. Als men dit niet kan tegenspreken, dan late men zich voortaan niet meer verleiden om, uit sleur of tegen alle duidelijkheid in, den Lucifer een dramatisch ‘meesterstuk’ te noemen1). De toestel van ‘den kostelijcken en kunstighen tooneelhemel’ voor den Lucifer had veel onkosten veroorzaakt: toen nu het stuk ‘na twee reizen speelens’ van het tooneel geweerd werd, vond Vondel zich bewogen om, ter gemoetkoming van ‘het nadeel geleden by het Wees- en Oudemannenhuis,’ den Salmoneus te dichten (1656), ten einde van dien ‘tooneelhemel’ gebruik te 1)Reeds in 1854 toonde A. Fischel in zijn: The Life and the writings of J. v.d. Vondel aan, dat Milton Vondel's werken gekend en daaruit geput had. Gosse wees er in zijn Milton and Vondel (in zijne Studies in the Literature of Northern Europe) op, dat die invloed van Vondel's Lucifer zich bepaalde tot Milton's Paradise Lost en hoofdzakelijk tot het 6e boek. Edmunson toonde (Milton and Vondel. A curiosity of Literature, London, 1885) aan, dat niet alleen in boek 1, 2, 4 en 9 van Paradise Lost, doch ook in Paradise regained en Samson Agonistes stukken ontleend zijn aan Vondel's Joannes den Boetgezant, Adam in Ballingschap, Bespiegelingen oan God en Godsdienst en Samson of de heilige wraak. Zie over het Milton-Vondel vraagstuk en wat J.W. Brouwers daaromtrent mededeelde, Moltzer's Milton en Vondel (Noord en Zuid IX, bl. 254 vlg.)[p. 278]kunnen maken. Het is vooral die omstandigheid, die het stuk bedorven heeft. Salmoneus, Koning van Elis, wordt door zijne echtgenoot, en deze weder door den ‘hofpriester’ Hierofant aangezet, ‘om zich boven den top der konincklijcke tot de goddelijcke Majesteit te verheffen, en Jupijn, den Koning der Goden en menschen, gelijck te schijnen,’ zooals de ‘inhoudt’ zegt. Daartegen verzet zich de priesterschap, die het volk op hare hand heeft. Toch is de Koning op 't punt van te triomfeeren; maar op het oogenblik, dat hem goddelijke eer bewezen wordt, treft hem Jupiter's bliksem. Hierofant wordt daarop door de menigte verscheurd en de tot wanhoop gebrachte Koningin verhangt zich. Ten slotte bekleedt de Aartspriester van Jupijn den veldheer Bazilides met het koninklijke purper. Ziedaar in korte trekken den inhoud van het treurspel, dat wederom den toeschouwers moest toeroepen: ‘Leert rechtvaerdigheit betrachten, En geen Godtheit te verachten.’ 't Valt echter te betwijfelen, of die spreuk wel iemand zou zijn ingevallen bij het lot, dat Salmoneus treft, daar voor ons in het geheele stuk van geene aanranding der Godheid sprake zijn kan. Ja, het laat zich niet aanzien, dat de Salmoneus ooit veel toejuiching heeft kunnen inoogsten. Wat zou daarop aanspraak geven? Het gaat toch niet aan, bij een modern publiek belangstelling te veronderstellen voor iemand, die zich als een God wil laten aanbidden. Dit is voor ons geen vorm van hoovaardij of heerschzucht, maar van waanzin. En dubbel onmogelijk wordt de belangstelling, waar die kranke ijlhoofdige middelen bezigt, alleen geschikt om een medelijdend schouderophalen teweeg te brengen. Salmoneus, begrijpende, dat een God in een hemel behoort te huizen, heeft de gebouwen zijner stad met geschilderde wolken omhangen; in ons oog, zoowel als in dat der priesters, niets anders dan een ‘spinnewebbe en kranck tooneeltapijt.’ En zeker stemt een ieder in met de woorden van Theofrastus, den Aarts-priester: ‘Ghy haelt noch eer noch prijs By mannen van verstant, by geenerhande volcken, Met schilderhemelen, gemaelde lucht, en wolcken, En starren zonder vier.’[p. 279]Even dwaas is het, dat hij zijne hovelingen tot ondergeschikte Goden benoemt, welke dan in eene wolk uit dien kunsthemel nederdalen op het tooneel, om tegenwoordig te zijn bij de eerste hekatomben, die den nieuwen God zullen worden geofferd. De man, die in zulk ‘speeltooneel,’ in zoodanige maskerade de verwezenlijking zijner hoogste wenschen ziet, is een dolhuisman, geen tragisch held. Daarbij komt zijne volslagen nietige persoonlijkheid, die holle klanken geeft, als een ledig vat, en altijd aan eens anders leiband loopt. Als het volk zijn pronkbeeld heeft gehoond en zijn veldheer hen gaat bedwingen, bralt hij: ‘Nu zal 't blijcken dat men schent Een Godtheidt, die geen aerdtsch noch bluschbaer element Tot haeren scepter voert, maer eenen staf, die reuzen, Bestormers van de lucht, het beckeneel kan kneuzen, Bestulpen, onder klip, en steenrots, en geberght, De radelooze maght, die onzen donder terght.’ Maar hij durft toch niets ondernemen zonder de koningin Filotimie, die hem te gemoet ijlt. Tegenover haar toont hij zich zeer onthutst wegens het gebeurde. Hij schijnt een oogenblik tot bezinning gekomen: ‘Wat brommen wy met dezen hemel hier; Mijn donder heeft geen kracht, mijn blixem vlam noch vier.’ De Koningin verwijt hem deze sufferij en beduidt den flauwhartige, dat het met hem gedaan is, als hij wankelt. Toch weifelt hij uit vrees voor den Aartspriester en wil onderhandelen. Als Filotimie en Hierofant op krachtsbetoon aandringen, verschijnt gelukkig Bazilides, de Veldheer; en de zwakke Koning grijpt deze gelegenheid aan om het nemen van een besluit te verdagen, door diens raad in te winnen. Bazilides zegt hem, dat, als 't oproer niet gedempt wordt, ‘Ghy zult noch Jupiter, noch t' Elis Koning zijn.’ Evenwel zendt Salmoneus nog eene boodschap aan den Aartspriester, of hij ook over te halen mocht zijn om te zwichten. Als deze onwrikbaar blijft, wil de Koning nog ‘voor een poos wat dulden en ghehenghen,’ en het offerfeest uitstellen. Hij tracht [p. 280]zijne besluiteloosheid met groote woorden en deftige spreuken te ‘bemompen;’ maar in 't eind is het toch: ‘Wat eischt Mevrou van my?’ en hij volgt gedwee het spoor, dat zij hem voorteekent. Vondel meende waarschijnlijk meer belangstelling voor zijn held te winnen, wanneer hij hem, naar den regel van Aristoteles, niet als volkomen goddeloos voorstelde, en de grootste schuld op den hals van anderen wentelde; maar hij zag voorbij, dat hij hem, juist het heldenkarakter ontnam door hem tot het zwakke werktuig van eene vrouw en een Priester te maken. Filotimie, de koningin, zou eene krachtige treurspelheldin zijn, indien het doel, waarvoor zij alles op het spel zet, zooveel krachtsontwikkeling waard was. En dan handelt zij nog niet eens uit eigen aandrift: zij wordt voortgestuwd door Hierofant. Dezen noemt Theofrast ‘verleider van ons hof;’ van hem zegt de Aartspriester: ‘Hy brout dees nieuwigheên en broeit een pest in 't lant;’ en ook de Koning erkent, dat de kloof tusschen Vorst en Priester eerst ontstaan is ‘Toen ghy quaemt ten hove, uw aanzien boven dreef, En Theofrastus glans in 't licht stont aen ons zijde.’ Hij was jong, krachtig en geslepen, of, zooals de Koningin het uitdrukt, ‘Natuur beschonck zijn jeught met goddelyck verstant.’ De Aartspriester daarentegen teekent hem anders: ‘Hy is wel loos, en boos en stout.’ Hoeveel invloed hij op Filotimie oefende, blijkt, als hij haar durft raden den Koning, ‘die niet wil luisteren, te dwingen;’ en zich zelfs vermeet te zeggen: ‘Ja sleip hem, wil hy u niet volgen met gemack.’ Wat is daarbij zijn doel? Handelt hij uit bloote zelfzucht, of acht hij den Staat te zeer overheerscht door Theofrastus, die ‘een onverzetbaar drijver’ genoemd wordt? De laatste beweert, dat zijn tegenstander er op uit is om [p. 281] ‘Het grijze Priesterdom te zetten uit zijn erf En voort al 't overschot te deelen by versterf;’ want ‘By wisseling van Staet zal hy de Kerck gebien.’ En zoo heeft Vondel zich hem ook gedacht; want toen hij de groote macht van den Aartspriester schetste, was dit niet om haar met eene zwarte kool te teekenen. Die macht kwam hem rechtmatig voor, mits door de rechtmatige priesterschap geoefend. En wat Vondel daaronder verstond, is voor niemand twijfelachtig. Theofrastus en de priesterrei vertegenwoordigen godsdienst en maatschappelijke orde: zij zijn krachtig en machtig en worden zichtbaar door den Hemel gesteund. Is het zoo vreemd, wanneer de gedachte zich aan ons opdringt, dat Vondel ook hier een bijoogmerk had, en niet zoozeer den val van Salmoneus wilde schilderen, als wel de macht en heerlijkheid der ware Kerk1)? Zij zou zegevierend keeren uit den strijd, door revolutionaire priesters of geestelijken, gesteund door het wereldlijk gezag, tegen haar ondernomen. Dan zou zij hem kronen, die in de eerste plaats haar trouw wilde zweren, gelijk in het stuk met den Veldheer Bazilides geschiedt. De allegorie zou althans zin leggen in het gedicht, ofschoon zij het als kunstproduct niet zou redden. Zoo de Salmoneus geene dramatische waarde heeft, de zwakke behandeling en de matte toon stellen het stuk beneden de meeste van Vondel's tooneelwerken. In 1659 volgde Jeptha. Vondel had alle krachten ingespannen om een meesterstuk tot stand te brengen. Jaren lang had hij zijne gedachten over het onderwerp laten gaan: eindelijk, na 't lezen en herlezen van eene reeks van schrijvers over dramatische kunst, was hij, naar hij meende, er in geslaagd om aan alle eischen dier kunst te voldoen, zoodat hij dit stuk aan jeugdige 1)Dit vermoeden wordt bevestigd door een briefje van Vondel aan ‘Monsieur Brant’ (2 Nov. 1654) waarin hij spreekt van een ‘tragedie, daer commentarien op passen.’ Hoogstwaarschijnlijk is daarmede ‘Salmoneus’ bedoeld. Vgl. Unger, Vondeliana (Oud-Holland, II, bl. 124 vlg.)[p. 282]dichters als een ‘tooneelkompas’ durfde voorhouden1). En toch, hoe zwak is dit treurspel! Jeptha, de onechte zoon, ‘geschupt van zijn broêrs,’ is rooverhoofdman, en zoo berucht geworden, dat eindelijk Israël, om zich van de Ammonieten te verlossen, troost zoekt bij zijn degen. Hij doet in den slag de bekende roekelooze gelofte, en meent zich stipt aan de letter daarvan te moeten houden, door zijne Ifis2) Gode te offeren. Wèl erkent hij, dat het nooit in zijne gedachten was geschoten zijn kind te slachten; wèl toonen de priesters, die hij raadpleegt, duidelijk aan, dat zijne opvatting van zijn eed onzinnig, zondig is, en die kindermoord in strijd met Gods ‘wet en uitgedruckt verbodt,’ - 't helpt niet. ‘Van den geest der dwalingen gedreven,’ zooals de Priester zegt, slacht hij met eigen hand zijne dochter. Nauwelijks heeft hij 't volbracht, of hij erkent zijne schuld. Hij roept der zon toe, toch spoedig onder te gaan, om anderen te beschijnen, welke het meer waard zijn ‘dan dees schelmsche dochterslaghter, Aertsmoordenaer, bloetschender, wetverachter, Die naer den mond der wetgeleerden, noch Godts priesters niet wou luisteren.’ En de Hofpriester wijst er op, dat er niets lofwaardigs was in de daad, die bovenal voortsproot uit ‘Hardneckigheit, die haeren eigen zin Bewieroockt, meer dan Godt, en Godts beveelen.’ Alles toont aan, dat Jeptha uit verblinde koppigheid heeft gehandeld, zoodat de toeschouwer den indruk niet kan krijgen, dat hij het slachtoffer is van zijne gehoorzaamheid aan God of van trouw aan zijn eed. Toch voorspelt de Priester ten slotte, dat hij nog 1)Dat in de achttiende eeuw Jeptha nog zeer hoog stond aangeschreven, blijkt uit deze woorden van Vlaming in zijne voorrede tot zijne uitgave van Spieghel's Hertspieghel: ‘(Vondel), die waarlijk de Grieken met zijne Treurspelen niet alleen naar de kroon stak, maar in zijnen Jefta, dat Juweel der Treurspelen, volkomen opwoog.’ 2)Vondel liet zich in de keuze van dien naam niet afschrikken door de sterke af keuring van Heinsius in zijn boek De Tragoediae Constitutione, pag. 206.[p. 283] ‘Voor ieder op den hoogen zegewagen Der Heiligen, in 't midden der Hebreen, Ten toon gevoert, geviert en aengebeên’ zou worden. Waar men der Voorzienigheid zoo'n zonderlinge rol laat spelen, kan wel geen sprake zijn van eene waarachtige tragedie. En toch, als men dit treurspel toetst aan de regels, door Heinsius of Aristoteles voorgeschreven, kan men niet ontkennen, dat het daaraan grootendeels voldoet. Er is handeling in; de peripetie ontbreekt niet, en de ‘agnitio’ evenmin; er wordt zekere vrees en medelijden door opgewekt. Maar ondanks dit alles kan dit treurspel ons evenwel niet voldoen, en ik betwijfel ook, of het in Vondel's tijd opgang gemaakt heeft. Het werd bij zijn leven, van 1659 tot 1663, slechts elfmaal vertoond en sedert niet meer1). En dit zal ons bij nader inzien niet verwonderen; want, zoo ergens, dan blijkt hier, dat het niet voldoende is om naar voorschriften te werken, als men een tragisch kunstgewrocht wil leveren: hier mag het dramatisch ‘ingenium’ niet ontbreken. En wederom levert dit stuk het bewijs, dat Vondel geen oog had voor het ware tragische. Heeft hij dat, vraagt men allicht, dan niet gezocht in den zielsstrijd des Vaders? Die moest dan toch wel een uitvloeisel zijn van de psychische eigenaardigheden des helds: en van zoo iets ontbreekt de aanduiding ten eenen male. Bij den bekrompen, stijfhoofdigen soldaat is van eigenlijken zielsstrijd geen spraak. Door een toeval op den Richterstoel geplaatst, betreurt hij het vooral, dat zijn geslacht met hem zal uitsterven, en dat hij daaruit geen opvolger in 't bewind zal hebben. Verder klaagt hij wel over zijn smartelijk verlies, maar in voor hem veel te poëtische woorden dan dat die smart innig zou wezen. Zij tast hem ook niet sterk aan, en belet hem niet met eigen hand, na driemaal herhaalden slag, zijn kind te dooden. Hij gaat in zijn leed niet te gronde: hij wacht er zich wel voor, en ruimt zooveel mogelijk te duchten bezwaren op. Hij berooft daarom zijn slachtoffer zelfs van den laatsten troost, 1)Uit het opstel van den Hr. C.N. Wybrands in de Dietsche Warande, X D, bl. 423 vlg. leeren wij, dat het stuk in 1659 zesmaal, in '60 driemaal, en in '62 en '63 telkens nog eenmaal werd vertoond.[p. 284]waarom zij gebeden had: een kus harer moeder. Hij had deze door prozaïsche huismiddeltjes weggezonden, om in hare afwezigheid de daad te voltrekken. Hij vreesde voor eene uitbarsting harer wanhoop; en wat die verwachten liet, schetst de Hofmeester. Men zou haar wellicht ‘Haer nagels fel zien zetten in het licht Der oogen van haer' man, hem in 't gezicht Aengrijpen; niet met handen, maer met klaeuwen Gewapent hem aenranden..... De vader.... moght nutter aen een keten Zijn gemalin dan sluiten, eer haer hant Dit heerlijck hof kranckzinnigh staecke aen brant, En zy in 't vier uit wanhoop quam gesprongen.’ Tot zulke wanhoop vervalt Jeptha zelf niet, en hij weet zich voor hare uitbarstingen bij anderen te vrijwaren1): Duidelijk springt het in 't oog, dat Vondel ook hier weder het tragische niet gezocht heeft in een zielsstrijd, die den held deerlijk slingert, maar dien hij, getrouw aan wat plicht gebiedt, te boven komt, al bereidt hij zichzelf daardoor den ondergang. Bij deze opvatting, die vaak bij de Ouden wordt aangetroffen blijven ten slotte wel verzoening en berusting achterwege; maar toch, daarin is iets grootsch, dat den mensch verheft. Daarnaar streefde Vondel niet: 't was hem genoeg door de voorstelling van het schuldeloos geofferde lam en van de wanhoopskreten van vader en moeder het zenuwgestel der toeschouwers te schokken. De Hofpriester besluit het stuk met eene toespraak, waarin vooral deze woorden treffen: ‘De hemel kon dien slagh des doots beletten, Indien het hem beliefde: maer hy wou Dat ieder zich aen Jeptha spieglen zou, En wachten van dit reuckeloos beloven.’ Dat ‘reuckeloos beloven’ had hem het leed berokkend, waarvan men getuige was geweest. Door de schildering van dat lijden 1)Hij moge al erkennen, dat hij niet waard is het zonlicht te aanschouwen, hij wacht zich wel zich de oogen uit te rukken, zooals Oedipus deed in het treurspel van Sofokles, met welks vertaling Vondel zich omstreeks dien tijd bezig hield.[p. 285]zoowel als van de wanhoop der moeder en het schuldeloos bloed der dochter streeft de dichter er naar ‘Om 't volck te zien in bloed en traenen smelten;’ en in die tranen zelve, in die pathologische zenuwaandoening, zoekt hij het tragisch genot; want, laat hij den Hofmeester zeggen, ‘Want schreien is oock aengenaem en zoet, Zet hartewee, lang aengegroeit by droppen, Met kracht van 't hart, na 'et langhzaem innekroppen.’ Na dus het stuk in zijn aanleg veroordeeld te hehben, hebben wij niet noodig ook nog op de gebreken in de samenstelling te wijzen1). 1)Prof. Moltzer is in zijne studie over ‘Vondels Jeftha,’ geplaatst in zijne Studiën en Schetsen tot een geheel tegenovergesteld oordeel over dit treurspel gekomen, dan ik heb meenen te moeten uitspreken. Ten slotte uit hij den wensch, dat hij mij mocht bekeeren tot zijne opvatting. Dit is vooralsnog niet geschied, omdat ik meen, dat de gronden, waarop zijne meening rust, niet onomstootelijk zijn. Jeptha is volgens hem in ieder opzicht een meesterstuk. Hij vraagt zich niet af, of het stuk ‘voor zijn tijd een goed stuk was,..... maar of, uit een aesthetisch-critisch oogpunt beschouwd, de tragedie aanspraak heeft op den naam van kunstvoortbrengsel, van schoon alzoo.’ En op die vraag zou hij ‘geen oogenblik aarzelen met een bevestigend antwoord.’ Ja, hij gaat nog verder: ‘In waarheid, het staat met de Jeptha geschapen als met de kabinet-stukjes van Gerard Dou, die, naarmate ze nauwkeuriger en langduriger met het gewapend oog worden bestudeerd, van te grooter kunstvaardigheid en meesterschap getuigenis geven’ (bl. 249). Hij is dan ook met den held van het stuk ingenomen, die een echte treurspel-held is; want ‘hij wekt de ware deelneming en de ware bezorgdheid’ (bl. 237). Maar is dit wel zoo? Volgens den schrijver zelf (bl. 240) ‘moet de tragische figuur’ onder anderen aan deze voorwaarde voldoen: ‘Zij moet in haar ongelijk de aanspraak op onze achting en genegenheid niet verbeuren, zoodat wij er in gemoede van overtuigd zijn, dat haar ongeluk onze rechtmatige deelneming wekt, aangezien zij onverdiend, of althans meer dan zij verdiend, lijdt.’ Dit zou met Jeptha het geval zijn, als hij werkelijk in zijne vasthoudendheid aan zijn onberaden eed zondigde ‘tegen andere geboden Gods, minstens even heilig als het gebod zijner gelofte’ (bl. 231). Maar houdt de heer Moltzer zelf dat gebod wel voor heilig, of kan het op den toeschouwer dien indruk maken? Het tegendeel is waar. Men leest bl. 230: ‘Aan zijne zienswijze houdt hij vast met “eene hardneckigheid, die haeren eigen zin bewierookt meer dan Godt en Godts beveelen” (vs. 1726 en vlg.), met eigenzinnigheid dus.’ Die eigenzinnigheid is zoo doof voor goeden raad, dat ik er geen anderen naam dan koppigheid voor weet. En nu vraag ik, of een vader, die zijne eenige dochter daaraan opoffert, ‘de aanspraak op onze achting en genegenheid niet verbeuren’ moet? Is het mogelijk sympathie te gevoelen voor dezen Jeptha, niet voor den Jeptha zooals hij ons hier en daar beschreven wordt, maar zooals hij in het stuk zelf handelend optreedt? Doch daarmede valt dan ook Moltzer's betoog.[p. 286]Wat den stijl aangaat, die is lager bij den grond dan gewoonlijk bij Vondel het geval is: de veelvuldige redekavelingen zijn grootendeels alledaagsch en plat. Eene gunstige uitzondering maakt de Rey van Maeghden, dat schoone koor, 't welk het derde bedrijf besluit, en waarin wordt gewezen op de uitkomst, door God aan Jochebed in haar angst geschonken, en de bede geslaakt: mocht ook Ifis' moeder zoo getroost worden! Ik kan mij niet weerhouden het in zijn geheel uit te schrijven: I zang. ‘Toen d'oude dwinglant van den Nijl Besloot Godts stamhuis plat te treden, De droeve Jochebed een wijl Het kraemkint berghde, en door haer leden Alle oogenblick een grilling ging, En angstigh aen elck haer, In schrickelijck gevaer, Een druppel dootzweet hing: Het minste ruisschen van een bladt De kraemvrou, al te vroegh, Met kracht ter nedersloegh, Belaên met haeren schat: Bevalze, uit hoogen noot, het kint, In eenen rieten kist verborgen, De wufte gunst van stroom, en wint, En 's hemels vaderlijcke zorgen. Godt weet hoe 't moederlijcke hart, In dien bedruckten stant, Om 't kostelijcke pant Beklemt was en benart: Toen zy 't op 't water drijven liet,[p. 287] De zuster al belaên Het stil zou gadeslaen, Gedoken achter 't riet. I. tegenzang. ‘Hoe kon d'ondanckbre vorst zoo haest Dien voesterheer des volcks vergeeten, Al Josefs weldaên! och, hy raest, Gelijck een tiger, van zijn keten Geborsten, om onnozel bloet, De toevlught der Hebreen, Oock zonder recht, en reên, Te plompen in den vloet: De manlijcke afkomst algelijck De telgen, uit den stam Geteelt van Abraham, Te roien uit het rijck. De krokodil, dat moortgedroght, Verschoonde 't kint uit mededoogen. Denck of zijn moeders achterdoght Dit hartewee alleen haere oogen, En Gode klaeghde daer ze zat Op d' oevers van den vliet. Wat kermt, wat klaeghtze niet, Van zuchten afgemat! Hoe kropte zy de jammerklaght Inwendigh, en zagh, stom Van angst en dootschrick, om, Beducht voor 's Konings wacht! II. zang. ‘D' alziende wachter die noit sliep, En Jakobs afkomst trou bewaeckte, Zagh uit den hemel neêr, zoo diep, Op 't vlotend kraemkint: dat genaeckte Den oever, daer de koningin De dochter in het groen Van 't lachende saizoen, Verquickte hart en zin. Het kleentje viel haer in den schoot, Al schreiende, zy kust En welkomt het met lust, Beschut voor 's waters noodt. Zij koestert het aen 's moeders borst,[p. 288] En treckt het heerlijck op in 't ende, Voor haeren zoon, gelijck een' vorst, Tot dat het, na geleên elende, Zijn stamhuis ruckte uit Faroos maght, Die voort met zwaert en speer, In 't midden van het meer, Het roode meer, versmacht: Daer Godts genootschap op het strant Met zang en spel Godt looft, En aller stammen hooft, Gehanthaeft van Godts hant. II. tegenzang. ‘Och, of Godt mede eene uitkomst gaf Aen Ifis onbewuste moeder: Ten beste van haer vrucht, dus straf Te handelen van haeren hoeder, En eigen vader, om een woort, Een onbeschaefden eedt, Te sterken overwreet Door 't offer, noit gehoort: Zoo moght haer dochter noch, ten stut Des lants, een' braven helt Gewinnen, die in 't velt, Als Moses, 't volck beschut. Wat zal men eerst beklaegen, of De schoonheit, of het jonge leven, Of haer stantvastigheit? een stof Voor dichteren, om op te zweven. Wat gaet de ontstelde moeder aen, Als zy, verheught van geest, Op 't blijde zegefeest, Dit jammer zal verstaen? Waer me verschoonen wy voor haer Ons stillezwijgentheit Van 't offer, lang beschreit? O schendigh moortaltaer!’ In het jaar 1600 zagen vier tooneelstukken het licht. Vooreerst eene vertaling van den Oedipus van Sofokles, die wij, bij de waardeering van Vondel's talent als treurspeldichter, kunnen voorbijgaan. Weldra volgden Koning David in Ballingschap en Koning David Herstelt. [p. 289]Beide deze stukken hebben niets van treurspelen: het zijn eenvoudig gedialogiseerde verhalen. Het eerste geeft ons te aanschouwen, hoe David door zijn zoon Absalon uit Jeruzalem wordt verjaagd; het tweede, hoe het oproer bedwongen, en de Koning weer op den troon hersteld wordt. Die ommekeer is nog al bevreemdend. Absalon, hoewel aan 't hoofd van een grooter legermacht, wordt overwonnen, omdat zijn staatkundige raadsman, Achitofel, terstond na het slagen der omwenteling, uit vrees voor eene mogelijke mislukking, hem verlaten en zich verhangen had. En David wordt, zonder verdere tegenkanting, weer door Israël als koning aangenomen, ofschoon men hem verjaagd had, omdat men van hem walgde, wijl hij ‘Op overspel, verraet en Godtvergeeten moort’ ‘geklampt’ had. Hoe was dat zoo op eens vergeten? In dien dus gemotiveerden val is eene tragische grondgedachte niet te miskennen; maar men moet haar terstond weer opgeven, omdat men geen zweem van sympathie, dus ook geen medelijden kan hebben met den ouden, onzelfstandigen huichelaar, die, ofschoon hij ‘God noch menschen’ ortziet ‘in moorden en schoffeeren,’ zich voordoet als een ‘yvraar voor de wet;’ die dagelijks zeven-maal in plechtigen optocht gaat bidden, maar op het eerste gerucht van den opstand lafhartig afdruipt. En in het tweede stuk is hij misschien nog karakterloozer voorgesteld. Hij laat zich door zijn veldheer Joab leiden en ringelooren, en doet zelf niets dan treuren en weeklagen om zijn zoon; - Van Lennep spreekt zelfs van ‘oud-wijfs-getreur’ (IX D., bl. 140). Vondel heeft hier de onuitbluschbare kracht der ouderliefde willen schilderen, en meende, dat hij er in geslaagd was een treurspel te schrijven, ‘dat alle treurspelen in droefheit te boven gaat.’ Stellen wij ons voor, dat hij daarbij dacht aan wat er in zijn eigen hart omging, aan wat hij bleef gevoelen voor dien zoon, die hem het leven verbitterd had, dan hebben wij deernis met den grijzen Dichter, maar daarom nog niet met zijn held. Bij dezen is die ‘zoonzucht,’ zooals Vondel 't noemt, die zich door niets verklaren laat, dan dat het ‘den schoonen Absolon’ geldt, slechts eene zwakheid te meer. Ware die vaderlijke liefde in strijd geraakt met het plichtgevoel van den monarch, er zou een zielverscheu- [p. 290]rende tragische toestand geboren zijn: nu zij alleen in botsing komt met den wil van den ruwen, wraakgierigen Joab, ‘een helt van wonder rauwe seden,’ zooals Cats hem noemt (Ouderdom), heeft de dichter zijn doel gemist. Bij dat alles komen nog tal van fouten tegen de samenstelling, zoodat de veroordeeling dezer stukken volmaakt gerechtvaardigd is. Eindelijk verscheen ten zelven jare nog Samson of Heilige Wraeck. 't Is de bekende geschiedenis uit het Boek der Richteren: of ze echter geschikte stof opleverde voor een treurspel, valt te betwijfelen. Samson, door Dalila verraden, is de gevangene der Filistijnen. De oogen zijn hem uitgestoken, en hij moet, geketend, uitgeteerd door slechte voeding, steeds bedreigd door de zweep van den tuchtknaap, het meest vernederende werk doen. Zoo vertoont hij zich uiterlijk: hoe wordt zijn innerlijk wezen geschilderd? Wij zien hem voorgesteld als een woestaard, zonder eenige grootheid van ziel. Niet slechts tegenover de Vorstin van Gaza jammert hij over zijne ellende: tegen den eerste den beste weeklaagt hij en steekt daarbij zelfs de hand uit als de meest alledaagsche bedelaar. De Rey van Joodsche vrouwen zag hem dat terstond aan: ‘Het schijnt hy bidt ons om een aelmoes, gansch verlegen Van bittere armoede.’ En zij bedrogen zich niet; want hij voegde terstond het woord bij de daad: ‘Och, ontferm u toch. Godt zegen, Godt hoede u allen: wie ghy zijt, of niet mooght zijn, Vertroost en helpme toch, in dezen droeven schijn, Een' armen blinden man, op zijnen hals gevangen, Geboeit, geketent, met een ruwe py behangen....’ Aan zijn hartstocht viert hij op dierlijke wijze den toom. Als hij de wraak in 't verschiet heeft: ‘Hy schuimbeckt, knarstant, brult. d'ooghwinckels in zijn hooft Broên wraeck, en gruwelen. de wraeck begint t' ontsteecken. Hy schudt het hooft. hy trapt, en stampt, en kan niet spreecken.’ En in de dagen zijner macht heeft hij zich evenmin getemd. Hij heeft zich in wellust gebaad en met afgodische Dalila's zich ver- [p. 291]loopen. Dat juist had hem ten val gebracht en in de handen geleverd dier vijanden, die hij bij honderden verslagen, en wier land hij aan vuur en verwoesting prijs gegeven had, aan het hoofd van ‘Zoo veel geweldenaers, die goôn en menschen plaegen, En onder schijn van recht en godtsdienst, moorden, jaegen, Beeltstormen, branden en schoffeeren.’ Daarvoor oefenen zij nu het oorlogsrecht aan hem; en dat ze daarbij niet eens zoo gruwelijk te werk gaan als de Joden weleer, doet hun Vorst duidelijk uitkomen, door er op te wijzen, hoe hun Koning Adonibezeck mishandeld was. Nauwelijks was hij gevangen, of ‘Men hout hem, in de vlught gegreepen, flux de duimen Van hant en voeten af. toen most hy, als een hont De kruimen, van den disch gevallen, met den mont Van d' aerde zamelen, op handen en op voeten Gekropen, in het stof zich wentelen, en wroeten, En, naer Jerusalem vervoert met veel geschals, In banden sterven, en het boeten met den hals..... Zoo kan dan Samson met geen reden zich beklaegen. Wie andren plaegen wil verdient de zelve plaegen.’ En daartegenover wordt die Vorst van Gaze ons geschilderd als wijs, rechtvaardig, hoffelijk en goedertieren; als een, die de kunst waardeert en beschermt. En toch wordt hij met duizenden uit zijn volk door Samson op de vreeselijkste wijze ter dood gebracht. De geheele geschiedenis is afgrijselijk, maar niet tragisch. De vernedering, welke Samson ondergaat, had hij zich zelf op den hals gehaald, tot eene rechtmatige straf. Niet alleen zegt de tuchtknaap: ‘Zoo vaerenze met recht, die zich niet spaenen konnen Van schoone boelen, valsch en trouweloos van aert;’ maar ook in de opdracht schreef Vondel: ‘Ick oordeelde niet ondienstigh Samson in zijne versmaetheit ten tooneele te voeren, om wulpsche zinnen in te tomen van alle ongeregeltheit.’ - En van den Vorst getuigt Van Lennep terecht (IX, 215): ‘hy boezemt ons genoegzamen eerbied in, om ons medelijden te doen gevoelen met het lot, dat hem te wachten staat, en 'twelk hy niet schijnt [p. 292]te verdienen uit anderen hoofde, dan omdat hy tot een wangeloovig ras behoort.’ Dat is het, wat alles moet vergoêlijken en Samson's wraak als eene tuchtiging Gods doen aannemen. Maar was dat wel geschikt om eerbied in te boezemen voor en te doen berusten in den wil van een Opperwezen, dat eigenlijk zoovele onschuldigen alleen verdelgt om te toonen, dat Jehova sterker is dan Dagon? Want waardoor berokkent de Vorst zich zijn deerlijk uiteinde? Door bij Dagon te zweren, dat hij zijne belofte nakomen zal, en er bij te voegen: ‘Is ergens stercker Godt, waer by men zweeren magh Hy rucke 't kerckgewelf van Dagon dezen dagh, In 't midden van de vreught, op 't hooft der Filistijnen, Begrave en overstulpe al die te feest verschijnen!’ Vondel schijnt zelf gevoeld te hebben, dat de indruk, dien dit alles op het tooneel moest maken, niet de gewenschte kon zijn; en hij heeft dat zoeken te keeren door vooraf duidelijk te doen zien, aan hoe ergerlijke afgoderij de Filistijnen zich schuldig maakten. Daarom heeft hij het stuk laten aanvangen met de verschijning in levenden lijve van Dagon zelf1), die wordt afgeschilderd als een helgeest, een ‘echt leelijke, vuile en vieze duivel’ (Van Lennep), omgeven van een stoet, ‘Die naer den zwavel stinckt, en morssigh, vuil van roet, Met kromme krauwels kemt (z)ijn pruick, en ruige locken, Al giftige adders, boos en afgerecht op wrocken.’ Een Vorst en Volk, die zulk een afgod eerden, waren wel waard om verdelgd te worden.... Dit moge de gedachte van den Dichter geweest zijn, als grondgedachte voor een treurspel is zij niet bruikbaar. 1)Alles schijnt er op te wijzen, dat die personage eerst later in of liever voor het stuk werd geschoven. Ware dit eerste tooneel het eerst geschreven, Vondel zou niet hetgeen daarin wordt verhaald, nog eens door Samson zelf hebben laten meedeelen. En is die gissing juist, dan kan er geen twijfel bestaan omtrent de reden, waarom Vondel deze zonderlinge figuur hier laat optreden. Voorts zij nog opgemerkt, dat het in dit stuk ook niet ontbreekt aan toespelingen op den opstand tegen Spanje. B.v. in de tirade van den Vorst: ‘Een heilloos moortgespan...’ (bl. 176), en die der Koorwaerzeggerin, bl. 200-201.[p. 293]Wij komen tot Adonias of Rampzalige Kroonzucht, een jaar later (1661) in het licht verschenen. Men heeft Vondel dikwerf verweten, wat men zijn gebrek aan locale kleur mag noemen. In dit stuk kan hem, wat een alles beheerschend hoofddenkbeeld betreft, die feil niet ten laste gelegd worden. Maar de uitwerking, die dat op den lezer van onzen tijd heeft, toont beter dan eenige redeneering, hoe verkeerd een eisch aan dat onverdiende verwijt ten grondslag gelegd werd. David heeft zijn jongsten zoon Salomon, op wiens geboorte buitendien nog een smet kleefde, tot zijn opvolger doen uitroepen, met voorbijgaan van zijn oudsten zoon Adonias, die naar recht en gebruik de aangewezen natuurlijke erfgenaam van den troon was. Maar God, heette het, had Salomon bepaald tot koning uitverkoren. In den theokratischen Staat alleen was zoodanige oplossing mogelijk. In dien geest nu heeft Vondel zijn stuk willen schrijven. Maar die opvatting is zoo in strijd met onze tegenwoordige denkbeelden, dat de dichter niet volkomen aan zijne grondgedachte is getrouw gebleven, en wij het niet van ons kunnen verkrijgen, Salomon en zijne medestanders, die Adonias en de zijnen ter dood brengen, anders te beschouwen dan als overweldigers, door het vuigste eigenbelang gedreven. De Koning vooral komt ons ‘onmenschelijk, onnatuurlijk en ondankbaar’ voor. Geen wonder dan ook, dat men bevangen wordt door een gevoel ‘van wrevel jegens den Koning en zijne raadslieden, welken indruk het zeker niet in 's dichters plan lag te verwekken.’ Wij bezigen de uitdrukkingen van Van Lennep (IX D., bl. 314-315), een voorstander van de locale-kleurtheorie: men ziet er uit, waartoe dat stelsel leidt. Maar ook wanneer wij de gebeurtenissen beschouwen in het licht, waarin de dichter ze geplaatst wilde hebben, kan dat alleen, naar de regels, die hij zelf erkende, leiden tot geheele veroordeeling van het treurspel als zoodanig. Adonias had zich vroeger al eenmaal tegen de veranderde troonsopvolging verzet, maar moest toen bukken. Hij had vergiffenis verworven en scheen te berusten. Maar neen: hij bleef haken naar de kroon, waarvan hij zich nu op slinkschen weg wil meester maken. Hij staat naar de hand van Abizag, die, althans in naam, met David was gehuwd geweest. Naar oostersche opvatting kon [p. 294]alleen de opvolgende Koning de weduwe zijns voorgangers tot vrouw nemen; ja, zoodanig huwelijk stempelde haar echtgenoot tot Regent. Verwierf Adonias Abizag's hand, dan zou de wettigheid van Salomon's regeering in twijfel raken, en de pretendent een glimp aan zijn ondernemen geven, waardoor hij ten minste alle misnoegden op zijne zijde kreeg. Op die wijze hoopte hij den uitverkoren Gods van den troon te dringen. Wekt dit ondernemen - in de gegeven veronderstelling - niets dan afschuw, de wijze, waarop hij tot zijn doel wil geraken, boezemt ons geen achting voor Adonias in. En hij wordt er niet beter op in onze schatting, als wij zien, hoe hij, zonder eenige zelfstandigheid, aan den leiband loopt van twee eerzuchtige afgezette ministers, die hunne plaats in den Raad des konings willen herwinnen, en ten slotte blijken niets dan karakterlooze lafaards te zijn. Wij kunnen ons eindelijk niet weerhouden hem te verachten, als blijkt, dat hij, om tot zijn doel te geraken, Abizag misleidt, en eene liefde huichelt, die hij niet gevoelt; terwijl hij ten slotte, zonder eenige grootheid, de vlucht neemt, in een hollen boom wegkruipt, en jammerend sterft. Zulk eene persoonlijkheid boezemt sympathie noch belangstelling in: men voorziet bedaard het mislukken zijner onderneming, men hoopt dit zelfs, zonder dat er eenige hartstocht bij den toeschouwer wordt opgewekt. En hoe gemakkelijk ware het hier geweest een boeiend treurspel te schrijven, als eenvoudig Adonias zelfstandiger en edeler, Abizag wat staatzuchtiger ware voorgesteld; als de rechtmatige troonopvolger, die in de zaak berust had uit eerbied voor den wil zijns vaders en in het belang van het Rijk, zich eindelijk had laten vervoeren door een allesverteerenden hartstocht voor Abizag1); als de koningsweeuw hare hand alleen had willen schenken aan 1)Vondel schijnt daar wel iets van gevoeld te hebben; want ofschoon uit het tweede bedrijf blijkt, dat de liefde, die de Prins in het eerste voor Abizag scheen te koesteren, slechts gehuicheld was, wordt in het koor, dat het vierde bedrijf besluit, zijn val weder aan de liefde toegeschreven: ‘Dat komt van reuckloos minnen, En staen naer koninginnen. Abizag staet hem dier. Wie alverteerend vier Genaeckt verbrant tot assen.’[p. 295]hem, die haar weder ten troon verhief, hetzij den Koning, hetzij den held, die de plaats, welke hem toekwam, durfde veroveren.... Maar het is niet noodig de schets verder uit te werken. Men behoeft geen dichter te zijn om in te zien, dat op die wijze tragische belangstelling voor Adonias ware op te wekken, in wiens toestand men zich kon verplaatsen, zonder zich al te misdadig te achten; maar in wiens val men toch zou moeten berusten, omdat geen hartstocht, noch liefde, noch eerzucht een vrijbrief geeft om oproer te stoken en eene orde van zaken omver te werpen, waarin men zelf berust had. En die slotindruk zou vooral zijn teweeggebracht, als in den loop van 't stuk gebleken was, dat David werkelijk in 's lands belang had gehandeld, toen hij den wijzen, bezadigden Salomon, die zich geheel aan de zorg voor zijn rijk wijdt, op den troon bracht in steê van dien Adonias, wiens gloed ons in vuur kon hebben gezet, maar die toch te hartstochtelijk, te onbesuisd en zedelijk te zwak was, om rust en voorspoed te schenken aan een Staat, door zooveel slingeringen geteisterd. Overigens vindt men in dit, als in de meeste van Vondel's stukken, uitmuntende partijen. Men veroorlove ons ook hier eene proeve van 's dichters talent te geven, door mededeeling van de samenspraak tusschen Adonias en Abizag uit het eerste bedrijf. Adonias. ‘De hut van Aron zingt den Godt der vadren lof: En rijst Abizag niet, de morgenstar van 't hof, En joffrentimmer, die mijn vader Davids oogen, Met eene dunne wolck van ouderdom betogen, Noch kon verquicken, toen zy hem in 't harte scheen, Het leven langer reckte in d' afgeleefde leên, En 't bloet, in d'aderen bevrozen, zacht ontdoide? Geen morgenglans, ter kimme uitrijzende, bestroide Het aenschijn van het ooft met schooner roozeblaên, Gelijck Natuur haer wang. daer komt die schoonheit aen, Zoo schoon geschapen, dat een princen hart zou lusten In haeren schoot, vol gloets, en blancken arm te rusten. Hoe reizigh muntze in al dien sleep hofjoffren uit. De hemel zette u haest te prijck, aenstaende bruit, En trouwe uw rechte hant aen mijne, ô overschoone. Ghy waert den vader lief, en zijt den outsten zoone Noch liever. my verlangt naer geenen blijder dagh[p. 296] Dan dat ick in uw hart de kroon eens spannen magh. De hemel geef het och, gebeurde my die zegen, Ick zou het tegens gout noch kroonegout opweegen. Ghy schoone, belgh u niet, noch keer zoo streng en ras Uw blinckende oogen van den prince Adonias...... Abizag. Doorluchtste prins, van Godt gezegent, Wat stroitghe zulck een loof voor my, Die noit van u dus ben bejegent? Deze eer gaet boven mijn waerdy: Oock lijdt de tijdt niet dartle rede Zoo vroegh te voeren. het gebeent' Van uw' heer vader rust in vrede. Ick heb mijne oogen uitgeweent, Het rougewaat pas uitgetogen. De lijckklaght en het hofgeschrey, Jerusalem en 't rijck bewogen. Het is te vroegh van bruiloftsrey, En bruit, en bruiloften te reppen. Oock leerde vader dagh en nacht My lust in Moses wetten scheppen. Dat voeght het vaderlijck geslacht. Wat leerde ick al verborgentheden Uit 's konings mont, daer Godt door sprack! Toen hy my 's nachts, op mijn gebeden, De fackel van Godts woort ontstack, My wees den wandel der aertsvaderen, En monsterde eeuwen, die voorheen Verliepen, of van verre naderen, Daer Jakobs hoop en troost uit scheen. Hy leerde my Messias kennen Uit schaduwen, en ommetreck. Ick zweefde op Cherubijne pennen, En tradt de leeuwen op den neck Hy toonde my de schets des tempels, Zo rijckelijck door Salomon Te bouwen, koor, altaer, en drempels, En wat geen mensch bedenken kon. Zijn aendacht heeft mijn' geest ontsteecken. Het lustme alleen van Godt te spreecken. Adonias. Het spreecken van Godts recht en wet[p. 297] Is loffelijk, doch eischt zijn stonden: Daer staen de priesters aen gebonden, Die voor ons waecken in 't gebedt. Het vryen eischt oock zijne tijden, En voegt den jongelingen eerst. De liefde, die het al beheerst, Gebiet ons in dit velt te strijden. Zoo gingen al de vaders voor, En noodden ons hun streeck te houden. Heldinnen, die geslachten bouden, Verdaegen ons op 't zelve spoor. Het is my ernst. ick hoop u heden Noch aen te zoeken by het hof. O schoone, 't zy met u verlof. Och neigh uw oor naer mijn gebeden. Abizag. Dat is een donderslagh in 't oor. Zou my de prins ten hove aenzoecken? Daer komt hy langhzaem tot gehoor. Bedenck u wel. leef raet met kloecken. Verschoon uwe eer en achtbaerheit: Uw broeder zoeckt u niet te huwen. En word uw aenzoeck u ontzeit, Al 't joffrentimmer zal u schuwen. 't Verzoecken staet den prince vry: Maer kuntghe my hier in geloven, Ghy raeckt' er lichtelijck in ly, Of kommerlijck dien hoeck te boven. Wie t'ontijt vruchten plucken wil, Zal 't zwaerlijck naer zijn' wensch gelucken. Wat hindert uitstel? hou u stil. Ontijdigh ooft valt wrang in 't plucken. Adonias. Betrout ghy 't ons, men heeft de zaeck Met wijze mannen overwoogen, En raet van aenzien en vermogen. Ghy zijt de liefste, om wie ick blaeck. Men zal dit aenzoeck zoo beleiden, Dat ons de bruit niet kan ontstaen. Wy vangen 't werck niet reuckloos aen, Maer rijp, omzightigh, en bescheiden.[p. 298] Abizag. Wie zijn die raeden? meltze my. Zie toe, en laet u niet verblinden. Ga hier een luttel aen een zy. Wat grontvest heeft dit onderwinden? Adonias. De groote aertspriester Abjathar Met veltheer Joab onderstutte Mijn huwlijx voorslagh in Godts hutte, O licht des rijx! ô Morgenstar!..... Abizag. Ghy stut met afgezette maghten En maghtelozen raet uw daet. Wat uitkomst staet u hier te wachten, Indien dit averechts beslaet? Doch is uw jeught aldus op trouwen Verslingert, ga te keur in 't hof, En kies de bloem uit alle vrouwen. Een prins als ghy ontbrack noit stof. Adonias. Mijn vader had u uitgekozen Uit twalef stammen, waer de zon Een schoone maegt beschijnen kon. Ghy zijt de bloem van al de rozen. Verquick mijn hart met uwen geur, En zwelgh mijn ziel in met de tippen Van uwen mont en roode lippen. Waerom verschietghe dus uw kleur? Ik hoop de honighleckernyen Uit uwen mond, in uwen schoot, Te zuigen, daer de min my noot. Ick ga hier op ten hove vrijen. Daer komt nu d' oude koningin Ter hutte treden naer Godts outer. De liefde maeck' den minnaer stouter. De hemel zegene ons begin. Abizag. Wat my belangt, ick sta gelaeten, Aen 's konings wil, en Sadox stem. De hemel zeegne Davids staten,[p. 299] En waecke voor Jerusalem. Wy zullen ons gehoorzaem draegen. Wat Godt behaeght, zal my behaegen. De Batavische Gebroeders, die nu volgen (1662), worden door Van Lennep, wiens beoordeelingen maar al te dikwerf loftuitingen zijn, ‘onder de beste van Vondel's dramatische gewrochten gerangschikt’ (IX, bl. 724). Ik ben daarentegen van oordeel, dat dit stuk niets van een treurspel heeft. 't Is weder niets anders dan de gedialogiseerde geschiedenis van den druk, dien de Batavieren van de Romeinen hebben te lijden, en van de onrechtvaardige straf, die hunne beide vorsten treft voor een oproer, waaraan zij niet gedacht hebben. Dit moge nu al treffend zijn voorgesteld, het is toch niet genoeg om dit gedicht tot een treurspel te stempelen. Hetzelfde oordeel geldt in nog sterker mate van Faëton of Reuckeloze Stoutheit, welk stuk kort daarop (1663) het licht zag, en misschien wel geschreven was om den hemel van Lucifer en Salmoneus nog eens te kunnen gebruiken. De bekende geschiedenis uit het tweede boek der Metamorfosen van Ovidius, met wier vertaling Vondel zich te dier tijd bezig hield, was wel allerminst geschikte stof voor een drama, nog veel minder voor een treurspel. De held van het stuk komt ons nauwelijks onder de oogen. In het eerste bedrijf verlangt Faëton zijn vader te leeren kennen; in het tweede wordt hij aan Febus voorgesteld en eischt, dat deze hem, ten bewijze dat hij werkelijk zijn zoon is, voor één dag den zonnewagen zal laten mennen. Febus stemt er in toe, ofschoon hij de droevige uitkomst vreest en het den vermetele niet aan waarschuwingen laat ontbreken. Faëton stapt in den wagen - en verdwijnt voor altijd uit het gezicht. De drie overige bedrijven zijn met langwijlige verhalen gevuld, die ons volkomen koud laten. Waar is hier de tragedie? Het zonderlingste van al de door Vondel geschreven tooneelspelen is wellicht dat, hetgeen hij doopte: Adam in Ballingschap of Aller Treurspelen Treurspel (1664). Noch de opvatting, noch de inkleeding kan den toets der critiek doorstaan1). 1)Verg. ook 't oordeel van Beets over dit treurspel (Verscheidenheden II, bl. 78).[p. 300]De zondenval moge ontegenzeggelijk een aandoenlijk verheven thema zijn, voor tragische bewerking was het niet geschikt, hoe dikwerf men 't ook beproefd hebbe. Dit blijkt reeds uit de mysteriespelen, waaraan Vondel's gedicht vanzelf herinnert. En onder zijne handen heeft noch het dramatisch, noch het tragisch bestanddeel op den gang der geschilderde gebeurtenissen het noodige overwicht verkregen. De mensch wordt hier meer als speelbal der helsche machten voorgesteld, dan als slachtoffer van eigen hartstocht. Dit mocht in de kindsheid der tragedie, bij Aeschylus, voldoende zijn om den tragischen indruk teweeg te brengen, een hedendaagsch publiek eischt iets anders1). En terwijl van den eenen kant de vraag rijst, of uit het oogpunt der poëtische gerechtigheid de straf wel evenredig is aan de overtreding dier onnoozele, verschalkte Eva, maakt van den anderen kant met onweerstaanbare kracht de indruk zich van ons meester, dat hier eigenlijk de triomf der boosheid gevierd wordt. Want ofschoon, ‘Godts veltheer Michaël’ wordt ‘de wacht Bevolen van den hof, om 't goddelijck geslacht, Het menschdom, ga te slaen, zoo ver het Godt gehenge, Op dat geen helsch gespan zich in de bruiloft menge, En bruidegom en bruit, versteecken van zijn hulp, Den doot niet drincken uit een parlemoere schulp,’ toch kon Lucifer, in het vijfde bedrijf, met volle recht braveeren: ‘Zoo wort mijn wraeck verzaet. nu triomfeert de hel. Dat mijn erfvyant [God] zich nu weere en wetten stell', Om zulck een inbreuck van erflasteren te keeren: Wy passen langer op geen' hinderdam noch beeren Van wetten, en belofte, en vreeslijck dreigement. Natuur leght onder, plat getreden, en geschent. Al 't menschelijck geslacht is mijn, en errefeigen.’1)Kan iets worden ingebracht tegen dit oordeel van Louis Ganderax in de Revue des Deux Mondes van 1 Nov. 1881, p. 221: ‘Les événements ne nous touchent plus guère; les apparences matérielles de la vie ne savent plus nous tromper: la seule-chose, à présent, qui nous importe est la présence de l'homme; le seul spectacle qui nous attache est celui d'une âme telle que la nature l'a faite ou que la société l'a modifiée; ce que nous prisons, en fin de compte, ce n'est plus l'invention ou l'arrangement des faits, c'est l'étude des caractères et des moeurs.’[p. 301]En hoe zonderling plat wordt de verzinnelijkte voorstelling bij de uitwerking der bijzonderheden! Aartsengelen, die van God gezonden worden om Adam op zijn bruiloftsfeest te complimenteeren en een lauwerkrans aan te bieden! En dat bruiloftsmaal met de hemelsche gasten, die niet kunnen genoopt worden van tafel op te staan: ‘En niemant minder dan d' Aertsengel Gabriël!’ En dan die pauze onder het feestmaal, op het eind van het derde bedrijf, waar ‘De gasten vangen aen den hemel toe te danssen,’ en Adam en Eva, omstuwd door hunne wachtengelen, lustig rond-trippelen, terwijl Adam zingt: ‘Laet ons dan den feestdans leeren En den trant, Van den grooten heer der heeren; En den hemel nabootseeren Met verstant. Volght de vaste en wufte lichten Op hun spoor. Dat's op d' aerde een' hemel stichten!’ Dit is misschien eene natuurlijke voorstelling van de feestvreugde op eene burgerbruiloft, als de wijn de beenen rap had gemaakt; maar of het ook gepast is bij dit onderwerp? De naturalistische voorstelling is daarmee niet uit: ‘De dans heeft zijn beslag; nu weêr ten disch gelegen Daer Gabriël u noot op 's hemels verschen zegen!’ Zoo noodigt de Rei; en in het volgende bedrijf verneemt men, hoe de Aartsengel zich verder van zijn last gekweten heeft door het uitbrengen van een feestdronk. Eva, die nog geheel vervuld is van het feest, zal het ons vertellen. ‘Gelukkig,’ zoo roept zij uit, ‘Geluckigh zijnze, die met engelen verkeeren. De milde bruiloftsdisch vereerde ons hemelspijs, En manne en druif, gegroeit in 't aerdtsche paradijs, Die al het ander ooft door leckerny verdoven: Maer 's engels rede ging al 't bruitsbancket te boven.’ Hij had dan ook eene toespraak gehouden, die hem eenige inspanning gekost had. [p. 302] ‘d' Aertsengel most zich op die rede eerst zelf bezinnen.’ En geen wonder, hij had hun de pracht gemaald van dat andere paradijs, en ten slotte gezegd, dat ‘(Hy) hoopte 't menschdom eens in 's hemels paradijzen Te wellekomen, op een blijder bruiloftsfeest!’ Dat zij zich in dat vooruitzicht verheugden, sprak vanzelf, want ‘'t Gesteente geeft den gront een grooter heerlijckheit. De jaspis, de safier, smaragden, en berillen, Sardonix, sardius, en ametisten willen Chalcedon, chrizolyt, noch genen chrizofraes, Noch hiacinten, noch den moedigen topaes In 't praelen wijcken. Elck is moediger in 't proncken. - De muuren steigren hoogh, en dicht aen een gekloncken U t louter jaspis, net op een vierkante maet. - De poorten, elck een perle, en elcke schoone straet Met klinckklaer gout gevloert, gewilligh doorgang geven Aen alle geesten, die hier heene en weder zweven.’ Dat was de dichterlijke voorstelling, die aan de geldwinnende Amsterdammers van dien tijd geviel. Als de verbeelding zich in het labyrinth van zoodanige voorstellingen ging verwarren, schilderde zij nog heel wat andere tooneelen. Men denke aan de schets, die Gabriël in het tweede bedrijf van het paradijs geeft, waarin het o.a. heet: ‘Men ziet het vee gedyen By keur van geurig kruit, en duizend leckernyen. De rugh van 't dertel lam, gedost met eene vacht, Van gloênde purperverf, getuight door zijne draght In welck een' beemt het weit, en draeght livrey en wapen Van koning Adams hof, ter heerschappy geschapen. De boom zweet honighdau. De beeck geeft room en wijn’1).1)Die zonderlinge, echt fantastische voorstellingen halen echter nog niet bij de vlucht, die de verbeelding in onze dagen neemt, waar de toestand van het paradijs geschetst wordt in de periode, die ook Vondel schildert. Ik lees toch bij Culman, Die Christliche Ethik I, 47: ‘So wenig der Geschlechtsgegensatz einseitig an Adam fixirt seyn konnte, ebensowenig die andern Polaritäten des menschlichen Leibes, als da sind: hinten und vorn, oben und unten, rechts und links.’ Heel begrijpelijk is dit niet; wellicht vindt men licht in het te dier plaatse geciteerde: C.A. von Schade, Präliminarien zu einer Gestaltungslehre des Menschen.[p. 303]Zonderling klinkt bij dit alles de taal van hemel- of heltrawanten, als zij beelden gebruiken, aan de moderne beschaving ontleend. Als b.v. Lucifer uitroept: ‘Gewis het kan niet feilen, Wy zullen in den wint dien hoeck te boven zeilen;’ als Gabriël gewaagt van ‘Een parlemoere schulp, Waer in men druiven perst, en rijpe muskadellen;’ of Lucifer zich en de zijnen vergelijkt bij ‘bandyten; en Asmode verklaart, dat er bij alles geluk noodig is, want ‘zonder dit Schiet d' outste schutter mis, en buiten 't rechte wit'; en Adam, al met het boomkweeken bekend, verklaart: ‘Men ent de plant op plant.’ Slechts zelden verheft zich de dichter tot een roerend tafereel of tot echt poëtische vlucht. In het verleidings-tafereel van Eva door Belial zijn eenige dichterlijke plaatsen, vooral de aanhef, tevens zoo menschkundig: Belial. ‘Geluck, ô bruit, aenstaende moeder Der eeuwen: heil in d' echte staet. De hemel zy en blijve uw hoeder, De bruidegom uw toeverlaet. De roos en leli luicken onder Uw voeten schooner op. O bloem Der schoonste bloemen, weereltswonder Van alle schoonheên: die haer' roem En vlag voor uwe schoonheit strijcken, Noch schooner moetge namaels prijcken. Eva. Wat stem genaecktme uit dichte blaedren En schaduwen? Wie komtme hier Met zulck een' gloet van liefde naedren? Zoo gy een geest zijt, of een dier, Ontmom, vertoon u. Laetme kennen Wie my dus minnelijck begroet.[p. 304] Het zy gy zweeft op lucht en pennen, Of d' aerde treet met uwen voet; Ontwolck u, dat de zon hier doorschijn, Of zijtge mensch, koom vrij te voorschijn.’ Maar ondanks den lyrischen vorm, hier zoo juist gekozen, speelt de dialectiek in die samenspraak eene te groote rol. Als later Eva haren gemaal overhaalt met haar van de verboden vrucht te eten, vindt men in dat tooneel eenige treffende plaatsen; maar het geheel wordt door Eva's bedreiging, dat zij zal wegloopen als Adam haar zin niet doet, al te naturalistisch; en bovendien toont Adam zich hier een al te onbeduidend man. Weldra vervalt hij tot jammerlijke wanhoop; en dan komt de flinke, veerkrachtige persoonlijkheid van Eva heerlijk uit. Eva. ‘Waer blijft uw hoogh vernuft, dat naer de starren draeft? Waer is het helder licht van uw verlichte reden? Indien mijn traenen, en ootmoedige gebeden U niet bewegen, zoo vergunme, op mijn geklagh, Dat ick aen uwe zijde, en teffens sterven magh: Want 't lust me zonder u genootschap niet te leven. 'k Ontken geensins dat ick dit misdrijf heb gesteven, Mijn snoeplust u vervoerde in dezen droeven staet. Zoo laet ons t'zamen dan de schult van zulck een quaet Oock boeten. Woudtghe door de dootschult my behaegen? 'k Zal haer verdiende straf gewilligh leeren draegen. Daer is mijn hant. Ick ben de doot getroost. Vaer voort. Nu suf niet langer. Tre my voor. Nu sta uw woort, Als een rechtschapen man. Geen doot zal my vervaeren, Te ploffen van een rotse, of in de zoute baren Te plompen, hant aen hant. Ick troude deze hant. Adam. Och liefste, 't is mijn schult. Mijn troost, mijn waertste pant, Ick wil mijn leven, u ter liefde, noch verlengen. Wisch af dees traenen, die de bleecke blaên besprengen Van uwe kaecken. Zet uw edel hart gerust. Schoon hier geen levens lust meer overschiet, noch lust My 't leven om uw gunst, en aenschijn. Mijn getrouwe, Gy zult niet, in den schijn van eene weduvrouwe, Den eersten bruiloftsdagh beschreien, en alleen, En dootsch, en hangends hoofts, op eenen kouden steen[p. 305] Gezeten, klaegen dat uw man, van rou verwonnen, De handen aen zich zelf mistroostigh heeft geschonnen. 'k Wil mijn mistroostigheit intoomen, en al stil Verwachten 't uiterste, en wat hier op volgen wil. Eva. Wat hoore ick daer? Een storm begint hier op te steecken, De donckre en zwangre lucht onstuimigh uit te breecken. De bladers ruischen uit vier hoecken heene en weêr. De bulderende wint smijt bosch en boomen neêr. Het aerdtrijck davert, dreunt, en loeit, en huilt van onder. Het blixemt blick op blick. Op 't weerlicht rolt de donder. De donderklooten door de wolcken slagh op slagh, En d'avontschaduw jaeght den ondergaenden dagh. Adam. Hoe beeft het hart van schrick! Hoe sidderen mijn leden, Van eene kille koortse en dootschrick hardt bereden! Mijn haeren rijzen. Al het bloet treckt snel by een. d'Alziende rechter, om het gruwzaem overtreên Van zijn gewijde wet, te trots geterght tot toren, Genaeckt. Waer vluchten wy? Hy komt, en laet zich hooren. Mijn liefste, vlught met my ten bosch in, daer noit zon Haer aldoordringend licht en straelen schieten kon. Geen web van vijgeblaên kan onze naecktheit kleeden. De hartekenner ziet, van boven tot beneden, Van top tot teen, niet heels aen lichaem en aen ziel. Hoe kort treet 's hemels straf het misdrijf op den hiel! Duick onder, liefste: ick zal u met mijn schaduw decken. O lust! O appelboom! O schande! O lastervlecken! O bosch, bedeck ons, zoo uw schaduwe iet vermagh! Het hoogh gerecht verschijnt. O droeve bruiloftsdagh!’ Waarom is het geheele stuk niet in dien toon geschreven? Als men ziet, hoe die vrouwen bij Vondel, eene Eva of Badeloch, in de ure des gevaars haren mannen zoo krachtig een steun zijn, dan is het, of men een blik in de binnenkamer van den melancholischen, zwaartillenden Vondel slaat, en liefelijk treedt ons het rustige beeld van Maike de Wolff te gemoet. Het stuk is nooit vertoond, ofschoon, blijkens de opdracht, Vondel het daarvoor geschreven had; maar de naaktheid, waarin de hoofdpersonen optreden, alleen gekleed ‘in het zuivere gewaet van onnozelheit en rechtvaerdigheit,’ maakte hun optreden zelfs voor het publiek van die dagen onmogelijk. [p. 306]Zungchin of Ondergang der Sineesche Heerschappye, in 1666 in 't licht verschenen, is wel het zwakste van alle tooneelstukken van Vondel. De behandelde gebeurtenis moge, volgens zijne eigen opmerking in de opdracht van het stuk (X D., bl. 494), ‘heldendichteren rijcke stof (geven), om eene Ilias hier mede te stoffeeren,’ 't was een misgreep haar tot een treurspel te bezigen. De Chineesche keizer, die zijn naam aan 't stuk geeft, wordt in Peking door rebellen belegerd. Verraad baant hun den weg binnen de stad. Zungchin's eerste gedachte is nu te vluchten. Als dit onmogelijk blijkt, wil hij zich met den moed der wanhoop op de vijanden werpen; maar als 't ook hiertoe te laat is, doorsteekt hij zijne dochter, en hijzelf zoowel als zijne echtgenoot hangen zich met hun kouseband aan een pruimeboom op. Ook de Rijksbestuurder verhangt zich bij de mare der overwinning van de rebellen, tot welke daarentegen de Aartskanselier terstond overloopt. Te midden van dit alles vertoont zich nu en dan Vader Adam Schal, Hoofd der ‘missie’ in China, verzeld met een rei van priesters. Hij neemt geen deel aan de handeling dan om herhaaldelijk 's hemels zegen voor den keizer en zijn rijk in te roepen. De Tegen-Keizer schijnt in alle opzichten beter dan zijn voorganger: hij heeft althans meer moed, beleid en wilskracht. Ook hij belooft aan de Christenzendelingen zijne bescherming. Ten slotte verschijnt de geest van den Heiligen Xaverius, den Apostel van Japan, om te verkondigen, dat het nieuwe bewind geen stand zal houden, maar door de Tataren verdreven worden: eindelijk zal de hel, ‘dol van nijt,’ ‘Bestaen den Godsdienst straf te dreigen en vervolgen.’ Met dit weinig troostrijk vooruitzicht is het stuk ten einde. - Niets anders dus dan de geschiedenis, ik had haast gezegd het verhaal, van de verovering eener stad en het tegronderichten van het regeerend stamhuis, zonder eenige leidende zedelijke gedachte, bijna zooals in den Gysbreght, aan welk stuk Zungchin in de verte herinnert; ‘wat alles,’ gelijk Van Lennep terecht opmerkt (X D., bl. 559), wat alles zeer akelig is, doch niemand byzonder treft; want niemand bekreunt zich om dien keizer en zijn laffen hofstoet, die niets gedaan hebben om den overweldigden troon te verdedigen; terwijl bovendien de soort van dood, die pruimeboomen [p. 307]en die kousebanden onwillekeurig de lachspieren in beweging brengen, in plaats van een traan van medelijden af te dwingen.’ Toen volgden nog drie vertalingen uit het Grieksch; terstond na Zungchin, in 1666, Ifigenie in Tauren; twee jaar later de Feniciaansche, beide naar Euripides, en Hercules in Trachin van Sofokles, over welke vertalingen wij hier niet te oordeelen hebben. In 1667 had hij zijn laatste oorspronkelijk treurspel Noah of Ondergang der Eerste Weerelt geschreven. Het ‘stichtzaem’ doel, daarmee beöogd, was, gelijk hij in de opdracht zegt (XI D., bl. 26), ‘een voorbeeld van Godts rechtvaerdige oordeelen, ten nutten spiegel der aenschouweren, openbaer ten toon te stellen.’ Zien wij, hoe de dichter zich van zijne taak gekweten heeft. Het geheele menschelijk geslacht, gedurende eene eeuw tot berouw aangemaand, eindelijk om zijne ongerechtigheden van den aardbodem weggevaagd, dat is ongetwijfeld eene bij uitnemendheid tragische gedachte. Maar was zij, in de verhoudingen, die zij eischte, in een drama te verwezenlijken? Zeker niet zonder een helder bewustzijn van de eischen van Drama en Tragedie. Het geheele menschdom kan natuurlijk alleen voor ons optreden door enkelen vertegenwoordigd. Heeft Vondel zoodanige vertegenwoordigers gekozen, in wier handelingen het algemeene zedebederf zóó uitkomt, dat wij een duidelijk inzicht krijgen in die geheel bedorven maatschappij, waardoor de straf gebillijkt wordt, terwijl we toch door de persoonlijkheid der helden eer worden aangetrokken dan afgestooten? Dit valt te betwijfelen. Eene eerste fout, waarin de dichter ook hier weer vervalt, is, dat de grootvorst en de grootvorstin, die de misdadige maatschappij vertegenwoordigen, niet handelen. Er wordt wel over hunne vergrijpen gesproken, maar men ziet er niet veel van. Buitendien, hetgeen er ons van wordt medegedeeld, is in 't geheel niet van dien aard, dat ons de straf evenredig moet voorkomen aan de tekortkomingen, die toch wel gruweldaden hadden behooren te zijn. Daarbij komt, dat die straf al sinds honderd jaar is aangekondigd: zij is dus nauwelijks als eene vergelding aan te merken voor hetgeen zij persoonlijk misdreven, en dit verzwakt natuurlijk de tragische belangstelling in zeer sterke mate. En waarom worden zij eigenlijk gestraft? Omdat hunne levens- [p. 308]opvatting verschilt van die van een Asceet. Want men verlieze niet uit het oog, dat Noah ons wordt voorgesteld als een middeleeuwsche vertegenwoordiger van het ascetisme, ‘Die noit wou luisteren naer 't vleien van gemack, Terwijl hy 't lichaem temt, en schuw van huis en dack, Blootshoofts, en barrevoets, met moedernaeckte beenen, In ope lucht, langs 't velt, door 't slijck en scherpe steenen De raeuwe voeten quetst, in 't waschbadt noit gestooft. By wijlen slaet hy eens een schaepevacht om 't hooft En schouders.’ Achiman, de Grootvorst, wordt ons daarentegen geschilderd als de vertegenwoordiger van een levenslustig, naar zingenot hakend geslacht, dat zich weinig bekommert om een ‘hier namaals,’ waaraan het eigenlijk niet gelooft. Zoolang evenwel die philosophie niet tot gruweldaden voert, kan ze, op het tooneel vooral, hen niet zoo bijster strafwaardig doen voorkomen. En wat wordt hun als het grootste, ik zou haast zeggen het eenige vergrijp toegerekend? Dat zij toegeven aan de, ook bij de Joden in zwang gebleven, veelwijverij. ‘Te reuckeloos verhangtghe uw ziel aen schoone vrouwen,’ roept de boetgezant hun toe; en dat is de ‘oorsprong der elende.’ De galanterie is de bron van zooveel ander kwaad: daaruit is een geslacht voortgekomen, dat ‘boosaerdigh Een pest en vlegel streckt van 't menschelijck geslacht, Een afkomst, die noch wet, noch recht, noch regel acht, Geene andre Godtheit kent dan 't zwaert, op zy gehangen. ...... 't Gewelt, een afgodin, Geeft wellust, eer en staet, en sleept den rijckdom in.’ Maar van dat alles blijkt nauwelijks iets; ja, zelfs met de veelwijverij schijnt het, gelijk wij straks zullen zien, ook niet al te ernstig gemeend. Achiman haalt de schouders op over den ouden man, die zich ‘verkort Dit leven met vergeefs te huilen en misbaeren.’ Hij kenschetst hun verschil in zienswijze aldus: ‘Zy neemen 't hier te naeu, of wy te ruim.’[p. 309]Intusschen, als hij bericht krijgt van een ongewonen springvloed, begint hij te twijfelen, of Noah misschien de waarheid voorspelde, toen hij met een zondvloed dreigde. Hij denkt er aan zich met Lamech's zoon te verzoenen. Urania, de Grootvorstin, komt daar tegen op: eerst met ironie, dan met een beroep op zijn verstand. Maar hij is geheel moedeloos en heeft berouw, dat hij, ter liefde van haar, schatten en kostbaarheden heeft bijeengesleept; want ‘Zy slickt een weerelt in, aen ringen, en cieraet, Juweelen, perlen, gout, gesteente, en pronckgewaet.’ Eindelijk herinnert zij hem aan de eerste tijden hunner liefde en werpt ten slotte den ondankbare hare kostbaarheden voor de voeten, terwijl zij hem toeroept: ‘Ghy trouwelooze, ga nu heen, Ga heene, bergh uw lijf in Noahs beestekist.’ Tegen die hooghartigheid is hij niet bestand en hij buigt zich weer onder het zoete juk. Wil men zich een juist denkbeeld maken van dat tooneel, men hoore Vondel zelf. Urania. ‘Ghenadighste, heet dit uw gasten onderhouden? Achiman. Nu stort mijn staet, waeraen alle Asianen bouden. Urania. Wat onraet jaeght u naer ons cedren lustbosch heen? Achiman. 't Geberghte en 't laege lant, in 't harnas tegens een. Urania. Wat 's oirzaeck van krackeel? zy leefden eerst in vrede. Achiman. Dees droeve lantplaegh sleept een' staert van plaegen mede. Urania. De kudden weidden eerst gerust in 't groene velt. Achiman. Aertsvader Noah heeft dien springhvloet lang gespelt. Urania. Begintghe Noahs droom, een klucht, geloof te geven? Achiman. Het water rijst. wie kan de waerheit tegenstreven?[p. 310] De zee vloeit herwaert aen. al 't lantvolck schreit om hulp. Men dient te vlughten, eer de zee ons overstulp'. Urania. Zoo dientghe in Noahs kist uw leven flux te bergen. Achiman. Dat komt van vrouwenminne, en 's hemels roe te tergen, Urania. De vrouwen draegen dan de schult van deze straf? Achiman. De vrouwen dompelen al 't menschdom in een graf. Urania. Het water kon weleer een lantgewest verdrincken. Achiman. Nu schijnt al d' aerdtkloot in den afgront wech te zincken. Urania. Natuur regeert het al. dees stuurvrou zit aen 't stuur. Het vloeiende element volght eeuwigh zijn natuur, En komt van boven naer zijn middelpunt toerollen. Achiman. Nu steigert het ten bergh. De muren staen geswollen. Urania. .................. ..... Laet zich onweetenden vergaepen Aen beelden van een wolck, of schricken voor een' schicht En staertstar, root van vier, en schittrend wederlicht Van blixemstraelen, en het baldren van den donder; Met zulck een statetgrijns houdt men kleene kinders onder De roe: maer wie natuur in 't wercken onderkent, Beseft waer zy begint, en voortstapt, en volendt. Gy plaght de liefste al uwe opmerckinge in te scherpen, En rietze zich natuur gehoorzaem onderwerpen, De dertle toghten wijs involgen met een lust. Zoo voelde 't lijf geen smart: zoo bleef de geest gerust: Terwijl men, tusschen wiegh en graf, bevrijt voor treuren, Gebruickte al wat den mensche in 't leven magh gebeuren: En wortghe nu misleit van eenen guighelaer, Belachen van elk een, omtrent de hondert jaer? Achiman. Wy volghden u dus lang, helaes, gelijck een slave. Uw schoonheit staet ons dier. Urania. De schoonheit is een gave Aen weinigen gegunt.[p. 311] Achiman. Wy zijn door haer misleit, Vervallen in Godts toorne. ô smart, ô onbescheit! O schendigh misbruick van veel schoone vronwen t'zamen! ................... Het is geraên dat ik uw bedtgenootschap vlught', Gelijck een adder, die bevrozen, na 'et verwarmen, Een die haer koestert in den boezem, onder d'armen, Naer 't slaepend hart steeckt, en in zijnen slaep vermoort. Verleister, toveres, wat tovergrijns bekoort Mijne oogen, datze blint op schoonheit zich verslingeren!.. Urania. Indien u 't lastren lust, beschuldigh ons met reden. Achiman. De vrouwenmin alleen is oirsprong van al 't quaet. Ick gorde in haren dienst, niet wettigh, als soldaet En grootvorst, 't zwaert op zy, maer eer gelijck een roover De landen stroopende, gaf u den roofschat over, En goot in uwen schoot, tot 's nabuurs harteleet, Den nooddruft, die hem stont op arbeit, bloet en zweet. Urania. Zoo droegh de lantsheer schult, en d'onderzaet most bloeden? Achiman. Om uwe hoovaerdy te stercken, en te voeden, Uw hoofsche pracht en prael en dartele overdaet Te houden in haere eere, en achtbaerheit, en staet. Mejoffer laet zich met den nootdruft niet genoegen. De heer maeit 's anders oogst, al zou 'er 't hart af wroegen. Zy slickt een weerelt in, aen ringen en cieraet, Juweelen, perlen, gout, gesteente, en pronckgewaet. Haer dartelheit bedijt by 's armens bloet en traenen En jammeren. zy leert den wegh ter boosheit baenen, Met woecker en gewelt insleepen wat men kan. Zoo Godt de weerelt straft, wie is hier oirzaeck van? Uw schoonheit, slechts een schijn van schoonheit, in het leven. Ghy weet afzichtigheit een' glimp, een verf te geven, Gebreck t' ontveinzen, en beguighelt ons gezicht. Wie, door 't ontveinzen ziende, u dit momaenzicht licht, Beklaeght dat hy zijn ziel verhingh aen goude snoeren Van joffrevlechten, die kranckzinnigen vervoeren. Urania. Is dit u danckbaerheit voor lang genote deught? Heel anders zongtghe, toen wy 't eêlst van onze jeught, De roos des maeghdoms, voor den daeu noch toegeloocken,[p. 312] En 's levens dageraet, noch nuchtre en onbesproocken, U offerden daer ghy, van top tot teen verzaet, Verruckt wiert buiten u door wellust, zonder maet. Wy hingen, mont aen mont, en arm in arm gestrengelt, Twee zielen beide in een gesmolten en gemengelt. Wat zwoertge niet! de zon van straelen eer berooft Te zien dan 't minnevier in uwe borst gedooft. Is dit het jaergety der bruiloftsstaetsi eeren, Met reuzen, maghtigen, geweldigen, en heeren, Steeckspeelen, renstrijt, en tooneelpracht noit voorheen Zoo heerlijck toegerust! de morgenzon bescheen, Noch zagh, oprijzende uit het heldere oosten nimmer Zoo groot een heerlijckheit, noch schooner vrouwentimmer: Daer wy, de schoonste van 't opwassende oostenrijck, Ons zouden zetten op het bruitsaltaer te prijck, En, blaeckende onderling van minnegloet, verzaemen. Durf nu de grootvorst dus zijn grootvorstin beschamen Voor al de weerelt! och een schantvlack, eene smet, Met geenen oceaen te wisschen uit ons bedt. Ghy rouwelooze, ga nu heen: vervloeck de vrouwen: Verlaetze: maer ick zweer het zal u eeuwigh rouwen. Daer leggen oorcieraên, de trouring, van mijn hant Gestreecken, in het slijck, juweelen, halskarkant, Uw vrybuit, ons ter gunst, behaelt al t'onrechtvaerdigh. Tast aen, en eigenze u: wy zijn deze eer onwaerdigh. Ghy waert te lang verleit, vervoert door vrouwelist. Ga heene, bergh nw lijf in Noahs beestekist. Achiman. Wat raet, helaes, wat raet? het schijnt haer ernst te scheiden. Och liefste, sta een poos. Urania. De tijt verbiet te beiden. Het water rijst ten bergh. bidt Noah om gena, En bergh uw leven, eer de zon te water ga. Achiman. 'k Beken, het is mijn schult, en wilze dubbel boeten. 'k Verneêrme ootmoedigh aen het outer van uw voeten, Van uwe schoonheit, waert gedient en aengebeên. Urania. Zoo spraeckghe flus niet. Achiman. Och ick wert vervoert, bestreên Van wederzy, gelijck een bergheick, out van daegen, Met eenen lantorckaen ter neder wort geslagen.[p. 313] Uw liefde rucktme hier, daer Noahs dreigement. Hy is genade waert, die zijne schult bekent. Urania. Rechtschape helden staen geen vrouwen ter genade, En vrouweliefde wordt gekocht met schande en schade. Van wederzijde dreight u een gewisse doot. Wat scheelt het ofghe sterft in eenen vrouweschoot, Of in het water? zoeck geene adder aen te queecken, Die u al slaepende het hart dreight af te steecken. Achiman. Te reuckeloos is my een onheusch woort onts ipt. Een onderlinge min wort nimmer naeu bestipt. Zij kan ten minste een woort verteeren en verduwen. Urania. Een joffrenhaeter leere in tijts een adder schuwen, En duizent plaegen, door een overtolligheit Van vrouwenmonstren, al de weerelt door gespreit. Achiman. Waer vintmen balssem, om dees hartquetzuur te heelen? Urania. Gy hoeftme langer niet te vleien, niet te streelen, Verloochenaer van liefde, en toegezwore trou. Meineedige, verlaetme, en kies een liever vrou. Achiman. Gebeurtme langer geen genade te verwerven; Ick troostme van uw hant, op staenden voet, te sterven, En legh dien blooten dolck voor uwe voeten neêr, En ruck den boezem op. ghy mooght met dit geweêr, Dit koude lemmer vry mijn brandend hart afstooten: Of weigert gy 't, verkies uit al dees bedtgenooten De strengste, die het vecht uitvoere streng en straf, Naerdien ick u te brusk in 't hart dien smaetsteeck gaf. Urania. Ick neme u in genade, uit enckel mededoogen, Omhelze u als voorheen. ghy hebt mijn hart bewogen. Steeck op, steeck op den dolck, en overleef mijn tijt. Hervat uwe eerste trou, in 't aenzien van den nijt.’ Men zal wel niet ontkennen, dat dit tooneel even levendig als boeiend is; doch het verhoogt onze achting niet voor den geheel onzelfstandigen sensualist. Van den anderen kant echter komt er weinig in voor, dat op gepleegde gruweldaden wijst. Er is eigenlijk ook geen sprake van veelwijverij: Urania is en blijft voor Achiman [p. 314]de eenige, innig geliefde vrouw. Wèl wordt in het volgend tooneel over het al of niet voegzame der polygamie getheoretiseerd; maar dat is niet voldoende om den indruk weg te nemen, dat de grootvorst het geheel met Noah eens is: ‘Wat is natuurlijcker dan twee verliefde herten, Verknocht door eenen bant van ongeschende trou!’ Maar de driften zijn gaande geraakt, en de grootvorsten trachten den brand te steken in Noah's Arke, welke toeleg hun echter mislukt. En als nu de aartsherder komt verhalen, welke verwoestingen de bruischende watervloed aanricht, en hoe aller leven bedreigd wordt, werpt Achiman den rijksstaf weg en ook Urania vervalt tot wanhoop. Ten slotte verschijnt de wraakengel Uriël: de Vorstin smeekt om genade, maar hij roept haar toe: ‘Dees naklaght komt te spa. Vertreckt uit ons gezicht. ghy zijt in d'ongena Te diep verzeilt; doch komt ghy met berou te sterven, Zoo kuntghe, hier gestraft, genade omhoogh verwerven.’ Mij dunkt, dat het aangevoerde voldoende de uitspraak rechtvaardigt, dat deze tragische stof onder Vondel's handen geene waarachtige tragedie geworden is. Het kon ons doel niet zijn Vondel's treurspelen in alle bijzonderheden te ontleden en te beoordeelen: daartoe ontbrak het hier aan ruimte. Maar dat was ook niet noodig. Waar het vóór alles op aankwam, was, in het licht te stellen, of Vondel al dan niet een juist inzicht, of liever de kunstenaarsintuïtie had betrekkelijk den aard van drama en tragedie. En zoo we de ondankbare taak hebben volbracht, in de meeste zijner tooneelstukken het gebrekkige der opvatting aan te toonen, dan was het zeker niet om het treurige genoegen te smaken een groot Dichter eenige misslagen te kunnen verwijten, om ‘aan zynen lof te knabbelen.’ Maar wij meenden het aan een man als Vondel verschuldigd te zijn, ons oordeel met bewijzen te staven; terwijl van den anderen kant onze aesthetische opvoeding, ook onder het beschaafd publiek, achterlijk genoeg is om te rechtvaardigen, dat wij de eischen der tragedie wat meer in bijzonderheden in het licht stelden. Nu wij een overzicht van Vondel's dramatischen arbeid hebben, [p. 315]kunnen wij beter vatten, wat hij zich eigenlijk onder eene tragedie dacht. Dat handeling er de hoofdzaak, de ziel van was, zooals zijn leermeester tot vervelens toe herhaalt, heeft hij niet in het oog gehouden. Hij meende, dat niets anders werd vereischt dan de dialogische voorstelling van een treffend geval: bij voorkeur de ‘veranderingen van Staeten en doorluchtige personaedjen,’ zooals de brand van Amsterdam, de val van Faëton, de dood van Burgerhart. Vandaar dan ook, dat hij het tweede boek der Aeneis van Virgilius noemde ‘het wijt befaemde Trojaensche treurspel, vol hartroerende treurspeelen’1). Daarop, zegt hij in de opdracht van Zungchin (X D., bl. 494), ‘draven de treurspeelen doorgaens ten tooneele, die, naer datze van te grooter nadruck zijn, te heerlijcker boven de minderen uitsteecken.’ Om die reden stelde hij Adam in Ballingschap en Noah, waarin de ondergang eener geheele wereld, of de verdoeming van geheel het menschelijk geslacht geschilderd wordt, boven alle andere. 't Valt niet te ontkennen, dat, bij zoodanige opvatting het tragische alleen gezocht wordt in eene schildering van smart en lijden, die op pathologische wijze de zenuwen der toeschouwers schokt. Maar wat droevig en aandoenlijk blijkt, is daarom nog niet tragisch. Het medelijden, hetwelk lichamelijke smart, eene wond of beenbreuk, opwekt; zelfs dat, hetwelk wordt teweeggebracht door wat Vondel, met Heinsius, noemt treffende ‘staetveranderinge,’ is nog het medelijden niet, dat de tragedie beoogt. Het waarachtig tragische ontstaat eerst daar, waar de van het heldenkarakter onafscheidelijke eenzijdigheid tot handelingen vervoert, die den ondergang des helds doen voorzien. Het daardoor opgewekte medelijden is niet meer het gewone medegevoel uit het dagelijksche prozaleven. En juist in den ondergang der menschelijke grootheid, in die ‘staetverandering,’ die niet zonder eigen schuld wordt geleden, openbaart zich de kracht, de macht der Voorzienigheid, de verzekering der zedelijke wereldorde; en daarom gaat de smartelijke aandoening van den toeschouwer in een gevoel van verzoening, van berusting over, des te onvermengder, naarmate de tragische personage zelf zich meer helder bewust is, dat hij zijne straf verdiend heeft. 1)In de opdracht aan P.H. De Graef, Werken, VI D., bl. 717.[p. 316]Met de noodzakelijkheid van dat verzoenende bestanddeel blijkt Vondel in theorie bekend (boven, bl. 222); maar dat hij er zelf niet van doordrongen was, volgt even duidelijk uit het feit, dat het zoo dikwerf in zijne drama's ontbreekt. En ziet, omdat hij niet voelde, dat het lot van den tragischen held in het Drama hoofdzakelijk bepaald wordt door de eigenaardigheden zijner individualiteit, waardoor de hartstocht, welke hem beheerscht juist op de daad, welke hij pleegt, moet uitloopen, daarom kwam het ook niet bij hem op, de karakters zóó te schilderen, dat zij ons de noodwendige wording verklaren van de daad, in den vorm waarin zij geschiedt, en geen anderen. Zoo nauw hangt de uitwerking der deelen met de opvatting van het geheel samen. Het is dat minder juiste inzicht van den Dichter, dat de veroordeeling zijner tooneelstukken wettigt, ja, eischt. En het zij nogmaals herhaald, dat wij hem daarmee geen onrecht doen. Vooreerst voldoet hij in de practijk doorgaans zelfs niet aan de eischen, die men in zijn tijd aan de tragedie stelde. ofschoon hij ze ook in theorie beaamde. Maar wij doen hem ook geen onrecht, wanneer wij meer eischen dan wat in de stelsels van zijne dagen misschien voldoende geacht werd; wanneer wij ons bij de beoordeeling op een ander standpunt plaatsen dan waarop hij stond. Wij veroordeelen niet, omdat zijn tooneelwerk al of niet aan zekere willekeurige eischen van deze of gene school voldoet; maar omdat het kwalijk overeenkomt met datgeen, wat alleen het Drama overal en te allen tijde aantrekkelijk en genietbaar maakt. En men vergete niet, dat het publiek van Vondel's dagen, zij het ook met minder helder bewustzijn, en in anderen vorm, datzelfde oordeel heeft uitgesproken. Het bleef bij de tragedie van Vondel koud en ging er ter nauwernood meer heen. Te laat, om er in mijne beschouwing over Vondel's treurspelen doorloopend gebruik van te kunnen maken, gewerd mij de vlijtig bewerkte studie van Dr. Jan Te Winkel over Vondel als treurspeldichter1). Zij zou mij zeker wijziging in sommige onderdeelen hebben doen maken, waardoor evenwel geen verandering in de hoofdstrekking van mijn betoog zou zijn gebracht. Ik mag echter 1)Zij maakt het tweede stuk uit van zijn werk, getiteld: Bladzijden uit de Geschiedenis der Ned. Letterk., bl. 135-343.[p. 317]dit gedeelte van mijn onderzoek niet besluiten zonder een enkel punt uit die verhandeling te bespreken. In den meest beleefden en bescheiden vorm geeft Dr. Te Winkel te kennen, dat hij het niet eens is met mijn oordeel over Vondel's dramatisch talent. Ja, hij verwijt mij, dat ik den dichter groot onrecht doe. Zien we, wie van ons gelijk heeft. Waarom, vraagt hij, boeien Vondel's treurspelen ‘vele beschaafde menschen, aan wie men geen goeden smaak kan ontzeggen, niet meer?’ (bl. 227). Omdat men ze toetst aan ‘eigen subjectieven smaak.’ - ‘Men herinnert zich bekende dramatische regels, waaraan zij niet meer voldoen, of bepaalt er zich toe, de stukken te vergelijken met andere stukken, welke men wèl met genoegen heeft gelezen, stempelt de punten van afwijking met den naam van gebreken, en maakt de gevolgtrekking: in hun geheel, d.i. als treurspelen zijn Vondel's stukken gebrekkig.’ - ‘En dat is de groote fout.’ Als het oordeel alleen rustte op de vergelijking met andere stukken, dan kon de schrijver wel gelijk hebben. Zijn betoog is evenwel te veel op dit gedeelte zijner argumentatie gebouwd; en hij vergeet, dat hij ook gewaagd heeft van zekere ‘bekende dramatische regels,’ waaraan die heterodoxen vinden, dat Vondel's stukken ‘niet meer voldoen.’ En daarop komt het toch hoofdzakelijk aan. Hij erkent (bl. 223), dat zoo men Vondel ‘als karakterteekenaar’ met Shakespeare vergelijkt, onze dichter ‘een zeer mager figuur’ maakt, en ‘men geneigd zou zijn hem een zeer zwak dramatisch schrijver te noemen, als’ - let wel - ‘men maar overtuigd was, dat ieder soort van drama volstrekt op dat van Shakespeare moet gelijken.’ Maar wie heeft dat beweerd? Ik zeker niet. Maar ik houd vol, dat elk drama, classiek of romantisch, zal het ons kunnen behagen, aan zekere wetten moet voldoen, die in het wezen van het drama zijn geworteld. Waar het op deze wetten aankomt, gaat het, dunkt mij, niet aan, eenvoudig den aangehaalden volzin te besluiten met deze woorden: ‘Vondel's drama's zijn geheel iets anders, en eischen dus ook eene geheel andere wijze van beschouwen.’ In Vondel's tijd zei men: handeling is de ziel van het Drama; en wij spreken niet anders. [p. 318]‘Toch zou men zich bedrogen vinden, indien men handeling alleen of in de eerste plaats bij Vondel wilde zoeken.’ Het is Dr. Te Winkel, die ons dit op bl. 224 verkondigt. ‘Een tooneelstuk van Vondel kan het best vergeleken worden bij eene harmonisch aaneengeschakelde rij van beeldengroepen, een groot beeldwerk, dat eene geschiedenis voorstelt. Ieder fragment er van is als 't ware een groep of een tafereel. De personen, die optreden, schilderen zich zelf of geven in een verhaal ons eene beweeglijke schilderij te zien!’ En hoe schilderen zij zich zelf? Leest bl. 222. Nadat is aangewezen, dat Vondel de personen in zijne stukken wel vergelijkt bij figuren eener schilderij, volgt er: ‘Evenals de schilder in de eerste plaats het uiterlijk voorkomen zijner personen tracht weêr te geven, en van hun karakter alleen die trekken kan aanduiden, welke zich door eene zekere gelaatsuitdrukking, liefst een blijvenden plooi in het gelaat, openbaren, zoo ook besteedt Vondel zijne grootste kunst aan het schilderen van het uiterlijk voorkomen zijner helden, en doet hij alleen sterk sprekende karaktertrekken, als onveranderlijke eigenschappen zijner helden, goed uitkomen. Fijnheid van karakterteekening, vooral het weergeven van de geleidelijke ontwikkeling der karakters, moet men bij hem niet zoeken. In de kunst om een ingewikkeld karakter te ontleden, en de samenwerking der deelen te doen zien - het geheim van Shakespeare - heeft hij het niet ver gebracht; maar het was er hem ook niet om te doen. Hij wilde veeleer plastisch voorstellen, wat er met de personen in zijne stukken gebeurde, dan de drijfveeren en beweegredenen opgeven, die hen zus of zoo deden handelen.’ Ik laat daar, dat het punt van vergelijking niet juist door den criticus is uitgewerkt, daar hij ‘dien blijvenden plooi in het gelaat,’ die aan de beeldhouwkunst past, op de schilderkunst overbrengt, wier karakter juist beweeglijkheid is. Maar ik druk destemeer op de hier aan Vondel ontzegde fijnheid van karakterschildering. In gelijken zin spreekt hij ook later, bl. 272: ‘Het Pascha is voor ons hoogst belangrijk.... omdat het als treurspel en drama type van Vondel's treurspelen mag genoemd worden.... In geen stuk komt het karakter van Vondel's tragische kunst over het algemeen zoo duidelijk uit, als in dit.’ En waarin bestaat dit karakter? Op bl. 275 leest men: ‘De personen in het stuk beteekenen weinig en zijn niet gekenmerkt door scherp geteekende [p. 319]karakters, intrigue ontbreekt er geheel aan, zelfs de ontknooping mag op haren naam eigenlijk geene aanspraak maken.’ Als ik deze stellingen overweeg, dan kom ik mij zelf niet al te overmoedig voor, wanneer ik verklaar, dat ik er niet door overtuigd ben, dat ik mij bij de beoordeeling van Vondel als dramatisch Dichter op een onhoudbaar standpunt plaatste. Zie ik zoo verkeerd, als ik meen te ontwaren, dat Dr. Te Winkel mij eigenlijk, tegen wil en dank, volkomen gelijk geeft? Dat, wat ervaring en analyse ons geleerd hebben tot de meest noodzakelijke eigenschappen van het drama te behooren, handeling en karakterteekening, zonder welke een drama onmogelijk den gewenschten indruk kan maken bij eenig publiek, - daarnaar heeft Vondel, volgens zijn getuigenis, niet gestreefd. Wat hij heeft gewild: is eenvoudig (bl. 229) ‘eene opeenvolging van beeldengroepen en schilderingen van tafereelen, die met elkaar eene geschiedenis voorstellen.’ Dit is volkomen waar. Doch is dit genoeg om iemand te bevredigen? Ik zeg niet hem, die over de natuur van het Drama heeft nagedacht; maar elk schouwburgpubliek, dat toch alleen belangstelling kan gevoelen voor het lot van menschen, die waarachtig menschen zijn, met eene sprekende individualiteit; en dat alleen dan met ingehouden adem ziet en luistert, als die menschen handelen onder den machtigen invloed van den hartstocht; als het met een beklemd hart den afloop te gemoet ziet van dien bewogen handel, die den eenzijdigen held ten verderve moet voeren? Ik durf hierop in gemoede geen bevestigend antwoord geven. Ten slotte erkent de schrijver ook nog, dat Vondel, ofschoon hij zich met alle kracht op de studie van Aristoteles en zijne commentatoren geworpen had, evenwel ver beneden de tragedie der Ouden gebleven is, omdat (bl. 316) ‘hij van den eenen kant hen al te slaafs als op den voet volgde, terwijl hij van den anderen kant niet genoeg was doorgedrongen in het wezen hunner kunst.... De oorzaken, waardoor Vondel belet werd, treurspelen te schrijven, die in alle opzichten de vergelijking met die der ouden kunnen doorstaan, zijn door Camper m.i. juist opgegeven1). Vondel vatte de tooneelwetten van Aristoteles te veel naar de letter, te weinig naar den geest op. Hij had ze aangeleerd, niet opnieuw voor zich 1)P. Camper, Dissertatio de Justo Vondelio, Poeta Tragico. Lugd.-Bat. 1818.[p. 320]ontdekt, met dit gevolg, dat, waar hij ze toepaste, ze hem eer belemmerden dan voorthielpen.’ Heb ik iets anders geleerd? Het is verrassend, hoe wij langs verschillende wegen tot dezelfde slotsom komen. Ik mag dus vooralsnog mijn oordeel handhaven, dat Vondel op dramatisch gebied geen meester is geweest. Niet al zijne stukken zijn ten tooneele gebracht; en van de meeste, die werden vertoond, is het nooit tegengesproken, dat ze zich nimmer in grooten toeloop mochten verheugen1). Brandt schrijft dit alleen toe aan uitwendige oorzaken. Het is meer dan waarschijnlijk, dat de hevige predikatiën van Ds. Wittewrongel en anderen vele vromen van het bezoeken van den Schouwburg terughielden, vooral wanneer daar ‘Bijbelstof’ werd behandeld. Uit Vondel's Tooneelschilt weten wij, hoe de dominés tegen het tooneel in 't algemeen en tegen aan de Schrift ontleende onderwerpen in 't bijzonder bleven uitvaren; maar niet een ieder liep aan den leiband van de predikanten. 1)Onderstaand lijstje, door den Heer J.H. Rössing opgemaakt, uit Wybrand's mededeeling in de Dietsche Warande, geeft aan, hoe dikwijls tijdens het leven van den dichter zijne treurspelen op den Amsterdamschen Schouwburg zijn vertoond. Het jaartal wijst het eerste jaar der vertooning aan. 1638. Gysbreght van Aemstel 119 maal. 1638. Josef of Sofompaneas, (vertaald uit het Latijn van Hugo de Groot) 64 maal. 1639. Electra, (vertaald uit het Grieksch van Sophocles) 32 maal. 1640. Joseph in Egypten 40 maal. ongev. 1640. Joseph in Dothan 44 maal. 1641. De Gebroeders 46 maal. 1647. De Leeuwendalers 5 maal. 1650. Salomon 29 maal. 1660. De Maeghden 5 maal. 1655. Lucifer 2 maal. 1657. Salmoneus 7 maal. 1659. Jeptha 11 maal. 1660. David in Ballingschap 5 maal. 1660. Samson 3 maal. 1661. David herstelt 5 maal. 1663. Batavische Gebroeders 3 maal. 1665. Palamedes 3 maal. 1665. Edipus vertaald uit het Grieksch van Sophoeles 3 maal. [p. 321]Vondel zelf beklaagde zich, naar 't schijnt, dat Jan Vos, Hoofd of Bestuurder van den Schouwburg zijnde, de rollen zijner stukken aan onbekwame spelers gaf, die daarenboven ‘in ongerymde en oude verslete klederen’ ten tooneele kwamen1). Dit zou geschied zijn uit ‘nydicheit,’ of, zooals Brandt het uitdrukt, omdat Vos er op uit was ‘zynen roem te vergrooten, met anderen te verkleenen.’ Daaraan schreef hij 't voornamelijk toe, dat er bij Vondel's stukken ‘weinig toeloops volgde.’ Zou men evenwel de zaak niet kunnen omkeeren, en de vraag doen, of de weinige zorg aan de vertooning besteed, ook een gevolg was van den geringen toeloop, dien deze treurspelen verwierven? Welke reden bestond er toch voor Jan Vos om jaloersch te zijn? Het treurspel, waarmee hij in 1641 zijne loopbaan begon, werd uitbundig toegejuicht, bleef op het tooneel, en verwierf hem zulk een naam, dat hij kort daarop door Burgemeesters tot Regent van den Schouwburg benoemd werd. Buitendien stond hij met Vondel op een goeden voet2). Hij noemt hem ‘den Koning der Poëeten’3). Wij zagen (bl. 151) hoe hij hem in 1646 tegen zijne belagers verdedigde; en hoeveel hij in 1653 als tooneeldichter met hem ophad, blijkt uit het vers, dat hij maakte op Vondel's beeltenis, in dat jaar door Govert Flinck geschilderd, waarin het heet4): ‘De treurtooneelen zijn door dit vernuft herbooren En daavren door zijn pen vol traanen, bloedt en gal.’ Toen ‘de Burgemeesteren en Regeerders der Stadt Amsterdam 't vertoonen van Vondels Salomon met haar Ed. byzyn vereerden,’ (waarschijnlijk bij de eerste vertooning in 1648) heette Vos hen welkom met een gedicht, dat een lofdicht op Vondel was, waarin onder anderen gewaagd wordt van ‘Van Vondel's fenixveêr,’ waarmee hij Salomon gemaald had5). In dat alles is geen zweem van nijd te ontdekken. Het is waar, na 1659 vinden wij geen spoor meer van onderlinge welwillendheid tusschen de beide mannen, en het kan geen 1)Zie Brandt, Leven van Vondel, bl. 89; en verg. Dr. G. Penon, Historische en bibliographische Beschouwing van Vondels Hekeldichten, bl. 196-199. 2)Zie beneden, Hoofdst. X. 3)Gedichten, I D., bl. 797 4)Aldaar, I D., bl. 155. 5)Aldaar, II D., bl. 457.[p. 322]verwondering baren, dat het groote verschil van richting op kunstgebied hen gaandeweg van elkander vervreemd had. Is daarvan evenwel het gevolg geweest, dat Jan Vos door onwaardige middelen Vondel's stukken van het tooneel heeft trachten te weren? Brandt zegt het, en hij steunt daarbij op een brief van Antonides, waarvan hij, uit vijandschap tegen Vos, den inhoud nog vrij wat verscherpt heeft1). Maar ook op de verzekering van Antonides valt nog al wat af te dingen. Over de slechte plunje der tooneelspelers kunnen wij niet oordeelen; maar wat het toekennen der hoofdrollen ‘aen onbequame personadiën’ betreft, dit moet worden tegengesproken. Op het voetspoor van Wybrands heeft Dr. J.A. Worp aangetoond2), ‘dat althans in het speeljaar 1658-1659 de rollen van Vondel's stukken niet alleen niet slecht waren bezet, maar dat zij door dezelfde tooneelspelers werden vervuld, die in het treurspel [Aran en Titus] van Vos de voornaamste rollen hadden. Nu is het mogelijk, maar niet zeer waarschijnlijk, dat dit later anders is geworden. Immers waar, zooals dat aan den Schouwburg het geval schijnt te zijn geweest, een blijvend personeel is, wordt de rolverdeeling slechts zeer zelden veranderd. Al is het dus niet zeker, toch schijnt het wel, dat de klacht van Vondel over de ‘nydicheit’ van den ander op niet zeer vasten grondslag rustte.’ Buitendien weten wij uit de statistiek door C.N. Wybrands opgemaakt3), dat gedurende het Regentschap van Vos de treurspelen van Vondel alles behalve van het tooneel geweerd werden, daar zij, zelfs in de eerste jaren na de verkoeling, telkens 19, 17 of 11 malen zijn vertoond, terwijl na den dood van Vos terstond die getallen tot 2, 1, 11, 0, 0, 0, 2 worden teruggebracht4). Men heeft het bekende distichon: ‘Wie wroet des Amstels Schouburgh om? Een Akervercken bot en dom,’ in het jaar 1664 gesteld, en het als op Jan Vos doelende aangemerkt5); maar het komt reeds voor in 16596). Daar het met de 1)Zie Dr. J.A. Worp, Jan Vos, bl. 101. 2)T.a. pl., bl. 102. 3)In de Dietsche Warande, X D., bl. 423 vlgg. 4)Zie het lijstje in Worp's aangehaald boek, bl. 104. 5)Verg. Dr. G. Penon, Vondels Hekeldichten, bl. 190. 6)Aldaar, bl. 192.[p. 323]vertooning van den Gysbreght in verband staat, zal het ook wel van het jaar 1637 zijn1); en het kan dus niet op Jan Vos slaan. Aan wien moet men dan denken? Dr. Jan Te Winkel heeft ons bekend gemaakt met eenige schotschriften, waarin aan Simon Engelbregt, die in 1637 Regent van den Schouwburg was, den bijnaam gegeven wordt van ‘de man met zijn slagtanden.’ Op hem past dus volkomen de uitdrukking Akervercken (wild zwijn), door Vondel gebezigd, zooals de genoemde geleerde zeer juist heeft opgemerkt2). Neen, zoo de Schouwburg bij de vertooning van Vondel's stukken ledig bleef, dan moet daar eene andere, innerlijke oorzaak voor geweest zijn; en wel deze, dat die stukken niet populair konden worden. Daaraan ontbrak, wat het publiek lokt: levendigheid van handeling en hartstocht. ‘De verhevenste zedeleer, betoogend voorgedragen, maakt den aanschouwer geeuwerig en onverschillig’ (Snellaert). Brandt erkent dat naïef genoeg, als hij het publiek verwijt, dat het de voorkeur gaf aan ‘speelen, meest uit het Spaensch vertaelt, die door 't gewoel en veelerley verandering, hoewel 'er somtydts weinigh kunst en orde in was, den grooten hoop (zich aan 't ydel gezwets en den poppentoestel vergaapende) zoo behaagden, dat men kooper boven goud schatte, en Vondels treurspelen achter de bank wierp.’ De gedachte kwam niet bij hem op, dat hij hier de werking eener vaste wet waarnam. Toch is het zoo, en zelfs Van Lennep, die vroeger eene andere theorie huldigde3), moest dit later zelf erkennen, toen hij schreef4): ‘Wat zoekt de menigte wel inzonderheid in den schouwburg? Men lette op het woord schouwburg zelf, op dat van spectacle, van theatrum, men lette op de klagt van Horatius over het Romeinsch publiek, op die van Brandt in het leven van Vondel over de Amsterdamsche volksmenigte, op die van onze hedendaagsche tooneelkijkers en men zal vinden, dat het volk in den Schouwburg meer de vermaken van het gezicht dan die des gehoors komt zoeken. 1)Aldaar, bl. 193. 2)Bladzijden uit de geschiedenis der Ned. Letterk., bl. 132 en Worp, Jan Vos, bl. 100, aant. 3. 3)Zie boven, XVIIe Eeuw, I D., bl. 306. 4)Leven van C. en D.J. Van Lennep, IV D., bl. 150.[p. 324]Het is wat ongepast, dunkt mij, hiertegen als tegen een verbasterden smaak te schreeuwen. Naar mijn inzien is het even natuurlijk dat de menigte dit, als dat het kleinst en meer beschaafd gedeelte des publieks iets anders [?] verlangt.’ Voor den lezer behoudt Vondel's tooneelpoëzie altijd groote waarde om de schoonheden van détail, die er ontegenzeggelijk in voorkomen. Zij munt over 't geheel uit door kracht en sierlijkheid van taal en meesterlijke behandeling van de techniek der verzen. Bovendien ontmoet men er, behalve zoo menig dichterlijk beeld of menige treffend uitgedrukte verheven gedachte, niet zelden beschrijvingen en lyrische ontboezemingen, in de verhalen en reien, die, op zichzelf beschouwd, meesterlijke brokstukken zijn; ja, nu en dan komen er geheele tooneelen, of, wil men, samenspraken in voor, die door levendigheid van voorstelling boeien. Wij hebben daarvan een paar proeven bijgebracht, die gemakkelijk waren te vermeerderen, indien ons bestek het gedoogde. Maar dit alles stempelt Vondel's tragedies nog niet tot ‘meesterstukken.’ En als wij nu ons oordeel over Vondel zullen samentrekken, dan moeten wij bekennen, dat hij ons als mensch achting en sympathie afdwingt. Hij moge al bij Hooft achterblijven in hoofsche vormen, in geestigheid en luim, als karakter staat hij oneindig hooger. Hij was, zooals Van Lennep terecht heeft opgemerkt, (IV D., bl. 443) ‘levendig, rusteloos, onvermoeid strijdende voor hetgeen hij waarheid achtte te zijn, en by dien strijd niemand ontziende, vooral zich nimmer terug latende houden door gedachten aan eigen voordeel, aan eigen gevaar.’ Niet zelden wat al te eenzijdig, al te openhartig; maar nooit zonder diepe overtuiging. Daarbij was hij arbeidzaam, nederig, oprecht, eerlijk en braaf. Zijn geheele leven en zijn werk geven, als Antonides het uitdrukte, ‘Blijk Van 't vroom en kuisch gemoed, zich zelfs alom gelijk.’ En als dichter zal niemand hem den roem betwisten van te zijn ‘Een paerel der Poëten, Van sterker geest als anderen bezeten, Des Amstels roem,’[p. 325]zooals Westerbaen hem, zij het dan ook met ironische bedoeling, teekende. Hollander en Amsterdammer tot in het merg van zijn gebeente, neemt hij in alles deel, wat zijn vaderland en zijne vaderstad tot roem en eer verstrekt, en verheerlijkt die met zijne kunst. En toch, daar hij in zichzelf gekeerd was van natuur, vierde hij in de lyriek zijne schoonste triomfen. Innigheid van gevoel is zijne meest karakteristieke eigenschap. Zijne verbeelding draagt denzelfden stempel: zij leidt hem meer tot beeld en vergelijking, dan tot het scheppen van veelzijdige persoonlijkheden of toestanden. Toch neemt zij vaak te hooge vlucht om in Holland waarlijk populair te worden. Als hij wezenlijk geïnspireerd is, blijft hij, bij al zijne verhevenheid, echter eenvoudig en natuurlijk. Hij moge dikwerf den smaak des tijds gehuldigd, en zich in het classieke harnas der Patriciërs gewrongen hebben ondanks den eerbied, dien hij als burgerman voor de ‘Heeren’ koesterde, was hij zelfstandig en waarachtig dichter genoeg, om natuur en eenvoudig gevoel, waar het aanging, het woord te gunnen boven voorname gekunsteldheid. Zijn vorm is meesterlijk. Wat Hollandsche taal, stijl en versbouw onder zijne hand geworden zijn, ziet men 't best, als men zijne vroegere met zijne latere gedichten vergelijkt. In Vondel bereikte de Nederlandsche dichtkunst haar zenith. Toch wordt hij in onze dagen meer geprezen dan gelezen. Is dit niet beschamend voor het levend geslacht? Mocht de dag spoedig aanbreken, waarop de Geschiedenis met waarheid kon getuigen, wat Brandt zei (Leven van Vondel, bl. 108): ‘Al wat Hollandsch spreekt of verstaat, en Poezy bemindt, gewaaght nu van zynen lof.’ Misschien kan alleen eene critische volksuitgave van zijne werken het Nederlandsche volk daartoe in staat stellen. Mocht eene bevoegde hand ons die weldra schenken! 'NSync A Mei A Tribe Called Quest A*Teens A-axis A-bomb A-frame A-line A-pole A. Blass A. Frank Ruffo A. Hartzhorn A. Heyting A. Middeldorp A. Nico Habermann A. Nijholt A. P. Morse A. Paz A. Ponse A. R. Ammons A. Skowron A. Szilard A. Thomasian A. A. Markov A. F. de Geus A. G. Dragalin A. G. Vitushkin A. H. Taub A. H. G. Rinnooy Kan A. J. Kfoury A. J. Langer A. J. McLean A. K. Dewdney A. K. Lenstra A. M. Farley A. P. Ershov A. P. Sistla A. S. Klusener A. S. Troelstra AAA AAAA AAAL AAAS AAE AAEE AAF AAG AAM AAP AAUP AAUW AAeE AAgr AAvTech ABA ABC ABLS ABM ABPC ABS ABus AC/DC ACAA ACLS ACLU ACP ACS ACTH ACW ACWA ADA ADC AEC AEF AET AEd AEng AFA AFAM AFB AFC AFL AFM AFS AFT AGC AHSA AIA AIC AID AIEEE AIME AISI AJ Cook AJ McLean AKC ALA ALGOL ALP AMA AME AMEDS AMLS AMORC AMP AMPAS AMS AMSW AMT AMus AMusD ANC ANG ANTA ANTU ANZUS AOU APA APC API APO APRA APS APSA ARA ARC ARCS ARE ARP ARU ARV ARel ASA ASCAP ASM ASN ASPCA ASS ASSR ASTM ASU ASW ATA ATC ATP ATS ATech AUA AUC AUM AVC AWB AWL AYH Aaberg Aachen Aad van Wijngaarden Aalborg Aalesund Aaliyah Aalst Aalto Aamir Khan Aar Aara Aarau Aaren Aargau Aarhus Aarika Aaron Aaron Carter Aaron Kwok Aaron Lohr Aaron's-beard Aaronite Aaronson Aba Abaco Abad Abadan Abaddon Abagael Abagail Abagtha Abailard Abakan Abana Abantes Abarbarea Abaris Abas Abate Abba Abbai Abbasid Abbate Abbe Abbeville Abbevillian Abbey Abbi Abbie Abbot Abbotsen Abbotsford Abbotson Abbotsun Abbott Abbott and Costello Abbottson Abboud Abby Abbye Abd-el-Kadir Abdel Abdelaziz Fellah Abdella Abderhalden Abderus Abdias Abdon Abdu Abdul Abdul R. Rahman Abdul-Aziz Abdulla Abe Abebi Abednego Abel Abel-meholah Abelard Abell Abenezra Abeokuta Abercrombie Abercromby Aberdare Aberdeen Aberdeenshire Aberglaube Abernathy Abernon Abert Aberystwyth Abey Abgatha Abia Abiathar Abib Abidjan Abie Abigael Abigail Abigail Mavity Abigale Abihu Abijah Abilene Abilyne Abimelech Abineri Abingdon Abinger Abington Abinoam Abisha Abishag Abishek Bachan Abisia Abiu Abixah Abkhaz Abkhazia Abkhazian Abnaki Abnakis Abner Abo Aboriginal Aborigine Aborn Abott Aboukir Abra Abraham Abraham Robinson Abrahams Abrahamsen Abrahan Abram Abramo Abrams Abramson Abran Abroms Abruzzi Absa Absalom Absecon Abshier Absolute Absyrtus Abu-Bekr Abukir Abulfeda Abuna Abury Abydos Abyla Abyss Abyssinia Abyssinian Acacallis Acacia Academus Academy Acadia Acadian Acalia Acamas Acapulco Acarnan Acastus Accad Accadian Accalia Accius Accra Accrington Accutron Acda en de Munnik Ace Ace of Base Aceldama Acerbas Acesius Acessamenus Acetes Acey Achab Achad Achaea Achaean Achaemenes Achaemenid Achaeus Achan Acharnians Achates Achaz Achelous Acherman Achernar Acheron Acheson Acheulian Achill Achilles Achimaas Achimelech Achish Achitophel Achorn Achromycin Achsah Acidalium Acidanthera Acie Acima Acis Acker Ackerley Ackerman Ackler Ackley Acmon Acoemeti Acol Aconcagua Acquah Acraea Acre Acres Acrilan Acrisius Acrocorinth Acropolis Acrux Acta Actaeon Actis Actium Acton Actor Actoridae Acus Ad Rock Ada Ada Choi Adabel Adabelle Adachi Adah Adaha Adai Adaiha Adair Adal Adala Adalai Adalard Adalbert Adalheid Adali Adalia Adaliah Adalie Adaline Adall Adallard Adam Adam Alexi-Malle Adam Ant Adam Baldwin Adam Corolla Adam Duritz Adam Frost Adam Garcia Adam Goldberg Adam Grove Adam L. Buchsbaum Adam Rickitt Adam Sandler Adam Storke Adam Trese Adam West Adam Yauch Adam's-needle Adam-and-Eve Adama Adamas Adamawa Adamec Adamek Adamic Adamik Adamina Adaminah Adamis Adamite Adamo Adamok Adams Adamsen Adamski Adamson Adamsun Adan Adana Adao Adapa Adar Adara Adaurd Aday Adda Addam Addams Addi Addia Addie Addiego Addiel Addington Addis Addison Addisonian Addressograph Addy Ade Adebayo Adee Adel Adela Adelaida Adelaide Adelaja Adelbert Adele Adele Stephens Adelheid Adelia Adelice Adelina Adelind Adeline Adella Adelle Adelphe Adelpho Adelric Aden Adena Adenauer Ader Adest Adey Adham Adhamh Adhern Adi Adi Shamir Adie Adiel Adiell Adige Adighe Adigranth Adigun Adila Adim Adin Adina Adine Adirondack Adirondack Mountains Adis Aditi Dhagat Aditya Adivasi Adkins Adlai Adlar Adlare Adlay Adlee Adlei Adler Adley Adm Admah Admete Admetus Admiral Admiralty Islands Adna Adnah Adne Adnopoz Adolf Adolfo Adolph Adolphe Adolpho Adolphus Adon Adonai Adonais Adonia Adonias Adonic Adonica Adonijah Adonis Adora Adoree Adorl Adoula Adowa Adrammelech Adrastea Adrastus Adrea Adrell Adrenalin Adrestus Adria Adrial Adrian Adrian Edmondson Adrian Grenier Adrian Pasdar Adrian Paul Adriana Adriana Lima Adriana Sklenarikova Adriane Adrianna Adrianne Adriano Adrianople Adrianopolis Adriatic Adriel Adriell Adrien Adrien Brody Adrien Dorval Adriena Adriene Adrienne Adrienne Barbeau Adrienne Frantz Adron Adullamite Adur Adurol Aduwa Adv Advaita Advent Adventism Adventist Adyge Adygei Adyghe Adzharistan AeE Aeacidae Aeacides Aeacus Aeaea Aechmagoras Aedilberct Aeetes Aegaeon Aegates Aegean Islands Aegeria Aegesta Aegeus Aegia Aegialeus Aegialia Aegicores Aegimius Aegina Aeginaea Aegiochus Aegipan Aegir Aegisthus Aegium Aegle Aegospotami Aegyptus Aekerly Aelber Aella Aello Aenea Aeneas Aeneid Aeneus Aeniah Aenius Aenneea Aeolia Aeolian Aeolian Islands Aeolic Aeolides Aeolis Aeolus Aepyornis Aepytus Aeria Aeriel Aeriela Aeriell Aerol Aerosmith Aesacus Aeschines Aeschylus Aesculapius Aesepus Aesir Aesop Aestatis Aesyetes Aethalides Aethelbert Aetheria Aethra Aethylla Aetna Aetolia Aetolus Affer Affra Affrica Afgh Afghan Afghanistan Afke Rijenga Afra Aframerican Afrasia Afrasian Africa Africah African Africander Africanderism Africanism Africanist Africanization Africanthropus Afrika Afrikaans Afrikah Afrikander Afrikanderism Afrikaner Afrikanerdom Afro Afro-American Afro-Asiatic Afro-chain Afro-comb Afton Afyon AgE Aga Muhlach Agabus Agace Agacles Agadir Agag Agama Agamede Agamedes Agamemnon Agan Agana Aganippe Aganus Agape Agar Agartala Agassiz Agastrophus Agastya Agata Agate Agatha Agatharchides Agathe Agatho Agathon Agathy Agathyrsus Agave Agbogla Agee Agelaus Agen Agena Agenais Agenor Aggada Aggadah Aggadoth Aggappe Aggappera Aggappora Aggarwal Aggeus Aggi Aggie Aggri Aggy Agh Agincourt Aglaia Aglauros Aglaus Agle Agler Agna Agnatha Agnella Agnes Agnes Chan Agnes Moorehead Agnes Soral Agnese Agnesse Agneta Agnetha Faltskog Agnew Agni Agnis Andzans Agnola Agon Agoraea Agoraeus Agostini Agostino Agosto Agra Agraeus Agram Agraulos Agricola Agrigento Agrinion Agriope Agripina Agrippa Agrippina Agrius Agrotera Agt Aguadilla Aguascalientes Aguayo Agueda Aguinaldo Aguistin Agulhas Agung Agustin Agustin Marvin Agyieus Ahab Aharon Ahasuerus Ahaz Ahaziah Ahders Ahearn Ahern Ahhiyawa Ahidjo Ahiezer Ahimaaz Ahimelech Ahir Ahira Ahishar Ahithophel Ahl Ahlgren Ahmad Ahmadi Ahmadiya Ahmar Ahmed Ahmedabad Ahmednagar Ahmet Zappa Ahmo Hight Ahola Aholah Aholla Ahom Ahoskie Ahoufe Ahouh Ahrendt Ahrens Ahriman Ahron Ahuzzath Ahvenanmaa Ahwaz Ai Iijima Ai Kato Ai Kawasaki Aia Aias Aida Aidan Aidan Gillen Aidan McArdle Aidan Quinn Aiden Aidin Aidoneus Aidos Aiea Aiello Aigneis Aiken Aiko Sato Aila Ailbert Ailee Aileen Ailene Ailey Aili Ailin Ailis Ailsa Ailssa Aime J. Bayle Aimee Aimil Aimo Ain Aindrea Ainslee Ainsley Ainslie Ainsworth Aintab Ainu Ainus Air Airdrie Aire Airedale Airel Aires Airla Airlee Airlia Airliah Airlie Airy Aisha Aishwarya Rai Aisne Aitken Aix-en-Provence Aix-la-Chapelle Aix-les-Bains Aiza Marquez Ajaccio Ajani Ajanta Ajax Ajay Devgan Ajay Naidu Ajei Gopal Ajit Ajit Agrawal Ajivika Ajmer Ajmer-Merwara Ajo Ajodhya Ajuga Akaba Akademi Akan Akane Kanazawa Akane Oda Akanke Akbar Akebono Akel Akela Akeldama Akeley Aker Akerboom Akerley Akers Akeyla Akeylah Akh Akhaia Akhenaten Akhetaton Akhilesh Tyagi Akhisar Akhmatova Akhnaton Akihito Akiko Hinagata Akiko Ikuina Akiko Yada Akili Akim Akin Akins Akira Akira Fubuki Akita Akitoshi Yoshida Akkad Akkadian Akkerman Akkra Aklog Akmolinsk Akron Aksel Akshaye Khanna Aksoyn Aksum Aktyubinsk Akure Akutagawa Akyab Al Aho Al Franken Al Jolson Al Pacino Al Roker Al Wiggins Al-Gazel Ala Alabama Alabaman Alabamian Alabaster Aladdin Alage Alagez Alagoas Alai Alain Alain Delon Alain-Fournier Alaine Alair Alake Alalcomeneus Alamanni Alamannic Alameda Alamein Alamo Alamogordo Alamosa Alan Alan Alda Alan Arkin Alan Bean Alan Cobham Alan Cumming Alan Demers Alan Fekete Alan George Alan Parson Project Alan Perlis Alan Rachins Alan Rickman Alan Ruck Alan Selman Alan Shaw Alan Shepard Alan Siegal Alan Stanford Alan T. Sherman Alan Tam Alan Thicke Alan Toy Alan Turing Alan-a-dale Alana Alana Mauritis Alanah Alanbrooke Aland Alane Alanis Morissette Alanna Alano Alansen Alanson Alarcon Alard Alaric Alarice Alarick Alarise Alas Alasdair Alasdair Gillis Alaska Alaskan Alastair Alasteir Alaster Alastor Alatea Alathia Alayne Alb Alba Alba Parietti Albacete Albamycin Alban Albanese Albania Albanian Albany Albarran Albategnius Albay Albee Albemarle Alben Alber Alberic Alberich Alberik Alberoni Albers Albert Albert Belle Albert Brooks Albert Finney Albert Greenberg Albert Meyer Albert Tucker Alberta Alberta Watson Alberti Albertina Albertine Albertist Alberto Alberto Mendelzon Alberto Torres Albertson Albertville Albi Albia Albie Albigenses Albigensian Albigensianism Albin Albina Albinoni Albinus Albion Albniz Alboin Alboran Albrecht Albric Albright Albunea Albuquerque Albur Alburg Alburga Albury Alby Alcaeus Alcaic Alcaids Alcandre Alcathous Alcatraz Alcazar Alceste Alcestis Alchuine Alcibiades Alcides Alcidice Alcimede Alcimedes Alcimedon Alcina Alcine Alcinia Alcinous Alcis Alcmaeon Alcman Alcmaon Alcmene Alcoa Alcock Alcon Alcor Alcoran Alcoranist Alcot Alcott Alcuin Alcus Alcyone Alcyoneus Ald Alda Aldabra Aldan Aldarcie Aldarcy Aldas Aldebaran Alded Alden Alder Aldercy Alderman Aldermaston Alderney Aldershot Alderson Aldin Aldine Aldington Aldis Aldith Hunkar Aldm Aldo Aldo Lazar Aldon Aldora Aldos Aldous Aldred Aldredge Aldric Aldrich Aldridge Aldridge-Brownhills Alduino Aldus Aldwin Aldwon Alea Aleardi Alebion Alec Alec Baldwin Alec Guinness Alecia Aleck Alecto Aleda Aledo Aleece Aleedis Aleen Aleetha Alegre Alegrete Aleichem Aleixandre Alejandra Alejandrina Alejandro Alejandro Jodorowsky Alejo Alek Alekhine Aleksandr Aleksandra Bechtel Aleksandropol Aleksandrovsk Alem Alemanni Alemannic Alembert Alena Alencon Alene Alenson Aleppo Aleras Aleris Aleron Alesandrini Alesha Oreskovich Alesha Webb Alesia Alessandra Alessandra Martines Alessandri Alessandria Alessandro Alessandro Del Piero Alessandro Nivola Alessia Mancini Alessia Marcuzzi Alessia Merz Aleta Aletes Aletha Alethea Alethia Aletta Aleus Aleut Aleutian Alex Alex Birman Alex Cord Alex Corretja Alex D. Linz Alex Estornel Alex Gonzalez Alex Greenwald Alex Hyde-White Alex Ibarra Alex Jennings Alex Kingston Alex Lloyd Alex Lundqvist Alex McArthur Alex Ramirez Alex Rodriguez Alex Siegel Alex Solowitz Alex To Alex Wang Alexa Alexa Vega Alexander Alexander Horsch Alexander Kechris Alexander Logothetis Alexander Rabinovich Alexander Siddig Alexander Sokurov Alexander T. Ishii Alexanderson Alexandr Alexandra Alexandra Fletcher Alexandra Paul Alexandra Tydings Alexandra Wentworth Alexandra Wilson Alexandre Alexandre Arcady Alexandretta Alexandria Alexandrian Alexandrina Alexandrine Alexandrinus Alexandro Alexandropolis Alexandros Alexandroupolis Alexei P. Stolboushkin Alexi Alexia Alexian Alexiares Alexicacus Alexina Alexine Alexio Alexis Alexis Bledel Alexis Cruz Alexis Denisof Alexis Lamouret Aley Aleydis Alf Alf Wachsmann Alfadir Alfeus Alfheim Alfi Alfie Alfieri Alfons Alfonso Alfonson Alfonzo Alford Alfraganus Alfre Woodard Alfred Alfred Foster Alfred Hitchcock Alfred Renyi Alfred Tarski Alfreda Alfredo Alfredo Viola Alfric Alfur Alfy Alg Algalene Algar Algeciras Alger Algeria Algerian Algerine Algernon Alghero Algie Algiers Algol Algoma Algona Algonac Algonkian Algonkin Algonquian Algonquin Algren Alguire Algy Alhambra Alhazen Ali Ali Landry Ali Larter Ali Yaghi Alia Aliacensis Aliber Alic Alica Alicante Alice Alice Cooper Alice Dodd Alice Faye Alice In Chains Alice Krige Alice Pang Alice Ripley Alicea Aliceville Alicia Alicia Leigh Willis Alicia Morton Alicia Rickter Alicia Silverstone Alicia Witt Alick Alida Alidia Alidis Alidus Alie Aligarh Alika Alikee Alina Aline Alinna Alioth Aliquippa Alis Alisa Alisa Reyes Alisan Alisander Alisen Alisha Alisia Alison Alison Armitage Alison Eastwood Alison Elliott Alison Folland Alison MacInnis Alison Newman Alison Sweeney Alissa Alistair Alistair Sinclair Alister Alita Alitha Alithea Alithia Alitta Alius Alix Alix Koromzay Aliza Alkmaar Alkoran All Saints Alla Allah Allahabad Allain Allan Allan Borodin Allan Heydon Allan Houston Allan-a-Dale Allana Allanson Allard Allare Allayne Allbee Allcot Alleen Allegan Allegheny Allegheny Mountains Allegra Allen Allen Emerson Allen Goldberg Allen Iverson Allen Newell Allen van Gelder Allenby Allende Allene Allentown Alleppey Alleras Allerie Alleris Allerus Alley Alley Baggett Alleyn Alleyne Allhallowmas Allhallows Allhallowtide Alli Alliance Alliber Allie Allier Allies Allina Allis Allisan Allison Allison Janney Allison Smith Allissa Allista Allister Allistir Allix Allmon Alloa Alloway Allred Allrud Allsopp Allston Allsun Allveta Allwein Ally Ally Sheedy Ally Walker Allyce Allyn Allyne Allys Allyson Alma Alma-Ata Alma-Tadema Almad Almada Almagest Almallah Almanon Almeda Almeeta Almeida Almelo Almena Almendare Angelie Almera Almeria Almerian Almeric Almeta Almighty Almira Almire Almita Almohad Almohade Almond Almoravid Almoravide Almudena Fernandez Almund Alnico Alo Alodee Alodi Alodie Aloeus Alogi Aloha Aloidae Aloin Aloise Aloisia Aloisius Alok Aggarwal Aloke Alon Alon Itai Alonso Alonzo Alonzo Church Alonzo Mourning Alope Alopecus Alorton Alost Aloysia Aloysius Alpena Alper Alpers Alpert Alpes-Maritimes Alpetragius Alpha Alphaea Alphesiboea Alpheus Alphonsa Alphonse Alphonsine Alphonso Alphonsus Alpinist Alps AlrZc Alric Alrich Alrick Alroi Alroy Alsace Alsace-Lorraine Alsace-Lorrainer Alsatia Alsatian Alsip Also Alson Alsou Alston Alsworth Alta Altadena Altaf Altai Altai Mountains Altaic Altair Altamira Altavista Altay Altdorf Altdorfer Alten Altes Altgeld Althaemenes Althea Althee Altheta Althing Altiplano Altis Altman Alton Alton Fitzgerald White Altona Altoona Altrincham Alturas Altus Aluin Aluino Alun Armstrong Alundum Alurd Alurta Alva Alvah Alvan Alvar Alvarado Alvarez Alvaro Alvaro Escobar Alver Alvera Alverson Alverta Alves Alveta Alviani Alvie Alvin Alvina Alvinia Alvino Alvira Alvis Alvita Alvord Alvy Alwin Alwitt Alwyn Alyattes Alyce Alyda Alyose Alys Alysa Alyse Alysia Alyson Alyson Court Alyson Hannigan Alysoun Alyss Alyssa Alyssa Milano Alyssia Chia Alyworth Ama Amabel Amabelle Amabil Amadas Amadeo Amadeus Amadis Amado Amador Amadus Amagasaki Amal Amalbena Amalberga Amalbergas Amalburga Amalea Amalee Amalek Amalekite Amaleta Amalia Amalia Rodrigues Amalie Amalita Amalthaea Amalthea Amanda Amanda Bach Amanda Barrie Amanda Bynes Amanda Coetzer Amanda Detmer Amanda Foreman Amanda Gu Amanda Holden Amanda Peet Amanda Plummer Amanda Spoel Amanda Tapping Amandi Amandie Amando Amandy Amanist Amann Amap Amar Amara Amaral Amaras Amarette Amargo Amari Amarillas Amarillis Amarillo Amaris Amary Amaryl Amaryllis Amarynceus Amasa Amasias Amata Amaterasu Amathi Amathist Amathiste Amati Amato Amatruda Amaty Amaya Amaziah Amazon Amazonas Amazonis Amazonomachia Amb Ambala Ambedkar Amber Amber Barretto Amber Benson Amber Rose Tamblyn Amber Smith Amber Valetta Amber Valletta Amberley Amberly Ambert Ambie Ambler Amboina Amboinese Amboise Ambra Angiolini Ambrogino Ambrogio Ambros Ambrosane Ambrose Ambrosi Ambrosia Ambrosine Ambrosio Ambrosius Ambur Amby Amchitka Ame Amedeo Amelia Amelia Earhart Amelia Fong Amelie Amelie Mauresmo Amelina Ameline Amelita Amen Amen-Ra Amena Amend Amer AmerInd AmerSp America American American Expeditionary Forces Americana Americanisation Americaniser Americanism Americanist Americanization Americanizer Americano Americanos Amerigo Amerind Amerindian Amero Amersfoort Amersham Amery Ames Amesbury Amethist Amethyst Amfortas Amhara Amharic Amherst Ami Ami Dolenz Ami Suzuki Amias Amice Amick Amick Madchen Amida Amidah Amidol Amie Amiel Amiens Amieva Amigen Amihood Amir Amii Amin Aminta Amir Amir Aboulela Amir Ben-Amram Amir Herzberg Amir Pnueli Amiram Yehudai Amis Amish Amisha Patel Amitabh Bachchan Amitabh Shah Amitabha Amitie Amittai Amity Amityville Amling Ammadas Ammadis Amman Ammanati Ammann Ammianus Ammishaddai Ammon Ammonite Ammonites Amoakuh Amon Amon-Ra Amopaon Amor Amora Amoreta Amorete Amorette Amoretti Amorita Amoritta Amory Amos Amos Fiat Amotz Bar-Noy Amoy Amp Ampelos Amphiaraus Amphibia Amphictyon Amphidamas Amphilochus Amphimachus Amphimarus Amphinome Amphinomus Amphion Amphissa Amphissus Amphithemis Amphitrite Amphitruo Amphitryon Amphius Amphoterus Ampycides Ampycus Amr Amram Amravati Amri Amrita Amritsar Amsden Amsterdam Amtorg Amulius Amund Amundsen Amur Amur Shakur Amuro Namie Amy Amy Acuff Amy Brenneman Amy Carlson Amy Dumas Amy Ecklund Amy Fadhli Amy Felty Amy Fisher Amy Grant Amy Irving Amy Jo Johnson Amy Keller Amy Lansky Amy Locane Amy Lynn Amy Madigan Amy Pietz Amy Rochelles Amy Smart Amy Tan Amy Weber Amy Wesson Amy Yasbeck Amy Yip Amyas Amyclas Amycus Amye Amymone Amyntor Amytal Amythaon Ana Ana Gasteyer Ana Paula Arosio Ana-Alicia Anabaptism Anabaptist Anabase Anabel Anabella Anabelle Anacletus Anaconda Anacortes Anacostia Anacreon Anacreontic Anadarko Anadyomene Anadyr Anagha Anagnos Anaheim Anakim Analiese Analise Anam Anambra Anammelech Anamosa Anana Anand Ananda Ananda Lewis Ananias Ananna Ananova Anapurna Anasazi Anastacia Anastas Anastase Anastasia Anastasie Anastasio Anastasius Anastassia Anastatius Anastice Anastos Anatevka Anatol Anatola Anatole Anatoli Buda Anatolia Anatolian Anatolic Anatolio Anatoly Maltsev Anax Anaxagoras Anaxarete Anaxibia Anaximander Anaximenes Anaxo Ancaeus Ancalin Ancel Ancelin Anceline Ancell Anchesmius Anchiale Anchie Anchises Anchorage Ancier Ancilin Ancius Ancohuma Ancona Andalusia Andalusian Andaman Andaman Islands Andamanese Andee Andel Andelee Ander Anderea Anderegg Anderer Anderlecht Anders Andersen Anderson Andersonville Anderssen Andert Andes Andi Andi Mans Andie Andie MacDowell Andikithira Andizhan Andonis Andorra Andorran Andr Andra Andrade Andras Andras Frank Andras Hajnal Andre Andre Agassi Andre Berthiaume Andre Braugher Andre Scedrov Andrea Andrea Barber Andrea Bendewald Andrea Bocelli Andrea Corr Andrea Evans Andrea King Andrea LaPaugh Andrea McArdle Andrea Parker Andrea Thompson Andreana Andreanof Islands Andreas Andreas Griewank Andreas Potthoff Andreas Vincigurra Andreas Wisniewski Andree Andrei Andrei Andreevich Markov Andrei Broder Andrei Medvedev Andrej Andrej Brodnik Andrel Andreotti Andres Andrew Andrew Blackman Andrew Booth Andrew Chin Andrew Dice Clay Andrew Divoff Andrew Goldberg Andrew Kavovit Andrew Keegan Andrew Lawrence Andrew Levitas Andrew Lloyd Webber Andrew McCarthy Andrew Odlyzko Andrew Robinson Andrew Secombe Andrew Sharp Andrew Shue Andrew Stevens Andrewes Andrews Andrey Andreyev Andri Andria Andriana Andric Andrien Andris Androclea Androcles Androcrates Androgeus Andromache Andromada Andromaque Andromeda Andromede Andron Androphonos Andros Androscoggin Androw Andrsy Andrus Andryc Andrzej Ehrenfeucht Andrzej Lingas Andrzej Mostowski Andrzej Pelc Andrzej Wajda Andrzej Zulawski Andvari Andy Andy Dick Andy Garcia Andy Gibb Andy Griffith Andy Hui Andy Kaufman Andy Lau Andy Lawrence Andy Pickford Andy Podgurski Andy Prior Andy Taylor Andy Williams Andy Yao Aneale Anemotis Anesidora Anestassia Anet Aneto Anett Anetta Anette Aneurin Aney Angadreme Angadresma Angang Angara Angarsk Ange Angel Angel Boris Angel Dichev Angel Grant Angel Jones Angela Angela Bassett Angela Cartwright Angela Dotchin Angela Featherstone Angela Groothuizen Angela Heath Angela Lansbury Angela Lindvall Angela Little Angela Mao Angela Oh Angela Schijf Angela Via Angela Visser Angela Watson Angele Angeleno Angelenos Angelic Angelica Angelica Boss Angelica Bridges Angelica Huston Angelica Wallgren Angelico Angelie Almendare Angelika Angelina Angelina Jolie Angeline Angelique Angelis Angelita Angell Angell Hill Angelle Angelo Angelo Branduardi Angelus Angelyn Angerboda Angerona Angers Angevin Anggun Angi Angie Angie Cheong Angie Dickinson Angie Everhart Angie Harmon Angil Angkor Angl Angle Angledozer Angles Anglesey Angleton Anglia Anglian Anglic Anglican Anglicanism Anglicisation Anglicism Anglicist Anglicization Anglification Anglim Anglist Anglistics Anglo Anglo-American Anglo-Americanism Anglo-Australian Anglo-Catholic Anglo-French Anglo-Indian Anglo-Irish Anglo-Latin Anglo-Norman Anglo-Saxon AngloCatholicism Anglomania Anglomaniac Anglophile Anglophilia Anglophobe Anglophobia Anglophone Anglos Angola Angolese Angora Angostura Angoumois Angrbodha Angrist Anguier Anguilla Anguis Angurboda Angus Angus MacFadyen Angus Scrimm Angy Anh Anhalt Anhwei Ani DiFranco Ania Aniakchak Aniakudo Anica Anicetus Aniela Aniket Majumdar Anil Anil Kamath Anil Kapoor Anil M. Shende Anil Nerode Anis Anissa Anita Anita Janssen Anita Jones Anita La Selva Anita Mui Anita Witzier Anita Yuen Anitra Anius Aniweta Anjali Anjanette Anjelica Huston Anjou Ankara Anke Huber Ankeny Anking Ankney Ann Ann Kok Ann Landers Ann Miller Ann Robinson Ann Rutherford Ann Turkel Ann Woodward Ann Yasuhara Ann-Margret Anna Anna Akhmatova Anna Bruss Anna Falchi Anna Faris Anna Friel Anna Galvin Anna Karlin Anna Kournikova Anna Magnani Anna Marie Goddard Anna May Wong Anna Nicole Smith Anna Paquin Anna Smith Anna Wilding Anna Winslet Anna-Maria Anna-Marie Goddard Annaba Annabal Annabel Annabell Annabella Annabelle Annabelle Apsion Annabeth Gish Annaliese Annalise Annalise Braakensiek Annam Annamaria Annamarie Annamarie Wood Annamese Annapolis Annapurna Annatol Anne Anne Archer Anne Bancroft Anne Bronte Anne Condon Anne Francis Anne Heche Anne Marie van Driel Anne Rice Anne-Marie Annecy Annegret Habel Anneke Bakker Anneke den Hartog Annelida Annelies Kuijsters Anneliese Annelise Annemarie Annemiek Verdoorn Annemieke Bosman Annensky Annetta Annette Annette Barlo Annette Bening Annette Visser Annette van Trigt Annfwn Anni Anni-Frid Lyngstad Annia Annice Annie Annie Haslam Annie Potts Annie Yi Anniken Anniko van Santen Annique Delphine Annis Annissa Anniston Annmaria Annora Annorah Annunciata Annunziata Annville Annwn Anny Anora Another Level Anouck Lepere Anouilh Anouk Anouk Kamminga Anouschka Moerel Ansar Anschauung Anschluss Anse Ansel Ansela Ansell Anselm Anselma Anselme Anselmi Anselmo Ansermet Ansgarius Anshan Ansilma Ansilme Ansley Anson Ansonia Anstice Anstus Antabuse Antaea Antaeus Antagoras Antakiya Antakya Antalya Antananarivo Antarctic Antarctica Antares Antebi Antenor Antep Anteros Anterus Antevorta Anthas Anthe Anthea Anthea Turner Antheil Anthesteria Antheus Anthia Anthony Anthony Anderson Anthony Andrews Anthony Daniels Anthony Edwards Anthony Geary Anthony Hopkins Anthony Kosky Anthony LaPaglia Anthony Lun Anthony Newley Anthony Perkins Anthony Quinn Anthony Rapp Anthony Simcoe Anthony Starke Anthony Stewart Head Anthony Warlow Anthozoa Anthrax Anti-Americanism Anti-Lebanon Anti-Mason Anti-Masonry Antia Antibes Antichrist Anticosti Antietam Antifederalism Antifederalist Antigo Antigone Antigua Antiguan Antikythera Antilles Antilochus Antimachus Antin Antinous Antioch Antiochian Antiochus Antiope Antipas Antipater Antiphas Antiphates Antiphus Antipodes Antipoenus Antipus Antiremonstrant Antisana Antisthenes Antlia Antntonioni Antofagasta Antoine Antoine Rigaudeau Antoine de Saint-Exupéry Antoinetta Antoinette Antoinette Hertsenberg Anton Anton Lesser Antone Antonet Antonetta Antoni Antonia Antonie Antonietta Antonin Antonina Antonino Antoninus Antonio Antonio Banderas Antonio Sabato Jr. Antonius Antons Antony Antony Faustini Antony Hamilton Antony Sher Antrim Antsirane Antung Antwerp Anu Anubis Anunnaki Anupam Kher Anuradhapura Anurag Anuska Anvers Anya Anyah Anyang Anza Mio Anzac Anzengruber Anzhero-Sudzhensk Anzio Anzovin Aoede Aoki Aomori Aorangi Aornis Aornum Aosta Apache Apalachicola Aparri Apaturia Apeldoorn Apelles Apemius Apemosyne Apennines Apepi Apers Apfel Apfelstadt Apgar Aphareus Aphesius Aphidas Aphra Aphra Behn Aphrodite Aphrogeneia Apia Apianus Apicella Apis Apl Apo Apoc Apocalypse Apocrypha Apollinaire Apollinaris Apollo Apollonius Apollos Apollus Apollyon Apomyius Apophis Apostles Apostolic Fathers Apostolos Apostrophia Appalachia Appalachian Mountains Appaloosa Appel Appenzell Appia Apple Appleby Appledorf Applegate Appleseed Appleton Appomattox Apps Apr Apresoline April April Hou April Hunter Aprile Aprilette Apsaras Apsarases Apsu Apsyrtus Apthorp Apul Apuleius Apulia Apure Apurimac Apus Aqaba Aqua Aquarius Aqueus Aquila Aquileia Aquilo Aquinas Aquinist Aquitaine ArM Ara Ara Celi Arab Arabeila Arabel Arabela Arabele Arabella Arabelle Arabia Arabian Arabic Arabist Araby Aracaj Aracaju Arachne Arachnida Arad Arafat Aragats Arago Aragon Aragonese Araguaia Araguaya Arak Arakawa Araks Araldo Arallu Aram Aramaic Aramanta Aramburu Aramean Aramen Aramenta Araminta Aran Islands Arand Aranda Arandas Aranha Arantxa Sanchez-Vicario Arany Aranyaka Arapaho Arapahoe Arapahoes Arapahos Arapesh Arapeshes Ararat Aras Arathorn Aratus Araucan Araucania Araucanian Aravind Srinivasan Arawak Arawakan Arawaks Arawn Araxes Arbe Arbela Arber Arbil Arblay Arbroath Arbuckle Arbuthnot Arcadia Arcadian Arcadianism Arcadic Arcady Arcaro Arcata Arce Arcella Arcesilaus Arcesius Arch Arch McKellar Arch Whiting Archaeocyathid Archaeozoic Archaimbaud Archambault Archangel Archbald Archegetes Archelaus Archelochus Archemorus Archeptolemus Archer Arches Archias Archibald Archibaldo Archibold Archie Archie Kao Archilochus Archimedes Archipenko Archle Archy Archytas Arcimboldi Arciniegas Arctic Arctogaea Arcturus Ard Arda Ardath Arde Ardeen Ardeha Ardehs Ardel Ardelia Ardelis Ardell Ardella Ardelle Arden Ardene Ardenia Ardennes Ardeth Ardie Ardin Ardine Ardis Ardith Ardme Ardmore Ardolino Ardra Ardrey Ardsley Ardussi Ardy Ardyce Ardys Ardyth Arecibo Areius Arel Arela Arelia Arella Arelus Arendt Arensky Areopagite Areopagitica Areopagus Arequipa Ares Aret Areta Arete Aretha Aretha Franklin Arethusa Aretina Aretino Aretta Arette Aretus Areus Arezzini Arezzo Arg Argades Argall Argeiphontes Argelander Argent Argenteuil Argentina Argentine Arges Argia Argile Argiope Argiphontes Argive Argo Argolis Argonaut Argonne Argos Argovie Argus Argyle Argyll Argyra Argyres Argyrol Argyrotoxus Arhat Arhatship Arhna Ari Ari Meyers Aria Ariadaeus Ariadne Arian Ariana Ariana Richards Ariane Ariane Greep Ariane Spier Ariane de Lepper Arianie Arianism Arianna Arianne Arianrhod Aribold Aric Arica Arick Aridatha Arie Ariege Ariel Ariela Ariella Arielle Aries Ariew Arif Merchant Arimaspians Arimathaea Arimathea Ariminum Arin Ario Arion Ariosto Ariovistus Arisa Ohuchi Arisbe Arissa Arista Aristaeus Aristarchus Aristides Aristillus Aristippus Aristodemus Aristomachus Aristophanes Aristoteles Aristotelian Aristotelianism Aristotle Arita Arius Ariz Arizona Arizonan Arizonian Arjan Arjun Arjuna Ark Arkadelphia Arkady Kanevsky Arkansan Arkansas Arkhangelsk Arkie Arkwright Arlan Arlana Arlberg Arlee Arleen Arlen Arlena Arlene Arles Arleta Arlette Arley Arleyne Arlie Arliene Arlin Arlina Arlinda Arline Arlington Arlis Arliss Arlo Arlo Guthrie Arlon Arluene Arly Arlyn Arlyne Arlynne Arm Armada Armageddon Armagh Armagnac Armalda Armalla Armallas Arman Armand Armand Assante Armanda Armando Armavir Armbrecht Armbruster Armco Armelda Armen Armenia Armenian Armenoid Armenti Armil Armilda Armilla Armillas Armillda Armillia Armin Armin Shimerman Armina Armington Arminian Arminianism Arminius Armitage Armond Armorica Armorican Armstrong Armstrong-Jones Armyn Arnaeus Arnaldo Arnaldo V. Moura Arnaud Arndt Arne Arne Andersson Arnel Arnelle Arney Arnhem Arni Arnie Arnie Rosenthal Arnim Arno Arnold Arnold Schwarzenegger Arnold Vosloo Arnoldo Arnoldson Arnon Arnst Arnulf Arnulfo Arny Arny Rosenberg Arola Aron Aron Eisenberg Arondel Arondell Aronoff Aronow Aronson Aroostook Arp Arquit Arran Arras Arratoon Arrau Arrephoria Arrephoroi Arrephoros Arretium Arrhenius Arrhephoria Arri Arria Arries Arrio Arron Arrowsmith Arru Islands Arsenio Hall Arseny Arsinous Arsippe Arst Art Art Friedman Arta Artacia Artair Artamas Artaud Arte Artema Artemas Artemis Artemisa Artemisia Artemision Artemovsk Artemus Artesia Arteveld Artha Arther Arthrobacter Arthropoda Arthur Arthur Ashe Arthur Banks Arthur Bostrom Arthur Franz Arthur Gittleman Arthur Goldstein Arthur H. Copeland Jr Arthur L. Liestman Arthur Veinott Arthur Werschulz Articles of Confederation Articles of War Articodactyla Artie Artie Lange Artigas Artima Artimas Artina Arto Salomaa Artois Artur Artur Czumaj Arturo Arturo Ripstein Artus Arty Artzybasheff Artzybashev Aru Islands Aruabea Aruba Arun Arun K. Jagota Arundel Arundell Aruns Arunta Aruru Arusha Aruwimi Arv Arva Arvad Arvada Arval Arvell Arvid Arvie Arvin Arvind Arvind Raghunathan Arvo Arvol Arvonio Arvy Ary Aryan Aryn Arzachel Asa Asabi Asael Asag Asahigawa Asaka Kubo Asami Kanno Asante Asantehene Asaph Asar Asare Asat Asben Asbury Ascalabus Ascalaphus Ascanius Ascenez Ascension Ascensiontide Asch Aschaffenburg Ascham Aschim Asclepi Asclepiade Asclepiadean Asclepius Ascot Ascus Ase Asel Asenath Aser Aseyev Asgard Asgeirsson Ash Asha Ashab Ashanti Ashbaugh Ashbey Ashburn Ashburton Ashby Ashchenaz Ashcroft Ashdown Ashe Asheboro Ashelman Ashely Asher Asherah Asherim Asherite Ashes Asheville Ashford Ashia Ashida Kim Ashikaga Ashish Gupta Ashish V. Naik Ashjian Ashkenaz Ashkenazi Ashkenazim Ashkhabad Ashla Ashlan Ashland Ashlee Ashleigh Ashlen Ashley Ashley Angel Ashley Bashioum Ashley Judd Ashley Lyn Cafagna Ashley Marie Ashley Olsen Ashley Peldon Ashli Ashlin Ashling Ashly Ashman Ashmead Ashok Ashok Chandra Ashok Subramanian Ashraf Ashtabula Ashti Ashton Ashton Kutcher Ashton-under-Lyne Ashtoreth Ashur Ashurbanipal Ashwell Ashwin Asia Asia Argento Asia Carrera Asian Asiatic Asier Cebeira Asine Asir Asius Ask Askari Askhay Kumar Askja Askwith Aslam Asmara Asmodeus Asmonean Asni Aso Asoka Asopus Asosan Asp Aspa Aspasia Aspen Asperges Asphalius Aspia Aspinwall Asquith Assad Assaf Marron Assam Assamese Assaracus Assassin Assembly Assen Asser Asshur Assidean Assiniboin Assiniboine Assiniboins Assisi Assiut Assuan Assuerus Assumption Assumptionist Assur Assurbanipal Assyr Assyria Assyrian Assyriologist Assyriology Assyro-Babylonian Asta Asta Nielsen Astaire Astarte Astera Asteria Asterion Asterius Asterodia Asteroidea Asteropaeus Asterope Asti Astolat Aston Astor Astoria Astra Astrabacus Astraea Astraeus Astrahan Astrakhan Astrangia Astrateia Astrea Astred Astri Astrid Astrid Joosten Astrid Munoz Astronautarum Astronauts Astto Asturian Asturias Astyanax Astydamia Asuka Yanagi Asunci Asuncion Asur Asura Aswan Asynjur Asyut Atabalipa Atabrine Atabyrian Atahualpa Atakapa Atakapas Atal Atalanta Atalante Atalanti Atalaya Atalayah Atalee Ataliah Atalie Atalya Atarax Atascadero Atat Atbara Atcheson Atchison Atcliffe Ate Aten Ateste Athabascan Athabaska Athabaskan Athal Athalee Athalia Athaliah Athalie Athalla Athallia Athamas Athanasian Athanasios Tsakalidis Athanasius Athapascan Athapaskan Atharva-Veda Athel Athelbert Athelred Athelstan Athena Athena Chu Athena Chu Yan Athena Massey Athenaeum Athenaeus Athenai Athene Athenian Athens Atherton Athey Athie Athiste Athol Athos Atiana Atila Atkins Atkinson Atlanta Atlante Atlantic Atlantic Provinces Atlantis Atlas Atlas Mountains Atlee Atli Atmore Atoka Atom Egoyan Atomic Kitten Aton Atonsah Atrahasis Atrax Atreus Atrice Atridae Atronna Atropatene Atropos Atsuko Kurusu Atsuko Okamoto Atsuko Sakuraba Atsukos Skuraba Atsushi Ohori Attah Attalanta Attalie Attalla Attenborough Attenweiler Atterbury Atthia Attic Attica Atticism Atticist Attila Attis Attius Attleboro Attlee Attu Attwood Atul Atum Atwater Atwekk Atwood Atworth Atymnius Atys Aubanel Aubarta Aube Auber Auberbach Auberon Aubert Auberta Aubervilliers Aubigny Aubin Aubine Aubree Aubreir Aubrette Aubrey Aubrie Aubry Auburn Auburta Aubyn Auckland Aude Auden Audette Audhumbla Audi Audie Audley Audly Audra Audra McDonald Audras Audre Audres Audrey Audrey Friedel Audrey Hepburn Audri Audrie Audris Audrit Audry Audrye Audsley Audubon Audun Audwen Audwin Auer Auerbach Aufklrung Aufmann Aug Auge Augean stables Augeas Augie Augier Augsburg August August Schellenberg Augusta Augustales Augustan Auguste Augustin Augustina Augustine Augustinian Augustinianism Augustinism Augusto Augustus Augy Aukje van Ginniken Aulard Aulea Auliffe Aulis Aum Aun Aundrea Aunjanue Ellis Aunson Aura Aural Aurangzeb Aurea Aurel Aurelea Aurelia Aurelian Aurelie Aurelie Claudel Aurelie Claudell Aurelio Aurelius Aureomycin Auria Auric Aurie Auriga Aurignac Aurilia Auriol Aurita Aurora Aurore Aurthur Aurum Aurungzeb Aus Ausable Auschwitz Ause Ausgleich Ausgleiche Auslese Ausonius Aussie Aust Austen Auster Austerlitz Austin Austin Lobo Austin Peck Austin Pendleton Austin Pool Austin St. John Austina Austine Auston Austral Austral Islands Australasia Australasian Australe Australia Australian Australiana Australianism Australoid Australopithecine Australopithecus Australorp Austrasia Austreng Austria Austria-Hungary Austrian Austro-Asiatic Austro-Hungarian Austroasiatic Austronesia Austronesian Auteuil Autoharp Autolycus Automedon Autopositive Autrey Autry Autum Autumn Autumni Auvergne Auvil Auwers Auxo Auzout Ava Ava Gardner Avalokitesvara Avalon Avan Avar Avaria Ave Avebury Aveiro Avelin Aveline Avellaneda Aventine Avera Averell Averi Averil Averill Averir Averno Avernus Averrhoist Averroes Averroism Averroist Avertin Avery Avery Brooks Averyl Aves Avesta Avestan Aveyron Avi Avi Wigderson Avice Avicenna Aviel David Rubin Aviemore Aviezri S. Fraenkel Avignon Avila Avilion Avilla Avis Avitzur Aviv Aviva Avivah Avlona Avner Avo Avoca Avogadro Avon Avondale Avonne Avra Avraham Avram Avril Avrim Blum Avrit Avrom Avron Avruch Awad Awolowo Axa Axe Axel Axel Thue Axiopoenus Axis Axum Aya Kunitachi Ayacucho Ayako Udagawa Aycliffe Aydelotte Aydin Ayer Ayesha Ayina Aylesbury Aylmar Aylmer Aylsworth Aylward Aym Aymara Aymer Aynat Ayo Ayr Ayres Ayrshire Ayumi Hamasaki Ayumi Oka Ayumi Sakurai Ayumi Taniguchi Ayurveda Ayuthea Ayutthaya Azal Azalea Azaleah Azan Azana Azar Azarcon Azaria Azariah Azarria Azazel Azbine Azeglio Azelea Azerbaijan Azerbaijani Azeria Azikiwe Azilian Aziza Azle Aznavour Azof Azophi Azor Azores Azorian Azotos Azov Azpurua Azrael Azral Azriel Aztec Azuela Azumi Kawashima Azura Skye Azusa B-girl B. Krishnamurthy B.K.P. Horn BAA BAE BAEd BAJour BAL BALPA BAM BAMusEd BAO BAPCT BAR BAS BASc BAU BAcc BAdmEng BAg BAgE BAgSc BAgr BAppArts BAr BArch BArchE BB King BBA BBC BBMak BCD BCE BCL BCM BCP BCS BCerE BCh BChE BComSc BDS BDSA BDes BEE BEF BEM BEP BES BEW BEd BFA BFAMus BFDC BFS BFT BGE BGeNEd BHL BID BIE BIS BIT BIndEd BJ Manalo Jr. BLA BLE BLFE BLI BLL BLS BLandArch BLit BLitt BME BMEWS BMEd BMR BMS BMT BMV BMarE BMet BMetE BMgtE BMus BNS BOD BOQ BOSS BOT BPA BPDPA BPE BPH BPI BPOE BPetE BPh BPharm BPhil BRCA BRCS BRE BRT BSA BSAA BSAE BSAdv BSAeE BSAgE BSAgr BSArch BSArchE BSArchEng BSBA BSBus BSBusMgt BSC BSCE BSCP BSCh BSChE BSCom BSD BSDHyg BSDes BSE BSEE BSEEngr BSEM BSEP BSES BSEc BSEd BSElE BSEng BSF BSFM BSFMgt BSFS BSFT BSGE BSGMgt BSGeNEd BSGeolE BSGph BSHA BSHE BSHEc BSHEd BSHyg BSIE BSIR BSIT BSIndEd BSIndEngr BSIndMgt BSJ BSL BSLArch BSLM BSLS BSLabRel BSM BSME BSMT BSMedTech BSMet BSMetE BSMin BSMusEd BSN BSNA BSOT BSOrNHort BSP BSPA BSPE BSPH BSPHN BSPT BSPhTh BSPhar BSPharm BSRT BSRec BSRet BSS BSSA BSSE BSSS BSTIE BSTrans BSc BSchMusic BTCh BTE BTU BTh BVA BVD BVE BVM BWC BWI Baal Baalbeer Baalbek Baalim Baalism Baalist Baalite Baalman Baalshem Bab Babar Babara Babb Babbage Babbie Babbitry Babbitt Babbittry Babby Babcock Babe Babe Paley Babel Babelisation Babelism Babelization Baber Babet van den Broek Babette Babette van Veen Babeuf Babi Babism Babist Babita Babits Babs Babson Babur Baby Power Baby-bouncer Baby-walker Babyface Babylon Babylonia Babylonian Bac Bacardi Bacau Bacchae Bacchanalia Bacchanalias Bacchelli Bacchus Bacchylides Bach Bacharach Bacheller Bachman Bacis Backer Backhaus Backler Backs Backstreet Boys Baco Bacolod Bacon Baconian Baconianism Baconism Bactra Bactria Bactrian Bad Lands Badajoz Badakhshan Badalona Badb Baden Baden-Baden Baden-Powell Baden-Wtemberg Badger Badoglio Badr Baecher Baeda Baedeker Baekeland Bael Baelbeer Baer Baerl Baerman Baese Baeyer Baez Baffin Baganda Bagatha Bagdad Bagehot Bagger Baggett Baggott Baggs Baghdad Bagheera Baghlan Bagley Bagpuize Bagritski Baguio Baha'ullah Bahai Bahaism Bahamas Bahamian Bahawalpur Bahia Bahner Bahr Bahrain Bai Bai Ling Bai; Baiae Baiel Baikal Bail Bailar Bailey Bailey Chase Bailie Baillaud Baillie Baillieu Bailly Baily Bain Bainbridge Bainbrudge Bainter Bairam Baird Bairnsfather Baiss Bajaj Bajan Bajer Bak Bakelite Bakeman Bakemeier Baker Bakerman Bakersfield Bakhmut Bakki Bakst Baku Bakunin Bal Bala Bala Kalyanasundaram Bala Ravikumar Balaam Balaamite Balaji Raghavachari Balak Balakirev Balaklava Balance Balanchine Balarama Balas Balaton Balbinder Balbo Balboa Balbuena Balbur Balcer Balch Balcke Bald Baldad Balder Baldridge Balduin Baldur Baldwin Baldwinsville Bale Balearic Islands Balenciaga Baler Balewa Balf Balfore Balfour Bali Balikpapan Balinese Baliol Balkan Mountains Balkan States Balkanism Balkanite Balkh Balkhash Balkin Balkis Ball Balla Ballance Ballarat Ballard Balliett Balling Ballinger Balliol Ballman Ballou Ballwin Balmain Balmont Balmoral Balmung Balmuth Balochi Balochis Balough Balsam Balshem Balt Baltassar Balthasar Balthazar Baltic Baltic States Baltimore Balto-Slavic Balto-Slavonic Baluchi Baluchis Baluchistan Balzac Bamako Bambara Bamberg Bamberger Bambi Bambie Bamby Bamford Ban Bananaland Banaras Banares Banat Banbury Bancroft Band-Aid Banda Bandaranaike Bandeen Bandello Bander Bandinelli Bandjarmasin Bandjermasin Bandkeramik Bandler Bandoeng Bandung Bandur Banebrudge Banecroft Banerjea Banerjee Banff Bang Bangalore Bangka Bangkok Bangladesh Bangor Bangs Bangui Bangweulu Banjermasin Banjul Bank Banka Bankhead Banks Bankside Banky Banna Bannasch Bannerman Banning Bannister Bannockburn Bannon Banquer Banquo Banstead Bantam Banthine Banting Bantingism Bantu Bantustan Banville Banwell Bap Baptist Baptista Baptiste Baptlsta Bar Bara Barabas Barabbas Baraboo Baraca Baracoa Barak Baram Baranov Baras Barayon Barb Barbadian Barbados Barbara Barbara Bach Barbara Carrera Barbara Crampton Barbara Eden Barbara H. Liskov Barbara Harris Barbara Hershey Barbara LaMarr Barbara Luna Barbara Moore Barbara Niven Barbara Shelley Barbara Simons Barbara Stanwyck Barbara Steele Barbara Tyson Barbara Walters Barbara Yung Barbara Yung Mei Ling Barbara van Stijn Barbarese Barbaresi Barbarossa Barbary Barbe Barbee Barber Barberton Barbette Barbey Barbi Barbi Benton Barbica Barbie Barbie Twins Barbirolli Barbour Barbourville Barboza Barbra Barbra Streisand Barbuda Barbur Barbusse Barbuto Barby Barca Barce Barcellona Barcelona Barclay Barcot Barcroft Barcus Bard Barde Bardeen Barden Bardo Bardot Bardstown Barea Bareilly Barenaked Ladies Barenboim Barents Barfuss Barger Bari Barimah Barina Barinas Baring Barker Barking Barkla Barkleigh Barkley Barkley Rosser Barlach Barletta Barleycorn Barling Barlow Barmen Barn Barna Barnaba Barnabas Barnabe Barnaby Barnaise Barnard Barnardo Barnaul Barnburner Barncard Barnebas Barnes Barnesboro Barnesville Barnet Barnett Barneveldt Barney Barnie Barnsley Barnstock Barnum Barny Barocchio Barocius Baroda Baroja Barolet Baron Barotse Barotseland Barozzi Barquisimeto Barr Barra Barrada Barram Barrancabermeja Barranquilla Barrault Barraza Barre Barren Barren Lands Barret Barret Hackney Barret Oliver Barrett Barri Barrie Barrington Barrios Barris Barron Barros Barrow Barrow-in-Furness Barrus Barry Barry Corbin Barry Del Sherman Barry Manilow Barry Miller Barry Mountains Barry Newman Barry Pepper Barry Rosen Barry Sadler Barry Schaudt Barry Shabaka Henley Barry Watson Barry White Barry Williams Barry van Dyke Barrymore Barsac Barsky Barstow Bart Bart Johnson Bart Simpson Barta Bartel Barth Barthel Barthelemy Barthian Barthianism Barthol Barthold Bartholdi Bartholin's glands Bartholomeo Bartholomeus Bartholomew Barthou Bartie Bartko Bartle Bartlesville Bartlet Bartlett Bartley Bartok Bartolome Bartolomeo Bartolommeo Bartolozzi Barton Barton A. Weitz Bartonville Bartosch Bartram Barty Baruch Baruch Awerbuch Baruch Schieber Barvick Bary Barye Bas-Rhin Bascio Bascomb Base Basel Basel-Land Basel-Stadt Baseler Basenji Basham Bashan Bashee Bashemath Bashemeth Bashkir Basho Bashuk Basia Milewicz Basia Trzetrzelewska Basie Basil Basil Rathbone Basilan Basildon Basile Basilian Basilicata Basiliensis Basilio Basilius Basingstoke Basir Baskerville Baskett Baskin Basle Basotho Basotho-Qwaqwa Basov Basque Basra Bass Bassano Basse-Normandie Basse-Terre Bassein Bassenthwaite Basses-Alpes Basses-Pyrn Basset Basseterre Bassett Bassetts Basso Bast Basten Zwart Bastia Bastian Bastien Bastille Bastogne Bastrop Basuto Basutoland Basutos Bat Bataan Batan Islands Batangas Batavia Batchelor Bate Baten Bates Batesville Bath Batha Bathelda Bathesda Bathilda Bathinette Bathsheb Bathsheba Bathsheeb Bathulda Bathurst Batia Batilda Batish Batista Batley Batman Batna Baton Batory Batruk Batsheva Battat Battenburg Battersea Battery Batticaloa Battista Battiste Battus Batty Batum Batumi Baubo Bauchi Baucis Baudelaire Baudin Baudoin Bauer Baugh Bauhaus Baul Baum Baumann Baumbaugh Baumeister Baun Bauru Bausch Bauske Bautista Bautram Bautzen Bavaria Bavarian Bax Baxie Baxley Baxter Baxy Bay Bayam Bayamo Bayar Bayard Bayer Bayern Bayle Bayless Bayley Baylor Bayly Baynebridge Bayonne Bayport Bayreuth Baytown Bayville Bazaine Bazar Bazatha Bazil Bazin Baziotes Bazluke Bchar BeShT BeV Bea Beach Beach Boys Beach-la-Mar Beacham Beachboys Beachwood Beaconsfield Beadle Beal Beale Beall Bealle Bean Beane Beaner Bear Bearce Beard Beardsley Beare Bearnard Beasley Beastie Boys Beaston Beata Beatitude Beatles Beaton Beatrice Beatrice Dalle Beatrisa Beatrix Beatriz Rico Beattie Beatty Beau Beau Brummels Beauchamp Beaudoin Beaufert Beaufort Beauharnais Beaujolais Beaujolaises Beaulieu Beaumarchais Beaumont Beaune Beauregard Beauvais Beauvoir Beaux-Arts Beaver Beaverboard Beaverbrook Beaverton Beavis & Butt-Head Bebe Bebe Neuwirth Bebel Beberg Bebington Bebryces Becca Becca Grant Bechet Bechler Becht Bechuana Bechuanaland Bechuanas Beck Becka Becker Beckerman Becket Beckett Beckford Becki Beckie Beckley Beckman Beckmann Becky Becky DelosSantos Becky Herbst Becquerel Bedad Beddoes Bede Bedelia Bedell Bedford Bedfordshire Bedivere Bedlington Bedouin Bedouinism Beds Beduin Beduins Bedwell Bedworth Bee Bee Gees Beeb Beebe Beecham Beecher Beeck Beedon Beekman Beelzebub Beer Beera Beerbohm Beernaert Beers Beersheba Beertje van Beers Beesley Beeson Beethoven Beetner Beffrey Bega Begga Beggiatoa Beghard Beghtol Begin Beguin Beguine Behah Behaim Behan Behar Behistun Behka Behl Behlau Behlke Behm Behmen Behmenism Behmenist Behn Behnken Behre Behrens Behring Behrman Beichner Beiderbecke Bein Beira Beirut Beisel Beitch Beitnes Beitris Beitz Beka Bekah Bekelja Beker Bekha Bekka Bramlett Bekki Bel Bel-Ridge Bel-ami Bela Bela Lugosi Belafonte Belak Belamy Belanger Belasco Belatrix Belayneh Belcher Belda Belden Belding Belen Belen Rueda Belfast Belford Belfort Belg Belgae Belgaum Belgian Belgium Belgorod-Dnestrovski Belgorod-Dnestrovsky Belgrade Belgrano Belgravia Belgravian Belia Belial Belicia Belier Belinda Belinda Carlisle Belinda Emmett Belinda Mc Clory Belisarius Belita Belitong Belitung Belize Bell Bella Bellaire Bellamy Bellanca Bellatrix Bellaude Bellay Bellda Belldame Belldas Belle Belle Calaway Belleek Bellefonte Beller Bellerophon Belleville Bellevue Bellew Bellflower Bellina Bellingham Bellini Bellinzona Bellis Bellmead Bello Belloc Belloir Bellona Bellot Bellotto Bellow Bellows Bellwood Belmar Belmond Belmondo Belmont Belmonte Belmopan Beloit Belorussia Belorussian Belostok Belovo Belpre Belsen Belshazzar Belshin Belsky Beltane Belter Belteshazzar Belton Beltrami Beltran Belus Belva Belvia Belvidere Bely Belzoni Bemba Bembas Bemberg Bemelmans Bemidji Bemis Ben Ben Affleck Ben Browder Ben Chaplin Ben Crompton Ben Dushnik Ben Harper Ben Heppner Ben Kingsley Ben Moszkowski Ben Savage Ben Silverstone Ben Stein Ben Stiller Ben Thompson Ben Vereen Ben Wegbreit Ben-Gurion Ben-Zvi Bena Benadryl Benares Benbrook Benchley Bencion Benco Bend Benda Bendel Bender Bendick Bendict Bendicta Bendigo Bendite Bendix Bene Benedetta Benedetto Benedic Benedicite Benedick Benedict Benedicta Benedictine Benedicto Benedictus Benedikt Benedikta Benedix Benelux Benemid Benenson Benes Benet Benetta Benevento Benfleet Beng Bengal Bengalese Bengali Benge Benghazi Bengt Bengt Aspvall Bengt J. Nilsson Benguela Beni Benia Beniamino Benicia Benicio Del Toro Benil Benilda Benildas Benildis Benin Benioff Benis Benisch Benison Benita Benito Benjamen Benjamin Benjamin Bratt Benjamin-Constant Benjaminite Benji Benjie Benjy Benkley Benn Bennet Bennet Yee Bennett Bennettsville Benni Bennie Bennington Bennink Bennion Bennir Bennu Benny Benny Chor Beno Benoit Benoit Jacquot Benoite Benoni Bensen Bensenville Bensky Benson Bent Bentham Benthamite Bentinck Bentlee Bentley Bentleyville Bently Benton Bentonville Benu Benue Benue-Congo Benwood Benyamin Benzedrine Benzel Beograd Beora Beore Beowulf Berar Berard Berardo Berber Berbera Berchta Berchtesgaden Berck Bercy Berdichev Berdyaev Berdyayev Berea Berean Berecyntia Berenice Berenson Beret Berey Berezina Berezniki Berfield Berg Berga Bergama Bergamo Bergamos Bergdama Bergeman Bergen Bergen-Belsen Bergenfield Berger Bergerac Bergeron Bergess Berget Bergh Berghoff Bergin Bergius Berglund Bergman Bergmann Bergmans Bergquist Bergren Bergsma Bergson Bergsonian Bergsonism Bergstein Bergstrom Bergwall Berhley Beria Bering Berio Beriosova Berith Berk Berke Berkeleian Berkeleianism Berkeley Berkie Berkin Berkley Berkly Berkman Berkow Berkshire Berky Berl Berlauda Berlekamp Berlen Berlichingen Berlin Berlinda Berliner Berlinguer Berlioz Berlon Berlyn Berlyne Berman Bermejo Bermuda Bermuda shorts Bermudan Bermudian Bern Berna Bernadene Bernadette Bernadette Flynn Bernadette Peters Bernadina Bernadine Bernadotte Bernalillo Bernanos Bernard Bernard A. Galler Bernard Butler Bernard Chazelle Bernard Hill Bernardi Bernardina Bernardine Bernardo Bernardo Bertolucci Bernarr Bernat Bernays Bernd Halstenberg Bernd Mahr Berne Bernelle Berner Berners Bernese Berneta Bernetta Bernette Bernhard Bernhard Zeigler Bernhardi Bernhardt Berni Bernice Bernie Bernie Kopell Bernie Mac Bernina Bernini Bernita Bernj Bernouilli Bernoulli Berns Bernstein Bernt Berny Berosus Berri Berrie Berriman Berry Berryman Berstine Bert Berta Bertasi Bertaud Berte Bertelli Bertero Bertha Berthe Berthold Berthold Hoffman Berthoud Berti Bertie Bertila Bertilla Bertillon Bertina Bertine Bertle Bertoia Bertold Bertolde Bertolucci Berton Bertram Bertrand Bertrando Bertrant Bertsche Berty Berwick Berwick-upon-Tweed Berwyn Beryl Beryl van Praag Beryle Berzelius Bes Besancon Besant Beseleel Beshore Besier Besnard Bess Bessarabia Bessarabian Bessarion Besse Bessel Bessemer Bessie Bessy Best Beta Betancourt Betelgeuse Beth Beth Allen Beth Broderick Beth Hart Beth Littleford Beth Orton Beth Winslet Bethalto Bethany Bethany Andrews Bethany Richards Bethe Bethel Bethena Bethesda Bethesde Bethezel Bethina Bethlehem Bethmann-Hollweg Bethsabee Bethsaida Betje Koolhaas Betjeman Betsey Betsy Betsy Randle Bett Betta Bette Bette Davis Bette Midler Bettencourt Betterton Betthel Betthezel Betthezul Betti Bettie Page Bettie Paige Bettina Bettine Bettinus Betty Betty Buckley Betty Grable Betty Lamers Betty White Bettzel Betz Beulah Beuthel Beuthen Beutler Beutner Bev Bevan Bevash Bever Beveridge Beverle Beverlee Beverley Beverley Knight Beverley Mahood Beverley Mitchell Beverlie Beverly Beverly D'Angelo Bevers Bevin Bevis Bevon Bevus Bevvy Bewick Bexley Beyer Beyle Beylic Beyo Beyoglu Beyonce Knowles Beyond Beyrouth Bezae Bezaleel Bezanson Bezwada Bglr Bhabha Bhadgaon Bhagalpur Bhagavad-Gita Bhai Bharat Bhatpara Bhatt Bhaunagar Bhavabhuti Bhave Bhavnagar Bhayani Bhikku Bhikkuni Bhikshu Bhil Bhili Bhoodan Bhopal Bhubaneswar Bhupinder Singh Bhutan Bhutanese Bhutatathata Bhutto Bia Biadice Biafra Biafran Biagi Biagio Biak Bialik Bialystok Biamonte Bianca Bianca Averink Bianca van der Geest Biancha Bianchi Bianchini Bianco Biarritz Bias Bib Bibeau Bibi Bibi Besch Bibiena Bibl BiblHeb Bible Bible-basher Biblicism Biblicist Biblism Biblist Bichat Biche-la-mar Bick Bickart Bicknell Bicol Bicols Bicorn Bida Bidault Biddeford Biddick Biddie Biddle Biddy Bidle Biebel Biegel Biel Biela Bielefeld Bielersee Bielsko-Biala Bienne Bienville Bierce Bierman Biernat Biezeno Bif Naked Biff Henderson Biffar Bifrost Bigarreau Bigelow Bigford Bigg Biggs Bighorn Bigler Bigner Bigod Bigot Bigtha Bihar Bihari Bihzad Biisk Bijapur Bijou Phillips Bik Bikales Bikaner Bikila Bikini Bikol Bikols Bil Bilac Bilbao Bilbe Bildad Bildungsroman Bilek Biles Bilhah Bilicki Bill Bill Aiello Bill Bixby Bill Cosby Bill Engvall Bill Gates Bill Goldberg Bill Kirchenbauer Bill Kurtis Bill Liblick Bill Maher Bill Maxwell Bill Miller Bill Monroe Bill Mumy Bill Murray Bill Nye Bill Paxton Bill Pulleyblank Bill Pullman Bill Rounds Bill Sakoda Billat Bille Billen Billi Billie Billie Holiday Billie Piper Billings Billingsgate Billiton Billmyre Billows Billroth Bills Billy Billy Barty Billy Blanks Billy Bob Thornton Billy Boyd Billy Bragg Billy Campbell Billy Corgan Billy Crawford Billy Crudup Billy Crystal Billy Dee Williams Billy Idol Billy Joel Billy Koch Billy Lawrence Billy Ray Cyrus Billy Wilder Billy Wirth Billy Zane Bilow Biloxi Bilski Bim Bina Binah Binchois Bindman Binet Binetta Binette Bing Bing Crosby Bingen Bingham Bini Bink Binky Binni Binnie Binnings Binny Binyon Bion Biondo Biot Birch Birchard Bircher Birches Birchism Birchite Birck Bird Birdell Birdella Birdie Birdsboro Birdt Birecree Birgit Birgit Schuurman Birgit van Mol Birgitta Birk Birkbeck Birkenhead Birkett Birkhoff Birkle Birkner Birmingham Biro Birobidzhan Birobizhan Biron Birrell Birt Birtwhistle Bisayan Bisayans Bisayas Bisbee Biscay Bish Bishop Bishopville Bisitun Bisk Biskra Bismarck Bismarckianism Bissau Bissell Bisset Bisutun Bithia Bithynia Bithynian Bitolj Biton Bittencourt Bitter Lakes Bitthia Bittner Bivins Bixby Bixler Biysk Bizerte Bizet Bizonia Biztha Bjart Bjneborg Bjoerling Bjork Bjorn Björn Olsson Blacher Black Black Hills Black Mountains Black Sabbath Blackbeard Blackburn Blackett Blackfoot Blackhander Blackington Blackman Blackmore Blackmun Blackmur Blackpool Blacksburg Blackshirt Blackstock Blackstone Blackwell Blackwood Bladensburg Blader Blaeu Blagg Blagonravov Blagoveshchensk Blain Blaine Blainey Blair Blair Underwood Blaire Blaire Baron Blairsville Blaise Blake Blake Burdette Blake Shelton Blakelee Blakeley Blakely Blakemore Blalock Blamey Blanc Blanca Blancanus Blanch Blanchard Blanche Blanchester Blanchette Blanchinus Blanco-Fombona Bland Blandina Blanding Blane Blank Blanka Blankenship Blantyre Blantyre-Limbe Blaque Blas Blasdell Blase Blaseio Blasien Blasius Blatman Blatt Blau Blavatsky Blaydon Blayne Blayze Blaze Blcher Bledsoe Bleier Blen Blenda Blenheim Blessington Bleuler Blida Bligh Blight Blighty Blim Blindheim Blink-182 Blinni Blinnie Blinny Bliss Blisse Blissfield Blithe Blitz Blitzstein Bloch Block Blockus Blodget Blodgett Bloem Bloemfontein Blois Blok Blondel Blondell Blondelle Blondie Blondy Blood Bloom Bloomer Bloomfield Bloomfieldian Bloomingdale Bloomington Bloomsbury Blossom Blount Blow Bloxberg Blriot Blue Blue Mountains Blue Ridge Mountains Bluebeard Bluebeardism Bluefarb Bluefield Bluefields Bluet Bluey Bluffton Bluh Bluhm Blum Bluma Blumenfeld Blumenthal Blunk Blunt Blur Blus Blynn Blyth Blythe Blytheville Bme Bo Derek Bo Diddley Bo-Bo Bo-Peep Bo-peep Boabdil Boadicea Boak Boanerges Boar Boardman Boarer Boas Boaten Boatwright Boaz Bob Bob Caviness Bob Constable Bob Denver Bob Dylan Bob Hoose Bob Hope Bob Hoskins Bob Marley Bob McNaughton Bob Moenck Bob Newhart Bob Ritchie Bob Saget Bob Streett Bob Wagner Bob Wilber Bobadilla Bobbe Bobbee Bobbette Bobbi Bobbi Billard Bobbie Bobbie Eakes Bobbie Phillips Bobbielee Bobby Bobby Cannavale Bobby Darin Bobby Deol Bobby Diamond Bobby Hosea Bobby Sherman Bobby Solo Bobbye Bobcat Goldthwait Bobette Bobina Bobine Bobinette Bobker Bobo Bobo-Dioulasso Bobseine Boccaccio Boccherini Boccioni Boche Bochum Bock Bocock Bodanzky Bode Bodenheim Bodensee Bodhidharma Bodhisattva Bodi Bodkin Bodleian Bodley Bodmin Bodnar Bodoni Bodrogi Bodwell Body Boece Boehike Boehme Boehmenism Boehmenist Boehmer Boehmite Boeke Boelter Boeotia Boeotian Boeotus Boer Boesch Boeschen Boethius Boff Boffa Bogalusa Bogan Bogarde Bogart Bogey Boggers Boggs Bogie Bogoch Bogomil Bogomilism Bogor Bogosian Bogot Bogota Boguslawsky Bogusz Bohannon Bohaty Bohea Bohemia Bohemia-Moravia Bohemian Bohemian Brethren Bohemianism Bohi Bohlen Bohlin Bohman Bohnenberger Bohner Bohol Bohon Bohr Bohrer Bohs Bohun Boiardo Boice Boieldieu Boileau Boiney Bois Bois-le-Duc Boise Boito Bojana Obrenic Bojardo Bojer Bok Bokhara Bol Bolan Boland Bolanger Bolen Boles Boleslaw Boleyn Bolger Bolingbroke Bolitho Bolivar Bolivia Bolivian Boll Bolland Bollandist Bollay Bollen Bolling Bollinger Bolme Bolo Yeung Bologna Bolognese Bolshevik Bolsheviki Bolsheviks Bolshevism Bolshevist Bolshevization Bolshie Bolshies Bolshy Bolt Bolte Bolten Bolton Boltzmann Bolyai Bolzano Boma Bomarc Bombay Bomke Bomu Bon Bon Jovi Bona Bonacci Bonadoxin Bonaire Bonaparte Bonapartism Bonapartist Bonar Bonaventura Bonaventure Bond Bondie Bondon Bondy Bone Bongo Bonham Bonheur Bonhoeffer Boni Boniface Bonilla Bonin Islands Bonina Bonine Bonington Bonis Bonita Bonn Bonnard Bonne Bonneau Bonnee Bonnell Bonner Bonnes Bonnet Bonnette Bonney Bonni Bonnibelle Bonnice Bonnie Bonnie Hunt Bonnie Raitt Bonns Bonny Bono Bononcini Bonpland Bontempelli Bontoc Bontocs Bontok Bontoks Bonucci Booker Boole Booma Boone Booneville Boonie Boonton Boonville Boony Boor Boorer Boorman Boot Boote Bootes Booth Boothe Boothia Boothman Bootle Boots Boots McCoy Booz Booze Bop Bophuthatswana Bopp Bor Bor' Bora Borah Borchers Borchert Bord Borda Bordeaux Bordelais Borden Bordentown Border Bordet Bordie Bordiuk Bordy Bore Boreadae Boreas Borek Borel Borer Bores Boreum Borg Borger Borgerhout Borges Borgeson Borghese Borghild Borgholm Borgia Borglum Boris Boris Karloff Boris Trakhtenbrot Borislav Bork Borka Florentinus Borlase Borlow Borman Born Bornean Borneo Bornholm Bornie Bornstein Bornu Borodin Borodino Borras Borrell Borreri Borries Borroff Borromini Borrovian Borrow Bors Borszcz Bortman Bortz Boru Bosanquet Bosch Boscobel Boscovich Bose Bose-Einstein statistics Boser Boskop Bosnia Bosporus Bosson Bossuet Boston Bostonian Bostow Boswall Boswell Boswellism Botha Bothe Bothnia Bothnian Bothwell Botkin Botnick Botsares Botsford Botswana Bottali Botti Botticelli Bottineau Bottrop Botvinnik Botzow Bouak Bouar Bouchard Boucher Bouches-du-Rh Bouchier Boucicault Boudicca Boudreaux Bougainville Bough Bouguer Bouguereau Boulanger Boulangism Boulangist Boulder Bouldon Boule Boule-de-suif Bouley Boulez Boulogne Boulogne-Billancourt Boult Boumdienne Bound Bounds Bountiful Bounty Bouphonia Bourbaki Bourbon Bourbonism Bourbonist Bourbonnais Bourgeois Bourges Bourget Bourgogne Bourguiba Bourke Bourke-White Bourn Bourne Bournemouth Bourque Bourse Boussingault Boutis Bouton Bouvard Bouviers des Flandres Bouzoun Bove Bovet Bovgazk Bovill Bovril Bow Bowden Bowditch Bowe Bowell Bowen Bower Bowerman Bowers Bowery Bowes Bowie Bowlds Bowler Bowles Bowman Bowne Bowra Bowrah Bowyer Box Boxer Boy Boy George Boyce Boycey Boycie Boyd Boyden Boyer Boyertown Boyes Boykins Boylan Boyle Boylston Boyne Boynton Boyoma Falls Boys Boyse Boyt Boyz II Men Boyzone Boz Bozcaada Bozeman Bozen Bozovich Bozuwa Bozzaris Braasch Brabant Brabazon Braca Bracci Brace Brackely Brackenridge Brackett Bracknell Brad Brad Beyer Brad Chen Brad Dourif Brad Fischetti Brad Garrett Brad Pitt Brad Renfro Brad Rowe Brad Sherwood Bradan Bradbury Brade Braden Bradenton Bradeord Brader Bradford Bradlee Bradleigh Bradley Bradley C. Kuszmaul Bradley Cole Bradley Reid Bradly Bradman Bradney Bradshaw Bradski Bradstreet Bradway Bradwell Brady Braeunig Brag Braga Bragdon Bragg Bragi Brahe Brahear Brahma Brahmajnana Brahmaloka Brahman Brahmana Brahmani Brahmanis Brahmanism Brahmanist Brahmans Brahmaputra Brahmi Brahmin Brahminism Brahminist Brahmins Brahms Brahmsite Brahui Braila Braille Braillewriter Braillist Brailowsky Brainard Brainerd Braintree Brakpan Brale Bram Bramah Bramante Bramley Bramwell Bran Brana Branca Branch Branchus Brancusi Brand Brandais Brande Brandea Brandeis Branden Brandenburg Brandenburger Brander Brandes Brandi Brandi Chastain Brandice Brandie Brando Brandon Brandon Lee Brandt Brandt Corstius Brandwein Brandy Brandy Norwood Brandyn Brandywine Branen Branford Marsalis Branger Brangus Branguses Branham Branislav Rovan Brannon Brans Branscombe Richmond Branscum Bransford Branstock Brant Brantford Branting Brantley Brantsford Branwen Braque Brasca Brasia Brasil Brasov Brass Braswell Brathwaite Bratislava Brattain Brattleboro Bratton Brauhaus Braun Braunschweig Braunschweiger Braunstein Brause Bravar Bravin Brawley Brawner Bray Brayley Braynard Braz Brazee Brazil Brazilian Brazos Brazzaville Bre Brea Bream Breana Breanne Brear Breasted Breathalyzer Breban Brebner Brecher Brecht Brechtel Breckenridge Breckin Meyer Breckinridge Brecksville Brecon Breconshire Bred Breda Bree Bree Sharp Breech Breed Breen Breena Breeze Bregenz Breger Breislak Brelje Bremble Bremen Bremer Bremerhaven Bremerton Bremser Bren Brenan Brenda Brenda Baker Brenda Strong Brendan Brendan Beiser Brendan Fehr Brendan Fraser Brendan Gleeson Brendan Lieb Brendan Sexton Jr. Brendel Brenden Brendin Brendis Brendon Brengun Brenham Brenk Brenn Brenna Brennan Brennen Brenner Brent Brent Briscoe Brent Hailpern Brent Jennings Brent Spiner Brentano Brenton Brentt Brentwood Brenza Bres Brescia Bresee Breshkovsky Breskin Breslau Bresson Brest Bret Bret Boone Bretagne Breton Brett Brett Anderson Brett Butler Brett Climo Brett Cullen Bretta Breuer Breughel Brevard Brew Brewer Brewer Twins Brewster Brewton Brey Brezhnev Brezin Bria Brian Brian Allen Brian Austin Green Brian Bonsall Brian Campbell Brian Coan Brian David Carrico Brian De Palma Brian Dennehy Brian Donlevy Brian Doyle-Murray Brian Eno Brian Howard Brian Keith Brian Kennedy Brian Kernighan Brian Krause Brian Lane Green Brian Leetch Brian Leininger Brian Leonard Brian Littrell Brian Marshall Brian May Brian Mayoh Brian McCardie Brian McFayden Brian McKnight Brian Molko Brian O'Halloran Brian Randell Brian Setzer Brian Wilson Brian Wimmer Briana Briand Brianna Brianne Briano Briant Briard Briareus Brice Brick Bricker Bridalveil Bride Bridey Bridge Bridgeport Bridges Bridget Bridget Fonda Bridget Hall Bridget Maasland Bridget Moynahan Bridgeton Bridgetown Bridgette Bridgette Wilson Bridgeville Bridgewater Bridgid Bridgman Bridgwater Bridie Bridwell Brie Brielle Brien Brier Brieta Brietta Brieux Brig Brigantine Brigette Brigette Bardot Brigg Briggs Brigham Brighouse Bright Brightman Brighton Brightwaters Brigid Brigid Brannagh Brigida Brigit Brigitta Brigitte Brigitte Bardot Brigitte Hamers Brigitte Lin Brigitte Nielsen Brill Brillat-Savarin Brimo Brina Brindell Brindisi Brindle Brine Briney Bring Bringhurst Brink Brinke Stevens Brinkema Brinkley Brinn Brinna Brinson Briny Brion Brion James Brisbane Briscoe Briseis Briseus Brisingamen Bristol Bristow Brit Brita Britain Britannia Britannicus Brith Briticism British Britisher Britishism Britishness Britney Britney Spears Britni Britomartis Briton Britt Britta Brittain Brittan Brittaney Brittani Brittany Brittany Daniel Brittany Murphy Britten Britteny Brittnee Brittney Brittni Britton Brittonic Brix Brixton Karnes Brize Brizo Brno Broad Broadbent Broadmoor Broads Broadview Broadway Broadwayite Brobdingnag Brobdingnagian Broca Brock Brocken Brockie Brocklin Brockport Brockton Brockway Brockwell Brocky Brod Broddie Broddy Brodehurst Brodench Broder Broderic Broderick Brodeur Brodie Brodsky Brody Broeder Broederbond Broek Broeker Brogle Broglie Broida Brok Brom Bromberg Brome Bromfield Bromius Bromleigh Bromley Bromsgrove Bron Bronagh Gallagher Bronco Bronder Bronez Bronk Bronnie Bronny Bronson Bront Brontes Bronwen Bronwyn Bronx Bronxite Bronxville Bronzino Brook Brook Kerr Brooke Brooke Allison Brooke Berry Brooke Burke Brooke Burns Brooke Langton Brooke Nevin Brooke Richards Brooke Satchwell Brooke Shields Brookes Brookfield Brookhaven Brookhouse Brooking Brookings Brooklawn Brookline Brooklyn Brooklynese Brooklynite Brookner Brooks Brooksville Brookville Broome Broonzy Brose Brosine Brost Brosy Brote Broteas Brothers Brothers Lawrence Brotherson Brott Brottman Broucek Broun Brout Brouwer Brower Brown Browne Brownie Browning Brownley Brownsburg Brownson Brownsville Brownwood Broz Brozak Bruant Brubaker Brubeck Bruce Bruce Boxleitner Bruce Campbell Bruce Davison Bruce Dern Bruce Greenwood Bruce Kapron Bruce Lee Bruce Maggs Bruce McCulloch Bruce McGill Bruce Parker Bruce Payne Bruce Robinson Bruce Springsteen Bruce Vilanch Bruce W. Char Bruce Weide Bruce Willis Bruch Brucie Bruckner Brueghel Bruell Brufsky Bruges Bruhn Bruis Brule Brumaire Brummagem Brummell Brummie Brundidge Brundisium Brunei Brunel Brunell Brunella Brunelle Brunelleschi Bruner Brunhild Brunhilda Brunhilde Bruni Bruning Brunk Brunn Brunner Bruno Bruno Courcelle Bruns Brunswick Brusa Brush Brussels Brut Brutus Bruxelles Bruyn Bryan Bryan Adams Bryan Batt Bryan Cranston Bryan Kirkwood Bryan McFadden Bryan White Bryana Bryansk Bryant Bryant Gumbel Bryce Bryce Johnson Bryn Bryna Bryner Brynhild Brynn Brynna Brynne Brynza Bryon Bryozoa Brython Brythonic Brzegiem Buatti Bub Bubalo Bubb Bubba Buber Bubona Bucaramanga Bucella Bucephalus Buch Buchalter Buchan Buchanan Bucharest Buchbinder Buchenwald Bucher Buchheim Buchman Buchmanism Buchmanite Buchner Buck Buckden Buckels Buckhannon Buckie Buckingham Buckinghamshire Buckle Buckler Buckley Buckner Bucks Bucky Bucky Lasek Bucolics Bucolion Bucovina Bucure Bucuresti Bud Bud Cort Budapest Budd Budde Buddenbrooks Buddha Buddhahood Buddhism Buddhist Buddhology Buddie Budding Buddy Buddy Ebsen Buderus Budge Budget Budweis Budwig Budworth Buehler Buehrer Buell Buena Buenaventura Bueno Buerger Bueschel Buff Buffalo Buffet Buffo Buffon Buffum Buffy Buford Bug Buganda Bugayev Bugbee Buhl Buhler Bui Buine Buiron Buisson Buitenzorg Bujumbura Bukavu Buke Bukhara Bukharin Bukovina Bul Bulawayo Bulent Ozguc Bulfinch Bulg Bulganin Bulgar Bulgaria Bulgarian Bulge Bull Bullard Bullen Buller Bulley Bullialdus Bullion Bullis Bullitt Bullivant Bullock Bullough Bullpup Bully Bultman Bultmann Bulwer Bulwer-Lytton Bum Bumgardner Buna Bunaea Bunce Bunch Bunche Bund Bundaberg Bunde Bundelkhand Bunder Bundesrat Bundestag Bundist Bundy Bunin Bunker Bunkie Bunko Kanazawa Bunky Bunni Bunnie Bunns Bunny Bunow Bunsen Bunting Bunuel Bunus Bunyan Buonaparte Buonarroti Buonomo Buononcini Buote Buphagus Buphonia Bur Burack Buraq Buraydah Burbage Burbank Burberries Burberry Burch Burchett Burchfield Burck Burckhardt Burd Burdelle Burdett Bure Burford Burg Burgas Burgener Burgenland Burger Burgess Burget Burghley Burgos Burgoyne Burgundian Burgundies Burgundy Burgwell Burhans Buri Buriat Burk Burkburnett Burke Burkhard Burkhardt Burkhart Burkitt Burkle Burkley Burl Burleigh Burley Burlie Burlingame Burlington Burma Burman Burmans Burmese Burn Burnaby Burnard Burne Burne-Jones Burner Burnet Burnett Burney Burnham Burnie Burnight Burnley Burns Burnsed Burnside Burny Buroker Burr Burra Burrell Burrill Burris Burroughs Burrow Burrows Burrton Burrus Bursa Burschenschaft Burschenschaften Burt Burt Lancaster Burt Reynolds Burta Burtie Burtis Burton Burton Dreben Burton Kaliski Burton-on-Trent Burton-upon-Trent Burty Burundi Burushaski Burwell Bury Buryat Busby Busch Buschi Busching Buseck Busey Bush Bushel Bushey Bushido Bushire Bushman Bushnell Bushore Bushveld Bushweller Busiek Busiris Buskirk Buskus Busoni Busra Bussey Bussy Bust Buster Buster Keaton Butch Butcher Bute Butenandt Butes Buteshire Butler Butsu Butt Butta Buttaro Butte Butterfield Buttermere Butterworth Button Butung Butyl Butyn Buxtehude Buxton Buyer Buyers Buys Buyse Buzz Buzz Aldrin Buzzell Byam Byblis Byblos Bydgoszcz Byelorussia Byelorussian Byelostok Byelovo Byers Byler Byng Byram Byran Byrann Byrd Byrdie Byrgius Byrl Byrle Byrn Byrne Byrnes Byrom Byron Byron Lichtenberg Bysshe Bytom Bywaters Bywoods Byz Byzantine Byzantinism Byzantium Byzas Bziers C L. Lucchesi C-bias C-note C-scroll C. Baker-Finch C. Greg Plaxton C. Nash-Williams C. Witteveen C.H. Koster C.L. Liu C.L. Pekeris C.M.R. Kintala C.P. Schnorr CAA CAB CAC CAF CAP CARE CARIFTA CAS CAT CATV CAVU CBD CBE CBEL CCA CCC CCH Pounder CCP CCR CCls CEA CED CEF CENTO CERN CFI CHQ CIA CIC CID CIF CIO CLU CMG CMTC CNO CNS CNote COBOL COD COM COMINCH CORE COS COSPAR CPA CPCU CPI CPM CRT CSA CSC CSE CSO CST CTA CTC CUSO CUTS CVO CWA CWO Caaba Caanthus Cabaeus Cabal Caball Cabanatuan Cabe Cabeiri Cabell Cabernet Cabet Cabimas Cabinda Cabiri Cable Cabomba Cabot Cabral Cabrera Cabrini Caca Caccini Cacia Cacie Cacilia Cacilie Cacka Cacus Cad Cadal Caddaric Caddoan Cade Cadel Cadell Cadena Cadence Cadenza Cadet Cadillac Cadiz Cadman Cadmann Cadmar Cadmarr Cadmus Cadorna Cadwallader Caedmon Caelian Caelum Caen Caeneus Caenis Caerleon Caernarfon Caernarvon Caernarvonshire Caerphilly Caesar Caesaraugusta Caesarea Caesarean Caesaria Caesarism Caesarist Caetano Caffrey Cage Cagle Cagliari Cagliostro Cagney Cagoulard Cagoulards Caguas Cahan Cahilly Cahn Cahokia Mounds Cai Caia Caiaphas Caicos Islands Cailean Cailly Cain Caine Caines Cainism Cainite Caird Cairene Cairngorm Mountains Cairns Cairo Caithness Caitlin Caitrin Caius Cajun Cal Calabar Calabrese Calabresi Calabria Calabrian Calah Calais Calakmul Calama Calan Calandra Calandria Calantha Calapan Calbert Calchas Calculagraph Calcutta Caldeira Calder Caldera Calderca Calderon Caldora Caldwell Cale Caleb Caleb Ross Calebite Caledonia Caledonian Calen Calender Calendra Calendre Calesta Caletor Calexico Calgary Calhoun Cali Calia Caliban Calica Calicut Calida Calie Calif California Californian Caligula Calimere Calipatria Calippus Calisa Calise Calista Calista Flockhart Calixtine Call Calla Callaghan Callahan Callan Callan Mulvey Callao Callas Calle Callery Calles Calley Calli Callicrates Callida Callidice Callie Callimachus Calliope Callipolis Callippus Callista Calliste Callisto Callot Calloway Callum Callum Keith Rennie Cally Calmas Calondra Calore Calorie Calpe Calpurnia Caltanissetta Caltech Calva Calvados Calvano Calvaries Calvary Calvert Calvin Calvina Calvinism Calvinist Calvinna Calvo Calyce Calydon Calypso Calypsos Calysta Cam Camacho Camag Camala Camarata Camas Camb Cambay Camberwell Cambodia Cambodian Cambon Camborne-Redruth Cambrai Cambria Cambrian Cambrian Mountains Cambridge Cambridgeshire Cambyses Camden Camel Camella Camellia Camelopardalis Camelopardus Camelot Camembert Camenae Cameo Cameron Cameron Cairncross Cameron Daddo Cameron Diaz Cameron Mathison Cameronian Cameroon Cameroons Cameroun Camey Camfort Cami Camila Camile Camilia Camilla Camilla Belle Camilla Jo Nyoka Nichols Camille Camilo Camirus Camisard Camm Cammaerts Cammi Cammie Cammy Camoens Camorist Camorra Camp Campagna Campagne Campania Campanian Campanus Campball Campbell Campbell Scott Campbell-Bannerman Campbellite Campbellsville Campbeltown Campe Campeche Campinas Campion Campman Campney Campobello Campos Campy Camryn Manheim Camus Can CanF Cana Canaan Canaanite Canaanitic Canace Canad Canada Canadian Canadianism Canadianization Canajoharie Canale Canaletto Canandaigua Canandelabrum Cananea Cananean Canara Canarese Canarian Canary Islands Canastota Canaveral Canberra Canby Cancer Cand Candace Candace Cameron Candee Candi Candia Candice Candice Bergen Candida Candide Candie Candiot Candis Candlemas Candless Candolle Candra Candy Candyce Canea Caneghem Canens Caney Canfield Canica Canice Canicula Caniff Canisteo Cann Cannae Cannanore Cannell Cannes Cannice Canning Cannizzaro Cannock Cannon Canon Canopus Canossa Canotas Canova Canrobert Canso Cant Cantab Cantabrian Mountains Cantabrigian Cantal Canter Canterbury Canthus Canticles Cantigny Cantillon Cantlon Canton Cantone Cantonese Cantor Cantos Cantu Canty Canuck Canute Canyon Caodaism Cap'n Cap-Haitien Capablanca Capaneus Cape Cape Flats Cape Verde Islands Capek Capella Capello Capernaum Capet Capetian Capetonian Caphaurus Capitol Capitoline Caplan Capon Capone Caporetto Capote Capp Cappadocia Cappadocian Cappella Cappello Cappotas Capps Capri Capri pants Caprice Caprice Bourret Capricorn Capricornus Capriola Capriote Capris Capsian Capt Capua Capuanus Capuchin Capulet Caputo Caputto Capwell Capys Caquet Car Cara Cara DeLizia Caracalla Caracas Caractacus Caralie Caramuel Caras Caratinga Caravaggio Caravette Caraviello Carberry Carbo Carboloy Carbonari Carbonarism Carbonarist Carbondale Carbone Carboni Carboniferous Carborundum Carbrey Carcas Carcassonne Carchemish Card Cardanus Cardea Carder Cardew Cardie Cardiff Cardigan Cardigans Cardiganshire Cardin Cardinal Cardon Cardozo Carducci Cardwell Care Careaga Carel Struyken Caren Carena Caresa Caressa Caresse Carew Carey Carey Lowell Cargian Carhart Cari Caria Carian Carib Caribbean Caribbees Caribees Cariboo Mountains Caribou Caribs Carie Carilla Carin Carina Carina Lau Carine Carine Holties Carinthia Carioca Cariocan Carisa Carissa Carissimi Carita Caritta Carius Carl Carl Barks Carl Gottfried Neumann Carl Hauser Carl Hewitt Carl Jockusch Carl Smith Carl Sturtivant Carl Thomas Carl V. Page Carla Carla Bruni Carla Gugino Carla Honing Carla Savage Carla Verhagen Carla van Loon Carlee Carleen Carlen Carlene Carleta Carleton Carley Carli Carlick Carlie Carlile Carlin Carlina Carline Carling Carlini Carlinville Carlisle Carlism Carlist Carlita Carlo Carlo Batini Carlo Ng Carlock Carlos Carlos Moya Carlos Santana Carlos Sposito Carlota Carlotta Carlovingian Carlow Carlsbad Carlson Carlstadt Carlstrom Carlton Carlton Myers Carly Carly Pope Carlye Carlyle Carlyn Carlyne Carlynn Carlynne Carma Carman Carman Lee Carmanor Carmarthen Carmarthenshire Carme Carmel Carmel-by-the-Sea Carmela Carmelina Carmelita Carmelite Carmella Carmelo Carmen Carmen Electra Carmen Kass Carmen Miranda Carmena Carmencita Carmenta Carmi Carmichael Carmina Carmine Carmita Carn Carnac Carnahan Carnap Carnarvon Carnatic Carnation Carnay Carneades Carnegie Carnes Carneus Carney Carniola Carnivora Carnot Carnovsky Carny Caro Carol Carol Alt Carol Burnett Carol Ohmart Carol Vorderman Carola Carole Carole Lombard Carolee Carmello Carolien van Tilburg Carolin Carolina Caroline Aaron Caroline Gray Caroline Islands Caroline Rhea Caroline Sonneveld Caroline Tensen Caroline de Bruijn Carolingian Carolinian Caroll O'Connor Carolle Carolus Carolyn Carolyn Bessette Kennedy Carolyn Lilypaly Carolyne Carolynn Carolynne Caron Carothers Carpaccio Carpathian Mountains Carpatho-Ukraine Carpeaux Carpentaria Carpenter Carpenters Carpentersville Carpentier Carper Carpet Carpinteria Carpio Carpo Carpophorus Carr Carracci Carranza Carrara Carraran Carre Otis Carree Carrel Carrelli Carrew Carri Carrick Carrie Carrie Dobro Carrie Fisher Carrie Westcott Carrie-Anne Moss Carrillo Carrington Carrissa Carrnan Carrol Carroll Carrollton Carrot Top Carry Carson Carson Daly Carsten Lund Carstensz Cart Cartagena Cartan Carte Carter Carteret Cartersville Carterville Cartesian Cartesian coordinates Cartesianism Carthage Carthaginian Carthal Carthusian Carthy Cartie Cartier Cartier-Bresson Cartist Cartwell Cartwright Caruso Caruthersville Carver Carver Mead Carvey Cary Cary Elwes Cary Grant Cary-Hiroyuki Tagawa Carya Caryatis Caryl Caryn Caryn Richman Caryn Shalita Cas Casabianca Casablanca Casabonne Casadesus Casady Casaleggio Casals Casandra Casanova Casar Casatus Casaubon Casavant Casbah Cascadia Cascadian Case Casement Caserta Casey Casey Affleck Casey Biggs Casey Tibbs Cash Cashmere Cashmerian Casi Casia Casie Casilda Casilde Casimir Casimire Caslon Casmey Caspar Casper Casper Van Dien Caspian Cass Cass Phang Cassady Cassander Cassandra Cassandra Peterson Cassandre Cassandry Cassatt Cassaundra Cassel Cassell Cassella Cassey Cassi Cassia Kiss Cassiani Cassidy Cassidy Ladden Cassidy Rae Cassie Cassil Cassilda Cassini Cassino Cassiodorus Cassiopeia Cassirer Cassite Cassius Cassondra Cassy Casta Castalia Castalides Castara Casteel Castellanos Castellna Castelnuovo-Tedesco Castelvetro Caster Castera Castiglione Castile Castilian Castilla Castillo Castle Castleford Castlereagh Castor Castora Castores Castorina Castra Castries Castro Castrop-Rauxel Caswell Cat Deeley Cataebates Catalan Cataldo Catalin Catalina Guirado Catalonia Catamarca Catamitus Catania Catanzaro Catarina Catasauqua Catatonia Catawba Cate Cate Blanchett Caterina Cates Catesby Cath Catha Cathar Cathari Catharina Catharine Catharism Catharsius Cathay Cathe Cathee Cather Catherin Catherina Catherine Catherine Anderson Catherine Bach Catherine Bell Catherine Deeley Catherine Deely Catherine Deneuve Catherine Hickland Catherine Keener Catherine Keyl Catherine Mary Stewart Catherine McClements Catherine McCord Catherine McCormack Catherine Morandi Catherine O'Hara Catherine Oxenberg Catherine Sutherland Catherine Zeta Jones Catherine Zeta-Jones Catheryn Cathey Cathi Cathie Cathleen Cathlene Catholic Catholic Epistles Catholicism Catholicity Cathomycin Cathrine Cathryn Cathy Cathy McGeoch Cathy Moriarty Cathy Rogers Cathyleen Cati Catie Catilinarian Catiline Catima Catina Catlaina Catlee Catlettsburg Catlin Cato Caton Catonsville Catreus Catriel Beeri Catrina Catriona Catskill Catskill Mountains Catt Cattan Cattegat Cattell Cattier Cattima Catto Catton Catullus Caty Cauca Caucasia Caucasian Caucasoid Caucasus Cauchy Caucon Caughey Caulonia Caundra Caunus Cauquenes Cauvery Cav Cavafy Cavalerius Cavalier Cavalier poets Cavalieri Cavallaro Cavan Cavanagh Cavanaugh Cave Cavell Cavendish Caves Cavil Cavill Cavit Cavite Cavour Cavuoto Cawdrey Cawley Cawnpore Caxias Caxton Cayce Caye Cayenne Cayes Cayey Cayla Cayley Caylor Cayman Islands Cayser Cayuga Cayugas Caz Cazenovia Cazzie Cceres Ccuta Cdenas Cdiz Cdoba Cdr Cear Ceausescu Ceb Cebriones Cece Cecelia Cechy Cecil Cecil B. DeMille Cecile Ceciley Cecilia Cecilia Cheung Cecilio Cecilius Cecily Cecrops Cecyle Ced Cedalion Cedar Cedarburg Cedarhurst Cedartown Cedell Cedreatis Cedric Cedric Pioline Ceevah Ceil Cela Celaeno Celanese Celaya Cele Celebes Celebrezze Celene Celeski Celesta Celeste Celestia Celestina Celestine Celestyn Celestyna Celeuthea Celia Celia Wrathall Celie Celik Celin Celina Celinda Celine Celine Dion Celinka Celio Celisse Celka Celle Cellini Celluloid Cels Celt Celtiberian Celtic Celticism Celticist Celtist Cenac Cenaean Cenaeum Cence Cenchrias Cenci Cenis Cenozoic Censorinus Centaurus Centenary Centeno Center Centerville Centimani Centonze Central Powers Centralia Centre Cephalonia Cephalopoda Cephalus Cepheus Ceporah CerE Cerallua Ceram Cerambus Cerbberi Cerberus Cerberuses Cercopes Cercopithecoid Cercyon Cerelia Cerell Cerellia Cerelly Cerenkov Ceres Cerf Cerigo Cern Cernauti Cernuda Cerracchio Certie Cervantes Cerveny Cervin Cerys Cerys Matthews Ceryx Cesar Cesar Romero Cesare Cesaria Cesaro Cesena Cestar Cesti Cestoda Cestrinus Cesya Cetacea Cetinje Ceto Cetura Cetus Ceuta Ceylon Ceylonese Ceyx Ch'an Ch'in Ch'ing Ch'ing-yan ChB ChE Cha Chablis Chabot Chabrier Chabrol Chace Chaco Chad Chad Alan Chad Allen Chad Cole Chad Donella Chad Lindberg Chad Richardson Chad Smith Chad Willett Chadabe Chadbourne Chadburn Chadd Chadderton Chaddie Chaddy Chader Chadic Chadron Chadwick Chae Chae An Chaeronea Chaetognatha Chafee Chaffee Chaffin Chaffinch Chagall Chagatai Chagres Chahar Chaiken Chaikovski Chaille Chaim Chain Chainey Chaing Chak Chaka Khan Chaker Chal Chalcedon Chalcedonian Chalcidice Chalciope Chalcis Chald Chaldaic Chaldea Chaldean Chaldee Chaliapin Chalinitis Challis Chally Chalmer Chalmers Chalon-sur-Sa Chalukya Cham Chamaeleon Chamberlain Chamberlin Chambers Chambersburg Chambertin Chamblee Chambord Chambry Chaminade Chamkis Chamonix Chamorro Chamorros Chamos Chamouni Champ Champagne Champagne-Ardenne Champaign Champaigne Champigny-sur-Marne Champlain Champollion Chamyne Chan Chanaan Chance Chancellor Chancellorsville Chancelor Chancey Chanda Chandal Chandernagor Chandernagore Chandigarh Chandler Chandless Chandos Chandra Chandra Narayanan Chandra North Chandra West Chandragupta Chandrajit Bajaj Chane Chanel Chaney Chang Changan Changaris Changchiakow Changchow Changchowfu Changchun Changsha Changteh Channa Channel Channel Islands Channing Chansoo Chantal Chantal Kreviazuk Chantal de Hommel Chantal van Roessel Chantal van Schuylenburch Chantalle Chantel Dubay Chantilly Chanukah Chany Chao Chao-Kuei Hung Chaoan Chaochow Chaon Chap Chapa Chapel Chapell Chapen Chapin Chapland Chaplin Chapman Chapnick Chappelka Chappell Chappie Chappy Chapultepec Char Chara Charbonneau Charbonnier Charcas Charchemish Charcot Chard Chardin Chardon Chardonnet Charente Charente-Maritime Chari Chari-Nile Chariclo Charie Charil Charin Charis Charisma Carpenter Charissa Charissa Chamorro Charita Charites Chariton Charity Charity Commissioners Charla Charlee Charleen Charlemagne Charlena Charlene Charleroi Charles Charles Baudelaire Charles Boyer Charles Bronson Charles Colbourn Charles Dance Charles Dickens Charles E. Hughes Charles E. Leiserson Charles Fiduccia Charles Fischer Charles Keating Charles Lindbergh Charles Martin Smith Charles Napier Charles Rackoff Charles Shaughnessy Charles Thomas Allen Charles Wang Charles Wetherell Charleston Charlestown Charlet Charleton Charleville-Mzi Charlevoix Charley Charli Baltimore Charlie Charlie Chaplin Charlie Dimmock Charlie Holliday Charlie Hunnam Charlie O'Connell Charlie Rose Charlie Sheen Charlie Spradling Charlie Yeung Charline Charlize Theron Charlot Charlotta Charlotte Charlotte Bronte Charlotte Church Charlotte Gainsbourg Charlotte Ross Charlottenburg Charlottesville Charlottetown Charlton Charlton Heston Charly McClain Charlye Charlyne Charmain Charmaine Charmaine Cruz Charmaine Sinclair Charmane Charmeuse Charmian Charmin Michelle Charminar Charmion Charo Charollais Charon Charops Charpentier Charron Charry Charterhouse Charterhouses Charteris Charters Chartism Chartist Chartres Charvaka Charybdis Charyl Chas Chase Chase Masterson Chasid Chasidim Chasidism Chaska Chasles Chasse Chassin Chastain Chastity Chatav Chatham Chatham Islands Chattahoochee Chattanooga Chattanoogan Chattanoogian Chatterjee Chatterton Chattertonian Chatwin Chaucer Chaucerian Chaudoin Chaumont Chaunce Chauncey Chausson Chautauqua Chautemps Chavannes Chavaree Chaves Chavey Chavez Chaworth Chayanne Chayefsky Chazia Mourali Chazz Palminteri Che CheE Cheadle Cheapside Cheatham Cheb Cheboksary Cheboygan Checani Chechen Checotah Cheddar Chee Chee Yap Cheektowaga Cheffetz Chefoo Chehalis Cheiron Cheju Cheka Cheke Chekhov Chekiang Chekist Chelidon Chellean Chellman Chelmno Chelmsford Chelsae Chelsea Chelsey Chelsie Chelsy Cheltenham Chelton Chely Wright Chelyabinsk Chelyuskin Chem ChemE Chema Chemar Chemaram Chemarin Chemash Chemesh Chemnitz Chemosh Chemulpo Chemush Chen Chen Hanwei Chen-Chung Chang Chenab Chenay Chenee Cheney Cheng Chengchow Chengteh Chengtu Chennault Cheops Chephren Chequers Cher Cheraw Cherbourg Chere Cheremis Cheremiss Cheremkhovo Cherenkov Cherey Cheri Cheri Oteri Cheria Cherian Cherianne Cheribon Cherice Cherida Cherie Cherie Chung Cherie Lunghi Cherilyn Cherilynn Cherin Cherise Cherish Cherlyn Chernovtsy Chernow Cherokee Cherri Cherrita Cherry Cherryvale Cherryville Chertsey Cherubicon Cherubini Chery Cherye Cheryl Cheryl Ladd Cherylene Ches Chesaning Chesapeake Cheshire Cheshunt Cheshvan Cheslie Chesna Chesney Chesnut Chessa Chessy Chester Chesterfield Chesterton Chestertown Cheston Chesty Morgan Cheswick Chet Chetnik Cheung Chev Chevalier Chevalier-Montrachet Chevallier Cheverly Cheves Cheviot Cheviot Hills Chevy Chevy Chase Chew Chewa Cheyenne Cheyne Cheyney Chi Chi Chin Chi Moui Lo Chi-Rho Chi-Rhos Chi-tse Chiaki Chiaki Hara Chian Chiang Chiangling Chiangmai Chianti Chiapas Chiara Caselli Chiari Chiarra Chiasa Aonuma Chiba Chibcha Chibchan Chibchas Chic Chicago Chicagoan Chicano Chicanos Chichester Chichewa Chichihaerh Chichivache Chick Chickamauga Chickasaw Chickasaws Chickasha Chickie Chicky Chiclayo Chico Chicoine Chicopee Chief Dan George Chien Chiengmai Chiengrai Chifley Chigwell Chiharu Niiyama Chihli Chihuahua Chikamatsu Chil Chilcat Chilcats Chilcote Child Childe Childermas Childers Childersburg Childress Childs Chile Chilean Chiles Chilkat Chilkats Chill Chillicothe Chillon Chilomonas Chilon Chilpancingo Chilson Chilt Chiltern Hills Chilton Chilung Chimborazo Chimbote Chimene Chimene van Oosterhout Chimkent Chimu Chin Chin Hills Chin-Chou Chin-Hsien China China Chow Chinagraph Chinaman Chinamen Chinan Chinatown Chinatsu Yoshinaga Chindit Chindwin Chinee Chinese Ching-Ying Lam Ching-t'u Chinghai Chingmy Yau Chingtao Chink Chinkiang Chinook Chinookan Chinooks Chinua Chione Chios Chiou Chip Chip Chinery Chip Martel Chipewyan Chipley Chipman Chippendale Chipper Jones Chippewa Chippewas Chippeway Chippeways Chiquita Chirac Chirau Chirico Chirlin Chiron Chiroptera Chishima Chisholm Chisimaio Chisin Chita Chitkara Chittagong Chittenango Chiusi Chivers Chkalov Chladek Chladni Chlidanope Chlodwig Chloe Chloe Annett Chloe Jones Chloe Sevigny Chloette Chlons-sur-Marne Chlor-Trimeton Chloras Chlores Chlori Chloris Chloromycetin Chnier Cho Choate Chobot Choctaw Choctaw-root Choctaws Chogyal Choiseul Cholo Cholon Cholos Cholula Chomsky Chon Chondrichthyes Chong Chongjin Chonju Choo Choong Chopin Chopsticks Chor Chor Meng Chew Chordata Chorley Chorz Chosen Chosn Chou Chouest Choukoutien Chow Chow Sing Chi Chow Yun-Fat Chowchilla Chr Chretien Chris Chris Ashworth Chris Barrie Chris Carter Chris Casamassa Chris Cooper Chris De Burgh Chris Farley Chris Hoffman Chris Isaak Chris Kattan Chris Kirkpatrick Chris Klein Chris Ladd Chris Lancaster Chris Morris Chris Noth Chris O'Donnell Chris Owen Chris Owens Chris Penn Chris Potter Chris Rea Chris Rock Chris Sarandon Chris Scott Chris Shiflett Chris Spencer Chris Tucker Chris Young Chris van Wyk Chrisman Chrisoula Chrissa Chrisse Chrissie Chrissie Hynde Chrissy Christ Christ's-thorn Christa Christa Miller Christa Wielinga Christabel Christabella Christabelle Christadelphian Christal Christalle Christan Christchurch Christean Christel Christen Christen Anholt Christendom Christensen Christenson Christhood Christi Christi Taylor Christian Christian Bale Christian Brothers Christian Campbell Christian Frye Christian Kane Christian LeBlanc Christian Slater Christiana Christiane Christiane Amanpour Christiane Noll Christiania Christianisation Christianiser Christianism Christianities Christianity Christianization Christianizer Christianna Christiano Christiansand Christiansburg Christiansen Christianson Christie Christie Brinkley Christie Clark Christie Cronenweth Christie Woods Christien Anholt Christien van der Aar Christies Christin Christina Christina Aguilera Christina Applegate Christina Cabot Christina Cox Christina Leardini Christina Onassis Christina Ricci Christine Christine Estabrook Christine Lahti Christine Lakin Christine McIntyre Christine McVie Christine Taylor Christine van der Horst Christis Christliness Christmann Christmas Christmasberries Christmasberry Christmastide Christocentrism Christoff Christoffer Christoforo Christogram Christologies Christologist Christology Christoper Christoph Christophanies Christophany Christophe Christopher Christopher Atkins Christopher Eccleston Christopher Gorham Christopher Guest Christopher Jones Christopher Lambert Christopher Lee Christopher Li Christopher Lloyd Christopher Masterson Christopher McDonald Christopher Meloni Christopher Plummer Christopher Ralph Christopher Reeve Christopher Shea Christopher Sieber Christopher Walken Christopher Wilson Christophorus Christos Christos D. Zaroliagis Christos H. Papadimitriou Christos Levcopoulos Christy Christy Carrera Christy Chung Christy Taylor Christy Turlington Christye Christyna Chromel Chron Chronicles Chronium Chronotron Chrysa Chrysaor Chryseis Chryses Chrysippus Chrysler Chrysostom Chrysothemis Chryssee Chrystal Chryste Chrystele St. Louis Augustin Chteau-Thierry Chteauroux Chthonius Chu Chu-Kiang Chuah Chuanchow Chuang Ting Chuang-tzu Chubb Chubby Checker Chuch Chuchchi Chuchchis Chucho Chuck Chuck Berry Chuck Connors Chuck D Chuck Liang Chuck Norris Chuck Roy Chuck Yeager Chuckchi Chuckchis Chud Chui Chuipek Chukchee Chukchees Chukchi Chukchis Chul Kim Chumash Chumashim Chumley Chun Chun-Kuen Ho Chung Chungking Chunnel Chur Chura Church Church Commissioners Churchill Churchill Falls Chute Chuu Chuvash Chwang-tse Chyna Chyou Cia Cianca Ciano Ciapas Ciapha Ciaphus Ciaran Hinds Ciardi Cibber Cibis Ciccia Cicely Cicenia Cicero Ciceronianism Cichocki Cichus Cicily Cicones Cid Cida Cidney Cie Ciel Cienfuegos Cila Ciliata Cilicia Cilician Cilician Gates Cilissa Cilix Cilka Cilla Cillus Cilly Dartell Cilo Cilurzo Cima Cimabue Cimah Cimarosa Cimarron Cimbri Cimbrian Cimbura Cimmerian Cimmerianism Cimmerium Cimon Cincinnati Cincinnatus Cinda Cindee Cinderella Cindi Cindie Cindy Cindy Crawford Cindy Margolis Cindy Pickett Cindy Pielstroom Cindylou Cinelli CinemaScope Cinemascope Cinerama Cingalese Cini Cinna Cinque Ports Cinyras Cinzano Cioban Cioffred Cipango Ciprian Cipus Circassia Circassian Circe Circinus Circlorama Circosta Cirenaica Cirencester Ciri Cirilla Ciro Cirone Cirri Cirroc Lofton Cis Ciscaucasia Cisco Ciskei Cissaea Cissie Cissy Cistercian Cistercianism Cita Citarella Cithaeron Cithaeronian Citlaltepetl Citlaltpetl Citron Cittticano City Civia Clabe Hartley Clabo Clackmannan Clacton Clactonian Claiborn Claiborne Clair Clairaut Claire Claire Bloom Claire Danes Claire Forlani Claire Goose Claire Stansfield Clairton Claman Clance Clancy Clancy Brown Clanton Clapp Clapper Clapton Clara Clara Bow Clarabelle Claramae Clarance Clardy Clare Claremont Claremore Clarence Clarenceux Clarendon Claresta Clareta Claretian Claretta Clarette Clarey Clarhe Clari Claribel Clarice Clarie Clarinda Clarine Clarion Clarisa Clarise Clarissa Clarita Clark Clark Gable Clark Thomborson Clark Thompson Clarke Clarkin Clarksburg Clarksdale Clarkson Clarkston Clarksville Claromontanus Clary Claud Clauddetta Claude Claude Jade Claude Pair Claude Puech Claude Rains Claude Shannon Claude-Andre Christen Claude-Oliver Rudolph Claudel Claudell Claudelle Claudette Claudia Claudia Black Claudia Cardinale Claudia Christian Claudia Di Palermo Claudia Schiffer Claudia de Breij Claudian Claudianus Claudie Claudina Claudine Claudio Claudius Claudy Claus Clausen Clausewitz Clausius Clava Clavius Clawson Claxton Clay Clay Walker Clayberg Clayborn Clayborne Claybourne Claypool Clayton Clayton Jacobson Clayton Moore Clea Clea Duvall Cleanth Cleantha Cleanthes Clearchus Clearfield Clearwater Cleary Cleasta Cleave Cleaves Cleavland Cleburne Cleethorpes Clein Cleisthenes Clela Cleland Clellan Clem Clemen Clemence Clemenceau Clemency Clemens Clemens Lautemann Clement Clementas Clemente Clementi Clementia Clementina Clementine Clementis Clementius Clementon Clements Clemmie Clemmy Clemon Cleo Cleobis Cleobulus Cleodaeus Cleodal Cleodel Cleodell Cleon Cleone Cleopatra Cleopatra (I) Cleopatra (II) Cleopatre Cleostratus Cleota Cleothera Clerc Clercq Clere Cleres Clerissa Clerk Clermont Clermont-Ferrand Cleta Clete Cleti Cletis Cletus Cleva Cleve Cleveland Cleves Clevey Clevie Clewiston Clichy Clide Clie Cliff Cliff Curtis Cliff Richard Cliffes Clifford Clifford Stein Clifford Stoll Clift Clifton Clifton Collins Jr. Clim Cline Clingan Clinis Clint Clint Eastwood Clint Ritchie Clintock Clinton Clinton McKinnon Clinton Sparks Clintonville Clio Clippard Clisthenes Clite Clitus Clive Clive Cussler Clive Owen Clive Robertson Clo Cloanthus Cloe Cloelia Cloete Clois Cloisonnisme Cloisonnist Cloots Cloquet Clorinda Clorinde Cloris Cloris Leachman Close Closter Clothilde Clotho Clotilda Clotilde Cloud 9 Clouds Clouet Clough Clougher Cloutman Clova Clovah Clover Cloverdale Clovis Clower Cluj Cluny Clurman Clute Clwyd Cly Clyde Clyde Kruskal Clyde Kusatsu Clydebank Clydesdale Clymene Clymenus Clymer Clynes Clyte Clytemnestra Clytius Clyve Clywd Cmdr Cmon Cnidia Cnidus Cnossus Cnut Coachella Coad Coady Coahuila Coal Chamber Coal Measures Coaldale Coalinga Coalport Coalsack Coanda Coast Mountains Coatbridge Coates Coats Coatsworth Cob Cobb Cobbett Cobbie Cobby Cobden Coben Cobham Coblenz Cobleskill Coburg Coca-Cola Cocalus Coccygius Cochabamba Cochard Cochin Cochin-China Cochise Cochran Cochrane Cock Cockaigne Cockayne Cockburn Cockcroft Cocke Cocks Cocles Coco Coco Lee Cocos Islands Cocteau Cocytus Cod Codd Codding Codee Codel Codi Codie Cody Coe Coelenterata Coeus Coffee Coffeng Coffey Coffeyville Coffin Cofsky Cogan Cogen Coggan Cognac Cognitum Cogswell Coh Cohan Cohanim Cohbath Cohberg Cohbert Cohby Cohdwell Cohe Coheman Cohen Cohette Cohin Cohl Cohla Cohleen Cohlette Cohlier Cohligan Cohn Cohoes Coimbatore Coimbra Cointreau Coire Coit Coke Col Colan Colas Colb Colbaith Colbert Colburn Colby Colbye Colchester Colchis Cold Coldstream Coldwater Cole Cole Sprouse Coleen Coleman Colene Coleoptera Coleridge Coleridge-Taylor Colet Coletta Colette Coleville Colfax Colfin Colier Coligny Colima Colin Colin Firth Colin Hanks Colin Mochrie Colin Quinn Colin Salmon Colin Stirling Colinette Colinson Colis Collar Collayer Collbaith Colleen Colleen Fitzpatrick Colleen Haskell Collete Collette Colley Collie Collier Colligan Collimore Collin Colline Collingswood Collingwood Collins Collinsville Collis Collodi Collum Colly Collyer Colm Feore Colm Meaney Colm O'Dunlaing Colm Wilkinson Colman Colmar Colner Colo Cologne Colomb-Bchar Colombes Colombi Colombia Colombian Colombo Colon Colonie Colonies Colonsay Colophon Colophonian Color Me Badd Coloradan Colorado Coloradoan Colossae Colosseum Colossian Colossians Coloured Colp Colpin Colpoda Colson Colston Colt Coltee Coltin Coltin Scott Colton Coltrane Coltson Coltun Colum Columba Columbia Columbian Columbiana Columbine Columbus Columbyne Colusa Colver Colvert Colville Colvin Colwell Colwen Colwin Colyer Com Comaetho Comanche Comanchean Comaneci Combe Combes Combs Comdr Comdt Comecon Comenius Cometes Comfort Comforter Comines Cominform Cominformist Comintern Commack Commager Commerce Commines Commodores Commodus Commons Commonwealth Communard Commune Communion Comnenus Como Comorin Comoro Islands Compazine Compi Compostela Compsognathus Compte Comptom Comptometer Compton Compton-Burnett Comr Comras Comstock Comte Comtism Comtist Comus Comyns Con Conah Conakry Conal Conall Conan Conan O'Brien Conant Conard Concepci Concepcion Concetta Tomei Concha Conchita Conchita Martínez Conchobar Concoff Concord Concorde Concordia Cond Condamine Condillac Condit Condon Condorcet Conelrad Coney Confederacy Confederate Confederation Confiteor Confucian Confucianism Confucianist Confucius Cong Congdon Conger Congo Congolese Congregationalism Congress Congressman Congreve Coniah Conias Conlan Conlee Conlen Conley Conlin Conlon Conn Connacht Connaught Connecticut Connee Connel Connell Connelley Connellsville Connelly Connemara Conner Conners Connett Conney Conni Connie Connie Francis Connie Nielsen Connolly Connor Connors Conny Conon Conor Kirwan Conover Conqueror Conquest Conrad Conrad Veidt Conrade Conrado Conrado Martinez Conral Conroe Conroy Cons Conservatism Conservative Consett Consolata Const Constable Constance Constance Towers Gavin Constancia Constancy Constant Constanta Constantia Constantin Constantina Constantine Constantino Constantinople Constructivism Constructivist Consuela Consuelo Consus Cont Conte Conti Continent Continental Converse Convery Conway Cony Conyers Coo Cooe Cook Cook Islands Cooke Cookeville Cookie Cooley Coolidge Coolio Coombs Coonan Coop Cooper Cooperman Coopersmith Cooperstein Cooperstown Coorg Coos Cop Cope Copeland Copenhagen Copernicus Copht Copiague Copland Copley Coplin Copp Coppard Coppelia Copperheadism Coppermine Coppinger Coppins Coppock Coppola Copreus Copt Coptic Coquelin Coquilhatville Coquille Cor Cora Cora Pearl Corabel Corabella Corabelle Coral Coralie Coraline Coralye Coramine Corantijn Coraopolis Coray Corbet Corbett Corbie Corbin Corbin Allred Corbusier Corby Corcoran Corcovado Corcyra Corcyraean Cord Cordalia Corday Cordeelia Cordelia Cordelia V. Hall Cordelie Cordelier Cordeliers Cordell Corder Cordey Cordi Cordie Cordier Cordilleras Cordle Cordova Cordovan Cordula Cordy Core Coreen Corel Corell Corella Corelli Corena Corenda Corene Coresus Coretta Corette Corey Corey Feldman Corey Foxx Corey Haim Corey Hart Corey Johnson Corfam Corfu Cori Cori Nadine Coricidin Coridon Corie Corilla Corin Corina Corina Logan Corine Corine Boon Corine van Dijk Corinna Corinne Corinne Bohrer Corinth Corinthian Corinthians Corinthus Coriolanus Coriss Corissa Cork Corkhill Corley Corliss Corly Cormac Cormack Cormick Cormier Corn Corn Laws Cornall Corneille Cornel Cornela Cornelia Cornelie Cornelius Cornell Cornelle Corner Cornew Corney Cornia Cornichon Cornie Corning Cornish Cornishman Cornishmen Corno Cornopion Cornstalk Cornwall Cornwallis Cornwell Corny Coro Coroebus Coronado Coronis Coronus Corot Corotto Corr Correggio Corregidor Correna Correy Corri Corrianne Corrie Corriedale Corrientes Corrina Corrine Corrinne Corron Corrs Corry Corse Corsetti Corsica Corsican Corsicana Corsiglia Corso Corson Cort Cortelyou Cortes Cortez Corti Cortie Cortland Cortney Cortona Cortot Corty Corunna Corvallis Corvese Corvin Corvus Corwin Corwun Cory Cory Everson Cory Surovy Corybant Corybantes Corycia Coryden Corydon Coryell Corynetes Corynne Coryphaea Coryphasia Coryphodon Corythus Cos Cosenza Cosetta Cosette Cosgrave Coshow Cosimo Cosma Cosme Cosmetas Cosmo Cosmotron Cossack Cost Costa Costain Costanza Costanzia Costello Costen Coster Costermansville Costin Cosyra Cot Cotabato Cote Cotman Cotonou Cotopaxi Cotsen Cotswold Cotswolds Cott Cottbus Cotter Cotterell Cottian Alps Cottle Cotton Cottrell Cottus Cotulla Coty Cotyleus Cotys Coucher Couchman Coudersport Coue Coughlin Coulomb Coulombe Coulson Coulter Coumas Count Basie Counter-Reformation Countess Couperin Couperus Courantyne Courbet Courbevoie Courcy Courland Cournand Court Courtelle Courtenay Courteney Cox Courteney Cox Arquette Courtland Courtland Mead Courtnay Courtnee Draper Courtney Courtney Cox Courtney Love Courtney Thorne-Smith Courtrai Courtund Cousin Cousins Coussoule Cousteau Cousy Couture Covarrubias Covell Covenant Covenanter Coveney Coventry Coverdale Coverley Covina Covington Cowan Coward Cowboy Junkies Cowden Cowell Cowen Cower Cowes Cowey Cowie Cowl Cowles Cowley Cown Cowper Cowper's glands Cox Coxey Coxsackie Coy Coyle Coyolxauhqui Coysevox Cozad Cozens Cozmo Cozza Cozzens Crab Crabb Crabbe Cracow Craddock Craftint Crafton Craftype Crag Craggie Craggy Craig Craig Bierko Craig Boardman Craig Charles Craig Chester Craig Croskery Craig David Craig Rich Craig Shoemaker Craig Tovey Craigavon Craigie Craik Crain Craiova Cralg Cram Cramer Cramerton Cran Cranach Cranaus Cranberries Crandale Crandall Crandell Crane Craner Cranford Craniata Cranko Cranmer Cranston Cranwell Crary Crashaw Crassus Crataeis Crater Cratus Craven Cravenette Craw Crawford Crawley Crazytown Crcy Creamer Crean Creath Creation Creator Credo Cree Creed Creedon Creek Creel Crefeld Creigh Creight Creighton Crelin Crellen Cremer Cremona Crenshaw Creole Creon Cresa Crescantia Crescas Crescen Crescendo Crescent Crescentia Crescin Crescint Cresco Cresida Cresius Cresphontes Crespi Crespo Cressi Cressida Cressie Cresskill Cressler Cressy Crestline Creston Crestview Creta Cretaceous Cretan Crete Cretheus Creuse Creusot Crewe Crichton Crick Crifasi Crile Crim Crimea Crimplene Crinoidea Criophorus Crippen Cripps Cris Crisey Criseyde Crisfield Crisium Crispa Crispas Crispen Crispi Crispin Crispin Glover Crispinian Crissie Crissy Crissy Rock Crist Crista Cristabel Cristal Cristen Cristi Cristian Cristian S. Calude Cristie Cristin Cristina Cristina Fadale Cristina Kruse Cristina Quaranta Cristine Cristiona Cristobal Cristoforo Cristophe Cristy Criswell Critchfield Critta Crius Cro-Magnon Croat Croatia Croatian Croce Croceatas Crocker Crockett Crockett Frizzell Crockford Crocus Croesus Croesuses Croesusi Crofoot Croft Crofton Croix Cromer Crompton Cromwell Croner Cronia Cronin Cronus Cronyn Crookes Crooks Crookston Crooksville Croom Crosby Crosley Cross Crosse Crossett Crossville Croteau Croton-on-Hudson Crotone Crotopus Crotty Crotus Crouse Crow Crowe Crowell Crowley Crown Crowns Croydon Crozier Cruce Crucifixion Crucis Crudden Cruickshank Cruikshank Crusoe Crustacea Crutcher Crux Cruyff Cruz Cryan Cryptozoon Crysta Crystal Crystal Bernard Crystal Gayle Crystal T'Keyah Keymah Crystallose Crystie Csel Cteatus Ctenophora Ctesiphon Ctesippus Ctesius Cu-bop Cub Cuba Cuba Gooding, Jr. Cuba Jr. Gooding Cuban Cuban Boys Cubism Cuchulain Cuchulainn Cuda Cudahy Cudlip Cue Shepherd Cuenca Cuernavaca Cuero Cufic Cui Cuicuilco Cukor Culberson Culbert Culbertson Culdee Culhert Culiac Culion Cull Cullan Cullen Culley Cullie Cullin Culliton Cullman Culloden Cully Culm Culosio Culpeper Culver Cumae Cuman Cumberland Cumbernauld Cumbria Cumbrian Mountains Cumine Cumings Cummine Cummings Cummins Cunaxa Cuneo Cunera van Selm Cung Cunina Cunningham Cupavo Cupertino Cupid Cupid's-dart Cupo Curacao Curcio Cure Curetes Curhan Curiatii Curie Curitiba Curitis Curkell Curley Curnin Curr Curran Curren Currey Currie Currier Curry Curson Curt Curtice Curtin Curtis Curtis Armstrong Curtis Cook Curtis Rivers Curtiss Curwensville Curzon Cusack Cusanus Cusco Cush Cushing Cushitic Cushman Cusick Custer Cut Cutch Cutcheon Cutcliffe Cuthbert Cuthbertson Cuthburt Cutler Cutlerr Cutlip Cutlor Cuttack Cutter Cuttie Cuttler Cutty Cuvier Cuxhaven Cuyab Cuyler Cuyp Cuzco Cvennes Cwmbran Cyane Cybele Cybil Cybill Cybill Shepherd Cychosz Cychreus Cyclades Cyclamycin Cyclopes Cyclops Cycnus Cyd Cyd Charisse Cydippe Cydnus Cygnus Cykana Cyler Cyllene Cylvia Cym Cyma Cymbeline Cymbre Cymodoce Cymric Cymry Cyn Cyna Cynar Cynara Cynarra Cynde Cyndi Lauper Cyndia Cyndie Cynera Cynewulf Cynic Cynicism Cynortes Cynosura Cynth Cynthea Cynthia Cynthia Brown Cynthia Dwork Cynthia Gibb Cynthia Martells Cynthia Phillips Cynthia Preston Cynthia Rothrock Cynthia Stevenson Cynthia Watros Cynthiana Cynthie Cynthius Cynthla Cynthy Cynurus Cynwulf Cyparissia Cyparissus Cyprian Cyprio Cypriot Cypriote Cypro Cyprus Cypselus Cyra Cyrano Cyrena Cyrenaic Cyrenaica Cyrene Cyrie Cyril Cyrilla Cyrillic Cyrillus Cyrus Cysatus Cythera Cytherea Cytissorus Cyzicus Czanne Czarra Czech Czecho-Slovakian Czechoslovak Czechoslovakia Czechoslovakian Czernowitz Czerny Czeslaw Ryll-Nardzewski Czstochowa Czur D'Amboise D'Annunzio D'Arcy D'Arrest D'Avenant D'Entrecasteaux Islands D'Iberville D'Inzeo D'Urfey D'arcy Wretsky-Brown D-day D-notice D-state D. B. Sweeney D. Hoey D. Mount D. Ray-Chaudhuri D. Tsichritzis D. W. Griffith D.-M. Tsou D.C. Duncan D.G.M. Anderson D.H. Lawrence D.H. Younger D.M.G. de Champeaux de laboulaye D.P. Helmbold D.R. Fulkerson D.T. Lee DAB DACTYL DAE DAR DATA DAV DAgr DBA DBE DBI DBO DBib DC Yeager DCL DCM DCNL DCS DChE DDS DDSc DDT DEI DEW DEd DEng DEngS DFA DFC DHL DIN DJ Qualls DJS DJT DJourn DLS DMD DMDT DML DMS DMSO DMX DMZ DNA DNB DOA DOM DOP DORAN DOVAP DPA DPC DPH DPN DPNH DPS DPW DRE DSC DSM DSO DSS DST DSW DSc DTh DVM DVMS DVS Dabbs Daberath Dabney Dacca Dace Dacey Dachau Dachi Dachia Dachy Dacia Dacie Dacko Dacron Dactyl Dactyli Dactyls Dacy Dada Dadaism Dadaist Daddah Dade Dadeville Daedala Daedalion Daedalus Daegal Dael Daffi Daffie Daffodil Daffy Dafna Dafodil Dag Dagall Dagan Dagda Dagenham Dagestan Daggett Daggna Daghda Dagley Dagmar Dagna Dagnah Dagney Dagny Dagoberto Dagon Daguerre Dagwood Dah Jyh Guan Dahl Dahle Dahlgren Dahlia Dahlonega Dahlstrom Dahna Dahoman Dahomey Daibutsu Daigle Dail Daile Dailey Daingerfield Dainius Zubrus Daira Dairen Daisey Daisi Daisie Daisy Daisy Fuentes Daitzman Dak Dakar Dakhla Dakota Dakotan Daktyl Daktyli Daktyls Dal Daladier Dalcroze Dale Dale Evans Dale Midkiff Dale Miller Dale Skrien Dalenna Dales Daley Dalhart Dalhousie Dali Dalia Dalida Dalila Dalis Dalit Naor Daljit Dhaliwal Dall Dallan Dallapiccola Dallas Dallastown Dallin Dallis Dallman Dallon Dalmatia Dalmatian Dalny Dalpe Dalrymple Dalston Dalt Dalton Dalury Daly Dalyce Dalymore Dam Damal Damalas Damales Damali Damalis Damalus Daman Damanh Damanhur Damara Damaraland Damaris Damarra Damas Damascene Damascus Damastes Dambro Dame Dame Edna Damek Damia Damian Damian Niwinski Damiani Damiano Damick Damicke Damien Damien Flood Damien Thomas Damietta Damita Damle Damocles Damodar Damon Damon Albarn Damon Hill Damon Pampolina Damour Dampier Damrosch Damysus Dan Dan Aykroyd Dan Brand Dan Cortese Dan Etheridge Dan Futterman Dan Gauthier Dan Gordon Dan Greene Dan Gusfield Dan Hirschberg Dan Hoey Dan Kleitman Dan Leivant Dan Mason Dan Paris Dan Rather Dan Rosenkrantz Dan Seals Dan Willard Dana Dana Andrews Dana Angluin Dana Carvey Dana Delany Dana Gillespie Dana Grinstead Dana Plato Dana Scott Danae Danaher Danai Danaides Danais Danang Danas Danaus Danava Danbury Danby Danczyk Dandy Dane Daneen Danegeld Danelaw Danella Danelle Danene Danete Danette Daney Danford Danforth Dang Dani Dani Minnick Dania Daniala Danialah Danica Danica McKellar Danice Danie Daniel Daniel A. Spielman Daniel Allen Muntz Daniel Baldwin Daniel Bernhardt Daniel Brandenstein Daniel Casey Daniel Chan Daniel Cohen Daniel Cosgrove Daniel Day-Lewis Daniel Emery Taylor Daniel Goddard Daniel Lehmann Daniel M. Kan Daniel Moore Daniel Newman Daniel P. Sanders Daniel Pintauro Daniel Radcliffe Daniel Roebuck Daniel Sleator Daniel Stern Daniela Daniela Cardone Daniela Denby-Ashe Daniela Pestova Daniela Rus Daniele Daniell Daniella Daniella Pestova Danielle Danielle Cormack Danielle Fishel Danielle Harris Danielle Overgaag Daniels Danielson Danieu Danika Danila Danilo Danilova Danish Danish West Indies Danit Danita Danite Daniyal Danl Danmark Dann Dann Florek Danna Dannel Dannemora Danni Danni Leigh Dannica Dannie Dannii Minogue Dannon Danny Danny Baker Danny De Vito Danny DeVito Danny Dolev Danny Glover Danny Heifetz Danny John-Jules Danny Krizanc Danny Locklin Danny Masterson Danny Nucci Danny Pintauro Danny Strong Danny Tamberelli Danny Thomas Dannye Dano-Norwegian Dansville Dante Dante Alighieri Dantean Danton Danu Danube Danuloff Danuta Danvers Danville Danya Danyelle Danyluk Danzig Danziger Dao Daph Daphie Daphna Daphnaea Daphne Daphne Bunskoek Daphne Deckers Daphne Koller Daphne Rubin-Vega Daphne Zuniga Daphnephoria Daphnia Daphnis Dapsang Dar Dara Dara Tomanovich Darach Darb Darbee Darbie Darby Darbyite Darce Darcee Darcey Darcia Darcie Darcy Darda Dardan Dardanelles Dardani Dardanus Dardic Dare Dareece Dareen Darees Darelle Daren Dares Darfur Dari Daria Darian Darian O'Toole Darice Darien Darin Darin Morgan Dario Dario Argento Darius Darius Rucker Darjeeling Darken Darla Darlan Darleen Darlene Darline Darling Darlington Darlleen Darmit Darmstadt Darn Darnall Darnell Darney Darnley Daron Darooge Darra Darrel Darrell Darrelle Darren Darrey Darrick Darrill Darrin Darrow Darryl Darryl Lee O'Donnell Darryn Darsey Dart Dartanyan Edmonds Dartford Dartmoor Dartmouth Darton Darva Conger Darvon Darwen Darwin Darwin's finches Darwinian Darwinism Darwinist Darwinite Darya Daryel Sachse-Akerlind Daryl Daryl Hannah Daryle Dascylus Dasehra Dash Dasha Dasht-i-Kavir Dasht-i-Lut Dasi Dasie Dassin Dasteel Dasya Dasyus Datha Datnow Datuk Daub Daubigny Daudet Daugava Daugavpils Daugherty Daughtry Daukas Daumier Dauphin Dav Davao Dave Dave Chappelle Dave Coulier Dave Foley Dave Grohl Dave Matthews Dave Mirra Dave Moffatt Dave Navarro Dave Prowse Daveda Daveen Daven Davena Davene Davenia McFadden Davenport Daveta Davey Davey Allison David David A. Reckhow David A. Wright David Akin David Alan Grier David Andrews David Applegate David Arquette David Beckham David Blackwell David Blaine David Boreanaz David Bowie David Bray David Campbell David Canary David Cantor David Carlson David Carradine David Caruso David Cassidy David Charvet David Chokachi David Conrad David Copperfield David Courier David Cronenberg David D'Ingeo David Dixon David Dobkin David Drake David Duchovny David Eppstein David Faranck Charvet David Fernandez-Baca David Forsyth David Fumero David Gale David Gallagher David Gillman David Gladstein David Grant David Gries David Gunn David Haglin David Harel David Hasselhoff David Haussler David Hedison David Hemblen David Hewlett David Hilbert David Huffman David Hyde Pierce David James Elliott David Juedes David Karger David Keith David Kirkpatrick David Krumholtz David La Haye David Lago David Lascher David Letterman David Levine David Lichtenstein David Lopez David Luckham David Luginbuhl David Lynch David Magerman David Maier David Marciano David Marshall Grant David McCallum David McQueen David Mix Barrington David Morse David Muller David Mumford David Neubauer David Niven David Oliver David Park David Parnas David Plaisted David Rolston David S. Johnson David S. Wise David Saks David Sanborn David Schwimmer David Searching David Selby David Shmoys David Soul David Spade David Strathairn David Tom David Udin David Vincent Bordisso David Wall David Warner David Williams David Yost David Yun David Zuckerman David. Russo Davida Davidde Davide Davidoff Davidson Davie Davies Davilman Davin Davina Davine Davis Davis Gaines Davison Davisson Davita Davon Davout Davy Davy Jones Davys Dawes Dawkins Dawn Dawn Wells Dawson Dax Day Day-Glo Day-Lewis Dayak Dayaks Dayan Daye Dayle Dayna Dayna Manning Daysie Dayton DeForest Kelley Dea Deach Deacon Dead Or Alive Dead Sea Scrolls Deadman Deadwood Deakin Dean Dean Arden Dean Cain Dean Cameron Dean Haglund Dean Koontz Dean Krafft Dean Martin Dean Sams Dean Stanton Dean Stockwell Dean Winters Deana Deana Carter Deane Deaner Deanna Deanna Durbin Deanna Riordan Deanne Dearborn Dearden Dearman Dearr Death Deauville Deb Debarath Debbe Dunning Debbee Debbi Debbi Morgan Debbie Debbie Allen Debbie Boyd Debbie Gibson Debbie Matenopoulos Debbie Petter Debbie Reynolds Debbora Debbra Debby Debelah Morgan Debes Debi Debi Mazar Debir Debor Debora Deborah Deborah Allen Deborah Blando Deborah Cox Deborah Duchene Deborah Durrfeld Deborah Findlay Deborah Foreman Deborah Foreman Atelier Deborah Gibson Deborah Joseph Deborah Kara Unger Deborah Kerr Deborah Norville Deborah Vancelette Deborath Debra Debra McMichael Debra Messing Debra Paget Debra Winger Debrah Farentino Debrecen Debs Debussy Debye Dec Decadron Decalogue Decamp Decapolis Decato Decatur Decay Decca Deccan December Decembrist Dechen Decima Decius Deck Decker Deckert Declan Declomycin Decorah Decretals Dedagach Dede Dedee Pfeiffer Dedekind Deden Dedham Dedie Dedra Dedric Dedrick Dee Dee D. Jackson Dee Dee Bridgewater DeeAnn Deedee Deegan Deems Deena Deenya Deepak Goyal Deepfreeze Deephaven Deeping Deer Deerdre Deering Deery Deeyn Def Leppard Defant Defoe Deftones Degas Dehlia Dehnel Deianira Deibel Deidamia Deidre Deimos Deiphontes Deirdra Deirdre Deity Dekeles Dekker Dekow Del Dela Delacourt Delacroix Delaine Delainey Delamare Deland Delaney Delanie Delannoy Delano Delanos Delanty Delaroche Delaryd Delastre Delaunay Delavan Delavigne Delaware Delawarean Delbert Delcina Delcine Deledda Delfeena Delfine Delft Delgado Delhi Delia Delian Delibes Delicia Delight Delija Delila Delilah Delinda Delisle Delium Delius Dell Della Delle Dellora Delly Delma Delmar Delmer Delmor Delmore Delmotte Delogu Delora Delorenzo Delores Deloria Deloris Delorme Delos Delp Delphi Delphian Delphina Delphine Delphinia Delphinius Delphinus Delphos Delphus Delphyne Delroy Lindo Delsarte Delsman Delta Delta Burke Deluc Deluge Delwin Delwyn Dem Demaggio Demakis Demarest Demaria Demavend Demb Dembowski Demerara Demerol Demet Sener Demeter Demetra Demetre Demetri Demetria Demetrias Demetris Demetrius Demeyer Demi Moore Deming Demiphon Demirel Demitria Demmer Demmy Demo Democoon Democrat Democritus Demodena Demodocus Demogorgon Demona Demonassa Demonax Demophon Demopolis Demos Demosthenes Demotic Demp Dempsey Dempster Dempstor Demus Demuth Demy Den Dena Dena Doster Dena Foster Denae Denbigh Denbighshire Denbrook Denby Dendrites Dene Deneb Denebola Denham Denholm Elliott Deni Deni Hines Denice Denie Deniker Denis Denis Lawson Denis Leary Denise Denise Crosby Denise Gentile Denise Paglia Denise Richards Denise van Outen Denison Denman Denmark Denn Denna Dennard Dennet Dennett Denney Denni Dennie Denning Dennis Dennis Christopher Dennis Farina Dennis Franz Dennis Haysbert Dennis Hopper Dennis Miller Dennis Quaid Dennis Ritchie Dennis Rodman Dennis Storhoi Dennis Troutman Dennison Denny Denoting Denpasar Dent Denten Denton Denver Denver Pyle Deny Denys Denyse Denzel Washington Denzil Deonne Depeche Mode Depew Depoliti Deposition Deppy Depression Deptford Der Deragon Derain Derayne Derbent Derbies Derby Derbyshire Dercy Derek Derek Fisher Derek G. Corneil Derek Jacobi Derek Jeter Derek Oppen Derek de Lint Derian Derick Derina Derinna Derk Derksen Derleth Derman Dermoptera Dermot Dermot Mulroney Dermott Derna Deron Deroo Derr Derrek Derrel Derrick Derrick Lehmer Derrick O'Connor Derrick Wood Derriey Derrik Derril Derron Derry Derte Dervla Kirwan Derward Derwent Derwentwater Derwin Derwon Derwood Deryl Derzon Des Des'Ray Manders Desai Desargues Desberg Descartes Descendant Deschamps Deschutes Descombes Desdamona Desdamonna Desde Desdee Desdemona Deseilligny Desh Ranjan Desi Desiderii Desimone Desirae Desirea Desireah Desiree Desiri Deslandres Desma Desmona Desmond Desmond Harrington Desmond Llewelyn Desmontes Desmoulins Desmund Despenser Despiau Despoena Dessalines Dessau Dessma Desta Deste Desterro Destinee Destiny Destiny's Child Deth Detlef Plump Detlef Wotschke Detmold Detroit Dett Detta Dettmer Deucalion Deuno Deurne Deus Deusdedit Deut Deuteronomist Deuteronomy Deutsch Deutscher Deutschland Deux-S Dev Deva Devan Devanagari Devaney Deventer Dever Devereux Devi Devin Devin Lima Devina Devine Devinna Devinne Devitt Devland Devlen Devlin Devol Devon Devon Odessa Devon Sawa Devona Devondra Devonian Devonna Devonne Devonport Devonshire Devora Devy Dew Dewain Dewali Dewar Dewayne Dewees Dewey Dewhirst Dewhurst Dewi Dewie Dewitt Dewsbury Dex Dexamenus Dexamyl Dexedrine Dexter Dexter Kozen Dextra Dey Dezhnev Dhahran Dhammapada Dhar Dharmapada Dharmasastra Dharmasutra Dhaulagiri Dhiman Dhiren Dhlos Dhodheknisos Dhruv Dhu Dhumma DiMaggio Dia Diabelli Diadochi Diaghilev Diahann Diamanta Diamante Diamond Diamox Dian Dian Parkinson Diana Diana Gartner Diana Haddad Diana Rigg Diana Ross Diana Scarwid Diana Sno Diana Woei Diandra Diandre Diane Diane Baker Diane Heidkrueger Diane Keaton Diane Lane Diane Sawyer Diane Souvaine Diane Venora Dianna Dianne Dianne Wiest Diantha Dianthe Diao Diarbekr Diarmid Diarmit Diarmuid Dias Diasia Diaspora Diaz Dib Diba Dibai Dibb Dibbell Dibbrun Dibelius Diboll Dibri Dibrin Dibru Dice Dich Dichterliebe Dichy Dick Dick Gautier Dick Hamlet Dick Karp Dick Lipton Dick Muntz Dick York Dick van Dyke Dickens Dickenson Dickerson Dickey Dickie Dickinson Dickman Dicks Dickson Dicky Dictaphone Dictograph Dictynna Dictys Dicumarol Didache Didachist Diderot Didi Didier Didlove Dido Didymaea Dieball Diedrich Bader Diefenbaker Diego Diego Maradona Diehl Diella Dielle Diels Dielu Dieppe Dierdre Dierolf Diesel Diet Dieter Dieterich Dietrich Dietsche Dietz Dieuwertje Blok Dieuwke Kroese Difflugia Digambara Digby Digest Digger Diggers Digo-Suarez Diipolia Dijon Dike Dikmen Dilan Dilantin Dilaudid Diley Dilisio Dilks Dill Dillie Dillinger Dillon Dilly Dimashq Dimiter Skordev Dimiter Vakarelov Dimitri Dimitris Dimitrov Dimitrovo Dimitry Dimmick Dimmitt Dimond Dimphia Din Dina Dina Kravets Dina Meyer Dinah Dinah Washington Dinan Dinard Dinaric Alps Dincolo Dindymene Dine Dinerman Dinesen Dinesh Dinesh Katiyar Ding-Zhu Du Dingaan Dingdong Dantes Dinin Dinka Dinkas Dinkum Dinnage Dinnie Dinny Dino Dino P. Oliva Dinoceras Dinsdale Dinse Dinsmore Dinuba Dinwiddie Diocletian Diogenes Diomede Islands Diomedes Dion Dione Dione de Graaff Dionis Dionisio Dionne Dionysia Dionysius Dionysus Diophantus Dior Diores Dioscuri Dipolia Dippold Diptera Dira Dirac Dire Straits Directoire Directory Diredawa Dirichlet Dirk Dirk Benedict Dirk Bogarde Dirk Siefkes Dirk Van Gucht Dirk van Dalen Dis Disario Disciples of Christ Discordia Disharoon Disini Diskin Disko Diskson Disney Disneyland Dispersion Disraeli Dissenter Dita Dithyrambus Ditmars Ditmore Ditter Dittersdorf Dittman Dituri Ditzel Diu Diuril Diushambe Div Divali Diver Dives Divine Divisionism Divisionist Diwali Dix Dixie Dixie Carter Dixie Chicks Dixiecrat Dixieland Dixielander Dixil Dixmoor Dixon Diyarbakir Diyarbekir Djailolo Djaja Djajapura Djakarta Djambi Djerba Djibouti Djilas Djokjakarta Dli Dmitri Dmitry Arkhangelsky Dnaburg Dnepr Dneprodzerzhinsk Dnepropetrovsk Dnestr Dnieper Dniester Dnitz Doak Doane Doanna Dobb Dobbins Dobie Doble Dobrinsky Dobro Dobruja Dobrynin Dobson Dobuan Dobuans Docetism Docia Docila Docile Docilla Docilu Dodd Dodds Dode Dodecanese Dodge Dodgem Dodgeville Dodgson Dodi Dodie Dodoma Dodona Dodonian Dodson Dodsworth Dodwell Dody Doe Doehne Doelling Doenitz Doerrer Doersten Doesjka Dubbelt Dogberry Dogberrys Dogger Doggett Dogs Doha Doherty Dohnnyi Doi Doig Doisy Dola Dolan Dolby Dole Doley Dolf Dolgeville Dolhenty Dolin Dolius Doll Dollar Dolley Dollfuss Dolli Dollie Dolloff Dollond Dolly Dolly Parton Dolmetsch Dolomites Dolon Dolora Dolores Dolores Barreiro Dolores Del Rio Dolores Gray Dolorita Doloritas Dolph Dolph Lundgren Dolphin Dolton Dom Dom DeLuise Domagk Domash Dombrowski Domel Domela Domella Domenech Domenic Domenico Domeniga Domett Domina Domineca Dominga Domingo Domini Dominic Dominic Monaghan Dominic Purcell Dominic Welsh Dominic West Dominica Dominican Dominick Dominik Dominique Dominique Dunne Dominique Moceanu Dominique Swain Dominique van Roost Dominique van Vliet Domino Dominus Dominy Domitian Domnus Domonic Domph Domremy-la-Pucelle Domrmy-la-Pucelle Don Don Cheadle Don Coppersmith Don Coscarelli Don Francks Don Friesen Don Good Don Heller Don Jeffcoat Don Johnson Don Kiel Don Knotts Don Loveland Don McKellar Don Novello Don Rickles Don Rose Don Sannella Don Stroud Don Swayze Don Woods Dona Donadee Donaghue Donahoe Donahue Donal Donald Donald B. Johnson Donald Beaver Donald Chinn Donald E. Knuth Donald Fussell Donald O'Connor Donald Pleasence Donald Stanat Donald Sutherland Donalda Donaldson Donaldsonville Donall Donalsonville Donalt Donar Donata Donatelli Donatello Donati Donatism Donatist Donatus Donau Donaugh Donavon Donbass Doncaster Dondi Donegal Donegan Donela Donell Donell Jones Donella Donelle Donelson Donelu Doner Donets Donetsk Donetta Dong Dong Gun Jang Dongola Donia Donica Donielle Donizetti Donn Donn-Byrne Donna Donna Air Donna Brown Donna D'Errico Donna Derrico Donna Douglas Donna Frenzel Donna Murphy Donna Reed Donna Summer Donna Tartt Donne Donnell Donnelly Donnenfeld Donni Donnie Donnie Wahlberg Donnie Yen Donny Donny Osmond Donoghue Donoho Donohue Donough Donovan Donus Doolittle Doon Doone Doorn Doornik Doors Doostoevsky Dopp Doppelger Doppelmayer Dopper Doppler Dor Dora Dorado Doralia Doralice Doralin Doralyn Doralynn Doralynne Doran Dorati Doraville Dorca Dorcas Dorcea Dorchester Dorcia Dorcus Dorcy Dordogne Dordrecht Dore Dore Smit Doreen Dorelia Dorella Dorelle Dorena Dorene Doretta Dorette Dorey Dorfman Dori Doria Dorian Doric Dorice Doriden Dorie Dorin Dorina Dorinda Dorine Dorion Doris Doris Day Doris Roberts Doris Wishman Dorisa Dorise Dorison Dorit Hochbaum Dorita Doritis Dorkas Dorking Dorkus Dorlisa Dorman Dormobile Dorn Dornbirn Doro Dorobo Dorobos Dorolice Doron Drusinsky Doron Peled Dorotea Doroteya Dorothea Dorothee Dorothi Dorothy Dorothy Dandridge Dorothy Oosting Dorpat Dorr Dorran Dorrance Dorree Dorren Dorri Dorrie Dorris Dorry Dorset Dorsetshire Dorsey Dorsman Dorsy Dort Dorthea Dorthy Dortmund Dorus Dorweiler Dorwin Dory Doscher Dosh Dosi Dosia Doss Dostoevsky Dot DotComGuy Dothan Dotson Dott Dotti Dottie Dotty Doty Dou Douai Douala Double Date Double-Crostic Doubleday Doubler Doubs Doug Doug Anthony Allstars Doug Comer Doug E. Doug Doug Hutchison Doug Ierardi Doug McClure Doug Motel Doug Stone Doug Tygar Dougal Dougald Dougall Dougherty Doughman Doughty Dougie Douglas Douglas Adams Douglas Fairbanks Jr. Douglas Henshall Douglas Jones Douglas O'Keeffe Douglas West Douglas-Home Douglass Douglasville Dougray Scott Dougy Doukhobor Doukhobors Doukhobortsy Doumergue Douro Douschka Douty Douville Douw Dov Dov Gabbay Dov Harel Dove Dover Dovev Dovima Dovzhenko Dow Dowagiac Dowd Dowdell Dowden Dowding Dowell Dowland Dowlen Dowling Dowmetal Down Downall Downe Downes Downey Downing Downingtown Downpatrick Downs Dowski Dowson Dowzall Doxia Doy Doykos Doyle Doylestown Dr. Dre Dr. Drew Dr. Gilda Carle Drabeck Draco Draconianism Draconid Dracula Dragelin Drago Dragon Dragone Dragoon Draguignan Drain Drais Drake Drakensberg Dramamine Drambuie Drammen Drances Drancy Drandell Drape Draper Drava Dravidian Dravosburg Dray Drayton Dream Dream Street Dreams Dreann Drebbel Dreda Dreeda Dreher Dreibund Dreiser Dremann Dren Drenmatt Drenthe Drer Drescher Dresden Dressel Dressler Drew Drew Barrymore Drew Carey Drew Lachey Drew Winget Drewett Drews Drexler Dreyer Dreyfus Dreyfusard Dric Drice Drida Drin Drina Drinkwater Dripps Driscoll Driskill Drisko Drislane Drobman Drogheda Drogin Drolet Dronski Drooff Dru Dru Hill Druce Druci Drucie Drucill Drucilla Drucy Drud Drue Druella Drug Drugge Drugi Druid Drummond Drus Druse Drusi Drusie Drusilla Drusus Drusy Druze Dry Dryas Dryden Drye Dryfoos Drygalski Dryope Dryopithecus Drysdale Dseldorf DuBois DuPont Duala Duane Duane Finley Duane Loken Duarte Duax Dubai Dubbo Dubcek Dubenko Dubinsky Dublin Dubliners Dubois Dubonnet Dubrovnik Dubuffet Dubuque Ducan Ducasse Duce Duchamp Duchamp-Villon Duck Ducommun Dud Dudden Dudevant Dudley Dudley Moore Duer Duero Duester Dufay Duff Duff McKagan Duffie Duffy Dufy Dugaid Dugan Dugas Duggan Duhamel Duhl Duisburg Dukas Duke Duke Ellington Dukey Dukhobors Dukie Duky Dulaney Dulce Dulcea Dulci Dulcia Dulciana Dulcibelle Dulcie Dulcine Dulcinea Dulcitone Dulcle Dulcy Duleba Dulla Dulles Dulsea Duluth Duma Dumaguete Dumah Dumanian Dumas Dumbarton Dumfries Dumm Dumond Dumont Dumuzi Dumyat Dun Duna Dunaj Dunant Dunarea Dunaville Dunbar Dunbarton Dunc Duncan Duncan Regehr Duncan Sheik Duncanville Dundalk Dundee Dunedin Dunellen Dunfermline Dung Huynh Dungeness Dunham Dunker Dunkerque Dunkin Dunkirk Dunlavy Dunlop Dunn Dunne Dunning Dunois Dunoon Dunsany Dunseath Dunsinane Dunsmuir Dunson Dunstable Dunstan Dunston Dunthorne Dunton Duntroon Duntson Duong Dupaix Duparc Dupin Dupleix Duplessis-Mornay Dupo Dupont Dupr Dupre Dupuis Dupuy Duquesne Duquette Dur Duralumin Duran Duran Durance Durand Durango Durant Durante Duranty Durarte Durazzo Durban Durene Durer Durex Durgy Durham Durkee Durkheim Durkin Durman Durnan Durning Durno Duroc Durr Durrace Durrell Durrett Durst Durstin Durston Durtschi Durward Durware Durwin Durwood Durwyn Duryea Dusa Duse Dusehra Dusen Dushanbe Dust Dustan Duster Dustie Dustin Dustin Hoffman Dustin Nguyen Dustman Duston Dusty Dusty Springfield Dusza Dutch Dutchman Dutchman's-breeches Dutchman's-pipe Dutchmen Duthie Duval Duvalier Duvall Duveneck Duvida Duwalt Duwe Duyne Dvina Dvinsk Dvorak Dwain Dwaine Dwan Dwane Dwayne Dwayne Cameron Dwayne Hickman Dwayne Johnson Dweck Dweezil Zappa Dwight Dwight Schultz Dwight Whitley Dwight Yoakam Dwinnell Dworman Dwyer Dyak Dyal Dyan Dyana Dyana Ortelli Dyane Dyann Dyanna Dyanne Dyaus Dyce Dyche Dyer Dyersville Dyfed Dygal Dygall Dygert Dyke Dyl Dylan Dylan McDermott Dylan Sprouse Dylana Dylane Dymas Dymoke Dympha Dymphia Dyna Dynah Dynel Dyophysite Dyothelite Dyothelitism Dysart Dyson Dyula Dyun Dyushambe Dzaudzhikau Dzerzhinsk Dzhambul Dzhugashvili Dzoba Dzongka Dzungaria E-boat E. C. Zeeman E.F. Codd E.F. Moore E.G. Straus E.H. Moore E.J. McCluskey E.J. McShane E.L. Chaffee E.P. Rotterdam E.R. Olderog EAA EACSO EAM EBCDIC ECA ECG ECOWAS ECU EDC EDP EDT EDTA EEC EEE EEG EFTA EGO EGmc EHF EHFA EKG ELAS EMR EMU EMet ENE ERA ERP ERV ESE ESP ESRO EST ETA ETD ETO ETV EVA Eachern Eada Eade Eadie Eadith Eadmund Eads Eadwina Eadwine Eagle Eagle-Eye Cherry Eagles Eakins Ealasaid Ealing Eamon Eanes Eanore Earhart Earl Earla Earle Earleen Earlene Earley Earlie Early Earp Earth, Wind & Fire Eartha Eartha Kitt Earthshaker Earvin Easley East East 17 East-sider Eastbourne Easter Easter-ledges Eastern Ghats Easterner Eastertide Eastlake Eastleigh Eastman Easton Eaton Eatonton Eatton Eavan Boland Eaves EbS Eba Ebarta Ebba Ebbarta Ebberta Ebbie Ebby Eben Ebeneser Ebenezer Ebensburg Ebergen Eberhard Eberhart Eberle Eberly Ebert Eberta Eberto Eblis Ebn Ebner Ebneter Eboh Ebonee Ebony Eboracum Ebro Ebsen Ecbatana Eccl Eccles Ecclesiastes Ecclesiastical Commissioners Ecclesiasticus Ecclus Ecevit Echecles Echegaray Echemus Echetus Echikson Echinodermata Echinoidea Echion Echo Echo Johnson Eck Eckardt Eckart Eckblad Eckel Eckermann Eckhardt Eckhart Eckmann Eclogues Econah Economy Ecorse Ecua Ecuador Ecuadoran Ecuadorean Ecuadorian Ed Burns Ed Coffman Ed Gale Ed Granirer Ed Harris Ed McCreight Ed McMahon Ed O'Neill Ed Reingold Ed Robertson Ed Wasser EdB EdD EdM EdS Eda Edam Edan Edana Edbert Edcouch Edd Edda Eddana Eddas Eddi Eddie Eddie Bunker Eddie Cibrian Eddie Deezen Eddie Furlong Eddie Izzard Eddie Kaye Thomas Eddie Marsan Eddie Murphy Eddie Thomas Eddie Van Halen Eddie Vedder Eddina Eddington Eddra Eddy Eddystone Ede Edea Edeline Edelman Edelson Edelstein Edelsten Eden Eden's Crush Edenton Ederle Edessa Edette Edgar Edgar Allan Poe Edgar Knapp Edgard Edgardo Edge Edgefield Edgehill Edgell Edgerton Edgewater Edgewood Edgeworth Edhessa Edholm Edi Edie Edie Falco Edik Edin Edina Edinburg Edinburgh Edirne Edison Edita Edith Edith Spaan Editha Edithe Ediva Edla Edley Edlin Edlun Edlyn Edman Edmanda Edme Edmea Edmead Edmee Edmon Edmond Edmond O'Brien Edmonda Edmonde Edmondo Edmonds Edmonton Edmund Edmund Clarke Edmund Clerihew Bently Edmund Hlawka Edmund Ihler Edmund Lamagna Edmunda Edna Ednas Ednie Edny Edo Edoardo Ballerini Edom Edomite Edora Edouard Edra Edrea Edrei Edric Edrick Edris Edrock Edroi Edsel Edsger Wybe Dijkstra Edson Eduard Eduardo Eduardo F. Barbosa Eduardo Yanez Edva Edvard Edveh Edward Edward Albert Edward Asner Edward Burns Edward Fox Edward Furlong Edward G Robinson Edward Norton Edward R. Scheinerman Edward Sciore Edward Stedman Edward Woodward Edwardianism Edwards Edwardsian Edwardsville Edwige Veermeer Edwin Edwin Spanier Edwina Edwine Edwyna Edy Edyie Edyta Gorniak Edyth Edythe Efahan Effie Effingham Effy Efik Efim Kinber Efram Efrem Efren Efron Efthim Egadi Egan Egarton Egbert Egede Eger Egeria Egerton Egesta Eggett Eggleston Egham Egide Egidio Egidius Egin Egk Eglanteen Eglantine Eglevsky Egmont Egon Egor Egwan Egwin Egypt Egyptian Egyptianisation Egyptianism Egyptianization Egypticity Egyptologist Egyptology Ehling Ehlke Ehman Ehr Ehrenberg Ehrenbreitstein Ehrenburg Ehrlich Ehrman Ehrsam Ehud Ehudd Eichendorff Eichman Eichmann Eidson Eiffel Eiffel 65 Eiger Eijkman Eike Best Eilat Eileen Eileen Albrizio Eileen Collins Eileen Davidson Eileen Ryan Eileen Tung Eileithyia Eilis Eilshemius Eimile Eimmart Einar Einberger Eindhoven Einhorn Einstein Einthoven Eion Bailey Eioneus Eipper Eire Eirena Eirene Eisele Eisen Eisenach Eisenberg Eisenhart Eisenhower Eisenstadt Eisenstark Eisenstein Eiser Eisinger Eisk Eisler Eitan Gurari Eiten Ekaterina Ekaterina Gordeeva Ekaterinburg Ekaterinodar Ekaterinoslav Ekin Cheng El Hajj Malik El Shabazz Ela Ela Weber Elagabalus Elah Elaina Elaine Elaine Hendrix Elaine Miles Elaine Weyuker Elam Elamite Elamitic Elana Elane Elaphebolia Elara Elastoplast Elat Elata Elatia Elatus Elayne Elazaro Elazig Elba Elbart Elbe Elberfeld Elbert Elberta Elbertina Elbertine Elberton Elbie Elbl Elblag Elboa Elbring Elbrus Elburr Elburt Elburz Mountains Elche Elconin Elda Elden Elder Eldin Eldo Eldon Eldora Eldorado Eldoree Eldoria Eldred Eldreda Eldredge Eldreeda Eldrid Eldrida Eldridge Eldwen Eldwin Eldwon Eldwun Elea Eleanor Eleanor Hare Eleanor Roosevelt Eleanora Eleanore Eleatic Eleaticism Eleazar Electra Electrides Electryon Eleen Eleia Elena Elena Produnova Elene Eleni Elenor Elenore Eleonora Eleonore Eleph Elephus Elery Eleusinia Eleusinian Eleusinian mysteries Eleusis Eleuthera Eleutherius Elevs Elexa Elf Elfi Von Dassanowsky Elfie Elfont Elfreda Elfrida Elfrieda Elfstan Elga Elgan Elgar Elger Elgin Elgin Marlow Elgon Eli Eli Shamir Eli Upfal Elia Elia Kazan Eliades Eliane Giardini Elianora Elianore Elias Eliason Eliath Eliathan Eliathas Elicia Elicius Elidad Elie Eliezer Eliezer Dekel Eliga Elihu Elijah Elijah Wood Elik Elinor Elinor Donahue Elinore Elinvar Eliot Eliot Chang Eliott Eliphaz Elis Elisa Elisa Bridges Elisa Cariera Elisabet Elisabeth Elisabeth Rohm Elisabeth Shue Elisabethville Elisabetta Elisavetgrad Elisavetpol Elise Elise Neal Elisee Eliseo Elish Elisha Elisha Cuthbert Elison Elissa Elissa Bridges Elita Eliz Eliza Eliza Dushku Elizabet Elizabeth Elizabeth Ann Hilden Elizabeth Anne Allen Elizabeth Ashley Elizabeth Auten Elizabeth Berkley Elizabeth Bishop Elizabeth Dole Elizabeth Franz Elizabeth Gaskell Elizabeth Hurley Elizabeth McGovern Elizabeth Montgomery Elizabeth Morehead Elizabeth Moss Elizabeth Perkins Elizabeth Taylor Elizabeth Ward Gracen Elizabethan Elizabethtown Eljas Soisalon-Soininen Elka Elkanah Elke Elkhart Elkhorn Elkin Elkins Elko Elkton Ell Ella Ella Fitzgerald Ella Raines Elladine Ellamae Ellan Ellard Ellary Ellas Ellata Elldridge Elle Elle MacPherson Elleke van Doorn Ellemieke Vermolen Ellen Ellen Barkin Ellen Borst Ellen Burstyn Ellen DeGeneres Ellen Hidding Ellen Muth Ellen Stonebreaker Ellen Wheeler Ellen ten Damme Ellene Ellensburg Ellenville Ellerd Ellerey Ellersick Ellery Elles de Bruin Ellett Ellette Ellga Elli Ellice Islands Ellicott Ellie Ellinger Ellingston Ellington Elliot Elliott Elliott Gould Elliott Murphy Ellis Ellis Horowitz Ellison Ellissa Ellita Ellmyer Ellon Ellora Ellord Ellswerth Ellsworth Ellwood Elly Ellyn Ellynn Elma Elmajian Elmaleh Elman Elmer Elmhurst Elmina Elmira Elmo Elmont Elmore Elmsford Elna Elnora Elnore Elo Elodea Elodia Elodie Elohim Elohism Elohist Eloisa Eloise Elon Elora Eloy Eloyse Elpenor Elreath Elrica Elrod Elroy Els Elsa Elsa Benitez Elsa Zylberstein Elsan Elsass Elsass-Lothringen Elsbeth Elsdon Else Elsemieke Havenga Elsene Elsevier Elsey Elsi Elsie Elsinore Elsmere Elson Elspet Elspeth Elstan Elston Elsworth Elsy Elton Elton John Eluard Elul Elum Elura Elurd Elva Elvah Elvera Elverda Elvia Elvie Elvin Elvina Elvine Elvira Elvira Mayordomo Elvis Elvis Costello Elvis Presley Elvis Stojko Elvita Elvyn Elwaine Elwee Elwin Elwina Elwira Elwood Elwyn Ely Elyn Elyot Elys Elyse Elysha Elysia Elysium Elyssa Elzevir Ema Emad Emalee Emalia Emanuel Emanuela Emanuele Emarie Emathion Ember days Embeth Davidtz Embla Embry Emden Emee Emelda Emelen Emelia Emelin Emelina Emeline Emelita Emelun Emelyne Emera Emerald Emeric Emerick Emersen Emerson Emery Emeryville Emi Wakui Emie Emil Emil Sitka Emil Volcheck Emile Emilee Emili Emilia Emilia Fox Emilia-Romagna Emilie Emilie de Ravin Emiline Emilio Emilio Estevez Emily Emily Bronte Emily Erwin-Robison Emily Friedman Emily Mortimer Emily Procter Emily Watson Emily Whigham Emina Eminem Eminence Eminescu Emiri Henmi Emiri Nakayama Emiscan Emitron Emlen Emlin Emlyn Emlynn Emlynne Emma Emma Bunton Emma Caulfield Emma Harrison Emma Ledden Emma Noble Emma Samms Emma Shapplin Emma Sjoberg Emma Thompson Emmalee Emmaline Emmalyn Emmalynn Emmalynne Emmanuel Emmanuel Waller Emmanuelle Beart Emmanuelle Seigner Emme Emmeline Emmen Emmenthal Emmenthaler Emmer Emmeram Emmerich Emmerie Emmery Emmet Emmetsburg Emmett Emmey Emmi Emmie Emmies Emmit Emmons Emmott Emmuela Emmy Emmy Rossum Emmye Emmylou Emo Welzl Emogene Emory Emp Empedocles Empire Empirin Emporia Emporium Empson Empusae Emrich Ems Emsmus Emsworth Emyle Emylee En Vogue Ena Enalda Enalus Enarete Enceladus Encina Encke Encrata Encratia Encratis End Endecott Ender Enders Endicott Endo Endor Endora Endre Szemeredi Endres Endymion Enenstein Enesco Enfield Eng Engadine Engdahl Engeddi Engedi Engedus Engel Engelbert Engelbert Humperdinck Engelberta Engelhart Engels Engen Engenia England Englander Engle Englebert Engleman Englis English Englisher Englishism Englishman Englishmen Englishness Englishry Englishwoman Englishwomen Engracia Engud Engvall Enid Eniopeus Eniwetok Enki Enkidu Enlightenment Enlil Ennis Enniskillen Ennius Ennomus Ennosigaeus Eno Enoch Enola Enone Enos Enovid Enrica Enrichetta Enrico Enrika Enrique Enrique Iglesias Enriqueta Ens Enschede Ensenada Ensign Ensoll Ensor Entebbe Entellus Enterprise Entre-Deux-Mers Entwistle Enugu Enumclaw Enya Enyalius Enyedy Enyeus Enyo Enzed Eocene Eogene Eoin Eolande Eolian Eolic Eoline Eos Epaminondas Epaphus Epeans Epeus Eph Ephes Ephesian Ephesians Ephesus Ephialtes Ephraim Ephraim Korach Ephraimite Ephram Ephrata Ephrem Epibaterius Epicaste Epictetus Epicurean Epicureanism Epicurus Epidaurus Epidemiarum Epifano Epigenes Epigoni Epimenides Epimetheus Epione Epiph Epiphania Epiphanies Epiphany Epirote Epirus Epis Episc Episcopalian Episcopalianism Epistle Epner Epp Epperson Eppes Eppie Epps Epsilon Epsom Epstein Equanil Equity Equuleus Eradis Eran Eras Erasme Erasmian Erasmianism Erasmo Erasmus Erastatus Eraste Erastes Erastian Erastianism Erastus Erasure Erato Eratosthenes Erb Erbe Erbes Erbil Erceldoune Ercilla Erckmann-Chatrian Erda Erdah Erdda Erde Erdei Erdman Erdrich Erebus Erech Erechim Erechtheum Erechtheus Erek Erelia Erena Erenburg Ereshkigal Ereuthalion Erevan Erewhon Erez Petrank Erfurt Ergane Ergener Erginus Ergotrate Erhard Erhard Schmidt Erhardt Erhart Eri Eri Imai Eri Kitayama Eriboea Eric Eric Allender Eric Amber Eric Bach Eric Benet Eric Blair Eric Bogosian Eric Chen Eric Clapton Eric Close Eric Idle Eric Jeltsch Eric Jerome Dickey Eric Kaltofen Eric Lindros Eric Lively Eric Lloyd Eric Lutes Eric McCormack Eric Olsen Eric Roberts Eric Schweig Eric Stoltz Eric Torng Erica Erich Erich Hecke Ericha Erichthonius Erick Ericka Ericksen Erickson Ericson Ericsson Erida Eridanus Eridu Erie Erigena Erigone Eriha Erik Erik Estrada Erik Meineche Schmidt Erik P. de Vink Erik Palladino Erik Sandewall Erik Thompson Erik Thomson Erik de Zwart Erik von Detten Erika Erika Alexander Erika Eleniak Erika Ito Erika Slezak Erika Takacs Eriko Sato Erikson Erimanthus Erin Erin Dean Erin Ellington Erin Gray Erin Hoffman Erin J Dean Erin J. Dean Erin Murphy Erina Erine Erinn Erinna Erinyes Erinys Eriq La Salle Eriq LaSalle Eris Eritrea Eritrean Erivan Erkan Erkki Makinen Erl Erland Erlander Erlandson Erlang Erlangen Erlanger Erle Erleena Erlene Erlewine Erlin Erlina Erline Erlinna Erlond Erma Ermalinda Ermanaric Ermanno Erme Ermeena Ermentrude Ermey Ermin Ermina Ermine Erminia Erminie Erminna Ern Erna Ernald Ernaldus Ernaline Erne Ernest Ernest Borgnine Ernest Hemingway Ernesta Ernestine Ernesto Ernestus Ernie Ernie Guillemin Ernie Hudson Ernie Kovacs Ernie Reyes Jr Ernie Reyes Jr. Ernst Ernst Specker Ernst W. Mayr Erny Eros Erotes Errecart Errhephoria Errick Errol Errol Flynn Errol Lloyd Erroll Erse Erskine Ertha Erulus Erund Erv Ervin Ervine Erving Erwin Erwin Engeler Erwinia Erycina Erykah Badu Erymanthus Eryn Erysichthon Erythraeum Eryx Erzgebirge Erzurum Esau Esbensen Esbenshade Esbjerg Esc Escanaba Escaut Esch Escherichia Escoffier Escondido Escorial Escudero Esculapian Escurial Esd Esdraelon Esdras Esdud Esenin Eshelman Esher Eshkol Eshman Eshrat Arjomandi Esidrix Esk Eskil Eskill Eskilstuna Eskimo Eskimo-Aleut Eskimologist Eskimology Eskimos Eskisehir Esko Ukkonen Esky Eslie Esma Esmaria Esme Esmee de la Bretoniere Esmeralda Esmeraldas Esmerelda Esmerolda Esmond Espana Espartero Espen Lind Esperantism Esperantist Esperanto Espoo Espronceda Espy Esq Esquiline Esquimau Esra Essa Essam Essaouira Essen Essene Essequibo Essex Essexville Essie Essinger Essonne Essy Esta Esta Terblanche Establishment Estas Este Esteban Esteban Louis Powell Estel Estele Estell Estella Estella Warren Estelle Estelle Getty Estelle Halliday Esten Ester Ester Canadas Esterhazy Estes Estevan Estey Esth Esther Esther Apituley Esther Canadas Esther De Jong Esther Duller Esther Eikelenboom Esther Way Esther Williams Estherville Esthonia Esthonian Estienne Estis Estonia Estonian Estrella Estrellita Estremadura Estren Estrin Estron Estus Eta Etam Etan Etana Etem Eteocles Eth Ethan Ethan Coen Ethan Embry Ethan Hawke Ethan Peck Ethan Phillips Ethan Suplee Ethanim Ethban Ethben Ethbin Ethbinium Ethbun Ethe Ethel Ethel Merman Ethel Waters Ethelbert Ethelda Ethelee Ethelene Ethelette Ethelin Ethelind Ethelinda Etheline Ethelstan Ethelyn Etherege Ethiopia Ethiopian Ethiopic Ethlyn Ethyl Ethyle Etienne Etka Etna Etoile Etom Eton Etonian Etowah Etr Etra Etrem Etruria Etruscan Etruscologist Etruscology Etta Ettabeth Ettari Ettarre Etti Ettie Ettinger Ettore Etty Etz Etzel Euaechme Euboea Euboean Eubuleus Eucharist Euchenor Euchite Eucken Euclea Euclid Euclides Euctemon Eudist Eudo Eudoca Eudocia Eudora Eudorus Eudosia Eudoxia Eudoxus Euell Euemerus Eufaula Eug Eugen Eugene Eugene Luks Eugene Madison Eugene Robert Glazer Eugene Stark Eugenia Eugenides Eugenie Eugenio Eugenius Eugeniusz Eugenle Euglena Eugnie Euh Euhemerus Euippe Eula Eulalee Eulalia Eulaliah Eulalie Eulau Eulee Euler Euler-Chelpin Eulis Eumaeus Eumedes Eumelus Eumenides Eumolpus Euneus Eunice Eunomia Eunomus Eupheemia Euphemia Euphemiah Euphemie Euphemus Euphorbus Euphorion Euphrates Euphrosyne Euphues Euplotes Eur Eurasia Eurasian Euratom Eure Eure-et-Loir Eureka Euridice Euripides Eurippa Euroclydon Eurocommunism Eurocrat Eurodollar Eurodollars Euromarket Euromart Europa Europe European Europeanisation Europeanism Europeanization Europoort Eurotas Eurovision Eurus Euryale Eurybates Eurybia Euryclea Eurydamas Eurydice Euryganeia Eurylochus Eurymachus Eurymede Eurymedon Eurynome Eurypylus Eurysaces Eurysthenes Eurystheus Eurytion Eurytus Eusebio Eusebius Eustace Eustache Eustachio Eustacia Eustashe Eustasius Eustatius Eustazio Eustis Eutaw Euterpe Euton Eutopia Eutychianus Eva Eva Habermann Eva Herzigova Eva Larue Eva Le Gallienne Eva Peron Eva Tardos Evadne Evadnee Evaleen Evalyn Evan Evan Bonifant Evan Cohn Evan Farmer Evan Rachel Wood Evander Evander Holyfield Evang Evangelia Evangelina Evangeline Evangelist Evangelists Evania Evanne Evannia Evans Evansdale Evanston Evansville Evante Evanthe Evaristus Evars Evatt Eve Eve 6 Eve Brent Eve Salvail Eveleen Eveleth Evelin Evelina Eveline Evelinn Evelunn Evelyn Evelyn Waugh Evemerus Even Eventus Evenus Everara Everard Everdur Evered Everes Everest Everett Everglades Evergood Evergreen Everick Everrs Evers Eversole Everson Evert Everyman Evesham Evetta Evette Evey Evgeny Plushenko Evie Evin Evipal Evita Evius Evnissyen Evonne Evora Evoy Evreux Evros Evslin Evtushenko Evva Evvie Evvoia Evvy Evy Evyleen Evyn Ewa Ewald Ewall Ewan Ewan McGregor Ewan Stewart Ewan Tempero Eward Ewart Ewe Ewell Ewen Ewens Ewer Ewig-weibliche Ewing Ewold Exc Excalibur Excellency Exchequer Exclusive Brethren Exeter Exile Exmoor Exod Exodus Explorer Expressionism Expressionist Extremadura Exultet Eyck Eyde Eydie Eyeleen Eyetie Eyla Eyre Eysenck Eysk Ezana Ezar Ezara Ezaria Ezarra Ezarras Ezechias Ezechiel Ezek Ezekiel Ezequiel Eziechiele Ezmeralda Ezr Ezra Ezri Ezzo F-display F-scope F-state F. Oort F.L. Bauer F.W.D. Levi FAA FAAAS FAD FAM FAO FAS FBA FBI FCA FCC FCIC FDA FDIC FDR FEB FEPC FERA FET FFA FFC FFI FFV FGSA FHA FHLBA FICA FIDO FIFA FIFO FLB FLN FMB FMCS FMN FMk FNMA FOE FOR FORTRAN FOS FPC FPHA FPO FRB FRC FRCP FRCS FRGS FRS FRSL FRSS FSA FSH FSR FTC FWA FYI Fabe Fabens Faber Faberg Fabi Fabian Fabianism Fabiano Fabien Fabio Fabiola Fabiolas Fablan Fables Fabozzi Fabre Fabri Fabria Fabriane Fabrianna Fabrianne Fabriano Fabrice Fabrice Luchini Fabricius Fabrienne Fabrikoid Fabrin Fabritius Fabrizio Bentivoglio Fabrizio Luccio Fabron Fabyola Fachan Fachanan Fachini Factice Factor Fadden Faden Fadeometer Fadeyev Fadil Fadiman Fae Faenza Faeroes Faeroese Fafnir Fagaly Fagan Fagen Faggi Fagin Fahey Fahimeh Jalili Fahland Fahr Fahrenheit Fahy Fai Faial Faina Fair Fairbanks Fairborn Fairbury Faires Fairfax Fairfield Fairhope Fairleigh Fairley Fairlie Fairman Fairmont Fairmount Fairport Fairuza Balk Fairview Fairway Fairweather Faisal Faith Faith Evans Faith Fich Faith Ford Faith Hill Faith Prince Faiyum Faizabad Fakieh Falange Falangist Falasha Falashas Falcone Falconer Falda Falerii Falernum Faletti Falfurrias Falieri Faline Faliscan Falito Falk Falkenhayn Falkirk Falkner Fall Falla Fallon Fallon Bowman Falls Falmouth Falstaff Falster Faludi Falun Falzetta Famagusta Fameuse Familist Famke Janssen Fan Fan Chung Fanagalo Fanchan Fanchet Fanchette Fanchie Fanchon Fancia Fancie Fancy Fanechka Fanestil Faneuil Fanfani Fang Fangio Fania Fanica Gavril Fann Wong Fanni Fannie Fannie Flagg Fanning Fanny Fanny Ardant Fanny Yuen Kit Ying Fano Fantasia Fantasy Fante Fanti Fantin-Latour Fanya Far Fara Faraday Farah Farah Fath Farand Farant Fareham Farewell Fargo Farhi Fari Faria Faribault Farica Farid Alizadeh Farika Farinelli Fariss Farkas Farl Farland Farlay Farlee Farleigh Farley Farlie Farly Farman Farmann Farmelo Farmer Farmer's Daughter Farmersville Farmerville Farmingdale Farmington Farmville Farnborough Farnese Farnham Farnsworth Farny Faro Faroes Faroese Faron Moller Farquhar Farr Farra Farragut Farrah Farrah Fawcett Farrah Summerford Farrand Farrar Farrel Farrell Farrica Farrington Farris Farrish Farrison Farro Farron Farrow Fars Faruq Farver Farwell Fasano Fascism Fascist Fascista Fascisti Fashoda Faso Fassbinder Fassold Fast Fasta Fasto Fatah Fatboy Slim Fates Father Fathometer Fatiha Fatima Fatima Robinson Fatimah Fatimid Fatma Fats Domino Fatshan Fattal Fatty Arbuckle Faubert Faubion Fauch Faucher Faulkner Fauman Faun Faunia Faunus Faur Faus Faust Fausta Faustena Faustina Faustine Fausto Faustulus Faustus Fauve Fauver Fauvism Fauvist Faux Favata Favian Favianus Favien Favilla Favin Favonia Favonius Favrot Fawcett Fawcette Fawkes Fawn Fawna Fawne Fawnia Fax Faxan Faxen Faxon Faxun Fay Fayal Fayanne Faydra Faye Faye Dunaway Faye Wong Fayetta Fayette Fayetteville Fayina Fayme Fayola Fayre Fayth Faythe Fayum Fazeli Feala Fear Featherstone Feb Febe Februaries February Fechner Fechter Fecunditatis Fed Fedak Federal Federalism Federica Federico Federico Fellini Fedin Fedirko Fedora Fee Feeley Feeney Feer Feigin Feil Fein Feinberg Feingold Feininger Feinleib Feinstein Feisal Feld Felda Felder Feldman Feldstein Feldt Felecia Feledy Felic Felice Felicia Feliciana Felicidad Felicie Felicio Felicity Felicity Brewis-Pawellek Felike Feliks Felipa Felipe Felise Felisha Felita Felix Felix Browder Felix Klein Felix Yat-Wah Wong Feliza Felizio Feller Felling Fellini Fellner Fellow Fellows Felske Felt Felten Feltie Felton Felty Fem Femi Femke Wolthuis Femmine Fen Fendig Fenella Fengkieh Fengtien Fenian Fenianism Fenn Fennell Fennelly Fenner Fennessy Fennie Fenny Fenrir Fens Fenton Fenwick Feodor Feodora Feodore Feola Feosol Ferber Ferd Ferde Ferdie Ferdinana Ferdinand Ferdinand Lindemann Ferdinanda Ferdinande Ferdus Ferdy Fergana Fergus Ferguson Feriga Feringi Ferino Fermanagh Fermat Fermi Fermin Fern Ferna Fernald Fernand Fernanda Fernanda Montenegro Fernanda Souza Fernanda Tavares Fernande Fernandel Fernandes Fernandez Fernandina Fernando Fernando Colunga Fernas Fernata Ferndale Ferne Ferneau Fernelius Fernyak Ferrand Ferrara Ferrari Ferreby Ferree Ferrel Ferrell Ferren Ferrero Ferretti Ferri Ferrick Ferriday Ferrigno Ferris Ferriter Ferro Ferrol Fertility Ferullo Fervidor Ferwerda Fess Parker Fessenden Festa Festatus Festschrift Festschriften Festus Feucht Feuchtwanger Feuerbach Feuillant Feune Fevre Feydeau Feynman Fez Feza Gursey Fezzan Fia Fianna Fiberglas Fibiger Fichte Fichtean Fichteanism Ficino Fidel Fidela Fidelas Fidele Fidelia Fidelio Fidelis Fidelism Fidelity Fidellas Fidellia Fiden Fides Fido Fiedler Fiedling Field Fielding Fields Fiend Fiertz Fiesole Fiester Fife Fifi Fifine Figge Figone Figueres Figueroa Fiji Fijian Filbert Filberte Filberto Filemon Files Filia Filiano Filide Filip Filipe Filipino Filipinos Filippa Filippo Fillander Fillbert Fillender Filler Fillia Makedon Fillian Fillmore Filmer Filmore Filomena Filter Fima Fin Fina Finbar Finbur Finchley Findlay Findley Fine Fineberg Fineen Finegan Finella Fineman Finer Fingo Fini Finist Finisterre Fink Finkelstein Finland Finlander Finlandia Finlay Finletter Finley Finn Finnegan Finney Finnic Finnie Finnigan Finnish Finnmark Finno-Ugrian Finno-Ugric Finny Finola Hughes Finsen Finstad Finsteraarhorn Finzer Fiona Fiona Apple Fiona Braidwood Fiona Hutchison Fionn Fionna Fionnula Fiora Fiore Fiorello Fiorenza Firbank Firbolg Firbolgs Fircrest Firdausi Firenze Firestone Firman Firmicus Firmin Firooc Fisch Fischer Fischer-Dieskau Fish Fishback Fishbein Fisher Fisher Stevens Fishes Fishman Fisk Fiske Fisken Fitch Fitchburg Fitting Fittipaldi Fitton Fitts Fitz FitzGerald Fitzger Fitzgerald Fitzhugh Fitzpat Fitzpatrick Fitzroy Fitzsimmons Fiume Five Five Nations Fizeau Fla Flagg Flagler Flagstad Flagstaff Flaherty Flam Flamininus Flaminius Flammarion Flamsteed Flan Flanagan Flanders Flanigan Flann Flanna Flannery Flathead Flatto Flatwoods Flaubert Flavia Flavian Flavio Flavius Flaxman Fleck Flecker Fleda Fleece Fleeman Fleet Fleeta Fleetwood Fleetwood Mac Fleischer Fleisher Fleisig Flem Fleming Fleming's rules Flemings Flemington Flemish Flemming Flensburg Flessel Fleta Fletch Fletcher Fletcherism Fleur Fleur Bok Fleurette Fleury Flexner Flexner King Flexography Flieger Flight Flin Flinn Flint Flintshire Flip Flita Flo Flodden Floeter Flois Flon Flood Floortje Dessing Flor Flora Floral Floralia Florance Flore Florella Florence Florencia Florencia Lozano Florencita Florenda Florentia Florentine Florenza Flores Florette Florey Flori Floria Florian Floriano Florianolis Florida Floridia Florie Florin Florina Florinda Florine Florio Floris Florissant Floro Florri Florrie Florry Flory Flosi Floss Flosser Flossi Flossie Flossmoor Flossy Flotow Flower Flowers Floy Floyce Floyd Floydada Flushing Flyn Flynn Flysch Fnen Foah Foch Foecunditatis Fogarty Fogel Fogg Foggia Foism Fokine Fokker Fokos Folberth Folcroft Foley Folger Folkestone Folketing Follansbee Follmer Folly Folsom Fomalhaut Fomorian Fonda Fondea Fong Fons Fonseca Fonsie Fontaine Fontainebleau Fontana Fontanne Fontes Fonteyn Fonville Fonz Fonzie Foochow Foot Foote For Foraker Forbes Forbes Lewis Forbes-Robertson Forces Forcier Ford Fording Fordyce Foreland Forelli Forest Forest Whitaker Forester Forfar Forkey Forl Forland Forlini Form Formenti Formica Formosa Formosus Fornacalia Fornax Forney Forneys Fornof Forouzan Golshani Forras Forrer Forrest Forrestal Forrester Forseti Forssman Forsta Forster Forsyth Fort Atkinson Fort-Lamy Fort-de-France Forta Fortaleza Fortas Forth Fortier Fortin Fortna Fortuna Fortunato Fortune Fortunia Fortunio Fortunna Forty-Five Forum Forward Foscalina Fosdick Foskett Fosque Foss Foster Fostoria Fotheringhay Fotina Fotinas Foucault Foucquet Foued Ameur Fougere Foujita Foulk Foulness Fount Fouqu Fouquet Fouquier-Tinville Four Four Play Four Tops Fourdrinier Fourier Fourierism Fourierist Fourierite Fournier Fourteen Points Foushee Fowey Fowkes Fowle Fowler Fowliang Fox Foxborough Foxe Foxtrot Foxy Brown Foy Fra Fraase Fracastorius Frackville Fradin Frager Fragonard Fraktur Frame Framingham Fran Fran Berman Fran Drescher Franc D'Ambrosio France Frances Frances Bavier Frances Farmer Frances Langford Frances McDormand Frances Van Scoy Frances Yao Francesc Rossello Francesca Francesca Annis Francesca Ruth Eastwood Francescatti Francesco Francesco Quinn Franche-Comt Franchot Franci Francie Francine Francine Bardoel Francine Dee Francis Francis Chin Francis Ford Coppola Francis Hazekamp Francis Hellyer Francis Lai Francis Matthews Francisca Franciscan Franciscka Francisco Franciskus Franck Francklin Francklyn Franckot Franco Franco Lascialfari Franco Preparata Francois Francois Guetary Francois Rosolato Francois Truffaut Francoise Francoism Francoist Franconia Franconian Francophile Francophilia Francophobe Francophobia Francy Francyne Franek Franglais Frangos Frank Frank Bidart Frank Capra Frank Darabont Frank Dominelli Frank Girardeau Frank Harary Frank Hitchcock Frank Ifield Frank Langella Frank Marino Frank McHugh Frank Oz Frank Sinatra Frank Thring Frank Tompa Frank Welker Frank Whaley Frank Wood Franka Potente Frankel Frankenstein Frankfort Frankfurt Frankfurter Frankhouse Frankie Frankie Avina Frankie Darro Frankie Goes To Hollywood Frankie Muniz Frankish Franklin Franklinton Franklyn Franko Franky Franni Frannie Franny Frans Fransen Fransis Fransisco Frants Frantz Franz Franz Aurenhammer Franz Hohn Franz Kafka Franz Lambert Franz Rendl Franza Franzen Franziska Schenk Franziska van Almsick Franzoni François Giroday Frascati Frasch Frasco Fraser Frasier Frasquito Frau Frauen Frauenfeld Fraunhofer Fraunhofer lines Fravashi Fraya Frayda Frayne Fraze Frazer Frazier Frear Freberg Frech Frechette Fred Fred Annexstein Fred Astaire Fred Brooks Fred Gwynne Fred Koehler Fred Kruher Fred MacMurray Fred Sadri Fred Savage Fred Springsteel Fred Ward Freda Freddi Freddie Freddie Mercury Freddie Prinze Jr Freddie Prinze Jr. Freddy Fredek Fredel Fredela Fredella Fredenburg Frederic Frederic Green Frederica Frederich Fredericia Frederick Frederick Forsyth Fredericka Fredericksburg Fredericktown Frederico Fredericton Frederiek Voskens Frederigo Frederik Frederika Frederiksberg Frederiksen Frederique Frederique Huydts Frederique van der Wal Fredette Fredi Fredia Fredie Fredkin Fredonia Fredra Fredric Fredrick Fredrik Orava Fredrika Fredrikstad Fredro Starr Free Free-Soiler Freeborn Freed Freedman Freedom Freedomites Freehold Freeland Freeman Freemason Freemasonry Freemon Freeport Freer Freetown Fregger Frei Freia Freiburg Freida Freiman Frelinghuysen Fremantle Fremont French French Cameroons French West Indies French doors French fried potatoes French knickers French windows Frenchies Frenchification Frenchiness Frenchman Frenchmen Frenchness Frenchweed Frenchwoman Frenchwomen Frenchy Frendel Freneau Frentz Freon Frere Frerichs Frescobaldi Fresnel Fresno Fretwell Freud Freudberg Freudian Freudianism Frey Freya Freyah Freyre Freytag Fri Fribourg Frick Fricke Frida Frida Utter Friday Fridell Fridley Fridlund Fried Frieda Friedberg Friede Frieder Friederike Friedhelm Hinz Friedhelm Meyer auf der Heide Friedland Friedlander Friedly Friedman Friedrich Friedrick Friend Friendly Islands Frierson Fries Friesian Friesland Frigg Frigidaire Frigoris Frija Frimaire Friml Fris Frisbee Frisch Frisco Frisian Frisian Islands Frisse Frissell Fritts Fritz Fritze Fritzie Fritzsche Friuli Friulian Frlein Frobisher Frodeen Frodi Frodin Frodina Frodine Froebel Froehlich Froemming Frog Froh Frohman Frohne Froissart Frolick Froma Frome Fromentin Fromm Fromma Frona Fronda Fronde Frondeur Frondizi Fronia Fronnia Fronniah Frontenac Fronya Frost Frostburg Frostproof Froude Froukje de Both Frs Fructidor Fruin Frulla Frum Fruma Frumentius Frunze Fry Fryd Frydman Frye Frymire Fu-chou Fuchs Fuegian Fuehrer Fuertes Fugate Fugazy Fugere Fugger Fuhrman Fuji Fujio Fujiwara Fukien Fukuda Fukuoka Fukushima Ful Fula Fulah Fulahs Fulani Fulas Fulbert Fulbright Fulcher Fuld Fulham Fulks Fuller Fullerton Fulmer Fulmis Fulton Fulvi Fulvia Fulviah Fumie Hosokawa Fumie Nakajima Fumika Suzuki Fumina Hara Funch Funchal Funda Fundy Funk Funston Fur Seal Islands Furey Furgeson Furiae Furie Furies Furiya Furlani Furlong Furmark Furnary Furnerius Furness Furnivall Furr Furtek Furtwler Fusan Fusco Fuseli Fushih Fushun Futabatei Futurism Futurist Fylde Fyn Fyodor Fyzabad G-man G-men G-string G-strophanthin G-suit G. Ehrlich G. Katona G. Krulee G. Vijayan G. Ward G. de Leve G.A. Bliss G.D. Birkhoff G.D. Ramkumar G.M. Baudet GAO GAR GARIOA GATT GAW GBE GCA GCB GCD GCF GCI GCM GCR GCT GFTU GG Mayorga GHA GHQ GHz GMT GNP GOP GPO GPU GSA GSC GSR GTS Gaal Gab Gabaon Gabaonite Gabbai Gabbaim Gabbert Gabbey Gabbi Gabbie Gabby Gabe Gabel Gaberones Gabey Gabi Gabi Kuper Gabie Gable Gabler Gabo Gabon Gabonese Gabor Gaboriau Gaborone Gabriel Gabriel Byrne Gabriel Campisi Gabriel Garcia Marquez Gabriel Macht Gabriel Mann Gabriel Valiente Gabriela Gabriela Sabatini Gabriele Gabrieli Gabriell Gabriella Gabrielle Gabrielle Anwar Gabrielle Reece Gabrielli Gabriellia Gabriello Gabrielson Gabrila Gabrilowitsch Gabrina Kikkert Gabun Gaby Gaby Hoffman Gaby Hoffmann Gaby van Nimwegen Gad Gad Landau Gaddafi Gaddi Gaddiel Otero Gader Gadhelic Gadite Gadmann Gadmon Gadsden Gae Gaea Gaekwar Gael Gaelic Gaeltacht Gaeta Gagarin Gagauzi Gage Gagliano Gagne Gagnon Gahan Gahanna Gahl Gaia Gaidano Gaige Gaikwar Gail Gail Devers Gail Elliott Gail Fisher Gail Fitzpatrick Gail Harris Gail Porter Gaile Gaillard Gainer Gaines Gainor Gainsborough Gaiser Gaiseric Gaither Gaithersburg Gaitskell Gaius Gaivn Gal Gala Galahad Galan Galang Galanti Galashiels Galasyn Galata Galatea Galateah Galati Galatia Galatian Galatians Galax Galaxy Galba Galbraith Gale Gale Storm Galen Galen Gering Galena Galenism Galenist Galer Galesburg Galeus Galgal Galibi Galibis Galicia Galician Galilean Galilee Galileo Galina Galinthias Galitea Gall Galla Gallager Gallagher Gallard Gallas Gallatin Gallaudet Galle Gallegos Gallen Lo Gallenz Gallia Gallican Gallicanism Gallicisation Galliciser Gallicism Gallicization Gallicizer Gallico Gallienus Galliett Galligan Gallinas Gallipoli Gallipolis Gallo-Romance Galloway Gallup Gallus Gally Gallyon van Vessem Galofalo Galpagos Islands Galsworthy Galton Galuppi Galuth Galva Galvan Galvani Galven Galveston Galvin Galway Galwegian Gama Gamages Gamal Gamali Gamaliel Gambart Gambell Gamber Gambetta Gambi Gambia Gambier Islands Gamble Gambrell Gambrill Gambrinus Gamin Gamma Gammexane Gan Gance Gand Ganda Gander Gandhara Gandharva Gandhi Gandhiism Gandhiist Gandhist Gandzha Ganesa Ganesha Ganges Gangtok Ganiats Ganley Gannes Gannie Gannon Ganny Gans Gansevoort Gant Gantrisin Ganymeda Ganymede Gao Gaon Gapin Gar Garald Garamas Garamond Garate Garaway Garbage Garbe Garber Garbers Garbo Garceau Garcelle Beauvais Garcelle Beuvais Garcia Garcon Gard Garda Gardal Gardas Gardel Gardell Garden Gardendale Gardener Gardenia Gardia Gardie Gardiner Gardner Gardol Gardy Gare Garek Gareri Gareth Gareth Jones Garett Garett Maggart Garey Garfield Garfinkel Gargan Gargantua Gargaphia Garges Gari Garibald Garibaldi Garibaldian Garibold Garibull Gariepy Garifalia Garik Garin Garlaand Garlan Garland Garlanda Garlen Garlinda Garling Garm Garmaise Garneau Garner Garnes Garnet Garnett Garnette Garofalo Garold Garonne Garrard Garratt Garrek Garret Garreth Garretson Garrett Garrett Birkhoff Garrett Wang Garrick Garrik Garris Garrison Garrity Garrot Garrott Garry Garry Pastore Garry Shandling Garson Gart Garter Garth Garth Brooks Garthrod Garv Garvey Garvin Garvy Garwin Garwood Gary Gary Barlow Gary Benson Gary Busey Gary Cole Gary Coleman Gary Cooper Gary Dourdan Gary L. Peterson Gary Levin Gary Miller Gary Morris Gary Oldman Gary Parker Gary Payton Gary Shandling Gary Sinise Gary Sweet Garzon Gascogne Gascoigne Gascon Gascony Gascoyne-Cecil Gaskell Gaskill Gaskin Gaskins Gaspar Gaspard Gasparo Gasper Gasperi Gasperoni Gaspinsula Gass Gassendi Gasser Gassman Gasterocheires Gastineau Gaston Gaston Gonnet Gastonia Gastropoda Gat Gates Gates McFadden Gateshead Gatesville Gath Gatha Gathard Gathers Gathic Gati Gatian Gatias Gattamelata Gatun Gaud Gaudet Gaudette Gaudibert Gaudier-Brzeska Gaugamela Gaughan Gauguin Gauhati Gaul Gauldin Gauleiter Gaulin Gaulish Gaulle Gaullism Gaullist Gault Gaunt Gauntlett Gauricus Gausman Gauss Gaut Gautama Gautea Gauthier Gautier Gautious Gav Gavan Gaven Gavette Gavin Gavin Friday Gavin MacLeod Gavin Rossdale Gavini Gavra Gavrah Gavriella Gavrielle Gavrila Gavrilla Gaw Gawain Gawen Gawlas Gawra Gay Gay-Lussac Gay-Pay-Oo Gaya Gaye Gayel Gayelord Gayl Gayla Gayla Domke Gayle Gayleen Gaylene Gayler Gaylor Gaylord Gayn Gayner Gaynor Gayomart Gaza Gazankulu Gazella Gaziantep Gazo Gazzo Gbari Gbaris Gda Gdansk Gde Gdel Gdynia Ge'ez GeV Geaghan Gean Geanine Gearalt Gearard Gearhart Geb Gebelein Geber Gebhardt Gebler Gebrauchsmusik Gedaliah Geddes Gee Geehan Geelong Geena Davis Geena Lisa Geer Geerts Geesey Geez Gefell Gefen Geffner Gehenna Gehlbach Gehman Gehrig Geibel Geier Geiger Geikie Geilich Geis Geisel Geiss Geist Geistown Geithner Gel Gelanor Gelasia Gelasias Gelasius Gelb Geldens Gelderland Gelene Gelett Gelhar Gelibolu Geller Gelligaer Gellman Gelman Gelonus Gelsenkirchen Gelugpa Gelya Gema Zamprogna Gemara Gemarist Gemi Taylor Gemina Gemini Geminian Geminiani Geminius Geminus Gemma Gemma Craven Gemmell Gemoets Gemperle Gen Gena Gena Lee Nolin Gena Rowlands Genaro Gene Gene Autry Gene Barry Gene Cernan Gene Geter Gene Golub Gene Hackman Gene Kelly Gene Lawler Gene Myers Gene Roddenberry Gene Rose Gene Simmons Gene Tierney Gene Tunney Gene Wilder Geneina Genesa Genesee Geneseo Genesia Genesis Genet Genetrix Genetyllis Geneva Geneva bands Genevan Genevese Genevi Genevieve Genevieve Bujold Genevra Genf Genfersee Genia Genie Genie Francis Genisia Genitrix Genk Genl Genna Gennaro Genni Gennie Gennifer Genny Geno Genoa Genoese Genolla Genova Genovera Genovese Genoveva Genseric Gensler Gensmer Gent Gentes Gentile Gentilis Gentille Gentoo Gentoos Gentry Geo Geof Geoff Geoff Phipps Geoffrey Geoffrey McGivern Geoffrey Rush Geoffrey Wigdor Geoffry GeolE Geonim Georas Geordie Geordie Johnson Georg Georg Kreisel Georg Schnitger Georgann George George Burns George C. Scott George Canyon George Carlin George Clinton George Clooney George Collins George Dantzig George Foreman George Forsythe George Gargov George Harrison George Irving George Lazenby George Lindsey George Lucas George Lueker George Mager George Maguire George Michael George Nemhauser George Orwell George Peppard George Reeves George Robert Gissing George Romero George Sacerdote George Strait George Takei George Varghese Georgeanna Georgeanne Georgena Georgene Georges Georgesman Georgesmen Georgetown Georgetta Georgette Georgi Georgia Georgian Georgiana Georgianna Georgianne Georgie Georgina Georgina Cates Georgina Grenville Georgina Verbaan Georgine Georglana Georgy Georgy Fedoseevich Voronoi Geppino Pucci Ger Gera Geraint Geraint Wyn Davies Gerald Gerald Jay Sussman Gerald Okamura Gerald R. Molen Gerald Sacks Geralda Geraldina Geraldine Geraldton Geranium Gerar Gerard Gerard Christopher Gerard Depardieu Gerard Murphy Gerard Salton Gerard Tel Gerardo Gerardo Franklin Geraud Gerbold Gerd Gerda Gerdeen Gerdi Gerdie Gerdy Gere Gerek Gereld Gereron Gerfen Gerge Gerger Gerhan Gerhard Gerhard Woeginger Gerhardine Gerhardt Geri Geri Halliwell Gerianna Gerianne Gerick Gerik Gering Gerita Gerius Gerkman Gerlac Gerlachovka Germain Germaine German Germana Germanic Germanisation Germaniser Germanism Germanist Germanization Germanizer Germann Germano Germanophile Germanophobe Germanophobia Germantown Germany Germaun Germayne Germin Germinal Germiston Gernhard Gerome Gerona Geronimo Gerousia Gerrald Gerrard Gerri Gerrie Gerrilee Gerrit Gerry Gerry Mendicino Gers Gersham Gershom Gershon Gershwin Gerson Gerstein Gerstner Gert Gerta Gerti Gertie Gertrud Gertruda Gertrude Gertrudis Gerty Gerusia Gervais Gervase Gery Geryon Gesell Gesner Gessen Gessner Gestapo Gesualdo Geth Gethsemane Getraer Getter Gettings Getty Gettysburg Geulincx Gevaert Gewirtz Gezer Gezira Ghana Ghanaian Ghanian Ghassan Ghats Ghazzah Ghazzali Gheber Ghelderode Ghent Gheorghiu-Dej Gherardi Gherardo Gherlein Ghibelline Ghiberti Ghiordes Ghirlandaio Ghiselin Ghita Joegjal Ghosts Gia Carangi Giacamo Giacinta Giacobo Giacometti Giacomo Giacopo Giaimo Giamo Gian Giana Gianfranco Bilardi Gianina Gianna Gianni Giannini Giardia Giarla Giauque Giavani Gib Gibb Gibbeon Gibbie Gibbon Gibbons Gibbs Gibby Gibe Gibeon Gibeonite Gibert Gibraltar Gibran Gibrian Gibson Gibsonburg Gibun Giddings Gide Gideon Gideon Avrahami Giefer Gielgud Gierek Gies Giesecke Gieseking Giess Giessen Giesser Giff Giffard Gifferd Giffie Gifford Giffy Gifu Gigantes Gigantopithecus Gigi Gigi Edgley Gigi Fu Gigi Lai Gigi Leung Gigli Giglio Gignac Giguere Gij Gijon Gil Gil Christner Gil Grand Gil Neiger Gil Ofarim Gila Gilba Gilbart Gilbert Gilbert Islands Gilberta Gilberte Gilbertina Gilbertine Gilberto Gilbertson Gilboa Gilburt Gilbye Gilchrist Gilcrest Gilda Gilda Carle Gilda Radner Gildas Gildea Gilder Gildus Gile Gilead Gileadite Gilels Giles Gilford Gilgal Gilgamesh Gilges Giliana Giliane Gill Gillan Gillead Gilleod Gilles Gilles Brassard Gillespie Gillett Gilletta Gillette Gilli Gilliam Gillian Gillian Anderson Gillian Bonner Gillie Gilliette Gilligan Gillingham Gillman Gillmore Gillray Gilly Gilman Gilmer Gilmore Gilmour Gilolo Gilpin Gilroy Gilson Gilsonite Giltzow Gilud Gilus Gimble Gimpel Gina Gina Gershon Gina Lollobrigida Ginder Gine Ginelle Ginevra Ginger Ginger Lynn Ginger Lynn Allen Ginger Rogers Gingras Ginni Ginnie Ginnifer Ginnungagap Ginny Gino Ginsberg Ginsburg Gintz Ginuwine Ginza Ginzburg Gio Gioconda Giono Giora Slutzki Giordano Giorgia Giorgio Giorgione Giotto Giovanna Giovanni Giovanni Ribisi Gipps Gippsland Gipsies Gipson Gipsy Giralda Giraldo Girand Girard Girardi Girardo Giraud Giraudoux Girgenti Girhiny Giri Narasimhan Girish Girl Thing Gironde Girondism Girondist Girovard Girtin Girvin Gisborne Gisela Giselbert Gisele Gisele Bundchen Gisella Giselle Giselle Bundchen Gish Gisser Gissing Gitana Gitel Githens Gitlow Gitt Gittel Gittle Giuba Giuditta Giuki Giukung Giule Giulia Giuliana Giulietta Giulini Giulio Giuseppe Giuseppe Andrews Giuseppe Di Battista Giustina Giustino Giusto Given Giverin Giza Gizela Gjellerup Gjuki Gjukung Glaab Glaber Glackens Glad Gladbach-Rheydt Gladbeck Gladdie Gladdy Gladewater Gladi Gladine Gladis Gladsheim Gladstone Gladwin Gladys Gladys Knight Glaisher Glamorgan Glamorganshire Glanti Glantz Glanville Glanville-Hicks Glarum Glarus Glaser Glasgo Glasgow Glaspell Glass Glassco Glassman Glassport Glastonbury Glaswegian Glauce Glaucia Glaucus Glaudia Glavin Glazunov Gld Gle Gleason Gleda Glee Gleeson Gleich Gleipnir Gleiwitz Glen Glen Berry Glencoe Glenda Glenda Lynn Glendale Glenden Glendive Glendon Glendora Glendower Glenine Glenn Glenn Close Glenn Ford Glenn Hughes Glenn Quinn Glenna Glennie Glennis Glennon Glenolden Glenrothes Glenus Glenview Glenwood Glenyss Glessariae Glialentn Glick Glimp Glinka Glinys Glitz Glivare Gliwice Globe Glogau Glomma Glooscap Glori Gloria Gloria Estefan Gloria Gaynor Gloria Grahame Gloria Reuben Gloria Swanson Gloriana Gloriane Gloriann Glorianna Glory Glossa Gloucester Gloucestershire Glover Glovsky Gluck Glyn Glynas Glynias Glynis Glynis Barber Glynn Glynn Turman Glynnis Glynnis O'Connor Gmat Gmc Gmur Gniezno Gnossus Gnostic Gnosticiser Gnosticism Gnosticizer Go So Young Goa Goar Goat Gobat Gobbi Gobelin Gobert Gobi Goclenius God God-man God-men Goda Godard Godart Godavari Godbeare Godber Goddard Goddart Godden Godderd Godding Goddord Godesberg Godewyn Godey Godfree Godfrey Godfry Godhead Godin Godiva Godliman Godolias Godolphin Godowsky Godred Godric Godrich Gods Godsmack Godspeed Godthaab Godunov Godwin Goebbels Goebel Goeger Goer Goering Goerke Goes Goeselt Goethals Goethe Goetz Goff Gog Goggin Gogh Gogol Gogra Goiania Goias Goidel Goidelic Goines Going Gokey Gola Golanka Golconda Gold Golda Goldarina Goldberg Golden Golden Earring Goldenberg Goldendale Goldfarb Goldfinch Goldi Goldia Goldie Goldie Hawn Goldin Goldina Golding Goldman Goldmark Goldner Goldoni Goldovsky Goldsboro Goldschmidt Goldshell Goldshlag Goldsmith Goldstein Goldston Goldsworthy Goldwasser Goldwater Goldwin Goldwyn Goldy Goles Golgi Golgotha Goliath Golightly Gollin Golliner Golschmann Golter Goltz Golub Gomar Gombach Gomberg Gombosi Gomel Gomer Gomez Gomorrah Gompers Gomulka Gona Gonagle Gonaives Gonave Goncharov Goncourt Gond Gondar Gondi Gondomar Gondwanaland Gone Goneril Gong Li Gongola Gongorism Gongorist Gonick Gonnella Gonroff Gonsalve Gonta Gonyea Gonzales Gonzalez Gonzalo Gonzlez Gooch Good Good-King-Henries Good-King-Henry Goodacre Goodard Goodden Goode Goodhen Goodhue Goodill Gooding Goodkin Goodland Goodlettsville Goodman Goodrich Goodrow Goodson Goodspeed Goodwin Goodwin Sands Goody Goodyear Googins Goole Goos Kant Goossens Gopalan Nadathur Gora Gorakhpur Goran Goran Ivanisevic Goran Visnjic Gorbals Gorboduc Gorchakov Gord Gordan Gorden Gordie Gordon Gordon Clapp Gordon Michael Woolvett Gordon Plotkin Gordon Stuart Gordon Wilfong Gordy Gore Goren Gorey Gorga Gorges Gorgias Gorgon Gorgonzola Gorgophone Gorgythion Gorica Gorizia Gorki Gorky Gorlicki Gorlin Gorlovka Gorman Gorrian Gorrono Gorsedd Gorski Gorton Gosala Goshen Gosnell Gosney Gospel Gosplan Gosport Goss Gossaert Gosse Gosselin Gosser Gosta Grahne Gotama Gotcher Goth Gotha Gotham Gothamite Gothar Gothard Gothart Gothenburg Gothic Gothiciser Gothicism Gothicity Gothicizer Gothicness Gothurd Gotland Gotlander Goto Gottfried Gotthard Gotthelf Gottlander Gottlieb Gottschalk Gottuard Gottwald Gouda Goudy Gough Goujon Gould Goulden Goulder Goulds Goulet Goulette Gounod Gourmont Gournia Gouverneur Gov Gove Govinda Govt Gow Gowanda Gower Gowon Gowrie Goya Goyen GpE Graaf Gracchus Grace Grace Ip Grace Jones Grace Kelly Grace Lam Grace Lee Whitney Graces Gracia Gracie Gracye Gradeigh Gradey Grados Grady Grady Ward Grae Graeae Graecism Graehl Graehme Graeme Graf Grafen Graff Grafton Graham Graham Chapman Graham Greene Graham Greene I Graham Greene II Graham Parker Grahame Graiae Graian Alps Graig Graig Boardman Grail Grainger Gram Grambling Gramont Grampian Mountains Grampians Gran Granada Granados Grand Grand Falls Grande Grande-Terre Grandgent Grandview Grandville Grane Graner Granese Grange Grangemouth Granger Grangeville Grani Grania Graniah Granicus Graniela Granjon Granlund Grannia Granniah Grannias Grannie Granny Granoff Granolith Grant Grant D. Fisher Grant Hill Grant Shaud Grant Show Granta Granth Grantham Granthem Grantland Grantley Granville Granville-Barker Grapevine Graphalloy Graphophone Graphotype Grappelli Grasmere Grass Grasse Grassi Grassman Grata Grath Grati Gratia Gratiae Gratian Gratiana Gratianna Gratt Grattan Graubden Graubert Graustark Gravante Gravenhage Gravenstein Graves Gravesend Gray Graybill Grayce Graydon Grayslake Grayson Grayson McCouch Graysville Graz Grazia Graziella Ferraro Greabe Grearson Great Dividing Range Great Lakes Great Plains Great Smoky Mountains Greater Antilles Greater Sunda Islands Greats Grecian Grecism Greco Greco-Roman Gredel Greece Greek Greekdom Greeley Greely Green Green Day Green Mountain Boys Green Mountains Greenaway Greenbacker Greenbackism Greenbelt Greenberg Greenburg Greencastle Greendale Greene Greenebaum Greenes Greenfield Greenhills Greenland Greenlander Greenlawn Greenleaf Greenlee Greenman Greenock Greenough Greenquist Greensboro Greensburg Greenstein Greentree Greenville Greenwald Greenwell Greenwich Greenwood Greer Greer Garson Greerson Greeson Grefe Grefer Greff Greg Greg Andrews Greg Camp Greg Frederickson Greg Grunberg Greg Howe Greg Hunter Greg Kinnear Greg Louganis Greg Nelson Greg Pak Greg Proops Greg Riccardi Greg Rusedski Greg Shannon Greg Vaughan Grega Gregg Gregg Araki Gregg Foster Gregg Prentice Gregg Prentiss Gregg Rainwater Greggory Greggs Gregoire Gregoor Gregor Gregorio Gregorius Gregory Gregory Harrison Gregory Jbara Gregory Peck Gregory Smith Gregorz Rozenberg Gregrory Gregson Greiner Grekin Grenada Grenadian Grenadines Grendel Grenfell Grenier Grenoble Grenville Gresham Greta Greta Garbo Gretal Gretchen Gretchen Egolf Grete Gretel Grethel Gretna Gretta Greuze Grevera Greville Grew Grewitz Grey Greynville Greyso Greyson Greysun Gricault Grider Gridley Grieg Grier Grierson Grieve Griff Griffes Griffie Griffin Griffis Griffith Griffiths Griffy Griggs Grigioni Grignard Grigson Grikwa Grillparzer Grim Grimaldi Grimaud Grimbal Grimbald Grimbly Grimes Grimhild Grimm Grimona Grimonia Grimsby Grindelwald Grindlay Grindle Gring Grinnell Griqua Gris Griselda Griselda Visser Griseldis Grishilda Grishilde Grishun Grisons Grissel Grissom Gristede Griswold Grit Griz Grizel Grizelda Grnewald Groark Grobe Grochow Grodin Grodno Groenendael Groete Grof Grogan Groh Groland Gromme Gromyko Gronchi Grondin Groningen Gronseth Groome Groos Groot Groote Gropius Gropper Grory Gros Grosberg Groscr Grose Grosmark Gross Grosseteste Grossman Grosswardein Grosvenor Grosz Grote Grotianism Grotius Groucho Marx Grouchy Grounds Grous Grove Groveman Grover Groves Grow Grozny Grubb Grube Gruber Grubman Grubrus Gruchot Gruemberger Gruenberg Gruithuisen Grunberg Grundy Grundyism Grundyist Grundyite Grune Grunenwald Grunitsky Grunth Grus Grussing Gruver Grynaeus Gschu Gta Gteborg Gterdmerung Gtersloh Gtingen Guadalajara Guadalcanal Guadalquivir Guadalupe Guadeloupe Guadiana Guaira Gualterio Gualtiero Guam Guamanian Guanabara Guanajuato Guantnamo Guapor Guarani Guardafui Guardi Guards Guarini Guarino Guarneri Guarnerius Guarneriuses Guat Guatemala Guatemalan Guayama Guayaquil Guaymas Gude Gudea Gudermannian Gudmund S. Frandsen Gudmundsson Gudren Gudrin Gudrun Guedalla Guelders Guelfism Guelph Guelphism Guendolen Guenevere Guenna Guenzi Guericke Guerin Guernica Guernsey Guernseys Guerra Guerrero Guesde Guesdism Guesdist Guest Gueux Guevara Guggenheim Guglielma Guglielmo Gui Guiana Guianese Guibert Guide Guido Guidotti Guienne Guilbert Guild Guildford Guildroy Guilford Guillaume Guillaume Apollinaire Guillema Guillemette Guillermo Guimar Guimond Guin Guinea Guinea-Bissau Guinevere Guinevere Turner Guinn Guinna Guinness Guiscard Guise Guitry Guizot Gujarat Gujarati Gujral Gujranwala Gula Gulag Gulbenkian Gulf Gulf States Gulfport Gulgee Gulick Gullah Gullstrand Gumbo Gun Gunar Gunas Gundry Gunilla Gunite Gunn Gunnar Gunner Gunning Gunnison Guns N Roses Guns n' Roses Guntar Gunter Guntersville Gunthar Gunther Gunther Hotz Guntur Gunzburg Guozhu Dong Gupta Gur Gurango Gurevich Guria Gurias Gurkha Gurkhali Gurkhas Gurl Gurmukhi Gurney Gurneyite Gurolinick Gursel Gurtner Guru Dutt Gus Gus van Sant Gusba Guss Gussi Gussie Gussman Gussy Gusta Gustaf Gustafson Gustafsson Gustav Gustav Mahler Gustave Gustavo Gustavus Gusti Gustie Gustin Guston Gusty Gut Gutenberg Guthrey Guthrie Guthrun Guthry Gutow Guttenberg Guttery Guusje Nederhorst Guy Guy Blelloch Guy Gilchrist Guy Pearce Guy Williams Guyana Guyenne Guyer Guymon Guyon Guzel Guzmco Gwalior Gwari Gwaris Gwawl Gwelo Gwen Gwen Rogers Gwen Stefani Gwenda Gwendolen Gwendolin Gwendolyn Gwenette Gwenllian Davies Gwenn Gwenni Gwennie Gwenny Gwenora Gwenore Gwent Gwinnett Gwyn Gwynedd Gwyneth Gwyneth Paltrow Gwynfa Gwynne Gwynyth Walsh Gyani Gyas Gyasi Gyatt Gygaea Gyges Gyimah Gylys Gymnodinium Gynaecothoenas Gynergen Gyor Gyorgy Revesz Gypsie Gypsies Gypsy Gytle Gza H-beam H-bomb H-hinge H-hour H-steel H-stretcher H. Bunt H. Venkateswaran H. Walter H. Yamada H.A. Newton H.J. Keisler H.J.J. te Riele H.K. Lenstra H.P. Korver H.T. Kung HBM HCF HCM HETP HEW HHD HHFA HIH HIM HJS HLBB HMS HOLC HRH HRIP HSH HSM HUAC HUD Ha-erh-pin Haag Haakon Haarlem Haas Haase Hab Habakkuk Habana Habanero Habdalah Haber Haberman Habib Krit Habiru Habsburg Hach Hachman Hachmann Hachmin Hackathorn Hackensack Hacker Hackett Hackettstown Hackney Had Hadamard Hadar Hadas Haddad Hadden Haddington Haddon Haddonfield Haden Hades Hadfield Hadhramaut Hadhramautian Hadik Hadith Hadlee Hadleigh Hadley Hadria Hadrian Hadsall Hadwin Hadwyn Haeckel Haeckelian Haeckelism Haemon Haemus Haerle Haerr Haff Hafiz Hafler Haftarah Haftaroth Hag Hagai Hagan Hagar Hagecius Hagen Hagerman Haggada Haggadah Haggadoth Haggai Haggar Haggard Haggerty Haggi Hagi Hagiographa Hagit Attiya Hagno Hagood Hague Hahn Hahnemann Hahnemannism Hahnert Hahnke Haida Haidee Haidinger Haiduk Haifa Haig Haile Hailee Hailey Hailwood Haily Haim Haimes Hainan Hainaut Haines Haiphong Haiti Haitian Haitink Hak Hakai Hakan Hakan Jakobsson Hake Hakeem Hakenkreuz Hakenkreuze Hakenkreuzler Hakim Hakluyt Hako Hakodate Hakon Hal Hal Gabow Hal Holbrook Hal Sparks Hal Sudborough Halachah Halachot Halakah Halakoth Haland Halbe Halbeib Halbert Halcyone Halda Haldan Haldane Haldas Haldeman Halden Haldes Haldi Haldis Hale Haleakala Haledon Haleigh Haleiwa Halesowen Haletky Haletta Halette Halevi Haley Haley Joel Osment Haleyville Halfdan Halfon Halford Halfway Hali Halicarnassus Halie Halifax Haligonian Halima Halimeda Halirrhothius Halitherses Haliver Hall Hall-Jones Halla Hallagan Hallam Halland Halle Halle Berry Halleck Hallee Hallel Haller Hallerson Hallett Hallette Hallettsville Halley Halli Halliday Hallie Hallie Kate Eisenberg Halliwell Hallock Hallowe'en Halloween Hallowell Hallowmas Hallsy Hallvard Hally Halmahera Halmstad Haloa Halona Halonna Halpern Hals Halsey Halstead Halsted Halsy Haltemprice Halvaard Halverson Halvy Halysites Ham Hama Hamachi Hamadan Hamal Hamamatsu Haman Hamann Hamath Hambleton Hambletonian Hambley Hamborn Hamburg Hamburger Hamden Hamed Hamel Hamelin Hameln Hamer Hamford Hamforrd Hamfurd Hamhung Hamid Hamil Hamilton Hamiltonian Hamiltonianism Hamish Hamite Hamitic Hamito-Semitic Hamlani Hamlen Hamlet Hamlin Hamm Hammad Hammarskj Hammel Hammer Hammerfest Hammerskjold Hammersmith Hammerstein Hammett Hammock Hammond Hammonton Hammurabi Hamner Hamnet Hamo Hamon Hampden Hampshire Hampstead Hampton Hamrah Hamrnand Hamsun Hamtramck Han Han Cities Han la Poutre Hana Hanae Hanafee Hanako Hanan Hanau Hance Hancock Hand Handal Handbook Handel Handie-Talkie Handler Hands Handy Haney Hanford Hanforrd Hanfurd Hangchow Hank Hank Azaria Hank Korth Hankins Hankow Hanleigh Hanley Hanna Hannah Hannah Graf Hannah Palmer Hannah Spearritt Hannah Swanson Hannan Hanneke Groenteman Hanneke Kappen Hanni Hannibal Hannie Hannie Hoekstra Hanno Hannon Hannover Hannsjoerg Scheid Hannus Hanny Hanoi Hanotaux Hanover Hanoverian Hanratty Hans Hans Berliner Hans Bodlaender Hans Boehm Hans Christian Andersen Hans Hahn Hans Heller Hans Hermes Hans Huttel Hans Langmaack Hans Wossner Hans-Dieter Ebbinghaus Hans-Joerg Kreowski Hans-Ulrich Simon Hansa Hansard Hanschen Hanse Hanseatic Hansel Hanselka Hansen Hanser Hansetown Hanshaw Hanson Hants Hanukkah Hanuman Hanus Hanway Hanyang Hanzelin Hao Wang Haphsiba Haphtarah Haphtaroth Hapi Happ Happy Hapsburg Hapte Hara Harahan Harald Harald Ganzinger Harant Alianak Harappa Harar Harbard Harberd Harbert Harbin Harbird Harbison Harbona Harbot Harbour Harcourt Hardan Harday Hardden Hardecanute Hardej Harden Hardenberg Hardi Hardicanute Hardie Hardigg Hardin Harding Hardman Hardner Hardunn Hardwick Hardwicke Hardy Hare Harelda Harewood Hargeisa Hargreaves Harhay Harijan Harilda Harim Haringey Hark Tsui Harkins Harl Harlamert Harlan Harlan D. Mills Harland Harland Williams Harle Harleigh Harlem Harlemite Harlen Harlene Harley Harli Harlie Harlin Harlingen Harlow Harman Harmaning Harmke Pijpers Harmon Harmonia Harmonides Harmonie Harmonist Harmonite Harmony Harmony Korine Harms Harmsworth Harnack Harned Harneen Harness Harnett Harod Harold Harold Kuhn Harold Lloyd Harold Perrineau Jr. Harold Ramis Harold Sakata Harold Stark Harold Stone Harolda Haroldson Haroun Haroun-al-Raschid Harp Harpalus Harpalyce Harper Harpies Harpina Harpole Harpp Harpy Harragan Harrar Harrell Harri Harrie Harriet Harrietta Harriette Harriman Harrington Harriot Harriott Harris Harrisburg Harrison Harrison Ford Harrisonville Harrod Harrodsburg Harrogate Harrovian Harrow Harrus Harry Harry Buhrman Harry Caray Harry Connick Harry Connick Jr. Harry Groener Harry Houdini Harry Hunt Harry Kesten Harry Langdon Harry Lewis Harry Mairson Harry Wyshoff Harshman Harsho Harstad Hart Hart Bochner Harte Hartfield Hartford Harthacnut Hartill Hartlepool Hartley Hartley Rogers Hartman Hartmann Hartmunn Hartmut Ehrig Hartnell Hartnett Harts Hartselle Hartsville Hartwell Harty Hartzel Hartzell Hartzke Haruki Mizuno Harumi Inoue Harunobu Harv Harvard Harvardian Harve Harvey Harvey Fierstein Harvey Friedman Harvey Garner Harvey Keitel Harvie Harvison Harwell Harwich Harwill Harwin Haryana Harz Hasa Hasan Hasanlu Hasdrubal Hase Hasek Hasen Hasheem Hashim Hashimite Hashimoto Hashum Hasid Hasidean Hasidim Hasidism Hasin Haskalah Haskel Haskell Haskell Curry Haskins Haslam Haslett Hasmonean Hassam Hassan Hasselt Hasseman Hassett Hassi Hassin Hassler Whitney Hastie Hastings Hastings-on-Hudson Hasty Haswell Hatasu Hatboro Hatch Hatcher Hatfield Hathaway Hathcock Hathor Hatikvah Hatshepsut Hatta Hatteras Hatti Hattian Hattie Hattiesburg Hattusas Hatty Hau Hauck Hauge Haugen Hauger Haughay Haukom Haunce Hauptmann Hausa Hausas Hauser Haushofer Hausmann Hausner Haussmann Haussmannization Haut-Rhin Haute-Garonne Haute-Loire Haute-Marne Haute-Normandie Haute-Sa Haute-Savoie Haute-Vienne Hautes-Alpes Hautes-Pyrn Hauts-de-Seine Havana Havant Havard Havdala Havel Havelock Haveman Haven Havener Havens Haverford Haverhill Havering Haverstraw Havilah Haviland Havre Havstad Hawaii Hawaiian Hawarden Hawger Hawhaw Hawick Hawk Hawken Hawker Hawkeye Hawkeyes Hawkie Hawkins Hawkinsville Hawksmoor Hawkyns Hawley Haworth Hawthorn Hawthorne Hawthornesque Hax Hay Haya Hayashi Hayden Hayden Christensen Haydn Haydon Haye Hayes Hayley Hayley Mills Hayman Haymarket Haymes Haymo Hayne Haynes Haynesville Haynor Hayott Hays Hayse Haysville Hayti Hayton Hayward Haywood Hayyim Hazaki Hazard Haze Hazeghi Hazel Hazelbelle Hazelton Hazelwood Hazem Hazen Hazlehurst Hazleton Hazlett Hazlip Hazlitt Hbert Hderlin Head Headland Heady Healdsburg Healdton Healey Healion Heall Healy Heaps Hearn Hearne Hearsh Hearst Heater Heath Heath Ledger Heathcote Heather Heather Donahue Heather Graham Heather Kozar Heather Langenkamp Heather Locklear Heather Lyn Barber Heather Marie Heather Matarazzo Heather McComb Heather McDonald Heather Medway Heather Nova Heather O'Rourke Heather Olson Heather Paige Kent Heather Payne Heather Stewart-Whyte Heather Thomas Heather Thomas Heaven Heather Tom Heather Woll Heaviside Heavy D Heb Hebbe Hebbel Hebbronville Hebe Hebel Heber Hebert Hebner Hebr Hebraisation Hebraiser Hebraism Hebraist Hebraization Hebraizer Hebrew Hebrews Hebrides Hebron Hecabe Hecaleius Hecamede Hecate Hecatonchires Hecht Heck Hecker Hecklau Hector Hector Elizondo Hecuba Heda Hedberg Hedda Hedda Lettuce Heddi Heddie Heddy Hedelman Hedgcock Hedges Hedi Hedie Hedin Hedjaz Hedley Hedva Hedvah Hedve Hedveh Hedvig Hedvige Hedwig Hedwiga Hedy Hedy Burress Hedy Lamarr Heeley Heenan Heep Heer Heerlen Heffron Hefter Hegarty Hege Hegel Hegeleos Hegelian Hegelianism Hegemone Heger Hegira Hegyera Hehre Heida Heidegger Heidelberg Heidenstam Heidi Heidi Iepema Heidi Klum Heidi Lucas Heidi Noelle Lenhart Heidie Heidrun Heidt Heiduc Heidy Heifetz Heigho Heigl Heijo Heikki Mannila Heilbronn Heiligenschein Heiligenscheine Heilman Heilner Heilungkiang Heim Heimdall Heimer Heimlich Hein Heindrick Heine Heiner Heiney Heinie Heinrich Heinrick Heinrik Heinrike Heins Heintz Heinz Hopf Heinz-Wilhelm Schmidt Heis Heise Heisel Heisenberg Heiskell Heisser Heitler Hejaz Hejira Hekate Hekker Hekking Hekla Hel Helaina Helaine Helali Helban Helbon Helbona Helbonia Helbonna Helbonnah Helbonnas Held Helda Heldentenor Heleen Striekwold Helen Helen Baxendale Helen Chamberlain Helen Gibson Helen Hunt Helen Mirren Helen Slater Helena Helena Bonham Carter Helena Christensen Helena Rasiowa Helene Helene Segara Helenka Helenor Helfand Helfant Helga Helga van Leur Helge Prinsen Helgeson Helgoland Heli Heliadae Heliades Helicaon Helice Helicon Heliconian Heligoland Heliochrome Heliogabalus Heliopolis Helios Hell Hella van der Wijst Helladian Hellas Helle Hellen Hellene Hellenic Hellenisation Helleniser Hellenism Hellenist Hellenization Hellenizer Heller Hellertown Helles Hellespont Hellespontus Helli Hellman Helm Helman Helmand Helmer Helmholtz Helmont Helms Helmut Helmut Alt Helmut Franzen Helmut Partsch Helmut Prodinger Helmut Thiele Heloise Helonia Helot Helpmann Helprin Helsa Helse Helsell Helsie Helsingborg Helsingo Helsinki Helve Helvellyn Helvetia Helvetian Helvetic Helvetii Helvtius Helyn Helyne Heman Hemans Hembree Hemera Hemerasia Hemerocallis Hemingway Hemiptera Hemithea Hemminger Hemophilus Hemphill Hempstead Hen Hench Hendel Henden Henderson Hendersonville Hendon Hendra Suwanda Hendren Hendrick Hendricks Hendrickson Hendrik Hendrika Hendrix Hendry Henebry Heng Heng-yang Hengel Hengelo Henghold Hengist Henie Henig Henigman Henioche Henk Barendregt Henka Henke Henleigh Henley Henley-on-Thames Henn Hennahane Hennebery Hennepin Hennessey Hennessy Henni Hennie Hennig Henning Henny Stoel Henoch Henri Henricks Henrie Henrieta Henrietta Henriette Henriha Henrik Henrika Henrion Henrique Henriques Henry Henry Brandon Henry Darrow Henry Foley Henry Fonda Henry Purcell Henry Rollins Henry Simmons Henry Thomas Henry Winkler Henryetta Henryk Henryson Hensley Henslowe Henson Hentrich Henty Henze Heo Nicholas Pagones Heo Young Ran Hepburn Hephaestus Hephzibah Hephzipa Hephzipah Heppman Hepsiba Hepsibah Heptateuch Hepworth Hepza Hepzi Hepzibah Hera Heraclea Heracles Heraclid Heraclidae Heraclitean Heracliteanism Heraclitus Heraclius Heraea Herakleion Herakles Heraklid Herald Herat Herb Herb Jeffries Herb Robbins Herb Simon Herb Wilf Herbart Herbartian Herbartianism Herbert Herbert Edelsbrunner Herbert Rawlinson Herbie Herblock Herbst Herby Herc Hercegovina Herceius Herculaneum Hercule Hercules Hercules'-club Herculie Hercyna Herder Herdwick Here Heredia Hereford Herefordshire Hereld Herero Hereward Hergesheimer Heribert Vollmer Heriberto Hering Heringer Herington Herisau Herkimer Herm Herma Herman Herman Weyl Hermann Hermann Maurer Hermannstadt Hermaphroditus Hermes Hermeticism Hermetist Hermia Hermie Hermina Hermine Herminia Hermione Hermiston Hermitage Hermite Hermod Hermon Hermosa Hermosillo Hermoupolis Hermy Hernandez Hernando Hernardo Herndon Herne Hero Herod Herodian Herodias Herodotus Herold Heron Herophile Herophilus Heros Herr Herra Herrah Herren Herrenvolk Herrera Herrick Herries Herrin Herring Herrington Herriot Herriott Herrle Herrmann Herrod Hersch Herschel Herse Hersey Hersh Hershel Hershel Safer Hershell Hershey Hersilia Herskowitz Herson Herstein Herstmonceux Herta Hertberg Herter Hertford Hertfordshire Hertha Hertogenbosch Hertz Hertzfeld Hertzog Herv Herve Herve Gallaire Herve Villechaize Hervey Herwick Herwig Herwin Herzberg Herzegovina Herzegovinian Herzel Herzen Herzig Herzl Herzog Hescock Heshum Heshvan Hesiod Hesiodus Hesione Hesketh Hesky Hesler Hesper Hespera Hespere Hesperia Hesperian Hesperides Hesperis Hesperornis Hesperus Hess Hesse Hesse-Nassau Hessel Hessian Hessian boots Hessler Hessney Hesta Hester Hesther Hestia Hesychast Heteroousian Heti Hett Hetti Hettie Hetty Heuneburg Heurlin Heuser Hevelius Hevesy Hew Hewart Hewe Hewes Hewet Hewett Hewette Hewie Hewitt Hewlett Hexateuch Hey Heyde Heydon Heyduck Heyer Heyerdahl Heyes Heyman Heymann Heymans Heyrovsky Heyse Heysham Heyward Heywood Hezekiah Hialeah Hiawatha Hibben Hibbert Hibbing Hibbitts Hibbs Hibernia Hibernian Hibernicism Hicetaon Hichens Hickey Hickie Hickok Hickory Hicks Hicksville Hidalgo Hidatsa Hideaki Takizawa Hideyoshi Hidie Hiemis Hiera Hieronymus Hiett Higbee Higginbotham Higgins Higginson Higginsville Higgs High Highams Highet Highland Highlander Highlands Highness Highspire Hightower Hightstown Highveld Highwood Higinbotham Higley Hiiumaa Hijaz Hijoung Hijra Hikaru Kawamura Hikaru Nishida Hike Hilaira Hilaire Hilar Hilaria Hilario Hilarius Hilary Hilary Swank Hilbert Hild Hilda Hildagard Hildagarde Hilde Hildebrand Hildebrandian Hildebrandt Hildegaard Hildegard Hildegarde Hildesheim Hildick Hildie Hildy Hilel Hill Hill Harper Hilla Hillard Hillari Hillary Hillary B. Smith Hillary Tuck Hilleary Hillegass Hillel Hillel Gazit Hillell Hiller Hillery Hillhouse Hilliard Hilliary Hillie Hillier Hillinck Hillingdon Hillis Hillman Hills Hillsboro Hillsborough Hillsdale Hillside Hilly Hillyer Hilo Hiltan Hilten Hiltner Hilton Hilversum Him Himalayas Hime Himeji Himelman Himeros Himerus Himmler Hims Himyarite Himyaritic Hinayana Hinayanist Hinch Hinckley Hind Hinda Hindarfjall Hindemith Hindenburg Hindfell Hindi Hindoo Hindooism Hindoos Hindoostani Hindorff Hindu Hindu Kush Hinduism Hindus Hindustan Hindustani Hines Hinesville Hinkel Hinkle Hinman Hinshelwood Hinson Hinton Hintze Hiordis Hippalus Hipparchus Hippel Hippias Hippo Hippocrates Hippocrene Hippocurius Hippodamas Hippolochus Hippolyta Hippolyte Hippolytus Hippomedon Hippomenes Hipponous Hippothous Hirai Hiram Hiranuma Hirasuna Hiro Hirohito Hiroko Hiroko Anzai Hiroko Mori Hiromi Nagasaku Hiroshi Hiroshige Hiroshima Hirsch Hirschfeld Hirsh Hirst Hirudinea Hirz Hirza Hisae Ukita Hisbe Hispania Hispanicisation Hispanicism Hispanicization Hispaniola Hispanist Hispano Hiss Histadrut Hitchcock Hite Hitler Hitlerism Hitlerite Hitomi Yuki Hitoshi Hitt Hittel Hittite Hittitology Hivite Hizar Hjerpe Hjordis Hliod Hloise Hluchy Hoad Hoag Hoagland Hoang Hoangho Hoare Hoashis Hoban Hobard Hobart Hobbema Hobbes Hobbie Hobbism Hobbist Hobbs Hobey Hobie Hoboken Hobrecht Hobson Hoccleve Hochheimer Hochman Hock Hocker Hocking Hockney Hocktide Hodeida Hoder Hodess Hodge Hodgenville Hodges Hodgkin Hodgkinson Hodgson Hodosh Hodur Hoe Hoebart Hoeg Hoehne Hoem Hoenack Hoenir Hoes Hoeve Hoey Hofei Hofer Hoffa Hoffarth Hoffer Hoffert Hoffman Hoffmann Hofmann Hofmannsthal Hofstadter Hofstetter Hofuf Hogan Hogarth Hogen Hogg Hogle Hogmanay Hogue Hohenlinden Hohenlohe Hohenstaufen Hohenzollern Hohokam Hohokus Hoi Hoisch Hoisington Hojo Hokanson Hokiang Hokinson Hokkaido Hoku Hokusai Hola Holbein Holbrook Holbrooke Holcman Holcomb Holden Holdenville Holder Holdredge Holds Hole Holey Holgu Holi Holiday Holiness Holinshed Holladay Hollah Holland Hollandale Hollander Hollandia Hollands Holle Hollenbeck Holleran Hollerman Holli Holliday Hollidaysburg Hollie Holliger Hollinger Hollingshead Hollingsworth Hollington Hollis Hollister Holloway Holly Holly Gagnier Holly Hunter Holly Marie Combs Holly McNarland Holly Valance Hollywood Hollywooder Hollywoodian Hollywoodite Holm Holman Holman-Hunt Holmann Holmen Holmes Holms Holmun Holna Holocaine Holocene Holofernes Holophane Holothuroidea Holst Holstein Holsworth Holt Holt McCallany Holton Holtorf Holtville Holtz Holub Holyhead Holyoake Holyoke Holzman Homadus Homagyrius Homans Home Home Counties Homer Homer Savige Homere Homerus Homerville Homestead Hometown Homewood Hommel Homo Homoiousian Homoiousianism Homoousian Homoousianism Homoptera Homovec Homs Hon Hon Wai Leong Honan Hond Hondo Honduran Honduranean Honduranian Honduras Honebein Honecker Honegger Honesdale Honey Honeyman Honeywell Honeyz Hong Honiara Honig Honiton Honna Honniball Honolulu Honor Honora Honoria Honorine Honorius Honshu Hoo Hooch Hood Hooge Hoogh Hooghly Hook Hooke Hooker Hoon Hoopen Hooper Hoopes Hoopeston Hoosier Hoosierdom Hootman Hooton Hoover Hooverville Hopatcong Hope Hopedale Hopeh Hopestill Hopewell Hopfinger Hopi Hopis Hopkins Hopkinsian Hopkinsianism Hopkinson Hopkinsonian Hopkinton Hoples Hoppe Hopper Hoquiam Horace Horacio Horae Horan Horatia Horatii Horatio Horatius Horbal Horcus Horeb Horgan Horick Horicon Horite Horlacher Hormisdas Hormuz Horn Horne Horner Horney Hornie Hornsby Hornstein Horodko Horologium Horowitz Horrebow Horrocks Horsa Horseheads Horsens Horsey Horst Hort Horta Horten Hortensa Hortense Hortensia Hortensius Horter Horthy Horton Horus Horvitz Horwath Horwitz Hos Hosame Abu-Amara Hosbein Hose Hosea Hoseia Hosein Hosfmann Hoshi Hoskinson Hospers Hospitaler Hospitalet Hospitaller Host Hotchkiss Hotien Hotspur Hottentot Hotze Houdan Houdini Houdon Hough Houghton Houghton-le-Spring Houlberg Houlton Houma Hound Hounslow Houphouet-Boigny Hourigan Hourihan Hours Housatonic House Houselander Housen Houser Housman Houston Housum Houyhnhnm Hove Hovercraft Hovey How Howard Howard Aiken Howard Donald Howard Hawks Howard Jones Howard Karloff Howard Katseff Howard Motteler Howard Siegel Howard Stern Howard Trickey Howarth Howe Howell Howells Howenstein Howes Howey Howie Howie D Howie Dorough Howie Mandel Howlan Howland Howlend Howlond Howlyn Howrah Howund Howzell Hoxha Hoxie Hoxsie Hoy Hoye Hoylake Hoyle Hoyt Hrault Hrdlicka Hreidmar Hrithik Roshan Hritik Roshan Hrolf Hrozny Hrutkay Hrvatska Hsi Hsia Hsia-men Hsian Hsiang Hsin-hai-lien Hsingan Hsingborg Hsining Hsinking Hsu Hsu Chi Hsu-Chun Yen Hts Huai Huai-nan Huambo Huan Huang Huang Zhisheng Huascar Huascaran Huastec Huastecs Huba Hubbard Hubble Hube Huber Huberman Hubert Hubert H. Humphrey Huberto Hubertusburg Huberty Hubie Hubing Hubli Hubsher Hucar Huckaby Hud Huda Huddersfield Huddleston Hudgens Hudibrastic Hudis Hudnut Hudson Hudson Leick Hudsonville Huebner Huei Huelva Huerta Huesca Huesman Hueston Huey Huey Lewis Hueytown Huff Hufnagel Hufuf Huggins Hugh Hugh Grant Hugh Hefner Hugh Jackman Hugh Laurie Hugh Quarshie Hughes Hughett Hughie Hughmanick Hugi Hugibert Hugin Hugli Hugo Hugo Krawczyk Hugo Speer Hugo Steinhaus Hugo Weaving Hugon Hugoton Huguenot Huguenotism Hugues Huhehot Hui Hui Wang Hui-tsung Huichou Huidobro Huila Huitzilopochtli Hujsak Hukill Hula-Hoop Hulbard Hulbert Hulbig Hulburt Hulda Huldah Hulen Hulk Hogan Hull Hullda Hulme Hultgren Hultin Hulton Hum Human Nature Humash Humashim Humayun Humayun Saeed Humber Humberside Humbert Humberto Humble Humboldt Humboldtianum Hume Humfrey Humfrid Humfried Humism Hummel Hummelstown Humo Humorum Hump Humpage Humperdinck Humph Humphrey Humphrey Bogart Hums Hun Hun-tun Hunan Huneker Hunfredo Hung Hungarian Hungary Hunger Hungnam Hunker Hunkerism Hunkerousness Hunley Hunnishness Hunsinger Hunt Hunter Hunter Tylo Huntingburg Huntingdon Huntingdonshire Huntington Huntlee Huntley Hunts Huntsville Hunyadi Huoh Hupa Hupeh Huppert Hurd Hurff Hurlbut Hurlee Hurleigh Hurless Hurley Hurok Huron Hurri Hurrian Hurst Hurstmonceux Hurwit Hurwitz Hus Husain Husch Husein Husha Huskamp Huskey Huskisson Huss Hussar Hussein Husserl Hussey Hussism Hussite Huston Hut Hutchings Hutchins Hutchinson Hutchison Hutner Hutson Hutt Huttan Hutton Hutu Hux Huxham Huxley Huygens Huysmans Huzur Saran Hwang Hwu Hyacinth Hyacintha Hyacinthe Hyacinthia Hyacinthides Hyacinthie Hyacinthus Hyades Hyams Hyannis Hyatt Hyattsville Hyde Hyderabad Hydra HydroDiuril Hydrocortone Hydrozoa Hydrus Hygeia Hyginus Hyksos Hylaeus Hylan Hyland Hylas Hyllus Hylton Hyman Hymen Hymenoptera Hymettius Hymettus Hymie Hynda Hynes Hyo Hyozo Hypanis Hypatia Hypatie Hyperborean Hypercheiria Hyperenor Hyperion Hypermnestra Hypertherm Hypnos Hypnus Hypolite Hyps Hypseus Hypsipyle Hypsistus Hyrcania Hyrie Hyrmina Hyrnetho Hyrtius Hyrup I'll I've I-beam I-go I-spy I.V. Ramakrishnan IAD IADB IAEA IAM IAS IATA IATSE IBTCWH ICA ICAAAA ICAO ICBM ICC ICJ ICS ICSH ICs IDA IDP IFC IFF IFLWU IFS IGFET IGY IHD IHS IJssel IJsselmeer ILA ILGWU ILO ILP ILS ILWU IMCO IMF IND INH INRI INS IOF IOOF IOU IPA IPBM IPY IRA IRO IRS ITO ITU IUD IWW Iacchus Iache Iago Iain Ialmenus Ialysus Iambe Iams Iamus Ian Ian Fleming Ian Gomez Ian Hart Ian Holm Ian Jon Bourg Ian McDiarmid Ian McKellen Ian Munro Ian Parberry Ian Robison Ian Ziering Iand Ianteen Ianthe Iapetus Iapigia Iapyx Iarbas Iardanus Iaria Iasi Iasion Iaso Iasus Iaverne Ibada Ibadan Ibadhi Ibagu Ibanez Ibarruri Ibbetson Ibbie Ibbison Ibby Iben Hjejle Iberia Iberian Ibert Ibibio Ibiza Iblis Ibo Ibrahim Ibsen Ibsenism Ibson Ibycus Icaria Icarian Icarius Icarus Ice Ice Cube Ice T Icel Iceland Icelander Icelandic Icelus Iceni Ichabod Ichang Ichiko Sannomiya Ichinomiya Ichthyocentaur Ichthyol Ichthyornis Icken Ickes Iconium Ictinus Ida Ida Lupino Idabel Idaea Idaho Idahoan Idalia Idalina Idaline Idalis De León Idalla Idas Idden Iddo Ide Idea Idel Ideler Idelia Idell Idelle Idelson Iden Identikit Idette Idhi Idina Menzel Idleman Idlewild Idmon Ido Idoism Idoist Idola Idolah Idolla Idomeneo Idomeneus Idona Idonah Idonea Idonna Idothea Idou Idoux Idumaea Idumaean Idumean Idun Idzik Ieda Ielene Iene Ieper Ier Ierna Ieso Ietta Iey Ieyasu Ife Ifill Ifni Ifugao Ifugaos Igal Igal Golan Igbo Igbos Igdrasil Igenia Igerne Iggdrasil Iggy Iggy Pop Iglau Iglesias Ignace Ignacia Ignacio Ignacius Ignatia Ignatius Ignatz Ignatzia Ignaz Ignazio Igor Igor Walukiewicz Igorot Igorots Igraine Iguac Ihab Iiette Iila Iinde Iinden Iives Ikara Ikaria Ike Ikeda Ikeja Ikey Ikeya-Seki Ikhnaton Ikkela Ila Ilan Ilan Adler Ilan Mitchell-Smith Ilana Ilaria Galassi Ilario Ilarrold Ilbert Ildy Modrovich Ile-de-France Ileana Ileane Ilene Ilesha Iletin Ilford Ilia Ilia Kulik Iliad Iliamna Iliana Bjorling-Sachs Iligan Iline Ilion Ilione Ilioneus Ilisa Ilise Ilithyia Ilium Ilka Ilke Ilkeston Ilkley Ill Illampu Illawarra Ille-et-Vilaine Illeana Douglas Illene Illich Illimani Illinoian Illinois Illinoisan Illona Illuminati Illyes Illyria Illyrian Illyricum Illyrius Ilmarinen Ilmen Ilmir Musikaev Ilocano Ilocanos Iloilo Ilokano Ilokanos Ilona Ilona Staller Ilonka Ilorin Ilotycin Ilowell Ilsa Ilse Ilse Colson Ilse DeLange Ilse van der Poel Ilsedore Ilwain Ilya Ilysa Ilyse Ilyssa Ima Imajin Imalda Imamite Iman Imbrium Imbrius Imbros Imelda Imelda Marcos Imelida Imena Imitt Immanuel Immingham Immokalee Immortals Imo Imogen Imogen Stubbs Imogene Imojean Imp Imperia Imperial Imphal Improperia Imray Imre Imroz Imtiaz Ina Inachus Inanna Inc Inca Incabloc Incan Incaparina Incarnation Inchon Incognito Incrocci Ind IndE Indanthrene Independence Independency Independent Inderpal Mumick India Indiaman Indiamen Indian Indiana Indianapolis Indianian Indianisation Indianization Indianola Indic Indices Expurgatorii Indienne Indies Indihar Indio Indo-Aryan Indo-European Indo-Europeanist Indo-Germanic Indo-Hittite Indo-Iranian Indo-Pacific Indochina Indochinese Indologist Indonesia Indonesian Indore Indra Indrani Indre Indre-et-Loire Indus Indy Ineke Holtwijk Ineke Moerman Inerney Ines Ines Sastre Ineslta Inessa Inez Inf Infeld Inferi Infield Infusoria Ing Inga Inga Drozdova Ingaberg Ingaborg Ingalls Ingamar Ingar Inge Inge Diepman Inge Ipenburg Inge Moerenhout Inge de Bruijn Ingeberg Ingeborg Ingelbert Ingelow Ingemar Inger Ingersoll Ingham Inghirami Inglebert Ingleborough Ingles Ingleside Inglewood Inglis Ingmar Ingmar Bergman Ingo Rademacher Ingo Wegener Ingold Ingolstadt Ingra Ingraham Ingram Ingres Ingrid Ingrid Bergman Ingrid Seynhaeve Ingrim Ingunna Ingush Ingvar Inhambane Inigo Injong Rhee Injun Inkerman Inkster Inma del Moral Inman Inn Innes Inness Innis Inniskilling Innosense Inns of Court Innsbruck Innuit Ino Inoue Inquisition Inquisitor-General Insecta Insectivora Institutes Insull Intelsat Interim Interior Interlaken Interlingua International Internationale Interpol Intertype Intimism Intisar Intosh Intyre Inuit Invar Invercargill Inverness Inverson Iny Ioab Ioan Gruffudd Ioannina Ioannis Tollis Iobates Iodama Iodol Iola Iolanthe Iolaus Iole Iolenta Ion Ion Filotti Iona Ionesco Iong Ionia Ionian Ionian Islands Ionic Iorio Iormungandr Ios Ioshkar-Ola Ioved Iover Ioves Iow Iowa Ioxus Ioyal Iphagenia Iphianassa Iphicles Iphidamas Iphigenia Iphigeniah Iphimedia Iphis Iphition Iphitus Iphlgenia Iphthime Ipiales Ipoctonus Ipoh Ippolitov-Ivanov Ipsambul Ipsus Ipswich Iqbal Iquique Iquitos IrGael Ira Ira R. Forman Ira Steven Behr Irak Iraki Irakis Iran Iran Castillo Iranian Iraq Iraqi Iraqis Irazu Irbid Irbil Irby Ire Iredale Iredell Ireland Irelander Iren Jacob Irena Irene Irene Cara Irene Dunne Irene Jacob Irene Jansen Irene Moors Irene Ng Irene Wan Irene ten Voorde Irene van de Laar Ireton Irfan Irgun Irgunist Iricism Iridis Iridissa Iridum Irina Irina Lomazova Iris Iris Murdoch Irisa Irish Irishism Irishman Irishmen Irishwoman Irishwomen Irita Irja Irklion Irkutsk Irl Irma Irme Irmgard Irmina Irmine Iron Maiden Irondale Ironside Ironton Iroquoian Iroquois Irra Irrawaddy Irredentist Irtysh Irus Irv Irvin Irvine Irving Irvington Irwin Irwin Jacobs Irwinn Isa Isaac Isaac Hanson Isaac Saias Isaacs Isaacson Isaak Isabeau Isabel Isabel Cruz Isabelita Isabella Isabella Prins Isabella Rosselini Isabella Rossellini Isabelle Isabelle Adjani Isabelle Brinkman Isac Isacco Isador Isadora Isadore Isai Isaiah Isak Isander Isar Isauria Isbel Isbella Isborne Iscariot Iscariotism Ischepolis Ischia Ischys Iseabal Isenland Isenstein Iseult Isfahan Ish-bosheth Isherwood Ishii Ishmael Ishmaelite Ishmul Ishpeming Ishtar Ishum Ishvara Isia Isiah Isidor Isidora Isidore Isidoro Isidorus Isidro Isin Isis Iskenderun Isla Isla Fisher Islaen Islam Islamabad Islamisation Islamism Islamite Islamization Island Islay Isle Islean Isleana Isleen Islek Isley Brothers Islington Isma Ismael Ismaili Ismailia Ismailian Ismailiya Isman Ismarus Ismene Ismenus Isobel Isocrates Isola Isolda Isolde Isolde Hallensleben Isolt Isonzo Ispahan Israel Israeli Israelite Israfil Issachar Issacharite Issei Issi Issiah Issie Issus Issy Issyk-Kul Istanbul Isth Istria Istrian Istvan Simon Isus Ita Itabuna Itagaki Ital Italia Italian Italianation Italianisation Italianism Italianist Italianization Italianizer Italic Italicism Italophile Italy Itapetininga Itasca Ithaca Ithaman Ithnan Ithomatas Ithome Ithunn Ithuriel's-spear Itin Itnez Ito Itonia Itonius Iturbi Itylus Itys Iulus Iva Ivah Ivan Ivan Havel Ivan Rodriguez Ivan Rogers Ivan Sergei Ivan Soskov Ivan Sutherland Ivana Ivanah Ivanhoe Ivanka Trump Ivanna Ivanov Ivanovo Ivar Ivatts Ive Ivens Iver Ivers Iverson Ives Iveson Ivett Ivette Ivetts Ivey Ivie Ivis Iviza Ivo Ivon Ivonne Ivor Ivory Ivy Ivyann Schwan Iwo Iwris Kelly Ixelles Ixion Ixtaccihuatl Ixtacihuatl Iyar Iyeyasu Iynx Iyre Izaak Izabel Izabella Miko Izabella Scorupco Izak Izanagi Izanami Izard Izawa Izhevsk Izmir Izmit Iznik Iztaccihuatl Izvestia Izy Izzak Izzy J-D Boissonnat J. Estrin J. Karhumaki J. Meidanis J. Michael Steele J. Schwinger J. Zwiers J. de Groot J. von zur Gathen J.A. Robinson J.A.A. Coenen J.B. Rosen J.C. Chasez J.C. Earley J.D. Sumner J.D. Tamarkin J.D.C. Benaloh J.F. Traub J.G. Danaraj J.H. Jou J.H. Morris J.J. Jones J.J. Thomson J.K. Lenstra J.K. Rowling J.N. Kok J.O. Blanco J.P.S. Brown J.R. Bourne J.R. Buchi J.R. Shoenfield J.T. Walsh J.W. Klop JAC JAG JC Chasez JCB JCD JCL JCS JET JFK JHS JHVH JMP JSD JUGFET JWV Ja Rule Jaal Jaala Jaan Jabal Jabalpur Jaban Jabberwockies Jabberwocky Jabe Jabez Jabin Jabir Jablon Jabon Jabrud Jac Jacalyn Jacarta Jacelyn Tay Jacenta Jacey Jacie Jacinda Jacinta Jacinta Stapleton Jacinth Jacintha Jacinthe Jacinto Jack Jack Benny Jack Carlyle Jack Davenport Jack Dennis Jack Du Brul Jack Edmonds Jack Hawkins Jack Lemmon Jack Lord Jack Lutz Jack Murdock Jack Nicholson Jack Noseworthy Jack Rooney Jack Ryder Jack Schwartz Jack Soo Jack Wagner Jack Webb Jack Wild Jack-the-rags Jackelyn Jacki Jackie Jackie Chan Jackie DeShannon Jackie Gleason Jackie Kennedy Jackie Lui Chung Yin Jackie Martling Jackie Sawris Jackie Shroff Jackie Woodburne Jackies Jacklin Jacklyn Jackquelin Jackqueline Jacksboro Jackson Jacksonian Jacksonism Jacksonville Jacky Jacky Cheung Jaclin Jaclyn Jaclyn Smith Jacmel Jaco Jaco W. de Bakker Jacob Jacob Gonczarowski Jacob Smith Jacob Vargas Jacob Young Jacob's-ladder Jacoba Jacobah Jacobba Jacobean Jacobi Jacobian Jacobin Jacobina Jacobine Jacobine Geel Jacobinisation Jacobinism Jacobinization Jacobite Jacobitism Jacobo Jacobo Toran Jacobo Valdes Jacobs Jacobsen Jacobsohn Jacobson Jacoby Jacquard Jacquelin Jacqueline Jacqueline Aronson Jacqueline Bisset Jacqueline Collen Jacqueline Moore Jacqueline Torres Jacquelyn Jacquelynn Jacquenetta Jacquenette Jacquerie Jacques Jacques Hadamard Jacques Villeneuve Jacquet Jacquetta Jacquette Jacquie Jacy Jacynth Jada Jada Pinkett Jada Pinkett Smith Jadd Jadda Jaddan Jaddo Jade Jade Leung Jadotville Jadwiga Jae Jaeger Jaehne Jael Jaela Jaella Jaen Jaenicke Jaf Jaffa Jaffe Jaffna Jagannath Jagatai Jagello Jagellos Jagganath Jagged Edge Jagger Jagiello Jagiellos Jagir Jago Jahangir Jahdai Jahdal Jahdiel Jahdol Jahel Jahn Jahncke Jahrzeit Jahveh Jahvism Jahvist Jaikumar Radhakrishnan Jaime Jaime Bergman Jaime Bores Jaime Gomez Jaime Pressly Jaimie Jain Jaine Jainism Jaipur Jair Jairia Jakarta Jake Jake Busey Jake Gyllenhaal Jake Lloyd Jake Matthews Jake Weber Jakie Jakob Jakoba Jakobson Jal Jala Jalapa Jalbert Jalisco Jallier Jam Jamaal Jamaica Jamaican Jamaine van der Vegt Jamal Jamalpur Jambi Jamel James James A. Foster James Abbott James Aspnes James Barbour James Belushi James Best James Bitner James Bolam James Booker James Broderick James Brolin James Brown James Burns James Caan James Cagney James Cameron James Caviezel James Coburn James Cromwell James Cronwell James Darren James Dean James Doohan James DuMont James Earl Jones James Ellroy James Frain James Franco James Gandolfini James Garner James Gregory James Haven Voight James Horan James Hyde James Joyce James K. Park James Kadin James Kenevan James Kiberd James King James Korsh James LeGros James Lee Burke James Lew James Lovell James MacArthur James Marsden James Marsters James Mason James Morrison James Read James Rebhorn James Shigeta James Sikking James Spader James Stewart James Taylor James Thatcher James Wong James Woods James Wyllie James van der Beek Jamesburg Jameson Jamestown Jamesy Jamey Jami Jami Gertz Jamie Jamie Andrews Jamie Bamber Jamie Dantzscher Jamie Denton Jamie Draven Jamie Foreman Jamie Foxx Jamie Gertz Jamie Kennedy Jamie Lauren Jamie Lee Curtis Jamie Luner Jamie Lynn Sigler Jamie Pressly Jamie Renee Smith Jamie Walters Jamieson Jamil Jamila Jamill Jamilla Jamille Jamima Jamin Jamison Jammal Jammie Jammin Jammu Jamnagar Jamnes Jamnis Jamshedpur Jamshid Jan Jan A. Bergstra Jan Akkerman Jan Chomicki Jan Cuny Jan Friso Groote Jan Prins Jan Smithers Jan van Leeuwen Jan van der Craats Jan-Michael Vincent Jana Jana Mikusova Jana Novotna Janacek Janae Cox Janata Janaya Janaye Jandel Jandy Jane Jane Alexander Jane Austen Jane Chen Jane Child Jane Danson Jane Fonda Jane Greer Jane Krakowski Jane Leeves Jane March Jane Powell Jane Russell Jane Seymour Jane Wyman Janean Janeane Garofalo Janeczka Janeen Janek Janel Janela Janella Janelle Janene Janerich Janessa Janesville Janet Janet Evanovich Janet Gunn Janet Jackson Janet Leigh Janet McTeer Janeta Janetta Janette Janeva Janey Jang Hyuk Jangro Jania Janice Janicki Janiculum Janie Janifer Janik Janina Janina Frostell Janine Janine Lindemulder Janine Turner Janis Janis Barzdins Janis Joplin Janissaries Janissary Janith Janiuszck Janizaries Janizary Janka Janke de Haan Jankell Jankey Jann Janna Janna Svenson Janneke Vos Jannel Jannelle Jannery Janos Janos Komlos Janos Simon Janot Jansen Jansenism Jansenist Janssen Jansson Jante Tracy Keijser Jantine de Jong Januaries Januarius January Januisz Janus Jany Janys Janyte Jap Japan Japanese Japanese slippers Japanism Japeth Japha Japheth Japn Japonism Japur Jaqitsch Jaquelee Jaquelin Jaquenetta Jaquenette Jaques Jaques-Dalcroze Jaquiss Jaquith Jara Jarad Jarash Jardena Jareb Jared Jared Leto Jared Pfennigwerth Jarek Jaret Jari Jariah Jarib Jarid Jarietta Jarita Jarl Jarlath Jarlathus Jarlen Jarnagin Jaromir Jagr Jarrad Jarred Jarrell Jarret Jarrett Jarrett Lennon Jarrid Jarrod Jarrod Crawford Jarrow Jarry Jarv Jarvey Jarvis Jary Jas Jascha Jase Jasen Jasik Jasisa Jasmin Jasmin Gerat Jasmin Wagner Jasmina Jasmine Jasmine Sendar Jason Jason Alexander Jason Behr Jason Biggs Jason Brown Jason Carter Jason Connery Jason David Frank Jason Donovan Jason Everly Jason Flemyng Jason Gedrick Jason Hughes Jason Isaacs Jason Lee Jason London Jason Marsden Jason Mewes Jason Momoa Jason Orange Jason Patric Jason Priestley Jason Priestly Jason Robards Jason Schwartzman Jason Segel Jason Thomas Jason Weaver Jason Wiles Jason-Shane Scott Jasper Jaspers Jassy Jasun Jat Jataka Jauch Jaunita Jaur Jav Java Javanese Javari Javary Javed Javier Javier Esparza Javier Solis Javler Jawahar Chirimar Jawan Jawara Jawlensky Jaworski Jaxartes Jay Jay Acovone Jay Anthony Franke Jay Bontatibus Jay Gischer Jay Graydon Jay K. Johnson Jay Leno Jay Mohr Jayadev Misra Jayawardena Jaycee Jaye Jaye Davidson Jayhawker Jaylene Jayme Jaymee Jaymie Jayne Jayne Mansfield Jayne Middlemiss Jaynell Jaynes Jayson Jayson Michael Taylor Jazmin Jcanette Jea Jean Jean Arthur Jean Belmondo Jean Blair Jean Butler Jean Carson Jean Claude van Damme Jean Cocteau Jean Gallier Jean Harlow Jean Louisa Kelly Jean Michel Jarre Jean Musinski Jean Reno Jean Seberg Jean Simmons Jean Vuillemin Jean Wang Jean-Christophe Jean-Christophe Lombardo Jean-Claude Jean-Jacques Pansiot Jean-Luc Godard Jean-Marie Cadiou Jean-Paul Belmondo Jean-Paul Sartre Jeana Jeane Jeanelle Jeanerette Jeanet Schuurman Jeanette Jeanette MacDonald Jeanette Schmidt-Prozan Jeanie Jeanine Jeanna Jeanne Jeanne Crain Jeanne Ferrante Jeanne Kooijmans Jeanne Moreau Jeanne Tripplehorn Jeannette Jeannette Lewis Jeannie Jeannine Jeans Jeavons Jeaz Jeb Jebb Jebus Jebusite Jecho Jecoa Jecon Jeconiah Jed Jed Gillin Jedburgh Jedd Jedda Jeddy Jedediah Jedidiah Jedlicka Jedthus Jeeps Jeff Jeff Anderson Jeff Bridges Jeff Buckley Jeff Chu Jeff Daniels Jeff Edmonds Jeff Fahey Jeff Goldblum Jeff Gordon Jeff Hardy Jeff Jaffe Jeff Kahn Jeff Kober Jeff Lagarias Jeff McCarthy Jeff Perry Jeff Richards Jeff Stearns Jeff Timmons Jeff Trachta Jeff Vitter Jeff Zucker Jeffcott Jefferey Jeffers Jefferson Jeffersonian Jeffersonianism Jeffersontown Jeffersonville Jeffery Jeffie Jeffrey Jeffrey Archer Jeffrey Combs Jeffrey DeMunn Jeffrey Donovan Jeffrey F. Naughton Jeffrey Jones Jeffrey Schoeny Jeffrey Shaffer Jeffrey Shallit Jeffrey Ullman Jeffreys Jeffries Jeffry Jeffy Jegar Jeggar Jegger Jeh Jehangir Jehiah Jehial Jehias Jehiel Jehius Jehoash Jehoiada Jehol Jehoshaphat Jehovah Jehovism Jehovist Jehu Jelena Jelena Dokic Jelks Jell-O Jelle Jellicoe Jelsma Jem Jemappes Jemena Jemie Jemima Jemimah Jemina Jeminah Jemine Jemma Jemmie Jemmy Jempty Jemy Jen Jena Jena Malone Jenda Jenei Jenesia Jenette Jeni Jenica Jenice Jeniece Jenifer Jeniffer Jenilee Jenkins Jenkinson Jenks Jenn Jenna Jenna Elfman Jenna Jameson Jenna Leigh Green Jenna von Oy Jenne Jennee Jenner Jenness Jennette Jenni Jennica Jennie Jennie Garth Jennifer Jennifer Aniston Jennifer Beals Jennifer Capriati Jennifer Chen Jennifer Connelly Jennifer Coolidge Jennifer Ehle Jennifer Elise Cox Jennifer Esposito Jennifer Estlin Jennifer Garner Jennifer Grant Jennifer Grey Jennifer Hoffman Jennifer J. Burg Jennifer Jason Leigh Jennifer Jones Jennifer Keyte Jennifer Lien Jennifer Lopez Jennifer Love Hewitt Jennifer O'Dell Jennifer O'Neill Jennifer Parilla Jennifer Pena Jennifer Rovero Jennifer Saunders Jennifer Sky Jennifer Tilly Jennifer Ward-Leland Jennifer Welch Jennifer de Jong Jennilee Jennine Jennings Jenny Jenny Agutter Jenny Fijnvandraat Jenny McCarthy Jenny Thompson Jeno Jens Jensen Jensen Ackles Jensen Buchanan Jenson Button Jentoft Jenufa Jephthah Jephum Jepson Jepum Jer Jer O'Leary Jerad Jerald Jeraldine Jeralee Jeramey Jeramie Jerash Jerba Jere Jereld Jereme Jeremiah Jeremias Jeremie Jeremie Renier Jeremy Jeremy Brett Jeremy Callaghan Jeremy Davies Jeremy Irons Jeremy Jordan Jeremy Kushnier Jeremy Lelliott Jeremy Maxwell Jeremy Northam Jeremy Piven Jeremy Ratchford Jeremy Shapiro Jeremy Sisto Jerez Jeri Jeri Lynn Ryan Jeri Ryan Jericho Jeris Jeritah Jeritza Jermain Jermaine Jerman Jermayne Jermyn Jeroboam Jeroen Kijk in de Vegte Jeroen Nieuwenhuize Jeroen Post Jerol Jerold Jeroma Jerome Jerome Bettis Jeromy Jeronima Jerri Jerrie Jerries Jerrilee Jerrine Jerrol Jerrold Jerrold W. Grossman Jerroll Jerrome Jerry Jerry Dixon Jerry Doyle Jerry Garcia Jerry Hall Jerry Lewis Jerry O'Connell Jerry Orbach Jerry Rice Jerry Seinfeld Jerry Spinrad Jerry Swindall Jerry Trahan Jerry Vale Jerrylee Jersey Jerseyan Jerseyite Jerseyville Jerubbaal Jerusalem Jerusalemite Jerusha Geelhoed Jervis Jerz Jerzy Tiuryn Jerzy Tyszkiewicz Jesh Jesher Jespersen Jess Jess Franco Jessa Jessabell Jessalin Jessalyn Jessamine Jessamyn Jesse Jesse Bradford Jesse Camp Jesse Eisenberg Jesse James Jesse L. Martin Jesse Means Jesse Metcalfe Jesse Spencer Jesse Ventura Jessee Jesselton Jesselyn Jessen Jessey Jessi Jessica Jessica Alba Jessica Andrews Jessica Biel Jessica Chung Jessica Folcker Jessica Hsuan Jessica Lange Jessica Simpson Jessica Steen Jessie Jessika Jessy Jestude Jesu Jesuit Jesuitisation Jesuitism Jesuitization Jesup Jesus Jet Li Jet Sol Jeth Jethra Jethro Jetske van den Elsen Jettie Jeu Jeunesse Jeuz Jevon Jevons Jew Jew-baiter Jew-baiting Jewel Jewel Kilcher Jewel Shepard Jewell Jewelle Jewess Jewett Jewish Jewishness Jewries Jewry Jews Jez Jezabel Jezabella Jezabelle Jezebel Jezreel Jezreelite Jhansi Jhelum Ji-Woo Choi Jibouti Jibuti Jidda Jie Wang Jieh Hsiang Jihan Fahira Jik Chang Jill Jill Bialosky Jill Dando Jill Hennessy Jill Larson Jillana Jillane Jillayne Jilleen Jillene Jilli Jillian Jillie Jilly Jilolo Jim Jim Breuer Jim Byrnes Jim Carrey Jim Caviezel Jim Courier Jim Cummings Jim Dale Jim Driscoll Jim Gaffigan Jim Gray Jim Grundy Jim Henson Jim Hoover Jim Morrison Jim Nabors Jim Orlin Jim Poulos Jim Robinson Jim Royer Jim Shearer Jim Steinman Jim Storer Jim Varney Jimi Hendrix Jimmie Jimmy Jimmy Buffett Jimmy Carter Jimmy Fallon Jimmy Keogh Jimmy Lin Jimmy Martin Jimmy Nail Jimmy Page Jimmy Smits Jimmy Vasser Jimmy Workman Jimnez Jin-yi Cai Jingsen Chen Jinja Jinnah Jinny Jinsen Jinx Jit Jivaro Jivaros Jkping Jno Jo O'Meara Jo-Ann JoAnn JoAnn Bush JoAnne Joab Joachim Joachim Bollen Joachim Grollmann Joachim Parrow Joachima Joacima Joacimah Joan Joan Allen Joan Boyar Joan Chen Joan Collins Joan Crawford Joan Cusack Joan Feigenbaum Joan Fontaine Joan Hutchinson Joan Lawry Joan Rivers Joan Severance Joana Joane Joanie Joann Joanna Joanna Cassidy Joanna Going Joanna Lumley Joanne Joanne Brouwer Joanne Guest Joanne Nova Joanne Pankow Joanne Whalley Joanne Whalley-Kilmer Joao Joappa Joaquim de Almeida Joaquin Joaquin Phoenix Joash Joashus Job Job's-tears Jobcentre Jobe Jobey Jobi Jobie Jobina Joby Jobye Jobyna Jocasta Jocelin Joceline Jocelyn Jocelyne Wildenstein Jochbed Jochebed Jochum Jock Jocko Jodean Jodee Jodhi May Jodhpur Jodi Jodi Lyn O'Keefe Jodi Paterson Jodie Jodie Foster Jodie Meares Jodie Sweetin Jodl Jodo Jodoin Jody Jody Bernal Jody Thompson Joe Joe Bates Joe Bob Briggs Joe Dallesandro Joe Estevez Joe Halpern Joe Kilian Joe Kruskal Joe Lando Joe Leung Joe Mantegna Joe McIntyre Joe Montana Joe Nipote Joe Pantoliano Joe Penny Joe Perrino Joe Pesci Joe Rogan Joe Scheibelhut Joe Taylor Joeann Joed Joel Joel Coen Joel Friedman Joel Moses Joel Seiferas Joel Spencer Joela Joell Joella Joelle Joellen Joelly Joely Fisher Joely Richardson Joelynn Joensuu Joep Sertons Joerg Joette Joey Joey Fatone Joey Gordon-Levitt Joey Heatherton Joey Lauren Adams Joey Lawrence Joey McIntyre Joey Swee Joey Tempest Joeys Joffre Jogjakarta Joh Johan Johan F.A.K. van Benthem Johan Hastad Johanan Johann Johann Sebastian Bach Johann Wolfgang Goethe Johanna Johannah Johannes Johannesburg Johannessen Johannisberger Johansen Johathan Johen Johiah Johm John John Addison John Ashbery John Astin John Beasley John Beatty John Beebee John Belushi John Berryman John Betjeman John Bowles John Bradley John Brown John Bruno John C. McGinley John C. Reilly John Cameron Mitchell John Candy John Carpenter John Case John Cassavetes John Cherniavsky John Cho John Cleave John Cleese John Colicos John Corbett John Cusack John D'Aquino John D. Rogers John Davidson John Denver John DiResta John Diehl John Ducey John Dye John F. Kennedy, Jr. John Finch John Finn John Fitzgerald Kennedy John Ford John Franco John Franklin John Frusciante John Garfield John Geske John Gilbert John Gill John Glenn John Goodman John Grefenstette John Grisham John H. Holland John Hannah John Hannan John Haymes Newton John Heard John Henson John Hershberger John Hobby John Hopcroft John Hughes John Huston John Irving John J. York John Kam John Kececioglu John Kemeny John Larroquette John LeClair John Leguizamo John Lennon John Leuchner John Lewis John Lipson John Lithgow John Littlefield John Longley John Lynch John M Jackson John M. Jackson John Malkovich John Mayberry John McCarthy John McEnery John Michael Montgomery John Mitchell John Myhill John Mylopoulos John Nettles John Paul Cusack John Paul Jones John Paul Pitoc John Peale Bishop John Pinette John Polson John Reif John Rhys-Davies John Rich John Ritter John Rompel John Saint Ryan John Savage John Simm John Souza John Sposito John Stamos John Staples John Stockton John Tavener John Travolta John Tromp John Tucker John Tukey John Turturro John Updike John Vickery John W. Young John Waite John Waters John Wayne John Williams John Williams John Winston John Wollner John Woo John de Lancie John le Carre John von Neumann Johna Johnath Johnathan Johnathan Brandis Johnathon Johnathon Schaech Johnna Johnnie Johnnies Johnny Johnny Carson Johnny Cash Johnny Counterfit Johnny Crawford Johnny Depp Johnny Diaz Reyes Johnny Galecki Johnny Rotten Johnny Roventini Johnny Whitworth Johnny-jump-up Johns Johnson Johnsonburg Johnsonese Johnsonianism Johnsson Johnsten Johnston Johnstone Johnstown Johny Johore Johppa Johppah Johst Joiada Joice Joie Lenz Joiner Joinvile Joinville Jokai Jokjakarta Joktan Jola Jolanta Jolda Jolee Joleen Jolene Jolenta Joletta Joli Jolie Joliet Jolin Jolina Magdangal Joline Joliot-Curie Jolivet Jollanta Jollenta Jolo Jolson Joly Jolyn Jon Jon Abrahams Jon Avner Jon B. Jon Bentley Jon Bon Jovi Jon Cryer Jon Doyle Jon Favreau Jon Goldstine Jon Gries Jon Huertas Jon Lee Jon Lovitz Jon Provost Jon Riecke Jon Seda Jon Sorenson Jon Stewart Jon Tenney Jon Turner Jon Voight Jon-Erik Hexum Jona Jonah Jonas Jonathan Jonathan Brandis Jonathan Buss Jonathan Cake Jonathan Crombie Jonathan Davis Jonathan Frakes Jonathan Frid Jonathan Jackson Jonathan Kellerman Jonathan Lipnicki Jonathan Pryce Jonathan Rannells Jonathan Rhys Meyers Jonathan Rhys-Meyers Jonathan Swift Jonathan Taylor Thomas Jonathan Winters Jonathan del Arco Jonathon Jonati Jone Jonell Jones Jonesboro Joneses Jonette Joni Joni Mitchell Jonie Jonina Jonis Jonme Jonna Jonny Jonny Lee Miller Jonquil Jonson Joo Joon Jooss Joost Joost Engelfriet Joost van der Stel Jopa Joplin Joppa Joram Lindenstrauss Jordaens Jordain Jordan Jordan Danielle Jordan Knight Jordan Medina Jordan Zashev Jordana Jordana Brewster Jordanna Jordans Jordanson Jordison Jordon Jorey Jorgan Jorge Jorge Luis Borges Jorge Negrete Jorge Stolfi Jorgensen Jorgenson Jori Jorie Jorin Joris Jorja Fox Jormungandr Jorrie Jorry Jory Jos Jos Baeten Jose Jose Balcazar Jose Da Silveira Jose Feliciano Josee Josee Chouinard Josefa Josefina Josefine van Asdonk Joseito Joselow Joselyn Josep Josep Diaz Joseph Joseph Ashton Joseph Brodsky Joseph Cotten Joseph Cross Joseph Culberson Joseph Fiennes Joseph Fuqua Joseph Gil Joseph Giuliano Joseph Gordon-Levitt Joseph Ja'Ja' Joseph Manning Joseph Mazzello Joseph Mitchell Joseph Naor Joseph O'Rourke Joseph Sicilia Joseph's-coat Josepha Josephina Josephine Josephine Byrnes Josephine's-lily Josephson Josephus Joser Joses Josey Josh Josh Becker Josh Charles Josh Clark Josh Davis Josh Duhamel Josh Hartnett Josh Server Joshi Joshia Joshua Joshua Cox Joshua Feinman Joshua Hodas Joshua Jackson Joshua Kobak Joshua Leonard Joshua Morrow Joshuah Josi Josiah Josias Josie Josie Bissett Josie Chang Josie Lawrence Josie Maran Joska Zinkweg Josler Joslyn Josselyn Josue Josy Jotham Jotun Jotunheim Joub Joubert Jouhaux Joukahainen Joule Joung Jourdain Jourdan Jouve Jove Jovi Jovia Jovian Jovita Jovitah Jovitta Jowett Joy Joy Behrman Joy E. Behrman Joya Joyan Joyann Joyce Joycean Joycelin Joye Joyous Jozef Jsu Garcia Juan Juan Chioran Juan Ferndez Islands Juan Garay Juana Juanita Juanjo Puigcorbe Juanne Juantorena Juba Juback Jubal Jubbulpore Jubilate Jud Juda Judaea Judaean Judaeo-German Judaeo-Spanish Judah Judahite Judaica Judaisation Judaism Judaist Judaization Judaizer Judas Judd Judd Nelson Jude Jude Law Judea Judean Judenberg Judette Judezmo Judg Judge Judy Judge Reinhold Judges Judgment Judi Judi Dench Judie Judit Masco Judith Judith Ansems Judith Baldwin Judith Light Judith Owen Judith de Bruijn Judith de Klijn Juditha Judsen Judson Judson Mills Judus Judy Judy Davis Judy Garland Judy Goldsmith Judy Kaye Judy McBurney Judye Juergen Eickel Jueta Juetta Jugendstil Juggernaut Jugoslav Jugoslavia Jugoslavian Jugurtha Juhi Chawla Jujuy Jukes Jul Jule Julee Jules Jules Asner Jules Verne Juley Juli Julia Julia Barr Julia Bradbury Julia Hayes Julia Louis-Dreyfus Julia Ormond Julia Roberts Julia Samuel Julia Sawalha Julia Schultz Julia Shultz Julia Stiles Julia Sweeney Julian Julian Alps Julian Arahanga Julian Cheung Julian Cheung Chi Lam Julian Lennon Julian Sands Julian Stone Julian Wadham Juliana Juliane Juliann Julianna Margulies Julianne Julianne Moore Julianne Morris Juliano Julide Julie Julie Andrews Julie Ann Julie Benz Julie Bowen Julie Brown Julie Budd Julie Christie Julie Delpy Julie Fontaine Julie Halston Julie Harris Julie Masse Julie Newmar Julie Piekarski Julie Pinson Julie Strain Julie Warner Julienne Julies Juliet Juliet Mills Julieta Julietta Juliette Juliette Binoche Juliette Greco Juliette Lewis Juliette de Wijn Julika Marijn Julina Juline Julio Julio Iglesias Julio Iglesias Jr Julis Julissa Julita Julius Julius Plucker Jullundur July Jumada Jumbala Jumna Jump Jun Jun Matsuda Jun Tarui Juna Junc Jundiai June June Allyson June Foray June Lockhart June Marlowe June Wilkinson Juneau Juneberries Juneberry Juneteenth Junette Jung Jungfrau Junggrammatiker Juni Junia Junie Junieta Junina Junius Junji Junker Junkerdom Junkerism Junkers Junko Junna Junno Juno Junot Jupiter Jupiter's-beard Jura Jurassic Jurdi Jurez Jurgen Jurgen Prochnow Juris Hartmanis Juris Strods Jurkoic Jurnee Smollett Juru Jusserand Just Justa Justen Juster Justice Justicz Justin Justin Berfield Justin Jeffre Justin Kirk Justin Melvey Justin Pierce Justin Timberlake Justina Justine Justine Bateman Justine Marcella Justinian Justinn Justino Justis Justitia Justus Juta Jute Jutish Jutland Jutlander Jutta Juturna Juvarra Juvenal Juventas Juxon Juzo Itami Jyh-Han Lin Jylland Jymmye Jyrki Katajainen Jyrki Kivinen K'ang-te K-line K-meson K-radiation K-series K-shell K-truss K. Leichweiss K. Reidemeister K. Ruohonen K.C. & the Sunshine Band K.L. Kwast K.M. Venkataraman K.T. Compton KANU KBE KBP KC Montero KCB KCMG KCSI KCVO KIAS KKK KKt KKtP KNP KO's KRP KRS-One KWIC KWOC KaNgwane Kaaba Kaapstad Kabalevsky Kabardian Kabeiri Kabinettwein Kabir Kabir Bedi Kablesh Kabul Kabyle Kacerek Kacey Kachine Kacie Kacy Kaczer Kadai Kadar Kaddish Kaddishim Kaden Kadiyevka Kadner Kado Kaduna Kaela Kaenel Kaete Kaffir Kaffirs Kaffraria Kaffrarian Kafir Kafiristan Kafirs Kafka Kafre Kagawa Kagera Kagi Kagoshima Kahaleel Kahl Kahle Kahler Kahlil Kahn Kahoolawe Kahului Kai Kaia Kaieteur Kaieteur Falls Kaifeng Kaila Kaila Yu Kailasa Kaile Kailey Kailua Kain Kaine Kaingang Kaingangs Kairouan Kaiser Kaiserslautern Kaitlin Kaitlyn Kaitlynn Kaiulani Kaja Kajaani Kajar Kajdan Kajol Kakalina Kal Kala Kalagher Kalahari Kalakh Kalamazoo Kalamist Kalasky Kalat Kalb Kalbli Kaldewaij Kale Kale Browne Kaleb Kaleena Kaleva Kalevala Kaley Cuoco Kalfas Kalgan Kalgoorlie Kali Kalidasa Kalie Kalikow Kalil Kalila Kalimantan Kalin Kalina Kalinda Kalindi Kalinin Kaliningrad Kaliope Kaliski Kalispel Kalispell Kalisz Kaliyuga Kalk Kall Kalle Kalli Kallick Kallikak Kallista Kallman Kally Kalman Kalmar Kalmick Kalmuck Kaltman Kaluga Kalvin Kalvn Kam Kam Heskin Kama Kama-Mara Kamadhenu Kamakura Kamal Kamaloka Kamar de los Reyes Kamaria Kamasutra Kamat Kamchatka Kamchatkan Kameko Kamensk-Uralski Kamerad Kamerman Kamerun Kamet Kamila Kamilah Kamillah Kamin Kamina Kamloops Kammerer Kamp Kampala Kampmann Kampmeier Kampuchea Kan Kanaka Kanako Enomoto Kanako Kojima Kanako Kuroha Kanal Kananga Kananur Kanara Kanarak Kanarese Kanazawa Kanchenjunga Kanchipuram Kancler Kandace Kandahar Kandinsky Kandy Kane Kaneohe Kangchenjunga Kania Kankakee Kankan Kannada Kannan Kannapolis Kannry Kano Kanpur Kans Kansa Kansan Kansas Kansu Kant Kanter Kantian Kantianism Kantist Kantor Kantos Kanya Kaohsiung Kaolack Kaori Mochida Kaori Nakamura Kaori Ohara Kaoru Watanabe Kapaa Kape Kapell Kapfenberg Kapila Kaplan Kapoor Kapor Kappel Kappenne Kar Wai Wong Kara Kara McNamara Kara-Kalpak Karachi Karafuto Karaganda Karaism Karaite Karajan Karakoram Karakorum Karalee Karamanlis Karame Karami Karan Ashley Karas Karb Karbala Karee Kareem Kareena Kapoor Karel Karelia Karelian Karen Karen Allen Karen Black Karen Carpenter Karen Duffy Karen Ferrari Karen McDougal Karen Mulder Karen Parsons Karen Sillas Karena Kari Kari Wuhrer Kari-Jouko Raiha Kariba Karie Karilla Karilynn Karim Karin Karin Campagne Karin Ingelse Karin Taylor Karin de Groot Karin van den Boogaert Karina Karine Karisa Karishma Kapoor Karisma Kapoor Karissa Karita Karl Karl Abrahamson Karl Lieberherr Karl Meinke Karl Schimf Karl Urban Karl Weierstrass Karl Winklmann Karl-Marx-Stadt Karla Karlan Karle Warren Karlee Karleen Karlen Karlene Karlens Karlfeldt Karli Karlie Karlik Karlin Karlis Karlis Cerans Karlise Karloff Karlotta Karlotte Karlow Karlsbad Karlsruhe Karlstad Karly Karma Karmen Karna Karnak Karnataka Karney Karol Karol Borsuk Karole Karolina Karoline Karoline Kamosi Karoly Karolyn Karon Karoo Karp Karpov Karr Karrah Karrer Karrie Karroo Karroos Karry Kars Karsten Kartis Karttikeya Karwan Kary Karyl Karylin Karyn Kas Kasai Kasavubu Kasbek Kasevich Kasey Kasha Kashden Kashgar Kashmir Kashmiri Kashmirian Kashmiris Kasiwabara Takashi Kask Kaslik Kaspar Kasper Kass Kassa Kassab Kassala Kassandra Kassapa Kassaraba Kassel Kassem Kassey Kassi Kassia Kassie Kassie DePaiva Kassite Kassity Kast Kastro Kastrop-Rauxel Kasyapa Kata Kata Dobò Katahdin Katalin Katalina Verdin Katanga Katangese Katar Katarina Witt Kataway Katayev Kate Kate Beckinsale Kate Bush Kate Capshaw Kate Dillon Kate Groombridge Kate Hudson Kate Jackson Kate Morris Kate Moss Kate Mulgrew Kate Ritchie Kate Russell Kate Winslet Katee Katelijne van de Loo Katelyn Ford Kateri Katerina Katerine Katey Katey Sagal Kath Katha Kathak Katharevusa Katharina Katharine Katharine Hepburn Katharine Ross Katharine Towne Katharyn Kathe Katherin Katherine Katherine Heigl Katherine Kelly Lang Katherine Moennig Katherine Willis Katheryn Kathi Kathiawar Kathie Kathie Lee Gifford Kathlee Kathleen Kathleen Battle Kathleen Chalfant Kathleen Kinmont Kathleen Quinlan Kathleen Robertson Kathleen Romanik Kathleen Turner Kathleen York Kathlene Kathlin Kathrine Kathryn Kathryn Grayson Kathryn Greenwood Kathryn Long Kathryn Morris Kathryn Thornton Kathryne Kathy Kathy Baker Kathy Bates Kathy Burke Kathy Chau Kathy Griffin Kathy Ireland Kathy Najimy Kathye Kati Katia Alens Katia Guimaraes Katie Katie Appleton Katie Couric Katie Holmes Katie Price Katie Stuart Katina Katine Katinka Katja Lenz Katja Retsin Katja Schuurman Katja Studt Katlaps Katleen Katlin Katmai Katmandu Kato Kato Ai Katonah Katowice Katrina Katrine Katrinka Katsina Katsuyama Katt Kattegat Katti Kattie Katuscha Katushka Katy Katya Katz Katzen Katzir Katzman Kauai Kauffman Kauffmann Kaufman Kaufmann Kaule Kaunas Kaunda Kauppi Kauravas Kausalya Kauslick Kautsky Kavanagh Kavanaugh Kavaphis Kaveri Kavita Kavitha Kausalya Kavla Kawaguchi Kawai Kawasaki Kay Kay Aldridge Kay Kellam Kaya Kaycee Kaye Kayes Kayibanda Kayla Kayle Kaylee Kayley Kaylil Kaylyn Kayne Kayseri Kaysville Kaz Kazak Kazakh Kazakstan Kazan Kazantzakis Kazbek Kazim Kazimir Kazmirci Kazue Kazue Fukiishi Kazumi Murata Kazuo Iwano Kdar Kea Kealey Kean Keane Keanu Reeves Keare Kearney Kearns Kearny Keary Keating Keaton Keats Keavy Keavy Lynch Keb Keble Kechuan Kecskem Kedah Kedar Kedarite Kediri Kedron Kedushah Kedushoth Kee Keech Rainwater Keefe Keegan Keel Keelby Keele Keeler Keeley Keelia Keelie Keelin Keeling Islands Keelung Keen Keenan Keenan Ivory Wayans Keene Keenen Ivory Wayans Keener Keese Keeton Keever Keewatin Kefauver Keffer Keg Kegan Keh-Jian Chen Keheley Kehoe Kehr Kei Kei Hoshiko Keifer Keifer Sutherland Keighley Keijo Keiko Keiko Kubo Keiko Matsui Keil Keily Keir Keisling Keita Keitel Keith Keith Coulouris Keith Emerson Keith Flint Keith Hamilton Cobb Keith Hudson Keith Marzullo Keith Richards Keith Scott Keith Szarabajka Keith Urban Keithley Keizer Kekkonen Kekulmula Kel Kel Mitchell Kela Kelantan Kelbee Kelby Kelcey Kelci Kelcie Kelcy Kelda Keldah Keldon Kele Keli Keligot Kelila Kelis Kella Kellby Kellda Kelleher Kellen Kellene Keller Kelley Kelli Kelli Maroney Kelli Williams Kellia Kellie Kellie Holm Kellie Martin Kellina Kellogg Kellsie Kelly Kelly Bishop Kelly Booth Kelly Brook Kelly Chan Kelly Chen Kelly Coffield Kelly Gotleib Kelly Gottlieb Kelly Hu Kelly LeBrock Kelly Lynch Kelly McGillis Kelly Monaco Kelly Packard Kelly Preston Kelly Ripa Kelly Rowan Kelly Rutherford Kellyn Kelsey Kelsey Grammer Kelsi Kelso Kelson Kelsy Kelt Keltic Kelton Kelula Kelvin Kelwen Kelwin Kelwunn Kemalism Kemalist Kemble Kemeny Kemerovo Kemi Kemme Kemp Kempe Kempis Kemppe Ken Ken Berry Ken Clarkson Ken Follett Ken Griffey Jr Ken Griffey Jr. Ken Howard Ken Iverson Ken Krohn Ken Lerner Ken Manders Ken Sevcik Ken Stott Ken Supowit Ken Thompson Kenan Thompson Kenay Kenaz Kendal Kendall Kendallville Kendell Kendra Kendrah Kendre Kendrew Kendrick Kendricks Kendry Kendy Kendyl Kenedy Kenelm Kenhorst Kenilworth Kenison Kenji Kenkichi Iwasawa Kenlay Kenlee Kenleigh Kenley Kenmore Kenn Kenna Kennan Kennard Kennebec Kennebunk Kennedy Kennelly Kenner Kennet Kenneth Kenneth Blaha Kenneth Branagh Kenneth Goldman Kenneth Kunen Kenneth Regan Kenneth Ross Kenneth Steiglitz Kenneth Williams Kennett Kennewick Kenney Kennie Kennith Kenny Kenny Chesney Kenny Ho Kenny Johnson Kenny Loggins Kenny Morrison Kenon Kenosha Kenova Kenric Kenrick Kensell Kensington Kent Kent Fuher Kent State Kenta Kenti Kentiga Kentigera Kentigerma Kentiggerma Kentish Kentishman Kentishmen Kenton Kentuckian Kentucky Kentwood Kenward Kenway Kenwee Kenweigh Kenwood Kenwrick Kenya Kenya Moore Kenyan Kenyatta Kenyon Kenzi Kenzie Keokuk Keon Keos Kephallenia Kephallina Kepler Kepler's laws Kepner Keppel Ker Ker-I Ko Kerak Kerala Kerbela Kerby Kerch Kerek Kerekes Kerenski Kerensky Keres Keresan Kerge Kerguelen Keri Keri Lynn Pratt Keri Russell Keriann Kerianne Kerin Kerk Kerki Kerkrade Kerkyra Kerman Kermanshah Kermie Kermit Kermy Kern Kernan Kernersville Kerns Kerouac Kerr Kerr Smith Kerri Kerri Hoskins Kerri Kendall Kerrie Kerril Kerrin Kerrison Kerrville Kerry Kerry Katona Kerst Kersten Kerstin Linnartz Kerwin Kerwinn Kerwon Kery Kesia Kesley Keslie Kessel Kesselring Kessiah Kessler Kester Kesteven Keswick Ketchan Ketchikan Ketchum Kettering Ketti Kettie Ketty Ketubim Keturah Keung Kev Kevan Keven Keverian Keverne Kevin Kevin Anderson Kevin Bacon Kevin Coleman Kevin Corrigan Kevin Costner Kevin Dillon Kevin Farley Kevin Garnett Kevin Hagen Kevin James Kevin Karplus Kevin Kilner Kevin Kline Kevin McCarthy Kevin McDonald Kevin McKidd Kevin Pollak Kevin Richardson Kevin Sharp Kevin Smith Kevin Sorbo Kevin Spacey Kevin Tighe Kevin Tod Smith Kevin Williamson Kevin Zegers Kevina Kevon Kevyn Kew Kewanee Kewaunee Kewpie Key Keyek Keyes Keynes Keynesian Keynesianism Keyport Keyser Keyserling Keystoner Keyte Kezer Khabarovsk Khabur Khachaturian Khafaje Khafre Khai Khajeh Khakass Khaled Bugrara Khalid Khalil Khalin Khalk Khalkha Khalkidike Khalkidiki Khalkis Khalsa Khama Khan Khandi Alexander Khania Khanna Khano Kharijite Kharkov Khartoum Khasi Khaskovo Khatti Khattusas Khayy Khelat Kherson Khichabia Khieu Khingan Mountains Khios Khiva Khlyst Khlysty Khmer Khnum Kho Khoikhoi Khoisan Khojent Khond Khorma Khos Khosrow Khotan Khoury Khrushchev Khudari Khufu Khulna Khutbah Khuzistan Kiah Kial Kian Egan Kiana Tom Kiangling Kiangsi Kiangsu Kiaochow Kibei Kickapoo Kicki Berg Kicva Kid Kid Rock Kidd Kidder Kidderminster Kiddush Kidnapped Kidron Kiefer Kiefer Sutherland Kieffer Kieger Kiehl Kiel Kielce Kiele Kielty Kienan Kiepura Kier Kieran Kieran Culkin Kieran Kyle Culkin Kieren Perkins Kierkegaard Kierkegaardian Kierkegaardianism Kiernan Kiersten Kies Kieu Chinh Kiev Kievan Kigali Kiirun Kika Vliegenthart Kikelia Kiker Kiki Kiki Classen Kikilon Kikldhes Kikuyu Kikuyus Kikwit Kila Kilah Kilan Kilar Kilauea Kilbride Kilby Kildare Kile Kiley Kilgore Kilian Kilimanjaro Kilk Kilkenny Killam Killarney Killeen Killen Killian Killie Killiecrankie Killigrew Killing Heidi Killion Killoran Killy Kilmarnock Kilmarx Kilmer Kilpatrick Kilroy Kilung Kilwich Kim Kim Basinger Kim Bruce Kim Carnes Kim Cattrall Kim Coles Kim Delaney Kim Dickens Kim Egler Kim Elizabeth Kim Fields Kim Gu Ri Kim Hee Sun Kim Hyn Ju Kim Ji Hye Kim Paul Kim Robillard Kim Smith Kim Stanley Kim Wilde Kim Zimmer Kim van Kooten Kimball Kimbell Kimber Kimber Sissons Kimberlee Kimberley Kimberley Cooper Kimberley Davies Kimberli Kimberly Kimberly Davies Kimberly Davis Kimberly J. Brown Kimberly Joseph Kimberly King Kimberly McCullough Kimberly Paul Kimberly Williams Kimberlyn Kimble Kimbra Kimie Nagasaka Kimika Yoshino Kimiko Date Kimitri Kimmel Kimmi Kimmie Kimmy Kimon Kimura Kimura Takuya Kin Kinabalu Kinata Kinau Kincaid Kincardine Kinch Kinchen Kinchinjunga Kind Kindertotenlieder Kindig Kindu-Port-Empain Kinelski King King's Regulations Kingchow Kingdon Kingfisher Kinghorn Kinglake Kingman Kings Kingsburg Kingsbury Kingsford Kingsley Kingsley Amis Kingsly Kingsport Kingston Kingston-upon-Hull Kingstown Kingstree Kingsville Kingtehchen Kingu Kingwana Kingwood Kinkaid Kinkaider Kinleys Kinloch Kinna Kinnard Kinnelon Kinney Kinnie Kinnon Kinny Kinross Kinsey Kinshasa Kinsler Kinsley Kinsman Kinson Kinston Kinzer Kioga Kiona Kioto Kiowa Kiowas Kip Kipling Kipnis Kipp Kippar Kipper Kippie Kippy Kipton Kira Kiran Kirbee Kirbie Kirby Kirby-Smith Kirch Kircher Kirchhoff Kirchner Kireeti Kompella Kirghiz Kirghizes Kirghizia Kirilenko Kirima Kirimia Kirin Kirit Kirk Kirk Douglas Kirk Pruhs Kirkby Kirkcaldy Kirkcudbright Kirkenes Kirkland Kirkpatrick Kirkuk Kirkwall Kirkwood Kirman Kironde Kirov Kirovabad Kirovograd Kirsch Kirschner Kirshbaum Kirst Kirsten Kirsten Dunst Kirsten Imrie Kirsten Storms Kirsteni Kirsti Kirstie Alley Kirstin Kirt Kirtley Kiruna Kirundi Kirven Kirwin Kisangani Kiselevsk Kish Kishi Kishinev Kislev Kismayu Kisor Kiss Kissee Kissel Kissiah Kissie Kissimmee Kissinger Kissner Kistna Kistner Kisumu Kisung Kit Kit Chan Kitakyushu Kitao Sakurai Kitasato Kitchen Kitchener Kittanning Kittery Kitti Kittie Kittikachorn Kittredge Kitty Kitty Lai Kitty Swink Kittyhawk Kitwe Kiungchow Kiushu Kivu Kiwanian Kiwanis Kiyohara Kiyoshi Kizzee Kizzie Kjell Post Kjersti Kkyra Klaartje de Schepper Klabund Klagenfurt Klaipeda Klamath Klamaths Klan Klanism Klansman Klansmen Klapp Klappvisier Klaproth Klara Klarika Klarrisa Klatt Klaus Klaus Kinski Klaus W. Wagner Klausenburg Klaye Klayman Klber Klebs Klecka Klee Kleeman Kleenex Klehm Kleiber Kleiman Klein Kleinstein Kleist Klemens Klement Klemm Klemperer Klenk Kleon Klepac Kleper Kler Kletter Kleve Kliber Kliman Kliment Klimesh Klimt Klina Kline Kling Klingel Klinger Klinges Klngsley Klockau Kloman Klondike Klopstock Klos Kloster Klotz Kluck Kluckhohn Klug Kluge Klump Klusek Klute Klydonograph Klystron Knapp Kneeland Kneller Knepper Knesset Knick Knickerbocker Knies Kniggr Knight Knighton Knigsberg Knigshte Knipe Knitra Knitter Knobloch Knoll Knorring Knossos Knowland Knowle Knowles Knowling Knowlton Knox Knoxville Knt Knudsen Knudson Knut Knute Knuth Knutson Koa Koah Koal Koball Kobarid Kobe Kobe Bryant Kobi Koblas Koblenz Koblick Koby Kobylak Koch Kocher Kochi Kodachrome Kodak Kodaly Kodiak Kodok Koehler Koenig Koeninger Koenraad Koeppel Koerlin Koerner Koestler Koetke Koffka Koffler Koffman Kofu Koh Kohanim Koheleth Kohen Kohima Kohinoor Kohl Kohl Sudduth Kohler Kohn Kohoutek Koine Kojiro Kobayashi Kokand Kokaras Kokkola Kokomo Kokoruda Kokoschka Kokubu Sachiko Kokura Kola Kolar Kolb Kolbe Kolchak Koldewey Kolding Kolhapur Koli Kolima Kolis Kolivas Kolk Koller Kollwitz Kolmar Kolnick Kolnos Kolodgie Kolomna Kolosick Koloski Kolozsv Kolva Kolwezi Kolyma Komara Komarek Komati Komi Komintern Kommunarsk Komondor Komondorok Komondors Komsa Komsomol Komsomolsk Komura Konakri Konakry Konarak Kondon Kone Koner Kong Kongo Konia Konig Konikow Konnie Huq Kono Konopka Konoye Konrad Konrad Jacobs Konstance Konstantin Konstantine Konstanz Konstanze Konya Konyn Koo Kooima Kool & The Gang Kooning Koord Koosis Kootenay Kopans Kopaz Kopeisk Kopp Koppel Kopple Kora Korah Koral Koralie Koran Korbut Korc Korchnoi Kordofan Kordofanian Kordula Kore Korea Korean Korella Koren Korenblat Koressa Korey Korff Korfonta Kori Koridethianus Korie Korman Korn Kornberg Korney Kornher Korns Koroseal Korrie Korry Kort Korten Kortrijk Korwin Korwun Kory Korzybski Kos Kosak Kosaka Kosciusko Kosel Koser Kosey Koshu Kosice Kosiur Koslo Kosovo-Metohija Koss Kosse Kossel Kossuth Kostas Skandalis Kostelanetz Kosti Kostival Kostman Kostroma Kosygin Kota Kotabaru Kotick Kotta Kotto Kotz Kotzebue Kousha Etessami Koussevitzky Kovacev Kovacs Koval Kovalevsky Kovar Kovno Kovrov Kowal Kowalski Kowatch Koweit Kowloon Kowtko Koy Kozani Kozhikode Koziara Koziarz Koziel Kozloski Kozlov Kra Kraepelin Krafft Krafft-Ebing Kraft Kragh Kragujevac Krahling Krahmer Krak Krakatau Krakatoa Krakau Krakow Krall Kramatorsk Kramer Kramlich Kranach Kranj Krantz Kraska Krasner Krasnodar Krasnoff Krasnoyarsk Krasny Kraul Kraus Krause Krauss Kraut Kravits Krawczyk Kreager Krebs Kreda Kreegar Krefeld Krefetz Kreg Kreiker Krein Kreindler Kreiner Kreis Kreisky Kreisler Kreit Kreitman Krell Kremenchug Kremer Kremlin Kremlinologist Kremlinology Krems Krenek Krenn Kresic Kress Kreutzer Krever Kreymborg Krezip Krieger Kriemhild Kries Krigsman Krilov Krinthos Krio Krips Kris Kris Kristofferson Krischer Krisha Krishna Krishnah Krispin Kriss Krissie Krissy Krissy Taylor Krista Krista Allen Krista Allen-Moritt Kristal Kristan Kristanna Loken Kristel Kristen Kristen Cloke Kristen Johnston Kristen Scott Thomas Kristen Zang Kristi Kristi Yamaguchi Kristian Kristian Alfonso Kristian Joy Alfonso Kristiansand Kristianson Kristianstad Kristie Kristin Kristin Bauer Kristin Chenoweth Kristin Davis Kristin Scott Thomas Kristin Willits Kristina Kristina Matisic Kristina Wagner Kristina de Nike Kristine Kristo Kristof Kristofer Kristoff St John Kristoff St. John Kristoffer Kristoffer H. Rose Kristofor Kristoforo Kristopher Kristos Kristy Kristy Hume Kristy McNichol Kristy Swanson Kristy Wright Kristy Yeung Kristyn Krock Kroeber Kroll Kronach Kronecker Kronfeld Krongold Kronick Kronos Kronstadt Kroo Kropotkin Krti Kru Krucik Krueger Krug Kruger Krugerite Krugersdorp Krum Krummholz Krupp Krupskaya Krusche Kruse Krusenstern Krutch Krute Kruter Krutz Krym Krys Kryska Krysta Krystal Krystal Benn Krystalle Krystin Krystle Krystyna Krzysztof Apt Krzysztof Lorys Kshatriya Kten Kthira Ku-Klux Kuangchou Kuantan Kuban Kubango Kubelik Kubetz Kubiak Kubis Kubrick Kuching Kucik Kudrun Kudva Kuebbing Kuehn Kuehnel Kuenlun Kufa Kufic Kuhlman Kuhn Kuhnau Kuibyshev Kulda Kulla Kullervo Kulpmont Kulseth Kulsrud Kultur Kulturkampf Kulturkreis Kulturkreise Kulun Kum Kumagai Kumamoto Kumar Kumasi Kumiko Endo Kumler Kummer Kun Kung Kungur Kunin Kuniyoshi Kunkle Kunlun Kunming Kunowsky Kunsoo Park Kunstlied Kunstlieder Kuntsevo Kunz Kuo Kuo Jing Chun Kuo-chung Tai Kuomintang Kuopio Kuprin Kur Kura Kurd Kurdish Kurdistan Kure Kurg Kurgan Kuril Islands Kurland Kurman Kuroki Kurosawa Kuroshio Kurr Kursaal Kursh Kursk Kurt Kurt Cobain Kurt Corbain Kurt Mehlhorn Kurt Russell Kurt Schutte Kurt Warner Kurth Kurtis Kurtz Kurtzig Kurtzman Kurus Kurusu Kurys Kurzawa Kurzeme Kus Kusch Kush Kushner Kusin Kuska Kuskokwim Kussell Kustanai Kuster Kutaisi Kutch Kutchins Kutenai Kuth Kutuzov Kutzenco Kutzer Kuwait Kuwaiti Kuyp Kval Kwa Kwabena Kwajalein Kwakiutl Kwan Kwan-yin Kwang Kwangchow Kwangchowan Kwangju Kwangtung Kwantung Kwapong Kwara Kwarteng Kwasi Kwazulu Kwei Kweichow Kweihwating Kweilin Kweisui Kweiyang Kwok Kwon Kyack Kyd Kyl Kyla Kylah Kylander Kyle Kyle Chandler Kyle Downes Kyle Howard Kyle MacLachan Kyle MacLachlan Kyle Schmid Kyle Secor Kylen Kylie Kylie Bax Kylie Minogue Kylie Travis Kylila Kylstra Kylynn Kym Kym Ng Kym Valentine Kymric Kymry Kynan Kyne Kynewulf Kynthia Kyoga Kyoko Fukada Kyongsong Kyoto Kyprianou Kyra Kyra Sedgwick Kyriako Kyriale Kyte Kythera Kyushu Kyzyl L'Allegro L'Aquila L'Avare L'Enfant L'Etranger L'Hospital L'Immoraliste L'Otage L'Ouverture L-dopa L-line L-radiation L-series L-shell L. Chiaraviglio L. Kalmar L.E.J. Brouwer L.L. Cool J L.W. Beineke LAC LACW LBJ LBP LCD LCF LCI LCL LCM LCT LCVP LDS LEM LFO LGk LHD LIFO LL Cool J LLB LLD LLM LMT LNG LOA LOOM LPG LPS LRBM LSD LSM LSS LST LTh LWL LXX LaBaw LaChanze LaF LaMee LaMonica LaMori LaRue LaSorella LaToya Jackson Laaland Laaspere Lab Laban Labana Laband Labanna Labannah Labdacus Labe Labiche Laborism Laborite Labors Labourism Labourite Labrador Labuan Labyrinth Lacagnia Lacaille Laccadive Lace Lacedaemon Lacedaemonian Lacee Lacefield Lacerta Lacertilian Lacey Lacey Chabert Lach Lachaise Lachance Lachesis Lachish Lachlan Lachman Lachus Lacie Lackawanna Laclos Lacombe Laconia Laconian Lacretelle Lacroix Lacy Lad Ladd Laddie Laddy Laden Ladew Ladin Ladino Ladinos Ladislaus Ladoga Ladonna Ladrone Islands Ladue Lady Lady Chablis Ladyship Ladysmith Lae Lael Laelaps Laemmle Laennec Laertes Laertiades Laestrygones Laetitia Laetitia Casta Laetitia van der Lans Lafayette Lafitte Laflam Lafleur Laforge Laforgue Lagash Lagasse Lagerkvist Lagerl Laghouat Lagomorpha Lagoon Islands Lagos Lagrange Lagting Laguerre Lahaina Lahey Lahnda Lahoma Lahore Lahti Lai Laibach Laidlaw Lail Laila Robins Laina Laine Lainey Laing Laird Lais Laise Lait Laith Laius Lajoie Lake Lake Poets Lakehurst Lakeland Lakemore Lakeview Lakewood Lakin Laks Lakshadweep Islands Lakshman Lakshmi Laktasic Lal Lala Lalage Lalande Lali Lalise Lalita Lalitta Lalittah Lalla Lallage Lallans Lallies Lally Lalo Lalu Lam Lamaism Lamaist Lamar Lamarck Lamarckian Lamarckism Lamarre Lamartine Lamas Lamb Lambard Lambarn Lambart Lambert Lamberto Lambertson Lambertville Lambeth Lambrecht Lamdin Lamech Lamentations Lamia Diamane Lammas Lammastide Lammond Lamond Lamont Lamoree Lamoureux Lamp Lampang Lampasas Lampedusa Lampert Lampetia Lamphere Lamprey Lamrert Lamrouex Lamson Lamus Lan Lana Lana Turner Lanae Lanai Lanam Lananna Lanark Lancashire Lancaster Lancaster' Lancastrian Lance Lance Bass Lance Burton Lance Fortnow Lance Henriksen Lancelle Lancelot Lancey Lanchow Lanctot Land Landa Landahl Landan Landau Landbert Landel Lander Landers Landes Landeshauptmann Landing Landini Landis Landmeier Lando Landon Landor Landowska Landre Landri Landrum Landry Landseer Landshut Landsm' Landsmal Landsman Landsteiner Landsting Landsturm Landtag Landus Landwehr Landy Lane Lane Brody Lane Hemaspaandra Lanett Lanette Laney Lanford Lanfranc Lanfri Lang Langan Langbehn Langdon Lange Langelo Langer Langham Langill Langille Langland Langley Langmuir Langobard Langobardic Langrenus Langreo Langsdon Langston Langton Langtry Languedoc Languedocian Lani Lanie Lanier Lanikai Lanita Lanital Lankester Lankton Lanna Lanni Lannie Lanny Lansberg Lansford Lansing Lanta Lantana Lantha Lanti Lantsang Lantz Lanza Lao Lao-tzu Laoag Laocoon Laodamas Laodamia Laodice Laodicea Laodicean Laodocus Laoighis Laomedon Laon Laos Laotian Laotze Lapeer Lapeyrouse Lapham Laphria Laphystius Lapides Lapith Lapithae Laplace Laplacian Lapland Lapointe Lapotin Lapp Lappeenranta Lappish Lapsey Laputa Lara Lara Dutta Lara Fabian Lara Flynn Boyle Lara Jill Miller Lara Weller Laraine Laramie Larbaud Larcher Larchmont Lardner Laredo Lareena Lareine Larena Larentalia Larentia Larenz Tate Laresa Largent Largo Lari Larianna Larimer Larimor Larimore Larina Larine Laris Larisa Larisa Oleynik Larissa Lark Larkin Larkins Larkspur Larksville Larned Larner Larochelle Larousse Laroy Larrabee Larrie Larrisa Larry Larry Bagby Larry Bryggman Larry Carter Larry Day Larry Ellison Larry Holden Larry Hovis Larry King Larry Landweber Larry Linville Larry Miller Larry Reeker Larry Romano Larry Ruzzo Larry Saxton Larry Snyder Larry Stockmeyer Larry Wilcox Lars Lars Aarvik Lars Arge Lars Nyland Lars Von Trier Larsa Larsen Larson Larwood Laryssa Lasala Lascaux Lash Lashar Lashio Lashkar Lashoh Lashond Lashonda Lashonde Lashondra Lasker Laski Lasko Lasky Lasley Lasonde Laspisa Lassa Lassalle Lassell Lasser Lassie Lassiter Lassus Lastex Laszlo Laszlo Babai Laszlo Lovasz Lat Lata Narayanan Latakia Latashia Latea Lateran Latham Lathan Lathe Lathrop Lathrope Lati Latia Latif Latimer Latimore Latin Latin-American Latina Latini Latinisation Latinism Latinist Latinity Latinization Latinus Latisha Latitia Latium Latona Latonia Latoniah Latouche Latour Latoya Latoye Latoyia Latreece Latreese Latrell Latreshia Latrice Latricia Latrobe Latt Latta Latterll Lattie Lattimer Latton Lattonia Latty Latvia Latvian Latvina Lau Lauber Laubin Laud Lauda Lauder Laudianism Laudianus Laue Lauenburg Lauer Laufer Laughlin Laughry Laughton Launce Launcelot Launceston Launderette Laundes Laundromat Laura Laura Baechtel Laura Benton Laura Bertram Laura Branigan Laura Cover Laura Dern Laura Fraser Laura Freddi Laura Harring Laura Harris Laura Innes Laura Kightlinger Laura Leighton Laura Lifshitz Laura Linney Laura Nyro Laura Pausini Laura Ponte Laura Prepon Laura Sabel Laura San Giacomo Laura Sanchis Laura Schlessinger Lauralee Laurance Laurasia Laure Laureen Laurel Laurel and Hardy Laurella Lauren Lauren Ambrose Lauren Bacall Lauren Graham Lauren Holly Lauren Hutton Lauren Tom Laurena Laurence Laurence Fishburne Laurence Olivier Laurencin Laurene Laurens Laurent Laurentia Laurentian Mountains Laurentium Laurentius Lauretta Laurette Lauri Laurice Laurie Laurie Anderson Laurie Dhue Laurie Fortier Laurie Holden Laurie Metcalf Laurier Laurin Laurinburg Laurinda Laurissa Laurita Lauritz Laurium Lauro Lauryn Lauryn Hill Lausanne Lauter Lautrec Laux Lauzon Lava Baby Lavada Laval Lavater Laveen Lavella Lavelle Laven Lavena Laver Laveran Lavern Laverna Laverne Lavery Lavina Lavine Lavinia Lavinia Milosovici Lavinie Lavoie Lavoisier Lavona Lavonne Law Law Lords Lawes Lawford Lawler Lawley Lawlor Lawman Lawndale Lawrence Lawrence Brothers Lawrence L. Larmore Lawrence Tierney Lawrence Welk Lawrenceburg Lawrenceville Lawrencian Lawrenson Lawry Laws Lawson Lawton Lawtun Laxness Lay Layamon Layard Layla Layman Layne Layney Layton Lazar Lazare Lazarist Lazaro Lazaruk Lazarus Lazear Lazes Lazio Lazor Lazos Lbeck Ldenscheid Lderitz Ldp Le Corbeiller LeAnn Rimes LeCroy LeDoux LeMay LeRoy LeVar Burton LeVitus Lea Lea Salonga Lea Thompson Leach Leacock Lead Leadbelly Leadville Leaf Leah Leah Lail Leah Remini Leahey Leahy Leake Leakey Leal Lean Leanard Leander Leandra Leandre Leandro Leann Leanna Leanne Leanor Leanora Leao Leaper Lear Learchus Learoy Leary Leasia Leatherette Leatherhead Leatheroid Leatri Leatrice Leavelle Leavenworth Leavis Leavitt Leavy Leawood Leban Lebanese Lebanon Lebanon Mountains Lebar Lebaron Lebensraum Lebesgue Leblanc Lebna Leboff Lebowa Lebrun Lecce Lech Lecheates Lechner Lecia Leckie Lecky Leclair Lectra Lecuona Led Zeppelin Leda Ledah Ledbetter Ledda Leddy Ledeen Lederberg Lederer Ledoux Lee Lee Ann Lee Ann Womack Lee Brennan Lee Evans Lee Iacocca Lee Marvin Lee Remick Lee San San Lee Sin Rong Lee Stevens Lee Tergesen Lee Van Cleef LeeAnn Leeann Leeann Tweeden Leeanne Leechburg Leede Leeds Leegrant Leeke Leela Leelah Leeland Leelee Sobieski Leen Torenvliet Leena Leeroy Leesa Leesburg Leese Leesen Leesville Leeth Leetonia Leeuwarden Leeuwenhoek Leeward Islands Leeza Gibbons Leff Leffen Leffert Lefkowitz Lefteris Kirousis Lefton Leftwich Legaspi Legazpi Legendre Leggat Legge Leggett Leghorn Legis Legnica Legra Legrand Legree Lehar Lehet Lehi Lehigh Lehighton Lehman Lehmann Lehmbruck Lehrer Lei Langston Leibman Leibnitz Leibnitz Mountains Leibnitzian Leibnitzianism Leibniz Leibnizian Leibnizianism Leicester Leicestershire Leichhardt Leid Leiden Leif Leif Garrett Leifer Leifeste Leigh Leigh-Mallory Leigha Leighanne Wallace Leighland Leighton Leila Leila Arcieri Leilah Leilani Leinsdorf Leinster Leipzig Leiria Leis Leiser Leisha Leitao Leitchfield Leith Leitman Leitrim Leix Lejeune Lek Lela Lela Rochon Lelah Leland Leland Orser Leler Lelia Lelith Lello Lely Lem Lema Lemaceon Lemal Leman Lemar Lemass Lemberg Lemcke Lemessus Lemieux Lemire Lemkul Lemmie Lemmuela Lemmueu Lemmy Lemnian Lemnitzer Lemnos Lemon Lemonnier Lemont Lemoore Lemoyne Lempres Lemuel Lemuela Lemuelah Lemuralia Len Len Adleman Len Berman Lena Lena Headey Lena Horne Lena Olin Lenaea Lenaeus Lenape Lenapes Lenard Lenca Lencas Lenci Lenclos Lene Marlin Lene Nystrom Lenee Lenes Lenette Lengel Lenglen Lenhard Lenhart Lenin Leninabad Leninakan Leningrad Leninism Leninist Leninsk-Kuznetski Lenka Lenna Lennard Lenni Lennie Lenno Lennon Lennox Lenny Lenny Heath Lenny Kravitz Lenny Pitt Lenny Von Dohlen Leno Lenoir Lenora Lenore Lenore Blum Lenore Cowen Lenore Zuck Lenox Lenrow Lenssen Lent Lentha Lenthiel Lenwood Lenz Lenzi Leo Leo Bachmair Leo Harrington Leoben Leod Leodis Leodora Leofric Leoine Leola Leoline Leominster Leon Leon Ames Leon Lai Leona Leonanie Leonard Leonard Cohen Leonard Kleinrock Leonard Nimoy Leonard Roberts Leonard Rossiter Leonard Schulman Leonardi Leonardo Leonardo DiCaprio Leoncavallo Leone Leonelle Leonerd Leong Leonhard Leoni Leonia Leonid Leonid A. Levin Leonid Libkin Leonidas Leonidas J. Guibas Leonie Leonie Sazias Leonine Leonor Leonora Leonore Leonov Leonsis Leonteen Leonteus Leontina Leontine Leontine Ruiters Leontyne Leopardi Leopold Leopoldeen Leopoldine Leor Leora Leos Leotie Leotine Lepanto Lepaute Lepaya Lepidoptera Lepidus Lepine Lepley Lepontine Alps Lepp Lepper Lepsius Lepus Ler Lermontov Lerna Lernaea Lerner Leroi Leros Leroy Lerwick Les Les Blank Les Claypool Les Trotter Lesak Lesbian Lesbos Leschen Leschetizky Lesh Leshia Lesko Leslee Lesley Lesli Leslie Leslie Bibb Leslie Caron Leslie Carter Leslie Cheung Leslie G. Valiant Leslie Goldberg Leslie Grossman Leslie Horan Leslie Lowe Leslie M. Goldschlager Leslie Mann Leslie Nielsen Leslie Stefanson Leslie Wolos Lesly Lesotho Lessard Lesseps Lesser Lesser Antilles Lesser Sunda Islands Lessing Lesslie Lester Lesya Leszek Pacholki Leszek Pacholski Let Leta Letch Letchworth Letha Lethbridge Lethe Lethia Leticia Letisha Letitia Letizia Leto Letreece Letrice Letsou Lett Letta Lette Letti Lettice Lettie Lettish Letty Leucaeus Leucas Leuce Leucippe Leucippides Leucippus Leucon Leucophryne Leucothea Leuctra Leucus Leukas Leukothea Leund Leupold Leuricus Leutze Leuven Lev Levallois-Perret Levan Levana Levania Levant Levantine Levantinism Leveller Leven Levenson Leventhal Leventis Lever Leverett Leverhulme Leverick Leveridge Leverkusen Leveroni Leverrier Levesque Levey Levi Levi-Strauss Levin Levina Levine Levins Levinson Levis Levison Levit Levitan Levite Leviticus Levitt Levittown Levkas Levon Levona Levophed Levy Lew Lew Ayres Lewak Lewan Lewanna Lewellen Lewendal Lewert Lewes Lewie Lewin Lewis Lewisburg Lewisham Lewisohn Lewison Lewiston Lewisville Lewls Lewse Lexell Lexi Lexi Randall Lexie Lexine Lexington Lexy Ley Leyden Leyes Leyla Leyte Leyton Lezlie Lger Lhary Lhasa Lhevinne Li-sao LiL Bow Wow Lia Lia van Bekhoven Liakoura Liam Liam Cunningham Liam Gallagher Liam Neeson Lian Liana Liane Lianna Lianne Liao Liaoning Liaopeh Liaotung Liaoyang Liard Lias Liatrice Liatris Lib Liba Libau Libava Libb Libbey Libbi Libbie Libbna Libby Libenson Liber Libera Liberace Liberal Liberalia Liberati Liberator Liberec Liberia Liberian Liberius Libertas Liberty Libertyville Libia Libna Libnah Liborio Libove Libra Libre Libreville Librium Libya Libyan Licastro Licetus Licha Lichas Lichfield Licht Lichtenberg Lichtenfeld Lichtenstein Lichter Lick Licko Licymnius Lida Lidah Lidda Liddie Liddle Liddy Lide Li Lidia Lidia Jane Dekkers Lidice Lidie Lido Lidstone Lie Lieberman Liebermann Liebfraumilch Liebig Liebknecht Liebman Liebowitz Liechtenstein Liederkranz Liederman Lief Liege Liegnitz Lieke van Lexmond Lienhard Liepaja Liesa Liesbeth van der Kruit Liesel Matthews Liestal Lietman Lietuva Lieut Liev Schreiber Liew Lifar Liffey Lifton Ligeia Ligeti Ligetti Liggett Liggitt Light Lightfoot Lightman Ligonier Liguria Ligurian Lihue Liis Windischmann Likasi Likoura Lil Lil Kim Lil' Kim Lila Lila McCann Lilac Lilah Lilas Lilburne Lili Lili Taylor Lilia Lilia Podkopayeva Lilian Lilian Garcia Liliane Lilias Lilibel Lilienthal Lilith Lilithe Liliuokalani Lilius Lilla Lille Lilli Lillian Lillian Ho Lillibullero Lillie Lilliputian Lillis Lillith Lillo Lilly Lillywhite Lilo Lilongwe Lily Lily Tien Lily Tomlin Lilyan Lilybel Lilybelle Lim Lima Liman Limann Limassol Limber Limbert Limbourg Limburg Limburger Limehouse Limemann Limenia Limerick Limmasol Limnaea Limnoria Limoges Limoli Limon Limousin Limp Bizkit Limpopo Limsoon Wong Lin Lin Hsi Lei Lin Mei Zhen Lina Linacre Linares Linc Lincoln Lincolniana Lincolnshire Lincolnton Lind Linda Linda Blair Linda Carter Linda Davis Linda Eder Linda Evangelista Linda Evans Linda Fiorentino Linda Hamilton Linda Hart Linda Perry Linda Pine Linda Purl Linda Ronstadt Linda Stirling Linda Tran Linda Vaughn Linda Wagenmakers Linda Wang Linda de Mol Linda van Dort Lindahl Lindberg Lindbergh Lindblad Lindbom Lindeberg Lindell Lindemann Linden Linden Ashby Lindenau Lindenhurst Lindenwold Linder Linders Lindesnes Lindgren Lindholm Lindi Lindie Lindisfarne Lindley Lindly Lindner Lindo Lindon Lindsay Lindsay Armaou Lindsay Crouse Lindsay Davenport Lindsay Felton Lindsay Lohan Lindsay Price Lindsborg Lindsey Lindsey Buckingham Lindsey Hartley Lindsey Haun Lindsey McKeon Lindsley Lindsy Lindwall Lindy Lindybeth Lindylou Line Line Islands Linea Linehan Linell Linet Linetta Linette Ling Lingayat Lingayata Lingwood Linis Link Linker Linkoski Linkping Linlithgow Linn Linnaeus Linnea Linnell Linneman Linnet Linnette Linnhe Linnie Linotype Lins Linsey Dawn McKenzie Linsk Linskey Linson Linton Linus Linus Roache Linus Shrage Linwood Linyu Linz Linzer Linzy Liod Lion Lionel Lionel Barrymore Lionello Lions Liou Liouville Lipari Islands Lipchitz Lipcombe Lipetsk Lipfert Lipinski Lipizzaner Lipkin Lipman Lipmann Liponis Lipp Lippe Lippershey Lippi Lippizaner Lippmann Lippold Lipps Lipscomb Lipsey Lipski Lipson Lipton Lir Lira Liris Lisa Lisa Barbuscia Lisa Bonet Lisa Boyle Lisa Brenner Lisa Cerasoli Lisa Cerbone Lisa Dergan Lisa Edelstein Lisa Ekdahl Lisa Faulkner Lisa Gay Hamilton Lisa Gaye Lisa Hellerstein Lisa Jakub Lisa Kudrow Lisa Left-Eye Lopes Lisa Leslie Lisa Loeb Lisa Lopes Lisa Marie Lisa Marie Presley Lisa McCune Lisa Nicole Carson Lisa Raye Lisa Rinna Lisa Robin Kelly Lisa Rogers Lisa Snowdon Lisa Whelchel Lisa Wilcox Lisa Wilhoit LisaRaye Lisabet Lisabeth Lisan Lisandra Lisbeth Lisbon Liscomb Lise Liselotte Lisetta Lisette Lisha Lishe Lisieux Lisk Lisle Liss Lissa Lissak Lissi Lissie Lissner Lissy List Lister Listerism Liszt Lit LitB LitD Lita Litae Litch Litchfield Lith Litha Lithea Lithuania Lithuanian Lithuanic Lititz Litman Litt LittM Litta Littell Little Little Richard Littlefield Littlejohn Littlestown Littleton Litton Littoria Littrow Litvinov Lityerses Liu Liuka Liv Liv Tyler Liva Livenza Livermore Liverpool Liverpudlian Livesay Livi Livia Livingston Livingstone Livonia Livonian Livorno Livvi Livvie Livy Liz Liz Phair Liz Vassey Liza Liza Huber Liza Minnelli Liza Shmakova Lizabeth Lizabeth Scott Lizard Lizbeth Lizette Lizzie Lizzy Ljod Ljoka Ljubljana Ljubomir Ivanov Llandaff Llandudno Llanelli Llanelly Llangollen Llano Llewellyn Llovera Lloyd Lloyd Bridges Lloyd Devore Lloyd Shapley Lloyd's Llud Llyr Llywellyn Lman Lneburg Lnos Loafishness Loanda Loar Loats Lobachevsky Lobel Lobell Lobengula Lobito Lobo Locarno Lochia Lochinvar Lochlyn Munro Lochner Lock Locke Lockean Lockeanism Locker-Lampson Lockett Lockhart Lockianism Lockie Lockland Locklin Lockport Lockwood Locky Lockyer Locofoco Locofocoism Locrian Locris Locrus Lod Lodge Lodhia Lodi Lodie Lodmilla Lody Loeb Loeffler Loella Loes Luca Loesceke Loewe Loewi Loewy Loferski Lofn Lofting Loftis Loftus Logan Logansport Loggia Loggins Logi Loginov Logos Logrono Lohengrin Lohman Lohner Lohrman Lohrmann Lohse Loir-et-Cher Loire Loire-Atlantique Loiret Lois Loise Loja Lokayata Lokayatika Loki Lola Lola Corwin Lola Montez Lolande Lolanthe Lole Loleta Lolita Lolland Lollard Lollardism Lollardry Lollardy Lolly Lom Loma Lomasi Lomax Lombard Lombardi Lombardo Lombardy Lombok Lombroso Lomond Lon Lon Chaney Lona London Londonderry Londoner Londres Londrina Lonee Lonergan Lonestar Loney Long Longan Longawa Longbenton Longerich Longfellow Longford Longhorn Longinus Longley Longmire Longo Longobard Longomontanus Longstreet Longtin Longueuil Longus Longview Longwood Longworth Longyearbyen Loni Loni Anderson Lonier Lonna Lonnard Lonne Lonneke Engel Lonni Lonnie Lonny Lons-le-Saunier Lontson Lonzo Loogootee Loomis Loos Lopatnikov Lopes Lopez Lopoldville Lora Lorain Loraine Loral Loralee Loralie Loralyn Loram Lorant Lorca Lord Lord's Lordan Lords Lords Spiritual Lords Temporal Lordsburg Lordship Lore Loredana Loredo Loree Loreen Lorelei Lorelie Lorella Lorelle Loren Loren Dean Lorena Lorence Lorene Lorens Lorentz Lorenz Lorenz Hart Lorenza Lorenzana Lorenzetti Lorenzo Lorenzo Alvisi Lorenzo Antonio Lorestan Loresz Loretta Loretta Lynn Loretta Schrijver Loretta Young Lorette Lori Lori Clarke Lori Heuring Lori Laughlin Lori Loughlin Lori Petty Lori Singer Loria Lorianna Lorianne Lorie Lorien Lorient Lorilee Lorilyn Lorimer Lorin Lorinda Lorine Loriner Loring Loris Lorissa McComas Lorita Lorn Lorna Lorna Luft Lorne Lorola Lorolla Lorollas Lorou Lorrain Lorraine Lorraine Bracco Lorraine Kelly Lorrayne Lorri Lorrie Lorrimer Lorrimor Lorrin Lorris Lorry Lorsung Lorus Lorusso Lory Lose Loseff Losey Loss Lossa Losse Lot Lot-et-Garonne Lotfi Zadeh Lotha Lothair Lothaire Lothar Lothario Lotharios Lothians Lothringen Loti Lotis Lotson Lotta Lotte Lotti Lottie Lotty Lotus Lotz Lotze Lou Lou Bega Lou Diamond Phillips Lou Ferrigno Lou Hirsch Lou Reed Lou Weinberg Louanna Louanne Loudon Loudon Wainwright III Loudonville Louella Lough Lougheed Loughlin Louhi Louie Louis Louis E. Rosier Louis Koo Louis Malle Louisa Louisa M. Alcott Louisburg Louise Louise Brooks Louise Fletcher Louise J. Taylor Louise Lombard Louise Nurding Louise Robey Louise Wischermann Louisette Louisiana Louisianan Louisianian Louisville Louisvillian Louls Lounge Lounsbury Lourdes Lourie Lousewies van der Laan Louth Loutitia Louvain Louvertie Louvre Loux Louxin Zhang Louys Lovash Lovato Love Lovel Lovelace Lovell Lover Loveridge Lovering Lovett Lovich Lovie Lovington Lovmilla Low Low Countries Lowe Lowell Lowenstein Lowenstern Lower Lowery Lowes Lowestoft Lowis Lowl Lowlander Lowlands Lowndes Lowney Lowrance Lowrie Lowry Lowson Lowveld Lowville Loxias Loy Loyalist Loyang Loyce Loyde Loydie Loyola Loz Lozano Lozar Lozi Lrida Ltd Lu Chen Lualaba Luana Luanda Luane Luann Luanne Luanni Luba Lubba Lubbi Lubbock Lubeck Luben Lubet Lubin Lubiniezky Lubitsch Lublin Lubow Lubumbashi Luby Luc Besson Luc Longpre Luca Lucais Lucan Lucania Lucas Lucas Black Lucca Lucchesi Luce Lucelle Lucerne Lucette Verboven Lucey Lucho Luci Lucia Lucian Luciana Lucianne Luciano Luciano Pavarotti Lucias Lucic Lucie Lucien Lucienne Lucier Lucifer Lucila Lucilius Lucilla Lucille Lucille Ball Lucille Werner Lucina Lucinda Lucinda Jenney Lucine Lucio Lucita Lucite Lucius Luckett Luckin Lucknow Lucky Lucrece Lucretia Lucretius Lucullus Lucy Lucy Alexis Liu Lucy Bell Lucy Clarkson Lucy Deakins Lucy Lawless Lucy Liu Lud Ludd Luddism Luddite Ludditism Ludeman Ludendorff Ludewig Ludhiana Ludie Ludington Ludivine Furnon Ludlew Ludlow Ludly Ludmilla Ludovick Ludovika Ludvig Ludwig Ludwig van Beethoven Ludwigg Ludwigsburg Ludwigshafen Ludwog Luebke Luedtke Luehrmann Luella Luelle Luening Lufkin Luftwaffe Lug Luganda Lugansk Lugar Luger Lugnasad Lugo Lugones Luhe Luhey Luht Luigi Luigino Luik Luing Luis Luis Guzmán Luis Trabb Pardo Luisa Luise Luiza Luk Lukacs Lukas Lukas Haas Lukash Lukasz Luke Luke Halpin Luke Perry Luke Wilson Lukey Lukin Luks Lula Lulea Lulie Luling Lulita Lull Lullaby Lully Lulu Lulu Kuo Luluabourg Lumbard Lumberton Lumbye Lumen Lumiere Luminal Lumpkin Lumumba Luna Lund Lundberg Lundeen Lundell Lundgren Lundin Lundquist Lundt Lune Lunetta Lunette Lungki Lunik Lunn Lunna Lunneta Lunnete Luns Lunseth Lunsford Lunt Lunville Luo Lupe Lupe Velez Lupee Lupercalia Lupercalias Lupercus Lupien Lupita Lupus Luquan Pan Lura Luray Lurette Lurex Lurie Luristan Lurleen Lurlei Lurlene Lurline Lurton Lusa Lusaka Lusatia Lusatian Lusia Lusitania Lusitanian Lussi Lussier Lust Lustick Lustig Lusty Lutcher Lutenist Lutero Lutetia Luth Luthanen Luther Luther Vandross Lutheran Lutheranism Lutherism Luthuli Luton Lutoslawski Luttrell Lutuamian Lutuamians Lutyens Luverne Luwana Luwian Lux Luxembourg Luxemburg Luxor Luz Luzader Luzern Luzerne Luzon Lvos Lvov Lwe Lwoff Lyaeus Lyall Lyallpur Lyautey Lycaeus Lycaon Lycaonia Lyceum Lycia Lycian Lycidas Lyckman Lycomedes Lycon Lycophron Lycotherses Lycurgus Lycus Lyda Lydda Lydell Lydgate Lydia Lydian Lydie Lyell Lyford Lygodesma Lyle Lyle Lovett Lyle McGeoch Lyle Ramshaw Lyly Lyman Lymann Lymington Lymn Lyn Lyn and Lee Wilde Lynbrook Lynch Lynchburg Lynd Lynda Lynda Carter Lynde Lyndel Lyndell Lynden Lyndes Lyndhurst Lyndon Lyndora Lyndsay Lyndsey Lyndsie Lyndy Lynea Lynelle Lynen Lynette Lyngi Lynn Lynn Herring Lynn Redgrave Lynn Whitfield Lynna Lynne Lynne Russell Lynne Thigpen Lynnea Lynnell Lynnelle Lynnet Lynnett Lynnette Lynnworth Lyns Lynsey Lynsey Bartilson Lynus Lynwood Lynx Lyon Lyonnais Lyonnesse Lyons Lyontine Lyra Lyris Lyrus Lys Lysander Lysandra Lysenko Lysenkoism Lysette Anthony Lysias Lysimachus Lysippe Lysippus Lysistrata Lysol Lyssa Lytle Lytton Lyubertsy Lyublin Lyudmila Lzen M'Ba M'Naghten Rules M'sieur M-16 M-16's M-day M-line M-series M. Kifer M. Krook M. Linna M. Penttonen M. Smid M. Soittola M. Steinby M. de Rougement M.-J. Chung M.A. Sridhar M.H. van Emden M.L. Balinsky M.P. van der Hulst M2M MAA MAAG MAArch MAE MAEd MALD MALS MAR MATS MAeroE MAgEc MAgEd MArch MArchE MBA MBE MCJ MCi MDAP MDES MDO MEA MEP MEPA MEd MElEng MFA MFS MFT MGB MGeolE MGk MGr MHA MHD MHE MHR MHW MIA MID MIDAS MIE MILR MIP MIRV MIr MKS MLS MLW MME MMetE MNA MNAS MNE MNS MNurs MOI MOIG MOpt MPA MPE MPH MPL MPS MPers MPh MPharm MPress MRA MRE MRP MSA MSAE MSAM MSArch MSBA MSBC MSBus MSCE MSCP MSChE MSCons MSD MSEE MSEM MSEnt MSF MSFM MSFor MSG MSGM MSGMgt MSGeolE MSH MSHA MSHE MSIE MSJ MSL MSM MSME MSMetE MSMgtE MSN MSOrNHort MSPE MSPH MSPHE MSPHEd MSPhar MSS MSSc MSW MSc MScD MScMed MSgt MTB MTI MTO MTP MTV MTh MUP MVA MVD MVEd MWA MWT MYOB Maag Maarianhamina Maarib Maartje van Weegen Maas Maastricht Maat Mab Mabel Mabel van den Dungen Mabelle Mable Mableton Mabuse Mac MacArthur MacCarthy MacDermot MacDonald MacDonell MacDougall MacDowell MacEgan MacFadyn MacFarlane MacGregor MacGuiness MacIlroy MacIntosh MacIntyre MacKay MacKenzie MacLaine MacLay MacLean MacLeish MacLeod MacMahon MacMillan MacMullin MacNair MacNamara MacNeice MacPherson MacRae MacSwan Macao Macap Macapa Macapagal Macareus Macario Macassar Macau Macaulay Macaulay Culkin Macbeth Macc Maccabaeus Maccabees Maccarone Macclesfield Macdonald Macdonnell Ranges Mace Maced Macedon Macedonia Macedonian Macegan Maceio Macey Mach Machabees Machado Machaerus Machaon Machaut Machel Machen Machiavelli Machiavellian Machiavellianism Machiavellism Machmeter Machos Machute Machutte Maciej Liskiewicz Macintosh Mack Mack Sennett Mackay Mackenie Mackensen Mackenzie Mackenzie Rosman Mackerras Mackey Mackie Mackinac Mackintosh Mackler Macknair Mackoff Maclean Maclear Macleod Macmahon Macmillan Macnair Macomber Macon Macpherson Macquarie' Macready Macri Macrobius Macumba Macur Macy Macy Gray Mad Mada Madag Madagascan Madagascar Madai Madaih Madalena Madalyn Madancy Madang Madaras Madariaga Madawaska Madchen Amick Maddalena Madden Maddeu Maddi Maddie Maddis Maddock Maddocks Maddox Maddy Madea Madeira Madeiravine Madel Madelaine Madeleine Madeleine Stowe Madeleine West Madelena Madelene Madelina Madeline Madeline Baker Madeline Kahn Madeline Milla Madeline Zima Madella Madelle Madelon Maderno Madero Madge Madhav Marathe Madhu Sudan Madhuri Dixit Madi Madian Madid Madigan Madill Madison Madison Eginton Madisonville Madlen Madlin Madlyn Madm Madoc Madoera Madoka Ozawa Madoka Wagure Madonia Madonna Madonna Ciccone Madora Madox Madra Madras Madrid Madriene Madrilenian Madson Madura Madurai Mady Mae Mae West Mae Whitman Maeander Maebashi Maebelle Maecenas Maegan Mael Maelstrom Maely Maenalus Maeon Maera Maestricht Maeterlinck Maeve Maewo Mafala Mafalda Mafeking Maffa Maffei Mafia Mag Mag Ruffman Magallanes Magan Magangue Magas Magavern Magbie Magda Magdala Magdalen Magdalena Magdalena Wrobel Magdalene Magdalenian Magdau Magdeburg Magee Magel Magelhanz Magellan Magen Magena Magenta Mages Maggee Maggi Maggie Maggie Cheung Maggie Ko Maggie Lawson Maggie Rizer Maggie Smith Maggio Maggiore Maggs Maggy Maggy Dobson Maghreb Maghutte Magi Magic Johnson Magill Magindanao Magindanaos Maginus Maglemosian Magna Magner Magnesia Magnien Magnificat Magnitogorsk Magnolia Magnus Magnus Halldorsson Magnus Hestenes Magnus Norman Magnuson Magnusson Magocsi Magog Magree Magritte Maguire Magulac Magus Magyar Magyarization Magyarorsz Magyarorszag Mah Mahabalipuram Mahadeva Mahala Mahalia Mahalie Mahamaya Mahan Mahanadi Mahandren Velauthapillai Maharashtra Mahasamadhi Mahau Mahayana Mahdi Mahdis Mahdist Mahendra Maher Mahican Mahicans Mahla Mahler Mahlon Mahmoud Mahmud Maho Takai Mahomet Mahometan Mahon Mahoney Mahound Mahratta Mahratti Mahren Mahrisch-Ostrau Mai Mai Hosho Maia Maiah Maibach Maible Maice Maida Maidanek Maidel Maidenhead Maidie Maidstone Maiduguri Maidy Maier Maiga Maighdlin Maika Eggink Maiko Yuki Maikop Mailand Mailer Maillart Maillol Mailloux Maimonidean Maimonides Main Maine Maine-et-Loire Mainer Mainis Mainland Maintenon Mainz Maiocco Mair Maire Maise Maisel Maisey Maisie Maison Maite Maitilde Maitland Maitland Ward Maitund Majandra Delfino Maje Majel Barrett Majel Barrett Roddenberry Majesty Majid Sarragzadeh Majka Majlis Major Majorca Majorcan Maju Ozawa Majunga Mak Makalu Makasar Makassar Makedhonia Makeevka Makell Maker Makeyevka Makhachkala Maki Mochida Makkah Makurdi Mal Mala Malabo Malacca Malaccan Malachi Malachy Malaga Malagasy Malakal Malamud Malamut Malan Malang Malanie Malanje Malaprop Malar Malarkey Malaspina Malatesta Malathion Malatya Malawi Malay Malaya Malayalam Malayan Malayo-Polynesian Malaysia Malca Malcah Malchus Malcolm Malcolm Gets Malcolm Little Malcolm McDowell Malcolm X Malcom Malda Malden Maldives Maldon Male Malebranche Maleeny Malek Maleki Malena Malenkov Malet Maletta Malevich Malherbe Mali Malia Malibran Malik Malik Yoba Malin Malina Malinda Malinde Malines Malinin Malinke Malinovsky Malinowski Malipiero Malissa Malita Malka Malkah Malkin Mall Mallarme Mallen Maller Mallet Malley Mallia Mallin Mallina Mallis Mallissa Malloch Mallon Mallorca Mallorie Mallory Malloy Malmdy Malmedy Malmesbury Malmo Malo Malone Maloney Malonis Malony Malorie Malory Maloy Malpighi Malpighian tubules Malraux Malta Maltese Malthus Malthusian Malthusianism Malti Maltz Maltzman Maluku Malva Malvern Malverne Malvia Malvie Malvin Malvina Malvine Malvino Malynda Mamallapuram Mamaroneck Mame Mameluke Mamers Mamie Mamie Van Doren Mamika Shimada Mamiko Mise Mamisburg Mammon Mamor Mamore Mamou Mamoun Mamta Kulkarni Mamurius Man Mana Manabozho Manado Managua Manaker Manala Manama Manami Honjoh Manara Manard Manasquan Manassas Manasseh Manassite Manat Manaus Manawyddan Manche Manchester Manchu Manchukuo Manchuria Manchurian Mancino Mancunian Manda Mandaean Mandah Mandal Mandalay Mandan Mandayam Srinivas Mande Mandean Mandel Mandelbaum Mandell Mandeville Mandi Mandie Mandingo Mandingoes Mandingos Mandle Mandler Mandy Mandy Moore Mandy Patinkin Mandych Manella Manes Manet Manetho Manfred Manfred Broy Manfred Paul Manfred Warmuth Mangalore Manganin Mangrum Manhattan Manhattanite Manheim Mani Mania Manichaeanism Manichaeism Manichaeus Manichean Manicheanism Manicheism Manicheus Manila Manilius Maninke Manipur Manisa Manisha Koirala Manistee Manistique Manitoba Manitoulin Manitowoc Manizales Manjusri Mankato Mankiewicz Manley Manlove Manly Mann Mannaean Mannar Mannerheim Manners Mannes Mannheim Mannie Manning Mannington Manno Mannos Mannuela Manny Manny Suárez Mano Manoah Manoff Manolete Manolis Tsangaris Manolo Manon Manon Rheaume Manon Thomas Manon Uphoff Manon Von Gerkan Manon Von Gerken Manorhaven Manouch Manresa Mansart Mansfield Mansholt Manson Mansoor Mansra Mansur Manta Manteca Mantegna Mantell Manthei Mantinea Mantius Mantle Manto Manton Mantova Mantua Mantuan Manu Manuel Manuel Blum Manuel Silva Manuela Manuela Kemp Manukau Manus Manutius Manvel Manvell Manvil Manville Manwell Manx Manxman Manxmen Manya Manyoshu Manzoni Mao Misaki Mao Shiina Maoism Maori Map Mapel Mapes Maples Maplewood Mappah Maputo Mar MarMechE Mara Mara Corday Mara Wilson Marabel Marabelle Maracaibo Maracanda Maracay Maraj Marala Maraline Maranh Maranon Marasco Marashio Marat Marat Safin Maratha Marathi Marathon Marathonian Marble Marblehead Marburg Marbut Marc Marc Alaimo Marc Anthony Marc Blucas Marc Grady Adams Marc Kudisch Marc Pickering Marc Snir Marc Weiss Marc van Kreveld Marc-Marie Huijbregts Marcantonio Marceau Marcel Marcela Marcelia Marceline Marceline Schopman Marcell Marcella Marcelle Marcellina Marcelline Marcello Marcello Mastroianni Marcello Robinson Marcellus Marcelo Marcelo Rios Marcelo Tubert March Marchak Marchal Marche Marchelle Marches Marchese Marcheshvan Marchette Marci Marcia Marcia Cross Marcia Derr Marcia Mitzman Gaven Marcia Tap Marcian Marciano Marcie Marcile Marcille Marcin Marcion Marcionism Marcionite Marco Marco Borsato Marco Ngai Chun Kit Marco Sanchez Marconi Marcos Marcoux Marcus Marcus Chong Marcus Giamatti Marcus Graham Marcus Schenkenberg Marcuse Marcy Marden Marder Mardochai Marduk Mare Winningham Mareah Maree Cheatham Maregos Marek Marela Mareld Marelda Marella Marelya Maren Marena Marengo Marentic Marenzio Maressa Maretta Maretz Marfa Marga Marga Bult Marga van Praag Margalo Margaret Margaret Cho Margaret Chung Margaret Colin Margaret Montenyohl Margaret O'Brien Margaret Thatcher Margareta Margarete Margaretha Margarethe Margaretta Margarette Margarida Margarita Margate Margaux Marge Margeaux Margery Marget Margette Margetts Margherita Margi Margi Clarke Margie Marginis Margit Margje Fikse Margo Margo Martindale Margo Napoli Margot Margot Finley Margot Kidder Margot Ribberink Margreet Reijntjes Margreet Spijker Margret Margreta Margriet Brandsma Margriet Vroomans Margriet van der Linden Marguerie Marguerita Marguerite Margy Mari Mari Carmen Oudendijk Maria Maria Bartiromo Maria Bello Maria Butyrskaya Maria Callas Maria Campo Maria Checa Maria Grazia Cucinotta Maria Kitazawa Maria Klawe Maria Kooistra Maria Laria Maria Luisa Bonet Maria McKee Maria Montez Maria Paola Bonacina Maria-Giuseppe Mariah Carey Mariah O'Brien Mariam Mariam Yeung Mariama Goodman Marian Marian Seldes Mariana Mariana Islands Marianao Mariand Mariande Mariandi Mariann Marianna Marianne Marianne Baudinet Marianne Timmer Mariano Marianskn Maribel Maribel Verdu Maribelle Maribeth Maribor Marice Maridel Marie Marie Richardson Marie-Paule Gascuel Mariehamn Marieke de Kryf Marieke de Vries Mariel Mariel Haggeman Mariel Hemingway Mariele Marielle Marielle Beumer Mariellen Marienbad Marienthal Marietta Mariette Mariette Fehmers Marifrances Marigene Marigold Marigolda Marigolde Marijane Marijke Amado Marijo Mariken Mariko Maril Marilee Marilin Marilla Marilou Marilu Henner Marilyn Marilyn Manson Marilyn Michaels Marilyn Monroe Marin Marina Marina Sirtis Marinduque Marinelli Mariner Marinetti Marini Marinna Marino Marinus Marinus Veldhorst Mario Mario Bava Mario Lanza Mario Lopez Mario Szegedy Mario Van Peebles Mariolater Mariolatry Mariologist Mariology Marion Marion Davies Marion Jones Marion Lutke Marios C. Papaefthymiou Mariquilla Maris Marisa Marisa Coughlan Marisa Jackson Marisa Ramirez Marisa Tomei Mariska Mariska Hargitay Mariska Hulscher Mariska van Kolck Marisol Marissa Marist Marit van Bohemen Marita Maritain Maritime Alps Maritime Provinces Maritimer Maritsa Maritte Braspenning Mariupol Marius Marius Zimand Marivaux Mariya Mariya Yamada Marj Marj Dusay Marja Marjan Moolenaar Marjana Marje Marjena Moll Marji Marjie Marjolein Dekkers Marjolein Keuning Marjon Keller Marjon de Hond Marjorie Marjorie Monaghan Marjory Marjy Mark Mark Allen Weiss Mark Bakalor Mark Bosnich Mark Brown Mark Buckingham Mark Curry Mark Dacascos Mark David Mark Eddie Mark Famiglietti Mark Frankel Mark Fulk Mark H. Nodine Mark Hamill Mark Harelik Mark Harmon Mark Homer Mark Hoppus Mark Jensen Mark Jerrum Mark Kac Mark Kaplan Mark Karpinsky Mark Keil Mark Knopfler Mark Krentel Mark Lamarr Mark Lenard Mark Lester Mark Manasse Mark Margolis Mark McGrath Mark McGwire Mark McKinney Mark Overmars Mark Paul Gosselaar Mark Philippoussis Mark Pleszkoch Mark Tremonti Mark Tuttle Mark Twain Mark Wahlberg Mark Wegman Mark Wills Mark Wood Mark de Berg Mark-Paul Gosselaar Market Marketa Markevich Markham Markie Post Markland Marklen Kennedy Markman Marko Markos Markova Markowitz Marks Markson Marksville Markus Markus Wloka Marky Mark Marl Marla Marla Maples Marla Sokoloff Marlane Marlborough Marlea Marleah Marlee Marlee Matlin Marleen Marleen Houter Marleigh Marlen Marlena Marlene Marlene Dietrich Marler Marlette Marley Marley Shelton Marlies Kruizenga Marlin Marline Marlo Marlon Marlon Brando Marlon Wayans Marlow Marlowe Marlyn Marmaduke Marmara Marmawke Marmet Marmion Marmite Marmolada Marna Marne Marnette Patterson Marney Marni Marnia Marnie Marnie Alexenburg Maro Maroc Marola Marolda Maron Maroney Maronite Maros Marou Marozas Marozik Marpessa Marpet Marprelate Marquand Marquardt Marquesan Marquesas Islands Marquet Marquette Marquez Marquis Marquita Marr Marra Marrakech Marranism Marrano Marranos Marras Marrilee Marrin Marriott Marris Marrissa Marron Marruecos Marryat Mars Mars Valiev Marsala Marsden Marseillaise Marseille Marsh Marsha Marshal Marshall Marshall Bern Marshall Fisher Marshall Hall Marshall Islands Marshall Stone Marshallese Marshalltown Marshalsea Marsiella Marsilid Marsland Marston Marsupialia Marsyas Mart Mart Trautwein Marta Marta Kristen Martaban Martainn Marte Marteena Martel Martell Martella Martelle Martelli Marten Martens Marth Martha Martha Hackett Martha Kosa Martha Plimpton Martha Stewart Marthe Marthena Marti Martial Martian Martie Martie Seidel Martijn Martin Martin Abadi Martin Amis Martin Balsam Martin Cummins Martin Davis Martin Dietzfelbinger Martin Donovan Martin Dowd Martin Farach Martin Furer Martin Golumbic Martin Hofmann Martin Hyland Martin Lawrence Martin Milner Martin Rem Martin Schultz Martin Scorsese Martin Sheen Martin Short Martin Spanjers Martin Strauss Martin Tompa Martin Ward Martin' Martina Martina Hingis Martina Klein Martina McBride Martina Navratilova Martine Martine Bijl Martine Boerkamp Martine McCutcheon Martine van Os Martineau Martinelli Martinez Martini Martinic Martinican Martinique Martinmas Martino Martinon Martinsburg Martinsen Martinson Martinsville Martinu Martita Marton Csokas Martres Martsen Martti Tienari Marty Marty Belafsky Marty Robbins Marty Wolf Marty York Martyn Martynne Martyr Martz Marucci Maruschka Detmers Marutani Marv Marv Solomon Marva Marve Marvel Marvell Marvella Marven Marvin Marvin Minsky Marvin Paull Marwin Marx Marx Brothers Marxianism Marxism Marxism-Leninism Marxist Mary Mary Alice Mary Beth Evans Mary Beth Hurt Mary Chapin Carpenter Mary Elizabeth Mastrantonio Mary Forsberg Mary Hopkin Mary Hsu Mary J. Blige Mary Joe Fernandez Mary Kay Bergman Mary Kay Place Mary McCormack Mary Page Keller Mary Pickford Mary Pierce Mary Shaw Mary Shelley Mary Stuart Masterson Mary Tyler Moore Mary Wilson Mary Woronov Mary Zilba Mary-Kate Olsen Mary-Kate and Ashley Olsen Mary-Louise Parker Marya Maryann Maryanna Maryanne Marybella Marybelle Marybeth Marybob Maryborough Maryellen Maryfrances Maryjane Maryjo Marykay Maryl Maryland Marylee Marylin Marylou Maryly Marylyn Maryn Maryruth Marys Marysa Marysville Maryville Marzena Godecki Marzi Mas Masaccio Masaharu Fukuyama Masai Masako Umemiya Masan Masao Masaryk Masaya Kato Masbate Mascagni Mascarene Islands Mascia Masefield Masera Maseru Masha Masharbrum Mashe Mashhad Mashona Masinissa Maskelyne Mason Mason Gamble Masonite Masora Masorah Masorete Maspero Masqat Masry Mass Massa Massachuset Massachusetts Massapequa Massarelli Massasoit Massaua Massawa Massena Massenet Massey Massie Massillon Massimiliano Massimo Massimo Marinoni Massimo Troisi Massine Massinger Massingill Massinissa Massna Masson Massorah Massorete Massys Mast Mastat Master Master Fuol Master P Masterson Mastic Mastigophora Mastrianni Masuria Masury Mat MatE Mata Matabele Matabeleland Matabeles Matadi Matamoros Matane Matanuska Matanzas Matapan Matawan Matchbox Twenty Matejka Matelda Mateo Materi Materse Mateusz Mateya Mathe Matheny Mather Matheson Mathew Mathews Mathewson Mathi Mathia Mathian Mathias Mathias Coppens Mathilda Mathilde Mathilde Santing Mathis Matholwych Mathre Mathur Mathura Mathusala Matias Matilda Matilde Matina Matisse Matland Matless Matlick Matlock Matopo Hills Matozinhos Matralia Matrona Matronna Matsu Matsu Takako Matsuyama Matsys Matt Matt Cedeno Matt Damon Matt Dillon Matt Doran Matt Gallini Matt Geller Matt Groening Matt Keeslar Matt Lauer Matt LeBlanc Matt Maverick Matt Pinfield Matt Salerno Matt Schulze Matt Stallmann Matta Mattah Mattathias Matteo Matteotti Matterhorn Matteson Matthaeus Matthaus Matthei Mattheus Matthew Matthew Arnold Matthew Ashford Matthew Broderick Matthew C. Whitney Matthew Davis Matthew Ferguson Matthew Fox Matthew Hecht Matthew J. Katz Matthew James Matthew Keeslar Matthew Lawrence Matthew Lillard Matthew Mahoney Matthew McConaughey Matthew Morris Matthew Perry Matthew Porretta Matthew Rhys Matthew Settle Matthew Steinberg Matthews Matthia Matthias Matthias Hues Matthieu Matthiew Matti Mattias Mattie Mattland Mattox Mattson Matty Matusow Matuta Maubeuge Mauceri Mauchi Maud Maud Hawinkels Maude Maudie Maudslay Mauer Maugham Maui Maulana Mauldin Mauldon Maulmain Mauman Maumee Maunsell Maupassant Maupertuis Maupin Maura Maura Tierney Mauralia Maure Maureen Maureen McCormick Maureen McGovern Maureen O'Hara Maureen O'Sullivan Maurene Maurer Mauretania Mauretanian Mauretta Maurey Mauri Mauriac Maurice Maurice Benard Maurice Gibb Maurice Herlihy Mauricio Maurie Maurili Maurilia Maurilla Maurine Maurise Maurist Maurita Mauritania Mauritanian Mauritius Maurits Maurizia Maurizio Mauro Maurois Maurreen Maury Maurya Mauser Mauston Mauve Mavilia Mavis Mavis Fan Mavra Mawson Max Max Beesley Max Casella Max Garzon Max Grodénchik Max Perlich Max von Sydow Maxa Maxama Maxantia Maxentia Maxey Maxfield Maxi Maxia Maxie Maxim Maxima Maxima Zorreguieta Maximalist Maximes Maximilian Maximilian Schell Maximilianus Maximilien Maximo Maxine Maxma Maxwell Maxwell Caulfield Maxy May May Iikubo Maya Maya Angelou Maya Eksteen Maya Hamoka Maya Rudolph Mayag Mayakovski Mayan Mayas Maybelle Mayberry Mayce Mayda Mayday Maye Mayeda Mayence Mayenne Mayer Mayes Mayfair Mayfield Mayflower Mayhew Mayim Bialik Maying Mayman Maynard Mayne Maynet Mayo Mayon Mayor Mayotte Maypole Mays Maysville Maytime Mayu Kitahara Mayu Sendo Mayuko Saito Mayuko Yoshida Mayumi Yamazaki Maywood Mayworm Mazarin Mazatl Mazda Mazdaism Maze Mazel Maziar Mazlack Mazman Mazonson Mazur Mazurek Mazzini Mbabane Mbandaka Mbm Mboya Mbujimayi McAdams McAfee McAllen McAllister McArthur McBride McCafferty McCahill McCall McCallion McCallum McCamey McCandless McCartan McCarthy McCarthyism McCartney McCarty McClain McClary McClees McClellan McClelland McClenaghan McClenon McClimans McClish McCloy McClure McCollum McComb McConaghy McConnell McCord McCormac McCormack McCormick McCourt McCowyn McCoy McCrae McCready McCreary McCreery McCullers McCulloch McCullough McCully McCurdy McCutcheon McDade McDermott McDiarmid McDonald McDougall McDowell McEvoy McFadden McFarland McFee McFerren McGannon McGaw McGean McGee McGehee McGill McGinnis McGonagall McGrath McGraw McGray McGregor McGrody McGruter McGuffey McGuire McGurn McHail McHale McHenry McHugh McIlroy McIntire McIntosh McIntyre McKale McKay McKee McKeesport McKenna McKenzie McKenzie Westmore McKeon McKim McKinley McKinney McKissick McKnight McKuen McLain McLaughlin McLaurin McLeod McLeroy McLoughlin McLuhan McLyman McMahon McMaster McMaster and James McMath McMechen McMillan McMinnville McMullan McMurry McNair McNalley McNally McNamara McNamee McNaughten Rules McNaughton McNeely McNeil McNelly McNully McNutt McQuade McQueen McQuillin McQuoid McReynolds McRipley McRoberts McSherrystown McSpadden McTeague McTyre McWherter McWilliams Mcfd Mchen Mchen-Gladbach Mcon Mdlle Mdm Mdoc MeV Mead Meade Meador Meadow Meadows Meads Meagan Meaghan Meagher Meakem Means Meany Meara Meares Mears Meath Meave Mecca Meccano Mechaneus Mechanicsburg Mechanicsville Mechelen Mechelle Mechitarist Mechlin Mechling Mecisteus Mecke Mecklenburg Mecklenburg-Schwerin Mecklenburg-Strelitz Med MedScD Meda Medan Medarda Medardas Medawar Mede Medea Medeah Medell Medeus Medford Media M